CConstaterende datEpe
Koppel je AI →
Document · PDF

VNOG - brief besteding Weerbaarheids BDuR 2026 e v

Gemeenteraad 21 mei 2026, gemeente EpeBij agendapunt: Vaststelling lijst ingekomen stukken d.d. 21 mei 20263.752 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Niet gevonden in dit document.

Postbus 234 7300 AE Apeldoorn 088 310 4000 info@vnog.nl www.vnog.nl

Aan de griffies van de deelnemende gemeenten van de Veiligheidsregio Noord- en Oost-Gelderland Aan de colleges van de deelnemende gemeenten van de Veiligheidsregio Noord- en Oost-Gelderland

Datum Ons kenmerk Behandeld door Onderwerp

: 25 maart 2026 : 26-75432/26-105925/AM : F. Starke : Besteding Weerbaarheids-BDuR 2026 e.v.

Uw brief van Uw kenmerk Bijlage(n)

: : : Bestedingsoverzicht

Geachte raden en colleges, De afgelopen jaren hebben wij u onder andere via diverse brieven op de hoogte gehouden van de ontwikkelingen rondom de Brede Doeluitkering Rampenbestrijding (BDuR). Deze BDuR is de algemene uitkering van het Rijk aan de veiligheidsregio's. Wegens Rijksbeleid heeft de BDuR afgelopen jaren gefluctueerd (extra stortingen en kortingen). Per 2026 krijgen de veiligheidsregio’s via de BDuR middelen voor weerbaarheid. Met deze brief informeren wij u over hoe bij VNOG deze Weerbaarheids-BDuR zal worden ingezet. Het algemeen bestuur van VNOG heeft de besteding op 19 maart 2026 behandeld. Een deel van de besteding is vastgesteld, over een ander deel van de middelen gaat VNOG nog met uw gemeenten in nader overleg om te komen tot een bij de behoeften van de gemeenten passende besteding. Dit overleg vindt plaats met de gemeentesecretarissen. Het algemeen bestuur zal over dit laatste deel dan later nog besluiten. U treft ter kennisname het overzicht aan van waarover is besloten en waarover nog besluitvorming volgt. Werken aan de weerbaarheid en veerkracht van de samenleving is niet alleen een thema voor de veiligheidsregio’s, maar nadrukkelijk ook van gemeenten. Dit spreekt o.a. uit de bestuursafspraken weerbaarheid van november 2025. VNOG wil dit ook tot uitdrukking laten komen in de besteding van de extra middelen.

BDuR in beweging De afgelopen jaren is de BDuR in beweging geweest. In 2023 verhoogde het Rijk de bijdrage stapsgewijs ter versterking van crisisbeheersing en informatievoorziening (extra-BDuR). Per 2026 is de gehele BDuR structureel gekort met 10% (BDuR-korting); een landelijke korting van € 28 miljoen. Per 2027 is vervolgens de BDuR weer landelijk verhoogd met € 25 miljoen. Het Rijk geeft aan dat deze verhoging niet een deel-reparatie van de korting is, maar moet worden ingezet voor weerbaarheid (Weerbaarheids-BDuR). In aanloop naar 2027 bedraagt de Weerbaarheids-BDuR voor 2026 landelijk reeds € 8 miljoen. VNOG beschikt dus nu al over een deel van deze weerbaarheidsmiddelen.

Inzet Weerbaarheids-BDuR Met bijgevoegd bestedingsoverzicht heeft het algemeen bestuur van VNOG de inzet van een deel van de Weerbaarheids-BDuR 2026 e.v. bepaald. Er was hiervoor een separaat besluit nodig, omdat de begroting 2026 reeds is vastgesteld. Dit besluit kan het algemeen bestuur nemen, omdat deze begrotingswijziging geen consequenties heeft voor de gemeentelijke bijdrage. Een deel van de middelen wordt rechtstreeks ingezet ten behoeve van taken van de gemeenten op het gebied van weerbaarheid, zoals noodstroomvoorzieningen in de brandweerkazernes ten behoeve van de brandweer in uw gemeenschappen (in afwijking op de regeling demarcatie) en een projectleider bestuursafspraken weerbaarheid. Het regionaal versterken van de maatschappelijke weerbaarheid en veerkracht wordt door alle 22 gemeenten en VNOG samen gedaan. Dit gaat zowel over de weerbaarheid van de eigen organisaties, als die van de samenleving. VNOG zet een deel van de Weerbaarheids-BDuR daarom in te ondersteuning van gemeenten of ter bekostiging van een gemeentelijke taak. Een deel van de middelen is ter versterking van de weerbaarheid/continuïteit van VNOG (waar gemeenten indirect uiteraard ook van profiteren), zoals het robuuster maken van brandweerzorg en informatievoorziening. Over een deel van de Weerbaarheids-BDuR moet nog besluitvorming plaatsvinden.

VNOG wil dit ook inzetten ten behoeve van de gemeenten. In overleg met de gemeenten wordt gekeken naar waar behoefte aan is. Het algemeen bestuur zal over de inzet van dit deel dan vervolgens later besluiten. Verwerking in VNOG-begroting en rapportage De onderwerpen uit bijgevoegd bestedingsoverzicht zijn/worden in de VNOG-begroting verwerkt bij de betreffende afdeling die het onderwerp zal uitvoeren. Rapportage op voortgang gaat dan via de reguliere P&C-cyclus van VNOG, als eerste bij de Halfjaarrapportage 2026 (AB september) en daarna via de jaarrekening 2026. In de concept begroting 2027 zullen de gevolgen van het bestedingsoverzicht voor 2027 e.v. worden verwerkt. De concept begroting gaat na het DB van 2 april ter zienswijze naar de raden. Tenslotte De weerbaarheidsopgave brengt nieuwe grote uitdagingen voor gemeenten en VNOG met zich mee. Wij spannen ons samen in om verwachtingen waar te maken. Wij waarderen deze samenwerking zeer. Met vriendelijke groet Het dagelijks bestuur van de Veiligheidsregio Noord- en Oost-Gelderland,

drs. D.G.L. Kransen, secretaris

A.J.M. Heerts, voorzitter

2

Besteding Weerbaarheids-BDuR 2026 e.v. vastgesteld door het algemeen bestuur van VNOG op 19 maart 2026

Inleiding en samenvatting Deze paragraaf beschrijft de achtergronden van de Weerbaarheids-BDuR en hoe deze bij VNOG wordt ingezet. VNOG heeft de afgelopen jaren te maken gehad met fluctuerende Rijksbijdragen (= de Brede Doeluitkering Rampenbestrijding, BDuR). Om de Weerbaarheids-BDuR goed te kunnen plaatsen, wordt eerst ingegaan op de BDuR, de eerdere Extra-BDuR (2023) en de BDuR-korting (2026). BDuR De BDuR is de algemene uitkering van het Rijk aan de veiligheidsregio's. De BDuR is de uitwerking van artikel 55, eerste lid, van de Wet veiligheidsregio’s en is bedoeld voor de wettelijke taken van de veiligheidsregio’s: brandweerzorg, crisisbeheersing, GHOR, meldkamer en informatievoorziening. Extra-BDuR 2023 In de periode 2023-2026 heeft het Rijk de BDuR stapsgewijs verhoogd met de zogenaamde ‘ExtraBDuR’. De Extra-BDuR was bedoeld ter versterking van crisisbeheersing en informatievoorziening, met de lessen van de coronacrisis in het achterhoofd. Het AB heeft in maart 2023 een bestedingsplan vastgesteld voor deze Extra-BDuR. Dit plan is destijds ook ter kennisname gedeeld met de gemeenten. BDuR-korting 2026 Per 2026 hebben alle 25 veiligheidsregio’s van het Rijk een structurele korting van 10% gekregen op de gehele BDuR. Voor heel Nederland betreft de korting € 28 miljoen. Voor VNOG gaat het om € 1,1 miljoen.

VNOG heeft structurele dekking voor de BDuR-korting gevonden door maatregelen te nemen binnen de bestaande middelen van VNOG. Deze maatregelen hebben vooral tot gevolg dat de versterking van de crisisbeheersing wordt versoberd, doordat onderdelen van het bestedingsplan Extra-BDuR permanent niet of verminderd worden uitgevoerd. Ook is dekking gevonden door inzet van nog niet ingezette loon-/prijscompensatie op de BDuR. Weerbaarheids-BDuR Per 2026 verhoogt het Rijk de BDuR met € 8 miljoen en vanaf 2027 structureel met € 25 miljoen. Hoewel dit beschikbaar is gesteld in reactie op de BDuR-korting per 2026, is deze compensatie volgens het Rijk niet bedoeld als reparatie op de BDuR-korting. De verhoging is ook kleiner dan de toegepaste BDuR-korting. Deze middelen dienen volgens het Rijk door de veiligheidsregio’s te worden ingezet voor versterking en intensivering van de regionale weerbaarheid. Voorts ontvangt VNOG vanaf 2026 ook nog loon- en prijscompensatie op de BDuR berekend over het jaar 2025 (structureel). Als gevolg van beide effecten (Weerbaarheids-BDuR èn loon-/prijscompensatie 2025) zal VNOG in 2026 € 770.000 extra ontvangen. Vanaf 2027 ontvangt VNOG structureel € 1.089.900 extra. Mogelijk komt daar nog een loon- en prijscompensatie bij over het jaar 2026. Daarover wordt VNOG in juni 2026 in kennis gesteld en dit kan dus voor nu nog niet worden ingezet.

3

Besteding Weerbaarheids-BDuR Deze weerbaarheids-BDuR-middelen komen te laat om nog in de reguliere begrotingscyclus meegenomen te kunnen worden. Bovendien zijn ze met een specifiek doel door het Rijk ter beschikking gesteld. Daarom is een separaat bestedingsvoorstel voor het AB VNOG gemaakt, dat op 19 maart 2026 door het AB is behandeld. Het AB heeft, met de vaststelling van dit voorstel, ook de besteding van de middelen voor de jaarschijf 2026 vrijgegeven. VNOG begint dan direct na 19 maart met de uitvoering van de jaarschijf 2026. In de concept begroting 2027 zullen de gevolgen van het bestedingsvoorstel voor 2027 e.v. worden verwerkt. Hoofdlijn besteding Weerbaarheids-BDuR VNOG zet de Weerbaarheids-BDuR op hoofdlijnen voor twee categorieën onderwerpen in: 1. Ondersteuning weerbaarheidstaken gemeenten Het regionaal versterken van de maatschappelijke weerbaarheid en veerkracht wordt door alle 22 gemeenten en VNOG samengedaan. Dit gaat zowel over de weerbaarheid van de eigen organisatie, als die van de samenleving. VNOG reserveert een gedeelte van de WeerbaarheidsBDuR daarom ter ondersteuning van gemeenten of ter bekostiging van een gemeentelijke taak. In nadere afstemming met de gemeenten wordt een deel van de besteding van deze categorie nog bepaald en daarna ter besluitvorming aan het AB aangeboden. 2.

Versterking weerbaarheid/continuïteit VNOG-organisatie Uit het programmaplan Weerbaarheid VNOG en de Vitaal-verklaring van de veiligheidsregio’s door het Rijk volgt dat VNOG verdere stappen moet zetten in de continuïteit van haar eigen organisatie. VNOG zet daarom een deel van de Weerbaarheids-BDuR in om haar eigen continuïteit/weerbaarheid te versterken. In de volgende hoofdstukken wordt per categorie de inzet van de Weerbaarheids-BDuR in detail toegelicht. Het document sluit tenslotte af met een totaaloverzicht. Verwerking in reguliere P&C-cyclus VNOG De onderwerpen worden in de VNOG-begroting verwerkt bij de betreffende afdeling die het onderwerp zal uitvoeren. Rapportage op voortgang gaat dan via de reguliere P&C-cyclus van VNOG.

4

1. Ondersteuning weerbaarheidstaken gemeenten 1.1. Projectleider bestuursafspraken weerbaarheid gemeenten In de bestuursafspraken Weerbaarheid hebben de gemeenten samen met VNOG afspraken gemaakt over planning en prioritering van de gemeentelijke opgaven. Ook staan hierin de verantwoordelijkheidsverdeling tussen gemeenten en VNOG beschreven. De opgaven voor de gemeenten zijn groot en VNOG wil hen hierbij ondersteunen, in de vorm van een projectleider. Deze projectleider ondersteunt en stimuleert de regionale samenwerking tussen en met gemeenten en ondersteunt in de uitvoering van de actiepunten. Dit doet de projectleider onder meer door een netwerk binnen de gemeenten op te bouwen en in verbinding daarmee eventuele hiaten in de uitvoering te herkennen, te adresseren en waar nodig mee te helpen op te lossen. Eventueel zijn regionale vraagstukken door de projectleider op te pakken. Tenslotte wordt de projectleider ingezet bij de toenemende vraag om presentaties te geven en initiatieven in de gemeenten te ondersteunen. Het betreft 1 fte schaal 10 (€ 106.000) 1.2. / 1.3. Nog ter nadere afstemming met de gemeenten (€ 201.000) Over een bedrag van € 201.000 heeft het AB op 19 maart 2026 nog geen besluit genomen. Na afstemming met de gemeenten komen er hiervoor nadere voorstellen in het algemeen bestuur.

Er wordt op dit moment gedacht aan personele ondersteuning voor weerbaarheidstaken van gemeenten, de wijze waarop dat eruit komt te zien is afhankelijk van het overleg dat nu nog volgt. 1.4. Noodstroomvoorziening voor kazernes Onze inwoners moeten er altijd op kunnen rekenen dat VNOG haar taken voor brandweerzorg en de crisisorganisatie blijft leveren, ook (en juist) als er in de samenleving een verstoring optreedt. Bovendien is VNOG in juli 2025 ook vitaal verklaard door het Rijk. VNOG moet vanwege deze vitaalverklaring de continuïteit van bepaalde processen garanderen, namelijk de processen brandweerzorg en crisisorganisatie en informatievoorziening. Elektriciteit is onder andere onmisbaar voor het uitvoeren van de brandweerzorg, denk aan het opladen van het elektrische hulpverleningsmateriaal, de communicatievoorzieningen en elektrische voertuigen, installaties, etc. Er is noodstroom nodig op de locaties van waaruit de brandweerzorg wordt geleverd, de brandweerkazernes. Deze kazernes zijn in eigendom van de gemeenten, zodat dit onderwerp altijd in nauw overleg met de gemeenten wordt opgepakt. In de regeling demarcatie is afgesproken dat gemeenten verantwoordelijk zijn voor de energievoorziening in de brandweerkazernes. Dat geldt ook voor de gebouwgebonden noodstroomvoorzieningen.

VNOG stelt voor om, in afwijking op de regeling demarcatie, de noodstroomvoorzieningen niet door gemeenten te laten bekostigen, maar uit deze WeerbaarheidsBDuR te betalen. Daarmee wordt ook uniformiteit in de hele regio bereikt, wat zowel voor de aanschaf, het onderhoud, beheer en de bediening van de noodstroomvoorziening voordelen heeft. Het gaat om: − de aanschaf van noodstroomaggregaten (kapitaallast) − aanschaf brandstofstanks om de aggregaten minimaal 12 uur draaiend te houden (kapitaallast) − de technische aansluiting (o.a. meterkasten aanpassen) (incidentele kosten) − jaarlijkse beheerskosten, bestaande uit: o aanschaf brandstofvoorraden en inrichten van de brandstoflogistiek (structurele kosten) o beheer/onderhoud/jaarlijkse test van de aggregaten/tanks (structurele kosten) o opleiding en periodieke training van gebruikers (structurele kosten) 5

Het is een complex onderwerp, waar veel bij komt kijken, bijvoorbeeld de doorlooptijd van de vergunningverlening, aanbestedingsregels, bestaande/toekomstige nieuw- en verbouwtrajecten, aanwezige noodstroom, etc. Elke kazerne is uniek. Er moeten nog zaken nader worden uitgezocht, diverse keuzes moeten nog worden gemaakt en kosten in kaart gebracht. De volgende overwegingen spelen daarbij een rol: −

− −

−

−

In het stedelijk gebied Apeldoorn gaan op termijn kazernes verdwijnen vanwege de komst van de 1-post. Verdwijnende kazernes worden niet meer van een volwaardig aggregaat voorzien, maar daar kan bijv. een mobiel aggregaat voor beschikbaar komen, dat daarna ook weer breder in de regio en voor de gemeenten inzetbaar is. De nieuwe 1-post Apeldoorn heeft al een noodstroomvoorziening bij het tijdelijke kantoorpand Molenmakershoek, die zal worden meeverhuisd naar de nieuwe 1-post . De kosten voor een mobiel noodaggregaat liggen tussen € 7.500 en € 12.500 (investering, afschrijving 20 jaar). De jaarlijkse bijbehorende kapitaallast ligt dan op maximaal € 650 per noodaggregaat. Voor de kazernes die komende jaren nieuw gebouwd gaan worden, is het voorstel om in de nieuwbouw standaard noodstroom aan te leggen en dit dan direct in de bouw mee te nemen. Noodstroom moet in de VNOG ‘blauwdruk nieuwbouw’ als vast onderdeel worden opgenomen. Voor deze posten geldt: ofwel nu in het oude pand noodstroom aanleggen die t.z.t. meeverhuisd kan worden naar de nieuwbouw, of tijdelijk een mobiel aggregaat regelen. Alle mobiele aggregaten komen, nadat alle nieuwbouw klaar is, beschikbaar voor de regio om in te zetten bij VNOG en in gemeenten. Zutphen, Doetinchem en Harderwijk zijn tevens werklocatie met centrale voorzieningen en krijgen daarom zwaardere noodstroom.

Voor Zutphen geldt bovendien dat deze locatie als interne uitwijklocatie voor de crisisorganisatie fungeert en ook om die reden zwaardere noodstroom nodig heeft (zie ook toelichting in volgende paragraaf). VNOG heeft recent 49 nieuwe elektrische dienstbussen en 8 elektrische personenvoertuigen aangeschaft, die ter vervanging zijn van een groot deel van de dieselbussen op de posten. In de noodstroomvoorzieningen wordt nu rekening gehouden met het kunnen laden van deze bussen bij stroomuitval, om het wagenpark inzetbaar te houden.

Om het onderwerp van de grond te krijgen, zijn middelen nodig. Naar verwachting gaan we stapsgewijs de noodstroom realiseren, te beginnen met kazernes die tevens werklocatie zijn c.q. uitwijklocatie voor de crisisorganisatie (zie ook volgende paragraaf), kazernes met een centrale rol in het netwerk (de 20 backbone posten), overige kazernes. De volgende kosten zijn nu in beeld voor de voorziening: − Vervangen en vergroten NSA Zutphen om volledige locatie van noodstroom te voorzien, incl. levering stroom aan laadpalen: € 100.000. − Uitbreiden NSA + aanpassen preferente groepen Doetinchem, incl. levering stroom aan laadpaal: € 50.000. − Uitbreiden NSA + aanpassen preferente groepen Harderwijk, incl. levering stroom aan laadpaal: € 50.000. − Realisatie NSA t.b.v. 20-tal backbone posten, 20 x € 25.000 (incl. levering aan laadpaal) gebaseerd op aanpassingen meterkast en mobiel aggregaat: € 500.000. − Realisatie NSA t.b.v. 35-tal reguliere posten, 35 x € 15.000 (incl. levering aan laadpaal) gebaseerd op aanpassingen meterkast en mobiel aggregaat: € 525.000. Subtotaal raming NSA’s € 1.225.000

6

De volgende kosten zijn in beeld voor de dieselvoorziening: − Een mobiele Fuel Box dieseltank (3.000 liter) compleet met pompinstallatie (230v pomp) voor Doetinchem, Harderwijk en Zutphen: 3 maal € 6.500 = € 19.500 − De 1-post krijgt straks dieselopslagtank van 6.000 liter Subtotaal raming opslagtanks € 19.500 Totale raming € 1.244.500 Eenmalige aansluitkosten en jaarlijkse structurele beheerskosten: nog nader uitzoeken, voor nu stelpost. Totale jaarlijkse structurele kosten worden nu ingeschat op: kapitaallasten (afschr. 20 jaar; rente 1,7%) € 85.000 stelpost beheerkosten en aansluitkosten € 75.000 Totaal € 160.000 Als een kazerne een aanvullende rol krijgt vanwege weerbaarheid (bijv. in het kader van coördinatiepunt voor de noodsteunpunten), is mogelijk op bepaalde plekken een zwaarder aggregaat nodig. Er vindt daarom ook nauwe afstemming plaats met de pilot ‘noodsteunpunten’. 1.5. Noodstroom uitwijklocatie multi-actiecentrum crisisorganisatie (Zutphen) Het Multi-actiecentrum (MAC) vormt bij een crisis het hart van de crisisorganisatie: het VNOGcrisiscentrum. Daar komen alle lijnen samen om een crisis te managen. Het is een onmisbare voorziening voor de hulpdiensten en gemeenten. Het blijvend uitvoeren van de crisisorganisatie is bovendien één van de processen waarvoor VNOG vitaal is verklaard: wij moeten dit proces kunnen garanderen. Hiervoor is o.a.

noodstroom nodig op de locaties van waaruit de crisisorganisatie opereert (het MAC). Het MAC is gevestigd in de VNOG-kantoorlocatie aan de Molenmakershoek in Apeldoorn en beschikt over noodstroom. Als de Molenmakershoek bij een verstoring niet beschikbaar of bereikbaar is, is er een interne uitwijklocatie (post Apeldoorn-Zuid, maar die heeft geen noodstroom) en een externe uitwijklocatie (Zwolle, Veiligheidsregio IJsselland). Omdat ApeldoornZuid op termijn vervalt en nu niet een volwaardige uitwijklocatie is, dient er een interne uitwijklocatie te worden ingericht. Als interne uitwijklocatie is de werklocatie brandweerkazerne Zutphen in beeld (geografisch centraal gelegen met voldoende ruimte). Zutphen beschikt momenteel over een noodstroomvoorziening, maar deze is beperkt en neemt niet de kantoren over van het gebouw, maar alleen stalling en werkplaatsen (kazerne-deel). Deze noodstroomvoorziening is bovendien 34 jaar oud en kan bij defecten niet meer geserviced worden. Het gesprek over vervanging is hierover met gemeente Zutphen opgestart, nu wordt voorgesteld dat VNOG dit in de integrale noodstroomvoorziening meeneemt. Een noodstroomvoorziening voor het gehele gebouw kost € 100.000 (daarvan is € 30.000 voor het kazerne-deel1 van het gebouw en € 70.000 voor het kantoordeel).

Ook hier zijn er eenmalige aansluitkosten en structurele beheerskosten, zie specificatie bij vorige onderdeel. De benodigde middelen voor noodstroomvoorziening Zutphen zijn bij voorstel 1.4. meegenomen.

Zutphen is een grote kazerne met een grote werkplaats, vandaar dat de stroombehoefte hier van het kazerne-deel aanzienlijk is. 1

7

2. Versterking weerbaarheid/continuïteit VNOG-organisatie 2.1. Formatie Brandweerzorg Meerdere ontwikkelingen hebben ertoe geleid dat de benodigde formatie van de repressieve brandweerfuncties binnen district Midden opnieuw is berekend. De formatieberekening bevestigt dat de repressieve roosters op post Centrum en post Zuid met te weinig medewerkers worden ingevuld en er een uitbreiding noodzakelijk is. Er is krapte in het rooster: er wordt steeds vaker en langer ouderschapsverlof opgenomen, in 2026 zijn de eerste medewerkers die vallen onder het tweede loopbaanbeleid 20 jaar in dienst en er is sprake van langdurige zieke. Medewerkers hebben aangegeven dat de ‘rek’ eruit is voor wat betreft het draaien van extra dagdiensten. Overigens, tijdens de dagdiensten worden door de medewerkers werkzaamheden verricht voor bijvoorbeeld team M&L. Daarnaast zijn de dagdiensten te verdelen over meer medewerkers, waardoor het gemiddelde aantal diensten per collega per week afneemt. Het gaat in totaal om 3 fte, schaal 6 (€ 207.000), te verdelen over 6 vacatures (1 vacature voor 18 uur per week op Post Centrum en 5 vacatures voor 18 uur per week op Post Zuid).

2.2. Tijdelijke versterking Staf Brandweerzorg Vanwege vele ontwikkelingen en door- en uitstroom in personeelsbestand, ligt er veel (specialistisch) werk binnen de Staf van afdeling Brandweerzorg. De werkvoorraad is groot en zal komende periode verder toenemen; een inhaalslag is nodig. Voor een periode van 2 jaar kan een functie op schaal 11 niveau hiervoor worden ingezet (€ 121.000). 2.3. BI-datawarehousespecialist De huidige inrichting van het Data Warehouse (DWH) sluit niet meer aan bij de veranderende behoefte van de organisatie op basis van de vragen die onze (keten)partners en de samenleving als geheel aan ons stellen, onder meer in het kader van weerbaarheid. De informatievoorziening moet robuust zijn georganiseerd. Dit betreft onder meer de vraag naar betrouwbare, gevalideerde data, meer data (zowel diversiteit als groter volume) en de vraag naar meer dan alleen rapportages, namelijk data science, data-analyse en near real-time. Als BI team zal het DWH doorontwikkeld moeten worden wat meer werkzaamheden met zich meebrengt, en om onze toekomstige rol voor de centrale gegevensvoorziening te kunnen vervullen is ook meer capaciteit nodig. Het betreft 1 fte schaal 11 (€ 121.000). 2.4. Capaciteit projectleiders Er lopen vele projecten bij VNOG en op het terrein van de weerbaarheid gaat dit komende tijd verder toenemen.

Het gaat daarbij om projecten als gevolg van de vitaal verklaring van VNOG, de noodzaak om VNOG robuust te maken en weerbaarheidsprojecten in enge zin (bijv. noodcommunicatie). In de Kadernota 2027 was een voorstel opgenomen ter versterking van de projectleiderscapaciteit; dit is vooral gericht op reguliere projecten. Met de nu voorliggende uitbreiding wordt VNOG versterkt op die projecten waar tot op heden vooral externe inhuur voor plaatsvindt. Met het oog op de voorziene ontwikkelingen en de wens om VNOG robuuster te maken, is het beter deze kennis in huis te borgen, dan dat hij na inhuur weer verloren zal gaan. Het betreft 2 fte schaal 10 (€ 212.000). 2.5. Specialist Planvorming/MOO

In 2023 was de komst van een ‘Specialist Planvorming/Multi Opleidingen/oefenen (MOO)’ voorzien, te bekostigen uit de Extra-BDuR. Echter, als gevolg van de BDuR-korting, was deze functie bevroren. De belangrijke functie kan nu alsnog worden ingevuld. Deze specialist zal een tandem vormen met de huidige medewerker planvorming die zich meer bezig kan gaan houden met complexere en langdurige crisissituaties. De nieuw te werven specialist gaat zich bezig houden

8

met de planvorming rond incidentbestrijdingsplannen en rampbestrijdingsplannen, samenwerking in Oost 5 en vertaalt planvorming naar de operationele crisisorganisatie. Planvorming en MOO worden zo dichter bij elkaar gebracht en werkzaamheden rond ontwikkeling van planvorming worden verdeeld waardoor de kwetsbaarheid wordt verkleind. Het betreft 1 fte schaal 9 (€ 95.000).

3. Totaaloverzicht Onderstaande tabel vat de bestedingsvoorstellen uit de hoofdstukken één en twee samen. nr.

2026 Totaal 2026

2027 Totaal 2027

2028 Totaal 2028

2029 Totaal 2029

I/S S S S

61.800 117.200 50.000 -

106.000 201.000 25.000 -

106.000 201.000 90.000 -

106.000 201.000 145.000 -

S I S S S

120.800 70.600 70.600 123.600 55.400

207.000 121.000 121.000 212.000 95.000

207.000 50.400 121.000 212.000 95.000

207.000 121.000 212.000 95.000

670.000

1.088.000

1.082.400

1.087.000

voorstel

I/S

1. Ondersteuning weerbaarheidstaken gemeenten 1.1 Projectleider bestuursafspraken weerbaarheid gemeenten (10) 1.2 en 1.3 Stelpost 1.4 Noodstroomvoorziening voor kazernes 1.5 Noodstroom uitwijklocatie multi-actiecentrum-crisisorganisatie

2. Versterking weerbaarheid/continuiteit VNOG-organisatie 2.1 2.2 2.3 2.4 2.5 Totaal

Formatie Brandweerzorg (3 fte)(6) Tijdelijke versterking Staf Brandweerzorg 2 jaar (11) BI-datawarehousespecialist (11) Capaciteit projectleiders 2 fte (10) Specialist Planvorming/MOO (9)

9

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16759720/1