CConstaterende datBergeijk
Koppel je AI →
Document · PDF

BIJL6TOE.pdf

Gemeenteraad 22 april 2021, gemeente BergeijkBij agendapunt: RV Bestemmingsplan Weebosserweg 71, Bergeijk751 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Niet gevonden in dit document.

Afhangen aan boerderijen. Boerderijen hebben zich na de bouw ervan vaak verder ontwikkeld. In eerste instantie werden daarbij tekortkomingen opgeheven. Zo zien we bij beina alle oude hallehuisboerderijen dat het woongedeelte in de loop der tijd werd vergroot. Meestal werd daarbij tegen het woongedeelte van de boerderij een aanbouw gerealiseerd. Bij de financieel beter gesitueerde boeren werd een ruime uitbreiding gebouwd en ontstond de T-huis boerderij. Wanneer ook het bedrijfsgedeelte te krap werd er een schuur bijgebouwd. Voor de rijke boeren bleek het bijbouwen van een afzonderlijke wagenloods nuttig. Afhangen zoals we die bij langgevelboerderijen kennen kwamen bij hallehuisboerderijen niet voor. Bij de latere langgevelboerderij werden ook wijzigingen en uitbreidingen uitgevoerd. Langgevelboerderij kenden een vaste indeling bestaande uit een woongedeelte en een bedrijfsgedeelte. Het woongedeelte had vanaf het eind van de negentiende eeuw, in de regel een vierdeling, d.w.z. een voordeur met gang centraal in de voorgevel. Links en rechts van de gang een kamer en de gang eindigde met een deur naar de keuken, van waaruit men een opkamer kon betreden. Die indeling was vaak gebaseerd op burgerwoningen uit dezelfde bouwtijd. Het bouwen van een dergelijke boerderij was duur en veel boerderijen waren dan ook niet groter dan noodzakelijk.

Binnen de boerderij was dan ook soms onvoldoende ruimte om een wagen en gereedschap in onder te brengen. Daarom werd tegen de eindgevel een z.g. afhang gebouwd. Deze afhang bestond uit een lage (vaak houten ) wand evenwijdig aan de eindgevel. Vanaf deze wand werd een lessenaardak aan de gevel bevestigd. Aanvankelijk was het dus niet veel meer dan een afdak waaronder het gereedschap en wagen gestald kon worden. In de loop der tijd werd dit afdak verder verbeterd door meer duurzame materialen toe te passen, ook werden tijdens de bouw vaak al haken ingemetseld om een balk tegen de gevel te kunnen bevestigen.

Op deze wijze is de afhang ontstaan. Bij boerderijen van rijkere boeren of investeerders werd een afzonderlijke wagenloods in de boerderij onder gebracht. Deze wagenloods werd in het achterste deel van de boerderij onder gebracht. Deze boerderijen kende dus geen afhang.

Langgevelboerderijen hadden net als de hallehuisboerderijen een vaste indeling en kende ook een vast patroon van uitbreidingen en wijzigingen. Verschillende omstandigheden waren soms aanleiding voor een uitbreiding of wijziging. Deze omstandigheden konden van lokale aard zijn. Zo komen afhangen veelvuldig voor in de omgeving van Weert. Daarbij werden ook afhangen tegen de achtergevel van de langgevelboerderij gebouwd. Deze afhangen beperkte zich altijd tot het bedrijfsgedeelte, maar soms werd de afhang gecombineerd met een bijkeuken. De aanvankelijke langgevelboerderij kende een woonkeuken welke door een buitendeur of en deur via de koeienstal toegankelijk was. Ook moest rekening gehouden worden met de bestaande logistieke indeling van de bedrijfsruimte. Een eerste uitbreiding bij veel langgevelboerderijen was dan ook een bijkeuken welke tegen de achtergevel gebouwd werd.

De afhangstallen moesten opgedeeld worden in zeugenstallen, gespeende biggen en mestvarkens. Veel varkens konden dus niet onder een afhang worden gehouden. In Weert lag een grote export slachterij (Limco) tegen de spoorlijn. Deze exporteerde tijdens de eerste wereldoorlog mager varkensvlees naar Engeland en vet varkensvlees naar Duitsland. Voor het vervoer van vlees was de spoorlijn van groot belang. Het vervoer van varkens naar de slachterij beperkte de afstand die overbrugt kon worden met paard en wagen. We zien dan ook op grotere afstand van de slachterij geen oude afhangen.

Achtergevel zonder afhang te Geldrop.

Het mesten van varkens was toen financieel aantrekkelijk, met relatief weinig bouwkosten werd geld verdient. Direct na de tweede wereldoorlog zien we de toepassing van de vrachtauto voor het vervoer van varkens. Hierdoor konden boeren op enige afstand van de slachterijen, ook varkens gaan mesten. Maar de transportkosten namen veel van de winst weg en daarom zien we slechts beperkt afhangen bij langgevelboerderijen op grotere afstand. Omstreeks het midden van de afgelopen eeuw zien we geen varkensstallen meer gebouwd tegen de achtergevel van boerderijen.

Een van de laatste varkensstallen tegen de achtergevel (1958). De vrijstaande stallen, namen de stallen tegen de achtergevel over. Bovendien impliceerde een afhang dat de lange gevel niet hoog kon zijn wat voor de varkens geen probleem was maar de boer die telkens zich moest bukken om het mest door nog lagere deurtjes uit de stallen moest schieten.

vrijstaande varkensstal in Westerhoven. Na de tweede wereldoorlog werden efficiëntere vrijstaande varkensstallen ontwikkeld. Deze werden voorzien van een mestsleuf waardoor een schuif aan kettingen werd getrokken en het mest naar buiten afvoerde. Weer later werden drijfmestkelders toegepast wat nog minder energie koste. Ir W. Beelen

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=GemeenteBergeijk&id=e9feab0c-7637-41c5-9b6d-717a03d2799a