CConstaterende datBergeijk
Koppel je AI →
Document · PDF

Reactie adviesraad Sociaal Domein

Gemeenteraad 2 juli 2024, gemeente BergeijkBij agendapunt: Raadsvoorstel Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Bergeijk 2024 (WMO)1.909 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Niet gevonden in dit document.

Memo

Voor

:

Adviesraad Sociaal Domein

Van

:

P. Smets

Afdeling

:

Maatschappij en Ruimte

Datum

:

donderdag 2 mei 2024

Onderwerp

:

Verordening en beleidsregels maatschappelijke ondersteuning 2024

Beste Adviesraad Sociaal Domein, Op 15 april 2024 heeft Petra Smets, beleidsmedewerker Sociaal Domein, de verordening en beleidsregels WMO toegelicht en u gevraagd om een advies uit te brengen over de aanpassingen. Op 30 april 2024 hebben wij dit advies ontvangen. Hartelijk dank hiervoor. Reactie op uw advies Onderstaand vindt u, per gegeven advies, onze reactie. • Er wordt gesproken over clientondersteuning. Dit is een verplichting om aan te bieden/recht voor inwoner om gebruik van te kunnen maken. Onze vraag is: hoe weten inwoners van het bestaan hiervan, worden zij hier actief over geïnformeerd en gebeurt dit mondeling of schriftelijk? (Flyer) Antwoord: Bij het eerste contact met de inwoner wordt de inwoner hier mondeling op gewezen en uitleg gegeven. Vervolgens wordt de inwoner hierover ook schriftelijk geïnformeerd bij de ontvangstbevestiging van de melding die de inwoner ontvangt. •

Het gaat om een beleidsstuk dat de inwoner over het algemeen niet leest schatten wij in. Hoe worden mensen op de hoogte gebracht van het proces van een WMO-aanvraag? Het gaat erom het bewustzijn van de inwoners mee te nemen in een proces wat voor hen vaak totaal onbekend is; wat kan een inwoner verwachten en wat niet? Wij adviseren daarom een infographic te maken voor inwoners. Daar is een mooi voorbeeld van te vinden van de gemeente Zuidplas. Zie bijlage. Antwoord: Dank je wel voor het voorbeeld. Inwoners krijgen bij de Wmo-loketten van de consulenten altijd mondeling uitleg over de Wmo en het proces van een Wmo-aanvraag, waarbij ze hun vragen direct aan de consulent kunnen stellen. Tevens zijn er folders beschikbaar op de loketten, zodat inwoners alle informatie ook schriftelijk kunnen ontvangen en mee naar huis kunnen nemen om op hun gemak nog eens na te lezen. Ook telefonisch kunnen inwoners terecht voor allerlei vragen over de Wmo en het aanvraagproces, welke informatie ook op de gemeentelijke websites en de website van Afdeling Maatschappelijke Dienstverlening is terug te vinden. Tijdens het huisbezoek (keukentafelgesprek) wordt door de consulent (nogmaals) de aanvraagprocedure met de client besproken en kan de client al zijn/haar vragen direct stellen.

Voor inwoners van de Kempen is informatie over het proces van een Wmo-aanvraag dan ook op verschillende wijzen en plekken, zowel voorafgaand aan een melding als na de melding en gedurende de aanvraag, beschikbaar. Oa de folder in de bijlage.

•

In de beleidsregels wordt gesproken over burgers/cliënten/inwoners. Ons voorstel is om eenzelfde benaming te kiezen en daarbij het woord “inwoner” te hanteren. Antwoord: Dit is aangepast. In zowel de beleidsregels als de verordening gebruiken we nog slechts een tweetal termen, namelijk inwoner en cliënt. Beide begrippen zijn nodig om een onderscheid te maken tussen een inwoner zijnde en een ‘gebruiker van ondersteuning’ zijnde een client. (zie bijvoorbeeld artikel 26 verordening en beleidsregels).

•

Er wordt gesproken dat de aanvraag bij het college moet worden gedaan. We willen graag verheldering over de rol van het college hierin en rol van de WMO-consulent. Antwoord: Formeel is de uitvoering van de Wmo een taak opgelegd aan het college van een gemeente zoals volgt uit de Wet maatschappelijke ondersteuning. In de Kempen is de uitvoering van het Sociaal Domein door de colleges belegd bij de GRSK (gemeenschappelijke regeling samenwerking de Kempen), afdeling Maatschappelijke Dienstverlening. De uitvoering van de Wmo in de praktijk vindt dus plaats door consulenten, waarbij een Wmo-aanvraag dus ook daar terechtkomt.

•

Wat betreft korte levensverwachting, pagina 6: we willen graag dat dit explicieter uitgewerkt wordt wat er verwacht kan worden en hoe hierop wordt ingespeeld. In een situatie met een korte levensverwachting dient hulp hoe dan ook beschikbaar te zijn en gelden er andere procedurele regels. Hoe ziet deze spoedprocedure eruit en wanneer kan hier een beroep op worden gedaan? Antwoord: De spoedprocedure is een aparte procedure die beschreven is in artikel 3 lid 3 van de verordening en de beleidsregels. Hierin wordt verwezen naar artikel 2.3.3 van de Wet maatschappelijke ondersteuning, die onder spoedeisende gevallen in ieder geval rekent: gevallen waarin terstond opvang noodzakelijk is, al dan niet in verband met risico’s voor de veiligheid als gevolg van huiselijk geweld. Het betreft dus een ruim begrip, waar een situatie waarin sprake is van een korte levensverwachting onder zou kunnen vallen. Het betreft hier te allen tijde maatwerk, waarbij goed gekeken wordt naar de specifieke omstandigheden van het geval/ de client. In artikel 9 van de beleidsregels wordt een korte levensverwachting genoemd als reden om af te kunnen wijken van hetgeen bepaald is in dat artikel. Het begrip ‘korte levensverwachting’ wordt bewust niet nader ingekaderd. De reden hiervoor is dat er zoveel als mogelijk maatwerk mogelijk is en afgestemd kan worden op de specifieke omstandigheden van het geval.

Dit behoeft geen aanpassing in de beleidsregels.

•

Wat betreft gebruikelijke zorg: boodschappen doen door een kind van 11 jaar. We willen dat getal 11 eruit geschrapt hebben en daar minimaal 15 jaar van maken. De WMO is bedoeld om inwoners in staat te stellen mee te doen. Dit vraagt om een zorgvuldige afweging ten aanzien van inzet van kinderen in een kwetsbare situatie, juist voor hen geldt dat er ruimte moet zijn voor persoonlijke ontwikkeling, huiswerk, bijbaan en niet direct extra hulp in het huishouden. Aandachtspunt hierbij is ook de afstanden van winkels vanuit de kernen. Maar ook is het belangrijk om te voorkomen dat we meer jonge (<15 jaar) mantelzorgers krijgen. Antwoord: Het betreft hier algemene richtlijnen die landelijk gehanteerd worden. Uiteraard kan hiervan afgeweken worden in specifieke gevallen waarin de richtlijn geen recht doet aan de desbetreffende situatie. Maatwerk blijft altijd mogelijk in de Wmo en de consulent kijkt altijd naar de specifiek aanwezige gezinssituatie.

•

Sanering vervuilde woning: als er sprake is van een vervuilde woning, is daar een aparte voorziening voor om de woning eerst te saneren. Hoe ziet die procedure eruit? Antwoord: Dit betreft een soortgelijke procedure als voor de andere voorzieningen die aangevraagd worden via de Wmo. Net zoals bij bijvoorbeeld een woonvoorziening dienen offertes te worden aangeleverd op basis waarvan een saneringsbedrijf wordt ingeschakeld om de woning te sanering. Dit vaak samen met hulp/ondersteuning voor de desbetreffende client, omdat dit (erg) ingrijpend kan zijn. Opmerking verdient wel dat dit (gelukkig) niet heel vaak voorkomt. Als woningsanering noodzakelijk is, het een situatie betreft waarin het eea reeds is geëscaleerd, waardoor een woning dermate bevuild/ niet meer leefbaar is voor de client. Dit terwijl als uitgangspunt geldt dat we iedere inwoner zo snel mogelijk de juiste hulp willen aanbieden.

•

Op bladzijde 12 wordt gesproken over bewijslast. Er wordt verwezen naar de client ondersteuner of dorpsondersteuner. Wat ons betreft moet de toon zijn: de inwoner wordt geholpen. 2 van 4

Antwoord: Het betreft hier de algemene richtlijn vanuit de rechtbank met betrekking tot wat onder een algemeen gebruikelijke voorziening wordt beschouwd. Hieruit volgt dat een algemeen gebruikelijke voorziening in principe financieel gedragen zou moeten kunnen worden met een inkomen op minimumniveau. Indien de client dit niet kan, kan de client dit aangeven en zal door de consulent om een (korte) onderbouwing worden gevraagd. Vanuit de Wmo is er in principe nooit inzicht in de financiën van een client. Dergelijke gegevens zijn niet noodzakelijk om een Wmo-aanvraag te beoordelen en derhalve dus niet worden opgevraagd bij de client. Uiteraard blijft als uitgangspunt gelden dat een inwoner passend wordt geholpen. Geen aanpassing van artikel 9 beleidsregels. •

Wat ons betreft mogen de voorbeelden van algemeen gebruikelijke woonvoorzieningen en algemeen gebruikelijke voorzieningen uit het hoofddocument maar in een addendum. Antwoord: Een addendum bevordert over het algemeen niet de leesbaarheid van beleidsregels. Gelet hierop is voor deze opzet gekozen. Geen aanpassing van de beleidsregels.

•

Dagbesteding: er wordt verwezen naar bestaande initiatieven in de dorpskernen. Wordt dat bedoeld bij afwijzing van de voorziening of als aanvulling? Antwoord: Beiden, zowel als alternatief of als aanvulling. Naar deze bestaande initiatieven in de dorpskernen wordt verwezen in artikel 9 van de beleidsregels onder het kopje ‘algemeen gebruikelijke voorzieningen’. Deze algemeen gebruikelijke voorzieningen worden meegenomen in het onderzoek door de consulent. Afhankelijk van de uitkomst van een dergelijk onderzoek kan/ kunnen algemeen gebruikelijke voorziening(en) een aanvulling op een maatwerkvoorziening zijn. Of voorzien dergelijke voorzieningen voldoende in de oplossing van de hulpvraag vanuit de client waardoor er geen maatwerkvoorziening vanuit de Wmo nodig is.

•

De overgang van hulp 18- naar 18+ willen we graag beschreven zien omdat hiervoor verschillende regelgeving geldt. Concreet kan dit namelijk betekenen dat hulp bij 18+ niet verlengd wordt omdat de gemeente geen contract heeft met aanbieder die wel gecontracteerd is voor 18-. Dit is voor inwoners een weinig transparant en langdurig proces. Dit kan behoorlijke consequenties hebben voor jongvolwassenen. Ons advies is ook hiervoor een heldere procedurele stap op te nemen. Antwoord: De Jeugdwet en de Wmo zijn twee verschillende wetten met verschillende uitgangspunten en uitvoering. Hierdoor is het niet passend om onderdelen van de Jeugdwet op de nemen in de verordening en beleidsregels Wmo. Het is dus een bewuste keuze om de Wmo en de Jeugdwet in aparte verordening en beleidsregels op te nemen en nader uit te werken. Echter, op uitvoeringsniveau zijn de lijntjes kort en zijn er werkafspraken waarin de overgang van 18- naar 18+ is uitgewerkt. Algemeen uitgangspunt hierbij is dat er op casusniveau wordt gekeken om zoveel als mogelijk maatwerk te kunnen bieden, en het bewaken van continuïteit in de verleende zorg (indien mogelijk dezelfde zorgverlener). Vanuit een consulent jeugd vindt tijdig afstemming met een consulent Wmo plaats en bij overdracht van het dossier is er uiteraard sprake van een warme overdracht.

•

Jaarlijkse waardering mantelzorg, artikel 23: de tekst waaruit die jaarlijkse waardering bestaat ontbreekt. Graag willen we ook benoemd hebben hoe jonge mantelzorgers worden gewaardeerd. Ook het vinden of aanmeldprocedure van mantelzorgers zien we graag vermeld. Hoe weet men dat men mantelzorger is? Antwoord: Dit is nu aangevuld met de tekst ‘de gemeente draagt jaarlijks zorg voor de mantelzorgwaardering.’ Hoe we dat doen of de aanmeldprocedure wordt niet vermeld omdat we hierin flexibel willen zijn en willen aanpassen naar wat nodig is. Door dat vast te leggen is er die ruimte niet meer. De uitvoering van mantelzorgondersteuning ligt bij Cordaad Welzijn. Voor jonge en volwassen mantelzorgers is het aanbod anders. Zo bieden we o.a. het mantelzorgcafé aan, trainingen en

3 van 4

workshops en voor jonge mantelzorgers ook uitjes. Daarnaast wordt voorliggend ook het eea georganiseerd voor mantelzorgers op kernniveau. Tot slot vindt er jaarlijks in november de mantelzorgwaardering plaats. Hier zijn we ook op aan het inzetten om meer mantelzorgers te bereiken en een gevarieerdere waardering aan te bieden. •

Is het mogelijk voor inwoners om een nieuwe afweging te vragen als men het niet eens is met de beslissing van betreffende WMO-consulent? Een second opinion als het ware. Antwoord: Indien een inwoner het niet eens is met de beschikking op zijn/haar Wmoaanvraag, dan staat de mogelijkheid om in bezwaar en beroep te gaan open. Een second opinion is niet mogelijk en zou in principe ook niet tot een andere uitkomst moeten leiden nu in de uitvoering door Wmo-consulenten zoveel als mogelijk gestreefd wordt naar een uniforme uitvoering van de Wmo. Daarnaast is het in de praktijk gebruikelijk dat, indien nodig, consulenten onderling afstemming zoeken bij elkaar, alvorens een beschikking wordt opgesteld.

Met vriendelijke groet, Burgemeester en wethouders van Bergeijk, namens dezen,

Petra Smets Beleidsmedewerker sociaal domein/wmo Afdeling Maatschappij en Ruimte

4 van 4

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=GemeenteBergeijk&id=5fc9b056-ba6b-45f7-9967-b82b63e834be