Kaderbrief gemeente Epe 2027-2030
Tekst van het document
Kaderbrief 2027 – 2030 gemeente Epe Datum: Versie:
25 juni 2026 2.0
Inleiding Deze Kaderbrief 2027 – 2030 geeft een eerste beeld van het financieel meerjarenperspectief 20272030. Het startpunt voor deze verkenning is de in november 2025 door de gemeenteraad vastgestelde programmabegroting (incl. meerjarenraming) 2026-2029. Dit uitgangspunt vulden we vervolgens aan met de belangrijkste (verwachte) financiële ontwikkelingen die impact hebben op het financieel meerjarenperspectief. Het gaat hierbij om belangrijke (autonome) ontwikkelingen in de uitgaven en inkomsten (wettelijk, onontkoombaar, o.b.v. bestaand beleid) en relevante financiële risico's, inclusief de ontwikkeling van de algemene uitkering uit het gemeentefonds. Ook brachten we een aantal grotere dossiers in beeld waarop, afhankelijk van besluitvorming, extra budget noodzakelijk is. Deze informatie is zuiver ter informatie en brengt opgaven in beeld die in het begrotingsproces 2027-2030 aan de orde komen. Daarnaast geeft deze Kaderbrief 2027-2030 weer welke uitgangspunten, binnen de vastgestelde kaders, worden gehanteerd voor de loon- en prijsindex en de renteontwikkeling. De aard van de informatie maakt dat deze Kaderbrief op onderdelen financieel-technisch is. Startpunt: Programmabegroting en meerjarenbegroting 2026-2029 De programmabegroting 2026-2029 was sluitend in alle jaarschijven.
De eerder opgenomen taakstelling van € 2,0 miljoen structureel vulden wij in de begroting 2026-2029 volledig in. Dit deden we via het project “realistisch begroten” en het structureel maken van de niet toegepaste indexering over 2024. Daarnaast liepen nog diverse andere projecten waarmee mogelijk extra ombuigingen of inkomsten te realiseren waren, te weten: 1. 2. 3. 4.
Doorlichting financieel beleid Vastgoed Kritisch accounthouderschap Kostendekkende heffingen
Daarnaast is er een vijfde project (doorlichting beleid en subsidies) waarvan is afgesproken dat we in de nieuwe bestuursperiode bekijken of uitvoering daarvan noodzakelijk is. Op basis van een eerste inschatting van de opbrengsten uit de genoemde projecten, namen wij in de begroting 2026-2029 een extra taakstelling op die oploopt van € 362.500 in 2027 naar € 662.500 structureel m.i.v. 2029. Afgesproken is dat wij voor het zomerreces 2026 de resultaten van deze projecten zouden aanbieden zodat er tijdig voor de begrotingsbehandeling zicht zou zijn op de invulling van de opgenomen taakstelling. Deze Kaderbrief bevat daarover in het vervolg nadere informatie. Financieel beeld 2027 2030 De tabel op de volgende pagina laat een eerste beeld zien van de verwachte financiële ontwikkeling in de jaren 2027 – 2030. Onderdeel 1 beschrijft de verwachte invulling van de taakstelling waarna in onderdeel 2 de effecten van de september- en decembercirculaires 2025 en de meicirculaire 2026 worden geduid. Vervolgens komen de structurele financiële effecten van de jaarstukken 2025 / voortgangsrapportage 2026-1 in onderdeel 3 aan de orde en geeft onderdeel 4 weer welke mutaties plaatsvinden in de nieuwe jaarschijf 2030. Onderdeel vijf bevat tot slot een aantal overige grote autonome ontwikkelingen die in beeld zijn.
Na deze vijf onderdelen ontstaat een beeld van het verwachte saldo na autonome, zekere ontwikkelingen. Zoals in de inleiding aangegeven zijn deze autonome ontwikkelingen waarschijnlijk nog niet compleet. In het gestarte begrotingsproces 2027-2030 komen mogelijk nog andere autonome ontwikkelingen aan het licht.
1
In onderdeel 6 schetsen wij tot slot een aantal grotere ontwikkelingen die, mede afhankelijk van besluitvorming, extra budget gaan vragen. De omvang daarvan is zachter dan de bedragen uit het eerste deel van de tabel maar een financieel effect door deze onderwerpen lijkt ons onontkoombaar. Onder de tabel geven wij een toelichting op de diverse onderdelen. bedragen * € 1.000,-omschrijving saldo begroting 2026 - 2029 (vertrekpunt) 1. Taakstelling financiële en inhoudelijke doorlichting begroting
2028
2029
2030
25
20
11
11
0
0
0
0
363 -363
563 -563
663 -663
663 -663
stand na invulling en actualisatie taakstelling
25
20
11
11
2. Effecten circulaires gemeentefonds
857
1.043
919
1.120
2a. Septembercirculaire 2025 2b. Decembercirculaire 2025 2c. Meicirculaire 2026 Mogelijke extra voordelig effect uitname Huishoudelijke Hulp
-78 136 799
-41 136 948
69 136 714
19 135 966 pm
stand na circulaires gemeentefonds
882
1.063
930
1.131
3. Doorwerking jaarrekening 2025 / voortgangsrapportage 2026-1
-950
-950
-950
-950
3a. CAO/indexatie loonkosten 3b. Kosten sociaal domein (jeugdzorg/WMO/BUIG) Effect van ingezette maatregelen 3c. Leges omgevingsvergunning
300 -1.400 pm 150
300 -1.400 pm 150
300 -1.400 pm 150
300 -1.400 pm 150
-68
113
-20
181
0
0
0
-1.275
0 pm 0 0
0 pm 0 0
0 pm 0 0
-1.000 pm -550 275
0 0 0
-500 -500 0
-625 -500 -125
-775 -500 -275
-68
-387
-645
-1.869
6. Risico's, PM-posten en overige aankondigingen begroting 2026-2029
-1.013
-848
-1.763
-2.653
6a. Integraal beheer openbare ruimte 6b. Integraal huisvestingsprogramma onderwijs / maatschappelijke accommodaties 6c. Gemeentewerf 6d. Uitvoeringsbudget nieuwe beleidsnota's (recreatie/groenvisie/economische visie) 6e. Aanpassing raadzaal 6f. Voortzetten incidentele budgetten
0 0 0 -708 0 -305
0 0 0 -508 -35 -305
-500 -250 -165 -508 -35 -305
-1.000 -475 -330 -508 -35 -305
-1.081
-1.235
-2.408
-4.522
1a. Opgenomen taakstelling 1b. Verwachte realisatie fase 2 financiële en inhoudelijke doorlichting
stand na jaarrekening 2025
4. Mutaties nieuwe jaarschijf 2030 4a. Wegvallen dekking reserve Hervormingsagenda Jeugdzorg Effect van ingezette maatregelen 4b. Wegvallen dekking reserve opvang ontheemen, vluchtingen c.a. Formatie die vervalt 5. Autonome ontwikkelingen overig 5a. Integraal beheer openbare ruimte 5b. Integraal huisvestingsprogramma onderwijs / maatschappelijke accommodaties Stand op basis van verwachte autonome ontwikkeling
Stand afhankelijk van aangekondigde te maken keuzes 2027-2030
2
2027
1. Invulling taakstelling en voortgang projecten De resultaten van de doorlichting van het financieel beleid zijn, met een positief advies van de commissie P&C, op 26 mei 2026 aangeboden aan de raad. Wij verwachten dat de opbrengst van dit project voldoende gaat zijn om de taakstelling in 2027 volledig in te vullen. Ook voor de taakstelling van de jaren daarna is de verwachting dat deze (grotendeels) ingevuld gaat worden met de opbrengst van de doorlichting financieel beleid. Daarbij betrekken we dan ook de landelijk verruimde mogelijkheden om een stelpost “achterblijvende kapitaallasten” in de begroting op te nemen. Voor het project vastgoed is op basis van de eerder aan u aangeboden inventarisatie verkend welk vastgoed als quick win afgestoten zou kunnen worden. Dat betreft een zeer beperkt aantal panden omdat het meeste vastgoed een huidige of toekomstige maatschappelijke functie heeft. Hierop vindt momenteel nadere uitwerking en onderzoek plaats. De eventuele opbrengst die dit zal opleveren, is met name incidenteel van aard. De resultaten van het project kritisch accounthouderschap zijn voor een belangrijk deel verwerkt in de begroting 2026-2029. Aanvullend is in 2026 nog een toets uitgevoerd op de marktconformiteit van de uitbestede diensten. Dit leverde vrijwel geen besparingspotentieel op.
Het project kritisch accounthouderschap heeft een structureel vervolg waarbij jaarlijks wordt bezien of onze verbonden partijen een aandeel kunnen leveren in noodzakelijke ombuigingen. Tot slot zijn eerste voorstellen in voorbereiding om de kostendekking leges op een aantal producten te verhogen. Belangrijkste knop om aan te draaien (grootste financiële effect) zijn daarbij de leges omgevingsvergunningen. Daarbij lopen we tegen een aantal aandachtspunten aan:
De kostendekking bleek in de jaarrekening 2025 fors hoger dan geraamd (ruim 90%) door een aantal niet voorziene grotere projecten. Herrekening van de opbrengsten laat ook voor 2027 e.v. hogere opbrengsten zien wat tot een hogere kostendekking leidt; Door wijzigingen in (de toerekening van) de overhead zal het kostendekkingspercentage in de begroting 2027 stijgen. In het begrotingsproces 2027 krijgen we scherp welk effect dat precies heeft. Dit inzicht is van belang om te kunnen bepalen welk bedrag aan kosten uiteindelijk ongedekt blijft; Op onderdelen is meer gedetailleerd inzicht in tijdbesteding nodig om per type proces/vergunning de juiste kostendekking te kunnen bepalen.
Gelet op het bovenstaande bieden wij u voorstellen rond verhoging van de kostendekking en de verkoop van vastgoed niet voor het reces maar later dit jaar aan. Gelet op de financiële opbrengst die het project “doorlichting financieel beleid” naar verwachting oplevert, is dit voor de invulling van de taakstelling in 2027 geen probleem. Voorstellen voor een eventuele verhoging van tarieven, wat meer is dan een technische actie, betrekken wij bij de voorstellen voor de nieuwe tarieven 2027. 2. Effecten circulaires gemeentefonds Eerder informeerden wij u over de uitkomsten van de septembercirculaire 2025. In meerjarig perspectief zijn de financiële effecten vanuit deze circulaire beperkt. Ook de decembercirculaire 2025 bevatte geen grote, vermeldingswaardige ontwikkelingen en leidde in alle jaarschijven tot een positief effect. De meicirculaire 2026 kent een meer positief beeld. Dit komt vooral doordat extra middelen aan het gemeentefonds worden toegevoegd voor hogere loon- en prijsstijging. De hogere loonstijging hadden wij echter al in de begroting 2026-2029 verwerkt. De aanvullende compensatie in de algemene uitkering is daarmee niet nodig voor dekking van hogere kosten. Daarnaast blijkt dat de eerdere geraamde hogere stijging van loonkosten aan de lastenkant ook neerwaarts kan worden bijgesteld. Dit geeft een aanvullend voordeel.
Ook wordt de uitkeringsfactor aangepast op basis van nieuwe aantallen die bij de verdeelmaatstaven horen. Dit heeft voor de gemeente Epe een positief effect. Samen met een aantal kleinere verschillen leidt dit tot een voordeel in de diverse jaarschijven dat fluctueert van € 714.000 in 2029 tot € 966.000 in 2030. Afschaffing abonnementstarief De afschaffing van het zogenaamde abonnementstarief WMO wordt met een jaar uitgesteld naar 2028. Het gemeentefonds wordt hiervoor gecorrigeerd, de eerdere uitname in 2027 wordt nu weer
3
toegevoegd. Wij hielden er in de begroting al rekening mee dat de afschaffing een budgettair neutraal effect heeft zodat deze mutatie geen effect heeft. Afschaffing huishoudelijke hulp als maatwerkvoorziening Vanaf 2029 wordt huishoudelijke hulp als maatwerkvoorziening geschrapt binnen de Wmo. Hiervoor wordt landelijk € 1,4 miljard aan het gemeentefonds onttrokken en tegelijk wordt € 430 miljoen toegevoegd als vangnet voor mensen die deze hulp niet zelf kunnen regelen. Voor de gemeente Epe wordt een bedrag van ruim € 3 miljoen uitgenomen en vervolgens ruim € 0,9 miljoen als vangnetbudget weer toegevoegd. Hiertegenover kan het huidige budget voor de huishoudelijke hulp in de begroting vervallen. In deze Kaderbrief 2027-2030 ramen we dit bedrag volgens het voorschrift dat de provincie hiervoor meegeeft, namelijk gelijk aan de uitname uit het gemeentefonds. Mogelijk volgt er een groter voordeel voor de gemeente Epe omdat onze huidige uitgaven aan de huishoudelijke hulp hoger zijn. Dit is punt van nader onderzoek én afstemming met de provincie in het begrotingsproces 2027-2030. Compensatie hogere kosten jeugdzorg De meicirculaire 2026 geeft geen zicht op extra middelen voor de jeugdzorg. Verwerking van de hogere kosten in de begroting 2027-2030 vindt plaats zoals beschreven bij “begrotingsadvies VNG”.
CDOKE-middelen In de meicirculaire 2026 worden de CDOKE-middelen voor de jaarschijf 2027 toegevoegd. Voor de gemeente Epe is dit een bedrag van ruim € 1,1 miljoen. Hiertegenover staan ook uitgaven zodat dit een budgettair neutrale mutatie is. Volgens de huidige systematiek worden deze middelen, die het Rijk t/m 2030 heeft toegekend, jaarlijks incidenteel aan het gemeentefonds toegevoegd. Participatie Het gemeentefonds is aangevuld met extra middelen voor uitvoering van de Participatiewet. Voor de gemeente Epe gaat dit om € 0,2 miljoen structureel. Dit betreft met name de compensatie voor hogere loon- en prijsstijging. Het gaat specifiek om activiteiten die worden uitgevoerd door het werkleerbedrijf Lucrato. Omdat Lucrato met deze hogere loon- en prijsstijging te maken krijgt, worden deze middelen volgens gangbare systematiek aan het budget van Lucrato toegevoegd. Herijking gemeentefonds De afgelopen jaren is landelijk gewerkt aan een nieuwe verdeling van het gemeentefonds die beter zou moeten aansluiten bij de kosten van gemeenten. Afgesproken is dat de nieuwe verdeling gefaseerd wordt ingevoerd. Wij hebben het nadeel voor de gemeente Epe eerder ingeschat op structureel (afgerond) € 3,00 per inwoner. Hiervoor namen wij een stelpost in de begroting op. Per 1 januari 2027 zou de volgende stap in de herziening worden ingevoerd.
Na kritische adviezen van de ROB en de VNG is dat twee jaar uitgesteld. De gevolgen van de aanpassingen in de verdeelsystematiek waren te onduidelijk, mede omdat er nog aan het stelsel van jeugdzorg en Wmo zelf wordt gesleuteld. Een eerste beeld geeft aan dat het nadelige financiële effect voor de gemeente Epe groter zou kunnen zijn dan waarmee we in de stelpost rekening houden. 3. Doorwerking jaarrekening 2025 / voortgangsrapportage 2026-1 Vorig jaar is, vooruitlopend op een definitieve CAO, een inschatting gemaakt van de stijging van de loonkosten (3a). Nu er een CAO is en zicht op de werkelijke ontwikkeling van de loonstijging, blijkt die inschatting te hoog geweest. Het structurele voordelige effect van de CAO bedraagt voor de begroting 2027 zo’n € 300.000. Uit de jaarstukken 2025 blijkt een netto nadeel van ruim € 0,8 miljoen op de jeugdzorg (3b). In 2025 nam het aantal jongeren met een jeugdzorgvoorziening toe met ongeveer 5% en daarnaast werd de zorgvraag complexer wat tot hogere kosten leidt per jeugdige. Dit nadeel wordt ook opgenomen in de voortgangsrapportage 2026-1. In deze rapportage zien we aanvullende nadelen ontstaan op de WMO en de bijstand. Per saldo is de verwachting dat de uitgaven in het sociaal domein de komende jaren € 1,4 miljoen aan extra budget vragen. In hoeverre ingezette maatregelen dit bedrag positief gaan beïnvloeden is nog onzeker.
Over 2025 is een hogere opbrengst leges omgevingsvergunning (3c) zichtbaar. Een uitgevoerde actualisatie van de verwachte bouwplannen en verbouwingen in 2027 en verder leidt ook voor die jaren tot een hogere verwachte opbrengst vanuit leges omgevingsvergunning.
4
4. Mutaties nieuwe jaarschijf 2030 Op het gebied van Jeugdzorg ligt er een stevige opgave: de komende jaren moeten we de uitgaven aanpassen aan het verlaagde rijksbudget. In totaal is er uiterlijk in 2030 een ombuiging van ruim € 1,0 miljoen nodig. Hiervoor zetten we extra in op preventie en het versterken van de toegang tot jeugdzorg. De gespaarde middelen in de reserve ‘Hervormingsagenda Jeugd’ (4a) stellen ons in staat om deze verandering zorgvuldig door te voeren via een ingroeimodel maar het tijdig realiseren van de volledige ombuiging blijft onzeker. De opvang van ontheemden en vluchtelingen (4b) wordt steeds meer een reguliere taak binnen de organisatie. De formatie is daarop (tijdelijk) uitgebreid. Dit wordt deels gedekt uit rijksmiddelen voor de opvang van ontheemden uit Oekraïne en voor het grootste deel uit de reserve opvang vluchtelingen, ontheemden en overige doelgroepen voor een periode van vier jaar. De netto kosten die uit de reserve gedekt worden zijn € 550.000 per jaar. De reserve is m.i.v. 2030 uitgeput. Op dat moment moet worden bezien welke formatie langer / structureel nodig is. We schatten in dat dit voor 50% van de formatie kan gelden. 5.
Autonome ontwikkelingen overig In het kader van het nieuw op te stellen beleidsplan én de nieuwe aanbesteding van het Integraal beheer Openbare Ruimte (5a) krijgen we een steeds nauwkeuriger beeld van het benodigde budget om de beoogde kwaliteit te bereiken en behouden. Uit berekeningen blijkt dat het huidige budget niet toereikend is om, o.a. op basis van nieuw verwachte prijzen na aanbesteding, het huidige kwaliteitsniveau in stand te houden. Naar huidig inzicht is een extra bedrag nodig mogelijk oplopend naar € 1,5 miljoen om het onderhoud op het huidige niveau uit te voeren. Hierin is ook een hoger bedrag voor noodzakelijke vervanging opgenomen (groen, renovatie wegen). Een bedrag van € 0,5 miljoen achter wij zeker. Dat bedrag nemen wij in dit onderdeel op. Het resterende bedrag staat in onderdeel 6. Ook voor onderwijshuisvesting (5b) is de investeringsopgave in de komende jaren groot. In de begroting 2026-2029 zijn extra budgetten beschikbaar gesteld. Deze zijn echter niet toereikend om de volledige opgave in de komende bestuursperiode te kunnen uitvoeren. Het raadsvoorstel “Locatiekeuze IKC ZuidWest” zoals besproken in de raad van 29 januari 2026 geeft daarvoor de eerste informatie af.
Te lezen valt: “Los van de mogelijke opbrengsten van de vrijvallende locaties en afhankelijk definitieve planvorming, is er een hoger krediet nodig dan waarmee op dit moment gerekend is in de gereserveerde middelen voor onderwijshuisvesting. Bij de afwegingen in de kadernota 2026 en de meerjarenbegroting 2027-2030 zal noodzakelijke aanvulling van het budget van € 5 miljoen betrokken worden om vertraging in de uitvoering van het IHP te voorkomen”. De kapitaallasten behorende bij dit bedrag nemen wij in dit onderdeel op. Daarnaast is een eerste inschatting dat actualisatie van het IHP een aanvullend budget vergt vanwege o.a. hogere prijzen. Hiervoor nemen wij in onderdeel 6 een kapitaallast op die hoort bij een aanvullende investering van € 5 miljoen. 6. Risico’s, PM-posten en overige aankondigingen Wij namen in de begroting 2026-2029 geen nieuw beleid op. Nieuw beleid paste namelijk naar onze mening niet in een begroting die zich voor een belangrijk deel richt op de nieuwe bestuursperiode. Keuze moesten daarmee ook aan een nieuw bestuur blijven. Gevolg van deze keuze is dat wij bijvoorbeeld voor nieuwe beleidsnota’s (Groenvisie, Integraal Beheer Openbare Ruimte, Economische visie, Visie op recreatie en toerisme) wel een budget opnamen voor het opstellen van de nota maar nog geen budget voor de uitvoering. Die keuzes waren voor een nieuwe raad en college.
Daarnaast bevat de begroting 2026-2029 een aantal PM-posten, incidentele budgetten die mogelijk structureel moeten worden en risico’s. In het financieel beeld dat wij nu tonen, laten we de mogelijke uitwerking van deze mutaties zien. Daarmee ontstaat een meer compleet beeld van de mogelijke financiële opgave. Uiteraard zijn te maken keuzes rond een aantal onderwerpen van invloed op de uiteindelijke financiële uitkomst. In onderdeel 5 namen wij het volgens ons onontkoombare minimale extra budget voor het Integraal beheer Openbare Ruimte (6a) op. Dit bedrag kan echter ook nog stevig hoger worden, oplopend naar € 1,0 miljoen extra. De op 10 december 2025 in de raad besproken voorstellen over De Wieken en Balai Pusat (6b) geven inzicht in de investeringsbedragen die in de verschillende scenario’s nodig zijn. Hoewel cijfers nog
5
afhankelijk zijn van nader onderzoek, keuzes en besluitvorming, variëren de bedragen voor de beide ontwikkelingen samen tussen € 17,5 miljoen en € 25 miljoen. Er is in de reserve € 21 miljoen beschikbaar. Dit bedrag betreft budget voor toekomstbestendige maatschappelijke accommodaties in totaliteit, dus eventueel ook voor andere locaties. Afhankelijk van besluitvorming kan het daarmee noodzakelijk worden om voor toekomstbestendige maatschappelijke accommodaties in de komende jaren aanvullende middelen beschikbaar te stellen. Voor het financieel beeld namen wij hiervoor kapitaallasten op die horen bij een extra investering van € 5 miljoen. Ook voor onderwijshuisvesting (6b) namen we in onderdeel 5 een extra investering van € 5 miljoen op. Daarnaast is een eerste inschatting dat actualisatie van het IHP een aanvullend budget vergt vanwege o.a. hogere prijzen. We ramen hiervoor een aanvullende investering van € 5 miljoen en nemen de bijbehorende kapitaallasten in dit onderdeel op. De gemeentewerf (6c) en de gebouwen op de werf zijn verouderd. Daarnaast is er een tijdelijk gronddepot in gebruik die vanwege de gebiedsontwikkeling Kerkenland uiterlijk in 2029 moet verdwijnen. In 2026 is onderzoek en planvorming nodig naar zowel de mogelijkheden van verplaatsing van het gronddepot in Vaassen als een revitalisering van de huidige gemeentewerf.
Naar huidige inschatting is hiermee een investeringskrediet gemoeid van € 6 tot € 7 miljoen. Er zijn diverse nieuwe beleidsnota’s (6d) aangekondigd of inmiddels al vastgesteld. Om in te kunnen spelen op actuele maatschappelijke en economische ontwikkelingen die de lokale economie versterken staat de herziening van de economische visie op het programma. Om deze visie te kunnen uitvoeren, wordt een structureel budget van € 50.000 noodzakelijk geacht. Daarnaast stelde de raad op 29 januari 2026 een nieuwe beleidsvisie vast op het gebied van (verblijfs) recreatie. In het in mei 2026 aangeboden uitvoeringsprogramma recreatie en toerisme 2035 zijn de ambities vertaald naar concrete acties voor de komende jaren. Deze concrete acties vergen een structureel budget van € 218.000. In de informatienota (1421178) van het uitvoeringsprogramma is aangekondigd dat dit bedrag betrokken wordt bij de begrotingsbehandeling 2027-2030. Tot slot is de integrale groenvisie door het college aan de raad aangeboden. Uitwerking van de Integrale groenvisie is een uitvoeringsagenda, waarin staat welke maatregelen en acties worden uitgevoerd ter realisering van de ambities en welke financiële middelen hiervoor benodigd zijn. Aangekondigd is dat de financiële consequenties van dit voorstel worden betrokken bij de integrale afweging van de programmabegroting 2027-2030.
Dit gaat om een incidenteel bedrag van € 200.000 en een structureel bedrag van € 240.000 voor de looptijd van de uitvoeringsagenda De gemeenteraad heeft volgens motie d.d. 17 juli 2025 en amendement (1287557) het college verzocht stappen te maken met de herinrichting (bouwkundig en vergaderopstelling) van de raadzaal (6e). Inmiddels is er budget gereserveerd voor de planvorming voor 2026. Voor uitvoering is naar verwachting een investering van € 500.000 benodigd. Tot slot is er een aantal incidentele ontwikkelingen (6f) waarvan het wenselijk kan zijn om die structureel voort te zetten. De gemeente Epe heeft sinds 2023 een accountmanager agrarische bedrijven ingezet om het contact met agrariërs te versterken en de dialoog over de toekomst van de landbouw structureel vorm te geven. Het hiervoor benodigde budget (jaarlijks € 60.000) is opgenomen t/m 2027. Als een verlenging gewenst is, zal aanvullend budget beschikbaar moeten komen. Voor het maatschappelijk vastgoed lopen diverse acties. Voor het uitvoeren van deze activiteiten is in 2026 en 2027 jaarlijks € 200.000 beschikbaar. Als activiteiten ook in 2028 en verder nodig zijn, is daarvoor extra budget nodig. Tot slot vraag de Hervormingsagenda jeugd meer inzet op preventie, normalisering en het versterken van de pedagogische basis (pedagogische civil society). In 2025/2026 is er daarom geïnvesteerd in de pilot #opladers.
Deze pilot beoogt om ouders steunfiguren van elkaar te laten zijn en zo te bouwen aan gemeenschappen binnen de samenleving. Hierdoor gaan ouders met opvoedvraagstukken naar elkaar toe, waardoor ook de vraag naar professionele ondersteuning afneemt. Een opvolging geven aan de pilot vergt het structureel maken van het budget ad € 45.000. Begrotingsadvies VNG Net als vorig jaar bracht de VNG een begrotingsadvies uit. Kern daarvan is het advies om in ieder geval de begroting 2027 structureel en reëel sluitend te maken. Voor het meerjarenperspectief (2028-2030) is het advies om:
6
Een stelpost op te nemen voor de invoering van de eigen bijdrage Jeugdzorg en het sturen op de verkorting van de trajectduur. Voor de eerste namen wij in de begroting 2026-2029 al de stelpost op, voor het tweede onderwerp vinden wij te verwachten bedragen nog te zacht om daarvoor een stelpost op te nemen; Een stelpost op te nemen voor het resterende tekort jeugdzorg in afwachting van de uitspraken van de deskundigencommissie Hervormingsagenda Jeugd begin 2027. De provincies (in de rol van toezichthouder op de gemeentelijke financiën) accepteren een dergelijke stelpost echter niet. Vorig jaar besloten wij al een dergelijke stelpost niet op te nemen; Een stelpost te gebruiken voor de huishoudelijke hulp Wmo Vanaf 2029 wordt er structureel € 1 miljard uit het Gemeentefonds genomen, omdat het kabinet het voornemen heeft om de huishoudelijke hulp als algemene voorziening grotendeels te schrappen. Tot op heden is nog onduidelijk hoe dit vorm krijgt, terwijl de korting al wel verwerkt is. Daarmee is het onduidelijk of en in welke mate gemeenten deze kosten moeten blijven maken vanaf 2029. Wij nemen dit advies over en verwerken dit budgettair neutraal in onze begroting. In de paragraaf risicomanagement en weerstandsvermogen aandacht te geven aan de opgenomen stelposten en eventuele risico’s die dat met zich meebrengt.
Begrotingscirculaires provincie In april 2026 informeerde de provincie ons over de uitgangspunten voor de komende begroting via de begrotingscirculaire 2027. Naar aanleiding van het begrotingsadvies 2027-2030 van de VNG en de meicirculaire 2026 van het gemeentefonds bracht de provincie medio juni een aanvulling op deze begrotingscirculaire 2027 uit. Met deze circulaires informeert de provincie ons over manier waarop onderwerpen worden beoordeeld in de komende begroting en meerjarenraming. Onderstaand gaan wij op de belangrijke onderwerpen daarvan in. De algemene uitkering uit het gemeentefonds moet worden geraamd op basis van reële uitgangspunten en op basis van tenminste de meicirculaire met de daarin opgenomen uitkeringsfactoren. Gemeenten mogen ook uitgaan van de septembercirculaire. Zoals gebruikelijk gaan wij in de begroting 2027-2030 uit van de meicirculaire. De uitkomsten daarvan zijn in deze Kaderbrief opgenomen. In de meicirculaire 2026 zijn de CDOKE-middelen voor 2027 (landelijk totaal € 671 miljoen) via een decentralisatie-uitkering beschikbaar gesteld om uitvoering te kunnen geven aan taken op het gebied van klimaat- en energiebeleid. Op dit moment is nog onduidelijkheid hoe de CDOKE-middelen na 2027 structureel beschikbaar komen.
Gemeenten mogen het bedrag dat zij in 2027 ontvangen aan basisfinanciering voor de klimaat- en energiegelden opnemen als structurele baat. Daarbij is het belangrijk dat zowel de baten als de aan de middelen verbonden lasten opgenomen worden. Dit betekent dat de provincie verwacht dat gemeenten een gelijk bedrag aan extra lasten opnemen voor de klimaat- en energietaken. Wij voldoen aan dit uitgangspunt door de CDOKE-middelen in de begroting 2027-2030 budgettair neutraal te verwerken. Vanaf 2028 neemt het Rijk een financieel voorschot op de nog te nemen maatregelen om het jeugdzorgstelsel te beheersen. Deze kortingen zijn gebaseerd op het sturen op de trajectduur van jeugdhulptrajecten en de invoering van een eigen bijdrage in de jeugdzorg. Gemeenten mogen van de provincie beide posten budgettair neutraal in hun begroting verwerken. Zoals aangegeven bij het begrotingsadvies VNG doen wij dat alleen voor de eigen bijdrage. Het nu al inboeken van een bezuiniging door verkorten trajectduur achten wij te risicovol. De provincie heeft begrip voor de brede discussie rondom de (dis)balans van de gemeentelijke taken en middelen maar zullen het toezicht uitvoeren op basis van de geldende wet- en regelgeving en het Gemeenschappelijk Toezichtkader (GTK).
Dit betekent dat de provincie een algemene stelpost om het tekort op de Jeugdzorg te neutraliseren zal corrigeren op het structurele begrotingssaldo. Een dergelijke stelpost zullen wij in de begroting 2027-2030 niet opnemen. Voor de begroting 2027 staat de provincie toe om voor de uitname uit het gemeentefonds van de middelen voor de huishoudelijke hulp een stelpost op te nemen van de netto-uitname uit het gemeentefonds. Hierdoor heeft deze maatregel een budgetneutraaleffect op de begroting. Zodra bij de begroting 2028 meer bekend is over de beleidsmatige invulling vraagt de provincie gemeenten om een reële raming van de financiële gevolgen op te nemen en de stelpost te laten vervallen.
7
Wij zullen, zoals ook aangegeven bij de effecten van de meicirculaire 2026, dit op deze wijze in de begroting 2027-2030 verwerken. De provincie vraagt om de in de begroting opgenomen stelposten, bijvoorbeeld voor jeugdzorg en WMO, gebundeld in een totaaloverzicht op te nemen in de begroting. Wij zullen aan dat verzoek voldoen. Het kabinet heeft besloten de ingangsdatum van de afschaffing van het abonnementstarief Wmo verder te verschuiven naar 1 januari 2028. Voor 2027 heeft het Rijk de gemiste inkomsten vanwege de eigen bijdrage eenmalig toegevoegd aan het gemeentefonds via een taakmutatie. De raming van de verwachte eigen bijdrage na 2028 moet voor de provincie goed zijn onderbouwd. Wij zullen voor die onderbouwing zorgen. Gemeenten kunnen in de ramingen in hun begroting en meerjarenraming rekening houden met de ruimte onder het plafond van het BTW compensatiefonds (BCF). Voor de raming in de begroting 2027 en meerjarenraming 2028-2030 mogen gemeenten maximaal het bedrag ramen van de definitieve afrekening van de ruimte onder het BCF-plafond 2025. Wij hanteren vooralsnog het bestaande beleid om 70% van dit bedrag in de begroting 2027-2030 op te nemen. De provincie haalt aan dat het verplicht is om alle incidentele baten en lasten, inclusief de incidentele reservemutaties, op het overzicht van incidentele baten en lasten op te nemen inclusief een toelichting.
Zoals in voorgaande jaren nemen wij dat overzicht in de begroting 2027-2030 op waarbij wij de laatste regelgeving in acht nemen. Veel gemeenten maken hun begroting en meerjarenraming sluitend met bezuinigingsmaatregelen en/of taakstellingen. De provincie toetst, om de financiële positie te bepalen, alle in de begroting opgenomen bezuinigingsmaatregelen en taakstellingen op hardheid en haalbaarheid (met andere woorden: op realisme). Indien de provincie constateert dat hardheid ontbreekt, wordt de taakstelling op het begrotingssaldo gecorrigeerd. Dit kan vooral in het begrotingsjaar tot een probleem leiden als er daarmee geen sluitende begroting meer is. Wij zullen taakstelling in de begroting 2027 concreet invullen. De afgelopen jaren ziet de provincie in veel gemeentelijke jaarrekeningen dat onderuitputting van kapitaallasten wordt gerapporteerd. Dit wordt veroorzaakt doordat de geplande investeringen niet tijdig kunnen worden gerealiseerd. Ook bij ons is daar sprake van. De provincie staat in de begroting 20272030 onder voorwaarden een stelpost achterblijvende kapitaallasten toe. Wij betrekken deze mogelijkheid bij de actualisatie van het financieel beleid en de taakstelling die mede daarvoor opgenomen is.
Te hanteren uitgangspunten prijsindex, loonindex en rente Met deze Kaderbrief 2027-2030 informeren wij u over diverse indexen die wij zullen hanteren voor het opstellen van de begroting 2027-2030. Prijs- en loonindex Onderstaande tabel laat zien hoe de actuele verwachtingen van de prijzen en de lonen zich ontwikkelen in vergelijking met waar we (een jaar geleden) vanuit gingen bij de begroting 2026 Prijsindex Uitgangspunt begroting 2026 CBS-verwachting april 2026 (toepassing begr. 2027)
2026 2,1% 2,6%
2027 2,2% 2,1%
2028-2030 2,2 - 2,3% 2,6 - 2,5%
Loonindex Uitgangspunt begroting 2026 CBS-verwachting april 2026 (toepassing begr. 2027)
2026 1,8% 3,0%
2027 5,7% 4,1%
2028-2030 4,6 - 4,3% 3,9 - 3,2%
De ontwikkeling van de prijzen lijkt structureel een licht nadeel te geven t.o.v. de vorige begroting. Bij de lonen zien we positieve ontwikkeling, deze worden wat lager ingeschat. We hanteren hierbij de CBSverwachting van april dit jaar. Bij het verwerken van de prijs- en loonindex in de begroting betrekken we ook de mate waarin met de ontwikkeling van deze indices rekening wordt gehouden in de meicirculaire van het gemeentefonds. Het percentage voor de prijsindex is ook het uitgangspunt voor de verhoging van het budget voor te verstekken subsidies en voor de stijging van de opbrengst van lokale heffingen (zoals de OZB).
8
Rente De gestegen rente van de laatste tijd lijkt zich vooralsnog te stabiliseren; het risico blijft echter aanwezig dat de rente stijgt met structureel hogere rentelasten in de begroting tot gevolg. Rente (extern, langlopend) Uitgangspunt begroting 2026 Rentevisie DNB december 2025 Rentevisie DNB juni 2026 Uitgangspunt (voorlopig) begroting 2027
2026 2,7% 3,0% 3,2%
2027 3,2% 3,2% 3,4% 3,4%
2028-2030 3,2% 3,5% 3,5%
Specifieke uitkeringen (SPUK’s) Een aantal spuk’s is nieuw of wijzigt in 2027. De grootste wijzigingen zijn onderstaand toegelicht. Realisatiestimulans Met de Realisatiestimulans wil het kabinet de bouw van betaalbare woningen in heel Nederland stimuleren. Gemeenten krijgen € 7.000 per betaalbare woningen waarvan de bouw in 2025 of later is gestart. De regeling loopt t/m 2030. Een eerste opbrengst € 2 mln.) verwerkten wij in de jaarrekening 2025 waarbij in het bestemmingsvoorstel wordt voorgesteld om dit bedrag te storten in een nieuwe bestemmingsreserve. Klimaat- en energietaken (CDOKE) Voor de periode 2026 tot 2030 heeft de minister aangegeven dat gemeenten kunnen rekenen op het bedrag dat zij ook in 2025 ontvingen. Eerder is afgesproken met de financiële toezichthouders dat gemeenten de middelen als structureel mogen beschouwen in de begroting. In het coalitieakkoord van kabinet-Jetten zijn ook middelen opgenomen voor gemeenten om deze uitvoering na 2030 voort te zetten. Voor de periode 2031 tot 2040 is € 800 miljoen per jaar beschikbaar gesteld voor de continuering van de uitvoering klimaatbeleid door medeoverheden. Dit betekent concreet dat gemeenten ook na 2030 op het basisbedrag van 2025 moeten kunnen rekenen.
Aanvullend Zorg- en welzijnsakkoord Met het Aanvullend Zorg- en Welzijnsakkoord (AZWA) zijn aanvullende afspraken gemaakt op het Integraal Zorgakkoord (IZA) en het Gezond en Actief Leven Akkoord (GALA). Vanaf 2027 ontvangen gemeenten financiële middelen om de afspraken uit te voeren. Hiervoor wordt een nieuwe specifieke uitkering (SPUK) opgesteld voor de jaren 2027 - 2029. De middelen binnen het AZWA zijn bedoeld om een brede maatschappelijke transformatie te ondersteunen: de beweging naar de voorkant, met meer focus op gezondheid, zelf- en samenredzaamheid en een toekomstbestendige eerstelijnszorg. Een eerste inschatting is dat deze middelen voor de gemeente Epe lager zijn dan eerder ontvangen vanuit GALA. Daarmee is de vraag of alle opgestarte activiteiten ook voortgezet kunnen worden. Mogelijke vrijval incidentele middelen Vanuit het project actualisatie beleid vindt een aanpassing op het beleid reserves en voorzieningen plaats. Een eerste inschatting is dat deze aanpassing, samen met de gebruikelijke doorlichting van de reserves in het begrotingsproces, een vrijval van € 5,0 tot € 7,5 miljoen oplevert. Daarnaast is het saldo van de jaarstukken 2025, na specifieke resultaatbestemming, beschikbaar. Overigens is de verwachting dat de Voortgangsrapportage 2026-1 voor en deel een beroep op dit saldo gaat doen.
9