CConstaterende datEpe
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage I Eindrapport opvangvormen gemeente Epe

Gemeenteraad 18 juni 2026, gemeente EpeBij agendapunt: Vaststelling Lijst ingekomen stukken d.d. 18 juni 202613.403 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Niet gevonden in dit document.

Kinderen op de opvanglocatie gaan naar school in de gemeente en kunnen gebruikmaken van jeugdzorg.  Algemene voorzieningen. Algemene voorzieningen als openbaar vervoer, winkels of bibliotheken kunnen ook worden gebruikt door bewoners van de opvanglocatie. Het is niet duidelijk of DGO-locaties ook een beroep doen op andere gemeentelijke voorzieningen. Naar verwachting hangt dit samen met inrichtingskeuzes van de gemeente. Implementatie Gemeenten die een DGO-locatie willen openen, kunnen daarvoor contact opnemen met het COA. Samen met het COA wordt gekeken op welke manier de DGO vorm kan krijgen.47 Verder is in dit onderzoek geen informatie verkregen over welk proces dan precies doorlopen wordt. Waarschijnlijk is het een combinatie van de stappen voor een regulier azc, met dan specifieke afspraken over de taakverdeling en samenwerking tussen gemeente en het COA. Schaal en omvang Volgens het COA is er een geen minimum of maximumaantal opvangplekken voor DGO-locaties. Deze kan dus net zo groot zijn als een regulier azc of zo klein als de KSO. Kosten en financiering Voor het beheer van een DGO-locatie (inclusief het gereed maken van de locatie) ontvangt de gemeente een normbedrag per bewoner per dag.

Dit normbedrag bedraagt €78 per dag wanneer de gemeente geen catering verzorgt en €88 wanneer de gemeente wel catering aanbiedt.48 Het normbedrag blijft hetzelfde, ongeacht de inrichtingskeuzes die de gemeente maakt (inclusief de omvang van de locatie).

47 48

Ministerie van Asiel en Migratie - Keuzehulp bij opvang voor gemeenten. Idem

24

Het COA ontvangt €32 per persoon per dag voor de taken die bij het COA blijven liggen. Per dag kost een opvangplek op een DGO-locatie dus tussen €110 en €120 per persoon.

3.5

Samenvatting In dit hoofdstuk zijn drie mogelijke opvangvormen voor de gemeente Epe beschreven: een regulier asielzoekerscentrum (azc), kleinschalige opvang (KSO) (incl. de variant opvang voor alleenstaande minderjarige vreemdelingen) en duurzame gemeentelijke opvang (DGO). Deze varianten verschillen met name in de verdeling van verantwoordelijkheden tussen het COA en de gemeente en in schaalgrootte. De verschillende opvangvarianten verschillen in de eerste plaats in de verdeling van verantwoordelijkheden tussen het COA en de gemeente. Het COA blijft in alle varianten juridisch eindverantwoordelijk voor de opvang. De mate waarin de gemeente betrokken is bij de uitvoering verschilt echter. Bij een regulier azc ligt de exploitatie en organisatie bij het COA en is de gemeentelijke rol relatief beperkt. Bij KSO blijft het COA verantwoordelijk voor de exploitatie, maar kan de gemeente een grotere rol krijgen in het organiseren van voorzieningen, afhankelijk van de afspraken met het COA. Bij DGO voert de gemeente een groot deel van de operationele taken uit, zoals begeleiding en dagbesteding, onder verantwoordelijkheid van het COA. De exacte belasting van de ambtelijke organisatie is lastig in te schatten, maar in het algemeen geldt dat hoe groter de rol van de gemeente, hoe meer inzet van de gemeente nodig is.

Verder verschilt het beroep dat wordt gedaan op gemeentelijke voorzieningen. In alle varianten kunnen bewoners in ieder geval gebruik maken van een aantal reguliere voorzieningen in de gemeente, zoals onderwijs (voor kinderen), jeugdzorg, openbaar vervoer, bibliotheken, sportvoorzieningen en winkels. Bij KSO is er vaker sprake van maatwerk. Voorzieningen zoals dagbesteding, ruimtes voor gesprekken met ketenpartners (zoals VluchtelingenWerk), of medische zorg kunnen soms op de locatie zelf worden georganiseerd. Wanneer dat niet mogelijk is, kan een groter beroep worden gedaan op gemeentelijke voorzieningen, bijvoorbeeld op lokale huisartsen of gemeentelijke voorzieningen voor dagbesteding. Bij DGO kan het beroep op gemeentelijke voorzieningen variëren afhankelijk van de schaal en inrichting van de locatie: bij grotere locaties lijkt dit meer op een regulier azc, terwijl bij kleinere locaties het beroep meer kan lijken op dat van KSO. Tot slot verschillen de varianten in de financiële en organisatorische haalbaarheid. Vooral bij reguliere azc’s en kleinschalige opvang speelt mee dat het COA verantwoordelijk is voor de financiering en daarom kijkt naar schaalvoordelen. Wanneer locaties te klein zijn of veel maatwerk vereisen, kan dit voor het COA een belemmering vormen om een opvanglocatie te realiseren.

Voor DGO’s geldt dat gemeenten dit vanuit een vast normbedrag moeten financieren.

25

/ 4 Voor- en nadelen opvangvarianten In dit hoofdstuk gaan we in op de voor- en nadelen van de opvangvarianten. Daarbij beantwoorden we ook de onderzoeksvraag over welke maatregelen de veiligheid rondom de opvanglocatie kunnen bevorderen. Dit doen we aan de hand van het afwegingskader, zoals toegelicht in de inleiding van het rapport. De feitelijke bevindingen uit hoofdstuk drie vormen de basis voor de analyse van voor- en nadelen. De tabel geeft een beknopt overzicht van de belangrijkste voor- en nadelen van de verschillende opvangvarianten. We lichten dit in onderstaand hoofdstuk toe. Wegingscriteria Gemeentelijke regie en verantwoordelijkheid

Regulier azc Weinig regie en verantwoordelijkheid bij gemeente; risico’s vooral bij COA

KSO Meer invloed voor gemeente, maar ook meer inzet; verantwoordelijkheid blijft bij COA

Beroep op gemeentelijke voorzieningen

Beperkt; veel voorzieningen op locatie

Integratie- en participatiekansen

Meer voorzieningen op locatie kunnen participatie ondersteunen Niet te voorspellen; vaak goede beveiliging en organisatie

Kan groter zijn; afhankelijk van afspraken met COA en inrichting Mogelijk meer lokale inbedding, maar minder voorzieningen Niet te voorspellen; kleinschaligheid kan lokaal beter inpasbaar zijn

Maatschappelijk draagvlak

DGO Veel regie voor gemeente, maar ook grootste organisatorische en bestuurlijke verantwoordelijkheid Onzeker; hangt af van keuzes van gemeente en schaal van locatie Afhankelijk van keuzes gemeente en organisatie van activiteiten Niet te voorspellen; afhankelijk van organisatie en communicatie

Het is aan de gemeente Epe om op basis van onderstaande analyse en het afwegingskader een keuze te maken voor de meest passende opvangvorm. Daarbij is het belangrijk dat er bestuurlijke prioritering plaatsvindt van de criteria. Geen van de varianten zal immers op alle wegingscriteria enkel voor- of nadelen hebben.

4.1

Gemeentelijke regie en verantwoordelijkheid De opvangvarianten verschillen in de mate waarin de gemeente betrokken is bij de organisatie en exploitatie van de opvang. In alle varianten heeft de gemeente een rol, onder andere op het gebied van openbare orde en veiligheid, onderwijs en jeugdzorg. Het verschil zit vooral in de vraag waar de operationele verantwoordelijkheid voor de opvang ligt en hoeveel invloed de gemeente heeft op de dagelijkse organisatie. Elke variant kent eigen voor- en nadelen.

26

Bij een regulier azc draagt de gemeente Epe de minste verantwoordelijkheid, maar kent ook de minste regie Bij een regulier azc (met minimaal 300 opvangplekken) ligt de verantwoordelijkheid voor exploitatie, beheer, begeleiding en beveiliging bij het COA. Dit heeft als voordeel dat de gemeente relatief beperkt uitvoerende taken heeft en in belangrijke mate wordt ontzorgd in de dagelijkse organisatie van de opvang. Dit maakt ook dat financiële en bestuurlijke risico’s voor de gemeente kleiner zijn. Hogere kosten of lagere inkomsten zijn voor rekening van het COA. Ook is er geen sprake van vastgoed- of investeringsrisico’s voor de gemeente. Bovendien draagt de gemeente geen bestuurlijke verantwoordelijkheid voor het functioneren van de opvang op de locatie. Incidenten of tekortschietende begeleiding worden in eerste instantie bij het COA belegd. Tegelijkertijd betekent dit dat de gemeente minder invloed heeft op de inrichting van de opvang, bijvoorbeeld op de organisatie van dagbesteding, begeleiding of het contact met de omgeving. Wanneer gemeenten specifieke wensen hebben ten aanzien van de invulling van de opvang, kan het lastiger zijn om hierop te sturen.

Kleinschalige opvang geeft de gemeente meer invloed op de organisatie van voorzieningen, maar vraagt ook meer inzet van de gemeentelijke organisatie Bij kleinschalige opvang (KSO) met minder dan 300 opvangplekken blijft de exploitatie in principe bij het COA, maar is de rol van de gemeente vaak groter. De mate van gemeentelijke inzet hangt sterk af van de concrete invulling van de locatie en de afspraken met het COA. Dit kan voordelen hebben omdat de gemeente meer invloed kan uitoefenen op de manier waarop voorzieningen worden georganiseerd en hoe de opvang aansluit op de lokale situatie. Tegelijkertijd kan deze variant ook meer inzet van de gemeentelijke organisatie vragen. Wanneer voorzieningen niet volledig op de locatie worden georganiseerd, kan het nodig zijn dat de gemeente aanvullende afspraken maakt of zelf voorzieningen faciliteert. Dit kan leiden tot extra organisatorische druk, terwijl de gemeente formeel niet verantwoordelijk is voor de exploitatie. De financiële risico’s voor de gemeente blijven in deze variant over het algemeen beperkt, omdat de exploitatie bij het COA ligt. Wel kan de gemeente in de praktijk worden aangesproken op het functioneren van de opvang, met name op onderdelen waarbij zij betrokken is, zoals voorzieningen of dagbesteding.

Bij DGO heeft gemeente meeste regie, maar ook meeste verantwoordelijkheid Bij duurzame gemeentelijke opvang (DGO) verschuift een groter deel van de uitvoering naar de gemeente. Dit biedt gemeenten meer mogelijkheden om te sturen op de organisatie van de opvang en de samenwerking met lokale partners. Gemeenten kunnen bijvoorbeeld meer invloed uitoefenen op de invulling van dagbesteding, de inzet van lokale organisaties en het omgevingsmanagement. In sommige gemeenten wordt dit als voordeel gezien omdat een zichtbare rol van de gemeente kan bijdragen aan vertrouwen bij inwoners en ondernemers. Tegelijkertijd brengt een grotere rol van de gemeente ook nadelen met zich mee. Wanneer de gemeente verantwoordelijk wordt voor onderdelen van de exploitatie, neemt de benodigde inzet van personeel en organisatie toe. Daarnaast verschuiven ook financiële, organisatorische en bestuurlijke risico’s in grotere mate naar de gemeente. De ervaring van gemeenten met de opvang en begeleiding van Oekraïense ontheemden kan helpen bij het maken van een inschatting van de benodigde middelen en capaciteit. Ook dit verschilt echter per gemeente, omdat de opvang Oekraïense ontheemden op verschillende manieren door gemeenten is ingevuld.

Opvang van amv’ers binnen de gemeente Epe De gemeente Epe heeft binnen de taakstelling ook een opgave voor de opvang van elf alleenstaande minderjarige vreemdelingen (amv’s). Deze doelgroep wordt altijd kleinschalig opgevangen, met intensieve begeleiding vanuit het COA en betrokken ketenpartners – en zonder

27

extra inzet van de gemeente. Het volledig invullen van de gemeentelijke taakstelling met amvopvang is in de praktijk echter ongebruikelijk. Vanwege de benodigde intensieve begeleiding en de specifieke kenmerken van de doelgroep kan dit grote druk leggen op de organisatie van de opvang en op de omgeving.

Hoe groter de verantwoordelijkheid van de gemeente, hoe meer inzet nodig is van de ambtelijke organisaties De precieze inzet van capaciteit verschilt per locatie en per opvangvorm en is vooraf moeilijk exact te bepalen. Desalniettemin geldt dat varianten met meer gemeentelijke betrokkenheid (KSO en DGO) doorgaans meer gemeentelijke inzet vragen, o.a. vanwege meer afstemming met partners, meer organisatorische inzet en mogelijk nieuwe werkprocessen. Dit geldt met name voor opvangvormen die nog relatief nieuw zijn, zoals DGO.

4.2

Beroep op gemeentelijke voorzieningen De mate waarin varianten beroep doen op gemeentelijke voorzieningen kan een nadeel zijn van een opvangvorm. Een groter beroep kan druk zetten op gemeentelijke voorzieningen – zowel qua aantallen als qua verantwoordelijkheden. In alle varianten wordt in enige mate gebruik gemaakt van gemeentelijke voorzieningen. Dit gaat in ieder geval om onderwijs, jeugdzorg, openbaar vervoer, bibliotheken, sportvoorzieningen, en winkels. De mate waarin verschilt wel per variant. De druk op gemeentelijke voorzieningen is het kleinst bij een regulier azc Bij een regulier azc worden veel voorzieningen op of vanuit de locatie georganiseerd door het COA. Dit heeft als voordeel dat het directe beroep op gemeentelijke voorzieningen beperkter kan zijn. Tegelijkertijd maken ook bewoners van een regulier azc gebruik van voorzieningen in de gemeente, bijvoorbeeld voor onderwijs, openbaar vervoer, bibliotheken, sportvoorzieningen en winkels. Wanneer op de locatie zelf activiteiten, sport of dagbesteding worden georganiseerd, kan dit het gebruik van voorzieningen in de gemeente wel beperken. De druk op gemeentelijke voorzieningen is groter bij KSO, maar hangt af van maatwerk Bij KSO kan het beroep op gemeentelijke voorzieningen groter zijn, omdat op kleinere locaties vaak minder voorzieningen aanwezig zijn.

Bewoners maken daardoor vaker gebruik van bestaande voorzieningen in de gemeente, bijvoorbeeld voor dagbesteding, sport of zorg. Dit kan leiden tot extra druk op gemeentelijke voorzieningen en vraagt mogelijk meer inzet van de gemeentelijke organisatie om deze voorzieningen toegankelijk en passend te organiseren. Tegelijkertijd hangt de mate waarin dit gebeurt sterk af van de afspraken met het COA en de concrete inrichting van de locatie, bijvoorbeeld of de locatie functioneert als dependance van een grotere opvanglocatie waar voorzieningen aanwezig zijn. In dat geval kan het feitelijke beroep op gemeentelijke voorzieningen beperkt blijven. De voor- en nadelen bij DGO zijn nog onduidelijk; dit hangt af van keuzes van de gemeente Bij duurzame gemeentelijke opvang (DGO) ligt de organisatie van voorzieningen in grotere mate bij de gemeente. Het is nog niet duidelijk of dit leidt tot een groter beroep op gemeentelijke voorzieningen. Naar verwachting hangt dit af van de keuzes die de gemeente maakt bij de inrichting

28

van de opvang: maakt zij gebruik van bestaande voorzieningen of kiest zij ervoor om aanvullende voorzieningen te organiseren.

4.3

Integratie- en participatiekansen Vanuit het perspectief van de asielzoeker is het natuurlijk van waarde welke opvangvorm de beste kansen voor integratie en participatie biedt. Op basis van dit onderzoek hebben we hier geen sluitend beeld over kunnen vormen. Er is geen eenduidig bewijs dat een specifieke opvangvorm leidt tot betere integratie- en participatiekansen Bij een regulier azc kan het voordeel zijn dat er vaak meer voorzieningen op of rond de locatie aanwezig zijn, bijvoorbeeld op het gebied van dagbesteding, begeleiding en activiteiten. Dit kan bijdragen aan structuur in het dagelijks leven en inburgeringsmogelijkheden (denk aan extra taallessen). Een nadeel kan zijn dat grotere locaties soms minder verweven zijn met de directe omgeving. Bij KSO wordt juist verondersteld dat de inbedding in de wijk groter is. Dit kan kansen bieden voor contact met bewoners, deelname aan lokale activiteiten en het gebruik van voorzieningen in de gemeente. Tegelijkertijd zijn op kleinere locaties vaak minder voorzieningen aanwezig, waardoor er minder aanbod van activiteiten of begeleiding op de locatie zelf kan zijn. Voor DGO is het lastiger om hier algemene uitspraken over te doen. De integratie- en participatiekansen hangen in deze variant sterk af van de keuzes die de gemeente maakt bij de inrichting van de opvang en de organisatie van voorzieningen en activiteiten.

Uit de gevoerde interviews komt verder naar voren dat niet zozeer de opvangvorm bepalend is voor integratie- en participatiekansen, maar vooral de inzet van gemeenten, maatschappelijke organisaties en lokale netwerken. Wanneer gemeenten actief inzetten op dagbesteding, vrijwilligerswerk of samenwerking met lokale organisaties, kunnen participatiekansen toenemen, ongeacht de opvangvorm. Daarbij geldt in algemene zin wel, dat een asielzoeker niet verplicht is om deel te nemen aan activiteiten gericht op participatie en integratie.

4.4

Maatschappelijk draagvlak Op basis van dit onderzoek kunnen wij geen uitspraken doen over welke variant het meest maatschappelijk draagvlak kent. Ook kunnen we niet iets zeggen over de mate waarin eventuele veiligheidsincidenten zullen voorkomen. Hieronder gaan we in op wat we hebben gezien en wat verwacht kan worden op basis van onderzoek. Veiligheidssituatie in Epe rondom de noodopvang in het Fletcher hotel is stabiel Er zijn geen afwijkende politiecijfers te zien in relatie tot de komst van de noodopvang in het Fletcher Hotel in Epe.49 Dat neemt niet weg dat het gevoel van veiligheid door omwonenden anders is ervaren. Uit de notulen van het omwonendenoverleg over de noodopvang in het Fletcher hotel komt

49

Monitoren impact noodopvang op de directe woon- en leefomgeving, gemeente Epe. Link.

29

naar voren dat bewoners zich zorgen maken, voornamelijk over de verkeersveiligheid in de donkerdere wintermaanden en brandveiligheid in de drogere zomermaanden. Op basis van de cijfers concluderen we dat de komst van asielzoekers tot dusver niet heeft geleid tot een feitelijke andere veiligheidssituatie. Beleving van veiligheid kan verschillen van feitelijke ontwikkelingen Uit bestaande studies blijkt dat de beleving van veiligheid rond opvanglocaties kan verschillen van de feitelijke veiligheidssituatie. Hoewel wetenschappelijk onderzoek naar de effecten van opvanglocaties op criminaliteit beperkt is, concluderen Smeets en Boot (2017) dat er soms aanwijzingen zijn voor een toename van criminaliteit rond opvanglocaties, maar dat deze vaak niet in verhouding staan tot de publieke beeldvorming hierover. Zorgen over veiligheid worden daarnaast regelmatig beïnvloed door bredere maatschappelijke gevoelens van onzekerheid en wantrouwen. Ook onderzoek van het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC) laat zien dat cijfers over criminaliteit onder asielzoekers nuance vragen. In de onderzochte jaren 2005, 2010 en 2015 lag het aandeel asielzoekers dat verdacht werd van criminaliteit hoger dan gemiddeld in de totale Nederlandse bevolking.

Wanneer echter wordt gecorrigeerd voor demografische kenmerken en sociaaleconomische positie – bijvoorbeeld leeftijd, geslacht en inkomen – blijken asielzoekers juist minder vaak verdacht te zijn van criminaliteit dan vergelijkbare groepen in de Nederlandse bevolking. Deze onderzoeken zeggen niets over de specifieke situatie in Epe, maar laten wel zien dat beeldvorming over veiligheid niet altijd overeenkomt met feitelijke ontwikkelingen. Kleinschaligheid wordt soms gezien als kans voor lokaal draagvlak De afgelopen jaren kijken veel gemeenten naar kleinschalige opvang. Kleinere locaties zijn vaak eenvoudiger lokaal in te bedden en kunnen bijdragen aan lokaal maatschappelijk draagvlak. Het idee is dat kleinere locaties minder impact hebben op de directe omgeving en daardoor voor omwonenden beter te overzien zijn. Mogelijke maatregelen om veiligheid te bevorderen Hoewel incidenten nooit volledig zijn uit te sluiten, kunnen gemeenten en het COA maatregelen nemen om de veiligheid rond opvanglocaties te bevorderen. De inrichting en organisatie van een opvanglocatie spelen hierbij een belangrijke rol. Bij grotere opvanglocaties is bijvoorbeeld vaker sprake van permanente beveiliging en toezicht op de locatie.

Daarnaast heeft het ministerie van Justitie en Veiligheid een toolbox ontwikkeld met maatregelen die gemeenten kunnen inzetten om overlast en veiligheidsproblemen te voorkomen of aan te pakken.50 Voorbeelden van preventieve maatregelen zijn:  Organiseren van activiteiten en dagbesteding voor bewoners, zodat structuur in het dagelijks leven ontstaat en overlastgevend gedrag vanuit verveling wordt tegengegaan;  Inrichten van een lokale projectgroep met vertegenwoordigers uit de migratieketen, strafrechtketen en lokaal bestuur, gericht op samenwerking, uitwisseling en maatwerkoplossingen;  Vaststellen van duidelijke afspraken en werkprocessen voor het signaleren en aanpakken van incidenten en aanwijzen van een duidelijk aanspreekpunt vanuit de gemeente;  Instellen van een omwonendenoverleg om bewoners vanaf de start te betrekken.

Voor meer voorbeelden, zie: ministerie van J&V, Toolbox met maatregelen tegen overlastgevend en/of crimineel gedrag door asielzoekers (link) 50

30

Voorbeeld In Maastricht zet de gemeente, in samenwerking met het COA, een straatcoach in die proactief gesprekken voert met het COA, buurtbewoners, ondernemers en scholen. Wanneer er sprake is van (verwachte) overlast, neemt de straatcoach contact op met de politie. Dit draagt bij aan verbinding tussen de betrokken partijen, meer inzicht in de overlast en de veroorzakers ervan en helpt inzet van handhaving en politie te voorkomen.

Voorbeelden van repressieve maatregelen zijn:  Opleggen van een gebiedsverbod voor overlastgevers, waardoor zij voor een periode buiten een specifiek gebied moeten blijven;  Instellen van een samenscholingsverbod bij (dreigende) ongeregeldheden of een groep overlastplegers;  Inzetten van camera’s in de omgeving van het azc, bijvoorbeeld in winkels.

Voorbeeld In de gemeente Cranendonck kunnen overlastgevende azc-bewoners een gebiedsverbod van 24 uur krijgen, bijvoorbeeld wanneer zij een diefstal hebben gepleegd in een winkel in de buurt. De burgemeester kan dit gebiedsverbod op verzoek van de politie opleggen, op grond van de Algemene Plaatselijke Verordening (APV). Dit draagt bij aan meer rust voor buurtbewoners en lokale ondernemers.

4.5

Conclusie: wat betekent dit voor gemeente Epe? In gemeente Epe is beperkte ruimte voor extra ambtelijke inzet en druk op voorzieningen; dat maakt een regulier azc op het eerste gezicht een aantrekkelijke optie Gemeente Epe is een kleine gemeente met relatief beperkte ambtelijke capaciteit. Naast een noodopvanglocatie, heeft Epe verschillende opvanglocaties voor Oekraïense ontheemden. In gesprekken met de gemeente is naar voren gekomen dat met name de opvang van Oekraïense ontheemden al een aanzienlijk beroep doet op de gemeentelijke organisatie en op lokale voorzieningen, zoals de huisartsen. Daarnaast speelt mee dat de politie in Epe relatief weinig capaciteit heeft. Hierdoor wil de gemeente met een nieuwe opvangvoorziening de voorzieningen, de gemeentelijke organisatie en de politie zo min mogelijk extra belasten. Bij een regulier azc met minimaal 300 opvangplekken kan het COA de gemeente grotendeels ontzorgen bij de uitvoering van de opvanglocatie. Dat betekent dat deze optie naar verwachting de minste impact zal hebben op de capaciteit van de gemeente en de lokale voorzieningen. Tegelijkertijd zijn er ook redenen om te kiezen voor kleinschalige opvang Er zijn ook redenen om voor KSO te kiezen. Een kleinschalige opvanglocatie kan in de praktijk beter aansluiten bij de schaal van de gemeente en kan bijdragen aan lokaal draagvlak.

Bovendien spelen in de gemeente Epe ruimtelijke beperkingen. Een groot deel van gemeente bestaat uit natuur- en agrarisch gebied. De gemeente wordt omgeven door Natura 2000-gebieden, waardoor de beschikbare stikstofruimte beperkt is. Uit de zoektocht naar locaties voor de opvang van Oekraïense ontheemden is daarnaast gebleken dat er weinig geschikte bestaande locaties beschikbaar zijn.

31

Alhoewel locatieonderzoek nog plaats moet vinden, kan dit betekenen dat een grotere locatie lastiger in te passen is. De voor- en nadelen van een KSO hangen sterk af van de invulling en afspraken met het COA Kleinschalige opvang is in hoge mate maatwerk. Dit biedt kansen om de opvang beter aan te laten sluiten bij de lokale situatie, maar betekent ook dat de verdeling van taken tussen het COA en de gemeente minder vastligt dan bij een regulier azc. In de praktijk kan dit ertoe leiden dat de gemeente aanvullende taken op zich moet nemen, bijvoorbeeld op het gebied van begeleiding, participatie, zorg of veiligheid. Daarmee kan KSO mogelijk (te) veel vragen van de gemeentelijke organisatie en lokale voorzieningen. In hoeverre dat het geval is, hangt af van de afspraken die de gemeente met het COA kan maken. Zo hebben we gesproken met een vergelijkbare gemeente met een kleinschalige locatie (ca. 200 plekken), waar het COA de voorzieningen en het beheer grotendeels heeft weten te organiseren. Tegelijkertijd zijn kleinschalige locaties voor het COA financieel een stuk minder gunstig dan grote locaties vanwege de beperkte schaalvoordelen. Het COA geeft aan dat KSO hierdoor in de praktijk vaak niet van de grond komt. De haalbaarheid van KSO is dus sterk afhankelijk van de afspraken die met het COA gemaakt kunnen worden.

Duurzame gemeentelijke opvang (DGO) ligt minder voor de hand De variant duurzame gemeentelijke opvang vraagt, ongeacht de schaalgrootte, om een substantieel grotere rol van de gemeente in de exploitatie en organisatie van de opvang. Dit betekent dat de gemeente verantwoordelijk wordt voor een breed pakket aan taken, waaronder (delen van) begeleiding, dagbesteding, participatie en afstemming met zorg- en ketenpartners. Dit vraagt niet alleen om extra ambtelijke capaciteit, maar ook om specifieke expertise en organisatorisch vermogen. Op dit moment is het de vraag of de gemeente Epe hiervoor over voldoende capaciteit en uitvoeringskracht beschikt.

32

A.1

Bijlage: overzicht uitvoerende taken bij asielopvang Onderstaand overzicht biedt inzicht in de taken die het COA binnen de asielopvang heeft in de asielopvang en de verschuiving die plaatsvindt wanneer er sprake is van een DGO (of VGE)-variant. Het overzicht is gebaseerd op bestaande overzichten van het COA en het ministerie van Asiel en Migratie. Taak

(Verschuiving van) taken van het COA

Huisvesting Vastgoed verwerven en inrichten Bij DGO (en VGE) naar gemeenten Inventaris verwerven en onderhouden Bij DGO (en VGE) naar gemeenten Gas, water, energie verzorgen Bij DGO (en VGE) naar gemeenten Schoonmaak verzorgen Bij DGO (en VGE) naar gemeenten Beveiliging verzorgen Bij DGO (en VGE) naar gemeenten Catering verzorgen Bij DGO (en VGE) naar gemeenten Omgevingsmanagement verzorgen Bij DGO (en VGE) naar gemeenten Amv’s huisvesten Blijft altijd (voor een deel) bij COA Begeleiding Dagelijkse begeleiding verzorgen Bij DGO (en VGE) naar gemeenten Dagbesteding verzorgen Bij DGO (en VGE) naar gemeenten Activering en participatie verzorgen Bij DGO (en VGE) naar gemeenten (Vrijwilligers)werk coördineren Bij DGO (en VGE) naar gemeenten Toegang tot zorg ondersteunen Bij DGO (en VGE) naar gemeenten Psychosociale begeleiding verzorgen Bij DGO (en VGE) naar gemeenten Vervoer verzorgen Bij DGO (en VGE) naar gemeenten Meldplicht en inhuisregistratie verzorgen Bij DGO (en VGE) naar gemeenten Maatregelenbeleid verzorgen Alleen bij VGE naar gemeenten Voorinburgeringsprogramma verzorgen Bij DGO (en VGE) naar gemeenten Samenwerking met ketenpartners Bespreken casussen met ketenpartners Bij DGO (en VGE) naar gemeenten Melden incidenten Bij DGO (en VGE) naar gemeenten Registreren gegevens, casuïstiek, en incidenten Alleen bij VGE naar gemeenten Delen macrocijfers over asielopvang Alleen

bij VGE naar gemeenten Terugkeerbegeleiding met DT&V afstemmen Alleen bij VGE naar gemeenten Beëindigen opvang bij weigering terugkeer Alleen bij VGE naar gemeenten Toezicht en inspectie faciliteren Alleen bij VGE naar gemeenten (Over)plaatsing coördineren Blijft altijd (voor een deel) bij COA Verstrekkingen Onderwijs en kinderopvang verzorgen Bij DGO (en VGE) naar gemeenten Leef- en eetgeld (Rva) uitkeren Alleen bij VGE naar gemeenten Eigen bijdragen (Reba) innen Alleen bij VGE naar gemeenten Huisartsenzorg verzorgen Alleen bij VGE naar gemeenten WA- en zorgverzekering verstrekken Blijft altijd (voor een deel) bij COA Ondersteuning Beleidswijzigingen volgen en implementeren Alleen bij VGE naar gemeenten Opstellen en vertalen voorlichtingsinformatie Alleen bij VGE naar gemeenten Afhandelen bezwaar en beroep Alleen bij VGE naar gemeenten IV-systemen beheren Blijft altijd (voor een deel) bij COA

33

Onderstaande tabel licht de bijzonderheden per taak toe. Taak

Bijzonderheden

Huisvesting Vastgoed verwerven en inrichten Inventaris verwerven en onderhouden Gas, water, energie verzorgen Schoonmaak verzorgen Zowel personeel als materieel. Beveiliging verzorgen Zowel personeel als materieel. Catering verzorgen Niet wettelijk verplicht om te verstrekken, komt toch voor door de locaties zonder keuken. Omgevingsmanagement verzorgen Amv’s huisvesten Amv-locaties zijn uitgezonderd van VGE; amv kan soms wel op VGE geplaatst worden indien ouder dan 16. Begeleiding Dagelijkse begeleiding verzorgen Dagbesteding verzorgen Activering en participatie verzorgen (Vrijwilligers)werk coördineren Toegang tot zorg ondersteunen Asielzoekers voorzien van informatie en begeleiding richting zorgvoorzieningen. Psychosociale begeleiding Asielzoekers voorzien van GGZ. verzorgen Vervoer verzorgen Vervoer naar bijvoorbeeld ziekenhuizen, onderwijs, of afspraken met advocaat. Meldplicht en inhuisregistratie Merk op: meldplicht is een wettelijke taak van de politie, terwijl verzorgen inhuisregistratie wordt uitgevoerd met als doel om vast te stellen of een asielzoeker nog feitelijk gebruik maakt van de voorzieningen van de opvang. In de praktijk worden deze termen soms door elkaar heen gebruikt. Maatregelenbeleid verzorgen Maatregelenbeleid opstellen en uitvoeren.

Voorinburgeringsprogramma Naast praktische organisatie op locatie vereist dit ook verzorgen afstemming met SZW over eisen, lesmaterialen, en bekostiging. Deze afspraken maakt het COA bij DGO, maar zullen bij gemeenten mogelijk separaat plaatsvinden. Samenwerking met ketenpartners Bespreken casussen met Bijvoorbeeld afspraken met IND of DT&V faciliteren. ketenpartners Melden incidenten Incidenten moeten worden gemeld bij relevante partijen zoals politie en de gemeente. Registreren gegevens, casuïstiek, Veranderde gegevens over asielzoekers moeten worden en incidenten vastgelegd in de bvv. COA doet dit via IBIS. Delen macrocijfers over Delen macrocijfers met bijvoorbeeld het ministerie, WODC, CPB, asielopvang CBS, etc. Terugkeerbegeleiding met DT&V Bijvoorbeeld uitwisselen signalen die mogelijk inbewaringstelling afstemmen (IBS) noodzakelijk maken, faciliteren overdracht uitgeprocedeerde asielzoeker aan AVIM. Beëindigen opvang bij weigering Wanneer vrijwillig terugkeertraject wordt beëindigd wordt als terugkeer uiterst middel de asielzoeker verwijderd uit de opvang.

34

Toezicht en inspectie faciliteren (Over)plaatsing coördineren Verstrekkingen Onderwijs en kinderopvang verzorgen

Leef- en eetgeld (Rva) uitkeren Eigen bijdragen (Reba) innen Huisartsenzorg verzorgen WA- en zorgverzekering verstrekken Ondersteuning Beleidswijzigingen volgen en implementeren

Opstellen en vertalen voorlichtingsinformatie

Afhandelen bezwaar en beroep

IV-systemen beheren

De Inspectie J&V houdt toezicht op COA-locaties. COA blijft verantwoordelijk voor de plaatsing van asielzoekers. Gemeenten zijn altijd verantwoordelijk voor het organiseren van primair of voortgezet onderwijs voor leerplichtige asielzoekers op COA-locaties en ontvangen hiervoor vergoeding via de OHBAregeling, uitgevoerd door het COA. De bedragen en voorwaarden van leef- en eetgeld liggen vast in de Rva. De bedragen en voorwaarden van de eigen bijdrage liggen vast in de Reba. Organiseren aanwezigheid huisartsenzorg op locatie (COA werkt met GZA) of toegang tot reguliere huisartsen. Asielzoekers ontvangen WA- en zorgverzekering als onderdeel van het aanmeldingsproces in Ter Apel. Deze taak blijft dus bij het COA belegd. Beleidswijzigingen kunnen voortkomen uit bv. beleidsdepartementen, (Europese) jurisprudentie, ombudspersonen, wetenschappelijke instituten, medische organisaties, etc. Deze moeten worden verwerkt tot werkinstructies. COA heeft allerhande voorlichtingsmateriaal voor asielzoekers, bv. over zwemveiligheid, gevaren van de Nederlandse natuur, medische brochures, etc. Deze, evenals rechten-en plichtenformulieren, aanmeldformulieren, etc. vertaalt het COA in 10 talen. Denk hierbij aan beroep tegen opgelegde maatregelen of klachten rondom het handelen van medewerkers. Bij DGO is de gemeente alleen aansprakelijk voor klachten over de eigen medewerkers.

Het ligt voor de hand om hierbij gebruik te maken van COAsysteem IBIS.

35

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16969602/1