CConstaterende datGroningen
Koppel je AI →
Document · PDF

16-02-2022 verslag politiek vragenuur 15.30 uur - Stadskerk.pdf

Politiek Vragenuur 16 februari 2022, gemeente Groningen7.740 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

POLITIEK VRAGENUUR VAN WOENSDAG 16 FEBRUARI 2022 15.30 UUR Voorzitter: R. van Niejenhuis (PvdA) Namens de raad: N. Nieuwenhuijsen (GroenLinks), C. Nieuwenhout (GroenLinks), T. Rustebiel (D66), J. Dijk (SP), G. de Vries (VVD), K. de Wrede (PvdD), J. de Haan (CDA), Y. Menger (100%Groningen+Stadspartij), R. Staijen (Stadspartij+100%Groningen) Namens het college: B. Benjamins (wethouder), R. van der Schaaf (wethouder), I. Jongman (wethouder), C. Bloemhoff (wethouder) Namens de griffie: P. Kommerij

Politiek vragenuur en mededelingen college 00:00:22

Voorzitter: Ik krijg signalen van de techniek dat de uitzending nu weer gestart is. Ik zou de griffie willen vragen om ook de pers weer binnen te laten. Dat gebeurt nu. Welkom allemaal weer. Gaan we nu verder met het openbare gedeelte van de vergadering. Ik wil eerst dubbelchecken bij de aanwezige collegeleden of er nog mededelingen zijn vanuit het college? Dat is niet het geval. Ik krijg wel het signaal dat er straks nog een mededeling van wethouder Bloemhof komt. Die is nu nog niet aanwezig, dus dat doen wij straks als zij binnen is of aan het einde van de vragen. Dan gaan we nu naar de vragen van de raad. Ik zou daarvoor eerst de Partij voor de Dieren het woord willen geven, met vragen over de Suikerzijde. 00:01:23

mevrouw De Wrede: Dank u wel Voorzitter. Iedereen heeft de vragen wel kunnen lezen, dus ik zal ze niet herhalen. Ik wil alleen een algemene opmerking maken voordat de Voorzitter denkt: hoelang gaat dit duren? Dit duurt echt niet lang, ook al denkt u misschien dat dat wel zo is. Maar ik was gisteren op een begrafenis. Dat was van een oom van tweeënnegentig jaar. Zijn kinderen vertelden wat dingen en zijn oudste, ook al niet meer zo jong want in die tijd kreeg je de kinderen op jonge leeftijd, vertelde hoe zijn vader was opgegroeid in Friesland, dat nog leek op het Friesland zoals dat duizend jaar daarvoor had bestaan. Voordat de Friese Meren bijvoorbeeld in een soort pretparkachtige dingen waren veranderd. Ik vond het mooi. Ik vond het mooi gezegd. Het duidt ook heel duidelijk hoe de wereld om ons heen is veranderd natuurlijk. Hoe extreem de wereld om ons heen is veranderd in de afgelopen, pak hem beet, honderd, honderdvijftig jaar. Dat heeft niet alleen invloed op de leefwereld van mensen, maar dat heeft in heel veel gevallen helaas ook invloed op de leefwereld van de niet menselijke dieren om ons heen. Een tijdje geleden is er een boek uitgekomen en de titel daarvan is: 'The land lies ill.' Dat drukt denk ik heel mooi uit hoe het gaat met de fysieke wereld om ons heen.

Eén van die stukjes land die nog een beetje die kwaliteiten van de afgelopen paar honderd jaar nog heeft in ecologisch opzicht, waar de kruiden en de bloemetjes bloeien, waar insecten zoemen, de haasjes haasje-over spelen, en de grutto's en kieviten over elkaar heen buitelen, is De Oude Held, hier vlakbij. Natuurlijk weet niet iedereen hoe bijzonder dat is. Dat was niet algemeen bekend voordat de gemeente besloot om dit stuk grond aan te wijzen als compensatiegebied voor de Suikerzijde. Natuur met natuur compenseren vinden wij niet zo'n goed idee. In dit geval vinden wij dat helemaal geen goed idee. Vandaar dat wij dit keer op keer aan de orde 1

stellen, omdat de Partij voor de Dieren van mening is, dat we dit echt niet moeten doen. Met ons gelukkig ook heel veel andere partijen en ook de partijen met wie wij nu deze vragen indienen. Dat zijn natuurlijk in de eerste plaats GroenLinks en D66, maar het zijn ook de andere partijen die deze vraag mede-indienen: de Partij van de Arbeid, wie was dat nog meer? Er zijn nog meer partijen? 00:04:27

Voorzitter: Stadspartij, en Student en Stad zijn er ook bij. 00:04:31

mevrouw De Wrede: SP. Dank u wel. 00:04:33

Voorzitter: Dank voor deze introductie. Zullen wij overgaan naar de beantwoording van de vijf vragen? 00:04:36

mevrouw De Wrede: Ik geloof dat mijn mede-indieners misschien ook nog iets wilden zeggen, maar ik wil het hierbij laten inderdaad. 00:04:43

Voorzitter: Dank u wel. Zijn er mede-indieners die hier nog het woord over willen voeren, mevrouw Nieuwenhout? 00:04:52

mevrouw Nieuwenhout: Heel kort. Knokken voor wat kwetsbaar is. Dat bent u van GroenLinks gewend en hopelijk ook van de andere partijen en de wethouder. We zijn erg benieuwd wat de wethouder allemaal doet om te knokken voor wat kwetsbaar is, in dit geval voor de weidevogels en voor het natuurbeheer bij De Oude Held. We zijn erg benieuwd naar de antwoorden. 00:05:11

Voorzitter: De heer Staijen van de Stadspartij. 00:05:13

de heer Staijen: Nog korter, ook 100% Groningen wordt geacht dit te hebben ingediend. 00:05:19

Voorzitter: Waarvan akte. Goed, dan geef ik nu het woord aan het college wethouder Van der Schaaf. 00:05:24

de heer Van der Schaaf: Dank u wel, Voorzitter. Ik zal proberen de vraag te beantwoorden, en ook een paar andere dingen te zeggen. Ik doe dit nadrukkelijk mede namens het hele college, zeg ik daarbij. Maar ook extra namens mijn collega die naast mij zit, wethouder Jongman. We trekken gezamenlijk op in dit onderwerp. We voeren ook alle overleggen die met thema Suikerzijde en natuurcompensatie te maken hebben, gezamenlijk. Om met de laatste vragen te beginnen: wat is de inzet van het college? Die is heel helder. Het is namelijk dat wij een toezegging hebben gedaan bij de vaststelling van het bestemmingsplan Suikerzijde en alle stukken die wij vorig jaar hebben gedaan. Dat wij samen in overleg met zowel provincie als met natuurorganisaties willen kijken hoe wij de compensatieplannen zoals die er op dat moment lagen, en die op dat moment nog niet van een provinciale 2

ontheffing waren voorzien. Die waren nog in concept. Hoe wij die zodanig goed kunnen verbeteren in gezamenlijkheid, dat inderdaad ook bijvoorbeeld de impact op De Oude Held zo klein mogelijk is. Hoe kunnen we zoveel mogelijk doen, om zo weinig mogelijk dieren, maar ook mensen die zich daar betrokken maken, tevreden te maken. Dus we zullen er alles aan doen, in overleg, om plannen beter te maken. Wat goede plannen zijn, daar zijn we het wel over eens. Dat is wij als gemeente Groningen, maar dat geldt ook voor de provincie en ook de natuurorganisaties. Wij hebben alle drie hetzelfde belang, namelijk de natuurcompensatie op zo'n manier te laten functioneren dat die zo weinig mogelijk vertraging en dus ook zo weinig mogelijk aantasting van bestaande waarden heeft. Dus wij vinden elkaar in wat we willen. Maar er zit nog weleens verschil van mening over wat dan de beste weg is. Maar vooral ook, denk ik te benadrukken, wat kan en wat niet kan. Nog een paar opmerkingen aanvullend vooraf. De natuurwetgeving is een kader waarin wij en iedereen die met dit vraagstuk bezig is, zich simpelweg aan heeft te houden. Het vereist van ons dat we robuuste en controleerbare natuurcompensatie realiseren.

Als gemeente Groningen in onze aanvraag en ook de provincie Groningen als uiteindelijk de beslissende partij die een ontheffing moet verlenen, niet wij als gemeente maar de provincie, heeft zich bediend van allerlei deskundigen, externe deskundigen ook. Daar hebben we in het begin en ook nu nog doen we dat nog steeds uitermate zorgvuldig. Ik zeg daar ook bij, en dan kom ik op het punt van het gemeenschappelijk belang, dat als er een andere of eenvoudigere oplossing is voor datgene wat wij voorgesteld is, zodra we die vinden, of als die was geweest, dan gaan we er ook gelijk voor. Ook wij hechten aan die waarden die door u zijn benoemd. Dus als af en toe het beeld naar voren komt bijvoorbeeld in media of uit uitingen dat wij bepaalde oplossingen niet zouden willen, nee het is vaak wij dat wij denken, of uiteindelijk de provincie die een beoordelende rol heeft, denkt dat het niet kan. Het is een complexe opgave maar daar blijven we mee doorgaan en we proberen daar een oplossing in te vinden. We blijven daar ook en zijn dat ook sinds juni permanent in gesprek met de natuurorganisaties, samen met provincie. Alle ideeën en suggesties, dus ook alle zaken waar u naar vraagt, worden serieus genomen en worden beoordeeld. Niet alleen door onszelf maar ook de anderen en we gaan op een open manier in gesprek.

Wethouder Jongman en ik hebben intussen sinds juni al zeven keer een bestuurlijk overleg gehad met natuurorganisaties en de provincie. Er zijn diverse ambtelijke en deskundigen overleggen geweest en dat zetten we ook voort. Ondanks dat we het niet altijd eens zijn, kan ik wel zeggen dat die constructief zijn en zeker ook inhoudelijk. Dan even naar de vragen concreet. Uw eerste vraag gaat over de angst dat de procedures, maar ook de manier waarop wij de compensatie hebben ingericht, tot vertraging gaat leiden. En ook: wat is er al verloren gegaan? Heel belangrijk daarbij om te zeggen is dat de ontwikkeling van deelgebied Noord, want daar hebben we het over van Suikerzijde, dat die gefaseerd plaatsvindt. De werkzaamheden die voorlopig zijn stilgelegd, hebben alleen maar betrekking op het bouwrijp maken en voorbereiding daarvan moet ik zeggen, van het noordoostelijk deel. Want het totale Noordelijke deel van Suikerzijde is maar liefst zevenenvijftig hectare groot en dat gaan we ook zeker niet in één keer tot ontwikkeling brengen. Die fasering van die werkzaamheden met daarbij behorende natuurcompensatie is ook helemaal in de ontheffingsaanvraag in de planning meegenomen. Concreet, de vragenstellers hebben het over de natuurcompensatie in De Held. Mocht dit doorgaan dan zijn ook volgens de oorspronkelijke planning de eerste werkzaamheden pas gepland aan het eind van dit jaar. 3

Niet eerder en ze zijn ook nog niet meer vertraagd dan door de procedure. Wat wel zo is, is dat door de uitspraak van de voorzieningenrechter, we het begin van die werkzaamheden die ik net noemde aan de noordoostkant niet hebben kunnen maken. Als het aan ons ligt willen we na de zomer van 2022 daar weer mee verder gaan. Dat op zo'n manier doen dat de uiteindelijke realisatie van de eerste woningen niet of nauwelijks daardoor vertraagt. Dus op dit moment zeggen: hoeveel vertraging is er uiteindelijk in het doel van realisatie van huizen? Kunnen we op dit moment zeggen: op dit moment is die nog niet dramatisch? Sterker nog, wij denken dat we die vertraging grotendeels kunnen inlopen. Maar wat ik al zei, dat hangt af van de procedures en daar blijven we ook over in gesprek met natuurorganisaties. Dan de tweede vraag, die gaat over de alternatieve voorstellen die er zijn van de natuurorganisaties. Ik zeg daarover direct het volgende: ik denk dat het te voert dat ik nu helemaal in detail inga op alle voorstellen en de voor- en nadelen die daaraan kleven. Dus ik zeg ik u sowieso toe, maar dat is onderdeel van een andere toezegging die ik aan het eind nog ga herhalen, om met name op dit punt nog wat uitgebreider via een dagmail te beantwoorden wat daar eigenlijk allemaal speelt. Zodat we volledig in alle openheid argumenten daarvoor en daartegen met elkaar delen.

Punt is wel dat een oplossing voor natuurcompensatie, die moet ecologisch functioneren. Dat betekent dat voor de Wet natuurbescherming er gegarandeerd moet worden dat er voldoende robuust en toekomstbestendig compensatiegebied voor de beschermde diersoorten beschikbaar is. We hebben allerlei randvoorwaarden meegekregen, die door externe deskundigen zijn opgesteld. Die gaan dan over de maximale vliegafstand van vleermuizenkolonies, minimale afmetingen van waterdieptes, robuustheid van compensatiegebied et cetera et cetera. We hebben ook al een eerste compensatiegebied aangelegd. Dat is allereerste die we daadwerkelijk gerealiseerd hebben in het project Suikerzijde aan de zuidzijde van het spoor, waar ooit een woonwijk was gepland trouwens, daar hebben we een compensatiegebied aangelegd en dat functioneert ook al. Alleen dat is dus niet voldoende compensatie voor het hele plan. Er is een suggestie van de natuurorganisaties, die ook in uw vragen rondom het tweede deel van de compensatieopgave, in verschillende kleine, losse gebieden op te knippen, zodat de polder De Oude Held niet gebruikt zou moeten worden.

We hebben op dit moment en dat is nog steeds gaande zeg ik nadrukkelijk, we kijken overal naar, moeten we wel tot de conclusie komen dat die oplossingen die zij hebben aangedragen tot nu toe en dan heb ik het niet eens zozeer over het oordeel van onze deskundigen, maar over het oordeel van de provincie die dat in haar ontheffingsaanvraag moet wegen, dat die gewoon simpelweg tot nu toe niet voldoen aan de randvoorwaarden zoals die zijn opgesteld. Dus ook geen garantie gegeven voor dat ze functioneel zijn en simpelweg niet aan de Wet natuurbescherming voldoen. Dus dat er wat er nu ligt, is simpelweg nog niet om een vreselijk woord te gebruiken onthefbaar voor de provincie is. Daar kunnen ze op dit moment geen toestemming voor geven. Dus de vraag van: doe dit op deze manier, kunnen we simpelweg niet uitvoeren. Het is aan de provincie om daar iets van te vinden en we zijn juist met elkaar in gesprek, om dat voor elkaar te krijgen. Dat is op dit moment niet gelukt. Vraag drie, want die gesprekken gaan nog steeds door. Vraagt u ook: bent u aan het kijken of er nog oplossingen zijn binnen het bestemmingsplan Suikerzijde? Dat klopt. Binnen de bestemming groen is wellicht ruimte te vinden voor een binnenplanse compensatie. Dat is wel bescheiden. Het is niet zo dat daar in één keer hele hectares beschikbaar komen. Maar het zou kunnen.

Daar moet nog best wel wat gebeuren, als dat zou kunnen. Dan moeten er 4

ook waterdieptes et cetera worden aangepast. Dus het is een flinke operatie. We onderzoeken de mogelijkheden, waarbij we natuurlijk ook moeten kijken van: het moet nog wel een park blijven. Er zijn ook andere functies met dat park. Maar wij onderzoeken de mogelijkheden nu. Dat zou kunnen betekenen dat in ieder geval een deel van een compensatie wellicht, zeg ik met alle voorzichtigheid, minder zou kunnen. Maar het idee dat er op dit moment een serieus alternatief op tafel ligt, waarmee we de compensatie van de Jan van Zwedenlaan niet meer nodig zouden hebben, dat is op dit moment niet aan de orde. Dat is niet omdat wij niet willen, maar simpelweg omdat het plan er nog niet is. Wat niet wegneemt blijf ik herhalen dat we met elkaar constructief in overleg blijven om dat voor elkaar te krijgen. Vraag vier: kunt toelichten hoe de gesprekken die gevoerd worden met de natuurorganisaties op dit moment verlopen? Wat ik al zei: inhoudelijk soms op het scherpst van de snede, maar dat hoort ook zo. Over het algemeen positief in de zin dat wij er echt alles aan doen om elkaars inbreng serieus te nemen. Maar op dit moment hebben die nog niet tot voorstellen geleid die de aanleg van de tweede compensatiegebied qua oordeel van de provincie kunnen vermijden. Dan vraag: vijf: wat is de procedure de komende tijd? Ik denk dat dat wel belangrijk is.

U vraagt ook: is het college bereid om de gesprekken met de natuurorganisaties over alternatieven voor De Oude Held door te zetten? Ook als GS wel een ontheffing verlenen voor vleermuiscompensatie op De Oude Held. Daar kan ik kort over zijn. De provincie Groningen heeft die ontheffing al verleend. Deze is in afwachting van een provinciaal besluit op bezwaar geschorst. Mocht nu het besluit op bezwaar opnieuw zijn, dat die ontheffing dus stand blijft, dan kunnen wij dus verder met de werkzaamheden. Wat ik zei: dat zijn vooralsnog geen onomkeerbare werkzaamheden als het gaat om de polder De Held. Dat zijn alleen maar werkzaamheden aan de noordoostelijke deel van het gebied. Uiteraard blijven wij ook dan in gesprek met natuurorganisaties. Het is niet zo dat het moment dat wij die uitspraak binnen hebben, dat we dan zeggen: de groeten, om zo maar te zeggen, en we gaan verder. We blijven in gesprek en dat hebben we tot nu toe ook steeds gedaan. Want ook toen wij die ontheffing in eerste instantie hebben gekregen, zijn wij in gesprek gebleven en dat blijven we ook. Dat tweesporenbeleid dat blijven we voeren. We blijven op zoek naar een oplossing die op meer draagvlak kan rekenen, ook bij natuurorganisaties. Dus dat concreet op uw antwoorden. Samengevat denk ik op uw vragen: wij blijven in gesprek, we nemen alle alternatieven serieus. Die moeten voldoen aan de Wet natuurbescherming.

Dat is aan het oordeel van de provincie. Wij denken daarin mee. Twee: de gesprekken stoppen niet na een uitspraak van de commissie rechtsbescherming. Dat doet er niks aan af. Wij blijven daarover met hen in overleg. Dat weten ze ook, dat hebben wij ze ook verteld en dat zeg ik hier nog eens publiekelijk nog een keer. Het derde is, want ik proef ook bij u in uw vragen een duidelijke behoefte om gedetailleerder en beter geïnformeerd te worden ook door ons over alle dingen die wij wisselen in die gesprekken met provincie en natuurorganisaties. Ik zeg u toe dat er een uitgebreidere toelichting komt, met name op die tweede vraag en dat we u met de regelmaat van twee, drie weken op de hoogte houden van de voortgang van de gesprekken en ontwikkelingen. Dan bent u altijd in staat om elk moment ons aan de jas te trekken, als u vindt dat zaken anders zouden moeten of u meer toelichting nodig heeft. Tot zover.

5

00:16:32

Voorzitter: Ik zag mevrouw De Wrede driftig meeschrijven. U heeft ook nog een vraag naar aanleiding van de beantwoording zie ik. Gaat uw gang. 00:16:46

mevrouw De Wrede: Dank u wel, ik heb inderdaad nog een vraag. Volgens mij had mevrouw De Vries van de VVD nog een extra vraag over dit onderwerp. Ik vind het prima als zij die eerst stelt. 00:16:58

Voorzitter: Gaat uw gang. 00:17:00

mevrouw De Vries: Dank u wel. Had er ook wel na gemogen hoor. Maar het zijn nog twee vragen. De wethouder gaf aan dat er nu nog niet echt vertraging voorzien wordt. Is dat hetzelfde als de procedures doorgaan? Als er straks een uitspraak is en ik weet niet of daar nog beroepsmogelijkheden zijn, maar is er wel een mogelijkheid dat er vertraging ontstaat? En hoe groot acht de wethouder die kans? Zijn er ook mogelijkheden om de plannen wat uit elkaar te trekken, als het gaat om de natuurcompensaties? Bijvoorbeeld in het noordoostelijk deel lijkt het ook vrij bestraat allemaal. In hoeverre heeft dan die natuurcompensatie daar ook direct effect op? Of zou je daar sowieso al mee kunnen beginnen? Zijn er nog manieren om dat los te trekken? 00:17:46

Voorzitter: Zullen we die eerst laten beantwoorden door het college? 00:17:51

de heer Van der Schaaf: Dit is wel een beetje een juridische vraag. Kijk, onze stelling was ook, maar ik moet nu oppassen dat ik hem niet net anders formuleer dan onze juristen, maar onze stelling was ook dat ongeacht wat er in De Oude Held wel of niet gebeurt, de ontwikkeling in Noordoost, die werkzaamheden sowieso door kunnen gaan. Dus het opknippen wat u suggereert zit al in onze plannen. Wij hebben al een gefaseerde uitvoering, dat zit er al in. We hebben met opzet niet dat hele pakket in een keer gepresenteerd. Maar alleen als het noodzakelijk is wel. Soms is het namelijk zo dat je bijvoorbeeld voor werkzaamheden alleen al door gebieden heen komt waar natuurwaarden zijn, ook al ga je er niet bouwen, je komt er wel aan. Dan heb je wel een ontheffingsaanvraag nodig. Dus we hebben daar al maximaal naar gekeken. Uw eerste vraag: verwacht u vertraging? Ja, dat is echt afhankelijk van uitspraken. Er kunnen allerlei redenen voor vertraging zijn. Maar wanneer wij weer verder kunnen met de werkzaamheden aan de noordoostkant, dan is in ieder geval voor dat deel de vertraging voorlopig weer opgeheven. Wat in ieder geval niet zo is, als u dat bedoelt, is dat de oplossing die de natuurorganisaties nu aandragen, stel dat die ecologisch zou kunnen, dat het dan per se betekent dat het sneller gaat. Dat is zeker niet gezegd. I 00:19:12

Voorzitter: Ik geloof dat dat voldoende is voor nu. Mevrouw De Wrede nog kort tweede termijn? 00:19:20

mevrouw De Wrede: Nou, ik wil helemaal geen korte tweede termijn. 6

00:19:23

Voorzitter: Val ik u toch in de rede, want u heeft namelijk nog een hele serie vragen gesteld. Dat zijn er maar liefst acht. Daarna hebben we nog een aantal vragen. 00:19:31

mevrouw De Wrede: Ik zal het kort houden Voorzitter, u heeft gelijk. Waar ik een beetje mee zit is het volgende. In de eerste plaats dank voor de antwoorden van de wethouder. Dank ook voor zijn aanbod ons beter te informeren, want dat zal ook veel onrust wegnemen denk ik. Het is denk ik wel bekend dat de ontheffing van de provincie een beetje later kwam dan gepland en dat daar ook nogal het een en ander is aangehangen: het creëren van een extra weidevogelgebied om De Oude Held te compenseren. Niet zoals de gemeente dat in eerste instantie in gedachten had, maar ook omdat flink uit te breiden en daar een flink eisenpakket aan te hangen voordat het daadwerkelijk gebruikt kan worden, om die ontheffing te consumeren. Met andere woorden die provincie was helemaal niet zo tuk, dat kunnen we denk ik best wel zo stellen, om die ontheffing te verlenen. Dat is natuurlijk ook niet zo gek, want die steekt veel geld in weidevogels subsidies en dit is het beste gebied dat we in Groningen hebben. Hoe kan het dan dat de provincie niet zo heel erg open lijkt voor wat de natuurorganisaties nu voorstellen? Want ik kan me zo voorstellen dat die belangen van degene die de Wet natuurbescherming moet praktiseren en de gezamenlijke natuurorganisaties, de Suikeralliantie, dat die belangen toch wel een beetje op één lijn moeten liggen. 00:21:15

Voorzitter: Ik krijg een beetje het gevoel dat de vraag die u stelt aan de provincie zou moeten worden gesteld, maar ik ga toch kijken naar het college of zij daar een antwoord op geven. 00:21:22

de heer Van der Schaaf: U stelt meer vragen tegelijk. Ik ben het niet met u eens dat de provincie niet open zou staan voor de alternatieven van natuurorganisaties. Die staan er net zo open voor als wij, namelijk 100 procent open. Alleen de vraag is en dat is juist ook de taak van de provincie, is te toetsen aan de Wet natuurcompensatie. Dat heeft niks met openheid te maken of met politieke bereidheid. Dat heeft te maken met het feit dat er een wet is, en daar moet je je aan houden. De provincie toetst of de voorstellen die wij doen en die we met hun afstemmen voldoen aan die wetgeving. En die schrijft dan ook voor hoeveel compensatie nodig is en aan welke voorwaarden moet worden voldaan. Ik geloof eerlijk gezegd niet dat er op dit punt een belangentegenstelling is tussen provincie en gemeente, en ook niet tussen gemeente, natuurorganisaties en de provincie. We hebben allemaal dezelfde belangen. Wij hebben de natuur allemaal heel hoog. We willen ervoor zorgen dat die natuur zo goed mogelijk, ook bij stedelijke ontwikkelingen, een plek krijgt. Als uitgangspunt zelfs wordt genomen als randvoorwaarde. Maar we hebben alle drie ook het belang bij dat aan de natuurcompensatie wetgeving voldoet, want als het daar niet aan voldoet, is het niet onthefbaar en dan gaat het niet door. Dus ik zie die belangentegenstellingen niet. 00:22:42

Voorzitter: Goed, ik stel voor om het hierbij laten, gezien de tijd en de zestien andere vragen die nog voor ons liggen. Dat stuit niet op verzet. Dan gaan we dat doen. Dan zou ik bij u 7

willen blijven, mevrouw De Wrede want u heeft vragen gesteld over een heftige gebeurtenis in Woltersum. Mag ik u daarover het woord geven? 00:23:02

mevrouw De Wrede: Ja, dat mag zeker. Dank u wel. Wij hebben in de afgelopen jaren verschillende keren vragen gesteld over de vergunning voor deze stal. Je kunt bijna niet meer van stallen spreken natuurlijk, want dat klinkt zo gezellig landelijk, ruraal. Het zijn enorme waanzinnige ondernemingen. Daar zijn nog duizenden dieren extra bijgekomen in de afgelopen jaren. We hebben ook verschillende keren aangestipt dat vogelgriep een heel groot risico is. Nu is die vogelgriep uitgebroken in onze gemeente. Ik weet niet of iedereen dat weet, maar de vogelgriep is maar een kwinkslag verwijderd om overdraagbaar te worden op mensen. Zodat die straks van mens op mens overdraagbaar is. Je leest het steeds vaker in de kranten dat virologen sidderen bij wat er op dit moment aan de hand is in de natuur. Want het is sinds een aantal jaren dat zo nu en dan de vogelgriep uitbreekt op een bedrijf. De vogelgriep was in principe een soort seizoensgriep. Een keer in het jaar vielen er weer eens wat vogels uit de lucht, bij wijze van spreken. Op dit moment is die vogelgriep al een jaar endemisch en dat betekent dus dat hij niet meer weggaat. Dat hij continu onder ons blijft. Er is ook niet meer sprake van de zogenaamde laag pathogene variant, maar er het is de hoog pathogene variant. Dat betekent een virus dat veel gevaarlijker is, veel dodelijker en ook voor mensen potentieel veel gevaarlijker is.

Bovendien een virus dat is ontstaan in pluimveehouderijen. Dat is natuurlijk niet zo gek, want al die kippen in zo'n stal zijn allemaal genetisch identiek. Ze zijn allemaal lichamelijk ontzettend zwak. Dat virus, dat raast daar met zoveel gemak doorheen, dat het onderweg meer dan voldoende energie en mogelijkheden heeft. Om eens even lekker te gaan muteren. Want dat vindt het ook heel fijn. Het is een tikkende tijdbom, die pluim vee-industrie. Het wordt tijd dat daar we daarover op de trom gaan slaan en ons dat allemaal realiseren. Dat geeft mij ook bijzonder verdriet dat in de afgelopen periode er alleen aandacht is voor de getroffen ondernemers, die natuurlijk ook gevangenzitten in een systeem, dat begrijp ik allemaal wel. Maar die drieënvijftigduizend kippen op Woltersum die gelijk zijn vernietigd, dat is natuurlijk tragisch. Ook het lot van al onze wilde vogels, waarvan we er steeds minder hebben en die in steeds grotere getale ook ziek worden door onze vraatzucht en onze zucht naar winst, en daarmee compleet de biologische systemen verzieken. Niet alleen in schuren, maar ook daarbuiten. Dat is echt heel erg ernstig, dat wil ik benadrukken. De vragen die kan iedereen lezen. Ik heb ze zelf voor me. Ik ben benieuwd naar de antwoorden van de wethouder. 00:26:02

Voorzitter: Dank u wel voor deze inleiding. Ik kijk naar de heer De Haan van het CDA. 00:26:07

de heer De Haan: Voorzitter, ik wil toch blijven bij die ondernemers en bij dit gezinsbedrijf van de familie Lalkens. Er is een situatie waarbij inderdaad 53000 kippen zijn geruimd. Dat is natuurlijk verschrikkelijk en juist ook voor die familie. Dus ik ben eigenlijk wel heel erg verbaasd en ik vind het ook wel een beetje verdrietig. Het is prima dat de Partij van de Dieren dit vindt, het is prima dat ze het opschrijven in het verkiezingsprogramma. Maar om dan, terwijl de familie daar thuis in tranen zit, het hele dorp, heel Woltersum gaat achter de familie staan. Er worden allemaal kaartjes geschreven en dan komt u nu aan met als kers op de taart van: laten we al die pluimveehouderijen dan meteen ook maar gaan sluiten. Kunt u 8

zich voorstellen dat dat nog een extra tik juist voor zo'n familie is? Om juist in deze week nog extra uw politieke punt te willen maken. Het is prima dat u dat in uw verkiezingsprogramma schrijft, het is prima dat u dat vindt. Maar ik vind het wel heel bot en een beetje onsympathiek om daar nu mee te komen. Vindt u niet? 00:27:03

Voorzitter: Korte reactie. 00:27:04

mevrouw De Wrede: Nee, dat vind ik helemaal niet. Ik zou het punt nog veel sterker willen maken. Natuurlijk is het sneu voor deze mensen. Zoals ik al zeg: je bent boer, je ouders zijn vaak boer of je zit in een bepaalde gemeenschap waardoor dat normaal is om te doen. Tegelijkertijd moeten we ons realiseren dat de pluimveehouderij een tikkende tijdbom is. Dat is waanzinnig risicovol, niet alleen voor onze mensen, maar ook voor alle dieren om ons heen. 00:27:28

Voorzitter: Ik denk dat dat punt zojuist... 00:27:30

mevrouw De Wrede: Wij nu hebben is ontstaan in de pluimveehouderij. Daar ligt de schuld en daar moet iets aan veranderen. 00:27:36

Voorzitter: Mevrouw de Wrede, ik denk dat dit punt goed aan de orde is gekomen in uw inleiding. We gaan naar het college voor de beantwoording van de acht vragen die u hierover gesteld heeft. Ik denk dat ik naar wethouder Jongman mag kijken. 00:27:48

mevrouw Jongman: Dank u wel Voorzitter. Voorzitter, allereerst is het verdrietig voor de dieren en ook triest. Maar het is ook een onvoorstelbaar verdrietige situatie voor de betreffende pluimveehouder. Via deze weg wil het college dan ook uitspreken zeer met hem mee te leven. Het is ook hartverwarmend om te zien hoe de inwoners van Woltersum ook een actie zijn gestart, om deze familie te steunen. Het is een mooi gebaar en een mooi goed dat je in barre tijden ook op steun van je omgeving kunt rekenen. Dat gezegd hebbende kijk ik naar de vragen. Het gaat hier waarschijnlijk om een hoog pathogene variant. Dat vraagt ook om een set van maatregelen om de risico's op vogelgriep te minimaliseren of het er idealiter in zijn geheel te voorkomen. Op landelijk niveau, want we hebben er ook echt landelijke maatregelen voor nodig, zijn er sinds 26 oktober 2021 al maatregelen van kracht tegen vogelgriep. Het gaat dan om een ophokplicht en extra regels voor vervoer. Ik kan niet alle regels benoemen, want ze staan allemaal keurig op de website van de Rijksoverheid, die daar ook ingrijpt. Via onze eigen communicatiekanalen roepen we inwoners ook op om melding te maken van dode vogels in de omgeving en voorzien wij hen ook van informatie hoe dit te doen. Wat ik net al even aanstipte, bij de uitbraak van vogelgriep wordt een vast stramien doorlopen.

Waarbij de belangrijkste twee zijn: dat de locatie door de NVWA wordt geruimd. Wat dus een triest gevolg heeft voor de dieren, en ook dat de minister van LNV een gebiedsregeling stelt om daarmee verspreiding te voorkomen. Dat gaat ook om zoveel kilometer rondom de zone van het besmette bedrijf geen ander pluimvee, er wordt bemonsterd op vogelgriep als je drie kilometer eromheen zit. Het vervoersverbod geldt voor 9

tien kilometer zone rondom deze bedrijven. Aanvullende regels voor jacht. Je mag dus niet meer jagen op eenden of jagen in gebieden waar dat watervogels kan verstoren. En we vertrouwen er dan ook op dat de keuze om hier een tien kilometer aan te houden, weloverwogen is. We zien geen reden om hier met andere partijen over in gesprek te treden. Ook wordt er een traceringsonderzoek gedaan naar risicovolle contacten. En ook, indien nodig, naar aanleiding van die uitkomsten weer worden ook eventueel weer aanvullende maatregelen genomen. De GGD is heel actief betrokken ook om de fysieke en mentale gezondheid van de familie en de medewerkers te monitoren en ook in overleg met de NVWA en de eigenaar van het bedrijf maatregelen te nemen, om te voorkomen dat de eigenaar, diens gezinsleden en werknemers betrokken bij de ruiming ook ziek worden. Maar er zijn geen aanwijzingen op dit moment, dat andere personen of het bedrijf zelf of betrokkenen bij het bedrijf risico lopen om ziek te worden. Voorzitter, als tot slot het voorstel om vergelijkbaar als bij de geitenhouderijen een voorbereidingsbesluit te nemen voor pluimveehouderijen, wil ik het volgende benoemen: in de nota dieren is de ambitie opgenomen dat we vestiging en uitbreiding van megastallen binnen de gemeentegrenzen willen voorkomen.

Bovendien is er in de provinciale omgevingsvergunning al een verbod opgenomen op het vestigen en uitbreiden van intensieve veehouderijen. Hoewel deze besmetting zeer onwenselijk is, denken wij hiermee als gemeente de juiste voorzorgsmaatregelen al te hebben genomen. Een voorbereidingsbesluit achten wij daarom ook niet noodzakelijk. Het aan banden leggen van de pluimveehouderijen vinden wij te ver gaan. We zullen daar ook geen verdere actie op zetten richting Den Haag en Brussel. Wat ik nog wens te benadrukken, op 10 april 2019, hebben we al aangegeven in beantwoording van raadsvragen van uw zijde, dat in de provinciale omgevingsvergunning de uitbreiding waar toen sprake van was, niet werd aangemerkt als intensieve veehouderij. Omdat deze kippen namelijk nagenoeg geheel de mogelijkheid hebben om ook uit te lopen. Niet alleen maar in een gebouw verblijven. 00:32:14

Voorzitter: Dank daarvoor. Een reactie van mevrouw De Wrede. 00:32:16

mevrouw De Wrede: Ik wil de wethouder danken voor haar uitgebreide beantwoording. Het is mooi dat er in eerste instantie geen medewerkers ziek zijn geworden. Ik ben ook heel blij om te horen dat er wel bron- en contactonderzoek is en dergelijke. Want zoals ik dat net ook heb geprobeerd te benadrukken, de risico's van deze situatie, van die voortdurende uitbraken van vogelgriep op grote pluimveehouderijen, die is niet te onderschatten voor een volgende pandemie. Dat is iets, dat zal ik u eerlijk bekennen, ik kan daar s’ nachts van wakker liggen. Is er ook iets bekend over de zieke dieren rondom de boerderij? 00:33:02

mevrouw Jongman: Voorzitter, daar kan ik geen antwoord op geven. Maar zoals gezegd, het hoort bij het pakket van maatregelen om daar ook, als er signalen van zijn, zeker naar te kijken. Dus dat is mijn antwoord. 00:33:17

Voorzitter: Goed dank, dan laten we het hierbij geloof ik. Een vraag van de zijde van GroenLinks.

10

00:33:23

de heer Nieuwenhuijsen: Dank u, Voorzitter. Ook de fractie van GroenLinks maakt zich grote zorgen om wat hier gebeurt en denkt dat, we hebben het er ook eerder over gehad, dat de intensieve veehouderij en veeteelt en daar vallen ook dit soort ondernemingen bij, niet goed passen bij wat we nu nodig hebben en dat we daarvan af moeten. De wethouder geeft aan dat dit niet een reden is om zelf als gemeente meer het heft in handen nemen, om bijvoorbeeld een voorbereidingsbesluit te nemen. Maar is de wethouder het wel met ons eens dat je, als je die ambities van richting circulaire landbouw en richting natuurinclusief ondernemen en dus de ambitie om van de megastallen af te komen, dat je wel iets van een plan moet hebben als gemeente om langzaam maar zeker daar naartoe te werken. En hoe zou dat eruit kunnen zien? 00:34:11

mevrouw Jongman: Daar hebben we u eerder al antwoord over gegeven, dat we daar ook zeker ambities voor hebben, ook in de voedselstrategie. In algemene zin wil je graag dat de bedrijven ook natuurinclusiever aan de slag gaan, dat ook de voedselketen verkort wordt. Allerlei maatregelen daarvoor stellen we ook zeker voor. Ook in de navolgende collegeperiode. In dit geval was de uitbreiding geen intensieve veehouderij, namelijk omdat de kippen daar, ik ben er ook zelf geweest en heb het kunnen zien, dat die kippen letterlijk veel meer vrijheid en gelegenheid te hebben dan wellicht reguliere stallen. Dus in die zin zijn ze daar al heel bewust van het feit hoe die kippen op een goede manier daar kunnen leven en ook hun ding doen. Ik denk dat het op dit moment niet aan de orde is, om daar nu heel erg verstrekkende maatregelen in te nemen, los van die ik al benoemd heb. 00:35:14

Voorzitter: Dank. Dan laten we dit hierbij. Een korte vraag nog van mevrouw De Wrede. Dan gaan we door naar de laatste set vragen. 00:35:24

mevrouw De Wrede: Mevrouw Jongman, je kon die situatie vanuit verschillende kanten bekijken. Het viel er vanuit dat opzicht dat ze ook naar buiten konden, was het zo dat deze onderneming niet geclassificeerd werd als intensieve veehouderij. Maar we leven natuurlijk nu in een situatie dat kippen al een hele tijd niet meer naar buiten kunnen, omdat er vogelgriep is. 00:35:43

Voorzitter: Kunt u tot een vraag komen? 00:35:45

mevrouw De Wrede: Dus bent u het met ons eens dat die classificatie intensieve veehouderij of niet, dat dat voorkomen achterhaald is? Dat we toe moeten naar: wat zijn weerbare bedrijven? 00:35:58

Voorzitter: Het college. 00:35:59

mevrouw Jongman: Volgens mij is dat een discussie die we hier niet lokaal kunnen voeren, maar die ook landelijk gevoerd wordt en wellicht ook door uw partij daar ook landelijk al geagendeerd is. Ik zie nogmaals geen aanleiding op dit moment. Ik wil nog wel toevoegen 11

dat er goed gekeken wordt naar: wat gebeurt hier? Wat is er aan de hand? Daar hebben we onze lokale verantwoordelijkheid voor. Die nemen we daarvoor. Die hele grote discussie over intensieve veehouderij, wat wel en niet, is ook een landelijke discussie. Als daar iets anders zich voordoet, zullen wij ons uiteraard daartoe verhouden. 00:36:32

Voorzitter: Dan wil ik graag het woord geef aan mevrouw Menger. Zij heeft namens de fractie 100% Groningen, Stadspartij en GroenLinks vragen gesteld over de overvolle opvanglocaties voor vrouwen. Wilt u dat even inleiden? 00:36:45

mevrouw Menger: Ja, dank u wel, Voorzitter. Deze vragen zijn opgesteld naar aanleiding van diverse mediakanalen waarbij de noodklok wordt geluid. Wij maken ons daar ernstige zorgen over. In zijn algemeenheid uiteraard, maar specifiek als het Groningen betreft. Er werd ook aangegeven dat het alle regio's betreft in Nederland, dus vandaar onze vragen, die ik verder niet uiteen ga zetten. Wat ik nog wel wil rectificeren is: er staat Volkskrant-artikel maar het moet Het Parool zijn. Dank u wel. 00:37:17

Voorzitter: Dank daarvoor. Dan kijk ik naar het college wie ik daarvoor het woord mag geven voor de beantwoording? Mevrouw Jongman. 00:37:26

mevrouw Jongman: Dank u wel Voorzitter. Voorzitter, mede namens collega Diks zal ik op de vragen ingaan. Het aantal meldingen huiselijk geweld bij Veilig Thuis Groningen is het afgelopen jaar niet toegenomen. Er is voldoende zicht op risicomeldingen en deze worden door de politie en Veilig Thuis direct opgepakt. Desondanks is er afgelopen jaren wel sprake van een tekort aan opvangplekken in de vrouwenopvang. Het op afgelopen jaar konden negenenveertig vrouwen uit onze eigen regio niet worden opgenomen wegens volledige bezetting. Dit wordt vooral veroorzaakt door een gebrek aan geschikte woningen, waardoor de uitstroom ook weer wordt vertraagd. Indien in de vrouwenopvang alle plekken bezet zijn, wordt door Wender altijd uitgevraagd of er een andere opvangmogelijkheid is in het eigen netwerk of op een andere opvanglocatie. Indien dit niet het geval is en de situatie dermate dreigend is dat opvang noodzakelijk is, wordt er uitgeweken naar een hotel of vakantiehuisje. Voor tien voor deze vrouwen en hun kinderen, is in 2021 vanwege urgente veiligheidsproblematiek opvang georganiseerd in een dergelijke ad hoc-locatie. Volgens Wender zou, als er voldoende woningen zouden zijn, die opvang in het hotel of iets dergelijks helemaal niet nodig zijn geweest. Er is in de afgelopen jaren wel degelijk sprake geweest van een toename van het aantal opvangplekken, maar deze groei is beperkt.

In 2020 hebben namelijk alle centrumgemeenten, die wij als gemeente Groningen ook zijn, extra rijksmiddelen ontvangen om het aantal noodplekken uit te breiden. Een noodplek is een tijdelijk opvang die ook buiten kantoortijd en in de weekenden beschikbaar is. De landelijke afspraak is dat iedere regio ten minste twee noodplekken beschikbaar heeft. Dat hebben we ook gedaan in overleg met de andere Groninger gemeenten. Die hebben we ook gebruikt om het aantal noodplekken uit te breiden van één naar twee. Ook het aantal reguliere crisisplekken hebben we ook uitgebreid met twee. Daarnaast hebben we extra middelen ingezet om ook deskundigheid voor echt ambulante begeleiding en ook voor gezinnen aan huis of in de vrouwenopvang, om die kennis en kunde daar beschikbaar te 12

stellen. Dat loopt via allerlei lokale teams in de hele regio, om te voorkomen dat ook huiselijk geweld escaleert en slachtoffers zich genoodzaakt voelen om hun toevlucht zoeken in een vrouwenopvang. We hebben afgelopen jaren veel geïntensiveerd en ook geïnvesteerd in het verbeteren van de kwaliteit van de aanpak huiselijk geweld. Intensief casemanagement gerealiseerd, Veilig Thuis is van start gegaan, en we zetten ook via lokale teams preventief in op de bestrijding van huiselijk geweld. Opvang is dan ook een allerlaatste stap in de ketenaanpak en het is ook een noodzakelijke basisvoorziening. Maar het heeft tegelijkertijd voor slachtoffers en hun kinderen een aantal zeer negatieve effecten. We geven de voorkeur aan een aanpak, waarbij we investeren in het voorkomen van opvang. Maar op het moment dat het nodig is, staan we dan ook klaar voor met die ad hoclocaties. Maar als iemand echt in een levensbedreigende situatie verkeerd, ik heb ook een mevrouw gesproken waar dat aan de orde is, dan is een hotel of een vakantiehuisje natuurlijk helemaal geen geschikte opvangplek. Dan moet je een plek zoeken bij een andere vrouwenopvanglocatie in een andere regio. Dat lukt altijd. Dat geldt ook voor slachtoffers van extreme stalking of eergerelateerd geweld en loverboys. Daarvoor zorgen we dat er altijd opvang beschikbaar is in een reguliere of in een landelijke opvanglocatie. 00:41:14

Voorzitter: Dank. Mevrouw Menger gaat uw gang. 00:41:17

mevrouw Menger: Dank u wel, Voorzitter. Allereerst dank u wel wethouder, dat u dit zo uitvoerig beantwoordt. Goed. Toch even de laatste opmerking die u plaatst, als u aangeeft dat als er hier niet voldoende plek is, dat er dan uitgeweken kan worden naar opvang in een andere regio. Dan is onze zorg dat de noodklok is geluid met betrekking tot alle regio's waar de opvanglocaties overvol zij. Dus dat er niet goede hulp geboden kan worden. Hoe ziet u dat? 00:41:55

Voorzitter: Het college. 00:41:57

mevrouw Jongman: Het is de afweging per situatie, wat er aan de hand is en wat dan nodig is. Nogmaals, de laatste gevallen die ik noemde waar ernstige situaties zijn, dan kan het zijn dat we uit moeten wijken. Dan gaat de veiligheid voor op dat moment. En dan is het echt heel spijtig om te moeten constateren, wat dat ook in het artikel staat, dat daar druk op zit. Natuurlijk zijn we in de landelijke overleggen zullen we dit ook zeker agenderen om te kijken wat we daar ook in landelijk verband aan kunnen doen, om wellicht extra middelen te krijgen. Soms is het ook, weet ik ook, is het vraag en aanbod. Heeft de ene regio plaats over en wij te kort of vice versa. Dat gebeurt ook wel, dat wij dan een veilige haven kunnen zijn met onze vrouwenopvang. Het vergt dan wel een goede analyse: wat is er aan de hand? Wat kunnen we eraan doen? Zijn er pieken en dalen? Waardoor je op een plus-min situatie zit. Of is er echt een piek waar we continu aan zitten? Dat vergt nog wel nader onderzoek. Ik zeg u toe dat wij daar scherp op toe kijken: wat gebeurt er, wat is het signaal wat nu gegeven wordt en wat kunnen we er vervolgens aan doen, om in ieder geval elke vrouw een veilige plek te bieden? Daar denk ik dat we het over eens zijn.

13

00:43:08

Voorzitter: Laatste korte reactie van mevrouw Menger. 00:43:11

mevrouw De Wrede: Ja, dank u wel, Voorzitter. Maar dan is er toch wel een prangende vraag die ik zou willen stellen. Dit is niet incidenteel. De overvolle locaties waren er in 2017, 2019 en nu opnieuw, dus het is een structureel probleem en maatschappelijk een groot probleem. 00:43:35

Voorzitter: Wat is uw vraag daarbij? 00:43:41

mevrouw Menger: Ik begreep net dat de wethouder aangeeft van pieken en dalen. Volgens mij is dit dan een hele lange, voortslepende piek. 00:43:52

Voorzitter: Heeft het college nog behoefte om daar kort op reageren? 00:43:54

mevrouw Jongman: Dit vergt wel een goede analyse, omdat nogmaals in die vraag en aanbod, maar het heeft ook te maken met uitstromen van woningen. Dus het is niet dat het puur aan de opvang ligt en de plekken daar. Maar ook aan de mogelijkheden. Dat geldt in algemene zin voor meer doelgroepen, dat het lastig is om daar woningen voor te vinden. Dus het vergt een goede analyse: wat is er aan de hand, wat is de oplossing? En hoe kunnen we in ieder geval vrouwen in een onveilige situatie, een veilige situatie bieden op het moment dat het nodig is. 00:44:28

Voorzitter: Dan sluiten wij dit vragenuur af met een laatste mededeling van wethouder Bloemhof. 00:44:33

mevrouw Bloemhof: Dank u wel Voorzitter. Ik heb een mededeling inzake de versterking van de school De Til in Thesinge. Afgelopen december moesten wij u helaas mededelen dat de aanbestedingsprocedure met de eerst geselecteerde aannemer voor de versterking en verduurzaming van de basisschool De Til in Thesinge werd stopgezet. De fractie van de SP heeft daar afgelopen maand nog schriftelijke vragen over gesteld aan het college. Na het stopzetten is door de NCG direct gestart met het zoeken van een nieuwe aannemer. Vandaag kan ik u meedelen dat er een aannemer is geselecteerd en dat de versterking voorlopig is gegund. Er loopt nu nog een bezwaarperiode van zeven dagen. Mocht er geen bezwaar voor volgen, dan is de NCG voornemens om volgende week donderdag de contracteren en te formaliseren. Dan zal ook duidelijk worden over de verdere planning, waarbij we overigens goede hoop hebben dat er deze zomer sprake zal zijn van een versterkte school in Thesinge. Iets waar het dorp, het schoolbestuur, ouders en bovenal kinderen naar uit zullen kijken. Vanmiddag wordt ook de MR geïnformeerd over dit heuglijke nieuws. 00:45:36

Voorzitter: Dank. Ik kijk rond of er nog een nabranders zijn. Dat is niet het geval. Dan sluit ik hierbij het vragenuur en dan zie ik u straks terug voor de raadsvergadering.

14

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://gemeenteraad.groningen.nl/api/v1/meetings/4419/documents/68182