Bijlage 2 Financieel meerjarenbeeld 2027-2030.pdf
Tekst van het document
Bijlage 2 – Voorjaarsbrief 2026
Financieel Meerjarenbeeld 2027-2030
Gemeente Groningen, juni 2026
Financieel meerjarenbeeld 2027-2030
Bijlage 2 – Voorjaarsbrief 2026
Inhoudsopgave
1. Inleiding
2
2. Uitgangspunten in het meerjarenbeeld
3
3. Verschil met het meerjarenbeeld in de gemeentebegroting 2026
6
1
Financieel meerjarenbeeld 2027-2030
Bijlage 2 – Voorjaarsbrief 2026
1. Inleiding In het financieel meerjarenbeeld geven we inzicht in de verwachte financiële ontwikkelingen voor de komende jaren. We presenteren een financieel meerjarenbeeld in het voorjaar en een actualisatie in de gemeentebegroting 2027. In het voorjaar wordt een eerste schatting van de financiële ruimte gemaakt. Die financiële ruimte wordt beïnvloed door de ontwikkeling van het gemeentefonds, de loon- en prijsstijgingen, renteontwikkelingen, de opbrengst van de gemeentelijke belastingen en overige meeen tegenvallers. We vergelijken het actuele meerjarenbeeld met het meerjarenbeeld dat in de gemeentebegroting 2026 aan uw raad is voorgelegd. In het financieel meerjarenbeeld is het effect van de meicirculaire 2026 betrokken. Het betreft de accresontwikkeling, bijstelling als gevolg van de ontwikkeling maatstaven en de afrekening van de ruimte onder het plafond van het BTW compensatiefonds (BCF). In het raadsvoorstel van de meicirculaire 2026 worden de afzonderlijke ontwikkelingen uit de circulaire toegelicht. Het verschil tussen het geactualiseerde meerjarenbeeld en het meerjarenbeeld zoals opgenomen in de begroting 2026 ziet er als volgt uit: (bedragen x € 1.000)
Saldo MJB bij begroting 2026 Ontwikkelingen Actueel meerjarenbeeld
2027 1.867 -1.779 88
2028 1.553 -7.159 -5.606
2029 -3.517 -8.771 -12.288
2030 1.879 -10.320 -8.441
Het financieel meerjarenbeeld is verslechterd. De belangrijkste ontwikkelingen zijn: - De bijstelling van de septembercirculaire 2025 geeft een nadeel op de algemene uitkering van 1,7 miljoen euro in 2027 oplopend tot een nadeel van 3,1 miljoen euro vanaf 2030; - In de meicirculaire 2026 wordt het accres bijgesteld voor hogere prijs- en volumeontwikkelingen. De ruimte onder het plafond van het BCF blijkt lager te zijn wat leidt tot een nadelige bijstelling van 3,4 miljoen euro per jaar. De maatstavenontwikkeling leidt tot een nadeel door ontwikkelingen in het aantal inwoners, woonruimten, huishoudens en een hogere OZBbelastingcapaciteit. Per saldo is het nadeel 1,5 miljoen euro in 2027, 4,2 miljoen euro nadelig in 2027, 4,3 miljoen euro nadelig in 2029 en 0,2 miljoen euro nadelig in 2030; - De nominale compensatie (loon- en prijsbijstellingen) leidt tot een voordeel van 1,3 miljoen euro in 2027 oplopend tot 3,0 miljoen euro vanaf 2030. Dit voordeel ontstaat door een bijstelling van de verwachte loonontwikkeling en actualisatie van ‘het pakket’ waarover compensatie is verstrekt; - De ontwikkeling van onze belastinginkomsten zijn gerelateerd aan de ontwikkeling van de lonen en prijzen en geeft beperkte wijzigingen.
Toename van de OZB-belastingcapaciteit niet woningen geeft in 2027 een voordelige bijstelling van 1 miljoen euro en 2 miljoen euro vanaf 2028; - Bijstelling van de renteverwachtingen leidt tot een voordeel van 0,2 miljoen euro in 2027. In 2028 ontstaat een nadeel van 2,6 miljoen euro oplopend tot een nadeel van 7,5 miljoen euro vanaf 2030; - Raming van het dividend Enexis leidt in 2027 tot een incidenteel voordeel van 1,2 miljoen euro.
2
Financieel meerjarenbeeld 2027-2030
Bijlage 2 – Voorjaarsbrief 2026
2. Uitgangspunten in het meerjarenbeeld Om te komen tot een eenduidig meerjarenbeeld is een aantal uitgangspunten vastgesteld. Deze uitgangspunten worden in dit hoofdstuk uiteengezet. Algemeen Als extra budget nodig is werkt dit kostenverhogend. Daarom is dit weergegeven als een negatief bedrag. Extra inkomsten en besparingen worden als positieve bedragen weergegeven. Alle bedragen in de tabellen zijn in duizendtallen tenzij anders wordt vermeld. Autonome ontwikkelingen Het uitgangspunt is dat in het meerjarenbeeld wordt aangegeven hoe de financiële ruimte zich ontwikkelt in de komende jaren bij ongewijzigd beleid van de gemeente. Dus alleen autonome ontwikkelingen worden opgenomen. Voor die ontwikkelingen worden twee criteria gehanteerd: ▪ de ontwikkeling is, voor de gemeente, niet beïnvloedbaar; ▪ de (negatieve) financiële gevolgen van de ontwikkeling kunnen niet door de organisatie zelf worden opgevangen, bijvoorbeeld door het verhogen van de tarieven. Knelpunten (tekorten) bij de uitvoering van bestaand beleid dienen in principe te worden opgevangen binnen de betreffende sector. Dit is mogelijk als er sprake is van een keuzemogelijkheid bij de uitvoering van het beleid (is het mogelijk het beleid aan te passen en daarmee kosten te besparen). In dat geval worden dergelijke knelpunten niet in het meerjarenbeeld opgenomen.
Ook de volgende posten worden niet in het meerjarenbeeld opgenomen: • Prijsstijgingen: er wordt per directie een nominale vergoeding verstrekt • Organisatiekosten: deze dienen te worden bekostigd uit efficiencyverbeteringen • PM-posten: posten die niet kwantificeerbaar zijn, kunnen niet worden meegenomen. Extra beleid en hervormingen voorgaande jaren In het meerjarenbeeld is de inzet van de extra beleidsgelden en hervormingen uit voorgaande jaren voor de komende jaren verwerkt. Raming (incidentele) dekking In het meerjarenbeeld is een raming opgenomen van de (incidentele) dekkingsbronnen. In 2027 gaat het om het terugramen van een aantal incidentele posten die zijn opgenomen in de begrotingen van 2024, 2025 en 2026 en de middelen in de meerjarenbegroting voor de jaarschijven 2027-2030. Nominale ontwikkelingen De nominale ontwikkelingen geven de verwachte stijging van lonen en prijzen weer. Die is gebaseerd op een gewogen gemiddelde van de verwachte loonontwikkeling (80%) en prijzen (20%) voor de komende jaren. Loon- en prijsontwikkelingen in de voorgaande twee jaren worden nagecalculeerd. De loonontwikkeling is gebaseerd op de Cao-loonstijging en de ontwikkeling van de sociale lasten wanneer dit bekend is.
Als er geen Cao geldt sluiten we aan bij de ‘loonontwikkeling sector overheid’ zoals deze door het CPB in het voorjaar van 2026 is gepubliceerd in het Centraal Economisch Plan. De prijsontwikkeling is gebaseerd op de prijsmutatie IMOC (index materiële overheidsconsumptie) zoals deze door het CPB in het voorjaar van 2026 is gepubliceerd in het Centraal Economisch Plan).
3
Financieel meerjarenbeeld 2027-2030
Bijlage 2 – Voorjaarsbrief 2026
In onderstaande tabel zijn deze uitgangspunten uitgewerkt voor 2025 t/m 2030: 2025
2026
2027
2028
2029
2030
Loonontwikkeling (CAO, soc.lasten en CPB-raming)
3,06%
3,07%
5,38%
4,00%
3,60%
3,50%
Prijsontwikkeling (IMOC volgens CPB)
2,20%
2,60%
2,10%
2,60%
2,30%
2,50%
Gewogen nominale compensatie (80% loon/ 20% prijs)
2,89%
*2,98%
4,72%
3,72%
3,34%
3,30%
Gewogen nominale compensatie was (BGR2026):
3,03%
3,01%
4,78%
3,64%
3,66%
3,64%
Nacalculatie
-0,14%
-0,03%
*) de generieke procentuele nominale compensatie in 2026 bedraagt 2,98%. De gerichte verdeling voor de TOD (toelage onregelmatige dienst) en de ‘reiskostenregeling’ bedraagt 0,95%. Gezamenlijk is de nominale ontwikkeling: 3,93% in 2026.
Voor de nominale compensatie in 2027 en 2028 wordt respectievelijk 4,72% en 3,72% genomen als uitgangspunt. Voor 2029 en 2030 gaan we uit van respectievelijk 3,66% en 3,64% (oude ramingen). Reden is dat de CPB-raming is opgesteld voor het uitbreken van het conflict in het Midden-Oosten. We verwachten daarom dat de veronderstelde loon- en prijsdaling niet gerealiseerd zal worden. Indexatie budget jeugdzorg Met het invoeren van landelijke contractstandaarden voor de inkoop van jeugdzorg zijn afspraken gemaakt over de manier van indexeren en met welk indexcijfer gerekend moet worden. De index die de RIGG toepast voor via de open house gecontracteerde jeugdhulpaanbieders wijkt tot op heden af van de landelijk voorgeschreven bepaling. De RIGG stelt voor om de landelijk voorgeschreven index van 90% OVA en 10% ppc (=prijsindex materiële kosten) ook voor de via open house gecontracteerde jeugdhulpaanbieders te laten gelden. De indexatie jeugdzorg is naar verwachting 3,97% vanaf 2027. Als de uiteindelijke uitkomst hiervan afwijkt actualiseren we onze raming in de begroting 2027. Tarieven Loon- en prijsstijgingen zorgen ervoor dat de kosten voor uitvoering van de gemeentelijke taken hoger worden. Tegenover de kostenstijgingen staat normaal gesproken een stijging van de algemene uitkering en een stijging van de gemeentelijke inkomsten uit belastingen en leges.
De belangrijkste inkomstenbron binnen de belastingen en leges is de OZB belasting. Om onze gemeentelijke budgetten op niveau te houden om de gemeentelijke taken te kunnen uitvoeren is het nodig om ook de gemeentelijke inkomsten te verhogen met de loon- en prijsontwikkeling. Dit doen we elk jaar. Voor 2025 en 2026 is nacalculatie toegepast voor de werkelijke loon- en prijsontwikkelingen. Stijging tarieven
2027
Nominale compensatie 2027
4,72%
Nacalculatie 2026 (3,93% minus 3,93%)
-
Nacalculatie 2025 (2,89% minus 3,03%)
-0,14%
Totaal tariefstijging 2027
4,58%
Rente Voor 2027 worden de volgende rentepercentages gebruikt: Gehanteerde rentepercentages
2027
Rente langlopende leningen Rente omslag percentage (ROP) Grondexploitatie (Grex) rente
3,50% 1,70% 1,70%
Bij de bepaling van het ROP is als uitgangspunt gehanteerd een verwacht resultaat van nul voor 2027. De percentages van 2027 worden ook toegepast op de volgende jaren.
4
Financieel meerjarenbeeld 2027-2030
Bijlage 2 – Voorjaarsbrief 2026
Algemene uitkering De raming van de algemene uitkering is gebaseerd op de septembercirculaire 2025. Daarnaast is alvast, vooruitlopend op de publicatie van de meicirculaire 2026, rekening gehouden met: - De accresontwikkeling gebaseerd op de geactualiseerde bbp-groei (CEP2026, CPB) conform de Rijksvoorjaarsnota van het voorjaar 2026; - De ruimte onder het plafond van het BTW compensatiefonds (BCF) is structureel geraamd in onze begroting. Op basis van realisatiecijfers 2025 blijkt de ruimte onder het plafond BCF fors te zijn afgenomen. Dit leidt tot een nadelige bijstelling van de verwachte structurele ontvangst. - Ontwikkeling van maatstaven leidt ertoe dat de raming meerjarig neerwaarts is bijgesteld. Vooral de verwachte ontwikkeling van het aantal inwoners, huishoudens en woonruimten verloopt minder snel dan verwacht.
5
Financieel meerjarenbeeld 2027-2030
Bijlage 2 – Voorjaarsbrief 2026
3. Verschil met het meerjarenbeeld in de gemeentebegroting 2026 Het laatste meerjarenbeeld is opgesteld bij het opstellen van de gemeentebegroting 2025. Het financiële meerjarenbeeld is in 2025 verbeterd ten opzichte van het meerjarenbeeld zoals opgenomen in de begroting 2025. De grotere mutaties betreffen de ontwikkeling van het gemeentefonds, lonen en prijzen en indexatie van belastinginkomsten. 2027 1.867 -1.779 88
Saldo MJB bij begroting 2026 Ontwikkelingen Actueel meerjarenbeeld
2028 2029 2030 1.553 -3.517 1.879 -7.159 -8.771 -10.320 -5.606 -12.288 -8.441
De ontwikkelingen bestaan uit de volgende mutaties en worden vervolgens toegelicht: Ontwikkeling 2027 2028 2029 2030 1. Gemeentefonds – septembercirculaire 2025 -1.700 -1.400 -2.000 -3.100 1. Gemeentefonds – meicirculaire 2026 -1.500 -4.200 -4.300 -200 2. BUIG -618 -721 -735 -735 3. Rente-effecten 205 -2.585 -3.748 -7.510 4. Nominale compensatie 1.294 1.279 2.339 3.032 5. Belastingen 1.018 2.192 2.268 2.318 6 Voorziening afkoopsom graven -80 -92 -103 -104 7. Areaalontwikkeling -25 -85 -90 -90 8. Dividend Enexis en BNG 1.221 10 10 10 9. Leges op reisdocumenten -176 -862 10. Terugloop kapitaallasten 4 11 19 29 11. GR- GGD Groningen -76 -78 155 -130 12. GR- Omgevingsdienst Groningen -36 -36 -37 -38 13. GR- Groninger Archieven -339 -319 -321 -323 14. GR- Veiligheidsregio Groningen 237 391 -458 -930 15. GR – Noordelijk Belastingkantoor -156 -298 -366 -459 16. Verhoging budget voor contributie VNG -377 -377 -377 -377 17. Wagenparkverzekering premieverhoging -228 -228 -228 -228 Werkbudget hervatting gedeeltelijk 18. -485 -485 -485 -485 arbeidsongeschikten 19 Verhoging budget vergoedingen raadsleden -110 -110 -110 -110 20. Rekenkamer, aanpassing vergoeding -28 -28 -28 -28 21. BTW op riolering en afvalstoffenheffing p.m. p.m. p.m. p.m. Totaal ontwikkelingen -1.779 -7.159 -8.771 -10.320
6
Financieel meerjarenbeeld 2027-2030
Bijlage 2 – Voorjaarsbrief 2026
1. Gemeentefonds – septembercirculaire 2025 Het financiële effect van de septembercirculaire 2025 is nadelig. Dit komt door een lager accres op basis van bijgestelde BBP-groei ramingen. Ook blijkt de ontwikkeling van de maatstaven (uitkeringsbasis) per saldo lager uit te pakken dan was geraamd. Het nadeel in 2027 is 1,7 miljoen euro en dit loopt op tot een nadeel van 3,1 miljoen euro in 2030. 1. Gemeentefonds – meicirculaire 2026 De begroting 2027 wordt gebaseerd op de uitkomsten van de meicirculaire 2026. Niet alleen mutaties van de circulaire zijn ingeschat maar ook de onderliggende maatstaven zijn geactualiseerd naar de laatste inzichten. De ontwikkeling is als volgt (bedragen in miljoenen euro’s):
Verwachte ontwikkeling volumeaccres Verwachte ontwikkeling prijsaccres Totale ontwikkeling accres Ingroeipad herijking algemene uitkering Onderuitputting BTW-compensatiefonds Ontwikkeling maatstaven Verwachte ontwikkeling MC2026
2027 0,6 3,0 3,6 p.m. -3,4 -1,7 -1,5
2028 0,6 4,5 5,1 p.m. -3,4 -5,9 -4,2
2029 -0,4 3,3 2,9 p.m. -3,4 -3,8 -4,3
2030 -0,4 4,8 4,4 p.m. -3,4 -1,2 -0,2
Verwachte ontwikkeling accres Het volumeaccres, gebaseerd op een 8-jaars voortschrijdend gemiddelde bbp-groei, is licht gestegen. In 2026 is het bbp-prijsaccres toegenomen van 2,5% naar 2,9% wat leidt tot hogere inkomsten. Ook in 2028 is het verwachte prijsaccres opwaarts bijgesteld van 2,65% naar 2,9%. Deze ontwikkeling van het prijs- en volumeaccres leidt tot voordeel van 3,6 miljoen euro in 2027, 5,1 miljoen euro in 2028, 2,9 miljoen euro in 2029 en 4,4 miljoen euro in 2030. De daling van het volumeaccres vanaf 2029 komt door de uitname van middelen voor huishoudelijke verzorging voor ruim 1 miljard euro. Hierdoor daalt de basis waarover het accres wordt toegekend. Ingroeipad herijking algemene uitkering In 2023 is het verdeelmodel van de algemene uitkering grondig herzien. Het herverdeeleffect is toen in zowel positieve als negatieve zin begrensd tot maximaal €37,50/inwoner. De afgelopen tijd is gewerkt aan verbetering van het verdeelmodel. Het is nog onduidelijk of dit leidt tot aanpassing van het ingroeipad en het eventueel verder kunnen inboeken van een positief herverdeeleffect. Onderuitputting BTW compensatiefonds Op basis van de benutting van het BTW compensatiefonds in 2025 is de ruimte onder het plafond BCF opnieuw bepaald. De onderuitputting mogen gemeenten meerjarig betrekken in de ramingen.
Doordat de ruimte onder het plafond BCF afneemt is het nadeel 3,4 miljoen euro per jaar. Ontwikkeling maatstaven Meerjarig is de ontwikkeling van het aantal inwoners, huishoudens en woonruimten geactualiseerd naar de meest recente groeiverwachtingen. Er vindt een verschuiving plaats van deze groei naar latere jaren. Ook neemt het aantal bijstandsontvangers af en is onze OZB-belastingcapaciteit toegenomen. Naar verwachting zal de migrantenmaatstaf worden bevroren vanaf 2026 waardoor de groei vervalt. De bijstelling bedraagt 4,0 miljoen euro nadelig in 2027, 5,9 miljoen euro nadelig in 2028, 5,7 miljoen euro nadelig in 2029 en 3,1 miljoen euro nadelig in 2030. Een nadere toelichting wordt opgenomen in het raadsvoorstel bij de meicirculaire 2026. De uitname voor huishoudelijke verzorging van ruim 1 miljard vanaf 2029 leidt ook tot een lager accres vanaf 2029. Als tegenhanger hiervan is een stelpost opgenomen van 1,9 miljoen euro vanaf 2029 omdat de al eerder bepaalde verstrekte nominale compensatie (zie ontwikkeling 4) dan ook verlaagd moet worden.
7
Financieel meerjarenbeeld 2027-2030
Bijlage 2 – Voorjaarsbrief 2026
De invoering van de inkomens- en vermogensafhankelijke eigen bijdrage in de WMO wordt een jaar opgeschoven naar 2028. In de meicirculaire wordt ook de korting op de algemene uitkering een jaar opgeschoven. Van de compensatie in 2027 valt 2,3 miljoen euro vrij naar de algemene middelen. 2. BUIG Voor de budgetverdeling 2026 heeft het Rijk het verdeelmodel geactualiseerd. Dit houdt in dat de maatstaven op een recenter peiljaar zijn gebaseerd. Daarnaast zijn de gewichten van de maatstaven opnieuw geschat. Door deze jaarlijkse actualisatie schommelt het budgetaandeel van jaar tot jaar. In de afgelopen jaren is ons aandeel in het landelijk budget geleidelijk toegenomen. Dit jaar pakt de actualisatie nadelig uit. Het budgetaandeel voor 2026 bedraagt 2,57%, terwijl we dit jaar nog konden rekenen op 2,64% van het landelijke budget. Daarnaast is de inschatting van het meerjarig saldo op het budget voor bijstandsuitkeringen geactualiseerd. Per saldo leidt dit tot een nadeel in 618 duizend euro in 2027 oplopend tot 735 duizend euro vanaf 2029. 3. Rente-effecten In 2027 is er een voordelig renteresultaat van bijna 1,4 miljoen. Dit ontstaat door structureel hogere stelposten voor financiering van vooruit ontvangen gelden en het rekeningsaldo over 2025. Dat heeft in 2027 een hoger effect dan de hogere rente op nieuwe langlopende leningen (nu 3,5% was 2,5%).
In latere jaren is er sprake van oplopende nadelen. Daar heeft de hogere rente op nieuwe leningen een sterker (want cumulatief) effect. Daarnaast is het rente-omslagpercentage met 0,10% verhoogd naar 1,70% waardoor er vanaf een 2027 een nadeel ontstaat van 1,16 miljoen euro vanwege hogere kapitaallasten (compensatie aan directiebudgetten). 4. Nominale compensatie De gemeentelijke CAO loopt t/m het eerste kwartaal van 2027. Voor de meerjarige ontwikkeling van lonen en prijzen hebben we ons voor 2027 en 2028 gebaseerd op de maartraming van het CPB. Op basis van de CEP-raming zou de loon- en prijsontwikkeling ook in 2029 en 2030 behoorlijk afnemen. Gezien de geopolitieke ontwikkelingen in het Midden-Oosten lijkt de inflatie echter eerder te stijgen dan te dalen. Voor 2029 en 2030 hebben we daarom onze inschatting niet verlaagd. We gaan daarmee uit van de volgende percentages voor onze loon- en prijsontwikkelingen: Nominale compensatie Ontwikkeling OVA (Jeugdbudget) Gesubsidieerde instelling (o.b.v. T-2)
2027 4,72% 3,97% 2,89%
2028 3,72% 3,72% 3,93%
2029 3,66% 3,66% 4,72%
2030 3,64% 3,64% 3,72%
De voordelige bijstelling van de nominale compensatie is 1,3 miljoen in 2027 en loopt op tot ruim 3,1 miljoen euro vanaf 2030. Hiervan heeft 0,8 miljoen euro betrekking op nacalculatie voorgaande jaren. De bijstelling resulteert uit de ontwikkeling van de indexatiepercentages en door de actualisatie van de budgetten die in aanmerking komen voor compensatie van loon- en prijsontwikkelingen. In de begroting 2026 is een inschatting gemaakt van de verhoging van toeslag onregelmatige dienst (TOD) op basis van de nieuwe CAO. Voor de directie SPOT is deze inschatting geactualiseerd op basis van recentere gegevens. Dit leidt tot een bijstelling van 76 duizend euro vanaf 2027.
8
Financieel meerjarenbeeld 2027-2030
Bijlage 2 – Voorjaarsbrief 2026
5. Belastingen De ontwikkeling van de belastinginkomsten zijn gerelateerd aan de ontwikkeling van de nominale compensatie en leidt tot beperkte mutaties. Door investeringen zoals het datacentrum van Google neemt de OZB-belastingcapaciteit voor niet woningen toe. Dit leidt tot een voordelige bijstelling van 1 miljoen euro in 2027 en 2 miljoen euro vanaf 2028. Daarnaast is de stelpost oninbare logiesbelasting met 95 duizend euro verlaagd vanaf 2027 op basis van ervaringscijfers. 6. Voorziening afkoopsom graven Het afgekochte grafonderhoud loopt via een voorziening, conform voorschriften van het BBV. Jaarlijks vindt er een onttrekking aan de voorziening plaats ter hoogte van het in dat jaar benodigde onderhoudsbedrag. Daarnaast storten we jaarlijks een bedrag bij voor een (nieuw tiende) jaar. De hoogte van deze jaarlijkse bijstorting wordt elk jaar, bij het opstellen van de begroting, geactualiseerd op basis van gedetailleerde overzichten van al het afgekochte onderhoud. De voorziening moet in de jaarrekening van voldoende omvang zijn om de kosten voor de komende tien jaren te kunnen dekken. De verwachte loon- en prijsontwikkeling is opwaarts bijgesteld. Dit betekent een hogere jaarlijkse dotatie aan de voorziening van ongeveer 100 duizend euro per jaar. 7.
Areaalontwikkeling De benodigde budgetten voor het onderhoud aan de openbare ruimte door ontwikkelingen in het areaal is geactualiseerd ten opzichte van de begroting 2026. In 2027 leidt dit tot een nadeel van 25 duizend euro, in 2028 een nadeel van 85 duizend euro en in 2029 en 2030 een nadeel van 90 duizend euro. 8. Dividend Enexis en BNG In 2027 is sprake van een incidenteel voordeel van 1,211 miljoen euro omdat we het verwachte dividend Enexis hebben verwerkt. (Het dividend wordt incidenteel geraamd omdat we in ons weerstandsvermogen rekening hebben gehouden met de opbrengst van een eventuele verkoop). Voor het dividend BNG gaan we uit van verwacht jaarlijks dividend van 850 duizend euro per jaar. Dit is gebaseerd op het halfjaarrapport 2025 van de BNG (2025). Meerjarig hielden we al rekening met een dividend van 840 duizend euro. De bijstelling is daarmee 10 duizend euro per jaar. 9. Leges op reisdocumenten In 2014 is de geldigheidsduur van reisdocumenten verlengd van 5 naar 10 jaar. Hierdoor lopen de inkomsten terug. Een deel van de lagere inkomsten wordt gecompenseerd door lagere personele inzet. In 2029 verwachten we een negatieve bijstelling van 176 duizend euro. Ten opzichte van het basisjaar 2014 verwachten we een lagere afgifte in 2030 van ruim 64% wat resulteert in een inkomstendaling van 1,152 miljoen euro.
Hiertegenover verwachten wij 4,3 FTE minder in te hoeven zetten dat resulteert in 290 duizend euro lagere loonkosten. Per saldo is het nadeel 862 duizend euro in 2030. 10. Terugloop kapitaallasten Dit betreffen specifieke investeringen waarvan de afnemende kapitaallasten terugvallen naar meerjarenbeeld. De impact is beperkt en loopt op tot een voordeel van 29 duizend euro in 2030. 11. Gemeenschappelijke regeling – GGD Groningen Op basis van de conceptbegroting van de GGD Groningen is onze bijdrage meerjarig bijgesteld. De begroting bevat geen nieuwe beleidsvoorstellen. De extra bijdrage in 2027 is 76 duizend euro en wordt vooral veroorzaakt door de actualisatie van loon- en prijsontwikkelingen. Die kostenstijging werkt structureel door. In 2029 is het voordeel 155 duizend euro doordat vorig jaar onze bijstelling van de bijdrage abusievelijk te hoog was verwerkt in de raming.
9
Financieel meerjarenbeeld 2027-2030
Bijlage 2 – Voorjaarsbrief 2026
12. Gemeenschappelijke regeling – Omgevingsdienst Groningen De deelnemersbijdrage is gebaseerd op de te verwachten jaaropdracht per deelnemer rekening houdend met de ondergrens van het regionale beleid. De nadelige bijstelling bedraagt 36 duizend euro in 2027 en 2028, 37 duizend euro in 2029 en 38 duizend euro vanaf 2030. De gewijzigde bijdrage ontstaat vooral door loon- en prijsstijgingen en de verplichte reiskostenregeling voor medewerkers. 13. Gemeenschappelijke regeling –Groninger Archieven Onze bijdrage neemt toe door oplopende kosten en investeringen in de bedrijfsvoering. De meerkosten zijn 357 duizend euro in 2027 en 333 duizend euro vanaf 2028. Bijstelling voor lonen- en prijzen geeft een voordeel van 18 duizend euro in 2027 wat afloopt tot 10 duizend euro vanaf 2030. Per saldo is de bijstelling jaarlijks ruim 300 duizend euro nadelig. 14. Gemeenschappelijke regeling – Veiligheidsregio Groningen Door de ontwikkeling van de Stadshavens moet de locatie aan de Sontweg opnieuw worden gehuisvest. Hiervoor zijn in eerdere begrotingen al middelen gereserveerd. Door toename van de bouwkosten is die reservering niet langer toereikend en onze bijdrage zal daardoor stijgen. De geactualiseerde reeks voor de herhuisvesting Sontweg is nu in het financieel perspectief verwerkt. Naast deze ontwikkelingsopgave neemt ook de compensatie voor loon- en prijscompensatie meerjarig toe.
Per saldo is in 2027 de bijstelling 237 duizend euro voordelig maar dit slaat in latere jaren om tot een nadeel van 930 duizend euro vanaf 2030. 15. Gemeenschappelijke regeling – Noordelijk Belastingkantoor De bijdrage aan het Noordelijk Belastingkantoor wordt jaarlijks geactualiseerd via het meerjarenbeeld. Voor 2027 is deze herzien op basis van de ontwerpbegroting 2027, waarbij rekening is gehouden met loon- en prijsontwikkelingen en mutaties in verdeelsleutels. De bijdrage valt hoger uit dan eerder in de meerjarenraming was voorzien. Dit komt met name door extra dienstverlening voor het innen van naheffingsaanslagen parkeren en de reclamebelasting, en door uitbreiding van het aantal WOZ-taxateurs als gevolg van strengere eisen van de Waarderingskamer en de groei van het aantal woningen in Groningen. Dit leidt tot een aanvullende bijdrage van 156 duizend euro in 2027, 298 duizend euro in 2028, 366 duizend euro in 2029 en 459 duizend euro in 2030. 16. Contributie VNG In de afgelopen jaren is de verplichte contributiestijging fors hoger dan onze reguliere index. Jaar op jaar is dit verschil verder opgelopen. Tot nu toe kon het negatieve resultaat worden vereffend met een onderuitputting op andere onderdelen.
Echter, de afgelopen twee jaar zijn de lidmaatschapskosten ruim 40% gestegen en zijn andere budgetten volledig benut of in de reële begroting opgenomen, waardoor een substantieel tekort is ontstaan van 377 duizend euro. 17. Wagenparkverzekering premieverhoging De WA-verzekering voor voertuigen is een verplichte verzekering. In 2025 is het schadepercentage fors opgelopen. Voornaamste oorzaak zijn letselschades aan fietsers/voetgangers. In 2025 is gestart met een preventietraject. Tot nu toe heeft dit niet het gewenste effect. Komend jaar wordt dit traject geïntensiveerd. De verzekeringsmogelijkheden voor wagenparken zijn momenteel beperkt. Door het slechte schadeverloop is er slechts één verzekeraar bereid om het contract over te nemen. Dit resulteert daardoor in een stijging van de premies vanaf 2026 met 228 duizend euro. 18. Wet werkhervatting gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid (WGA) Per 1 januari 2008 heeft de gemeente Groningen ervoor gekozen om eigenrisicodrager te worden voor de wet werkhervatting Gedeeltelijk Arbeidsgeschikten. Dit houdt in dat de gemeente geen premie WGA aan het UWV betaalt maar zelf verantwoordelijk is voor de WGA- uitkeringen en de daarbij behorende re-integratie voor een periode van maximaal 10 jaar. In de afgelopen jaren zijn bij het UWV achterstanden ontstaan in de afhandeltijd voor de WIA-uitkeringsaanvragen.
Mede door het versneld inlopen van de achterstanden WIA-keuringen bij het UWV, is het aantal toekenningen van WGA-uitkeringen per 2025 verder gestegen.
10
Financieel meerjarenbeeld 2027-2030
Bijlage 2 – Voorjaarsbrief 2026
Daarnaast loopt het langdurig verzuim al enkele jaren op, waardoor instroom in de WGA toeneemt. Tevens leiden hogere loonkosten ook tot hogere premies. Het nadeel bedraagt 485 duizend euro vanaf 2027. Ook met deze nadelige bijstelling is het zijn van eigenrisicodrager gunstiger dan premieafdracht aan het UWV. 19. Vergoeding raadsleden In de afgelopen jaren zijn vergoedingen voor raadsleden sterker gestegen dan de jaarlijkse indexatie. Dit tekort (110 duizend euro) wordt niet veroorzaakt door een toename van het aantal raadsleden of extra activiteiten, maar enkel door de samenloop van relatief hoge landelijke stijgingen van de vergoedingen enerzijds en een beperkt meebewegend gemeentelijk budget anderzijds. 20. Rekenkamer: uitbreiding en aanpassing vergoeding Er is door uw raad besloten (378012-2025) om het aantal leden van de Rekenkamer uit te breiden van drie naar vier leden. Daarnaast is er besloten om de vergoeding van de voorzitter en de leden van de Rekenkamer te verhogen. Het besluit geeft als dekking van deze kosten (28 duizend euro vanaf 2027) dit te betrekken in het financieel meerjarenbeeld voor de begrotingscyclus 2027. 21. BTW op riolering en afvalstoffenheffing Dit wordt op een later moment bepaald en verwerkt in de actualisatie van het financieel perspectief in de begroting 2027-2030.
11