Zienswijze uitbreiding Lelystad
Tekst van het document
Ministerie van Defensie / NPRD Directie Materieel, Vastgoed, Leefomgeving en Duurzaamheid Postbus 20701 2500 ES Den Haag
14-2-2026
Betreft: zienswijze Geachte Heer/Mevrouw, Namens Stichting Explosievrije Kop van de Veluwe dienen wij hierbij een zienswijze in op het Nationaal Programma Ruimte voor Defensie (NPRD). Deze zienswijze is specifiek gericht tegen de voorgenomen ontwikkelingen op Lelystad Airport ((hierna LA) voor militair gebruik door jachtvliegtuigen. In samenhang daarmee richten wij ons op de cumulatieve hinder die ontstaat door andere, in het NPRD voorziene uitbreidingen van Defensie-activiteiten die gezamenlijk gevolgen hebben voor de Veluwe, in het bijzonder de Kop van de Veluwe. 1. Afbakening en uitgangspunt De stichting benadrukt dat zij niet tegen uitbreiding of versterking van Defensie als zodanig is. Wel zijn de grote toename aan defensie actvititeiten en de impact op de omgeving dusdanig dat wij menen dat deze onrechtmatig is. Deze zienswijze richt zich op de ruimtelijke keuze voor LA en de wijze waarop deze keuze, in samenhang met andere Defensie-ontwikkelingen, doorwerkt op een kwetsbaar gebied als de Veluwe. Het NPRD vormt een kaderstellend beleidsbesluit dat beoogt richtinggevend te zijn voor latere uitvoeringsbesluiten. Juist daarom rust op het NPRD een zware plicht tot zorgvuldige voorbereiding en deugdelijke motivering, zeker waar het gaat om besluiten met potentieel aanzienlijke milieugevolgen. Deze deugdelijke motivering is naar onze mening onvoldoende vorm gegeven. 2.
Onomkeerbaarheid van de keuze voor LA Hoewel het NPRD formeel spreekt over vervolguitwerking in latere fasen, legt het programma met de aanwijzing van LA als voorkeurslocatie voor militair gebruik een feitelijk en planologisch zwaarwegende keuze vast. Deze keuze beperkt de reële afwegingsruimte in latere procedures aanzienlijk. Volgens vaste jurisprudentie kan een besluit niet als louter richtinggevend worden beschouwd wanneer het in de praktijk onomkeerbare gevolgen heeft of alternatieven uitsluit. Dat is hier het geval, nu de ruimtelijke en beleidsmatige verankering van LA de latere besluitvorming sterk stuurt. Naar onze mening wordt dan ook een onjuiste procedure gehanteerd, en dient voor deze keuze de formele rechtsgang worden opengesteld. 3. Onvoldoende uitgewerkte vliegroutes en operationele profielen In het NPRD en de bijbehorende planMER wordt erkend dat concrete militaire vliegroutes, hoogtes, trainingspatronen en operationele profielen vanaf LA nog niet zijn vastgesteld. Desondanks wordt reeds een locatiekeuze gemaakt. Hiermee wordt gehandeld in strijd met het zorgvuldigheidsbeginsel (artikel 3:2 Awb), omdat essentiële informatie over de aard, omvang en ruimtelijke reikwijdte van de effecten ontbreekt. Zonder deze informatie kan niet worden beoordeeld of de gevolgen voor de Veluwe, en met name voor stilte-, natuur- en leefkwaliteiten, aanvaardbaar zijn.
Het doorschuiven van deze onzekerheden naar latere fasen is ontoelaatbaar, nu het NPRD juist bedoeld is om de hoofdlijnen en ruimtelijke consequenties inzichtelijk te maken. Naar onze mening dient er daarom eerst nieuwe vliegroutes te worden uitgewerkt, danwel dient er met de bestaande vliegroutes te worden gerekend.
4. Samenloop met commerciële luchtvaart op LA Daarnaast bestaat het expliciete voornemen om commerciële luchtvaart toe te staan op LA. Deze ontwikkeling staat niet los van de militaire uitbreidingsplannen, maar maakt gebruik van hetzelfde luchtruim en dezelfde ruimtelijke infrastructuur. Het NPRD en de planMER beoordelen de militaire ontwikkeling van LA echter zonder een integrale beoordeling van de samenloop met commerciële luchtvaart. Hierdoor wordt de werkelijke omvang van het luchtverkeer, en daarmee de geluids- en verstoringseffecten voor de Veluwe, structureel onderschat. Dit is in strijd met de verplichting om bij milieubeoordelingen uit te gaan van een realistisch en volledig beeld van de voorgenomen activiteiten. In zijn geheel komt er een nieuwe luchthaven, omvattende defensie en burgerluchtvaart. Deze dienen in zijn geheel dus te worden meegenomen. De bekende salami tactiek mag hier niet worden toegepast. 5. Cumulatieve effecten en MER-systematiek Naast de ontwikkelingen op LA voorziet het NPRD in diverse andere uitbreidingen en intensiveringen van defensieactiviteiten die eveneens gevolgen hebben voor de Veluwe. Het gaat daarbij onder meer om toename van drone-activiteiten, intensivering van helikopterbewegingen en uitbreiding van oefeningen met zwaar wapengebruik, waaronder 120 mm mortieren.
De planMER beoordeelt deze activiteiten grotendeels afzonderlijk, terwijl zij in de praktijk gelijktijdig plaatsvinden en elkaar versterken. Een gebiedsgerichte cumulatieanalyse voor de Veluwe ontbreekt. Dit is in strijd met de kern van de MER-systematiek, die juist beoogt de optelsom van effecten inzichtelijk te maken. Zonder deze cumulatieve benadering kan geen verantwoorde afweging plaatsvinden over de aanvaardbaarheid van de belasting van de Veluwe. Wij verzoeken u dan ook de cumulatieve effecten van alle defensieactiviteiten op de Veluwe te onderzoeken. Dit mede nu de defensieactiviteiten van de LA ook effect hebben op de Veluwe. In de Kop van de Veluwe is er op gebied van geluid reeds een structurele overbelasting tot wel 59 dB L den bij meer dan 1.700 adressen. Nog meer geluidsproductie leidt tot onevenredige geluidsdruk op deze woningen. 6. Evenredigheid en ruimtelijke rechtvaardigheid De Veluwe is een gebied met hoge natuur-, landschaps- en stiltewaarden. Het NPRD leidt ertoe dat juist dit gebied wordt geconfronteerd met een opeenstapeling van luchtgebonden en grondgebonden defensieactiviteiten, in combinatie met civiele luchtvaart. Het NPRD bevat onvoldoende onderbouwing waarom deze belasting evenredig is en waarom niet is gekozen voor een andere ruimtelijke spreiding.
Daarmee schiet de motivering tekort en wordt onvoldoende invulling gegeven aan het evenredigheidsbeginsel (artikel 3:4 Awb). 7. Communicatie en zorgvuldigheidsbeginsel Nu in de besluitvorming o.a. de vliegroutes niet worden bekend gemaakt hebben veel inwoners geen idee dat ook zij de effecten van LA zullen gaan ervaren. De communicatie richting deze inwoners ontbreekt dus volledig. Zo mogen de straaljagers op dit moment, indien ze niet op zicht vliegen, slechts uitvliegen via de vastgestelde B+ route. Concreet betekent dit dat de straaljagers zullen uitvliegen via de gemeente Oldenbroek (Wezep). Dit zullen ze doen door eerst langdurig laag te vliegen over de Polder. Nu de communicatie ontbreekt is er sprake van strijd met het zorgvuldigheidsbeginsel. (artikel 3:2 Awb) 8. Uitbreiding luchtvaart in Kop van de Veluwe In de kop van de Veluwe zullen conform de NPRD ruim 4400 helikoptervluchten plaatsvinden op en rondom het Artillerie schietkamp (ASK). Daarnaast zullen er drones vliegen op en rondom het ASK. Deels voor trainingen, maar ook de zogenoemde cargodrones. Deze gaan allen gebruik maken van het nu al overvolle luchtruim. Nu de straaljagers (en burgerluchtvaart) ook gebruik zullen maken van dit
gedeelte van het luchtruim zal de kans op ongelukken hierdoor toenemen. De effecten hiervan op het gebied zijn onvoldoende in beeld gebracht. 9. Conclusie Gelet op het voorgaande is het NPRD, voor zover het betrekking heeft op de ontwikkelingen op LA en de gevolgen daarvan voor de Veluwe, onvoldoende zorgvuldig voorbereid en ondeugdelijk gemotiveerd. Essentiële informatie ontbreekt, cumulatieve effecten zijn niet inzichtelijk gemaakt en de ruimtelijke uitwerking leidt tot een onevenwichtige belasting van een kwetsbaar (N2000)gebied. 10. Verzoek Wij verzoeken u derhalve om:
de keuze voor verdere ontwikkeling van LA niet vast te leggen zolang vliegroutes, gebruiksprofielen en frequenties onvoldoende zijn uitgewerkt; de ontwikkelingen op LA integraal te beoordelen in samenhang met andere Defensie uitbreidingen en het voornemen tot commerciële luchtvaart; voorafgaand aan verdere besluitvorming een volwaardige, gebiedsgerichte cumulatieanalyse voor de Veluwe uit te voeren; de uitkomsten daarvan expliciet te betrekken bij een hernieuwde afweging van locatie en omvang. Zonder deze stappen kan het NPRD op dit punt niet als rechtmatig en zorgvuldig worden aangemerkt.
Hoogachtend, Namens de Stichting Explosievrije Kop van de Veluwe
HJ. Schutte Voorzitter