Toelichting ontwerp Dijkhuizerzandweg 15 incl bijlagen
Tekst van het document
Geurbelasting 2,266 2,315 2,332 2,542 2,529 2,154 2,240
Figuur 5-2: resultaten achtergrondbelasting geur
Woon- en leefklimaat
8 MAART 2021
24
Toelichting bestemmingsplan Herziening bestemmingsplan functieverandering Dijkhuizerzandweg 15, Epe
Toetsing van de achtergrondbelasting geur geschiedt aan de hand van indeling van het woon- en leefklimaat. Als er veel veehouderijen in de omgeving zijn gelegen dan wordt de geur anders beleefd dan wanneer er weinig veehouderijen aanwezig zijn. Op basis van bijlage 6 van de Handreiking Geurhinder en Veehouderij kan een percentage geurgehinderden gekoppeld worden aan de berekende achtergrondbelasting. Het percentage geurgehinderden bepaalt het woon- en leefklimaat in figuur 5-3 is dit weergegeven. Milieukwaliteit Zeer goed Goed Redelijk goed Matig Tamelijk slecht Slecht Zeer slecht Extreem slecht
Geurgehinderden % <5 5 – 10 10 – 15 15 – 20 20 – 25 25 – 30 30 – 35 35 – 40
Figuur 5-3 RIVM-kwaliteitscriteria woon- en leefomgeving
In figuur 5-4 (en bijlage 4) zijn de berekende achtergrondbelastingen geur met het daarbij behorende woon- en leefklimaat inzichtelijk gemaakt voor de zeven toetspunten. Uit figuur 5-4 blijkt dat op alle toetspunten sprake is van een ‘zeer goed’ woon- en leefklimaat. Dit betekent dat ter plaatse van de bestaande woning en de twee nieuwe woningen een ‘zeer goed’ woon- en leefklimaat op het gebied van geur kan worden verzekerd. Toetspunt Toetspunt 1 Toetspunt 2 Toetspunt 3 Toetspunt 4 Toetspunt 5 Toetspunt 6 Toetspunt 7
Geurbelasting 2,266 2,315 2,332 2,542 2,529 2,154 2,240
Woon- en leefklimaat Zeer goed Zeer goed Zeer goed Zeer goed Zeer goed Zeer goed Zeer goed
Figuur 5-4 Beoordeling woon- en leefklimaat
8 MAART 2021
25
Toelichting bestemmingsplan Herziening bestemmingsplan functieverandering Dijkhuizerzandweg 15, Epe
GELUIDSHINDER Ingevolge de Wet geluidhinder (Wgh) moet de geluidbelasting vanwege een weg worden bepaald door middel van een akoestisch onderzoek. Niet alleen wordt hiermee uitsluitsel verkregen over de te verwachten geluidbelasting over 10 jaar, maar ook of en met welke planologische maatregelen eventueel nog wel kan worden voldaan aan de voorkeursgrenswaarde. Het resultaat van dit onderzoek, betrekking hebbende op de verkeersintensiteit en het wegdek van alle wegen met een geluidszone die strekt over het plangebied, wordt getoetst aan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB. Secundair wordt op basis van de uitkomst van het akoestisch onderzoek bepaald of kan worden voldaan aan de maximale ontheffingswaarde van 53 dB voor een nieuw te bouwen woning in buiten stedelijk gebied en welke vereiste bouwkundige voorzieningen moeten worden getroffen. Ten behoeve van de beoogde herontwikkeling is een akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai uitgevoerd. Het onderzoeksrapport is als bijlage 5 bijgevoegd. Dit rapport is gebaseerd op de eerste situatietekening van de gewenste situatie (zie pagina 5 van bijlage 5). Nadien is de gewenste situatie gewijzigd om een goede landschappelijke inpassing te realiseren.
In het akoestisch rapport is bepaald op welke afstand van de Dijkhuizerzandweg de woningen gerealiseerd kunnen worden, zodat het plan realiseerbaar is binnen de Wet geluidhinder en geen extra geluidwerende maatregelen noodzakelijk zijn. Navolgend zijn de conclusies uit de betreffende rapportage samengevat opgenomen: “Ter plaatse van de gevels van de woningen kan worden voldaan aan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB indien woning 1 op 3 meter en woning 2 op 1,5 meter vanaf de zuidwestelijke kadastrale perceelgrens wordt gerealiseerd. Ter plaatse van beide woningen bedraagt de geluidbelasting exclusief aftrek van artikel 110g ten hoogste 53 dB. Met een gevelwering welke in geval van nieuwbouw ten minste 20 dB bedraagt, zal het binnen niveau ten hoogste 33 dB bedragen. Derhalve zal voldaan worden aan de eisen van het Bouwbesluit indien de minimumafstand van 3 en 1,5 meter ten opzichte van de kadastrale perceelgrens wordt gerespecteerd. Ten aanzien van de buitenruimte en verblijf in de tuin dan wel terras kan verondersteld worden dat een overwegend goede milieukwaliteit heerst. Hierdoor kan worden verondersteld dat het aspect geluid een goede ruimtelijke ordening niet in de weg staat.” Opgemerkt moet worden dat de locatie van de woningen in de gewenste situatie niet overeenkomen met de locatie van de woningen zoals opgenomen in het akoestisch rapport.
Beide woningen worden ongeveer ter plaatse van woning 2 gerealiseerd (zie pagina 5 van bijlage 5). Uit het inpassingsplan (bijlage 1) blijkt dat de afstand van de woningen tot de zuidwestelijke kadastrale perceelsgrens in de gewenste situatie groter is dan de minimale afstand van 1,5 meter die nodig is om te voldoen aan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB. Derhalve kan op basis van het akoestisch rapport met zekerheid gezegd worden dat ter plaatse van de twee nieuwe woningen sprake is van een goed woon- en leefklimaat voor het aspect geluid.
8 MAART 2021
26
Toelichting bestemmingsplan Herziening bestemmingsplan functieverandering Dijkhuizerzandweg 15, Epe
BODEM Het doel van de bodemtoets bij ruimtelijke plannen is de bescherming van de bodem. Een bodemonderzoek moeten worden uitgevoerd om te kunnen beoordelen of de bodem geschikt is voor de geplande functie en of er sprake is van een eventuele saneringsnoodzaak. Artikel 9 van het Besluit ruimtelijke ordening bepaalt dat bij een ruimtelijk plan rekening gehouden moet worden met de bodemkwaliteit ter plaatse. Uit historisch bodem bestand (HBB) blijkt dat de locatie potentieel verdacht is op het voorkomen van bodem verontreiniging. Op de locatie bevonden zich 3 bovengrondse tanks (een HBO tank, een petroleum- of kerosinetank en een dieseltank). Voor onderhavig initiatief is een verkennend bodemonderzoek en een verkennend bodemonderzoek asbest uitgevoerd. Dit rapport is opgenomen in bijlage 6. De conclusie uit dit rapport betreft: Verkennend bodemonderzoek (NEN 5740) Volgens het toetsingskader uit de circulaire bodemsanering 2013, gedateerd van 1 juli 2013, dient op de locatie in principe een nader onderzoek plaats te vinden aangezien het gehalte arseen zich boven het gemiddelde van 1/2{S+I} bevindt. Binnen de gemeente Epe worden echter vaker verhoogde gehalten arseen aangetroffen. Dit heeft hoogstwaarschijnlijk een natuurlijke oorzaak.
Voor het beoogde gebruik (wonen met tuin) zijn er bij het aangetroffen gehalte geen humane risico’s aanwezig (RIVM rapport, bodemkwaliteitscriteria, rapportnummer 711701053). Geadviseerd wordt in overleg te treden met de Omgevingsdienst Veluwe IJssel of daadwerkelijk een nader onderzoek dient te worden uitgevoerd. Verkennend bodemonderzoek asbest (NEN 5707/5897) Aangezien het gehalte asbest zich niet boven de interventiewaarde van 100 mg/kg.ds. of de vastgestelde norm voor nader onderzoek van ½ x 100 mg/kg.ds. bevindt is er op de locatie geen sprake van een verontreiniging met asbest. Eindconclusie De resultaten van het onderzoek geven op basis van het matig verhoogde gehalte arseen mogelijk milieu hygiënische belemmeringen voor de bouwplannen. Op basis van het bovenstaande advies en in overleg met de omgevingsdienst Veluwe IJssel is besloten om het grondmengmonster met het verhoogde gehalte Arseen uit te splitsen. De monsters uit het verkennend onderzoek waren niet meer aanwezig in het laboratorium. Voor de uitsplitsing zijn nieuwe monsters genomen op dezelfde locaties als in het verkennend bodemonderzoek. Het rapport is opgenomen in bijlage 7. De conclusie uit het rapport betreft: Op basis van het nader onderzoek Bodemonderzoek) blijkt het volgende:
(uitsplitsing
mengmonster
MM2
verkennend
In de bovengrond van de boringen B02, B07, B08, B09 en B10 zijn geen [<achtergrondwaarde] tot maximaal licht [>achtergrondwaarde] verhoogde gehalten arseen aangetoond. In de bovengrond van de boringen B05 en B06 is een sterk [>interventiewaarde] verhoogd gehalte arseen aangetoond. Gezien het feit dat de aangetroffen verhoogde gehalten arseen hoogstwaarschijnlijk een natuurlijke oorsprong hebben en uit de bodemkwaliteitscriteria, zoals opgesteld door het RIVM (rapport 711701053 (zie bijlage), aangeven dat er geen humane risico’s zijn voor het beoogde
8 MAART 2021
27
Toelichting bestemmingsplan Herziening bestemmingsplan functieverandering Dijkhuizerzandweg 15, Epe
gebruik (wonen met tuin) voor wat betreft het gehalte arseen (indien dit niet hoger is dan 430 mg/kg.) kan ons inziens een nader onderzoek achterwege blijven. Op basis van de conclusie, dat de aangetroffen verhoogde gehalten arseen hoogstwaarschijnlijk een natuurlijke oorsprong hebben en dat de gehalten arseen lager zijn dan de maximale norm waardoor er geen humane risico’s zijn voor het beoogde gebruik, vormt het aspect bodem geen belemmering voor onderhavig initiatief.
LUCHTKWALITEIT De hoofdlijnen voor regelgeving rondom luchtkwaliteitseisen staan beschreven in de Wet milieubeheer (hoofdstuk 5 Wm). Bij de start van nieuwe bouwprojecten moet onderzocht worden of het effect van een nieuw initiatief relevant is voor de luchtkwaliteit. Een nieuw initiatief is niet relevant als aannemelijk kan worden gemaakt dat de luchtkwaliteit “niet in betekenende mate” aangetast wordt. Daartoe is een algemene maatregel van bestuur ‘Niet in betekenende mate’ (Besluit NIBM) en een ministeriële regeling NIBM (Regeling NIBM) vastgesteld waarin de uitvoeringsregels vastgelegd zijn die betrekking hebben op het begrip NIBM. In de Regeling NIBM is een lijst met categorieën van gevallen (inrichtingen, kantoor- en woningbouwlocaties) opgenomen die niet in betekende mate bijdragen aan de luchtverontreiniging. Deze gevallen kunnen zonder toetsing aan de grenswaarden voor het aspect luchtkwaliteit uitgevoerd worden. Ook als het bevoegd gezag op een andere wijze, bijvoorbeeld door berekeningen, aannemelijk kan maken dat het geplande project NIBM bijdraagt, kan toetsing van de luchtkwaliteit achterwege blijven. De in dit bestemmingsplan opgenomen ontwikkeling valt onder de in de regeling NIBM opgenomen lijst met categorieën van gevallen (de realisatie van <1.500 woningen).
Aangezien het plan slechts voorziet in twee nieuwe woningen, in samenhang met de sanering van een intensieve veehouderijlocatie, kan worden gesteld dat dit plan onder het begrip NIBM valt en de luchtkwaliteit niet verder hoeft te worden onderzocht. De onderhavige ontwikkeling is dan ook niet in betekende mate van invloed op de omgeving. Dat betekent, dat een luchtkwaliteitsonderzoek niet noodzakelijk is en er voor wat betreft luchtkwaliteit geen belemmeringen zijn voor de voorgestane ontwikkeling. Om aan te tonen dat sprake is van een goed woon- en leefklimaat in het kader van de luchtkwaliteit is gekeken naar de grootschalige concentratie- en depositiekaarten Nederland. Op basis van deze kaart bedraagt de achtergrondconcentratie van fijnstof PM10 minder dan 18 µg/m3. Geconcludeerd wordt dat de achtergrondconcentratie ruim onder de wettelijke norm van 40 µg/m3 ligt. Hiermee wordt voldaan aan een goed woon- en leefklimaat met betrekking tot luchtkwaliteit. EXTERNE VEILIGHEID 5.8.1
Toetsingskader
Algemeen Externe veiligheid heeft betrekking op de risico's die mensen lopen als gevolg van mogelijke ongelukken met gevaarlijke stoffen bij bedrijven, transportroutes (wegen, spoorwegen en waterwegen) en buisleidingen. Omdat de gevolgen van een ongeluk met gevaarlijke stoffen groot kunnen zijn, zijn de aanvaardbare risico's vastgelegd in diverse besluiten. De belangrijkste zijn:
8 MAART 2021
28
Toelichting bestemmingsplan Herziening bestemmingsplan functieverandering Dijkhuizerzandweg 15, Epe
Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi); Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb); Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt). In het kader van een ‘goede ruimtelijke ordening ‘(art. 3.1 Wro) wordt daarnaast getoetst aan eventueel van toepassing zijnde veiligheidsafstanden uit het Activiteitenbesluit en effectafstanden uit de ‘Circulaire effectafstanden LPG-tankstations’. Doel is om bepaalde risico's, waaraan burgers in hun leefomgeving worden blootgesteld, tot een aanvaardbaar minimum te beperken. Deze bedoelde risico's hangen vooral samen met: activiteiten met gevaarlijke stoffen in inrichtingen; transport van gevaarlijke stoffen door buisleidingen; transport van gevaarlijke stoffen over de weg, het spoor en het water. Ook zijn er onder meer landelijke regels voor de opslag en verkoop van vuurwerk. Verder wordt bij de plaatsing van windmolens ook de externe veiligheid in ogenschouw genomen. De risico's voor externe veiligheid komen tot uitdrukking via het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. Het plaatsgebonden risico kan op de kaart worden weergeven met zogeheten risicocontouren: lijnen die punten verbinden met eenzelfde plaatsgebonden risico. Via het plaatsgebonden risico wordt een basisbeschermingsniveau gewaarborgd.
Bij het groepsrisico wordt wel beoordeeld hoeveel personen zich, redelijkerwijs, feitelijk in de omgeving kunnen bevinden. Voor het groepsrisico geldt geen grenswaarde, maar een oriëntatiewaarde. Dit is een ijkwaarde waaraan veranderingen getoetst kunnen worden. Deze oriëntatiewaarde mag overschreden worden, mits goed beargumenteerd door het bevoegd gezag. Samen met de hoogte van groepsrisico moet andere kwalitatieve aspecten worden meegewogen in de beoordeling van het groepsrisico. Onder deze aspecten vallen zelfredzaamheid en bestrijdbaarheid. Deze argumentatie is een onderdeel van de verantwoording van het groepsrisico. Onderdeel van deze verantwoording is overleg met (advies vragen aan) de regionale brandweer. Het plaatsgebonden risico (PR) is de kans, per jaar, op overlijden van een onbeschermd individu ten gevolge van ongevallen met gevaarlijke stoffen. De aanwezigheid van een persoon is fictief. Niet wordt beoordeeld hoe groot de kans op de aanwezigheid van een persoon feitelijk is. Het groepsrisico (GR) is een maat voor de kans per jaar dat een groep van bijvoorbeeld 10, 100 of 1000 personen het slachtoffer wordt van een ongeval met gevaarlijke stoffen. Het groepsrisico wordt ook beschouwd als een maat voor de maatschappelijke ontwrichting.
Het externe veiligheidsbeleid in Nederland is gericht op het verminderen en beheersen van risico’s en effecten van calamiteiten, alsmede het bevorderen van de veiligheid van personen in de omgeving van activiteiten (bedrijven en transport) met gevaarlijke stoffen. Dat gebeurt door te voorkomen dat te dicht bij gevoelige bestemmingen activiteiten met gevaarlijke stoffen plaatsvinden, door de zelfredzaamheid te bevorderen en door de calamiteitenbestrijding te optimaliseren. Beleidsvisie externe veiligheid In september 2013 is de Beleidsvisie externe veiligheid vastgesteld. Uitgangspunt van deze visie is dat nieuwe risicobronnen alleen nog zijn toegestaan indien het gaat om een verplaatsing van een
8 MAART 2021
29
Toelichting bestemmingsplan Herziening bestemmingsplan functieverandering Dijkhuizerzandweg 15, Epe
bestaande risicobron naar een bedrijventerrein. Daarnaast is in de beleidsvisie bepaald dat het groepsrisico ten gevolge van een risicobron niet groter mag zijn dan 1 maal de oriëntatiewaarde. In de visie is tevens vastgelegd dat wanneer bijzonder kwetsbare objecten (objecten met verminderd zelfredzame personen zoals scholen en zorginstellingen) mogelijk worden gemaakt binnen het invloedsgebied van een risicobron de besluitvorming op dit punt expliciet bij de gemeenteraad en het college van B&W wordt voorgelegd. 5.8.2
Toetsing
De oprichting van twee nieuwe woning is relevant in het kader van externe veiligheid. De woningen zijn een kwetsbaar object (conform artikel 1, li1 sub l van het Besluit externe veiligheid inrichtingen). Beoordeeld dient te worden of deze kwetsbare objecten op deze locatie opgericht kunnen worden. De aanwezige risico’s in de omgeving zijn zeer afhankelijk van het brontype. De relevante typen zijn: Bedrijven; Vervoer van gevaarlijke stoffen (per spoor, over de weg, het water); Ondergrondse (gas)leidingen (c.q. buisleidingen). Op de risicokaart (figuur 5-5) is te zien dat in de omgeving van het plangebied geen risicovolle activiteiten worden uitgevoerd. De planlocatie ligt op ongeveer 500 meter van de A50, buiten de plaatsgebonden risicocontour 10-6 en het plasbrandaandachtsgebied en de 200 meter zone maar wel binnen het invloedsgebied van 880 meter vanaf de A50. De A50 vormt geen belemmering voor het initiatief. De planlocatie ligt in het invloedsgebied van de rijksweg A50. Wanneer er sprake zou zijn van een groepsrisico zou deze beperkt verantwoord moeten worden. Er is echter geen sprake van een groepsrisico omdat er maar 2 woningen worden gebouwd. Er wordt een woningbezetting aangehouden van 2,4 personen per woning. Dit is minder dan 10 personen zodat er geen sprake is van een groepsrisico. Een verantwoording van het groepsrisico is niet nodig.
Ook hoeft er geen advies gevraagd te worden aan de VNOG.
Op basis van het voorgaande vormt het aspect externe veiligheid geen belemmering voor onderhavig initiatief.
8 MAART 2021
30
Toelichting bestemmingsplan Herziening bestemmingsplan functieverandering Dijkhuizerzandweg 15, Epe
Figuur 5-5 Externe veiligheid (Bron: Risicokaart Nederland)
8 MAART 2021
31
Toelichting bestemmingsplan Herziening bestemmingsplan functieverandering Dijkhuizerzandweg 15, Epe
ECOLOGIE 5.9.1
Gebiedsbescherming
Nederland kreeg in 1967 voor het eerst een Natuurbeschermingswet. Deze wet maakte het mogelijk om natuurgebieden en soorten te beschermen. Op den duur voldeed de wet niet meer aan de eisen die internationale verdragen en Europese verordeningen stellen aan natuurbescherming. Daarom werd in 1998 een nieuwe Natuurbeschermingswet gemaakt die alleen gericht was op gebiedsbescherming. De bescherming van soorten werd geregeld in de Flora- en faunawet. De Natuurbeschermingswet 1998 is op 1 oktober 2005 gewijzigd. Sindsdien zijn de bepalingen vanuit de Europese Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn in de Natuurbeschermingswet verwerkt. Per 1 januari 2017 zijn de Natuurbeschermingswet 1998, de Flora- en Faunawet en de Boswet vervangen door de Wet natuurbescherming. De Wet natuurbescherming beschermt Nederlandse natuurgebieden en planten- en diersoorten. Natura 2000 is het Europese netwerk van beschermde natuurgebieden in de Europese Unie. Dit netwerk verbindt bestaande natuurgebieden die vallen onder de Europese Vogelrichtlijn- of de Habitatrichtlijngebieden. De Vogel- en Habitatrichtlijn is bedoeld ter bescherming van bedreigde levensgemeenschappen van planten en dieren en bedreigde soorten van planten en dieren en hun leefgebieden.
Ten aanzien van de gebiedsbescherming is het de bedoeling dat plannen en projecten niet leiden tot een afbreuk van de oppervlakte of kwaliteit van de gebieden. Met betrekking tot de sanering van de veehouderij is verzocht om een gedeeltelijk intrekking van de vergunning in het kader van de Wet natuurbescherming. Het besluit op dit verzoek is opgenomen in bijlage 8. Met deze gedeeltelijke intrekking wordt 85% van de vergunde 2.171 kg NH 3 ingetrokken. 15% van de vergunde emissie (325,65 kg NH3) mag in het kader van de ‘subsidieregeling sanering veehouderijen’ op de locatie aanwezig blijven om hobbymatig dieren te kunnen houden. Onderhavig initiatief voorziet in een daling van 1845,35 kg NH3. Daarnaast worden maximaal 5 paarden gehouden met een maximale emissie van 25 kg NH3. Dit betekent dat onderhavig initiatief een positief effect heeft op stikstofgevoelige natuur. De stikstofruimte die vrijkomt door deelname aan de ‘subsidieregeling sanering varkenshouderij’, kan niet worden ingezet worden voor saldering ten behoeve van de gebruiksfase van de twee woningen. Voor de gebruiksfase van de twee woning is een aparte Aerius-berekening opgesteld. Met betrekking tot de hoeveelheid verkeersbewegingen per woning is aangesloten bij de gemiddelde kencijfers van CROW-publicatie 381, en bedraagt 8 verkeersbewegingen per woning per etmaal. In bijlage 9 is de Aerius berekening opgenomen.
Hieruit blijkt dat er in de gebruiksfase geen stikstofdepositie wordt veroorzaakt beschermde natuur in het kader van de Wet natuurbescherming. Hierdoor zijn significant negatieve effecten uitgesloten. 5.9.2
Soortenbescherming
Soortenbescherming werd gewaarborgd door de Flora- en Faunawet. Deze wet is op 1 april 2002 in werking getreden en beschermt inheemse dier- en plantensoorten waarbij onderscheid wordt gemaakt in verschillende beschermingscategorieën. Inmiddels, per 1 januari 2017, zijn de Natuurbeschermingswet 1998, de Flora- en Faunawet en de Boswet vervangen door de Wet natuurbescherming. De Wet natuurbescherming beschermt Nederlandse natuurgebieden en
8 MAART 2021
32
Toelichting bestemmingsplan Herziening bestemmingsplan functieverandering Dijkhuizerzandweg 15, Epe
planten- en diersoorten. Voor alle activiteiten met een mogelijk effect op beschermde dier- en plantensoorten is toetsing aan deze wet noodzakelijk. Beschermde soorten kunnen overal voorkomen. Bij de totstandkoming van een nieuw bestemmingsplan waarbij functies gewijzigd worden, moet worden voorkomen dat conflicten met de soortenbescherming ontstaan en dient dus vooraf een beoordeling in het kader van de Wet natuurbescherming plaats te vinden. Er is daarom door een gespecialiseerd ecologisch bureau (Fopma NatuurAdvies) een Quick Scan in het kader van de Wet natuurbescherming uitgevoerd. In bijlage 10 is de rapportage van de ecoloog opgenomen. De conclusies van het rapport luidt als volgt: Als de aanbevelingen uit onderstaande tabel en hoofdstuk 5 worden uitgevoerd, dan kunnen effecten op beschermde soorten voorkomen worden en is er naar onze mening geen ontheffing op grond van de Wet natuurbescherming noodzakelijk. In de tabel zijn de effecten samengevat. Wij adviseren wel om deze conclusie (het rapport) door het bevoegd gezag voor de Omgevingsvergunning (Gemeente Epe) te laten bevestigen. Eventueel kunt u het ook nog ter beoordeling aan de provincie voorleggen.
Figuur 5-6 Overzicht conclusies aangaande verstoring en de eventueel te nemen vervolgstappen
Ten behoeve van jaarrond beschermde vogels wordt in paragraaf 5.1 van het rapport aanbevolen om de sloopwerkzaamheden buiten het broedseizoen uit te voeren (globale richtlijn 15 maart - 15 juli).
8 MAART 2021
33
Toelichting bestemmingsplan Herziening bestemmingsplan functieverandering Dijkhuizerzandweg 15, Epe
Tevens geldt er een zorgplicht. Iedereen die redelijkerwijs weet of kan vermoeden dat door zijn handelen of nalaten nadelige gevolgen voor beschermde dier- of plantensoorten worden veroorzaakt, is verplicht dergelijk handelen achterwege te laten, dan wel naar redelijkheid alle maatregelen te nemen om die gevolgen te voorkomen, zoveel mogelijk te beperken of ongedaan te maken. Voor verstoring van vogels en vogelnesten geldt dat dit enkel buiten het broedseizoen is toegestaan. De meeste vogels broeden tussen medio maart en medio juli. Daarbij dient wel mee te worden genomen dat het broedseizoen naar gelang de weersomstandigheden en de soort eerder kan beginnen of langer kan doorlopen. Er dient dan controle van de nesten plaats te vinden door een ecoloog om te voorkomen dat broedgevallen verstoord worden. Uit de Quickscan blijkt dat in de te slopen stal nesten van boerenzwaluwen aanwezig zijn. Boerenzwaluwen broeden buiten het reguliere broedseizoen van medio maart tot medio juli (namelijk tot in augustus). De initiatiefnemer dient er rekening mee te houden dat broedende zwaluwen niet verstoord mogen worden.
Verstoring van de boerenzwaluwen kan voorkomen worden door: Buiten het broedseizoen van de boerenzwaluw de stal te slopen (dus in het najaar 2022); Alternatief is om vóór aanvang van het broedseizoen (in ieder geval voor 1 maart) de leegstaande nesten te verwijderen, zodat in het voorjaar de boerenzwaluw hier niet meer in kan gaan nesten WATER 5.10.1
Inleiding
Het doel van de watertoets is te waarborgen dat waterhuishoudkundige doelstellingen expliciet en op evenwichtige wijze in beschouwing worden genomen bij alle waterhuishoudkundig relevante plannen en besluiten. De watertoets is in het leven geroepen omdat met name het waterbeleid een wezenlijk andere oriëntatie heeft gekregen: van reageren naar anticiperen. Water heeft een aantal specifieke kwantitatieve en kwalitatieve eigenschappen waar de ruimtelijke ordening rekening mee moet houden. Een watertoets maakt de mogelijke negatieve invloeden van de oprichting van de woning binnen het plangebied inzichtelijk. Tevens geeft de watertoets oplossingsrichtingen aan waarmee mogelijke optredende negatieve invloeden beperkt of ongedaan gemaakt kunnen worden. Het waterschap heeft een aantal principes gedestilleerd, die van belang zijn als vertrekpunt van het overleg tussen initiatiefnemer en waterbeheerder. Het plangebied valt onder het beheer van waterschap Vallei en Veluwe 5.10.2
Relevant beleid
De Europese Kaderrichtlijn Water (2003) De Europese Kaderrichtlijn Water gaat er vanuit dat water geen gewone handelswaar is, maar een erfgoed dat moet worden beschermd en verdedigd. Het hoofddoel van de richtlijn is daarop gebaseerd. De Kaderrichtlijn Water geeft het kader voor de bescherming van landoppervlaktewater, overgangswater, kustwater en grondwater. Dat moet ertoe leiden dat: aquatische ecosystemen en gebieden die rechtstreeks afhankelijk zijn van deze ecosystemen, voor verdere achteruitgang worden behoed; emissies worden verbeterd; duurzaam gebruik van water wordt bevorderd op basis van bescherming van de beschikbare waterbronnen op lange termijn; er wordt gezorgd voor een aanzienlijke vermindering van de verontreiniging van grondwater.
8 MAART 2021
34
Toelichting bestemmingsplan Herziening bestemmingsplan functieverandering Dijkhuizerzandweg 15, Epe
Vierde Nota Waterhuishouding (Ministerie van Verkeer en Waterstaat, 1998) De Vierde Nota Waterhuishouding geeft het kader voor het waterbeheer voor Nederland, nu en in de toekomst. De hoofddoelstelling is "een veilig en goed bewoonbaar land en het in stand houden/ versterken van gezonde en veerkrachtige watersystemen, waarmee een duurzaam gebruik blijft gegarandeerd". Om de veerkracht van de watersystemen te vergroten dient de waterconservering en buffering te worden bevorderd en de afwenteling van (water-) problemen op naastgelegen gebieden te worden beperkt. Waterbeleid in de 21e eeuw (2000) De hoge waterstanden in de rivieren in 1995 en 1996 en de klimaatscenario's waarin naast de zeespiegelstijging ook meer en heviger buien worden voorspeld hebben geleid tot vernieuwde aandacht voor water. Nederland is met zijn lage ligging en hoge verstedelijkingsgraad kwetsbaar voor wateroverlast en de veiligheid is in de toekomst in het geding. Maar ook door de drogere zomers is er het risico van watertekorten en verdroging. De commissie "Waterbeheer 21e eeuw" heeft in opdracht van de regering duidelijk gemaakt dat we anders moeten omgaan met water en ruimte. Ruimte die nu beschikbaar is voor de bescherming tegen overstromingen en wateroverlast moet ten minste behouden blijven.
De aanwezige ruimte mag niet sluipenderwijs verloren gaan bij de uitvoering van nieuwe projecten voor infrastructuur, woningbouw, landbouw of bedrijventerreinen.
8 MAART 2021
35
Toelichting bestemmingsplan Herziening bestemmingsplan functieverandering Dijkhuizerzandweg 15, Epe
Waterplan provincie Gelderland Het Provinciaal Waterplan 2010-2015 is mede kader voor de wijze waarop omgegaan wordt met water in het plangebied. Het waterplan is beschreven aan de hand van een aantal thema's zoals landbouw, wateroverlast, watertekort, natte natuur, grondwaterbescherming en hoogwaterbescherming. Voor deze thema's is beschreven welke doelstellingen voor 2007 en 2015 er liggen. Hierbij is rekening gehouden met de Europese kaderrichtlijn water en het beleid. Waterbeheer 21e eeuw (WB21) Het thema "water als ordenend principe" loopt als een rode draad door het gehele plan. Dit houdt in dat, voordat er beslissingen worden genomen op ruimtelijk gebied, er wordt bekeken welke gevolgen die hebben voor watersystemen. Dit waterplan valt onder het regime van de nieuwe waterwet (22 dec. 2009). Waterbeheersplan Waterschap Vallei en Eem/Veluwe In de Waterbeheersplannen 2010 - 2015 hebben beide Waterschappen hun ambities en uitvoeringsprogramma's vastgelegd voor de periode 2010 tot en met 2015. De plannen bepalen in grote lijnen de agenda's voor de komende zes jaar. De plannen zijn mede kaderstellend voor de wijze waarop omgegaan wordt met water in de plangebieden. 5.10.3
Watertoets
Op 8 maart 2021 is een digitale watertoets uitgevoerd bij het Waterschap via de landelijke website de watertoets.nl. De digitale watertoets is opgenomen in bijlage 11. Het hemelwater wordt afgevoerd naar het oppervlaktewater. ARCHEOLOGIE EN CULTUURHISTORIE 5.11.1
Verdrag van Valletta
In 1992 is in het Verdrag van Valetta door de landen van de Europese Unie, waaronder Nederland, ondertekend. Dit verdrag verplicht de Europese overheden tot het beschermen van archeologisch erfgoed. Hierbij wordt als uitgangspunt gehanteerd dat archeologische waarden in situ bewaard moeten blijven. Dat wil zeggen, dat ernaar gestreefd moet worden om de waarden op de locatie te behouden. Als dit niet mogelijk blijkt, bijvoorbeeld bij realisatie van bouwplannen, dan moeten de waarden worden opgegraven en ex situ worden bewaard. 5.11.2
Wet op de archeologische monumentenzorg
Op 1 september 2007 is de Wet op de archeologische monumentenzorg (Wamz) van kracht geworden. In de Wamz zijn de uitgangspunten van het Verdrag van Valletta voor Nederland nader uitgewerkt. Eén van de uitgangspunten van de Wamz is dat op gemeentelijk niveau op verantwoorde wijze wordt opgegaan met het archeologisch erfgoed. De Wamz heeft dan ook een decentraal karakter en heeft gemeenten tot bevoegd gezag gemaakt wat betreft de zorg voor het archeologische bodemarchief binnen hun grondgebied.
8 MAART 2021
36
Toelichting bestemmingsplan Herziening bestemmingsplan functieverandering Dijkhuizerzandweg 15, Epe
5.11.3
Gemeentelijk archeologie beleid
De gemeente heeft het archeologiebeleid opgenomen in het vigerende bestemmingsplan ‘Buitengebied Epe’. Op basis van dit bestemmingsplan heeft een klein deel van het plangebied de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 5’, zie figuur 5-7. Het overige deel van het plangebied heeft geen archeologische verwachtingswaarde. Met onderhavig initiatief vinden geen veranderingen plaats ter plaatse van de aanduiding ‘Waarde Archeologie 5’. Derhalve is voor onderhavig initiatief geen archeologisch onderzoek noodzakelijk. Per 1 juli 2016 is de Erfgoedwet inwerking getreden. Op basis van deze wet zijn mogelijke (toevals)vondsten bij het verrichten van werkzaamheden in de bodem altijd beschermd. Er geldt een meldingsplicht bij het vinden van (mogelijke) waardevolle zaken. Dat melden dient terstond te gebeuren.
Figuur 5-7 Archeologische verachting binnen rode kader. Blauwe kader betreft plangebied
5.11.4
Cultuurhistorie
Het cultuurhistorisch beleid is opgenomen in het rapport ‘Epe, historisch centrum van de Veluwe Cultuurhistorisch beleid 2010-2015’. Het cultuurhistorisch beleidskader (vastgesteld 11 februari 2010) beschrijft hoe de gemeente Epe de komende jaren wil omgaan met het cultuurhistorisch erfgoed. Het beleid is gericht op het inzetten, het versterken en behouden van de hoge cultuurhistorische waarden en spitst zich toe op de volgende ambities:
8 MAART 2021
37
Toelichting bestemmingsplan Herziening bestemmingsplan functieverandering Dijkhuizerzandweg 15, Epe
het cultuurhistorisch erfgoed zichtbaar en beleefbaar maken; implementatie van de Wamz en cultuurhistorie de aandacht geven die het verdient, bijvoorbeeld door het beschermen van historisch geografische aspecten, die bestaat uit groene monumenten en waardevolle elementen, patronen en structuren; cultuurhistorie te integreren in de diverse beleidsvelden en de meerwaarde van cultuurhistorie te benutten; cultuurhistorie een volwaardig onderdeel te laten uitmaken van de afwegingen binnen de ruimtelijke ordening. Binnen het plangebied is geen rijksmonument of gemeentelijk monument aanwezig. Ook ligt het plangebied niet in een beschermd dorpsgezicht. Derhalve vormt het aspect cultuurhistorie geen belemmering. De landschappelijke cultuurhistorische waarden, zoals de aanwezige natte landnatuur worden gewaarborgd door middel van een landschappelijk inpassingsplan.
8 MAART 2021
38
Toelichting bestemmingsplan Herziening bestemmingsplan functieverandering Dijkhuizerzandweg 15, Epe
JURIDISCHE PLANBESCHRIJVING ALGEMEEN De regels en de verbeelding vormen samen het juridisch bindende gedeelte van het wijzigingsplan. De toelichting is niet juridisch bindend, maar kan wel gebruikt worden als nadere uitleg bij de regels. 6.1.1
Toelichting
De toelichting wordt opgesteld volgens artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). In de toelichting moeten de volgende aspecten behandeld worden: een verantwoording van de in het plan gemaakte keuze van bestemmingen; een beschrijving van de wijze waarop in het plan rekening is gehouden met de gevolgen voor de waterhuishouding; de uitkomsten van het vooroverleg; de uitkomsten van verrichte onderzoeken; een beschrijving van de wijze waarop burgers en maatschappelijke organisaties bij de voorbereiding van het wijzigingsplan zijn betrokken; de inzichten over de uitvoerbaarheid van het plan. centraal in de toelichting moet staan waarom de functies als opgenomen op de verbeelding, met de bijhorende regels, de mogelijkheden bieden en waarom dit past op die locatie. 6.1.2
De planregels
De regels zijn onderverdeeld in vier hoofdstukken: De 'Inleidende regels', bestaande uit een begrippenlijst en regels met betrekking tot de 'wijze van meten'; De 'Bestemmingsregels', die in dit bestemmingsplan te onderscheiden zijn in regels voor 'gewone', rechtstreekse bestemmingen en dubbelbestemmingen; De 'Algemene regels', die in principe betrekking hebben op alle bestemmingen die in het plangebied voorkomen; De 'Overgangs- en slotregels', die bestaan uit het overgangsrecht (voor bestaande bouwwerken en bestaand gebruik dat van het bestemmingsplan afwijkt) en de naam waaronder het bestemmingsplan moet worden aangehaald. 6.1.3
De verbeelding
Op de bij het wijzigingsplan behorende verbeelding zijn alle noodzakelijke gegevens ingetekend. Er wordt onderscheid gemaakt in (dubbel)bestemmingen en aanduidingen. De bestemmingen zijn de belangrijkste elementen. De op de verbeelding opgenomen bestemmingen zijn in overeenstemming met de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP2012). Door deze standaarden wordt de kleur en de codering van de bestemmingen bepaald. De bestemmingen zijn op het renvooi weergegeven in alfabetische volgorde. Elke op de verbeelding weergegeven bestemming is gekoppeld aan een bestemmingsregel in de regels. De regels laten vervolgens bij elke bestemming
8 MAART 2021
39
Toelichting bestemmingsplan Herziening bestemmingsplan functieverandering Dijkhuizerzandweg 15, Epe
zien op welke wijze de gronden binnen de desbetreffende bestemming gebruikt en bebouwd mogen worden. Daarbij wordt onder meer verwezen naar aanduidingen op de verbeelding. Aanduidingen in samenhang met de regels, geven duidelijkheid over datgene wat binnen een bestemmingsvlak al dan niet is toegestaan. DE BESTEMMINGEN Voorliggend bestemmingsplan bevat de volgende bestemmingen en aanduidingen: Enkelbestemming ‘Agrarisch’ Enkelbestemming ‘Wonen’ Dubbelbestemming 'Waarde – Archeologie 5' Functieaanduiding ‘Specifieke vorm van wonen – agrarisch hobbybedrijf’ Functieaanduiding ‘Tuin’ Gebiedsaanduiding ‘Overige zone – Groene ontwikkelingszone’. Gebiedsaanduiding ‘Overige zone – Gelders natuurnetwerk’ Gebiedsaanduiding ‘Overige zone – Beschermingszone natte landnatuur’ De regels in het bestemmingsplan zijn integraal overgenomen uit het vigerende bestemmingsplan ‘Buitengebied Epe’. Aangezien het een kleiner plangebied betreft en er slechts een aantal bestemmingen zijn voorzien is het aantal regels beperkter dan in het vigerende bestemmingsplan. Dit heeft gevolgen voor de opgenomen begrippen in hoofdstuk 1 van de planregels. De niet relevante begrippen die verder niet terugkomen in de regels zijn niet opgenomen in de regels bij dit bestemmingsplan. De bestaande begrippen, zoals opgenomen in het vigerende bestemmingsplan, zijn letterlijk overgenomen.
8 MAART 2021
40
Toelichting bestemmingsplan Herziening bestemmingsplan functieverandering Dijkhuizerzandweg 15, Epe
UITVOERBAARHEID ECONOMISCHE UITVOERBAARHEID Op 1 juli 2008 is samen met de Wet ruimtelijke ordening (Wro) de Grondexploitatiewet (Grexwet) in werking getreden. In deze Grexwet is bepaald dat een gemeente bij het vaststellen van een planologische maatregel, die mogelijkheden biedt voor de bouw van één of meer hoofdgebouwen, verplicht is maatregelen te nemen die verzekeren dat de kosten die gepaard gaan met de ontwikkeling van de locatie worden verhaald op de initiatiefnemer van het plan. Voor de ontwikkeling van dit plan is er sprake van een particulier initiatief. De gemeente Epe zal in het kader van het bepaalde in de Grexwet daarom alle door de gemeente te maken kosten verhalen op de initiatiefnemer. De initiatiefnemers hebben derhalve met de gemeente Epe een anterieure overeenkomst gesloten.In deze overeenkomst zijn onder andere de verplichtingen van de initiatiefnemers met betrekking tot het planschadeverhaal opgenomen. De economische uitvoerbaarheid is hiermee voldoende aangetoond. Derhalve is het opstellen van een exploitatieplan niet aan de orde. De ingebrachte agrarische grond zal door de herontwikkeling in waarde toenemen. De waardestijging van de ingebrachte grond compenseert de kosten voor de beëindiging en sloop van de intensieve veehouderij en grondgebonden veehouderij. MAATSCHAPPELIJKE UITVOERBAARHEID 7.2.1
Vooroverleg
Artikel 3.1.1 van het Besluit op de ruimtelijke ordening (Bro) geeft aan dat bij de voorbereiding van een bestemmingsplan vooroverleg gepleegd dient te worden met de reguliere overlegpartners. De reguliere vooroverlegpartners die in het kader van vooroverleg bij het plan zijn betrokken zijn: ► De provincie Gelderland; ► Waterschap Vallei en Veluwe; ► Omgevingsdienst de Vallei. Al deze partijen zijn actief betrokken geweest omtrent de milieuaspecten (omgevingsdienst), landschappelijke inpassing (provincie) en de wateraspecten (waterschap). Uiteraard heeft de provincie Gelderland het bestemmingsplan ook getoetst aan de provinciale omgevingsverordening. 7.2.2
Participatie
Initiatiefnemer heeft het voornemen met de eigenaren van de naastgelegen percelen besproken. Daarbij zijn geen bezwaren naar voren gekomen die voor dit plan van belang zijn. 7.2.3
Zienswijze
Conform de Wet ruimtelijke ordening ligt het ontwerp bestemmingsplan gedurende zes weken voor een ieder ter inzage. Ingediende zienswijzen op het ontwerp worden door de gemeente beoordeeld en zo nodig meegenomen in het definitief vast te stellen bestemmingsplan. Het ontwerpbestemmingsplan heeft vanaf DATUM zes weken ter inzage gelegd. Tijdens deze periode zijn GEEN/WEL zienswijzen ingediend
8 MAART 2021
41
Toelichting bestemmingsplan Herziening bestemmingsplan functieverandering Dijkhuizerzandweg 15, Epe
8 MAART 2021
42
Toelichting bestemmingsplan Herziening bestemmingsplan functieverandering Dijkhuizerzandweg 15, Epe
BIJLAGEN
8 MAART 2021
43
Toelichting bestemmingsplan Herziening bestemmingsplan functieverandering Dijkhuizerzandweg 15, Epe
BIJLAGE 1 LANDSCHAPPELIJK STEDENBOUWKUNDIG INPASSINGSPLAN
EN
8 MAART 2021
44
Toelichting bestemmingsplan Herziening bestemmingsplan functieverandering Dijkhuizerzandweg 15, Epe
BIJLAGE 2
8 MAART 2021
NATUURBEHEERTYPEN NATURA 2000
45
Toelichting bestemmingsplan Herziening bestemmingsplan functieverandering Dijkhuizerzandweg 15, Epe
BIJLAGE 3 – HEERDE
8 MAART 2021
KERNKWALITEITEN DEELGEGEBIED 163, EPE
46
Toelichting bestemmingsplan Herziening bestemmingsplan functieverandering Dijkhuizerzandweg 15, Epe
BIJLAGE 4
8 MAART 2021
CUMULATIE GEUR + TOETSPUNTEN
47
Toelichting bestemmingsplan Herziening bestemmingsplan functieverandering Dijkhuizerzandweg 15, Epe
BIJLAGE 5
8 MAART 2021
AKOESTISCH ONDERZOEK
48
Toelichting bestemmingsplan Herziening bestemmingsplan functieverandering Dijkhuizerzandweg 15, Epe
BIJLAGE 6
8 MAART 2021
VERKENNEND BODEMONDERZOEK
49
Toelichting bestemmingsplan Herziening bestemmingsplan functieverandering Dijkhuizerzandweg 15, Epe
BIJLAGE 7 UITSPLITSING BODEMONDERZOEK
8 MAART 2021
VERKENNEND
50
Toelichting bestemmingsplan Herziening bestemmingsplan functieverandering Dijkhuizerzandweg 15, Epe
BIJLAGE 8 INTREKKING NATUURBESCHERMING
8 MAART 2021
VERGUNNING
WET
51
Toelichting bestemmingsplan Herziening bestemmingsplan functieverandering Dijkhuizerzandweg 15, Epe
BIJLAGE 9
8 MAART 2021
AERIUS BEREKENING GEBRUIKSFASE
52
Toelichting bestemmingsplan Herziening bestemmingsplan functieverandering Dijkhuizerzandweg 15, Epe
BIJLAGE 10
8 MAART 2021
QUICKSCAN FLORA EN FAUNA
53
Toelichting bestemmingsplan Herziening bestemmingsplan functieverandering Dijkhuizerzandweg 15, Epe
BIJLAGE 11
8 MAART 2021
WATERTOETS
54
Landschappelijke en stedenbouwkundige inpassing 'DIJKHUIZERZANDWEG 15' Dijkhuizerzandweg 15, 8161 NS Epe - PNR 8161NS15-191120/080421/170122
(print op A3)
LIGGING Het plangebied is gelegen in de bebouwingscluster 'Diekhuuzn', ten noordoosten van de kern Epe. Zie de markeringen in de uitsnede van de topografische kaart hieronder en de luchtfoto rechts.
plangebied
het plangebied Ir Guido W.F.M. Paumen, Tuin- & landschapsarchitect Bnt Pastoorswal 4, 6041 CP Roermond - Haarenerstrasse 38, 52525 Waldfeucht Duitsland T +31-475-430684 M +31-6-51852937 +49-2455-398401 www.guidopaumen.com guido@guidopaumen.com
1
Landschappelijke en stedenbouwkundige inpassing 'DIJKHUIZERZANDWEG 15' Dijkhuizerzandweg 15, 8161 NS Epe - PNR 8161NS15-191120/080421/170122
(print op A3)
engen van Dijkhuizen en Vemde, lager gelegen gebied met grasland
SITUATIE 1890 In 1890 was het plangebied gesitueerd op de overgang van bouwland naar grasland; de zuidoostkant was in gebruik als bouwland, de noordwestkant als grasland. Het bouwland sloot aan op de eng van Dijkhuizen. Het grasland maakte deel uit van lager gelegen gebied met grasland, tussen de eng van Vemde en van Dijkhuizen. Ten noordwesten en zuidoosten van het plangebied bevonden zich bebouwde erven van de bebouwingscluster Dijkhuizen. Bij de bebouwde erven werden moestuinen en boomgaardjes nabij de bebouwing aangetroffen. karakteristiek De landschappelijke context is te benoemen als de overgang van bouwland naar grasland aan de rand van een tong met ouder bouwland. Kenmerkend voor deze context is het voorkomen van; hagen, fruitbomen en solitaire bomen nabij de bebouwing, houtwallen of bomenrijen aan de rand van het bouwland of grasland. Zie de uitsnede van de topografische kaart uit 1890 hieronder en de projectie in de luchtfoto rechts.
uitsnede topografische kaart 1890
Topkaart 1890 de overgang van grasland naar bouwland een de rand van een tong met bouwland Ir Guido W.F.M. Paumen, Tuin- & landschapsarchitect Bnt Pastoorswal 4, 6041 CP Roermond - Haarenerstrasse 38, 52525 Waldfeucht Duitsland T +31-475-430684 M +31-6-51852937 +49-2455-398401 www.guidopaumen.com guido@guidopaumen.com
2
Landschappelijke en stedenbouwkundige inpassing 'DIJKHUIZERZANDWEG 15' Dijkhuizerzandweg 15, 8161 NS Epe - PNR 8161NS15-191120/080421/170122
(print op A3)
HISTORISCHE SCHETS DEEL 1 In de 1e helft van de 20ste eeuw verschoof het bodemgebruik wat richting grasland; in 1915 en 1933 werd het plangebied grotendeels als grasland gekarteerd. In 1915 werd het zuidwestelijk deel van het plangebied nog in zijn geheel omzoomd door bomen. In de loop van de navolgende decennia verdween de omzoming van het zuidwestelijk deel grotendeels. Het noordoostelijk deel van het plangebied maakt van oorsprong deel uit van een groter gebied met grasland. Het zuidwestelijk en noordoostelijk deel van het plangebied werden gescheiden door een kleine waterloop. Aan de zuidoostkant hiervan werden enkele solitaire bomen gekarteerd. Zie de uitsnedes van de topkaarten uit 1915 en 1933 rechtsboven. In 1957 werd het plangebied nog als grasland in de topografische kaarten aangetroffen. Aan de noordwestkant en zuidoostkant bevonden zich bomenrijen. Het bouwland ten zuidoosten van het plangebied werd destijds omzoomd door houtwallen. Tegen het einde van de jaren vijftig werden in het plangebied een stal en een woning gerealiseerd. Deze bebouwingen werden in 1966 voor het eerst gekarteerd. De bomenrijen aan de noordwestkant en zuidoostkant werden in deze periode grotendeels gerooid. Zie de karteringen uit 1957 en 1966 rechtsonder.
1915 omzoming door bomen, open grasland
1933 waterloop en solitaire bomen
1957 grasland en bomenrijen
1966 schuur en woning
Ir Guido W.F.M. Paumen, Tuin- & landschapsarchitect Bnt Pastoorswal 4, 6041 CP Roermond - Haarenerstrasse 38, 52525 Waldfeucht Duitsland T +31-475-430684 M +31-6-51852937 +49-2455-398401 www.guidopaumen.com guido@guidopaumen.com
3
Landschappelijke en stedenbouwkundige inpassing 'DIJKHUIZERZANDWEG 15' Dijkhuizerzandweg 15, 8161 NS Epe - PNR 8161NS15-191120/080421/170122
(print op A3)
HISTORISCHE SCHETS DEEL 2 In de loop van de 20ste eeuw wordt de bebouwing gestaag uitgebreid. In de jaren zeventig worden kleinere gebouwen (stallen) ten noordoosten van de woning in het zuidwestelijk deel gerealiseerd. De beplanting rond het bouwland ten zuidoosten van het plangebied wordt in deze periode gerooid. Ten zuidoosten hiervan wordt de A50 gerealiseerd. In de tachtiger jaren wordt de bebouwing in het zuidwestelijk deel van het plangebied verder uitgebreid; in 1985 wordt een cluster ten noorden van de woning gekarteerd. Zie de karteringen uit 1975 en 1985 rechtsboven. In de navolgende jaren worden twee stallen en een mestsilo in het noordoostelijk deel van het plangebied gerealiseerd. Ten noordoosten van de silo wordt na de eeuwwisseling een bosje aangetroffen. Zie de uitsnedes van de topkaarten uit 1994 en 2009 rechtsonder. Conclusies De context van het plangebied is te kenschetsen als de overgang van hoger gelegen bouwland naar lager gelegen grasland, aan de rand van een tong bouwland, ten noordoosten van de eng van Dijkhuizen. Het plangebied maakt deel uit van bebouwingscluster Dijkhuizen. De eerste bebouwing in het plangebied dateert uit de jaren vijftig. Daarna werd de bebouwing gestaag in noordoostelijke richting uitgebreid. Aan de noordoostkant werd een bosje bij de mestsilo gerealiseerd.
1975 kleinere stallen bijgebouwd
1985 grotere stal
1994 eerste stal aan de noordoostkant
2009 tweede stal noordoostkant, mestsilo en bosje
Ir Guido W.F.M. Paumen, Tuin- & landschapsarchitect Bnt Pastoorswal 4, 6041 CP Roermond - Haarenerstrasse 38, 52525 Waldfeucht Duitsland T +31-475-430684 M +31-6-51852937 +49-2455-398401 www.guidopaumen.com guido@guidopaumen.com
4
Landschappelijke en stedenbouwkundige inpassing 'DIJKHUIZERZANDWEG 15' Dijkhuizerzandweg 15, 8161 NS Epe - PNR 8161NS15-191120/080421/170122 DE RING VAN DIJKHUIZEN
(print op A3)
de bebouwing van de erven van de 'De ring van Dijkhuizen' toont geen overtuigende eenduidige ordeningen
De bebouwingscluster Dijkhuizen bestaat uit een rond de eng van Dijkhuizen gelegen open lintbebouwing. De bebouwde erven liggen deels aan de hoge kant, deels aan de lage kant. sterk wisselend Betreffende de plaats van gebouwen tonen de erven weinig overeenkomsten; de hoeves en bijgebouwen zijn deels parallel aan, deels dwars op de weg, soms op enige afstand, soms dichter bij de weg gelegen. De voor of vlak na de tweede wereldoorlog gerealiseerde stallen en schuren werden meestal parallel aan elkaar gepositioneerd. Later gerealiseerde, grootschaligere stallen of schuren weken vaak af en werden dwars op, of in het verlengde hiervan gerealiseerd. huiswei Overeenkomst van 'de erven rond de eng' is dat van oudsher een huiswei met hoogstamfruitbomen nabij de bebouwing wordt aangetroffen. Deze weide had een dubbelle betekenis; naast de teelt van fruit voor eigen gebruik (of kleine verkoop) werd op de weide het vee geweid wat in de gaten moest worden gehouden (zieke, tochtige of kalfrijpe koeien, kalveren etc). herstel boomgaarden De boomgaardjes werden in de periode na de tweede wereldoorlog voor een deel gerooid en deels vervangen door kleine boomgaardjes met laag- of middelstamfruitbomen. Tegen het einde van de 20ste eeuw werden veel erven van de 'Ring van Dijkhuizen' omgevormd tot woonerf.
De huisweides bleven daarbij deel uit maken van het erf en werden rond de eeuwwisseling in toenemende mate (conform de historie) beplant met hoogstamfruitbomen. Zie het aangeduide voorbeeld in de luchtfoto en de inzet van de topkaart uit 1933 rechts.
de van oudsher bij de bebouwingen aangetroffen boomgaarden worden hersteld Ir Guido W.F.M. Paumen, Tuin- & landschapsarchitect Bnt Pastoorswal 4, 6041 CP Roermond - Haarenerstrasse 38, 52525 Waldfeucht Duitsland T +31-475-430684 M +31-6-51852937 +49-2455-398401 www.guidopaumen.com guido@guidopaumen.com
5
Landschappelijke en stedenbouwkundige inpassing 'DIJKHUIZERZANDWEG 15' Dijkhuizerzandweg 15, 8161 NS Epe - PNR 8161NS15-191120/080421/170122
(print op A3)
DE ERVEN VAN DIJKHUIZEN Betreffende de verschijningsvorm van de bebouwingen kunnen de 'erven van Dijkhuizen' als volgt worden gesorteerd; a) de oudste hoeves, stallen en schuren, worden gekenmerkt door een rietgedekte wolfskap met een lage goot, b) navolgende uitbreidingen worden meestal gekenmerkt door een zadeldak, hogere goothoogtes, koplijsten, c) recente gerealiseerde uitbreidingen of bebouwingen worden gekenmerkt door een grotere diversiteit; soms riet-, soms pannengedekt, bijzondere dakvormen of asymmetrische zadeldaken, dakkapellen en verbijzonderingen van daken. Zie de impressies rechts.
a) wolfskappen, rietgedekt, lage goot, symmetrische gevelindelingen
b) zadeldaken, opkomst van goot- en koplijsten
c) verbijzonderd rietgedekt dak, pannengedekte zadeldaken met dakkapellen en asymmetrish verloop Ir Guido W.F.M. Paumen, Tuin- & landschapsarchitect Bnt Pastoorswal 4, 6041 CP Roermond - Haarenerstrasse 38, 52525 Waldfeucht Duitsland T +31-475-430684 M +31-6-51852937 +49-2455-398401 www.guidopaumen.com guido@guidopaumen.com
6
Landschappelijke en stedenbouwkundige inpassing 'DIJKHUIZERZANDWEG 15' Dijkhuizerzandweg 15, 8161 NS Epe - PNR 8161NS15-191120/080421/170122 RUIMTELIJK KADER
a) bos en opgaande beplanting
(print op A3)
b) houtwallen
Het ruimtelijk kader gevormd door de navolgende elementen; a) ten noordwesten, noorden en noordoosten van het plangebied gelegen bos en opgaande beplanting, b) de houtwallen rond de ten oosten van de Dijkhuizerweg gelegen percelen, c) de bebouwing en opgaande beplanting bestaande uit bosjes, boomgaarden en houtwallen op de ten westen, zuidwesten en zuiden gelegen erven, d) bomenrijen langs de Dijkhuizerzandweg. Zie de markeringen in de luchtfoto rechts.
c) bebouwing en beplanting op buurerven
d) bomenrijen
Ir Guido W.F.M. Paumen, Tuin- & landschapsarchitect Bnt Pastoorswal 4, 6041 CP Roermond - Haarenerstrasse 38, 52525 Waldfeucht Duitsland T +31-475-430684 M +31-6-51852937 +49-2455-398401 www.guidopaumen.com guido@guidopaumen.com
7
Landschappelijke en stedenbouwkundige inpassing 'DIJKHUIZERZANDWEG 15' Dijkhuizerzandweg 15, 8161 NS Epe - PNR 8161NS15-191120/080421/170122
(print op A3)
a) beleving vanaf de 'ring rond de eng' (Dijkhuizerweg en Dijkhuizerzandweg)
RUIMTELIJKE BELEVING Het plangebied maakt deel uit van een bebouwingscluster; het wordt aan de zuidwestkant en westkant afgeschermd door de bebouwing en beplanting van de hier gelegen buurerven. Het is gesitueerd op een hoeklocatie en wordt in essentie uit de nabijheid en in de benadering over korte afstand waargenomen vanaf; a) de rond de eng voerende weg ten zuidwesten en zuiden van het plangebied (Dijkhuizerweg en Dijkhuizerzandweg), b) de in noordoostelijke richting voerende weg (de Dijkhuizerweg). Zie de markeringen in de luchtfoto rechts en de foto's op de volgende pagina.
b) beleving vanaf de aangrenzend gelegen weg (Dijkhuizerweg) Ir Guido W.F.M. Paumen, Tuin- & landschapsarchitect Bnt Pastoorswal 4, 6041 CP Roermond - Haarenerstrasse 38, 52525 Waldfeucht Duitsland T +31-475-430684 M +31-6-51852937 +49-2455-398401 www.guidopaumen.com guido@guidopaumen.com
8
Landschappelijke en stedenbouwkundige inpassing 'DIJKHUIZERZANDWEG 15' Dijkhuizerzandweg 15, 8161 NS Epe - PNR 8161NS15-191120/080421/170122
(print op A3)
VANAF DE 'RING ROND DE ENG' 1) Komend uit het noordwesten wordt het plangebied lange tijd afgeschermd door de beplanting op het ten noordwesten gesiteerde buurerf. Daarna toont zich de zuidwestkant. Hagen en bomen vormen een passend kader. 2) Komend uit het zuiden wordt het plangebied lange tijd afgeschermd door ten westen van de weg gelegen buurerven en de beplanting aan de oostkant van de weg. Na de passage hiervan is een zicht op de zuidoostkant van het plangebied mogelijk. 3) Op de hoek van de Dijkhuizerzandweg en de Dijkhuizerweg tonen zich de zuidwestkant en zuidoostkant van het plangebied. De woning neemt een beeldbepalende positie in; ze toont zich voor een deel in een passend kader van hagen en bomen.
1) komend uit het noordwesten; plangebied afgeschermd door bos en laanbeplanting
2) komend uit het zuiden; de zuidoostkant toont zich in de benadering
Standplaats fotograaf
3) op de hoek; de oude hoeve toont zich in een kader van hagen en (fruit)bomen Ir Guido W.F.M. Paumen, Tuin- & landschapsarchitect Bnt Pastoorswal 4, 6041 CP Roermond - Haarenerstrasse 38, 52525 Waldfeucht Duitsland T +31-475-430684 M +31-6-51852937 +49-2455-398401 www.guidopaumen.com guido@guidopaumen.com
9
Landschappelijke en stedenbouwkundige inpassing 'DIJKHUIZERZANDWEG 15' Dijkhuizerzandweg 15, 8161 NS Epe - PNR 8161NS15-191120/080421/170122
(print op A3)
VANAF DE DIJKHUIZERWEG 1) Komend uit het zuidwesten is langer durend zicht op de langgerekte zuidoostkant van het plangebied mogelijk. De bedrijfsgebouwen en voersilos bepalen het beeld. 2) Komend uit het noordoosten toont zich de noordoostkant van het plangebied gedurende langere tijd in de benadering. 3) In de benadering wordt de bebouwing langere tijd afgeschermd door het bosje nabij de mestsilo; daarna wordt het beeld gekleurd door de stallen en de voersilo's. 1) Komend uit het zuidwesten; het erf is langgerekt, de bedrijfsgebouwen bepalen het beeld
Conclusie Het plangebied maakt deel uit van de bebouwingscluster Dijkhuizen. De zuidwestkant wordt uit de nabijheid of in een kortdurende benadering waargenomen vanaf de 'rond de eng voerende weg'. De woning is daarbij beeldbepalend. Vanaf de in noordoostelijke richting voerende Dijkhuizerweg is gedurende langere tijd een zicht op de door de stallen en voersilos gekleurde zuidoostkant mogelijk. Komend uit het noordoosten toont zich de noordoostkant van het plangebied langere tijd; het bosje schermt de bebouwing voor een deel af, markeert het begin van het erf.
2) komend uit het noordoosten; de noordoostkant toont zich gedurende langere tijd in de benadering
3) aanvankelijk wordt het beeld bepaald door het bosje, daarna tonen zich stallen en voersilo's Ir Guido W.F.M. Paumen, Tuin- & landschapsarchitect Bnt Pastoorswal 4, 6041 CP Roermond - Haarenerstrasse 38, 52525 Waldfeucht Duitsland T +31-475-430684 M +31-6-51852937 +49-2455-398401 www.guidopaumen.com guido@guidopaumen.com
10
Landschappelijke en stedenbouwkundige inpassing 'DIJKHUIZERZANDWEG 15' Dijkhuizerzandweg 15, 8161 NS Epe - PNR 8161NS15-191120/080421/170122 KADASTRAAL – 1:1000
(print op A3)
stroken die deel uit maken van het plangebied
Het plangebied betreft het bestemmingsvlak en ten noordwesten en zuidwesten hiervan gelegen smallere stroken grond, van het agrarisch bedrijf gelegen aan de Dijkhuizerzandweg 15. Zie de markeringen in de luchtfoto rechts.
uitsnede ruimtelijke plannen
plangebied betreft de vigerende bouwkavel Ir Guido W.F.M. Paumen, Tuin- & landschapsarchitect Bnt Pastoorswal 4, 6041 CP Roermond - Haarenerstrasse 38, 52525 Waldfeucht Duitsland T +31-475-430684 M +31-6-51852937 +49-2455-398401 www.guidopaumen.com guido@guidopaumen.com
11
Landschappelijke en stedenbouwkundige inpassing 'DIJKHUIZERZANDWEG 15' Dijkhuizerzandweg 15, 8161 NS Epe - PNR 8161NS15-191120/080421/170122
(print op A3)
c) vleesvarkensstallen en een mestsilo
AANWEZIGE BEBOUWING De bebouwing in het plangebied bestaat uit de navolgende elementen; a) de woning en een ten noordwesten hiervan gelegen oudere stal aan de zuidwestkant van het plangebied, b) een machineberging, een open berging en een paardenstal ten noordoosten hiervan, c) drie grotere vleesvarkensstallen en een mestsilo ten noordoosten hiervan. Zie de uitsnede van het door Agra-Matic opgestelde overzicht hieronder en de markeringen in de luchtfoto rechts.
overzicht bebouwing Agra-Matic
a) oude stal en woning
b) machineberging, open berging en paardenstal
Ir Guido W.F.M. Paumen, Tuin- & landschapsarchitect Bnt Pastoorswal 4, 6041 CP Roermond - Haarenerstrasse 38, 52525 Waldfeucht Duitsland T +31-475-430684 M +31-6-51852937 +49-2455-398401 www.guidopaumen.com guido@guidopaumen.com
12
Landschappelijke en stedenbouwkundige inpassing 'DIJKHUIZERZANDWEG 15' Dijkhuizerzandweg 15, 8161 NS Epe - PNR 8161NS15-191120/080421/170122
(print op A3)
weide
ZONERING & ONTSLUITING Het plangebied wordt ontsloten via een viertal aantakkingen op de Dijkhuizerweg en de tussen en rond de bebouwingen gelegen verhardingen. De ruimte ten noordwesten en zuidwesten van de hoeve en de oude schuur aan de zuidwestkant van het plangebied is in gebruik als tuin. Het gebied ten noordwesten van de varkensstallen aan de noordoostkant is in gebruik als weide. paddock en rijbak Ten noordoosten van de paardenstal is een kleine paddock gesitueerd. Deze wordt benut om paarden over te zetten naar de aan de zuidoostkant van de weg gelegen rijbak. Het gebied tussen de rijbak en Dijkhuizerweg is voorzien van halfverharding. Zie de markeringen in de luchtfoto rechts.
tuin
verhardingen
Ir Guido W.F.M. Paumen, Tuin- & landschapsarchitect Bnt Pastoorswal 4, 6041 CP Roermond - Haarenerstrasse 38, 52525 Waldfeucht Duitsland T +31-475-430684 M +31-6-51852937 +49-2455-398401 www.guidopaumen.com guido@guidopaumen.com
paddock en rijbak 13
Landschappelijke en stedenbouwkundige inpassing 'DIJKHUIZERZANDWEG 15' Dijkhuizerzandweg 15, 8161 NS Epe - PNR 8161NS15-191120/080421/170122 AANWEZIGE BEPLANTING
(print op A3)
1) een rij elzen, groensingel en elzenscherm
2) bosje
3) meidoornhaag, beukenhaag, eik en peren
4) els, eik, meidoornhaag, stukken beukenhaag
De aangetroffen beplanting in het plangebied is als volgt te rangschikken; 1) een rij elzen, een groensingel bestaande uit inheems struweel en bomen (populieren en elzen) en een elzenscherm aan de noordwestkant van het zuidwestelijk deel van het plangebied, 2) een bosje bestaande uit inheems struweel en bomen ten noordoosten van de mestsilo, 3) geschoren hagen bestaande uit meidoorn en beuk, enkele perenbomen en een eik in de tuin, 4) een meidoornhaag, enkele eiken en elzen en wat stukken beukenhaag aan de zuidoostkant van het plangebied. Zie de markeringen in de luchtfoto rechts. conditie en waardering De beplanting sluit goed aan bij de kenmerken van de landschappelijke context en verkeert in redelijke tot goede conditie.
Ir Guido W.F.M. Paumen, Tuin- & landschapsarchitect Bnt Pastoorswal 4, 6041 CP Roermond - Haarenerstrasse 38, 52525 Waldfeucht Duitsland T +31-475-430684 M +31-6-51852937 +49-2455-398401 www.guidopaumen.com guido@guidopaumen.com
14
Landschappelijke en stedenbouwkundige inpassing 'DIJKHUIZERZANDWEG 15' Dijkhuizerzandweg 15, 8161 NS Epe - PNR 8161NS15-191120/080421/170122
(print op A3)
twee bouwkavels
ONTWIKKELING De varkenshouderij zal worden beeindigd. De stallen, open berging en mestsilo zullen worden gesloopt, de aanwezige verharding zal worden verwijderd. De aanwezige beplantingselementen zullen worden behouden. In het kader van de ontwikkeling zullen twee bouwkavels worden ontwikkeld en zal de bestemming van het plangebied en de resterende woning worden herzien. De vigerende bouwkavel zal worden opgegeven.
vigerende bouwkavel
te slopen gebouwen, te verwijderen verharding en mestsilo Ir Guido W.F.M. Paumen, Tuin- & landschapsarchitect Bnt Pastoorswal 4, 6041 CP Roermond - Haarenerstrasse 38, 52525 Waldfeucht Duitsland T +31-475-430684 M +31-6-51852937 +49-2455-398401 www.guidopaumen.com guido@guidopaumen.com