20230713 Concept PIP Windpark Horst en Telgt v2 0
Tekst van het document
Concept provinciaal inpassingsplan windpark Horst en Telgt Ten behoeve van het vooroverleg en horen gemeenteraden Ermelo en Putten
Juli 2023
inpassingsplan Windpark Horst en Telgt (concept ontwerp)
Inhoudsopgave
Toelichting
4
Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Ligging plangebied 1.3 Geldende bestemmingsplannen 1.4 Procedurele en juridische context 1.5 Leeswijzer
5 5 6 6 8 10
Hoofdstuk 2 Beleidskader 2.1 Mondiaal en Europees beleid 2.2 Rijksbeleid 2.3 Provinciaal beleid 2.4 Regionaal beleid 2.5 Gemeentelijk beleid 2.6 Conclusie
11 11 11 17 23 25 28
Hoofdstuk 3 Huidige structuur plangebied en ontwikkelingen 3.1 Ruimtelijke structuur 3.2 Functionele structuur 3.3 Ontwikkelingen
29 29 29 33
Hoofdstuk 4 Projectbeschrijving 4.1 Totstandkoming van het plan 4.2 Beschrijving van het plan 4.3 Ruimtelijk ontwerp
35 35 38 41
Hoofdstuk 5 Toetsing aan omgevingsaspecten 5.1 Uitgangspunten 5.2 Geluid 5.3 Slagschaduw 5.4 Veiligheid 5.5 Gezondheid 5.6 Natuur 5.7 Cultuurhistorie 5.8 Water 5.9 Bodemkwaliteit 5.10 Overige aspecten
49 49 55 62 66 71 79 90 94 98 101
Hoofdstuk 6 Juridische planbeschrijving 6.1 Algemeen 6.2 Bestemmingsregels 6.3 Artikelsgewijze toelichting bestemmingsregeling
107 107 107 109
Hoofdstuk 7
111
Financieel-economische uitvoerbaarheid
Hoofdstuk 8 Maatschappelijke uitvoerbaarheid 8.1 Participatie 8.2 Overleg 8.3 Zienswijzen
2
112 112 115 115
Provincie Gelderland
inpassingsplan Windpark Horst en Telgt (concept ontwerp)
Bijlagen bij toelichting (apart) Bijlage 1
Milieueffectrapport Windpark Horst en Telgt (nog toe te voegen)
Bijlage 2
Motivering lokale normen
Bijlage 3
Onderzoek geluid en slagschaduw
Bijlage 4
Risicoanalyse externe veiligheid
Bijlage 5
Quickscan ecologie
Bijlage 6
Ecologisch onderzoek MER
Bijlage 7
Bureauonderzoek archeologie
Bijlage 8
Rapportage radarhindertoetsing
Regels
117
Hoofdstuk 1 Artikel 1 Artikel 2
Inleidende regels Begrippen Wijze van meten
118 118 123
Hoofdstuk 2 Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5 Artikel 6
Bestemmingsregels Bedrijf - Windturbinepark Waarde - Archeologie 2 Waarde - Archeologie H Waarde - Archeologie L
124 124 126 128 129
Hoofdstuk 3 Artikel 7 Artikel 8 Artikel 9
Algemene regels Anti-dubbeltelregel Algemene aanduidingsregels Overige regels
130 130 131 132
Hoofdstuk 4 Artikel 10 Artikel 11
Overgangs- en slotregels Overgangsrecht Slotregel
133 133 134
Bijlagen bij regels
135
Bijlage 1
136
Reken- en handhavingsmethodiek
Provincie Gelderland
3
inpassingsplan Windpark Horst en Telgt (concept ontwerp)
Toelichting
4
Provincie Gelderland
inpassingsplan Windpark Horst en Telgt (concept ontwerp)
Hoofdstuk 1 1.1
Inleiding
Aanleiding
Prowind BV heeft samen met de energiecoöperatie Veluwe-Energie (hierna: de initiatiefnemers) het voornemen om het windpark Horst en Telgt te ontwikkelen. Het initiatief bestaat uit een windpark met maximaal zeven windturbines, met bijbehorende civiele en elektrische infrastructuur, langs en nabij de rijksweg A28 in de gemeenten Ermelo en Putten. Zes windturbines zijn voorzien in de gemeente Ermelo en één in de gemeente Putten. Met het windpark dragen de initiatiefnemers primair bij aan de nationale, provinciale en gemeentelijke doelstelling om het aandeel duurzame energie te verhogen, en daarmee de klimaatverandering te beperken, maar ook aan het versterken van de regionale economie. Vijf windturbines plus twee onder voorwaarden Gedeputeerde Staten hebben een voorkeursopstelling voor het windpark vastgesteld van 5 windturbines, plus 2 windturbines onder voorwaarden.
1 Vanwege de wespendief zijn de twee oostelijke windturbines alleen onder voorwaarden toegestaan: “De twee oostelijke turbines zijn alleen toegestaan als er mogelijkheden zijn op basis van het toekomstige beleid over de wespendief óf als er juridische mogelijkheden zijn om de twee posities nu alvast onder voorwaarden te vergunnen en pas later te bouwen (bijvoorbeeld als cameradetectie mogelijk is).” Dit inpassingsplan gaat in basis uit van de realisatie van zeven windturbines, deze zijn ook onderzocht en onderbouwd voor bijna alle (onderzoeks)aspecten vanuit een goede ruimtelijke ordening in dit inpassingsplan. Alleen voor het aspect natuur, en specifiek de wespendief, geldt een uitzondering. Deze turbines zijn alleen realiseerbaar onder voorwaarde dat dit niet leidt tot aantasting van de instandhouding van de wespendief. Dit is ook juridisch-planologisch vastgelegd in de planregels. Nut en noodzaak van het windpark De energiesector in Nederland is verantwoordelijk voor meer dan twintig procent van de uitstoot van broeikasgassen. De uitstoot van broeikasgassen als gevolg van de energiebehoefte kan worden beperkt door energiebesparing en door grootschalige inzet van duurzame energiebronnen.
In december 2015 zijn op de eenentwintigste klimaatconferentie in Parijs (COP21) 195 landen akkoord gegaan met een nieuw klimaatverdrag dat de uitstoot van broeikasgassen wereldwijd moet terugdringen. Daarmee moet de uitstoot van broeikasgassen worden teruggedrongen en de opwarming van de aarde worden beperkt tot maximaal 2 graden, met 1,5 graad als streefwaarde. De Europese Unie heeft dit verdrag ook medeondertekend. De Europese doelstelling ten aanzien van duurzame energieopwekking is dat in 2030 tenminste 32% van het energieverbruik van de Europese Unie duurzaam moet zijn opgewekt. Dit is vastgelegd in een Europese overeenstemming waar ook Nederland zich aan heeft geconformeerd.2 De uitstoot van broeikasgassen dient in 2030 met ten minste 55% te zijn gereduceerd ten opzichte van het niveau van 1990. Dat doel was eerder op 49% gesteld. Klimaatneutraliteit in 2050 is de lange termijndoelstelling. Om de doelen te halen die in het Klimaatakkoord van Parijs zijn afgesproken heeft Nederland gewerkt aan een nationaal Klimaatakkoord (2019) en vervolgens de Klimaatwet (2019). In de Klimaatwet zijn de Nederlandse klimaatdoelstellingen wettelijk vastgelegd.
In de Klimaatwet staan drie doelen: een vermindering van 49% (ten opzichte van 1990) van de broeikasgasuitstoot in 2030; een vermindering van 95% (ten opzichte van 1990) van de broeikasgasuitstoot in 2050; 100% broeikasgas-neutrale elektriciteit in 2050. Elke vijf jaar komt er een klimaatplan waarin het klimaatbeleid wordt vastgesteld. Het eerste klimaatplan (Klimaatplan 2021-2030) bevat maatregelen om tot het reductiedoel van 49% in 2030 te komen door onder meer 35 terawattuur (TWh) aan hernieuwbare energie op land te realiseren in 2030. Realisatie van windprojecten op land zijn noodzakelijk om bij te dragen aan deze doelstelling. De provincie Gelderland streeft vanuit haar maatschappelijke opgave voor energietransitie naar een betrouwbare, betaalbare en hernieuwbare energievoorziening en naar energieneutraliteit in 2050. Op weg naar energieneutraliteit in 2050 wil de provincie als tussendoelstelling in 2030 55% broeikasgasreductie in Gelderland realiseren. Hiervoor is ook windenergie noodzakelijk. Windpark
Provincie Gelderland
5
inpassingsplan Windpark Horst en Telgt (concept ontwerp) Horst en Telgt heeft een opgesteld vermogen van maximaal circa 50 megawatt (MW) en levert daarmee een belangrijke bijdrage aan het behalen van de doelen voor 2030 en 2050. Uitgaande van een opgesteld vermogen van maximaal circa 50 MW levert Windpark Horst en Telgt, afhankelijk van het type turbines, naar verwachting 119,2 gigawattuur (GWh) per jaar op. 2 Een huishouden gebruikt gemiddeld 3.000 tot 3.500 kilowattuur (kWh) stroom per jaar. 3 Met het windpark kunnen dus maximaal zo'n 43.057 huishoudens van stroom worden voorzien.
1.2
Ligging plangebied
Het plangebied is gelegen ten oosten van de rijksweg A28 in het noorden van de provincie Gelderland. Het grootste deel van het plangebied ligt in de gemeente Ermelo, een kleiner deel (de zuidpunt) ligt in de gemeente Putten. Ten oosten van het plangebied liggen de kernen Horst en Telgt in de gemeente Ermelo. Aan de westzijde van het plangebied ligt het Nuldernauw, één van de Veluwerandmeren. Figuur 1.1 Globale ligging plangebied
1.3
Geldende bestemmingsplannen
Ter plaatse van het plangebied gelden een aantal bestemmingsplannen. In de gemeente Ermelo: bestemmingsplan "Buitengebied Midden-West" (vastgesteld d.d. 9 juli 2009); reparatie "Buitengebied Midden-West" (vastgesteld 11 oktober 2010). In de gemeente Putten: bestemmingsplan "Westelijk Buitengebied" (vastgesteld d.d. 3 april 2014) en reparatie-/herstelbestemmingsplan "Westelijk Buitengebied" (vastgesteld d.d. 12 mei 2016). veegplan "Westelijk Buitengebied", gemeente Putten (vastgesteld d.d. 4 oktober 2018). Daarnaast is het volgende bestemmingsplan relevant, gelegen binnen het invloedsgebied van de windturbines: westzijde: bestemmingsplan "Strand Horst" van de gemeente Ermelo (vastgesteld d.d. 12 november 2020) (voor wat betreft ter plaatse bestemde bedrijfswoningen, hotel en natuurgebied Het Groene Kruispunt). 6
Provincie Gelderland
inpassingsplan Windpark Horst en Telgt (concept ontwerp) Binnen het invloedsgebied wordt het windpark niet gerealiseerd maar het kan er wel op van invloed zijn (bijvoorbeeld in het kader van externe veiligheid of geluid). Bestemmingsplannen "Buitengebied Midden-West" (gemeente Ermelo) Op 9 juli 2009 is het bestemmingsplan "Buitengebied Midden-West" vastgesteld door de raad van de gemeente Ermelo. Bij besluit van 9 april 2010 hebben Gedeputeerde Staten van Gelderland beslist over de goedkeuring van het bestemmingsplan. Voor 12 percelen is goedkeuring onthouden. Op 18 januari 2012 de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State het besluit van Provincie Gelderland deels vernietigd. De gemeente Ermelo heeft besloten voor deze onderdelen het bestemmingsplan te repareren met het reparatieplan zoals vastgesteld op 11 oktober 2010. Ter plaatse van het plangebied geldt voornamelijk de bestemming 'Agrarisch gebied met landschappelijke waarden' (AL). De als zodanig bestemde gronden zijn bestemd voor de uitoefening van het agrarisch bedrijf, extensieve dagrecreatie, verkeer, nutsvoorzieningen en voorzieningen ten behoeve van de waterhuishouding. En daarnaast ook onder meer voor het behoud van landschappelijke en natuurwetenschappelijke waarden.
Bestemmingsplannen "Westelijk Buitengebied" (gemeente Putten) Op 3 juli 2014 is het bestemmingsplan 'Westelijk Buitengebied' van de gemeente Putten vastgesteld. Op 12 mei 2016 is het bestemmingsplan op onderdelen gerepareerd naar aanleiding van de (tussen)uitspraak van de Raad van State. Het veegplan van 4 oktober 2018 betreft een herziening op onderdelen van het bestemmingsplan "Westelijk Buitengebied" (en reparatiebesluit). Ter plaatse van de geplande zuidelijkste windturbine in de gemeente Putten geldt de enkelbestemming 'Agrarisch met waarden - Landschap' en dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 2'. De voor 'Agrarisch met waarden - Landschap' aangewezen gronden zijn bestemd voor onder meer de uitoefening van een agrarisch bedrijf, behoud en herstel van landschapswaarden en duurzame energieopwekking, door middel van bijvoorbeeld zonnepanelen, en levering van energie, uitsluitend binnen het bouwvlak. Bouwwerken mogen uitsluitend binnen de op de plankaart aangegeven bouwvlak worden gebouwd, uitgezonderd sleufsilo’s en kuilplaten. Gronden met de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 2' zijn mede bestemd voor het behoud en de bescherming van archeologische waarden.
Een onderzoeks- en vergunningplicht geldt wanneer er sprake is van een bouwwerk met een bouwoppervlak van meer dan 100 m2 en/of een bouwwerk dat zonder werkzaamheden dieper dan 40 cm onder het maaiveld wordt gerealiseerd. Daarnaast geldt de gebiedsaanduiding 'overige zone - ehs verweving en verbindingszone'. Ter plaatse van deze aanduiding zijn de gronden tevens bestemd voor bescherming, behoud, herstel of de duurzame ontwikkeling van landbouwgebieden met natuurwaarden en landbouwgebieden met een hoge dichtheid aan natuur- en boselementen. Voor het uitvoeren van verschillende werkzaamheden, geen bouwwerk zijnde, of werkzaamheden, zoals bijvoorbeeld voor: het bebossen of anderszins beplanten van gronden met houtopstanden; vellen of rooien van bos, alsmede het verwijderen van landschapselementen; het aanleggen, verbreden en verharden van wegen, paden en parkeergelegenheden, alsmede het aanbrengen van oppervlakteverhardingen groter dan 100 m², met uitzondering van erftoegangswegen naar bouwvlakken; geldt een omgevingsvergunningplicht. Bestemmingsplan "Strand Horst" (gemeente Ermelo) Het bestemmingsplan "Strand Horst" (vastgesteld d.d. 12 november 2020) heeft betrekking op de zone tussen de rijksweg A28 en het Nuldernauw.
Het bestemmingsplan bevat bestemmingen voor 'Recreatie', Groen', 'Natuur', 'Water', 'Cultuur en Ontspanning' en 'Horeca', maar ook 'Verkeer' en 'Jachthaven'. De bestemmingen en toegestane functies hebben allen vooral een recreatieve of daaraan aanverwante functie. Ter plaatse van de bestemming 'Cultuur en ontspanning' mogen onder andere ter plaatse van specifieke functieaanduidingen twee hotels met in totaal maximaal 150 kamers worden gerealiseerd en een evenementenhal. Ter plaatse van de verschillende bestemmingen (totaal 8 locaties binnen de bestemmingen 'Recreatie', 'Cultuur en ontspanning', 'Jachthaven' en 'Horeca') geldt de functieaanduiding
Provincie Gelderland
7
inpassingsplan Windpark Horst en Telgt (concept ontwerp) 'bedrijfswoning'. Ter plaatse mag per aanduidingsvlak ten hoogste één bedrijfswoning worden gebouwd op de verdieping van het hoofdgebouw. Een deel van de aangeduide woningen heeft ook de functieaanduiding 'specifieke vorm van (...) - voorwaardelijke verplichting dove gevel'. Deze woningen dienen voorzien te zijn van dove gevels overeenkomstig het voor het bestemmingsplan uitgevoerde akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai (bijlage bij dát bestemmingsplan) en tevens in stand worden gehouden.
1.4
Procedurele en juridische context
Relatie met de milieueffectrapportage In onderdeel C en D van het Besluit milieueffectrapportage (Besluit m.e.r.), dat een AMvB (Algemene Maatregel van Bestuur) is bij de Wet milieubeheer (Wm), worden de activiteiten genoemd waarvoor een m.e.r. of een m.e.r.-beoordelingsplicht geldt. Voor windparken met meer dan 20 windturbines geldt een m.e.r.-plicht (categorie C 22.2). Voor windparken geldt een m.e.r.-beoordelingsplicht vanaf een gezamenlijk opgesteld vermogen van 15 MW of meer, of een park dat bestaat uit 10 windturbines of meer (categorie D 22.2). Voor deze activiteiten geldt dat beoordeeld moet worden of belangrijke nadelige effecten kunnen worden uitgesloten. De initiatiefnemers en het bevoegd gezag hebben besloten om de stap van de m.e.r.-beoordeling over te slaan en direct een project-m.e.r. te doorlopen, omdat een windpark van deze omvang mogelijk nadelige milieugevolgen heeft. Een beoordeling door het bevoegd gezag of inderdaad een project-m.e.r. noodzakelijk is, kan daarom achterwege blijven. Indien een ruimtelijk plan een activiteit mogelijk maakt waarvoor een m.e.r.-plicht of m.e.r.-beoordelingsplicht geldt, is het doorlopen van een plan-m.e.r. vereist. Als significante effecten op Natura 2000-gebieden op voorhand niet zijn uit te sluiten moet een zogenaamde 'Passende Beoordeling' (PB) worden opgesteld voor het inpassingsplan.
De plicht tot het opstellen van een PB leidt er ook toe dat een planMER moet worden opgesteld. Voor windpark Horst en Telgt geldt dat een provinciaal inpassingsplan wordt opgesteld. Omdat het ruimtelijk plan (inpassingsplan) dat wordt opgesteld een activiteit mogelijk maakt (het windpark) waarvoor een m.e.r. wordt doorlopen, is er (vrijwillig) voor gekozen tevens een planMER op te stellen. Voor windpark Horst en Telgt is om die reden een gecombineerd plan- en projectMER opgesteld (zie Bijlage 1). Passende beoordeling Voor het MER en de ruimtelijke procedure is een natuurtoets nodig en zijn de effecten op flora en fauna in beeld gebracht, dit is inclusief de gevolgen voor beschermde soorten. Als het windpark negatieve effecten heeft op een Natura-2000 gebied dient een passende beoordeling conform de Wet natuurbescherming (Wnb) te worden opgesteld, dat is voor onderhavig plan het geval. Bevoegd gezag In de Elektriciteitswet 1998 (Ew 1998) (artikel 9e, lid 1) is bepaald dat Provinciale Staten bevoegd zijn om voor de aanleg of uitbreiding van een windpark met een capaciteit van 5 tot 100 MW een inpassingsplan vast te stellen. Windpark Horst en Telgt valt met een capaciteit van maximaal circa 50 MW binnen deze bevoegdheid. Het voorgaande betekent ook direct dat er sprake is van een provinciaal belang.
Daarnaast geeft het tweede lid van artikel 9e Ew 1998 aan dat Provinciale Staten in ieder geval toepassing geven aan deze bevoegdheid, indien de betrokken gemeente het verzoek tot herziening van het bestemmingsplan heeft afgewezen. De provincie Gelderland heeft, op verzoek van de gemeenten Ermelo en Putten, mede vanwege de benodigde bovenregionale afstemming wat betreft de wespendief besloten de planologische inpassing van onderliggend project in samenwerking met deze gemeenten op haar te nemen. Provinciale Staten zijn voor windpark Horst en Telgt bevoegd voor vaststelling van het inpassingsplan. Gedeputeerde Staten zijn vervolgens bevoegd voor de vaststelling van de omgevingsvergunningen (zie ook onder kopje 'vergunningen').
8
Provincie Gelderland
inpassingsplan Windpark Horst en Telgt (concept ontwerp)
Provinciale coördinatieregeling Op grond van artikel 9f, lid 1 van de Ew 1998 coördineren Gedeputeerde Staten de voorbereiding en bekendmaking van de vergunningen voor de realisatie van het windpark. Op grond van de Wet ruimtelijke ordening (Wro)4 hebben Provinciale Staten ook de provinciale coördinatieregeling, als bedoeld in paragraaf 3.5.3 Wro, van toepassing verklaard <ligt voor ter besluitvorming bij PS op 27 september 2023> om het inpassingsplan gecoördineerd te kunnen voorbereiden en bekendmaken samen met de besluiten die op grond van de Ew 1998 al gecoördineerd worden voorbereid en bekendgemaakt. Dit houdt in dat besluiten (voor zover zij vallen onder het coördinatiebesluit) voor het windpark een gelijktijdige voorbereiding en bekendmaking kennen en dat de ontwerpbesluiten gezamenlijk ter inzage worden gelegd. Op dat moment kan eenieder een zienswijze (reactie) geven. Het bevoegd gezag neemt vervolgens de definitieve besluiten, rekening houdend met de ontvangen adviezen en zienswijzen. Als een belanghebbende, of eenieder die zienswijze heeft ingediend, het niet eens is met één of meer van de besluiten, kan hij/zij direct beroep instellen bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Toepassen van de coördinatieregeling heeft het voordeel dat er voor eenieder één 'loket' is voor het indienen van zienswijzen tegen de verschillende gelijktijdig voor te bereiden besluiten, vervolgens is er ook één beroepsprocedure voor het project en één uitspraak. Vergunningen Voor de realisatie en exploitatie van het windpark zijn diverse vergunningen benodigd. Dit is in ieder geval een omgevingsvergunning op grond van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) 5 noodzakelijk voor bouwen en milieu en een vergunning en/of ontheffing op de grond van de Wet natuurbescherming (Wnb). De provincie Gelderland is het bevoegd gezag voor de omgevingsvergunning en de ontheffing en vergunning op grond van de Wet natuurbescherming. De omgevingsdienst Regio Nijmegen is gemandateerd om deze namens Gedeputeerde Staten te verlenen. Afhankelijk van de inrichting zijn mogelijk ook nog een aantal andere vergunningen nodig, zoals bijvoorbeeld een watervergunning. Deze vergunningen kunnen meegecoördineerd worden. Crisis- en herstelwet Hoofdstuk 1 van de Crisis- en herstelwet (Chw) gaat over het stroomlijnen en versnellen van procedures voor besluiten van ruimtelijke en infrastructurele projecten, zoals omgevingsvergunningen op basis van de Wabo.
Het stroomlijnen van procedures houdt onder meer in dat er een versnelde afhandeling door de Raad van State geldt en het vereiste om direct inhoudelijke beroepsgronden in te dienen. Op basis van artikel 1.1. lid 1 Chw geldt de stroomlijning van procedures voor besluiten ter verwezenlijking van drie type projecten: projecten die vallen onder de categorieën ruimtelijke en infrastructurele projecten genoemd in Bijlage I; projecten van Bijlage II; projecten op basis van de bijzondere voorzieningen uit Hoofdstuk 2 Chw, te weten ontwikkelingsgebieden (afdeling 1, hoofdstuk 2 Chw) en "Lokale en (boven)regionale projecten met nationale betekenis" (afdeling 7, hoofdstuk 2 Chw). De realisatie van de windturbine valt onder projecten, zoals bedoeld in Bijlage I van de Chw, onder 1.2: "aanleg of uitbreiding van productie-installaties voor de opwekking van duurzame elektriciteit met behulp van windenergie als bedoeld in artikel 9b, eerste lid, aanhef en onderdelen a en b, en artikel 9e van de Elektriciteitswet 1998", waardoor hoofdstuk 1 van de Chw van toepassing is. Omdat er tijdsdruk zit achter de energietransitie is het zeer wenselijk de procedure te stroomlijnen met gebruikmaking van de Chw.
Dit brengt onder meer met zich mee dat: de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, na afloop van de beroepstermijn, een termijn van 6 maanden heeft voor het doen van een uitspraak op een beroep; dat het beroepschrift meteen de gronden van beroep moet bevatten (het indienen van een pro-forma beroepschrift is niet mogelijk). Het van toepassing zijn van de Chw dient vermeld te worden in bekendmaking, publicatie en besluitvorming.
Provincie Gelderland
9
inpassingsplan Windpark Horst en Telgt (concept ontwerp)
1.5
Leeswijzer
Dit hoofdstuk geeft de inleiding tot het project. In Hoofdstuk 2 wordt het beleid geschetst. In Hoofdstuk 3 komt een beschrijving van de huidige situatie in het plangebied en omgeving aan de orde, Hoofdstuk 4 geeft een beschrijving van het plan voor windpark Horst en Telgt. In Hoofdstuk 5 worden de onderzoeksresultaten gepresenteerd. Hoofdstuk 6 geeft een toelichting op het juridische plangedeelte, Hoofdstuk 7 gaat in op de de financieel-economische uitvoerbaarheid en van dit plan en hoofdstuk 8 gaat ten slotte in op de maatschappelijke uitvoerbaarheid (participatie, resultaten van overleg, inspraak en zienswijzen).
10
Provincie Gelderland
inpassingsplan Windpark Horst en Telgt (concept ontwerp)
Hoofdstuk 2
Beleidskader
2.1
Mondiaal en Europees beleid
2.1.1
Klimaatconferentie Parijs 2015
In december 2015 zijn (onder auspiciën van de Verenigde Naties) op de eenentwintigste klimaatconferentie in Parijs (COP21)6 195 landen akkoord gegaan met een nieuw klimaatverdrag dat de uitstoot van broeikasgassen moet terugdringen. De Europese Unie heeft dit verdrag ook mede ondertekend. Hieronder de belangrijkste punten uit het akkoord: de gemiddelde temperatuur op de aarde mag niet meer dan 2 graden Celsius stijgen. Landen streven er naar de temperatuurstijging zelfs te limiteren tot maximaal 1,5 graden Celsius; de partijen zullen zo snel mogelijk hun best doen om de uitstoot van broeikasgassen en schadelijke stoffen te verminderen in combinatie met de beschikbare techniek van dat moment. Daarbij wordt rekening gehouden met verschillen tussen landen; er is extra inzet nodig om negatieve gevolgen van klimaatverandering aan te pakken en de hoeveelheid broeikasgassen terug te brengen zonder dat dit de voedselproductie in gevaar brengt; alle partijen moeten financieel bijdragen aan het verlagen van de hoeveelheid broeikasgassen en onderzoek doen naar klimaatbestendige ontwikkelingen; voor de klimaatconferentie van 2025 moeten de partijen van de klimaatovereenkomst van Parijs zich samen ten doel stellen elk jaar minstens 100 miljard dollar (91 miljard euro) ter beschikking te stellen aan armere landen die economisch moeite hebben de klimaatdoelstellingen te halen.
Het geld zou vanaf 2020 beschikbaar moeten zijn; het verdrag is bindend en de landen verplichten zich het na te leven. 2.1.2 Europese doelstelling Het Europese doel voor 2020 is 20% van het totale energieverbruik duurzaam te realiseren, voor Nederland is dit vertaald in een doel van 14% in 2020. Dit is vastgelegd in de EU-richtlijn 2009/28/EG (2009).7 De Europese Commissie is ook al begonnen met de ontwikkeling van beleidsopties voor de periode na 2020. In juni 2011 presenteerde de EU de "Energieroutekaart 2050"8 als doorkijk naar 2050 en de in tussentijd te nemen stappen om te komen tot een verdere verduurzaming van de energiemarkt en een verdere CO2-reductie (80-95%). De EU-landen hebben in 2014 overeenstemming9 bereikt met betrekking tot een nieuwe duurzame energie doelstelling. In 2030 moet tenminste 32% van het energieverbruik van de Europese Unie duurzaam zijn opgewekt. Deze doelstelling is onderdeel van de energie en klimaatdoelen van de EU voor 2030. Op 14 juni 2018 is er politieke overeenstemming10 bereikt waarin een bindende doelstelling ten aanzien van duurzame energieopwekking is vastgelegd.
2.2
Rijksbeleid
Het rijksbeleid voor duurzame energie, en specifiek voor windenergie, heeft zich in eerste instantie altijd gericht op doelen in 2020. Het doel voor 2020 is vervolgens verlengd tot 2023 maar vervogens komt vooral het doel voor 2030 in beeld. In deze paragraaf worden zowel de doelstellingen voor 2020, de verleninging tot 2023, als de doelstelling voor 2030 en daarna behandeld zoals deze chronologisch in tijd zijn gesteld. Want hoewel 2020 en 2023 al bereikt zijn zijn de doelen voor 2020, met verleninging tot en met 2023, en onderliggende beleidsstukken nog steeds van belang voor de horizon waar nu op gericht wordt. 2.2.1
Energieakkoord voor duurzame groei
De energiesector in Nederland is verantwoordelijk voor meer dan twintig procent van de uitstoot van broeikasgassen. De uitstoot van broeikasgassen als gevolg van de energiebehoefte kan worden beperkt door energiebesparing en door grootschalige inzet van duurzame energiebronnen. Een dergelijke omschakeling in de Nederlandse energievoorziening betekent een forse inspanning. Deze ambities sluiten aan bij in Europees verband geformuleerde doelstellingen waaraan de lidstaten zich gecommitteerd hebben.
Provincie Gelderland
11
inpassingsplan Windpark Horst en Telgt (concept ontwerp) In 2013 hebben ruim veertig organisaties, waaronder de overheid, werkgevers, vakbeweging, natuuren milieuorganisaties, andere maatschappelijke organisaties en financiële instellingen zich verbonden aan het Energieakkoord voor duurzame groei (hierna: Energieakkoord)11. Met het Energieakkoord komt een duurzame energievoorziening een stap dichterbij. In het Energieakkoord is vastgelegd dat in 2020 14% van alle energie duurzaam moet zijn opgewekt met een verdere stijging van dit aandeel naar 16% in 2023. Het doel van het akkoord is bovendien dat het nieuwe banen oplevert en een positief effect heeft op de energierekening van consumenten. In het akkoord zijn tien pijlers opgenomen die moeten leiden tot een duurzame energieopwekking. Het opschalen van hernieuwbare energieopwekking vormt één van deze pijlers. Dit vraagt een intensieve inzet op verschillende bronnen van hernieuwbare opwekking, zoals wind op land. Bij wind op land wordt binnen de kaders die met provincies zijn afgesproken, geïnvesteerd om te komen tot 6.000 MW operationeel windenergievermogen in 2020. Voor de periode na 2020 wordt op termijn gezocht naar aanvullend potentieel voor wind op land.
Het Energierapport 2016 geeft vervolgens aan dat Nederland voor de uitdaging staat om de uitstoot van broeikasgassen drastisch terug te brengen, waarbij in de 2e helft van de 21e eeuw, zoals afgesproken in het klimaatakkoord van Parijs (2015), er mondiaal een balans moet zijn tussen de uitstoot en vastlegging van broeikasgassen (ofwel klimaatneutraliteit). Het kabinet houdt dus onverkort vast aan de Europese afspraken voor 2020, 2030 en 2050 en aan de afspraken uit het Energieakkoord die samen met milieuorganisaties, bedrijfsleven en overheden zijn gesloten. Het Energierapport geeft een integrale visie op de toekomstige energievoorziening van Nederland. Het kabinet stelt voor de transitie naar duurzame energie drie uitgangspunten centraal: sturen op CO2-reductie; verzilveren van de economische kansen die de energietransitie biedt; integreren van energie in het ruimtelijk beleid. De Nederlandse energiehuishouding moet duurzamer en minder afhankelijk worden van eindige fossiele brandstoffen. Het kabinet wil onder meer de uitstoot van broeikasgassen in 2050 met 80-95% terugdringen op Europees niveau. De energietransitie heeft alleen kans van slagen als vroegtijdig en zorgvuldig het gesprek wordt aangegaan met burgers, bedrijven en maatschappelijke organisaties over de ruimtelijke inpassing van productie, opslag en transport van energie.
Zoveel als mogelijk moet gezamenlijk de afweging plaatsvinden tussen de bijdrage van een initiatief aan de energievoorziening en de overlast of risico's die dit voor omwonenden met zich meebrengt. Dit wordt de 'energiedialoog' genoemd. Coalitieakkoord 2021-2025: verhoogde ambitie voor klimaat In het Coalitieakkoord 2021-2025 12 is een verhoogde ambitie van het kabinet voor het klimaat opgenomen. Om uiterlijk in 2050 klimaatneutraal te zijn, scherpt het kabinet het doel voor 2030 aan tot tenminste 55% CO2-reductie. Om dit doel ook zeker te halen, richt het kabinet het beleid op 60% in 2030. Hiervoor heeft het kabinet op 26 april 2023 een aanvullend klimaatpakket gepresenteerd. 2.2.2
Nationaal Klimaatakkoord (2019)
Om de doelen te halen die in het Klimaatakkoord van Parijs zijn afgesproken heeft Nederland gewerkt aan een nationaal Klimaatakkoord. Het centrale doel van het Klimaatakkoord is het terugdringen van de uitstoot van broeikasgassen in Nederland met ten minste 49% in 2030 ten opzichte van 1990, de verschillende sectoren (zoals gebouwde omgeving, mobiliteit, industrie, elektriciteit, landbouw en landgebruik) hebben hier hun eigen taak en rol in om dit gezamenlijk te bereiken. Aan de sectortafel 'elektriciteit' zijn afspraken geformuleerd die ertoe moeten leiden dat in 2030 meer dan 70% van de elektriciteitsproductie uit hernieuwbare bronnen komt. Een belangrijk doel is derhalve het vergroten van de productie van hernieuwbare energie. De omschakeling heeft impact op onze leefomgeving. Gemeenten en provincies hebben hierin met de aanpak van de Regionale Energie Strategieën (RES) een belangrijke rol. Daarbij steunt het kabinet de mogelijkheid voor bewoners om te kunnen participeren in lokale energieprojecten.
12
Provincie Gelderland
inpassingsplan Windpark Horst en Telgt (concept ontwerp) De productie van hernieuwbare energie moet vervijfvoudigen. Concreet wordt hierbij gestreefd naar het opschalen van de elektriciteitsproductie uit hernieuwbare bronnen tot 84 TWh (terawattuur). De productie wind op zee moet worden uitgebreid, maar ook de productie zon en wind op land. In de hoofdlijnen staat als doel beschreven dat in 2030 via windenergie en zonne-energie op land 35 TWh wordt gerealiseerd. Tevens wordt benadrukt dat de beschikbare ruimte zo efficiënt mogelijk benut moet worden door meervoudig ruimtegebruik. Vraag en aanbod dienen zoveel mogelijk bij elkaar gebracht te worden. Ten slotte is gesteld dat het belangrijk is om te zoeken naar functiecombinaties en aan te sluiten bij specifieke kwaliteiten van het gebied. Windpark Horst en Telgt draagt bij aan de toename van de productie van duurzame energie in een functiecombinatie van blijvend agrarisch gebruik en duurzame energieopwekking. 2.2.3
Klimaatwet (2019)
In de Klimaatwet zijn de Nederlandse klimaatdoelstellingen uit het Klimaatakkoord wettelijk vastgelegd. Op 27 juni 2018 presenteerden zeven fracties de Klimaatwet aan de Tweede Kamer. De Klimaatwet is op 1 september 2019 in werking getreden. In de Klimaatwet staan drie doelen: een vermindering van 49% (ten opzichte van 1990) van de broeikasgasuitstoot in 2030; een vermindering van 95% (ten opzichte van 1990) van de broeikasgasuitstoot in 2050; 100% broeikasgas-neutrale elektriciteit in 2050. Elke vijf jaar komt er een Klimaatplan waarin het klimaatbeleid wordt vastgesteld. Dit Klimaatplan past in de systematiek van de Integrale Nationale Energie-en Klimaatplannen die voor de EU moeten worden opgesteld en het Klimaatakkoord van Parijs. Het eerste Klimaatplan (Klimaatplan 2021-2030) is in april 2020 gepubliceerd13. Over de voortgang van het klimaatbeleid zoals opgenomen in het Klimaatplan zal jaarlijks in oktober worden gerapporteerd in de Klimaatnota. De eerste Klimaatnota is in oktober 2020 uitgebracht 14. 2.2.4
Monitor Wind op Land
De nieuwste Monitor Wind op Land 2022 (mei 2023) laat zien dat de doelstelling van 6.000 MW windenergie op land is gehaald. Dit is de doelstelling uit het oorspronkelijke Energieakkoord (2013). Deze is inmiddels vervangen door het Klimaatakkoord. De doelstelling van 6.000 MW is blijven staan. Deze moest oorspronkelijk in 2020, maar uitgesteld naar eind 2023, gehaald zijn. De Monitor laat zien: eind 2022 is er in totaal 6.045 MW aan windvermogen op land; hiervan is 759 MW in 2022 gerealiseerd; met de projecten die nu in aanbouw zijn kan het totale windvermogen eind 2023 oplopen tot 6.880 MW. Volgende stap: doelstellingen Klimaatakkoord halen Het Klimaatakkoord verving in 2019 het Energieakkoord uit 2013. In het Klimaatakkoord is afgesproken dat we in Nederland in 2030 op land minimaal 35 terrawattuur (TWh) aan duurzame elektriciteit opwekken met grootschalige zonne- en windenergieprojecten (zie paragraaf 2.2.2). Deze doelstelling is nog niet bereikt. 2.2.5
Windenergie ten opzichte van andere duurzame energiebronnen
Volgens het rijksbeleid15 zijn de belangrijkste vormen van hernieuwbare energie in Nederland windenergie, zonne-energie, bio-energie en aardwarmte. Een kleinere rol spelen waterkracht, omgevingswarmte (warmtepompen in woningen) en energie uit potentieel verschil zoet-zout (osmose-energie of 'blue energy'). Hoewel grijze energie uit fossiele energiebronnen in de komende decennia nodig blijft, zal hernieuwbare energie een steeds groter onderdeel gaan uitmaken van de energiemix. Drie duurzame energiebronnen leveren daarbij de belangrijkste bijdrage voor Nederland: bio-energie, wind op land en wind op zee. Geconcludeerd kan worden dat windenergie op land een belangrijk aandeel heeft in het behalen van de Europese taakstelling op het gebied van duurzame energie en CO2-reductie, maar dat deze taakstelling niet gehaald kan worden met windenergie alleen. Er is een energiemix nodig waarbij duurzame energie en windenergie in het bijzonder, een steeds belangrijker aandeel krijgt. De realisatie van windenergie is interessant vanuit het oogpunt:
Provincie Gelderland
13
inpassingsplan Windpark Horst en Telgt (concept ontwerp)
van ruimtebeslag per vierkante meter: relatief weinig ruimtegebruik per geproduceerde eenheid energie; van het multifunctionele gebruik van de ruimte: het gebied kan bijvoorbeeld tevens gebruikt (blijven) worden als, in deze, recreatief gebied; vanuit het oogpunt van kostprijs16 17 Windenergie op land heeft een belangrijk aandeel in het behalen van de Europese, landelijke, provinciale en regionale/gemeentelijke taakstelling op het gebied van duurzame energie, naast bijvoorbeeld ook zonne-energie. Windpark Horst en Telgt dragen ook bij aan deze taakstelling. 2.2.6
Regionale energiestrategieën (2020/2021)
De nationale doelen en afspraken vragen om regionaal maatwerk. Hoe passen hernieuwbare opwek, opslag en de infrastructuur voor warmte en elektriciteit in de leefomgeving van mensen en dieren? Zowel boven als onder de grond? Ruimte is schaars. De doelen zijn alleen te halen door samen te werken. Afspraken over bijvoorbeeld grote zonprojecten in de ene gemeente, hebben invloed op een buurgemeente. Ook op regionaal niveau hebben overheden, inwoners, bedrijfsleven, netbeheerders en maatschappelijke organisaties elkaars vakkennis, kunde of wettelijke bevoegdheden nodig. Daarom spraken de overheden in het Interbestuurlijke Programma (februari 2018) af een meerjarige programmatische nationale aanpak uit te werken met landsdekkende regionale energiestrategieën. Daarvoor is Nederland verdeeld in 30 'energieregio's'. De gemeenten Ermelo en Putten valt in de RES Regio Noord-Veluwe. Afgesproken is dat deze strategieën uiteindelijk ruimtelijk geborgd worden via het omgevingsbeleid van gemeenten, provincies en Rijk en via het beleid van de waterschappen. Elke energieregio geeft invulling aan de afspraken uit het Klimaatakkoord die zijn gemaakt aan de sectortafels voor Elektriciteit en Gebouwde omgeving. Samen met maatschappelijke partners, bedrijfsleven, overheden en inwoners wordt gekomen tot een regionaal gedragen RES.
Deze geeft inzicht in: mogelijkheden voor regionale opwek en besparing; die mogelijkheden vertaald naar keuzes in concrete plekken, projecten en planning; de afstemming omtrent warmtebronnen; de gevolgen voor de energie-infrastructuur; al gerealiseerde projecten en plannen. De RES is daarmee een instrument om de ruimtelijke inpassing van de energietransitie met maatschappelijke betrokkenheid te organiseren. De RES is ook een manier om langjarige samenwerking tussen alle regionale partijen te organiseren, onder andere bij de voorbereiding en de realisatie van projecten. Deze samenwerking tussen provincie, waterschappen, gemeenten, de netbeheerders, het bedrijfsleven, maatschappelijke organisaties en burgerinitiatieven, kan gezamenlijk gedragen keuzes bevorderen. Maar ook helpen bij het formuleren en vaststellen van omgevingsbeleid van gemeenten, provincies en Rijk, waarvoor de RES een bouwsteen is. In dat omgevingsbeleid vindt integrale besluitvorming over de fysieke leefomgeving plaats, op grond waarvan vergunningen kunnen worden verleend. Daarmee krijgen bedrijven en burgers meer zekerheid voor het doen van investeringen. Tenslotte is de RES een product. Het is een document waarin elke regio beschrijft welke energiedoelstellingen zij zal halen en op welke termijn. En welke aanpak/strategie de regio hanteert om deze energiedoelstellingen te bepalen en te halen.
De RES-sen 1.0 zijn inmiddels vastgesteld. Windpark Horst en Telgt is in het RES-bod van de RES Regio Noord-Veluwe opgenomen (zie ook paragraaf 2.4).
14
Provincie Gelderland
inpassingsplan Windpark Horst en Telgt (concept ontwerp)
2.2.7
Nationale Omgevingsvisie (NOVI)
Op nationaal niveau is nieuw omgevingsbeleid geformuleerd in de vorm van de Nationale Omgevingsvisie (NOVI). De NOVI is een instrument van de nieuwe Omgevingswet en loopt vooruit op de inwerkingtreding van die wet. De NOVI is een structuurvisie onder de bestaande Wet ruimtelijke ordening (Wro). Het Nationaal Milieubeleidsplan (NMP4, 2001) en de Rijksnatuurvisie 2014 gaan op in en worden vervangen door de NOVI en het bijbehorende Nationaal Milieubeleidskader. De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) vervalt geheel met het NOVI, behalve paragraaf 4.9 Caribisch Nederland en Caribische Exclusieve Economische Zone. De NOVI geldt verder als wijziging van enkele onderdelen van het Nationaal Waterplan 2016-2021 (NWP) op grond van de Waterwet. Zodra de Omgevingswet in werking is getreden, zal deze structuurvisie gelden als een omgevingsvisie, zoals in de nieuwe wet bedoeld. Met de NOVI geeft het Rijk een langetermijnvisie op de toekomst en de ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland op basis van de nieuwe Omgevingswet die er aan komt. Het gaat daarbij om het uitzetten van een koers om opgaven op het gebied van klimaatverandering, energietransitie, circulaire economie, bereikbaarheid en woningbouw, in goede banen te leiden. Het streven is daarbij de kwaliteit van de leefomgeving te behouden en zoveel mogelijk te versterken.
Gemeenten, waterschappen, provincies en het Rijk zijn samen verantwoordelijk voor de fysieke leefomgeving. Sommige belangen en opgaven overstijgen het lokale, regionale en provinciale niveau en vragen om nationale aandacht. Dit zijn 'nationale belangen'. Voor een aantal belangen is het Rijk zelf eindverantwoordelijk. Maar voor een groot aantal nationale belangen zijn dat de medeoverheden. De Nationale omgevingsvisie (NOVI) richt zich op die ontwikkelingen waarin meerdere nationale belangen bij elkaar komen, en keuzes in samenhang moeten worden gemaakt tussen die nationale belangen. De NOVI noemt duurzame energie inpassen met oog voor omgevingskwaliteit als een van de belangrijkste keuzes. Gesteld wordt dat er meer windturbines en meer zonnepanelen nodig zijn. Voor windturbines op land stelt de NOVI "De molens op land clusteren we zoveel mogelijk en passen we zo goed mogelijk in het landschap in. Bijvoorbeeld langs snelwegen. Hierbij zorgen we dat bewoners goed betrokken zijn en waar het kan meeprofiteren in de opbrengsten". Hernieuwbare energie op land In het Klimaatakkoord is afgesproken dat decentrale overheden via Regionale Energie Strategieën (RES'en) aan de lat staan om samen met partijen gebieden voor grootschalige elektriciteitsopwekking aan te wijzen. De RES'en dienen voor 35 TWh hernieuwbare elektriciteitsopwekking op land te voorzien in 2030.
In de Regionale Energie Strategieën (RES'en) zullen de volgende vier ruimtelijke principes in de regionale afweging worden meegenomen (Klimaatakkoord): Streef naar zuinig en (zoveel mogelijk) meervoudig ruimtegebruik; Breng vraag naar en aanbod van hernieuwbaar opgewekte elektriciteit zoveel mogelijk dicht bij elkaar; Combineer opgaven en ga als dat nodig is over tot uitruilen en herbestemmen; Sluit zo goed mogelijk aan bij gebiedsspecifieke ruimtelijke kwaliteit. Bij de keuze voor de locatie voor duurzame opwekking worden tevens de beschikbaarheid, bouwtijd en kosten van netcapaciteit meegewogen (Klimaatakkoord). De Structuurvisie Wind op Land (SWOL) uit 2014 had de doelstelling om zodanige voorwaarden te scheppen dat in 2020 een opwekkingsvermogen van ten minste 6000 megawatt (MW) aan windturbines operationeel is. Met provincies zijn er prestatieafspraken gemaakt over het behalen van de doelstelling van 6000 MW wind op land in 2020. Daarvoor zijn grootschalige windparken en ook kleinere windparken nodig. In zoverre de doelstelling niet tijdig wordt gerealiseerd, zal het restant van de opgave verdubbeld worden en meelopen in de Regionale Energie Strategieën (RES'en). Deze verdubbeling zal dan gerealiseerd worden in de periode 2021-2023.
De verdubbeling boven de 6000 MW kan bestaan uit de opwekking van windenergie op land, maar mag ook deels met andere vormen van hernieuwbare energie gerealiseerd worden, mits deze additioneel zijn aan het beeld van de Nationale Energieverkenning. Het Programma Energiehoofdstructuur zal de SWOL uiteindelijk opvolgen. De definitieve NOVI met uitvoeringsagenda is op 11 september 2020 vastgesteld door de Ministerraad en naar de Tweede Kamer gestuurd.
Provincie Gelderland
15
inpassingsplan Windpark Horst en Telgt (concept ontwerp) Uitvoeringsagenda Samen met de NOVI is een Uitvoeringsagenda uitgebracht. Daarin staat hoe uitwerking wordt gegeven aan de NOVI, welke inzet Rijk en regio nu al plegen en welke (gezamenlijke) acties de NOVI daaraan toevoegt. Naast de instrumenten van de Omgevingswet wordt daarbij ook een aantal nieuwe instrumenten ingezet. Ook starten er een aantal nieuwe (nationale) programma's. Voorbeelden hiervan zijn het Programma Energiehoofdstructuur (PES), Programma Gezonde Leefomgeving en Nationaal Programma Landelijk Gebied. Ook staat beschreven hoe instrumenten zoals de Omgevingsagenda's, NOVI-gebieden en regionale verstedelijkingsstrategieën zorgen voor een doorvertaling van de NOVI naar een regionale aanpak. 2.2.8
Structuurvisie Windenergie op Land
De doelstelling van de Structuurvisie Windenergie op Land (SWOL, 2014) 18 is zodanig ruimtelijke voorwaarden te scheppen dat in 2020 een opwekkingsvermogen van ten minste 6.000 MW operationeel is. Daarvoor worden drie soorten beleid gepresenteerd: Visie: bundeling in gebieden die geschikt zijn voor grootschalige windenergie (windparken met een vermogen groter dan 100 MW) en daarmee andere gebieden vrijhouden van grootschalige windenergie. Bij het ruimtelijk ontwerp van windturbineprojecten aansluiten bij de hoofdkenmerken van het landschap. Aanwijzen van concrete gebieden die geschikt zijn voor grootschalige windturbineparken. Het kabinet zal initiatieven voor windturbineparken met een omvang van ten minste 100 MW toetsen aan deze gebieden. Taakverdeling tussen Rijk en provincies bij het ruimtelijk mogelijk maken van windenergie, en de prestatieafspraken die daarover met het Interprovinciaal Overleg (IPO) zijn gemaakt. Verder wordt ingegaan op beleidsonderwerpen die van groot belang zijn voor het slagen van de doelen voor windenergie, zoals de stimuleringsregeling SDE+ 19 en het landelijke elektriciteitsnet. Het kabinet heeft in de SWOL elf gebieden aangewezen waar grootschalige windturbineparken op land mogen komen. Om de doelstelling van 6.000 MW te halen is het noodzakelijk dat ook buiten deze gebieden ruimte wordt geboden voor kleinere windturbineparken.
Provincies kunnen daarvoor locaties aanwijzen of hebben dit reeds gedaan. Programma Energiehoofdstructuur Het Programma Energiehoofdstructuur zal de SWOL uiteindelijk opvolgen. Het Programma Energiehoofdstructuur is de juridisch-beleidsmatige opvolger van onder meer de structuurvisies Wind op Land. De term 'programma' komt voort uit de Omgevingswet. De ambitie van het Programma Energiehoofdstructuur is tijdig te zorgen voor voldoende ruimte voor de nationale energiehoofdstructuur, op basis van een integrale afweging met andere opgaven en belangen, binnen een (inter)nationale context en waarbij een goede leefomgevingskwaliteit randvoorwaarde is. Het programma heeft betrekking op ruimtelijk beleid op land en de grote wateren en hanteert als tijdshorizon 2030-2050. Het gaat dus over het gehele Nederlandse grondoppervlak, uitgezonderd de Noordzee. Het programma is nog in ontwikkeling. 2.2.9 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening en de Regeling algemene regels ruimtelijke ordening (Rarro) HHet Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro)20 voorziet in de juridische borging van het nationaal ruimtelijk beleid. Het bevat regels die de beleidsruimte van andere overheden ten aanzien van de inhoud van ruimtelijke plannen inperken, daar waar nationale belangen dat noodzakelijk maken.
Bij de vaststelling van een ruimtelijk plan voor de ontwikkeling van een windpark dient rekening gehouden te worden met de regels die het Barro stelt in 'Titel 2.6 Defensie ten aanzien van militaire radarstations, beperkingen rondom een radarstation en beoordeling gevolgen van bouwwerken', als ook beperkingen in verband met militaire laagvliegroutes jacht- en transportvliegtuigen. In paragraaf 5.10.1 wordt daar op ingegaan. Specifiek voor het project zijn er geen andere nationale belangen waar mee rekening te houden is.
16
Provincie Gelderland
inpassingsplan Windpark Horst en Telgt (concept ontwerp)
2.3
Provinciaal beleid
2.3.1
Gelders Energieakkoord
In maart 2015 is het Gelders Energie Akkoord ondertekend, waarin een pakket maatregelen is opgenomen om de provincie te verduurzamen. Het Gelders Energie Akkoord is een initiatief van het netwerkbedrijf Alliander, de Gelderse Natuur en Milieufederatie en het Klimaatverbond. Het akkoord beoogt een ambitieuze invulling van het landelijk Energieakkoord voor Gelderland. Samen met alle Gelderse partners. Gemeenten, hun regio's en uitvoeringsdiensten, de waterschappen en de Provincie doen mee. De provincie Gelderland heeft uiteraard het Gelders Energie Akkoord mede ondertekend. 2.3.2
Windladder
Provinciale Staten hebben het instrument van de windladder geïntroduceerd middels de indiening van een motie op 15 december 2021. Dit is een instrument dat duidelijk maakt hoe de provincie omgaat met de bevoegdheid voor windparken. In eerste instantie wordt gekeken of de gemeente het bevoegde gezag op zich kan en wil nemen (trede 1). Indien dit niet het geval is, wordt de regio als adviesorgaan betrokken (trede 2) en uiteindelijk wordt besloten of de provincie als bevoegd gezag optreedt (trede 3). De provincie handelt conform de Windladder. Vanwege het gemeentegrens overschrijdende karakter van het plan, maar met name ook het (provinciale) vraagstuk over de wespendief dat de planvorming beïnvloed, ligt het voor de hand dat de provincie het opstellen van het provinciaal inpassingsplan voor haar rekening neemt. Het opstellen van het inpassingsplan is op verzoek van, en nadrukkelijk ook in samenwerking met, de gemeenten en initiatiefnemer. Figuur 2.1 Afweging windladder binnen zoekzone
Provincie Gelderland
17
inpassingsplan Windpark Horst en Telgt (concept ontwerp)
2.3.3
Omgevingsvisie
Provinciale Staten hebben in 2014 de Omgevingsvisie Gelderland (9 juli 2014) en de Omgevingsverordening Gelderland (24 september 2014) vastgesteld. Vervolgens is op 12 november 2014 de eerste actualisering van deze Omgevingsvisie vastgesteld: de Windvisie Gelderland. In de Windvisie is het Gelders beleid met betrekking tot windenergie nader gedetailleerd. De Windvisie is na vaststelling geïntegreerd in de Omgevingsvisie Gelderland. Er hebben verschillende actualisaties van de Omgevingsvisie en-verordening plaatsgevonden. Op 19 december 2018 is vervolgens de Omgevingsvisie "Gaaf Gelderland"21 vastgesteld en tegelijkertijd een 6e herziening van de Omgevingsverordening. De Omgevingsverordening wordt jaarlijks geactualiseerd, inmiddels geldt de 9e herziening (vastgesteld 21 december 2022) en is de 10e herziening (april 2023) in ontwerp ter inzage gelegd (zie verder paragraaf 2.3.4). Doelstelling windenergie In de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland zijn de provinciale beleidsdoelen uitgewerkt voor onder andere energietransitie en ruimtelijke kwaliteit. Vanuit haar maatschappelijke opgave voor energietransitie streven de provincie en haar partners naar een betrouwbare, betaalbare en hernieuwbare energievoorziening en naar energieneutraliteit in 2050. Op weg naar energieneutraliteit in 2050 wil de provincie als tussendoelstelling in 2030 55% broeikasgasreductie in Gelderland realiseren.
Hiervoor is onder andere windenergie nodig. De Omgevingsvisie Gaaf Gelderland geeft aan: "Voor het opwekken, opslaan en transporteren van duurzame energie is ruimte nodig; veel ruimte. Windturbines, zonneparken, warmtecentrales, (mest)vergisters, waterkrachtcentrales moeten een plek krijgen in het Gelderse landschap, willen wij onze ambitie halen. In de bodem zoeken wij naar mogelijkheden voor het benutten van aardwarmte (geothermie). Dit raakt de leefomgeving van alle Gelderlanders en kan botsen met sterke Gelderse kwaliteiten - zoals de natuur, het rivierenlandschap met haar uiterwaarden, het zicht op ons mooie erfgoed. Tegelijkertijd ontbreekt het in de Gelderse steden vaak aan ruimte om duurzame alternatieven in te passen. We zien al veel, en steeds meer, energie-initiatieven van onderop komen: zonneakkers, windmolens. Deze initiatieven willen we verder ontwikkelen. Maar er is meer nodig: een gezamenlijke regionale aanpak. Samen met onze partners moeten we bepalen waar we de noodzakelijke extra meters kunnen maken en waar initiatieven zich niet en waar wel kunnen ontwikkelen en onder welke voorwaarden, bijvoorbeeld langs wegen of op vrijgekomen landbouwgronden. Niet zomaar en overal, maar met oog voor de kwaliteiten die Gelderland uniek maken. Hier zetten we ons voor in en pakken we door, als dat nodig is".
Beleidslijn windenergie Om de afspraken met het Rijk over 6.000 MW windenergie op land in 2020 uit te voeren, heeft de provincie Gelderland in het Energieakkoord afgesproken dat 230,5 MW aan windenergie wordt opgesteld. Dit doel is in 2020 nog niet behaald. De taak van de provincie is het aanwijzen van voldoende ruimte voor deze hoeveelheid windenergie. Daarmee is de realisatie van windenergie een provinciaal belang. Daarnaast is voor de periode na 2020 meer windenergie nodig om de doelstelling van energieneutraliteit te realiseren. Het beleid uit de Omgevingsvisie Gelderland ten aanzien van windenergie wordt in de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland gecontinueerd. Het combineren van windturbines met andere, intensieve functies in een gebied heeft de voorkeur van de provincie in de Omgevingsvisie Gelderland, dit beleid wordt gecontinueerd in de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland. Het kan de beleving van een gebied onderstrepen. Verschillende strategieën kunnen worden toegepast. Mogelijke combinaties zijn: combinatie met infrastructuur; combinatie met regionale bedrijventerreinen; combinatie met intensiveringsgebieden glastuinbouw; combinatie met agrarische productielandschappen.
Ter voorkoming van visuele interferentie moeten windlocaties nabij bestaande windparken of windparken waarvoor de plannen al vastgesteld zijn, voldoen aan de volgende voorwaarden: de verschillende locaties worden in samenhang met elkaar ontworpen, zodat een begrijpelijk en rustig ruimtelijk geheel wordt gecreëerd, visualisaties van de samenhang tussen de verschillende locaties moeten aantonen dat er geen sprake is van interferentie.
18
Provincie Gelderland
inpassingsplan Windpark Horst en Telgt (concept ontwerp)
Gebiedsgericht beleid windenergie Er zijn in de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland verschillende relevante aanduidingen met betrekking tot windenergie overgenomen die van belang zijn voor de locatie van windturbines: Windenergie aandachtsgebied: in diverse gebieden zijn specifieke objecten die aandacht vragen bij de ontwikkeling van een windpark, zoals buisleidingen en hoogspanningsleidingen. In deze gebieden is het gesprek met de juiste partijen nodig om de (on)mogelijkheden in een zo vroeg mogelijk stadium duidelijk te krijgen; Windenergie bestaand en in aanbouw. Dit zijn locaties waar al windturbines staan of in aanbouw zijn. Windenergie kansrijke locaties extra ontwikkeling. Deze locaties moeten worden gezien als locaties voor de langere termijn. Windenergie locaties. Dit zijn locaties die de provincie ruimtelijk reserveert voor windenergie. Deze locaties kunnen worden beschouwd als aangewezen gronden waarvoor draagvlak is bij de betrokken gemeenteraden. Samen met de bestaande locaties en de locaties in aanbouw is hiermee voldoende ruimte gereserveerd om de met het Rijk afgesproken doelstelling van minimaal 230,5 MW te realiseren. Windenergie mogelijk. In deze gebieden ziet de provincie op voorhand geen belemmeringen voor de ontwikkeling van windenergie.
In overleg met gemeenten kunnen in deze gebieden windenergielocaties worden vastgesteld die kunnen worden toegevoegd aan de Omgevingsvisie. Windenergie niet kansrijk: in de Nieuwe Hollandse Waterlinie, het Gelders Natuurnetwerk en Natura 2000-gebieden acht de provincie het plaatsen van windturbines niet kansrijk. De provincie wil deze gebieden op voorhand niet als geheel uitsluiten in de Omgevingsvisie. Op locaties waar draagvlak is bij gemeenten voor de ontwikkeling van windenergie in deze gebieden ondersteunt de provincie onderzoek naar een combinatie van deze functies. Windenergie solitaire windturbines uitgesloten. In deze gebieden is plaatsing van solitaire windturbines niet toegestaan. Deze gebieden zijn nieuw in de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland. Windenergie uitgesloten. In deze gebieden is plaatsing van windturbines niet toegestaan en zal de provincie niet meewerken aan ruimtelijke planvorming hiervoor. Het gaat hier om twee categorieën: a) windturbines uitgesloten vanwege provinciale doelen, b) windturbines uitgesloten vanwege wettelijke beperkingen. Het plangebied voor windpark Horst en Telgt is in provinciaal beleid voornamelijk aangewezen als 'windenergie uitgesloten' (zie figuur 2.2 in oranje weergegeven) vanwege provinciaal weidevogelgebied en beperkt windenergie aandachtsgebied (rode arcering) en windenergie mogelijk (blauwe arcering).
De Omgevingsvisie is echter uit 2018. Jurisich bindend is de Omgevingsverordening, die jaarlijks wordt geactualiseerd. Het verbodsgebied is door middel van een actualisatie uit de (bindende) Omgevingsverordening verwijderd (zie verder paragraaf 2.3.4).
Provincie Gelderland
19
inpassingsplan Windpark Horst en Telgt (concept ontwerp)
Figuur 2.2 Uitsnede themakaart Ruimtelijk beleid Omgevingsvisie Gaaf Gelderland (bewerking Pondera) [bron: www.ruimtelijkeplannen.nl]
2.3.4
Omgevingsverordening
In de Omgevingsverordening provincie Gelderland staan regels voor de fysieke leefomgeving in de provincie Gelderland.22 In de Omgevingsverordening zijn regels opgenomen over de inhoud van ruimtelijke plannen van gemeenten en waterschappen op het gebied van milieu, water en ruimtelijke ordening. De verordening geeft ook regels voor de plaatsing van nieuwe windturbines. Zo zijn er gebieden uitgesloten van de realisatie van windenergie. Het plangebied valt niet in een uitsluitingsgebied voor windenergie. Op 21 december 2022 is het actualisatieplan 9 Omgevingsverordening vastgesteld. Inmiddels is de 10e actualisatie in ontwerp ter inzage gelegd, het RES kader is hierin opgenomen. Ruimtelijk ontwerp De verordening schrijft in artikel 2.62 voor dat in een bestemmingsplan de oprichting van een of meer windturbines mogelijk wordt gemaakt voor zover het bestemmingsplan is voorzien van een ruimtelijk ontwerp. 1. In het ruimtelijk ontwerp wordt aandacht besteed aan de relatie tussen windturbine of windturbines en: a. De ruimtelijke kenmerken van het landschap; b. De maat, schaal en inrichting in het landschap; c. De visuele interferentie met een nabijgelegen windturbine of windturbines; d. De cultuurhistorische achtergrond van het landschap; e. De beleving van het windpark in het landschap. 2. Het ruimtelijk ontwerp wordt als toelichting in het bestemmingsplan opgenomen.
Ter toelichting geeft de omgevingsverordening het volgende aan: "Visualisaties van de windparken in samenhang met elkaar kunnen bijvoorbeeld aantonen dat er geen sprake is van visuele interferentie. In het ruimtelijk ontwerp wordt aandacht besteed aan de wijze waarop een turbine reageert of turbines reageren op de schaal, maat en richting van het landschap. Wanneer één of meerdere windturbines worden opgericht in nabijheid van een bestaande windturbine, gaan de turbines visueel interfereren. Bij grote windturbines kan de interferentie op een grote afstand optreden. Bij méér dan één windturbine zijn keuzes in onderlinge afstand, patronen en
20
Provincie Gelderland
inpassingsplan Windpark Horst en Telgt (concept ontwerp) richting van turbines bepalend voor de mate waarin ruimtelijke kwaliteit wordt bereikt. Beplanting kan ook bijdragen aan de versterking van de landschapsstructuur. De effecten van de ingreep worden vanuit het standpunt van een beschouwer bekeken. Een beschouwer kan zijn: iemand die er in de buurt woont of een automobilist of fietser op een weg in het gebied. En vooral hoe het aanzicht verandert als de beschouwer beweegt in het landschap, in het zicht van de windturbines of het windturbinepark. Verder kan ook het toeristisch en recreatief gebruik van het landschap een rol spelen." In dit inpassingsplan wordt aandacht besteed aan bovengenoemde onderwerpen. Verbodsgebied windenergie Voor het projectgebied gold een 'Verbodsgebied Windenergie'. In 'Actualisatieplan 7' van de Omgevingsverordening (31 maart 2021) is deze begrenzing komen te vervallen, omdat het gebied niet langer als provinciaal beschermd weidevogelgebied is aangewezen. Dit is te zien in Figuur 2.3. Weidevogelgebieden werden in de voorgaande versies van de Omgevingsverordening beschermd via het algemene regime van de Groene Ontwikkelingszone. In de Groene ontwikkelingszone ligt de nadruk op het versterken dan wel het ontwikkelen van natuurwaarden door nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen toe te laten.
In ganzenrustgebieden en weidevogelgebieden ligt de nadruk echter niet op versterking en ontwikkeling, maar op (natuur)behoud. Daarom werd besloten deze gebieden uit de Groene ontwikkelingszone te halen en een eigen beschermingsregime te geven. Figuur 2.3 Uitsnede "Actualisatieplan 7 Omgevingsverordening" (aangevuld met groene gestippelde contour van projectgebied, bewerking Pondera) [bron: provincie Gelderland]
Stiltegebieden Over stiltegebieden is in de provinciale verordening opgenomen dat het verboden is in het stiltegebied een toestel te gebruiken waardoor het ervaren van het natuurlijke geluid kan worden verstoord. In de ruimte omgeving met een straal van 10 kilometer van het voornemen liggen geen stiltegebieden. Een