Bijlage 4 - Bijlage bij motivering Akoestisch onderzoek Parkweg 5 Epe
Tekst van het document
Parkweg 5, Epe Akoestisch onderzoek. Gemeente Epe
COLOFON Gegevens over het plan: Plannaam:
Parkweg 5, Epe
Datum:
3 juli 2025
Projectnummer Buro SRO:
03.10.19
Opdrachtgever:
Triada
Gegevens Buro SRO: Projectleider Buro SRO:
Roland Klinkenberg
Bezoekadres vestiging Arnhem:
Sweerts de Landasstraat 50, 6814 DG te Arnhem
Telefoon:
026 - 35 23 125
E-mail:
arnhem@buro-sro.nl
Internet:
www.buro-sro.nl
2
Inhoudsopgave Hoofdstuk 1
Inleiding
4
1.1
Doelstelling onderzoek
4
1.2
Projectbeschrijving en locatie
4
Hoofdstuk 2
Wettelijk kader
6
2.1
Omgevingswet
6
2.2
Geluidaandachtsgebieden
6
2.3
Meet- en rekenvoorschriften
7
2.4
Geluidgevoelige bebouwing
8
2.5
Standaard- en grenswaarden
8
2.6
Meerdere geluidbronsoorten: gezamenlijk en gecumuleerd
9
2.7
De binnenwaarden en geluidwering gevels
11
2.8
Gemeentelijk beleid
11
Hoofdstuk 3
Berekeningsmethodiek
12
3.1
Gebruikt rekenmodel
12
3.2
Onderzochte (spoor)wegen
12
3.3
Wegverkeergegevens invoer
12
3.4
Waarnemingspunten op de gevels
16
3.5
Gegevens omgeving
16
Hoofdstuk 4
Resultaten
18
Hoofdstuk 5
Maatregelen en conclusie
19
BIJLAGEN
20
Bijlage 1
Afdruk model
21
Bijlage 2
LAeq totaalresultaten
22
Bijlage 3
Lijst modeleigenschappen
23
Bijlage 4
Lijst van bodemgebieden
24
Bijlage 5
Lijst van gebouwen
25
Bijlage 6
Toetspunt met hoogste waarde
26
Bijlage 7
Lijst van toetspunten
27
Bijlage 8
Lijst van wegen
28
Bijlage 9
Lijst met rotondes
29
Bijlage 10
Tellingen Hoofdstraat 2024
30
3
Hoofdstuk 1 1.1
Inleiding
Doelstelling onderzoek
Ten behoeve van een project, zie hierna, is het op grond van de Omgevingswet nodig inzicht te hebben in de geluidbelasting van het (spoor)wegverkeer op de gevels van geluidgevoelige gebouwen. Voorliggende rapportage geeft inzicht in de bepalende onderdelen van de Omgevingswet, de gehanteerde uitgangspunten, rekenmethodiek, resultaten en conclusies en kan vervolgens gebruikt worden bij verdere besluitvorming.
1.2
Projectbeschrijving en locatie
Het plan behelst de verbouwing van een bestaand kantoorpand naar 25 appartementen. Onderstaande afbeelding geeft (met rood omlijnd) de ligging van het plan weer in de omgeving.
Ligging van het plan. (Bron: OpenStreetMap)
4
Onderstaande afbeelding geeft een impressie van het plan.
Stedenbouwkundig schetsplan / Plangebied. (Bron: Triada )
5
Hoofdstuk 2 2.1
Wettelijk kader
Omgevingswet
Binnen de Omgevingswet worden geluidgevoelige gebouwen (zoals bijvoorbeeld woningen en scholen) met betrekking tot de geluidbronsoorten wegverkeerslawaai, spoorverkeerslawaai en industrielawaai beschermd. De Omgevingswet bevat via het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) een systematiek met waarden en voorwaarden waarbinnen het bevoegd gezag de aanvaardbaarheid van geluid beoordeelt. De systematiek bestaat uit standaardwaarden en grenswaarden voor het geluid op de gevels van gebouwen met daarin geluidgevoelige functies. Per geluidbronsoort dient de berekende geluidbelasting1 te worden getoetst aan de standaard- en grenswaarden waarbij volgens het Bkl toekomstige ontwikkelingen ook betrokken moeten worden. De belangrijkste aspecten omtrent geluid in de Omgevingswet zijn: •
Geluidaandachtsgebieden.
•
Meet- en rekenvoorschriften.
•
Geluidgevoelige bebouwing.
•
Standaard- en grenswaarden.
•
Meerdere geluidbronnen (gezamenlijk en gecumuleerd).
•
De binnenwaarde en geluidwering van gevels.
Deze aspecten worden in de volgende paragrafen kort toegelicht.
2.2
Geluidaandachtsgebieden
Geluidregels voor wegen en spoorwegen (en industrieterreinen) zijn van toepassing voor het toelaten van geluidgevoelige functies (zoals woningen) in een geluidaandachtsgebied. Met het geluidaandachtsgebied wordt een koppeling gelegd tussen de geluidbron en de geluidgevoelige functies. Een geluidaandachtsgebied is een gebied met een bepaalde breedte langs een auto- en spoorweg (en industrieterreinen met geluidproductieplafonds als omgevingswaarden). Hierbinnen kan het geluid hoger kan zijn dan de standaardwaarde en gelden de regels cf. Bkl bijlage I, art. 1.1. Buiten geluidaandachtsgebieden gelden deze regels niet. Het Bkl geeft ook regels voor geluid voor verkeer op verharde gemeentewegen en wegen waar het waterschap beheerder is. Als de weg een intensiteit heeft > 1.000 motorvoertuigen per etmaal (mvt/etm, als kalenderjaargemiddelde) is par. 5.1.4.2a Bkl2 van toepassing en moet deze weg meegenomen worden in het onderzoek (en als het aantal motorvoertuigen onder dit aantal is gelegen kan
1 De geluidbelasting moet, zolang nog geen aandachtsgebied is vastgesteld (zie paragraaf 2.2), worden bepaald in het maat-
gevend prognosejaar dat is vastgesteld op (minimaal) 10 jaar na onderzoek. 2 Bij bestuurlijke afspraak is aangegeven dat deze grens geldt voor wegen vanaf 2.500 mvt/etmaal. Deze wijziging moet echter nog aangepast worden in het Bkl.
6
afgezien worden van onderzoek). Als één weg een hogere intensiteit heeft en (rekenkundig) onderzoek plaats vindt dan dienen ook de wegen met een lagere intensiteit betrokken te worden. Gpp en bge Het bevoegd gezag neemt de geluidaandachtsgebieden op in een Centrale Voorziening Geluidsgegevens (CVGG). Het bevoegd gezag is verantwoordelijk voor het uploaden van de gegevens en de vaststelling van de onderliggende besluiten. Het CVGG zelf wordt beheert door het RIVM. Ook kunnen geluidproductieplafonds (gpp) worden vastgesteld. Het gpp is de maximaal toegelaten hoeveelheid geluid op een referentiepunt nabij een geluidbron (= een bepaalde maximale waarde op een bepaalde afstand). Voor snel- en spoorwegen bestaande deze gpp overal al, voor andere wegen kan dat al zo zijn maar het kan ook nog later volgen. Daartoe geldt een overgangsperiode, zie hierna. Voor gemeente- (en waterschap)wegen geldt een soortgelijke aanpak waarbij bronspecifieke besluiten worden genomen: de basisgeluidemissie (bge). Dit dient te geschieden voor wegen met meer dan 4.500 motorvoertuigen (mvt). Voor wegen met 1.000 mvt en meer, later op te hogen tot 2.500, zie de voetnoot op de vorige bladzijde, geldt dat dit vanaf 1 januari 2026 moet. Overgangsperiode Provinciale wegen waarvoor géén geluidproductieplafond is vastgesteld zijn dient ten gevolge niet in het CVGG opgenomen. Hier geldt de Wet geluidhinder nog cf.
de aanvullingswet geluid Omgevingswet, art. 3.5, overgangsrecht wegen Wgh. Voor gemeente- en waterschapswegen waar geen bge voor wordt vastgesteld kan wel gewerkt worden volgens de Omgevingswet. Voor die lokale (spoor)wegen (niet zijnde een erf in de zin van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990) waarvoor geldt dat de gegevens nog niet in de CVGG opgenomen geldt ook een overgangssituatie. Hiervoor gelden vaste afstanden cf. art. 17.5 Omgevingsregeling welke in onderstaande tabel staan. Geluidaandachtsgebied
Breedte
(gemeenteweg, lokale spoorweg en waterschapsweg)
(meter)
Weg bestaande uit 1 of 2 rijstroken, snelheid < 30 km/uur
100
Weg bestaande uit 1 of 2 rijstroken, snelheid > 30 km/uur
200
Weg bestaande uit 3 of meer rijstroken
350
Lokale spoorweg bestaande uit 1 of 2 sporen
200
Lokale spoorweg bestaande uit 3 of meer sporen
350
Breedte geluidaandachtsgebieden gerekend vanaf rand weg of buitenste spoorstaaf (cf. art. 17.5 uit Omgevingsregeling; overgangsrecht).
2.3
Meet- en rekenvoorschriften
Aan de hand van de bekende omgevingskenmerken en de verkeersintensiteiten kan de geluidbelasting worden berekend. Om te bepalen wat de waarde van het geluid op de gevels van geluidgevoelige
7
gebouwen is, dient het onderzoek opgezet te worden volgens een gedefinieerde werkwijze voor het modellering- en rekenwerk. Deze werkwijze is vastgelegd in de volgende bijlagen uit de Omgevingsregeling: •
Bijlage IV E meet- en rekenmethode geluid wegen (versie 2012).
•
Bijlage IV F meet- en rekenmethode geluid spoorwegen (versie 2012).
Het onderzoek waar in dit rapport verslag van is gedaan is opgezet op basis van deze bijlagen.
2.4
Geluidgevoelige bebouwing
Het Bkl bepaalt welke functies die in gebouwen worden toegelaten geluidgevoelig zijn. Onder geluidgevoelige gebouwen worden verstaan gebouwen met de functie: •
Wonen, waaronder ook verzorgingshuizen, woonwagens en woonschepen.
•
Onderwijs.
•
Kinderopvang, indien er bedden zijn.
•
Gezondheidszorg, indien er bedden zijn.
Bij het toelaten van een geluidgevoelig gebouw in een geluidaandachtsgebied gelden instructieregels cf. Bkl, par. 5.1.4.2a.4 met waarden en eisen voor de beoordeling.
2.5
Standaard- en grenswaarden
Het Bkl stelt standaardwaarden vast voor geluidsniveaus afkomstig van alle verschillende bronsoorten op een geluidgevoelig gebouw. Het bereik van de waarden die bij het vaststellen van gpp’s (geluidproductieplafonds) voor de geluidbronsoorten gelden, zijn gelegen tussen de standaard- en grenswaarde als weergegeven in onderstaande tabel. Geluidbronsoort
Standaardwaarde (SW)
Grenswaarde (GW)
(Lden)
(Lden)
Rijks- en provinciale wegen
50
60*
Waterschaps- en gemeentewegen
53
70
Hoofd- en lokale spoorwegen
55
65
Standaard- en grenswaarden in dB(A) cf. Bkl. *: In de bebouwde kom + 5 dB(A). Via maatwerk in het gpp kan het 5 dB(A) hoger zijn.
Belasting onder standaardwaarde Als het geluid op een geluidgevoelig gebouw voldoet aan de standaardwaarde, is het geluid in ieder geval aanvaardbaar en de kans op gezondheidsschade klein. Een gemeente kán overigens naar een lagere waarde dan de grenswaarde streven.
8
Belasting boven standaardwaarde Het bevoegd gezag mag meer geluid dan de standaardwaarde als aanvaardbaar beoordelen. Bij meer geluid dan de standaardwaarde kunnen aanvullende voorwaarden van toepassing zijn. Hierop wordt verderop ingegaan in paragraaf 2.8 ‘Gemeentelijk beleid’. Belasting boven de grenswaarde Bij overschrijding van de grenswaarden is een ruimtelijke ontwikkeling in beginsel doorgaans niet toegestaan. In vier situaties kan onder voorwaarden een geluidbelasting hóger dan de grenswaarde toch worden toegestaan: •
Vervangende nieuwbouw (art. 5.78v Bkl).
•
Functiewijziging naar geluidgevoelig gebouw (art. 5.78v Bkl).
•
Zeehaven gebonden activiteit (art. 5.78w Bkl).
•
Niet geluidgevoelige gevel met bouwkundige maatregelen -dove gevel- (artikel 5.55, lid 2, onder b Bkl, artikel 5.78i, lid 2 Bkl, artikel 5.78ae, lid 2, onder c Bkl, artikel 5.78ah, lid 2 Bkl en artikel 3.18, lid 3, onder b Bkl).
2.6
Meerdere geluidbronsoorten: gezamenlijk en gecumuleerd
Bij het bepalen van (het effect van) een bepaalde geluidbelasting op een geluidgevoelig gebouw dienen alle relevante geluidbronsoorten onderzocht te worden. Denk aan alle (relevante) wegen, spoorwegen maar ook industrieterreinen met een gpp (geluidproductieplafond), luchtvaart, windturbines en -parken, buitenschietbanen en militaire springterreinen. Omschrijving en doel gezamenlijk geluid Onder de Omgevingswet is het gezamenlijk geluid op de gevel het uitgangspunt. Het gezamenlijk geluid wordt gebruikt om het binnenniveau in een geluidgevoelig gebouw te beoordelen en om de benodigde eisen aan de geluidwering van de gevel van dat gebouw te bepalen. Het gezamenlijk geluid is het ongewogen opgetelde geluid van de verschillende relevante geluidbronsoorten en eventuele andere geluidbronnen, dus zónder correcties van de variatie in hinderlijkheid van de verschillende soorten geluid. Betreffende geluidbronsoorten zijn dezelfde geluidsbronnen (zoals wegen en sporen) als waarvoor het gecumuleerde geluid (zie verderop) wordt bepaald. Omschrijving en doel gecumuleerd geluid Het gecumuleerd geluid op de gevel is het geluid van verschillende geluidbronnen tezamen. Het gaat hierbij om het geluid van de geluidbronsoorten wegen, spoorwegen, industrieterreinen, windturbines en schietbanen (luchtvaart wordt later toegevoegd).
Bij de berekening van het geluid tezamen wordt rekening gehouden met, en gecorrigeerd voor, de verschillen in hinderlijkheid van verschillende geluidbronsoorten en de gevolgen voor de gezondheid van bewoners en het milieu. Het gecumuleerde geluid moet berekend worden als de standaardwaarde van één of meer geluidbronsoorten overschreden wordt. Het berekende gecumuleerde geluid wordt níet getoetst aan het normenkader (de normen en eisen uit het Bkl): er is géén wettelijke norm. De aanvaarbaarheid van het gecumuleerd geluid (de beoordeling in welke mate het verantwoord is de afwegingsruimte boven de standaardwaarde te 9
benutten) is onderdeel van een integrale afweging. Daarbij worden ook andere aspecten zoals (andere) milieuaspecten, volkshuisvesting, economie en andere ruimtelijke aspecten in ogenschouw genomen. De wijze waarop deze afweging plaats vindt is vrij; er is geen wettelijk norm. Deze afweging kan op basis van beleid gemaakt worden als ook casuïstisch. Rekenformules verschillende geluidbronnen Voor het berekenen van gecumuleerde geluid wordt rekening gehouden met verschillen in hinderlijkheid van de verschillende geluidbronnen, maar dit gebeurt niet voor het gezamenlijk geluid. De verschillende geluidbronnen en de omrekenfactoren zijn weergegeven in onderstaande tabel. Geluidbron
Geluid zonder correctie hinderlijkheid Gebruikt voor gezamenlijk geluid
Geluid met correctie hinderlijkheid Gebruikt voor gecumuleerd geluid
Formule
Wegverkeer
LVL
(Lden)
L*VL
L*VL = 1,00 x LVL + 0,00
Spoorverkeer
LRL
(Lden)
L*RL
L*RL = 0,0192 x LRL2-1,3715 x LRL + 65,05
Industrieterrein
LIL
(Lden)
L*IL
L*IL = 0,0146 x LIL2 - 0,5802 x LIL +45,024
Windturbines
LWT
(Lden)
L*WT
L*WT = 0,0388 x LWT2 - 2,063 x LWT + 67,673
Schietbanen
LSG
(Bs,dan)
L*SG
L*SG = 1,00 x LSG + 0,00
Luchtvaart*
LLL
(Lden)
L*LL
L*LL = -0,0095 x LLL2 + 2,165 x LLL - 17,489
*De berekening van het luchtvaartgeluid gecorrigeerd voor hinder is pas van kracht vanaf een bij ministerieel besluit te bepalen tijdstip.
Het gezamenlijke en gecumuleerde geluid worden vervolgens berekend volgens: Gezamenlijk geluid:
Gecumuleerd geluid: Toetsingskader meerdere geluidbronnen De toetsingswaarden zijn beschreven in paragraaf 2.5. De toetsingswaarden zijn beschreven in paragraaf 2.5. Geluid onder de standaardwaarde wordt doorgaans aanvaardbaar gevonden. Een afweging van maatregelen is dan niet nodig (tenzij de gemeente bepaalt dat de waarde tóch lager moet zijn). Als het geluid tussen standaardwaarde en grenswaarde ligt, heeft het bevoegd gezag bestuurlijke afwegingsruimte. Dan kan worden afgestemd op lokale omstandigheden en kan er worden gekoppeld aan een evenwichtige toedeling van functies aan specifieke locaties. Geluid boven de grenswaarde is in beginsel niet toelaatbaar. Onder de Omgevingswet moeten afwegingen over de aanvaardbaarheid worden gemaakt en vastgelegd in hetzelfde besluit als andere besluiten die moeten worden genomen om het (bouw)plan
10
mogelijk te maken, dit is dan één omgevingsbesluit. De afwijkende waarden worden opgenomen in het besluit in de vorm van geluidregels. Onder de Omgevingswet moet er o.a. met de volgende zaken rekening gehouden worden: •
Een geluidluwe gevel moet worden betrokken of er moet rekening mee gehouden worden.
•
Er moet aan het totaal van iedere geluidbronsoort getoetst worden.
•
De toets voor de binnenwaarde is met alle geluidbronsoorten bij elkaar opgeteld (cumulatief).
•
De niet geluidgevoelige gevels (dove gevel) moeten extra geluid geïsoleerd worden.
•
De flexibiliteit tot afwijken boven de grenswaarde is gelimiteerd tot maximaal 5 dB.
2.7
De binnenwaarden en geluidwering gevels
Onder de Omgevingswet is het gezamenlijk geluid van de verschillende geluidbronnen op de gevel het uitgangspunt. De geluidsbelasting binnen woningen en andere verblijfsruimten mag de maximaal toelaatbare binnenwaarde van 33 dB niet overschrijden. Het Bbl stelt eisen aan de geluidwering om geluidhinder binnen een woning te voorkomen. Volgens het Bbl art. 4.102 (bescherming van geluid van buiten) en Bbl art. 4.103 (bescherming tegen weg-, spoorweg- of industriegeluid of geluid van activiteiten in nieuwbouwsituaties) heeft een uitwendige scheidingsconstructie van een verblijfsgebied een karakteristieke geluidwering (GA;k) van tenminste 20 dB. Dit volgens NEN 5077.
2.8
Gemeentelijk beleid
Indien de geluidbelasting op (de gevel van) een gevoelige functie voor een bepaalde geluidbronsoort hoger is dan de standaardwaarde dient een afweging te worden gemaakt. Daartoe kan een gemeente beleid maken en dat in de finale afweging over het plan betrekken. In algemene zin worden onderstaande aspecten dan mede betrokken: •
Er kunnen geen maatregelen getroffen worden om aan standaardwaarde te voldoen, of daar in elk geval dichterbij te komen.
•
Overschrijding van de standaardwaarde wordt zoveel mogelijk beperkt.
•
Het gecumuleerd geluid en het gezamenlijk geluid zijn aanvaardbaar.
•
De maatregelen zijn financieel doelmatig en er zijn geen bezwaren van stedenbouw, verkeerskunde, vervoerskunde, landschap, techniek. Hieruit blijkt dat de finale bestuurlijke afweging breed is, breder dan alleen het (effect van) geluid).
Bij belastingen boven de standaardwaarde wordt bij omgevingsvergunningverlening in elk geval getoetst aan de benodigde geluidwering cf. artikel 4.103 van de Bbl i.r.t. de binnenwaarde. Andere aspecten zoals de berekende belasting, aanwezigheid van geluidluwere buitenruimte of de indeling van woningen volgen uit het gemeentelijk beleid. In hoofdstuk 5 wordt ingegaan op het gemeentelijke beleid en, als dat er is, wordt er aan getoetst.
11
Hoofdstuk 3 3.1
Berekeningsmethodiek
Gebruikt rekenmodel
Er is gebruik gemaakt van het rekenmodel ‘Geomilieu v2024’. Deze versie ondersteunt volledig het Informatiemodel 3.1.0 voor gegevensuitwisseling met de Centrale Voorziening Geluidgegevens (CVGG). Geomilieu rekent conform voorschriften uit de Omgevingsregeling (zie paragraaf 2.3: Meeten rekenvoorschriften).
3.2
Onderzochte (spoor)wegen
In onderstaande afbeelding is het onderzoeksgebied weergegeven met daarbij de in dit onderzoek betrokken (spoor)wegen. Het plan valt buiten het geluidaandachtsgebied van de A50 en de provinciale wegen N309 (Tongerenseweg) en N794 (Heerderweg).
Ligging van de geluid aandachtgebieden en het plan/project (Bron: CVGG-geluidregister)
3.3
Wegverkeergegevens invoer
Hierna wordt verslag gedaan van de verkeergegevens van de hiervoor benoemde (spoor)wegen welke in dit onderzoek zijn doorgerekend. Deze gegevens zijn doorgerekend voor de situatie zoals die over 10 jaar na het opstellen van dit rapport wordt verwacht. In dit onderzoek zijn de gegevens rekenkundig vastgesteld voor het jaar 2035.
12
Wegverkeer Voor de uit te voeren berekeningen van wegverkeer zijn voor het rekenmodel Geomilieu de volgende gegevens nodig: •
Uurintensiteiten van de diverse categorieën van het verkeer.
•
Verkeerssnelheden.
•
De situering van het project ten opzichte van de omringende wegen en bebouwing.
•
Type wegdek.
•
De invloed van de bodem op de geluidoverdracht.
Onderstaand is verslag te vinden van de betrokken wegen en gegevens. Gemeentewegen De wegverkeergegevens van de gemeentelijke wegen zijn afkomstig van de gemeente Epe en bestaan uit tellingen uit het jaar 2024. We hebben de verkeersgegevens doorgerekend naar het maatgevend prognosejaar door uit te gaan van 1% autonome groei per jaar. Daar waar tellingen ontbreken wordt gebruikt gemaakt van een standaardverdeling of een inschatting op basis van vergelijkbare wegen waar wel gegevens voor beschikbaar zijn. Voor de wegen die meegenomen zijn in de Geomilieu berekening waren ten tijde van het onderzoek geen gegevens beschikbaar en is een inschatting gemaakt op basis van de tellingen voor het jaar 2024, voor het wegsegment Hoofdstraat tussen de Enkweg en Asseltseweg (zie bijlage 10). Dit wegsegment bestaat uit een tweebaansweg waarop de ‘ring’ rondom het centrum van Epe aansluiting vind. De volgende wegen vormen onderdeel van deze ‘ring’ en zijn meegenomen in het onderzoek : •
Quickbornlaan
•
Hoofdweg
•
Prinses Julianalaan
•
Sint Antonieweg
Verder zijn nog meegenomen in dit onderzoek de Parkweg en de Dwarsweg.
13
Etmaalintensiteiten in onderstaande tabel zijn beide richtingen bij elkaar opgeteld. Wegvakken Omschrijving
Quickbornlaan
Hoofdstraat
Etmaalintensiteit jaar 2024
4000
4000
Etmaalintensiteit jaar 2035
4462
4462
Daguurintensiteit (%)
6,95
6,95
Avonduurintensiteit (%)
3,25
3,25
Nachtuurintensiteit (%)
0,45
0,45
Perc. lichte mvt (%)
97,00
97,00
Perc. m. zware mvt (%)
1,75
1,75
Perc. zware mvt (%)
1,25
1,25
Rijsnelheid (km/uur)
50
50
Type wegdek
W1, ref. wegdek
W1, ref. wegdek
Geregelde kruising binnen 150 m.
nee
nee
Rotonde binnen 150 m.
ja
ja
Obstakel binnen 100 m.
nee
nee
Tabel: Overzicht weg- en verkeergegevens:
Wegvakken Omschrijving
Prinses Julianalaan
Sint Antonieweg
Etmaalintensiteit jaar 2024
4000
4000
Etmaalintensiteit jaar 2035
4462
4462
Daguurintensiteit (%)
6,95
6,95
Avonduurintensiteit (%)
3,25
3,25
Nachtuurintensiteit (%)
0,45
0,45
Perc. lichte mvt (%)
97,00
97,00
Perc. m. zware mvt (%)
1,75
1,75
Perc. zware mvt (%)
1,25
1,25
Rijsnelheid (km/uur)
50
50
Type wegdek
W1, ref. wegdek
W1, ref. wegdek
Geregelde kruising binnen 150 m.
nee
Nee
Rotonde binnen 150 m.
Nee
Nee
Obstakel binnen 100 m.
Nee
nee
Tabel: Overzicht weg- en verkeergegevens:
14
Wegvakken Omschrijving
Dwarsweg
Parkweg (eenrichtingsver-
Parkweg (tweerichtingsver-
Etmaalintensiteit jaar 2024
1000
keer)
keer)
1000
2000
Etmaalintensiteit jaar 2035
1115
1115
2231
Daguurintensiteit (%)
6,95
6,95
6,95
Avonduurintensiteit (%)
3,25
3,25
3,25
Nachtuurintensiteit (%)
0,45
0,45
0,45
Perc. lichte mvt (%)
97,00
97,00
97,00
Perc. m. zware mvt (%)
1,75
1,75
1,75
Perc. zware mvt (%)
1,25
1,25
1,25
Rijsnelheid (km/uur)
30
30
30
Type wegdek
W1, ref. wegdek
W1, ref. wegdek
W1, ref. wegdek
Geregelde kruising binnen 150
Nee
Nee
Nee
Rotonde binnen 150 m.
Nee
Ne
Ne
Obstakel binnen 100 m.
Nee
Nee
nee
m.
Tabel: Overzicht weg- en verkeergegevens:
15
3.4
Waarnemingspunten op de gevels
De waarde van geluid op de gevel is afhankelijk van de plek waar de waarde wordt bepaald. In de Omgevingsregeling staan daartoe instructieregels waar op de gevel het geluid moet worden bepaald (artikel 3.2 en 8.21 Omgevingsregeling). Dat moet op één of meerdere punten op de gevel waar het geluid representatief is en dat zowel in horizontale als verticale richting en op tweederde van de hoogte van een bouwlaag. De geluidbelasting op het plan is bepaald op 10 punten (in horizontale richting) verspreid over het gebouw. De hoogte van de toetspunten is gekozen op iedere verdiepingshoogte: dat is in dit plan op 2, 5 en 8 meter. De toetspunten staan in onderstaande tekening.
Toetspunten op de gevels (Bron Geomilieu, zie ook bijlage 1)
3.5
Gegevens omgeving
Bodemgebied Voor de bodemgebieden is gerekend met hardheidsfactoren. In dit geval is met ‘standaard’ factoren gerekend. De wegvlakken zijn ingevoerd met een bodemfactor 0,0 (akoestisch hard, zie bijlage 4) en
16
voor de bodem in het gebied is een factor van 0,5 gebruikt wat representatief is voor half harde grond. Op onderstaande tekening staan de bodemgebieden weergegeven.
Bron: Geomilieu
Terreinhoogte Voor de hoogtes van het maaiveld is standaard ‘0’ ingevoerd voor de berekening. We gaan hierbij uit van een vlak gebied. Gebouwen in omgeving Voor de berekening is rekening gehouden met de gebouwen in de omgeving. Deze gebouwen staan ook weergegeven op bovenstaande tekening en in bijlage 5.
17
Hoofdstuk 4
Resultaten
Het berekende gezamenlijke geluid van de betrokken wegen op de gevel is ten hoogste 47 dB. De resultaten zijn weergegeven in onderstaande tekening (en bijlage 2).
Uitsnede tekening uit bijlage 1 (Bron: Geomilieu)
Gezamenlijk en gecumuleerd geluid Het gecumuleerd geluid op de gevel moet beoordeeld worden als het geluid van een geluidbronsoort op de gevel hoger is dan de standaardwaarde én toeneemt ten opzichte van het geluid behorende bij de bestaande situatie. Het geluid behorende bij een bestaande situatie is: •
bij een geluidbronsoort met een geluidproductieplafond: het geluid op de gevel behorend bij de volledige benutting van het bestaande geluidproductieplafond (artikel 3.34 Bkl).
•
bij een geluidbronsoort zonder een geluidproductieplafond: het geluid op de gevel op het tijdstip van de wijziging van het omgevingsplan (artikel 5.78m Bkl).
In dit casus is alleen sprake van geluid van het wegverkeer (LVL) waardoor cumulatie niet aanwezig is.
18
Hoofdstuk 5
Maatregelen en conclusie
De hoogste belasting van het gezamenlijke geluid is lager dan de standaardwaarde van 53 dB. Hieruit volgt dat het geluid van het verkeer ter plekke in elk geval aanvaardbaar is. Verdere aandacht voor geluid is voor dit plan niet nodig. Specifieke maatregelen zoals bijvoorbeeld een grotere afstand tot de weg, stiller wegdek, geluidafscherming behoeven niet bekeken te worden. Ook aandacht -al dan niet naar aanleiding van gemeentelijke beleid- naar de indeling van woning of de buitenruimte is niet nodig en de uitwendige scheidingsconstructie i.r.t. de binnenwaarde vraagt ook geen verdere aandacht. Voorliggend plan voldoet voor wat betreft het aspect geluid aan evenwichtige toedeling van functies aan locaties.
19
BIJLAGEN
20
Bijlage 1
Afdruk model
21
Bijlage 2
22
LAeq totaalresultaten
Bijlage 3
Lijst modeleigenschappen
23
Bijlage 4
24
Lijst van bodemgebieden
Bijlage 5
Lijst van gebouwen
25
Bijlage 6
26
Toetspunt met hoogste waarde
Bijlage 7
Lijst van toetspunten
27
Bijlage 8
28
Lijst van wegen
Bijlage 9
Lijst met rotondes
29
Bijlage 10 Tellingen Hoofdstraat 2024
30
31