A GoPo re-integratie Paticipatiewet
Tekst van het document
Technische vragen Van : Datum vraag : Onderwerp : commissiegriffier :
Gouda Positief 12 -01-2025 Re-integratie en Participatiewet Lars van der Linden
Datum antwoord : 14 januari 2025 Vragen:
1) Blz 15 Jongerenperspectief fonds De aanpak jongeren fonds bestaat eruit dat schulden worden gesaneerd door middel van een saneringskrediet. Hierdoor ontstaat er bij de jongere snel rust en ruimte om te werken aan een perspectief. Het bedrag van het saneringskrediet kan in geld of in natura terugbetaald worden. Bij terugbetaling in natura doet de jongere een maatschappelijke tegenprestatie. De jongere krijgt 2 jaar integrale trajectbegeleiding. a. Wat gebeurt er als door omstandigheden de jongere niet kan voldoen aan de afspraak om een prestatie te leveren? b. Worden hierover afspraken gemaakt? Zo ja, welke? c. Wat gebeurd er als de jongere tijdens de integrale begeleiding afhaakt? 2)
Blz 16 Regionale dienstverlening a.
Het WSP zocht met nog meer werkgevers in de regio de samenwerking Op en wist meer inwoners te plaatsen bij deze werkgevers?
b. Hoeveel statushouders en nieuwkomers zijn geplaatst? 3)
Blz 31 Uitstroom naar werk Klantgroep 3 In deze periode waren 137 statushouders uitgestroomd naar werk, waarvoor de meeste statushouders die toen konden werken aan het werk waren gegaan. De groep die was gebleven kon niet werken en was heel moeilijk bemiddelbaar naar werk. Waarom konden deze groep niet werken? Graag toelichting aub?
Antwoorden:
1.a. Als een jongere zich niet aan de afspraken houdt, wordt altijd met hem besproken waardoor dit komt en wordt naar een oplossing gezocht. De gevolgen verschillen dus per casus, afhankelijk van de omstandigheden. Dit kan uiteenlopen van stoppen met het traject tot de afspraken aanpassen naar de nieuwe situatie en verder gaan. 1.b. In de eerste weken van het traject wordt het perspectiefplan opgesteld. Hierin worden de doelen beschreven waaraan de jongere gaat werken en worden afspraken gemaakt over de tegenprestatie. In de overeenkomst die wordt gesloten tussen de gemeente en de jongere is opgenomen, dat als de jongere zich niet aan de afspraken uit dit document houdt, het traject gestopt kan worden. In de praktijk blijkt dat er intensief gezocht wordt naar een oplossing en dat het traject alleen stopt als het echt niet anders kan. 1.c. Wanneer een jongere voortijdig uitvalt kan de restschuld opeisbaar worden gesteld. Dit betekent dat de jongere het openstaande saneringskrediet toch in geld moet terugbetalen aan de gemeente. Soms valt een jongere uit voordat het saneringskrediet rond is, in dat geval wordt een regulier schuldentraject gestart. 2. a. In 2022 heeft het WSP meer dan 150 Goudse inwoners naar werk bemiddeld. Daarnaast zijn ook nog vluchtelingen uit Oekraïne naar werk bemiddeld. In 2023 heeft het WSP rond de 150 Goudse inwoners bemiddeld naar werk.
Dit is exclusief de Social Return plaatsingen (50 voor de regio; dit wordt niet meer geregistreerd op gemeente-niveau vanwege regionaal beleid). 2.b. Het WSP registreert inderdaad de plaatsingen, maar noteert daarbij niet of iemand een statushouder of nieuwkomer is. Vanuit de eigen registratie van de gemeente zijn de uitstroomcijfers (uit de bijstand) naar werk en/of school bekend voor statushouders. Deze zijn weergegeven op blz. 32 van het Verslag van de re-integratie Participatiewet 20222023. 3. Tijdens het programma ‘naar een nieuwe sociale dienst’ (2018-2022) is een grote inhaalslag gemaakt met het aan het werk helpen van statushouders (oude InburgeringsWet) die destijds bijstand ontvingen. Er werd van alles aan gedaan en heel veel inzet op gepleegd. Gespecialiseerde consulenten werk hebben alle statushouders die toen een bijstandsuitkering ontvingen gesproken en in beeld gehouden. Ze kregen allemaal een plan van aanpak, waaraan ook uitvoering werd gegeven. Aan de hand daarvan werd een speciaal re-integratie aanbod voor deze groep ontwikkeld en aangeboden. Veel van de toenmalige statushouders zijn uitgestroomd naar werk. Een resterende groep bleef ondanks alle inspanningen afhankelijk van de bijstand.
Om diverse redenen, waaronder slechte beheersing van de Nederlandse taal, hogere leeftijd, maar ook een ontheffing van DUO omdat ze niet leerbaar waren, lukte het niet hen naar werk te begeleiden. Werkgevers waren ook huiverig om
statushouders in dienst te nemen, waarbij vaak de beperkte beheersing van de Nederlandse taal een rol speelde. Voor de groep (nieuwe Inburgeringswet) die nu het afronden van de inburgeringsperiode gaat bereiken is in 2024 een regionale verbindingsofficier aangesteld. Dit is een landelijke ontwikkeling om meer statushouders naar werk te begeleiden.