20211130 spreekrecht bijlage verslag.pdf
Tekst van het document
Spreekrecht 1
Ik heb de behoefte om in te gaan op gemeentelijke procedures en werkwijzen. Allereerst mijn complimenten over de start van het traject en het feit dat alle geledingen er bij worden betrokken, Op 23 januari 2020 mochten wij als bewoners meewerken aan het aandragen van bouwstenen voor de ontwikkelingsvisie van onze gemeente. Een tweede bijeenkomst werd, vanwege Corona, georganiseerd op 9 december 2020 met een talkshow via YouTube. Via een publicatie in het Goirles Belang van 1 september 2021 heb ik mijn zienswijze op de ontwikkelde visie in mogen leveren. Na bestuderen van de visie heb ik daar invulling aan gegeven met mijn reactie op 5 oktober 2021. Als reactie op mijn zienswijze ontving ik op 12 november j.l. een brief waarin werd gemeld hoe de zienswijzen waren behandeld en wat het vervolg zou zijn. Nergens vond ik een aanwijzing waar de inhoudelijke verantwoording kon worden gevonden, zodat ik mij op 17 november via de mail wendde tot de ambtenaar met het verzoek om mij op weg te helpen. Op vrijdag 19/11 heb ik de betreffende ambtenaar gebeld en in de toelichting kreeg ik te horen dat het niet bekend was of de info van de beantwoording al openbaar was en dat het presidium daar mogelijk over moest oordelen. Voor mij was dit aanleiding ik om een afschrift van mijn mail aan de behandelende ambtenaar naar de griffie te zenden.
Van de griffie kreeg ik per ommegaande de hulp die ik in de brief van 12 november had verwacht, namelijk een link naar de raadsbijlage met de inhoudelijke verwerking. In de reactie, per brief van 24 november, van de behandelende ambtenaar wordt gesteld dat er enige onduidelijkheid is ontstaan over de inhoudelijke reactie in relatie tot de ingebrachte zienswijze. Uitgelegd wordt dat de zienswijzen geanonimiseerd zijn in verband met de AVG. Als hulp voor mijn zoektocht wordt gemeld dat ik dit kan vinden op de website van de gemeente en op de website van de gemeenteraad. Gelukkig was ik op een heel eenvoudige wijze al geholpen door de griffie. De gemeente Goirle wil toegankelijk en dienstbaar zijn. Realiseert de gemeenteraad zich dat haar webadres niet voorkomt op de pagina’s van het Goirles Belang. Idem dat haar webadres alleen op de website van de gemeente Goirle gevonden wordt na een zoekopdracht. Terzijde, de vroegere gemeentegids (https://www.goolsegids.nl/) wordt ook pas gevonden na een zoekopdracht als de burger dit al weet. Hoezo en waardoor daalt de betrokkenheid van de burger. Opvallend is, dat het leesgemak voor de niet ingewijden er kennelijk niet toe doet. In de ambtelijke beantwoording van de zienswijze wordt gesteld dat een begrippenlijst niet wordt toegevoegd. Dat zou nu ook mosterd na de maaltijd zijn in dit geval.
Het moet volgens mij een gewoonte van beleidsmakers zijn, dat rekening wordt gehouden met haar lezerspubliek. Inhoudelijk is het duidelijk en begrijpbaar dat de zienswijzen van alle betrokkenen bondig en krachtig worden samengevat. Daarin schuilt wel het gevaar dat op onderdelen de nuance verdwijnt. Als de gemeente bijvoorbeeld meer wil vergroenen maar niet de middelen voor het areaal accres beschikbaar stelt, dan is het antwoord op deze zienswijze, dat dit afhankelijk wordt gesteld van het verschil in onderhoudsniveau per gebied. Ik kan de raad voorspellen dat deze ambitie een papieren tijger is. 20 jaar geleden was erfbeplanting rond agrarische bedrijven een ambitie in beleidsnota’s en zelf in het bestemmingsplan Buitengebied en daarvan is niets terecht gekomen.
In de vele opmerkingen over de energie HUB is de aanpassing dat er een bufferafstand van 500 meter wordt aangehouden. Merkwaardig aan deze aanpassing is, dat een detail met deze maat, bij andere antwoorden (bijvoorbeeld andere bedrijfsvormen in het buitengebied), wordt verwezen naar opname in het omgevingsplan. Voor alle duidelijkheid verwijs ik nog eens naar de uitspraak van de Raad van State 202003882/1/R3. De genoemde bufferafstand van 500 m impliceert een rotordiameter van ca. 41 meter. Het lijkt me niet dat er nog bedrijven zijn die daarin willen investeren. De echte windexploitatie maatschappijen beginnen te denken vanaf een diameter van 150 meter of meer en dat impliceert een afstand van minimaal 1800 meter. Dat zal de Beekse Bergen deugd doen. Verder wil ik de raad er nog op attenderen, dat de windsector kennelijk een RIVM rapportage heeft beïnvloed. Ik ga er vanuit dat uw raad daarop alert is bij de uitwerking in een omgevingsplan. Aandachtspunt naast het geluid van windmolens is de elektrificatie van het snelverkeer. De geluidproductie van de A58 zal toenemen door het hogere rolgeluid van de banden. Samenvattend kan worden gesteld dat een MER voor de snelweg samen met de windmolens noodzakelijk is om de overlast naar de woningen te beoordelen. Kansen zijn er voor veeteelt bedrijven om zich om te vormen tot innovatieve voedsel units.
Gelukkig wordt dit meegenomen in het omgevingsplan. Met zonne-energie kan met speciale lichttechniek beter plantaardig voedsel worden gekweekt en kan in een kelder met behulp van zoutbatterijen energie worden opgeslagen voor perioden dat het elektrische netwerk de opgewekte energie onvoldoende transporteren kan. Voor het gebruik van de Oostplas zijn misschien afzinkbare caissons met zoutbatterijen een efficiëntere oplossing dan het water in de plas. Het accumulerend vermogen ligt 10 keer hoger dan bij gebruik van water en bovendien verstoor je zo de biotoop minder. Onder 3.1.5 ging ik in op een formulering die mijns inziens niet voldoende is. Voor bodem, grond- en oppervlaktewater geeft uw raad daarmee een ondergrens aan, maar formuleert zij niet waar zij verbeteringen op de ondergrens nastreeft. Het antwoord op de zienswijze vind ik onvoldoende. Zij wijst namelijk op een een systematiek van ‘wat willen we niet’ en ‘doelen’ daar is de huidige situatie nu eenmaal ondergrens waar we niet onder willen komen en bij doelen beschrijven we dat we bodemkwaliteit willen herstellen. Wat is er mis met een formulering dat uw raad niet wil dat de huidige kwaliteit van bodem, grondwater en water als ondergrens wordt aangenomen? Er wordt gesteld in de beantwoording dat veel suggesties waardevol zijn en bij de uitwerking van doelen zullen worden meegenomen.
Het zou fijn zijn om te lezen welke suggesties dat zijn, omdat niet alle reacties worden aangehaald. Niets vind ik terug over het gebruik van grijs water of het kringloopgebruik van water daar moet toch een visie op zijn die verwerkt wordt in een waterplan. Een visie is in overheidsland een kapstok waar beleidsnota’s en uitvoeringsplannen aan op kunnen worden gehangen. De omgevingsvisie van Goirle kun je geen olifant noemen die het uitzicht belemmert. Laten we ervoor waken dat het in een omgevingsplan geen muisje met een staartje wordt.
Spreekrecht 2 Graag wil ik beginnen met mijn respect uit te spreken voor alle raadsleden. Raadswerk is erg belangrijk, zeker met de ingrijpende maatregelen die in het kader van de energietransitie genomen moeten worden. "Des ginne kattenpis" om 't maar 'ns in gewoon Goôls uit te drukken. Belangrijke taken ook. - Hoe zorg je ervoor dat alle belangen helder op tafel komen? - En kunnen alle belanghebbenden hun stem laten horen? De reden waarom ik een zienswijze heb ingediend, heeft alles te maken met die twee taken. Om te beginnen met de eerste: Liggen alle belangen helder op tafel? Ik was hoopvol gestemd toen ik in de omgevingsvisie las dat een respectvolle omgang met de natuur en inzetten op een duurzame toekomst een van de centrale waarden is. Hoopvol ook, omdat de waardevolle elementen in de kwaliteitslaag zijn geplaatst, die voor de toekomst geborgd worden, waar we niet aan willen tornen... Dat klinkt heel goed. Toch? Waar we aan moeten denken? Ook dat staat omschreven: aan de bodem- en waterkwaliteit en landschappelijke, cultuurhistorische of ecologische kwaliteiten. En er wordt benoemd wat we niet willen... o.a. achteruitgang van de bodemkwaliteit. Het leven op aarde hangt immers af van gezonde bodems. Of, zoals in de recent gepubliceerde Bodemstrategie van de EU te lezen staat: "De bodem vormt de basis voor alle voedselketens en voor de bovengrondse biodiversiteit.
"[Bron: Bodemstrategie van de EU] Ondanks de mooie woorden in de omgevingsvisie kiest men ervoor om in de gebruikslaag ruimte te bieden aan windbossen, aan clustering van windmolens boven nieuw te ontwikkelen bos Windmolens boven bos??? De omschrijving 'wind boven bos', wind in combinatie met nieuw te ontwikkelen bos, windbossen... het helpt niet om alle belangen helder op tafel te leggen. In mijn zienswijze noem ik het misleiding. Waarom? Omdat het een onjuiste voorstelling van zaken is: windmolens zweven niet boven bos. Windturbines moeten stevig verankerd staan in de bodem, ín de kwaliteitslaag met waardevolle elementen die voor de toekomst geborgd worden, waar we niet aan willen tornen, waarvan we niet willen dat de kwaliteit achteruit gaat... En hoewel wij ze bovengronds niet zien, de betonnen funderingen liggen er wel, onder het maaiveld. Per windturbine, een metersdikke levenloze bodem, met ondergronds een diameter van - schrik niet - meer dan 20 meter. We krijgen dus versteende hitte-eilanden in onze nieuw te ontwikkelen 'windbossen' Mastvoetbelasting afh. vd hoogte van de turbine betonnen fundering: - ondergronds : ⌀ 22 meter.
- bovengronds : ⌀ 7 meter - dikte : 3,6 meter - aantal heipalen : 42 Kubieke meters dode bodem? Als we ruimte willen bieden aan ontwikkelingen in de gebruikslaag zonder verslechtering van ecologische waarden (paragraaf 3.3.9.),moeten dan niet alle vragen helder op tafel gelegd worden? Ook die vraag, die door de misleidende omschrijving 'wind boven bos' niet gesteld wordt: Welke impact hebben windturbines in de bosbodem, in de kwaliteitslaag? Ik hoop van harte dat het voor de gemeenteraadsleden helder is dat beantwoording van die vraag nodig is om een oordeel te kunnen vormen over de combinatie windturbines in bos. Een onzalige combinatie, als je 't mij vraagt. En daarmee kom ik bij jullie de taak: Kunnen alle belanghebbenden hun stem laten horen? Wie zijn die belanghebbenden? De dieren die in de bodem wonen? De dieren die voor hun voedsel afhankelijk zijn van bodemdieren? Heeft de natuur als belanghebbende een stem? Ruim een kwart van de biodiversiteit op aarde leeft in de grond. De Vogelbescherming en andere natuur- en milieuorganisaties pleiten voor een natuur inclusieve energietransitie, een transitie die niet ten koste gaat van de natuur en van de biodiversiteit. Waarom? Vanwege die andere crisis, de biodiversiteitscrisis. Even urgent, zo niet nog urgenter, als de klimaatcrisis.
Tot slot: Het idee dat versterking van ecologie te koppelen is aan de energietransitie, dat klinkt op zich goed. Maar... windturbines in nieuw bos? Als 'klimaatoplossing'??? Ten koste van de biodiversiteit, bovengronds én ondergronds??? Teveel vragen blijven onbeantwoord: • Is de combinatie van 'verstening' van de kwaliteitslaag í n een bos wel een win-win situatie? • Richt die combinatie niet veel meer ecologische schade aan dan dat ze aan klimaatprobleem 'oplost'? • Past ruimte bieden aan 'windbossen' wel binnen de kaders van de omgevingsvisie? • En kan je zoekgebieden voor 'windbossen' verankeren in een omgevingsvisie zonder een milieueffectrapportage (MER) op te stellen? • Hoe wil je dan sturen op spelregel 11, op de milieukwaliteit? De omgevingsvisie maken we samen... Ook dat klonk mooi, helaas bleek de praktijk weerbarstiger. Laten we daarom in ieder geval deze discussie samen voeren, door alle belangen helder op tafel te leggen, ook de ecologische belangen. En door de stem van alle belanghebbenden te horen, inclusief die van de natuur. Hartelijk dank voor uw aandacht.
Spreekrecht 3 Goirle, 30.11.2021 Beste leden van de gemeenteraad, ik ben voorzitter van de coöperatie en stichting duurzaam Riel Goirle. Ik stel het op prijs dat ik namens duurzaam Riel Goirle vanavond kan inspreken bij het behandelen van de omgevingsvisie. De stichting duurzaam Riel Goirle onderstreept de wijze waarop in de omgevingsvisie aandacht wordt gevraagd voor grootschalige opwek wind en zon in Riel en Goirle. Het sluit wat ons betreft prima aan op de REKS 1.0 plannen. De zoekgebieden voor wind en zon bieden Goirle en Riel de mogelijkheid om duurzaam te investeren in grootschalige opwek wind en zon om de klimaatdoelen te halen. Hierbij breken wij een lans om bij het concretiseren van de plannen voor grootschalige opwek de harde voorwaarde op te nemen dat er minimaal 50% lokaal eigendom gerealiseerd moet worden. Verder is ons voorstel om relatief groot gebied aan te wijzen voor de grootschalige zonneprojecten waardoor de mogelijkheid ontstaat om rekening te houden met de wensen van de omwonenden en naar de gevolgen voor de flora en fauna. Met de omwonenden dient tijdig en regelmatig gecommuniceerd te worden en bij het bepalen van de alternatieven wordt zoveel mogelijk rekening gehouden met hun belangen.
DRG wil daar graag een voortrekkersrol in vervullen en met de direct belanghebbenden (de betrokken inwoners, het bio-diversiteitsteam, ondernemers enz.) een concept ontwikkelen waar grootschalige opwek van zon gecombineerd wordt met natuurontwikkeling. Wellicht zijn er ook mogelijkheden voor versterking van educatieve en recreatieve functies. Voorbeelden elders in het land laten zien dat het kan. Wij willen op deze manier samen met de gemeente en de inwoners van Riel en Goirle de energietransitie verder vorm en inhoud geven. Wij adviseren de leden van de gemeenteraad om met deze omgevingsvisie inclusief de zoekgebieden voor grootschalige opwek van wind en zon in te stemmen. Duurzaam Riel Goirle
Spreekrecht 4 Dia 1 Voorblad. Dia 2 (Opening) Dank voor de gelegenheid hier te spreken over de nieuwe Omgevingsvisie voor Goirle. Ik spreek hier namens zes bedrijven die al vele jaren actief zijn in bouw en woningontwikkeling in Goirle en omgeving: Van Wanrooij, Van de Vorm, Rotij Grondontwikkeling, Novaform, Merwestreek Bouw en Ontwikkeling en Bouwfonds (BPD). In de Omgevingsvisie zijn nieuwe woningbouwlocaties opgenomen die vervolgens zijn geprioriteerd. De prioritering voor de uitbreiding woningbouwlocaties in de Omgevingsvisie is als volgt: eerst wordt ingezet op binnenstedelijke woningbouwtonwikkeling (zoals de ontwikkeling van Bakertand, Sportcomlex Van den Wildenberg en Tijvoort-Noord), vervolgens wordt ingezet op Riel-Zuid & RielNoord en tot slot is de Spaanse Hoek opgenomen als ontwikkeling voor de lange termijn. Wij hebben een zienswijze ingediend tegen deze prioritering omdat wij er stellig van zijn overtuigd dat door de ontwikkeling van Spaanse Hoek op een veel snellere en betere manier aan het grotere belang van de gemeenschap kan worden voorzien: een binnen afzienbare tijd kwalitatief goede uitbreiding van de woningvoorraad. Ik wil graag de geprioriteerde woningbouwlocaties met jullie doornemen en onze visie voor de Spaanse Hoek voorleggen.
Dia 3 (Binnenstedelijk) In de Omgevingsvisie wordt ervoor gekozen vol in te zetten op binnenstedelijke transformatie en verdichting. Hiervoor zijn onder andere Bakertand, het Sportcomplex en het bedrijventerrein Tijvoort-Noord beoogde. Van deze projecten is Bakertand het meest concreet. De gedachte echter dat transformatie van het bedrijventerrein en sportcomplex snel tot toevoeging van woningen zal leiden is onjuist. Uit jarenlange ervaring is bekend dat dergelijke transformaties complex en duur zijn. Bedrijven moeten worden uitgeplaatst, grond moet worden verworven, hindercirkels worden weggenomen en er zal ongetwijfeld bodemsanering plaats moeten vinden. Een tijdrovend en duur proces dat in het verleden vrijwel altijd gepaard is gegaan met vertraging. De ontwikkeling van deze binnenstedelijke locaties zal daarom niet op korte termijn plaats vinden. Dia 4 (Riel Zuid) De locatie Riel-Zuid zou in beginsel een goede plek kunnen zijn voor de dorpsuitbreiding, ware het niet dat deze locatie niet is opgenomen in de Interim Omgevingsverordening van de provincie NoordBrabant. Dit maakt de ontwikkeling van deze op korte termijn lastig en provinciaal nog niet geaccepteerd.. Dia 5 (Riel Noord) Riel-Noord is in een goede potentiële uitbreidingslocatie. Riel-Noord is echter een stuk kleinere woningbouwlocatie met een oppervlakte van slecht circa 7 hectare.
Met een woningdichtheid van 20 woningen per hectare, wat een dorps woonmilieu mogelijk maakt, kunnen hier – slechts – 140 woningen ontwikkeld worden. Dit zet weinig zoden aan de dijk voor de grotere regionale woonbehoefte. Daarnaast is er nog geen concrete ontwikkelformatie voor deze locatie. Waardoor ontwikkeling op korte termijn niet tot stand zal komen. Dia 6 (Spaanse Hoek) Wij zien de ontwikkeling van de Spaanse Hoek dan ook als hét realistisch alternatief voor spoedige woningbouwontwikkeling. De Spaanse Hoek heeft een oppervlakte van circa 44 hectare waardoor het mogelijk is om circa 882 woningen te ontwikkelen. Dit aantal maakt het mogelijk om een waardig
dorps karakter te behouden en zo goed aan te sluiten bij Riel. Niet monotoon en alleen maar rijtjeshuizen. Maar juist met een kleinschalig opgezette woonerven met onder andere ecowoningen en een aandeel sociaal/goedkoop van 40%. Alles met de gedachte dat de ontwikkeling met waarde voor het landschap tot stand wordt gebracht, uiteraard ook met aandacht voor duurzaamheid, biodiversiteit, waterberging, recreatieve mogelijkheden en het juiste woonprogramma. Omdat de gronden in eigendom zijn, partijen willen samenwerken én de locatie reeds door de provincie is aangewezen als mogelijk uitbreidingslocatie van Riel is de ontwikkeling van Spaanse Hoek in onze ogen juist een project met de hoogste prioritering. Dia 7 (Spaanse Hoek) Daarbij wil ik nog verder in gaan op enkele zaken. Verkeer We moeten een passende verkeersontsluiting mogelijk maken. Een nieuwe wijk biedt de kans de verkeersafwikkeling in Riel sterk te verbeteren door de locatie in te zetten voor extra aansluitingen en een logische route voor het verkeer. Woningbehoefte Er is een nieuwe trend gaande in Nederland waarbij wordt afgeweken van woningbouwaantallen in woonvisies, structuurvisies en woningbouwprogramma’s. De woningmarkt is dusdanig nijpend dat de geprogrammeerde woningen alsnog te weinig zijn en de ontwikkelingssnelheid te laag. Daarom wordt steeds vaker van deze aantallen afgeweken.
Er is een grotere behoefte naar woningen waarbij de ontwikkelingssnelheid erg van belang is. Tot 2030 zal de woningvoorraad in Brabant nog met ruim 120.000 woningen moeten toenemen, gemiddeld genomen ca. 12.000 woningen (netto) per jaar. Dit om de verwachte groei van het aantal huishoudens op te kunnen vangen en bestaande woningtekorten terug te dringen. Op basis van de provinciale behoefteprognose is in de gemeente Goirle de kwantitatieve woningbehoefte voor de periode 2018-2027 840 woningen. Daarnaast werkt gemeente Tilburg aan een nieuwe stedelijke ontwikkelingsstrategie waar uitbreiding buiten stedelijk gebied gewenst is wat ook een druk op regionale uitleglocaties vormt. De ontwikkeling van Spaanse Hoek de aankomende jaren zou hier dan ook perfect op inspringen. Snelheid Ervaringen uit het verleden, waaronder ook in Goirle, leren dat ontwikkelingen tijd in beslag nemen. Gezien de eigendomssituatie en van Spaanse Hoek en het commitment wat ontwikkelaars reeds hebben uitgesproken kan ons inziens binnen 2 jaar gestart worden met de bouw van Spaanse Hoek. Prestatieafspraken Ontwikkelaars zijn bereid om prestatieafspraken te maken over de ontwikkeling van Spaanse Hoek. Daarnaast kan de gemeente een aanzienlijke bijdrage voor bovenwijkse voorzieningen tegemoet zien en worden de ambtelijke kosten gedekt uit de ontwikkeling.
Planvorming geschiedt door de marktpartijen zodat het ambtelijk apparaat minimaal wordt belast. Dia 8 (Oproep) Om al deze redenen roepen wij u als gemeenteraad op, de prioritering van de woningbouwlocaties in de Omgevingsvisie te herzien. De locatie Spaanse Hoek biedt een uitstekende kans, op korte termijn tot bouw van betaalbare woningen te komen en een uniek woonmilieu te realiseren met aandacht voor het landschap, duurzaamheid en het dorpse karakter van Riel. Wij pleiten er dan ook voor Spaanse Hoek als volwaardige locatie om tot nieuw woongebied te ontwikkelen mee te nemen. Wij zijn ervan overtuigd dat het oplossen van de regionale woonbehoefte niet kwestie is van of/of maar van en/en. Zowel binnen bebouwd gebied als de uitbreidingslocaties zijn nodig om aan de enorme vraag naar vooral betaalbare woningen te kunnen voldoen. Wij roepen u daarom op in uw besluitvorming over de Omgevingsvisie, de locatie Spaanse Hoek als woningbouwlocatie met een hoge prioriteit op de kaart te houden!
Spreekrecht 5
Er zijn meerdere reacties gekomen op de Omgevingsvisie Goirle betreffende het voornemen om windmolens te plaatsen ten oosten van de wijk de Hoge Wal. De gemeente heeft in een reactie ter geruststelling hierop aangekondigd dat er een bufferzone van 500 meter tussen de windmolens en de woonwijken zal komen. Dit zou een veelgebruikte richtlijn zijn. Enig zoekwerk leert mij wel dat deze richtlijn nergens op gebaseerd is. Er blijkt momenteel helemaal geen wetgeving te zijn voor de afstand tussen windmolens en woonwijken. In veel EU landen is die er wel. In Italie is 6x de tophoogte de bufferzone. In de Duitsland is het 10x de tophoogte. In Nederland zijn er geen afstanden beschreven, maar vage begrippen als mate van overlast qua geluid en slagschaduw. Die zijn moeilijk te meten. Helemaal als het gaat om gemiddelden van een heel jaar. Er is dus in NL geen regelgeving, maar een gemeente mag die wel zelf gaan formuleren en zelf gaan toetsen. Deze carte blanche geeft dus veel onzekerheid bij de bewoners en dus veel zorgen. Het is namelijk nog niet bekend hoeveel en hoe hoog de windmolens zullen worden. De gemeente Goirle heeft wel enkele randvoorwaarden: • Niet in natuurgebied, recyclebaar • Windturbines moeten maximaal rendement opleveren. Hoe hoger de windmolens, hoe sterker stijgt de opbrengst. Het rendement stijgt bijna exponentieel.
Tegenwoordig worden er ook bijna alleen nog maar grote windmolens geplaatst. Dat zijn dus vandaag de dag windmolens van 200-250 meter hoog! Dat is dus anderhalf keer de Westpoint. Een bufferzone van 500 meter is dan wel heel karig als je uitgaat dat het in Italie 1,5 km en in Duitsland 2,5 km zou bedragen. Het lijkt erop dat er nu alleen een locatie wordt aangewezen binnen de gemeente Goirle waar de windmolens gaan komen zonder dat duidelijk is wat de afmetingen en getallen zullen zijn. De impact voor de bewoners van de wijk de hoge Wal is daarmee onzeker en kan in principe enorm zijn. Dat geeft zorgen. Wat het extra zuur maakt is dat de bewoners van de Hoge Wal momenteel al zoveel geluidshinder hebben van de A58. Indien er op 500 meter afstand meerdere windmolens komen van 250 meter hoog dan zal dat extra zwaar drukken op leefbaarheid in de wijk. Daarnaast zal de bufferzone veel te klein zijn om de slagschaduw te voorkomen. Ik pleit dan ook voor een veel grotere bufferzone of andere locatie. Of een andere oplossing: een geluidswal met zonnepanelen ten zuiden van de A58 geeft dubbele winst: meer energie en minder geluidsoverlast. Bewoner Hoge Wal Goirle
Spreekrecht 6 1. Ingediende zienswijze Namens maatschap Vermeer heb ik bij uw raad een zienswijze ingediend. Bij de stukken voor uw vergadering vanavond tref ik die zienswijze niet aan. Wel ligt bij u voor de Nota zienswijzen. Op pagina 29-30 van die nota staat een zeer korte samenvatting van de zienswijze en een eveneens zeer korte reactie. Ik verzoek u de zienswijze zelf nog eens te lezen vóórdat u de omgevingsvisie vast gaat stellen. 2. Waterbergingsgebieden Het eerste punt in de zienswijze gaat over het feit dat in de omgevingsvisie een aanzienlijk deel van de huiskavel van de boerderij van Vermeer is aangeduid als waterbergingsgebied. Waterbergingsgebied houdt in dat je af en toe – vaker dan één keer per 10 jaar – een overstroming moet gedogen zonder schadevergoeding. Op verzoek van het waterschap heeft de provincie bijna 20 jaar geleden in het reconstructieplan opgenomen dat er bovenstrooms langs de Poppelsche Leij in de gemeente Alphen-Chaam een gestuurde waterberging (met de naam Egelbroeken) zou moeten komen, net als de Vloeder-zuid en die bij de Beekse Dijk. Ook in België zou moeten worden voorzien in waterberging. Het waterschap heeft de waterberging Egelbroeken nooit gerealiseerd. Het gevolg is dat overvloedige neerslag niet wordt vastgehouden en dat de grond bij Vermeer bij herhaling onder water komt te staan.
Dat niet alleen: nog veel meer percelen langs de Poppelsche Leij en de Nieuwe Leij zullen overlast ondervinden. Kijk maar naar de figuur op pagina 32 van de omgevingsvisie. Tijdens een zitting van de Raad van State een paar weken geleden, zei de vertegenwoordiger van het waterschap dat de kaden langs de Poppelsche Leij en de Vloeder-zuid niet hoog genoeg zijn en dus vaker zullen overstromen dan één keer in de 10 jaar. Dat moet u als gemeente niet accepteren. U moet het waterschap indringend vragen om een diepgaande verklaring. Het waterschap moet de basisgegevens voor de enorme oppervlakte waterbergingsgebied in uw gemeente op tafel leggen vóórdat het nieuwe plan voor het buitengebied aan de orde komt. Voor dit moment vraag ik u om te verklaren dat de op de kaart weergegeven waterbergingsgebieden nog niet vaststaan en dus niet meer zijn dan de wensenlijst van het waterschap. Uw raad is niet verplicht om wat het waterschap en de provincie voorschotelen, zonder een kritische blik voor zoete koek te slikken. 3. Natuur Netwerk Brabant Hetzelfde geldt voor de aanduiding Natuur Netwerk Brabant. Deze aanduiding staat al meer dan 25 jaar op de kaart als Ecologische Hoofdstructuur. Vanaf het begin hebben rijk en provincie bij herhaling gesteld dat grondeigenaren niet verplicht zijn om hun grond af te staan voor de realisering van die hoofdstructuur.
Bij hoog en bij laag is door rijk en provincie steeds gezegd dat het een kwestie is van vrijwilligheid. Ik vraag u om in de omgevingsvisie die vrijwilligheid nogmaals te benadrukken. Een flink deel van de huiskavel van Vermeer is aangeduid als Natuur Netwerk Brabant. Zij kunnen deze grond niet missen. Blijft het vrijwillig ??
De reden voor die vraag is de situatie bij de Fokmast. Het perceel langs de Nieuwkerksedijk-zuid staat op de nominatie voor onteigening ten gunste van het herstel van de waterkwaliteit en de waterstand in een paar vennen in de Regte Heide. Het is mijn overtuiging als hydroloog dat dat het door de provincie gewenste herstel nooit voldoende kan worden gerealiseerd door verhoging van de grondwaterstand in het perceel van Vermeer. De provincie zal dan eisen dat óók het waterpeil in de Poppelsche Leij fors wordt verhoogd. En dan nog is het volgens mij zeer de vraag of na zo’n peilverhoging de waterstand in de vennen wel geheel hersteld zal zijn. Wat ontbreekt is een goed hydrologisch onderzoek. In voorjaar 2018 is voor de proeftuin de Notitie Reikwijdte en Detailniveau (NRD) vastgesteld als opmaat voor de nog op te stellen Milieueffectrapportage, de MER. De Commissie-MER heeft in de zomer 2018 over die Notitie Reikwijdte en Detailniveau haar advies uitgebracht. Daarin staat onder meer dat zij het allereerst nodig vindt om een ecohydrologische systeemanalyse uit te voeren, met als doel het ecohydrologisch functioneren van de Regte Heide en omgeving beter te begrijpen. Zo’n hydrologisch onderzoek is tot dusver niet uitgevoerd. Dat moet alsnog gebeuren.
Pas als het resultaat van dat onderzoek bekend is, kan verantwoord worden bepaald óf het door de provincie gewenste herstel van de natuurwaarden in de vennen in de Regte Heide überhaupt mogelijk is en zo ja, over welke maatregelen daar dan voor nodig zijn. Uw raad moet er op aandringen dat zo’n hydrologisch onderzoek wordt uitgevoerd. 4. De Fokmast In de Nota zienswijzen worden de bezwaren van Vermeer ‘doorgeschoven’ naar de behandeling van het bestemmingsplan. Bij het vorige punt heb ik al gezegd dat er eerst een goed hydrologisch onderzoek moet worden uitgevoerd, vóórdat het verantwoord is om een besluit te nemen. Dat geldt ook voor de bestemmingen in het plan voor de Fokmast.. Het is nodig dat uw raad nog een paar slagen om de arm houdt. Ga er niet nu al van uit dat alles, wat in het voorontwerp bestemmingsplan staat, niet meer zal worden veranderd. 5. Aanduiding ‘Transformatie VAB’ Die aanduiding staat precies op de boerderij van Vermeer. Volgens de Nota zienswijzen is die aanduiding niet perceel-gebonden. Zet die aanduiding dan ergens anders. 6. Tot slot In de Nota Zienswijzen staat op pagina 19 dat uw raad een aantal toekomstige ontwikkelingen graag wil bekijken ´samen met de agrarische ondernemers´. Op pagina 20 (5e streepje) staat dat u dat wilt doen rekening houdend met de verdiencapaciteit en met de focus op toekomstbestendigheid.
Ik vraag u om die uitgangspunten ook te hanteren voor het agrarisch bedrijf van Vermeer, net zoals uw raad dat eerder al heeft besloten bij de vaststelling van de spelregels voor de proeftuin.