03-07-2024, verslag politieke woensdag 13.00 uur - Politiek vragenuur.pdf
Tekst van het document
POLITIEKE WOENSDAG VAN WOENSDAG 3 JULI 2024 13.00 UUR Voorzitter: I. Huitema (PvdA) Namens de raad: T. van de Vendel (GL), J. Jones (GL), J. van Veen (PvdA), M. Martinez Doubiani (D66), W. Pechler (PvdD), Y. Menger (Stadspartij), N. Hilboesen (Stadspartij), J. Huisman (SP), R. Heiner (VVD), E. Akkerman (VVD), P. Vermerris (S&S), J. de Haan (CDA), L. van der Laan (PvhN), E. Bernabela (PvhN), K. Blauw (PVV) Namens het college: K. Schuiling (burgemeester), M. Wijnja (wethouder) Namens de griffie: P. Kommerij
Politiek vragenuur Voorzitter: Goedemiddag allemaal, welkom bij het vragenuur van drie juli. We zijn op een ander tijdstip en wat eerder begonnen dan normaal. Er zijn drie sets vragen ingeleverd. We beginnen met de eerste set en deze gaat over seksuele intimidatie op straat. Ik geef eerst het woord aan D66.
Mevrouw Martinez Doubiani (D66): Dank u wel, Voorzitter. Voorzitter, ongeveer 83 procent van de vrouwen en meisjes heeft in 2023 ongewenst seksueel gedrag of seksuele intimidatie op straat meegemaakt, althans dat zegt het onderzoek van Plan International. Zes op de tien vrouwen zeggen dat hierdoor hun bewegingsvrijheid beperkt wordt. Ze vermijden hierdoor ook het openbaar vervoer, sportruimten of andere openbare plekken. In Groningen kennen we de 'catcalls of Grunn', die nare opmerkingen waar vrouwen en meisjes mee te maken krijgen openbaar maken. D66 is samen met de indienende partijen, Stadspartij, GroenLinks, CDA, PVV en Partij voor het Noorden blij met het feit dat seksuele intimidatie op straat sinds afgelopen maandag strafbaar is, ook bij wet.
Mevrouw Martinez Doubiani (D66): Seksuele intimidatie of grensoverschrijdend gedrag is niet normaal en zou ook nooit normaal gevonden moeten worden. Het hoort wat ons betreft ook niet thuis in onze gemeente. Toch gebeurt het helaas zowel overdag als 's nachts. Met de nieuwe wettelijke regels zien we dat gemeenten zoals Utrecht, Rotterdam en Arnhem pilots zijn gestart met boa's om dit te handhaven. Wij zijn benieuwd naar de mening van het college over deze pilots. Wat is nodig om het wellicht in Groningen ook te kunnen doen? Overweegt het college ook andere maatregelen voor het aanpakken van seksuele intimidatie op straat? Voorzitter, dat zijn mijn vragen aan het college. Wen wij zijn benieuwd naar de antwoorden.
Voorzitter: Kunnen we direct overgaan op de beantwoording of heeft iemand anders nog wat toe te voegen of aan te vullen? De Partij voor de Dieren.
De heer Pechler (Partij voor de Dieren): Dank, Voorzitter. Ik had in de wandelgangen begrepen dat D66 ook met een initiatiefvoorstel op dit thema bezig is. Klopt dat?
Voorzitter: D66. 1
Mevrouw Martinez Doubiani (D66): Dank u wel, Voorzitter. Ja, we zijn achter de schermen bezig met een voorstel. Vandaar dat we deze vragen stelden aan het college met meerdere partijen. Als u zich wil aansluiten, bent u van harte welkom. Ik doe dat samen met de Stadspartij, de Partij voor het Noorden en de PVV. Als partijen mee willen doen, kunnen ze zich aanmelden.
Voorzitter: Dan kunnen we nu over naar de beantwoording door het college.
De heer Schuiling: Het is nu niet meer zo achter de schermen, begrijp ik, maar heel erg voor de schermen. Goed, dat is mooi. Wij volgen de ontwikkelingen. Het klopt wat de vragenstellende fracties melden, dat de politie de bevoegdheid heeft om de nieuwe wet te handhaven. De agenten worden daar ook in getraind. Er zijn drie gemeenten die daarmee op kop lopen, dat zijn Utrecht, Rotterdam en Arnhem. Daar loopt de pilot, dat boa's hierop zouden kunnen handhaven. Dat betekent natuurlijk dat zij een uitvoerige training moeten hebben om proces-verbaal te kunnen schrijven. Wij nemen uiteraard vanuit een positieve grondhouding kennis van de uitkomsten van die pilot, als die afgerond is.
De heer Schuiling: Dan komt ook de capaciteitsvraag om de hoek kijken of wij voldoende mensen hebben om hier boa's op te zetten en of we ook voldoende mogelijkheid hebben om hen die training te kunnen geven. We kijken er dan wel naar.
De heer Schuiling: Dan is de vraag wat we op dit moment daaraan doen. We hebben met Koninklijke Horeca Nederland het convenant Veilig Uitgaan gesloten. Daarin is ook aandacht voor deze problematiek. Ik heb de indruk dat voorlichtingscampagnes op dit punt niet zo heel veel zoden aan de dijk zetten. Het is een hoop werk en een hoop geld. Iedereen weet volgens mij ongeveer wat wel en niet kan, dus daar kijken we naar, als we de uitkomst van de pilot hebben. We kijken ook naar wat goede manieren zijn om het gedrag ten positieve te keren. Ik denk dat ik daarmee de vragen heb beantwoord.
Voorzitter: Is er nog een vraag van de Stadspartij?
Mevrouw Menger (Stadspartij 100% voor Groningen): Ja, dank u wel, Voorzitter. Ik hoor de burgemeester aangeven dat er contact is met de horeca en dat daar trainingen worden gevolgd. Nu is het mij bekend dat er maar één horecagelegenheid is in de gemeente Groningen die deze training heeft gevolgd of volgt. Onze vraag is: hoe krijgen we het voor elkaar dat meerdere horecagelegenheden deze training volgen, aangezien de gemeente Groningen een bruisend uitgaansleven heeft en er heel veel meldingen zijn van intimidatie? 2
Voorzitter: Het college.
De heer Schuiling: Ja, dat is mij ook ter ore gekomen. We hebben het convenant met Koninklijke Horeca Nederland en daarin is aandacht voor deze problematiek, inclusief het aanbod om die trainingen te volgen. Dat is best ingewikkeld. Voor zover mijn informatie nu reikt, is het zo dat de studentenverenigingen massaal gebruik hebben gemaakt van die mogelijkheid, wat ik buitengewoon positief waardeer. De deelname van andere horecabedrijven, behalve de ene die u zojuist al noemde, blijft achter. Dat betekent, denk ik - en ik verwacht daar binnenkort ook publiciteit over dat Koninklijke Horeca Nederland eerst zelf bij de leden aan de orde moet stellen dat dit een belangrijk onderdeel is.
De heer Schuiling: Ik denk dat geen enkele horecaondernemer geconfronteerd wil worden met deze vorm van gedrag in zijn eigen horecazaak. Je moet het echter wel kunnen oppakken, als je achter de bar staat of anderszins bedient. Het zou eerst een gesprek met Koninklijke Horeca Nederland zelf vereisen, maar de mogelijkheid is er en het aanbod ligt er ook.
Voorzitter: Helder. Heeft iemand anders nog een toevoeging of vragen over deze set vragen? Nee, dan gaan we nu door naar de volgende set.
Voorzitter: De volgende vragen zijn ingediend door de VVD-fractie en gaan over de deadline van de NCG. Ik geef het woord aan de VVD.
Mevrouw Akkerman (VVD): Dank u wel, Voorzitter. Ik denk dat de vragen voor zich spreken. We hebben nog niet zo lang geleden, op vijf juni, met het college een extra bespreking gehad over het plan van aanpak en over of daar tussentijds een aanpassing nodig was. Ik zie het nog letterlijk voor me staan dat dit niet nodig was, omdat de deadline gehaald zou worden. Dit nieuwsbericht is nogal tegenstrijdig met wat we toen hebben gehoord, dus het leek ons goed om een update te krijgen van het college door het antwoord op de bijgevoegde vragen.
Voorzitter: Volgens mij kunnen we direct over naar de beantwoording van het college.
De heer Schuiling: Ik neem deze vragen even voor mijn rekening, omdat de portefeuillehouder wethouder Jongman afwezig is. Het gaat over de versterkingsadviezen van het NCG. We hebben op 22 mei jongstleden een brief geschreven aan de raad op dit punt. Dat gaat over het lokaal plan van aanpak van 2024 en gaat niet over de versterkingsadviezen. De deadline van één juli, voor wat 3
betreft de nog missende versterkingsadviezen, staat dus los van de informatie die wij op 22 mei aan u verstrekten.
De heer Schuiling: Wij hebben op dit moment geen aanleiding om dit lokaal plan van aanpak voor de rest van het jaar aan te passen. De NCG stelt geen nieuwe deadline voor de bewoners, die nog geen versterkingsadviezen hebben ontvangen. Wij dringen er bij het NCG natuurlijk wel op aan dat deze versterkingsadviezen zo snel mogelijk bij de mensen zullen komen.
De heer Schuiling: Dan heeft u gevraagd hoe het college ervoor zorgt dat de NCG hierover snel en op de juiste manier communiceert. De bewoners die voor één juli jongstleden nog geen versterkingsadvies hebben ontvangen, zijn door het NCG persoonlijk daarover benaderd. U bent daarover op 27 juni in de dagmail door ons geïnformeerd.
De heer Schuiling: Zodra er een versterkingsadvies ligt voor de bewoners, die daar dus nu nog op wachten, zal de NCG dit met hen communiceren. Wij hebben wekelijks contact met de NCG over de voortgang, zodat er zo snel mogelijk en ook kwalitatief goede versterkingsadviezen voor bewoners komen. Wij zullen uiteraard vinger aan de pols houden over de voortgang. Ook volgt er op 25 september nog een informerende sessie, waarin één en ander samen met NCG zal worden toegelicht.
De heer Schuiling: Even kijken. Hoe ver is het college met het navragen of de eerdere deadline van één juli heeft gezorgd voor haastwerk en hoe verhoudt zich dat met het nieuwsbericht? We hebben de NCG gevraagd om een nadere analyse en reactie te leveren aangaande de zorgen die zijn geuit tijdens de raadsvergadering van vijf juni over de kwaliteit van de versterkingsadviezen. NCG is verzocht om nog voor het zomerreces hier een reactie op te geven. Daarmee ben ik uitvoerig op de deadlines ingegaan.
Voorzitter: Een aanvullende vraag van de VVD.
Mevrouw Akkerman (VVD): In het nieuwsartikel las ik dat NCG inderdaad mensen informeert en dat ze dat soms telefonisch doen en soms per brief. Ik denk dat het best een gevoelige zaak is en als suggestie per definitie persoonlijk zou moeten. Wat vindt het college daarvan?
Voorzitter: Het college vindt dat ook. Verder nog aanvullende vragen of opmerkingen over deze set vragen. Dan kunnen we door naar de volgende en dat is de laatste set vragen. Deze vragen zijn van de Partij van de Arbeid en de Partij voor de Dieren over de grasaren. Partij van de Arbeid. 4
De heer Tjepkema (Partij van de Arbeid): Dank u voor het woord, Voorzitter. In Groningen zijn ongeveer 10.000 honden en die brengen heel veel blijdschap aan de baasjes. Volgens mij hebben we ook in onze raad een aantal mensen met een hond. Alleen, het nader is nu dat we zien dat die grasaren - voor wie die niet kent, dat zijn de stekeltjes die in een langere grassoort zitten - voor irritatie bij dieren kan zorgen, zodat je uiteindelijk naar de dierenarts moet. Honden kunnen er zelfs aan overlijden. Daarom hebben we de volgende vragen aan het college: zijn ze hiermee bekend en wat vinden ze hiervan?
Voorzitter: Een toevoeging van de Partij voor de Dieren.
De heer Pechler (Partij voor de Dieren): Dank, Voorzitter. Heel kort. Het is natuurlijk een dilemma, want je wil aan de ene kant graag zorgen voor een goede bloeiende biodiversiteit, maar aan de andere kant ook voor de gezondheid van honden. Duizenden honden hebben hier per jaar in Nederland last van en dat kan inderdaad best ingrijpende operaties opleveren zelfs met de dood tot gevolg. Vandaar dat wij graag horen wat er mogelijk is. Onze voorkeur zou natuurlijk eerder andere beplanting zijn dan het gras veel vaker maaien.
Voorzitter: Helder. Beantwoording door het college. Excuses, VVD wil nog wat toevoegen.
De heer Heiner (VVD): Dank, Voorzitter. Ik vroeg me af of de vragenstellers zich er bewust van zijn dat, door mij Maai Mij Niet en al die wilde bloemen, ook mensen met hooikoorts veel meer last hebben van deze lange bloemen. Hebben jullie daar ook oplossingen voor?
De heer Pechler (Partij voor de Dieren): Ik ben zelf een ernstige hooikoortspatiënt met drie soorten medicatie, voorgeschreven door de dokter, dus ik ben me daar zeker van bewust. Echter, als je het belang afweegt tussen een leefbare aarde voor alle inwoners op de lange termijn en jeukende ogen, niesen en vermoeidheid, dan weet ik het wel.
Voorzitter: VVD.
De heer Heiner (VVD): Voorzitter, ik vind dat een bijzonder antwoord. Bij dieren kijkt u daar anders naar dan bij mensen. Vindt u het belang van dieren belangrijker dan dat van mensen?
De heer Pechler (Partij voor de Dieren): Misschien is de VVD niet zo slim vandaag, 5
maar we hebben net genoemd dat honden of dieren eraan kunnen overlijden. Mensen gaan niet dood aan hooikoorts!
Voorzitter: Met zulke statements gaan we nu wel via de voorzitter spreken. Wilde de Partij voor het Noorden hier nog wat aan toevoegen?
De heer Van der Laan (Partij voor het Noorden): Ja dank, Voorzitter. Het neigt wat naar een technische vraag richting de Partij voor de Dieren. Wat is het alternatief voor die grasaren? Dan ga je toch andere planten planten en dat heeft wellicht weer extra kosten tot gevolg en is ingewikkeld.
Voorzitter: De Partij voor de Dieren.
De heer Pechler (Partij voor de Dieren): Die grasaren groeien voornamelijk op plekken waar andere planten niet groeien. Gras is natuurlijk een plantensoort die overal welig tiert, terwijl de meeste bloeiende planten, die voor de diversiteit echt waardevol zijn, het beter doen op schrale grond. Inderdaad, als je dat zou gaan moeten vervangen, dan zit er een kostenplaatje aan. Daarom zijn we benieuwd wat er mogelijk is en in hoeverre het meegenomen kan worden bij andere werkzaamheden of uitgespreid kan worden.
Voorzitter: Is het een nieuwe toevoeging van de PVV of is logischer om eerst naar de beantwoording van het college te gaan? Oké, PVV.
Mevrouw Blauw (PVV): Zijn we niet ongerust over de teken waar ook mensen en dieren aan dood kunnen gaan?
Voorzitter: De Partij van de Arbeid.
De heer Tjepkema (Partij van de Arbeid): Ja, daar ben ik ook ongerust over. We hebben nu een set vragen specifiek op honden gericht, maar volgens mij hadden we inderdaad net zo goed vragen kunnen stellen over teken.
Voorzitter: Helder. Beantwoording van het college.
Mevrouw Wijnja: Dank u wel, Voorzitter. Ik begin even bij vraag nummer één of de gemeente zich bewust is van het risico en kennis heeft over dit probleem. Dat hebben we. We weten dat dit zo is. De vervolgvraag is of de gemeente bereid is hier rekening mee te houden. Of iets breder gezegd, wat zouden we hieraan kunnen doen? De kern van het vraagstuk komt in het debat van net mooi bovendrijven. We 6
hebben er namelijk voor gekozen om biodiversiteit als uitgangspunt te nemen bij ons beleid. Maaibeleid, maar ook het inzaaibeleid en dat wordt stapsgewijs over de hele gemeente uitgebreid. Dat vraagt in kennis iets, dat vraagt in tijd iets en dat vraagt in geld iets, dus we doen dat stap voor stap.
Mevrouw Wijnja: Er zijn een aantal keren het afgelopen jaar vragen aan de orde geweest die daar een gevolg van zijn. Het betekent namelijk iets in hoe de gemeente eruitziet. Het betekent dat dit nieuwe consequenties met zich meebrengt en iedereen zich daar weer toe moet verhouden. Er zijn eerder door de VVD vragen gesteld over rotondes en of je het daar goed kunt zien. Daarvan hebben we gezegd, we houden dat in de gaten, maar biodiversiteit is het uitgangspunt. Dit is het nieuwe normaal. Ik weet niet waarom ik die zin gebruikt, want dat is een hele lelijke verwijzing.
Mevrouw Wijnja: Goed, dit is hoe we het gaan doen, dus iedereen moet hieraan wennen. Dat we biodiversiteit als uitgangspunt hebben, is heel belangrijk voor de leefbaarheid van onze gemeente, dus dat is een bewuste keuze. Het is natuurlijk zo dat, wat voor beleid je ook inzet, het ook altijd nadelen heeft en dat vraagt iets van andere mensen. De VVD refereert net aan mensen met hooikoorts. Het klopt, we passen ons beleid niet aan, omdat er meer mensen zijn die meer klachten krijgen. Dat is één van de consequenties die dat heeft en dat is voor die individuele mensen heel vervelend, maar dat is een afweging tussen twee dingen.
Mevrouw Wijnja: Ik denk dat iets soortgelijks hiervoor geldt. In principe is het - ik heb zelf geen hond, maar ik heb een beetje geïnformeerd bij heel veel hondeneigenaren bekend dat dit een risico is. Dan zou je ook kunnen zeggen, dat je over het algemeen weet waar je dit risico wel loopt en niet loopt, dus mensen kunnen daar rekening mee houden. Dat is één van de consequenties van het feit dat we dit pad inslaan. Wij moeten met onze middelen en ook met wat we doen in onze voorlichtingscampagne echt heel erg goed kijken naar wat we wel doen en wat we niet doen.
Mevrouw Wijnja: Als wij allerlei gevolgen van ons beleid naar ons toetrekken als gemeente en daar voorlichting over doen of gedifferentieerd gaan maaien, wat ingewikkelder is en wat meer geld kost, heeft dat consequenties voor het hele beleid. Daar wil ik een beetje terughoudend mee zijn. Ik denk dat het goed is dat het onderwerp nu in de publiciteit komt, want dat levert ook op dat mensen zich dat misschien realiseren.
Mevrouw Wijnja: Ik heb de heer Pechler net iets horen zeggen over plekken waar we misschien op een andere manier zouden kunnen inzaaien. We gaan dit beleid ontwikkelen en dat doen we stap voor stap, dus dit zal één van de aandachtspunten kunnen zijn die we mee kunnen nemen in toekomstige ontwikkelingen. Op het moment dat we op zo een plek overwegen of we daar biodivers gaan inzaaien of niet zouden we dat mee kunnen nemen. Alleen, dat moeten we wel in de tijd wegzetten, 7
omdat de realiteit nu eenmaal is dat we het de komende jaren te doen hebben met de mensen en de middelen die we hebben. Tot zover.
Voorzitter: Iemand nog een toevoeging of aanvulling? Nee, dan sluit ik hierbij het vragenuur van drie juli.
8