CConstaterende datEpe
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 - Rapport evaluatie Regio Stedendriehoek

Gemeenteraad 29 januari 2026, gemeente EpeBij agendapunt: Vaststelling lijst ingekomen stukken d.d. 29 januari 202616.615 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Niet gevonden in dit document.

RAPPORT

Evaluatie Regio Stedendriehoek In opdracht van de Regio Stedendriehoek

Jop de Graaff en Carmen Hendriks

20 november 2025

Inhoudsopgave 1. 1.1. 1.2. 1.3. 1.4.

2. 2.1. 2.2.

3. 3.1. 3.2. 3.3.

4. 4.1. 4.2. 4.3.

5. 5.1. 5.2. 5.3.

Inleiding Achtergrond Aanpak Kenmerken respondenten Leeswijzer

Samenvatting Conclusie Doorwerking aanbevelingen

Algemene beelden Raads(adviescommissie)leden DB en AB, werkgroepen, Strategisch Team, P-beraden en het GSO Conclusie

Aanbeveling 1: Regioverhaal Raads(adviescommissie)leden DB en AB, werkgroepen, Strategisch Team, P-beraden en het GSO Conclusie

Aanbeveling 2: Raadsadviescommissie Raads(adviescommissie)leden DB en AB, werkgroepen, Strategisch Team, P-beraden en het GSO Conclusie

4 4 5 6 8

9 9 9

11 11 14 15

16 17 18 20

21 22 27 29

6. Aanbeveling 3: Programmatische sturing, verbinding en functioneren gremia 30 6.1. 6.2. 6.3. 6.4. 6.5.

7.

DB en AB, werkgroepen, Strategisch Team, P-beraden en het GSO DB en AB P-beraden, werkgroepen en Strategisch Team Gemeentesecretarissenoverleg Conclusie

Aanbeveling 4: Betrekken van ondernemers

31 34 34 36 36

38

2 / 46

7.1. 7.2.

8. 8.1. 8.2. 8.3.

9. 9.1. 9.2.

DB en AB, werkgroepen, Strategisch Team, P-beraden en het GSO Conclusie

Aanbeveling 5: Resultaten en meerwaarde Raads(adviescommissie)leden DB en AB, werkgroepen, Strategisch Team, P-beraden en het GSO Conclusie

Aanbeveling 6: Opvolging aanbevelingen Raads(adviescommissie)leden Conclusie

38 39

40 40 43 43

44 44 45

3 / 46

1. Inleiding 1.1.

Achtergrond

De gezamenlijke rekenkamers in de regio hebben in 2023 onderzoek gedaan naar de Regio Stedendriehoek. Daarin zijn de volgende aanbevelingen geformuleerd voor de raden en colleges van de deelnemende gemeenten: 1. Geef als raad opdracht aan het college om – in samenwerking met de andere colleges – vorm te geven aan het regioverhaal. 2. Ga als raad de samenwerking aan met andere raden om te zorgen dat de raadsadviescommissie de goede vorm krijgt. 3. Geef als raad opdracht aan het college om – in samenwerking met de andere colleges – de programmatische sturing door te ontwikkelen. Borg daarbij dat de werkorganisatie niet te veel op afstand komt te staan van de ambtelijke organisaties van de gemeenten. 4. Geef als raad opdracht aan het college om – in samenwerking met de andere colleges – te werken aan het betrekken van ondernemers bij de samenwerking. 5. Geef als raad opdracht aan het college om – in samenwerking met de andere colleges – resultaten en meerwaarde voelbaar en zichtbaar te maken en uit te dragen. 6. Geef als raad opdracht aan het college om – in samenwerking met de andere colleges – een plan van aanpak te maken voor het opvolgen van de aanbevelingen en hierover periodiek terug te koppelen. Op basis van deze aanbevelingen heeft het (toenmalige) dagelijks bestuur in het voorjaar 2024 een plan van aanpak vastgesteld ter uitvoering van aanbevelingen.

Vierjaarlijkse evaluatie In de gemeenschappelijke regeling is vastgelegd dat het algemeen bestuur tenminste één keer per vier jaar de regeling evalueert. De evaluatie vindt plaats uiterlijk aan het einde van het kalenderjaar voorafgaand aan het kalenderjaar waarin de raadsverkiezingen plaatsvinden, dus in 2025. Het algemeen bestuur bepaalt de omvang, inhoud en werkwijze van de evaluatie. Aangezien de gewijzigde gemeenschappelijke regeling recent is gestart (juli 2024) en het gezamenlijke rekenkameronderzoek in 2023 is uitgevoerd, wordt er geen uitgebreide evaluatie uitgevoerd. Gefocust wordt op de Uitvoeringsagenda, de doelstellingen van de wijziging, het naar boven halen van eventuele ‘weeffouten’ in de afspraken die zijn gemaakt en de uitvoering van de aanbevelingen van het rapport van de gezamenlijke rekenkamers. Een deel van de evaluatie vindt plaats door intern onderzoek en een deel van de evaluatie wordt via twee enquêtes onder betrokkenen uitgevoerd. Dit rapport bevat het tweede deel van de evaluatie. Deze evaluatie vindt relatief kort plaats nadat het plan van aanpak is vastgesteld (voorjaar 2024). Context a. Stand van zaken uitvoering Uitvoeringsagenda 2023 – 2030 In 2023 is de uitvoering van de Uitvoeringsagenda 2023 – 2030 gestart. De Regio is daarmee nu op een derde van de

4 / 46

Uitvoering. Er wordt onderzocht of de Regio op koers is en waar bij gestuurd zou moeten worden. Dit onderzoek loopt momenteel en maakt geen onderdeel uit van deze evaluatie. b. Functioneren adviescommissies Met de nieuwe gemeenschappelijke regeling zijn adviescommissies ingesteld, met elk hun eigen rol en verantwoordelijkheid. Het gaat daarbij om de Economic Board, raadsadviescommissie, programmaberaden en gemeentesecretarissenoverleg. In het najaar 2024 heeft er een tussentijdse evaluatie plaatsgevonden van de (toenmalige) Strategische Board. In 2025 heeft dit geleid tot de doorontwikkeling naar een Economic Board die momenteel verder vorm en inhoud krijgt. Dit maakt daarom ook geen onderdeel uit van dit deel van de evaluatie.

1.2.

Aanpak

De aanpak van dit onderzoek bestaat uit twee fasen: Fase 1a: In fase 1a is een digitale enquête opgezet en uitgevoerd onder de raadsleden van de deelnemende gemeenten. • Deze enquête gaat in op de aanbevelingen uit het Evaluatierapport Regio Stedendriehoek 2023, met name aanbeveling 2 en 6 (raadsadviescommissie) en aanbeveling 5 (informatievoorziening). • Daarnaast bevat deze enquête vragen over het algemene gevoel bij de regionale samenwerking (vertrouwen, invloed, communicatie, etc.). • De enquête is opgesteld in overleg met een aantal leden van de raadsadviescommissie. Fase 1b: In fase 1b is een digitale enquête opgesteld en uitgevoerd, gericht op de evaluatie van de werkgroepen, strategisch team, p-beraden en het gemeentesecretarissenoverleg. Deze enquête is uitgezet onder leden van het DB en AB, de werkgroepen, het Strategisch Team, de P-beraden en het gemeentesecretarissenoverleg. • Deze enquête gaat in op aanbevelingen uit het Evaluatierapport Regio Stedendriehoek 2023, met name aanbeveling 3 (doorontwikkeling programmatische sturing). • Daarnaast bevat deze enquête vragen over het algemene gevoel bij het functioneren van de gremia (betrokkenheid bij en effectiviteit gremia). Fase 2: In deze fase zijn de resultaten van de enquêtes geanalyseerd en verwerkt in dit rapport.

5 / 46

1.3.

Kenmerken respondenten

In deze paragraaf staan voor beide enquêtes de kenmerken van de respondenten opgenomen. De enquête voor raadsleden is 42 keer ingevuld. De enquête voor het DB en AB, de werkgroepen, het Strategisch Team, de P-beraden en het GSO is 56 keer ingevuld. De kenmerken van de respondenten laten zien dat een beperkt deel van de totale populatie aan raadsleden en ambtelijk en bestuurlijk betrokkenen de enquêtes heeft ingevuld. Daarbij zitten er verschillen tussen het aantal respondenten per regio en het aantal respondenten per gremium. Dit maakt dat de representativiteit van de antwoorden beperkt is. Ook zijn niet alle vragen zijn door alle respondenten in gevuld. In de rapportage staat per vraag aangegeven hoe veel respondenten deze hebben ingevuld (N= …).

1.3.1.

Enquête raadsleden

Vanuit welke gemeente bent u betrokken bij de regio? (N = 42) 16

14

14 12 10

8

8 6

5

5 3

4

3

3

Voorst

Zutphen

1

2 0 Apeldoorn Brummen Deventer

Epe

Heerde

Lochem

Bent u lid (geweest) van de RAC van de Regio Stedendriehoek? (N = 42) 35 30 25 20 15 10 5 0

30

10 2 Ja, ik ben nu lid van de Ja, ik was lid van de Nee, ik ben geen lid RAC RAC van de RAC (geweest)

6 / 46

1.3.2.

Enquête DB en AB, werkgroepen, Strategisch Team, P-beraden en het GSO

Vanuit welke gemeente bent u betrokken bij de regio? (N = 56) 14

13

12 10

9 8

8 6

7

7

5

5

4 2 2 0 Apeldoorn

Brummen

Deventer

Epe

Heerde

Lochem

Voorst

Zutphen

Bij welk gremium/overleg bent u betrokken? (N = 56) 30 26 25 20 15 11 10 5

8

8

3

0 DB

AB

Werkgroep of Strategisch Team

P-beraad

GSO

7 / 46

1.4.

Leeswijzer

Hoofdstuk 1 bevat de inleiding van dit onderzoek. Er wordt ingegaan op de achtergrond en de aanpak van het onderzoek wordt toegelicht. Ook bevat dit hoofdstuk een overzicht van de kenmerken van de respondenten die de enquêtes hebben ingevuld. Hoofdstuk 2 bevat de samenvatting. De samenvatting bestaat uit een overkoepelende conclusie en een beschrijving van de doorwerking van de verschillende aanbevelingen. Hoofdstuk 3 bevat per enquête een overzicht van de vragen en stellingen die betrekking hebben op de algemene beelden van de respondenten bij de Regio Stedendriehoek en hoe dit zich heeft ontwikkeld sinds begin 2024. Hoofdstuk 4 tot en met 9 bevatten elk een overzicht van de vragen en stellingen die per aanbeveling in de twee verschillende enquêtes zijn voorgelegd aan de respondenten. Elk hoofdstuk sluit af met een overkoepelende conclusie.

8 / 46

2. Samenvatting 2.1.

Conclusie

Uit de enquêtes komt het beeld naar voren dat de Regio Stedendriehoek sinds begin 2024 een duidelijke ontwikkeling heeft doorgemaakt richting een beter georganiseerd, een meer herkenbaar en een strategischer samenwerkingsverband. De inrichting van de nieuwe governance, de positionering van de raadsadviescommissie en de verdere professionalisering van de programmatische sturing hebben geleid tot een verbeterde samenwerking met resultaten op bijvoorbeeld het gebied van wonen, economie en de Regio Deal. Bestuurders en ambtenaren zien in vergelijking met twee jaar terug kortere lijnen, meer onderlinge verbondenheid en een sterker regionaal verhaal. Tegelijkertijd zien we dat de waardering aanzienlijk wisselt tussen verschillende groepen. Waar de verschillende ambtelijk en bestuurlijk betrokkenen duidelijk vooruitgang zien, ervaren raadsleden die niet actief betrokken zijn bij de RAC dat nog in mindere mate. Zij hebben beperkt zicht op zowel het functioneren van de regio als de resultaten die worden bereikt. De kloof tussen betrokken RAC-leden en overige raadsleden is in vrijwel alle stellingen zichtbaar, De regio blijft daarmee, zoals ook een bevinding was in de vorige evaluatie, te veel op afstand staan van de individuele raden en Staten, waarbij te weinig zicht is op de meerwaarde en het gezamenlijke verhaal van de regio.

Daarnaast blijkt programmatische sturing nog niet overal even goed is doorontwikkeld. De wisselende mate van betrokkenheid en capaciteit tussen de verschillende gemeenten vraagt om blijvende aandacht. Ook de verbinding tussen de regionale werkorganisatie en de gemeentelijke organisaties moet verder bestendigd worden. Kortom zien we op basis van de enquêtes dat de Regio Stedendriehoek zich de afgelopen periode heeft doorontwikkeld, maar er nog verdere stappen nodig zijn om de volledige potentie van de regio te kunnen benutten en verwezenlijken. De te zetten stappen zijn passend bij de fase waarin de Regio Stedendriehoek zich bevindt, gelet op het feit dat het plan van aanpak voor de opvolging van de aanbevelingen in het voorjaar van is vastgesteld.

2.2.

Doorwerking aanbevelingen

Bovenstaande conclusie is gebaseerd op de analyse van de doorwerking van de verschillende aanbevelingen (zie hoofdstuk 4 t/m 9). De doorwerking van de aanbevelingen is gescoord op basis van een thermometer, met de kleuren groen (doorgewerkt), oranje (deels doorgewerkt) en rood (beperkt of niet doorgewerkt). Doorwerking aanbeveling 1: Uit de enquêtes ontstaat het beeld dat er duidelijke voortgang is geboekt in het oppakken van aanbeveling 1. Er is een kernboodschap geformuleerd, gedeeld en in grote lijnen bekend bij de raadsleden en de ambtelijk en bestuurlijk betrokkenen. Tegelijkertijd blijkt uit beide enquêtes dat het regioverhaal nog onvoldoende doorwerkt in de praktijk. Het wordt nog niet vanzelfsprekend gebruikt als instrument voor prioritering, noch als bindend narratief richting raden, inwoners en ondernemers. De herkenning van de meerwaarde van het verhaal blijft daardoor vooral beperkt tot degenen die betrokken zijn bij de regio. Om het regioverhaal een als strategisch instrument te kunnen benutten en een verhaal te laten zijn waar de verschillende betrokkenen, inclusief inwoners en ondernemers, zich in herkennen, is doorontwikkeling nodig. Daarmee wordt de doorwerking van deze aanbeveling als oranje beoordeeld.

9 / 46

Doorwerking aanbeveling 2: De uitkomsten van beide enquêtes laten zien dat de aanbeveling duidelijk is opgepakt. De RAC is opgezet en deze wordt structureel betrokken. Haar rol als verbindende schakel tussen raden en regio wordt breed erkend en gewaardeerd. Tegelijkertijd blijkt dat de RAC door de overige raadsleden en door bestuurlijk en ambtelijk betrokkenen nog gezien wordt als een commissie in ontwikkeling. Er is beperkt zicht op wat de RAC doet en de ambtelijk en bestuurlijk betrokkenen geven aan dat de input van de RAC nog beperkt zichtbaar wordt verwerkt. Deze aandachtspunten zijn passend, gelet op de fase waar de commissie zich nu in bevindt. De doorwerking van deze aanbeveling wordt daarom als groen beoordeeld. De structuur staat en functioneert, maar de democratische legitimiteit en zichtbaarheid van de RAC moet verder worden versterkt om de commissie volledig tot haar recht te laten komen. Doorwerking aanbeveling 3: De resultaten uit beide enquêtes geven het beeld dat de aanbeveling in de afgelopen periode aantoonbaar is opgepakt, maar dat de doorwerking nog niet volledig is geborgd. De doorontwikkeling van de programmatische sturing wordt herkend en veel respondenten ervaren dat de structuur met de verschillende gremia functioneert en waarde toevoegt.

Tegelijkertijd laten de antwoorden zien dat de onderlinge samenhang daartussen en de aansturing nog onvoldoende geborgd zijn. Duidelijkheid van rollen, voorbereiding van bijeenkomsten en de mate en wijze van terugkoppeling verschillen per gremium en niet altijd is duidelijk hoe adviezen doorwerken in besluitvorming. Deze aandachtspunten sluiten aan op de oorspronkelijke aanbeveling: er moet duidelijk zijn hoe de verschillende overleggen zich tot elkaar verhouden en wat ervoor nodig is om de overleggen goed vorm te geven. De doorwerking van deze aanbeveling bevindt zich daarmee in een overgangsfase. Er is zichtbare voortgang, maar dit heeft er nog niet toe geleid dat de programmatische sturing volledig is uitgekristalliseerd. Daarmee wordt de doorwerking van deze aanbeveling als oranje beoordeeld. Doorwerking aanbeveling 4: De enquête-uitkomsten laten zien dat de doorwerking van deze aanbeveling nog beperkt is. Respondenten erkennen dat er stappen zijn gezet met de vernieuwde Strategische Board, maar dit leidt nog niet tot bredere betrokkenheid van ondernemers in de regionale samenwerking. Het grote aandeel respondenten dat aangeeft geen beeld te hebben van de mate van vertegenwoordiging van ondernemers en het benutten van hun netwerken, geeft het beeld dat dit aspect van de samenwerking nog niet goed verankerd is.

Het betrekken van ondernemers lijkt nu nog vooral te plaatsvinden binnen een beperkte groep vertegenwoordigers, terwijl de oorspronkelijke aanbeveling juist gericht was op het actiever benutten van bredere regionale netwerken en het vergroten van de meerwaarde daarvan voor projecten en regionale doelrealisatie. Daarmee wordt de doorwerking van deze aanbeveling als rood beoordeeld. Doorwerking aanbeveling 5: De enquête-uitkomsten laten zien dat de doorwerking van deze aanbeveling nog beperkt is. Het uitdragen van resultaten en het zichtbaar maken van regio-brede meerwaarde blijkt nog te veel beperkt tot de groep die goed aangehaakt is op de regio. Vooral raadsleden die niet betrokken zijn in de RAC geven aan onvoldoende zicht te hebben op wat de regio daadwerkelijk bereikt en welke meerwaarde dat oplevert voor hun gemeente. Verdere verbetering van de informatievoorziening is nodig om te zorgen dat de meerwaarde structureel, herkenbaar en aansprekend worden teruggekoppeld. Dit sluit aan bij de oorspronkelijke aanbeveling: herkenbaar laten terugkomen wat de bijdrage is van de regio aan projecten en tot welke resultaten dit leidt en voor de projecten die niet voor elke gemeente direct van nut zijn, toch zichtbaar waarom het project van meerwaarde is voor de gehele regio. Daarmee wordt de doorwerking van deze aanbeveling als rood beoordeeld.

10 / 46

Doorwerking aanbeveling 6: De opvolging van deze aanbeveling is aantoonbaar opgepakt. Er is door het (toenmalige) DB in het voorjaar van 2024 een plan van aanpak vastgesteld ter uitvoering van aanbevelingen. Wel blijkt uit de enquêteresultaten dat de doorwerking richting de raden nog onvoldoende is. Een groot deel van de raadsleden geeft aan geen helder beeld te hebben van de voortgang of van wat de aanbevelingen concreet hebben opgeleverd. Dit geldt vooral voor raadsleden die geen lid zijn van de RAC. De doorwerking van deze aanbeveling wordt daarmee als oranje beoordeeld.

3. Algemene beelden Aanvullend op vragen omtrent de doorwerking van de aanbevelingen, zijn stellingen en vragen voorgelegd die gaan over de algemene beelden bij de Regio Stedendriehoek en hoe dat zich heeft ontwikkeld sinds begin 2024. In paragraaf 3.1. worden de resultaten uit de enquête voor raadsleden behandeld. Paragraaf 3.2. gaat in op de enquête van de verschillende gremia. In paragraaf 3.3. wordt afgesloten met een overkoepelende conclusie.

3.1.

Raads(adviescommissie)leden

Stelling: Als gemeenteraad kunnen wij voldoende onze invloed uitoefenen op de Regio Stedendriehoek. (N=28) De stelling wordt door een meerderheid relatief positief beoordeeld. Van alle respondenten geeft 47% (18 respondenten) aan dat de raad voldoende invloed heeft (enigszins of helemaal mee eens), terwijl 25% (7 respondenten) dit niet zo ervaart.

Raadsleden (incl. (oud) RACleden) (N=28)

1 2

4 Wanneer onderscheid wordt gemaakt tussen (oud-)RAC-leden en overige raadsleden, zien we verschillen. Excl. (oud-)RAC-leden Onder niet-RAC-leden heeft slechts 32% (6 raadsleden) de indruk dat de eigen raad voldoende invloed kan uitoefenen. 37% (7 raadsleden) heeft het tegenovergestelde beeld. 21% is neutraal.

Raadsleden (excl. (oud) RACleden) (N=19)

2

3

12

3

6

6

4 4

(Oud-)RAC-leden) (N=9)

2

1

6 (Oud-)RAC-leden Bij (oud-)RAC-leden is het beeld aanzienlijk positiever. Zeven van de negen raadsleden geven hier aan dat zij voldoende invloed ervaren. In deze groep is niemand negatief over de stelling. Het is mogelijk dat de (oud-)RAC-leden ervaren dat zij in hogere mate invloed kunnen uitoefenen op de Regio Stedendriehoek vanwege hun rol, waarbij zij nauwer betrokken zijn bij de regio en besluitvormingsprocessen.

11 / 46

Stelling: Regionale samenwerking in de Regio Stedendriehoek draagt bij aan de ambities van mijn gemeente. (N=28) De grote meerderheid van de raadsleden ervaart dat de regionale samenwerking binnen de Regio Stedendriehoek bijdraagt aan de ambities van de eigen gemeente. In totaal geeft 71% van de respondenten (20 respondenten) aan het (enigszins of helemaal) eens te zijn met deze stelling. Slechts een kleine minderheid (5 raadsleden) oordeelt negatief. Wanneer onderscheid wordt gemaakt tussen (oud)RAC-leden en overige raadsleden, blijft het beeld overwegend positief in beide groepen.

Raadsleden (incl. (oud) RACleden) (N=28)

Raadsleden (excl. (oud) RACleden) (N=19)

2 2 4

2

3 1

2

3

11

16 1 (Oud-)RAC-leden) (N=9)

Excl. (oud-)RAC-leden Onder niet-RAC-leden geeft 58% (11 respondenten) aan dat de regionale samenwerking bijdraagt aan de gemeentelijke ambities. Een kleine groep (27%) is het enigszins of helemaal oneens met de stelling. Dit kan te verklaren zijn doordat zij meer op afstand staan van de regio dan de RAC-leden.

4 5

(Oud-)RAC-leden Onder (oud-)RAC-leden is de waardering unaniem positief. Alle respondenten in deze groep geven aan de samenwerking als waardevol te ervaren, waarbij 44% (5 raadsleden) het helemaal eens is met de stelling.

Stelling: Mijn algehele beeld van de regionale samenwerking in de Regio Stedendriehoek is sinds begin 2024 … (N=28) Het algemene beeld van de regionale samenwerking binnen de Regio Stedendriehoek is volgens raadsleden duidelijk positief veranderd sinds begin 2024. In totaal geeft 68% van de respondenten aan dat hun beeld (enigszins of sterk) is verbeterd. Slechts een zeer kleine groep (8%) ervaart een verslechtering en 25% geeft aan dat hun beeld gelijk is gebleven. De resultaten wijzen daarmee op een brede waardering voor de stappen die gezet zijn.

Raadsleden (incl. (oud) RACleden) (N=28)

Raadsleden (excl. (oud) RACleden) (N=19)

1 1

1 1

2

7 7 7

12

8

(Oud-)RAC-leden) (N=9)

Er zijn verschillen zichtbaar tussen raadsleden die wel en niet bij de RAC zijn betrokken. 4 Excl. (oud-)RAC-leden Onder niet-RAC-leden is 53% (10 raadsleden) positief over de ontwikkeling van de samenwerking. Een relatief grote groep (37%) ervaart geen duidelijke verandering.

5

(Oud-)RAC-leden Bij (oud-)RAC-leden is het beeld unaniem positief. 100% ervaart dat de samenwerking is verbeterd en 56% geeft aan dat de regio sterk is verbeterd.

12 / 46

Stelling: De meerwaarde van de Regio Stedendriehoek voor mijn gemeente is nu duidelijker dan in begin 2024: (N=28) De meerderheid van de raadsleden ervaart dat de meerwaarde van de Regio Stedendriehoek voor de eigen gemeente sinds begin 2024 duidelijker is geworden. In totaal geeft 64% (18 respondenten) aan dat zij de meerwaarde beter herkennen dan voorheen. Slechts 14% vindt dat de meerwaarde niet duidelijker is geworden. 14% heeft neutraal geantwoord.

Raadsleden (incl. (oud) RACleden) (N=28)

Raadsleden (excl. (oud) RACleden) (N=19)

2 2

2

7

2

2 2

2

4 11

4

7

Er zit daarbij een verschil tussen de raadsleden die wel en niet actief zijn (geweest) bij de RAC. (Oud-)RAC-leden) (N=9)

Excl. (oud-)RAC-leden Onder niet-RAC-leden is 48% (9 respondenten) positief. Het aandeel neutrale en negatieve antwoorden is gezamenlijk 43%. Dit wijst erop dat voor de meerderheid van deze groep de meerwaarde voor de eigen gemeente nog beperkt duidelijk is.

4 5

(Oud-)RAC-leden Onder (oud-)RAC-leden is het beeld volledig positief. Alle respondenten ervaren dat de meerwaarde nu duidelijker is dan begin 2024. 56% geeft aan dat dit in sterke mate geldt.

Vraag: Waar bent u het meest tevreden over en wat verdient aandacht? Excl. (oud-)RAC-leden Onder de niet RAC-leden geven meerdere raadsleden expliciet aan waardering te hebben voor onderdelen waarin de regio zich heeft ontwikkeld, zoals de verstedelijkingsstrategie, de Regiodeals, de regionale woningbouwversnelling en de verbeterde communicatie. Ook worden enkele aandachtspunten benoemd, met name met betrekking tot de profilering, communicatie en zichtbaarheid. Raadsleden geven aan dat de Regio Stedendriehoek nog onvoldoende leeft binnen de eigen gemeente en dat de meerwaarde beter en frequenter moet worden gedeeld. Een aantal respondenten benadrukt bovendien dat zij onvoldoende beeld hebben om deze vraag goed te beantwoorden. Een enkele respondent is expliciet negatief over de Regio Stedendriehoek. (Oud-)RAC-leden De (oud-)RAC-leden noemen vooral de groeiende samenwerking, beter overleg en verbeterde besluitvormingsprocessen als punten waar zij tevreden over zijn. Ook door hen wordt aangegeven dat er meer kan worden gedaan om de meerwaarde explicieter te maken en om vanuit de verbeterde structuur ook meer invloed voor raadsleden te realiseren.

13 / 46

3.2.

DB en AB, werkgroepen, Strategisch Team, P-beraden en het gemeentesecretarissenoverleg

Stelling: Mijn algehele beeld van de Regio Stedendriehoek is sinds begin 2024: (N=44) In totaal geeft 61% (27 respondenten) aan dat hun beeld (sterk) is verbeterd. Slechts een klein deel (4%) ervaart een verslechtering en 34% aangeeft dat het beeld ongeveer gelijk is gebleven. Dit laat zien dat de ingezette veranderingen positief worden ervaren. Wel is voor ruim een derde (15 respondenten) het beeld ongewijzigd gebleven. Dat kan erop duiden dat verbeteringen nog niet in alle gremia even duidelijk zijn of dat sommige onderdelen van de aanbevelingen nog aandacht vragen.

N = 44

11 4 15 23

Vraag: Waar bent u het meest trots op aangaande de regionale samenwerking in de Regio Stedendriehoek? (N=39) Een groot deel van de respondenten benoemt dat er de afgelopen periode duidelijke stappen vooruit zijn gezet. Allereerst valt op dat veel respondenten trots zijn op de versterkte onderlinge samenwerking en gelijkwaardigheid daarin tussen de gemeenten. Men benadrukt dat de acht gemeenten elkaar beter weten te vinden en over eigen belangen heen kunnen stappen om gezamenlijke regionale doelen te verwezenlijken. Deze gelijkwaardige samenwerking wordt gezien als een ontwikkeling waardoor de gemeenten steeds meer als één regio kunnen optreden richting externe partners zoals provincies en Rijk. Daarnaast is men trots op concrete resultaten die samen behaald zijn. De Regiodeal wordt hierbij het vaakst genoemd als zichtbaar bewijs. Daarnaast worden de verstedelijkingsstrategie, de regionale woningbouwopgave, samenwerking rondom mobiliteit, PPS-aanpakken en projecten op bedrijventerreinen genoemd als voorbeelden. Ook de positie van de regio op ruimtelijk-economisch vlak wordt als versterkt ervaren, evenals de zichtbaarheid richting het Rijk. Daarnaast is er brede waardering voor de professionalisering en versterking van de organisatie, zowel binnen het regiobureau als in de werkgroepen en ambtelijke samenwerking.

Respondenten benoemen processen strakker zijn georganiseerd, dat werkgroepen beter zijn bezet en dat besluitvormingsprocessen meer structuur hebben gekregen. Het wordt gewaardeerd dat medewerkers en bestuurders elkaar snel weten te vinden, dat er collegialiteit is tussen ambtenaren van verschillende gemeenten, en dat men elkaar actief helpt bij complexe dossiers zoals wonen, energie en arbeidsmarkt. Ook de open en benaderbare houding van het regiobureau wordt meermaals expliciet genoemd.

Vraag: Wat vraagt daarbij momenteel nog de meeste aandacht? (N=39) Het meest genoemd als aandachtspunt is de noodzaak om meer focus aan te brengen en keuzes te maken. Respondenten geven aan dat de ambities omvangrijk zijn en dat het risico bestaat dat te veel onderwerpen tegelijk worden opgepakt, wat leidt tot vertraging en verminderde slagkracht. Daarmee samenhangend wordt gewezen op de behoefte om kritisch te kijken naar wat regionaal opgepakt dient te worden in de Regio Stedendriehoek en wat lokaal kan worden opgepakt.

14 / 46

Een tweede belangrijk aandachtspunt betreft de slagkracht en uitvoering. Respondenten vragen om versterking van de uitvoeringscapaciteit, kortere doorlooptijden, minder bureaucratie en meer zichtbare resultaten op kortere termijn. Daarbij wordt aangegeven dat het regiobureau niet alles zelf moet willen uitvoeren, maar gemeenten moet blijven activeren om zelf ook verantwoordelijkheid te nemen. Ook is er behoefte aan verbeterde aansluiting met de colleges, ambtelijke organisaties en raden van de gemeenten. Respondenten zien het als cruciaal dat alle gemeenten aangehaakt blijven, zowel bestuurlijk als ambtelijk. Respondenten vanuit verschillende gremia benoemen dat de wijze van opdrachtgeverschap en opdrachtnemerschap en taakverdeling aanscherping behoeven. Ook wordt het belang benadrukt van blijvende betrokkenheid van raden, zeker richting de gemeenteraadsverkiezingen van 2026. De overdracht en inwerking van nieuwe bestuurders en raadsleden worden door meerdere respondenten expliciet als aandachtspunt genoemd. Tot slot blijkt uit een aantal antwoorden de behoefte voor betere positionering van de regio. Voor sommige respondenten is onduidelijk welke effecten worden nagestreefd en wie waarvoor aan de lat staat. Daarnaast wordt benoemd dat de positie van de regio in relatie tot bijvoorbeeld de arbeidsmarktregio en veiligheidsregio soms onduidelijk is.

3.3.

Conclusie

De regionale samenwerking in de Regio Stedendriehoek wordt over de breedte duidelijk positiever beoordeeld dan begin 2024. Een meerderheid van de betrokken bestuurders, ambtenaren en raadsleden ziet dat de samenwerking de afgelopen periode sterker is geworden en beter georganiseerd en meer toekomstgericht is. De gezamenlijke inzet op wonen, de verstedelijkingsstrategie en de Regio Deal worden genoemd als concrete en zichtbare resultaten. Daarnaast is er een groter gevoel van onderlinge verbondenheid en kortere lijnen in zowel bestuurlijke als ambtelijke samenwerking. Uit de open antwoorden ontstaat het beeld dat de Regio Stedendriehoek toe is aan verdere professionalisering. De ambities zijn groot en daarom is er behoefte aan het maken van scherpere keuzes, meer uitvoeringskracht en duidelijkere governance. Samengevat ontstaat het beeld van een regio die in korte tijd belangrijke stappen vooruit heeft gezet en daarmee een stevigere positie heeft verworven, maar tegelijk moet blijven investeren in zichtbaarheid, slagkracht en het betrekken van de raden en ambtelijke organisaties.

15 / 46

4. Aanbeveling 1: Regioverhaal In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de eerste aanbeveling. Paragraaf 4.1. behandelt de antwoorden uit de enquête voor raads(adviescommissie)leden. Paragraaf 4.2. gaat in op de resultaten uit de enquête voor het DB en AB, werkgroepen, Strategisch Team, P-beraden en het gemeentesecretarissenoverleg. In paragraaf 4.3. wordt afgesloten met een overkoepelende conclusie. Aanbeveling 1. Geef als raad opdracht aan het college om – in samenwerking met de andere colleges – vorm te geven aan het regioverhaal. De Regio Stedendriehoek heeft de potentie om op te treden als verbindende schakel in Oost-Nederland. Wat daarvoor nodig is, is een gedragen en gedeeld regioverhaal. Waar willen we heen met de regio? Wat is onze stip op de horizon? En wat betekent dat voor prioritering van activiteiten of projecten? Dit verhaal moet worden ontwikkeld, en vervolgens eenduidig worden uitgedragen. Door bestuurders, maar zeker ook door raadsleden. De regio zet stappen om te komen tot het regioverhaal, maar moet dit nog verder ontwikkelen. Geef daarom als raad opdracht aan het college om deze ontwikkeling verder door te zetten, en borg daarbij dat er ook aandacht wordt besteed aan de verbinding met andere samenwerkingsverbanden en andere regio’s als Twente, Zwolle en de Achterhoek.

Gebruik dit regioverhaal om de gemeenschappelijke doelen en acties verder aan te scherpen tot een meer concreet, uitvoerbaar en controleerbaar programma van activiteiten. Leg dit programma vervolgens voor aan de gemeenteraden. In 2024 is de volgende kernboodschap voor de Regio Stedendriehoek geformuleerd: “Centraal in Nederland, waar stad en natuur elkaar ontmoeten, ligt een regio die de kracht van verscheidenheid omarmt. Waar je letterlijk en figuurlijk ruimte vindt om te groeien, terwijl de groene omgeving je ademruimte geeft. Acht sterke gemeenten, ondernemers en onderwijs vinden elkaar in een gezamenlijke ambitie, op weg naar een vitale, veerkrachtige gemeenschap van 500.000 inwoners, 50.000 bedrijven en 250.000 banen. Waar we trots zijn op onze rijke geschiedenis, onze schitterende natuur en onze ondernemende mensen. Waar we omkijken naar elkaar en samen werken aan de toekomst. Van Salland tot de Achterhoek en van de Veluwe tot de IJssel; groen doen zit in ons DNA. Samen pakken we door op de grote uitdagingen van vandaag en morgen, met duurzaamheid, veiligheid en digitalisering als speerpunten. We weten elkaar snel en makkelijk te vinden, om zaken voor elkaar te krijgen. Onze bedrijven innoveren, onze kennisinstellingen leiden de experts van de toekomst op en onze inwoners bouwen mee aan een veilige, verbonden en veerkrachtige regio.

Hier weten we dat afwachten geen optie is. Dus hier doen we ‘t gewoon. Samen. Welkom in Regio Stedendriehoek.”

16 / 46

4.1.

Raads(adviescommissie)leden

Stelling: Als raadslid ben ik met het regioverhaal bekend. (N=28) Van alle respondenten samen is een meerderheid (18 van de 28) in meer of mindere mate bekend met het regioverhaal. Een kleiner deel (18%) geeft aan dat niet of nauwelijks te zijn. Een beperkte groep (11%) staat neutraal tegenover de stelling, wat kan duiden op enige afstand of onzekerheid over de inhoud van het regioverhaal. Wanneer de groep (oud-)RAC-leden en de overige raadsleden apart worden bekeken, komt een duidelijker onderscheid naar voren. (Oud-)RAC-leden zijn gemiddeld iets bekender met het regioverhaal dan raadsleden die geen deel uitmaken (of hebben uitgemaakt) van de RAC. Raadsleden die geen lid zijn (geweest) van de RAC zijn iets minder vaak bekend met het regioverhaal en vaker neutraal of licht kritisch.

Raadsleden (incl. (oud) RACleden) (N=28)

1 2

Raadsleden (excl. (oud) RACleden) (N=19)

1

22

5

4 3

13

2 2

10

(Oud) RAC-leden (N=9)

2

3

1 3

Het beeld bevestigt het te verwachten patroon dat (oud-)leden van de RAC gemiddeld beter bekend zijn met het regioverhaal. Tegelijk laat de spreiding in antwoorden zien dat binnen deze groep ook niet iedereen zich volledig bekend voelt met het regioverhaal. Ook onder RAC-leden geven twee respondenten aan het enigszins oneens met de stelling te zijn. Bij de overige raadsleden lijkt de bekendheid beperkter en oppervlakkiger. De antwoorden laten zien dat het regioverhaal bij deze groep raadsleden niet breed bekend is.

Vraag: Hoe kan het regioverhaal in uw ogen nog worden versterkt: Op de open vraag “Hoe kan het regioverhaal in uw ogen nog worden versterkt?” geven raadsleden en (oud-)leden van de raadsadviescommissie (RAC) verschillende suggesties om het regioverhaal te versterken. Raadsleden (excl. (oud-)RAC-leden De reacties van raadsleden die geen (oud-)RAC-lid zijn, laten vooral zien dat zij het regioverhaal nog meer als verbindend en herkenbaar narratief willen zien. Daarbij moet het een verhaal zijn dat niet alleen door bestuurders, maar ook door inwoners en raden wordt gevoeld en herkend. Daarnaast is er behoefte aan concretisering en meer aandacht in de media. Het verhaal wordt nog te abstract ervaren. Raadsleden willen duidelijker zien wat de regio concreet oplevert, bijvoorbeeld in termen van woningbouw, economie of leefbaarheid. Verder merkt één respondent merkt op dat veel inwoners de naam ‘Regio Stedendriehoek’ niet kennen of verwarren met een lokale krant, wat een signaal kan zijn dat de bredere naamsbekendheid en herkenbaarheid beperkt is.

17 / 46

Ook wordt geopperd om het regioverhaal beter te integreren in lokale visies en programma’s, zodat het ook meer als strategisch instrument gebruikt kan worden. Enkele respondenten pleiten daarnaast voor meer gezamenlijke externe profilering, door gezamenlijk naar buiten te treden met een eenduidige boodschap en ambitie. (Oud-)RAC-leden De (oud-)RAC-leden leggen andere accenten. Verschillende respondenten pleiten voor verduidelijking en aanscherping. Het verhaal zou compacter moeten worden, opgebouwd rond heldere kerntermen die richting geven aan de koers van de regio. Anderen vragen om toegankelijker taalgebruik en een verhaal waarin de verbinding met lokale opgaven sterker wordt gelegd. Een aantal RAC-leden benadrukt daarnaast de noodzaak om raden actiever te betrekken bij het doorontwikkelen van het regioverhaal, bijvoorbeeld door het organiseren van themaraden over de stand van zaken van de regio of door vaker werkbezoeken aan de raden te brengen. Eén respondent noemt de wens om te blijven toetsen of het regioverhaal nog aansluit bij de praktijk.

4.2.

DB en AB, werkgroepen, Strategisch Team, P-beraden en het gemeentesecretarissenoverleg N = 46

Stelling: Het regioverhaal is mij bekend. (N=46) 2 Op deze stelling reageerden de meeste respondenten positief. Van de in totaal 46 respondenten geeft ruim driekwart (77%) aan dat het regioverhaal hen bekend is, terwijl slechts 15% dit niet of nauwelijks herkent. Slechts een kleine groep (6%) staat neutraal tegenover de stelling. Dit laat zien dat het regioverhaal in de verschillende gremia breed bekend is.

4 9

5 4

26

Stelling: Het regioverhaal helpt ons bij de prioritering. (N=46) Op deze stelling reageren respondenten een stuk terughoudender. Hieruit blijkt dat slechts een kleine minderheid (ongeveer 14%) ervaart dat het regioverhaal daadwerkelijk helpt bij het stellen van prioriteiten. Een aanzienlijk deel (32%) is neutraal, wat erop wijst dat men het verhaal wel kent, maar het (nog) niet ervaart als praktisch of richtinggevend instrument. Ruim een kwart (26%) vindt dat het regioverhaal niet helpt bij prioritering.

N = 46

2 11 8 15 19

Dit laat zien dat er een duidelijk onderscheid is tussen de bekendheid en bruikbaarheid van het regioverhaal. Hoewel de meeste betrokkenen het regioverhaal kennen, wordt het nog niet breed gebruikt als instrument voor prioritering.

18 / 46

Stelling: De activiteiten die de regio ontplooit sluiten goed aan op het regioverhaal. (N=46) Van de respondenten is slechts ongeveer een kwart (21%) van mening dat de huidige regionale activiteiten goed aansluiten op het regioverhaal. Ongeveer de helft (49%) heeft neutraal geantwoord en een klein deel (6%) expliciet negatief. Ook geeft een groep (8%) aan hier geen beeld van te hebben. Dit bevestigd het beeld van de vorige stelling dat de koppeling tussen het verhaal en de feitelijke uitvoering beperkt is.

N = 46

1 2

2

5 13 22

Vraag: Hoe kan het regioverhaal in uw ogen nog worden versterkt? De open antwoorden van leden van het DB, AB, werkgroepen, Strategisch Team, P-beraden en het gemeentesecretarissenoverleg bieden een breed spectrum aan suggesties om het regioverhaal te versterken. Een groot deel van de respondenten ervaart het regioverhaal als te algemeen of te abstract, waarbij niet altijd duidelijk is welke concrete keuzes, prioriteiten of opgaven eruit kunnen volgen. Een suggestie die wordt gedaan is om meer focus en richting aan te brengen, bijvoorbeeld door SMART-doelen of een duidelijke vertaling naar concrete opgaven zoals woningbouw, mobiliteit en ruimte voor bedrijvigheid. Ook blijkt uit de antwoorden een behoefte aan een verhaal waarin het onderscheidend vermogen van de regio meer naar voren komt. Het verhaal zou specifieker moeten maken wat de regio Stedendriehoek uniek maakt. Verder wordt door de suggestie gedaan om een duidelijkere koppeling met het ontwikkelperspectief te leggen. Verder geven enkele respondenten aan dat het verhaal beter moet aansluiten bij de bestuursperioden, zodat het een plek kan krijgen in coalitie- of raadsakkoorden. Daarmee lijkt de behoefte te bestaan het regioverhaal periodiek te blijven actualiseren. Anderen benadrukken dat het verhaal doorvertaald moet kunnen worden naar de uitvoeringsagenda’s en dagelijkse praktijk.

Andere antwoorden hebben betrekking op dat het regioverhaal emotioneel nog weinig raakt. Het verhaal zou meer moeten uitstralen waar de regio voor staat, met meer aandacht voor identiteit, cultuur, inwoners en ondernemers. Deze antwoorden wijzen op een behoefte van een meer aansprekend en verbindend verhaal, dat ook een gedeeld gevoel van trots en identiteit uitstraalt en oproept. Een deel van de open antwoorden wijst op de complexiteit en diversiteit van de regio als uitdaging voor het regioverhaal. Meerdere mensen benadrukken dat de Stedendriehoek geen eenduidige regio is en dat de onderlinge verschillen in omvang, karakter en historie van de gemeenten groot zijn. Sommigen stellen dat men daarom niet te krampachtig moet zoeken naar één gezamenlijke identiteit. Anderen zien juist kansen om de diversiteit te benutten als kracht. Tot slot is er een groep antwoorden die wijst op de noodzaak om het verhaal actueel, herkenbaar en blijvend onder de aandacht te houden. Sommige respondenten vinden dat de huidige thema’s mogelijk aan herziening toe zijn. Anderen benadrukken het belang van blijvende herhaling en communicatie, omdat het lang kan duren voordat een verhaal landt.

19 / 46

4.3.

Conclusie

De resultaten van beide enquêtes laten zien dat het regioverhaal bekend is bij de verschillende betrokkenen. Uit de raadsenquête blijkt dat circa tweederde van de raadsleden bekend is met het regioverhaal, met een iets hogere waardering onder (oud-)leden van de RAC. Bij de overige gremia geven meer dan vier op de vijf respondenten aan het regioverhaal te kennen. De praktische bruikbaarheid van het regioverhaal blijkt nog beperkt. Slechts een kleine minderheid van respondenten van de gremia ervaart dat het regioverhaal daadwerkelijk helpt bij de prioritering. Ook de aansluiting tussen het regioverhaal en de feitelijke activiteiten van de regio wordt slechts door een kwart van de respondenten als goed beoordeeld. Dit suggereert dat het regioverhaal momenteel nog niet als sturend instrument in de uitvoering of besluitvorming benut wordt. Dit is mogelijk te verklaren doordat de kernboodschap recent (in 2024) is geformuleerd. Verder onderstrepen de open antwoorden dat er ruimte is voor aanscherping en verdere verankering. Het verhaal is volgens velen te algemeen en mist duidelijke keuzes of prioriteiten. Respondenten vragen om een scherpere profilering en een sterkere koppeling met actuele opgaven zoals woningbouw, mobiliteit en economische ontwikkeling.

Ook is er behoefte aan een meer aansprekend narratief dat inwoners, ondernemers en raadsleden aanspreekt en waarin de eigen identiteit van de regio voelbaar is. Doorwerking aanbeveling 1: Uit de enquêtes ontstaat het beeld dat er duidelijke voortgang is geboekt in het oppakken van aanbeveling 1. Er is een kernboodschap geformuleerd, gedeeld en in grote lijnen bekend bij de raadsleden en de ambtelijk en bestuurlijk betrokkenen. Tegelijkertijd blijkt uit beide enquêtes dat het regioverhaal nog onvoldoende doorwerkt in de praktijk. Het wordt nog niet vanzelfsprekend gebruikt als instrument voor prioritering, noch als bindend narratief richting raden, inwoners en ondernemers. De herkenning van de meerwaarde van het verhaal blijft daardoor vooral beperkt tot degenen die betrokken zijn bij de regio. Om het regioverhaal een als strategisch instrument te kunnen benutten en een verhaal te laten zijn waar de verschillende betrokkenen, inclusief inwoners en ondernemers, zich in herkennen, is doorontwikkeling nodig. Daarmee wordt de doorwerking van deze aanbeveling als oranje beoordeeld.

20 / 46

5. Aanbeveling 2: Raadsadviescommissie In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de tweede aanbeveling. Paragraaf 5.1. behandelt de antwoorden uit de enquête voor raads(adviescommissie)leden. Paragraaf 5.2. gaat in op de resultaten uit de enquête voor het DB en AB, werkgroepen, Strategisch Team, P-beraden en het gemeentesecretarissenoverleg. In paragraaf 5.3. wordt afgesloten met een overkoepelende conclusie. Aanbeveling 2. Ga als raad de samenwerking aan met andere raden om te zorgen dat de raadsadviescommissie de goede vorm krijgt. De raadsadviescommissie kan een goed middel zijn om de raden eerder en aan de voorkant te betrekken. Vanuit de nieuwe Wgr heeft de raad hier mogelijkheden toe gekregen. Wel is het noodzakelijk dat de raadsadviescommissie goed vorm krijgt. Niet alleen als afstemming of om informatie te delen, maar ook in een adviserende rol. De deelnemende raadsleden kunnen bijvoorbeeld namens hun eigen raad meedenken over kaders en adviseren over projecten en prioritering ten behoeve van het uitvoeringsprogramma. En hun raad informeren over wat er gebeurt binnen de regio, aanvullend op de informatievoorziening vanuit het college en de regio zelf. Immers, een adviescommissie is geen vervanging voor de formele informatievoorziening. Waarbij wel duidelijk moet worden gemaakt dat de raadsadviescommissie niet gaat over inhoudelijke aspecten.

Er worden dan ook geen besluiten genomen. Immers, een adviescommissie is ook geen vervanging voor de besluitvorming in de eigen gemeente en de eigen raad. De leden van de raadsadviescommissie dienen wel mandaat te krijgen vanuit hun raad om mee te denken over de informatievoorziening. De raadsadviescommissie kan ook meedenken over passende betrokkenheid van de raden bij verschillende trajecten. Immers, betrokkenheid bij een concreet project als de fietssnelweg zal anders zijn dan betrokkenheid bij een traject als het regioarrangement. Maak vanuit de raadsadviescommissie afspraken met het dagelijks bestuur over de gewenste betrokkenheid van de raden bij de verschillende trajecten die worden ontplooid in de regio. Borg daarbij wel dat de raadsadviescommissie niet in een te operationele rol vervalt. Zorg er daarnaast voor dat de raadsadviescommissie goed wordt ondersteund vanuit de griffies en de ambtelijke apparaten van de verschillende gemeenten. Denk over het bovenstaande samen als raden na, actief, aanvullend op het traject wat reeds loopt voor de totstandkoming van de adviescommissie.

21 / 46

5.1.

Raads(adviescommissie)leden

Stelling (Alleen ingevuld door (oud) RAC-leden): De RAC heeft een duidelijk omschreven rol in: (N=9) Helemaal mee oneens 1

Enigszins mee oneens 1

Neutraal

1

Het inzetten van raadsinstrumenten. Het versterken van onderlinge samenwerking.

Het adviseren van het algemeen bestuur. Het fungeren als schakel tussen algemeen bestuur en raden.

0

Enigszins mee eens 1

Helemaal mee eens 6

1

0

2

5

0

2

2

2

3

1

1

0

3

4

Deze stelling is enkel voorgelegd aan (oud-)RAC-leden. De antwoorden geven het beeld dat de rolduidelijkheid van de commissie over het geheel genomen positief wordt beoordeeld. De meerderheid van de respondenten herkent de RAC als een gremium met een duidelijke positie. Het sterkste en meest eenduidige beeld ontstaat bij de adviserende rol richting het algemeen bestuur. Vrijwel alle respondenten ervaren dat de RAC op dit vlak een duidelijke functie vervult. Ook de rol als schakel tussen het algemeen bestuur en de raden wordt breed herkend. De rol in het gebruik van raadsinstrumenten wordt wat minder eenduidig beoordeeld. Dit suggereert dat er onduidelijkheid bestaat over de ruimte die RAC-leden hebben en ervaren om dergelijke instrumenten te benutten en te initiëren. De rol van het versterken van de onderlinge samenwerking tussen raden wordt eveneens als duidelijk ervaren.

22 / 46

Verschillende stellingen over de RAC (Alleen ingevuld door (oud) RAC-leden): (N=9) Helemaal mee oneens 0

Enigszins mee oneens 1

Neutraal 0

Enigszins mee eens 3

Helemaal mee eens 4

De RAC wordt tijdig betrokken bij de bepaling van het proces van besluitvorming.

0

1

0

5

3

De RAC werkt prettig samen met het algemeen bestuur.

0

0

0

1

8

De RAC wordt goed ondersteund door de Regio Stedendriehoek.

0

0

0

2

7

Ik word als lid van de RAC voldoende ondersteund vanuit de eigen griffie. De RAC blijft goed op het proces sturen en vervalt niet in inhoudelijke discussie.

0

0

0

5

4

0

0

1

1

7

De RAC heeft op dit moment de goede vorm.

0

1

1

2

5

Leden van de RAC hebben voldoende mandaat van hun eigen raad om te adviseren over het proces omtrent kaders en prioritering.

Naast vragen over de rol van de Raadsadviescommissie (RAC) zijn aan (oud-)leden verschillende stellingen voorgelegd. De antwoorden geven een overwegend positief beeld van de werking van de RAC. De uitkomsten wijzen erop dat de RAC zich in de afgelopen periode heeft ontwikkeld tot een goed functionerend platform binnen de Regio Stedendriehoek. Het meest in het oog springt de zeer positieve waardering voor de samenwerking met het AB en de ondersteuning. Vrijwel alle respondenten geven aan dat de RAC prettig samenwerkt met het AB en goed wordt ondersteund door zowel de Regio Stedendriehoek als de eigen griffies. Daarnaast blijkt dat de RAC goed in staat is haar rol zuiver te houden. De stelling dat de commissie zich richt op het proces en niet vervalt in inhoudelijke discussies, wordt zeer positief beoordeeld.

23 / 46

Ook op het vlak van mandaat en betrokkenheid is het beeld positief. De meeste RAC-leden ervaren voldoende mandaat van hun eigen raad om te adviseren over kaders en prioritering, en vinden dat de RAC tijdig wordt betrokken bij besluitvormingsprocessen. Ook vinden de meeste (oud-)leden dat de RAC op dit moment de juiste vorm heeft gevonden, wat duidt op tevredenheid over de werkwijze, samenstelling en frequentie van overleg.

Vraag:’ Wat is uw algemene indruk van de RAC?’ en ‘Kunt u een (of meerdere) voorbeeld(en) noemen waar de RAC aantoonbaar meerwaarde had?’ De vraag naar de algemene indruk van de Raadsadviescommissie (RAC) laat een duidelijk verschil zien tussen de (oud)leden van de commissie en de overige raadsleden. (Oud-)RAC-leden De (oud-)leden ervaren de RAC als een goed functionerend, betrokken en professioneel gremium waarin met aandacht wordt gewerkt aan de samenwerking tussen raden en aan de advisering richting het AB. Verschillende leden geven aan dat de RAC prettig en kundig werkt, efficiënt is en dat er goed is nagedacht over de opzet van de commissie. Op de vraag ‘Kunt u een (of meerdere) voorbeeld(en) noemen waar de RAC aantoonbaar meerwaarde had?’ (alleen gesteld aan de (oud-)RAC-leden) wordt als voorbeeld de rol van de RAC bij de totstandkoming van de RES 2.0 genoemd. Een ander voorbeeld dat wordt genoemd is dat de RAC een rol heeft gehad in het opzetten van de raadsconferenties. De open sfeer en de betrokkenheid van de leden wordt gewaardeerd. De creatieve en diverse opzet van de radenbijeenkomsten wordt expliciet genoemd als voorbeeld van hoe de RAC bijdraagt aan de verbinding tussen de raden in de regio. Over het algemeen heerst het beeld van een bevlogen en constructief functionerend platform dat door zijn eigen leden als waardevol en relevant wordt beschouwd.

Overige raadsleden Onder de overige raadsleden is het beeld van de RAC duidelijk diffuser en afstandelijker. De RAC wordt door sommigen als zinvol omschreven, maar meerdere raadsleden geven aan dat de commissie in hun ogen nog erg onzichtbaar is. Enkele raadsleden hebben weinig of geen beeld van de RAC. De commissie wordt door meerdere raadsleden omschreven als te technisch en procesmatig van aard, waardoor het onduidelijk is wat zij concreet oplevert. Sommige raadsleden beschouwen de RAC meer als een doorgeefluik dan als een adviescommissie met echte invloed. Tegelijkertijd zijn er ook raadsleden die aangeven dat de RAC heeft bijgedragen aan een beter begrip van de regionale samenwerking. Dankzij de afvaardiging uit hun raad voelen zij zich iets meer betrokken en beter op de hoogte van wat er binnen de Stedendriehoek speelt. Ook klinkt er waardering voor de inspanning die de RAC-leden leveren, al wordt opgemerkt dat de commissie nog niet helemaal “uit de verf komt” en tijd nodig heeft om verder te groeien.

Vraag: Wat geeft u mee aan de nieuwe RAC? (Alleen ingevuld door (oud-)RAC-leden) Aan de (oud-)RAC-leden is gevraagd wat zij zouden willen meegeven aan nieuwe RAC-leden. Meerdere leden geven aan de RAC te adviseren vooral door te gaan op de ingeslagen weg en de huidige werkwijze voort te zetten. De RAC wordt gezien als een waardevolle structuur die goed functioneert, waarbij het van belang is dat raadsleden deelnemen die gemotiveerd zijn. Een lid benoemd als aandachtspunt dat de commissie nauw verbonden moet blijven met de afzonderlijke raden. Het is belangrijk dat RAC-leden aangehaakt blijven op hun eigen raad en voorkomen dat de commissie als een vervanging van de raden wordt gezien. Tot slot wordt meegegeven dat de commissie haar procesmatige en adviserende rol zuiver moet blijven invullen, door te blijven adviseren over kaders en niet over inhoudelijke zaken.

24 / 46

Stellingen:’ Wij hebben beter zicht op wat er in de regio gebeurt doordat wij een raadslid hebben afgevaardigd naar de RAC.’ en ‘Door de RAC hebben wij beter zicht op de processen van besluitvorming.’ De stellingen over de vraag of raadsleden door de RAC beter zicht hebben gekregen op wat er gebeurt in de regio en de besluitvormingsprocessen, laten zien dat de RAC daar een positieve bijdrage aan levert. Dit effect is duidelijk sterker voor de RAC-leden. Van alle respondenten samen is ruim 70 procent het (enigszins of helemaal) eens met de stelling dat zij beter zicht hebben op wat er in de regio gebeurt doordat hun raad een lid heeft afgevaardigd naar de RAC. 20% is het daar niet mee eens of staat er neutraal tegenover. Hetzelfde beeld geldt voor de tweede stelling, waarin 63% van alle respondenten aangeeft beter zicht te hebben op de besluitvormingsprocessen dankzij de RAC, terwijl rond een kwart (23%) daar neutraal of negatief over oordeelt. Daarmee lijkt de RAC in de ogen van de meeste raadsleden haar doel te vervullen als schakel tussen de regio en de raden. Stelling: Door de RAC hebben wij beter zicht op de processen van besluitvorming. (N=28)

Raadsleden (incl. (oud) RACleden) (N=28)

2 2

1 2

9

4 3

Raadsleden (excl. (oud) RACleden) (N=19)

4 2 7

11

5

Stelling: Wij hebben beter zicht op wat er in de regio gebeurt doordat wij een raadslid hebben afgevaardigd naar de RAC. (N=30) Raadsleden (incl. (oud) RACleden) (N=30)

Raadsleden (excl. (oud) RACleden) (N=21)

1 1 5

11 3

9

2

5

2 9

12

(Oud) RAC-leden (N=9)

2 4 3

Wanneer onderscheid wordt gemaakt tussen (oud-)RAC-leden en overige raadsleden, ontstaat een wat genuanceerder beeld. Bij de (oud-)RAC-leden is de waardering duidelijk hoger. Zeven van de negen respondenten (78%) zijn het (enigszins of helemaal) eens dat zij dankzij de RAC beter zicht hebben op wat er in de regio gebeurt, en een vergelijkbaar aandeel vindt dat zij beter inzicht hebben in de besluitvormingsprocessen (78% eens). Onder de overige raadsleden is dat beeld meer gematigd. Van deze groep zegt twee derde (67%) beter zicht te hebben op de regio en ruim de helft (57%) beter zicht te hebben op de besluitvorming.

(Oud) RAC-leden (N=9)

1

1

4

4

25 / 46

Stelling: Als raadslid ben ik tevreden met hoe de raadsladder wordt toegepast. (N=30) Toelichting raadsladder Raden worden op allerlei manieren betrokken in formele en informele zin bij de Regio Stedendriehoek. Om dit nog meer te stroomlijnen is met leden van de Raadsadviescommissie gesproken over de mogelijke manieren van het betrekken van raden bij de regio. Dit aan de hand van de ‘raadsladder’, naar analogie van de ‘participatieladder’. Hoe hoger op de ladder, hoe meer invloed de raad heeft. De treden op de ladder zijn: informerend, beeldvormend, opiniërend, oordeelsvormend en besluitvormend. De eerste twee treden zijn informeel van aard en vallen onder verantwoordelijkheid van de regionale werkorganisatie. De treden daarna zijn formeler van aard en vallen onder verantwoordelijkheid van het lokale AB-lid of portefeuillehouder.

Helemaal mee

Enigszins mee

oneens

oneens

Incl.

Excl.

RAC

RAC

Informeren

1

1

Beeldvormen

0

Opiniëren

RAC

Incl.

Excl.

RAC

RAC

0

1

1

0

0

6

1

1

0

Oordeelvormen

1

1

Besluitvormen

3

2

RAC

Neutraal Incl.

Excl.

RAC

RAC

0

5

4

5

1

3

10

8

2

0

6

5

1

4

4

RAC

Enigszins mee

Helemaal mee

eens

eens

Incl.

Excl.

RAC

RAC

1

11

9

2

1

10

2

1

1

1

5

3

0

5

3

RAC

Incl.

Excl.

RAC

RAC

2

10

4

7

3

9

10

6

4

2

10

5

2

10

7

RAC

N.v.t. Incl.

Excl.

RAC

RAC

RAC

6

2

2

0

5

4

2

2

0

5

3

2

2

2

0

5

6

5

1

2

2

0

3

6

3

3

2

2

0

De resultaten van de stelling “Als raadslid ben ik tevreden met hoe de raadsladder wordt toegepast” laten zien dat raadsleden over het algemeen gematigd positief zijn. De mate van tevredenheid verschilt per trede van de ladder en is, net als bij eerdere stellingen, duidelijk hoger bij (oud-)leden van de Raadsadviescommissie (RAC) dan bij raadsleden die daar geen deel van uitmaken. Voor de eerste trede, informeren, is het oordeel overwegend positief. Van alle respondenten samen is ruim driekwart (73%) (enigszins of helemaal) tevreden over de manier waarop informatievoorziening richting de raden plaatsvindt. Slechts twee respondenten (7%) zijn het hiermee oneens. De tevredenheid is het grootst onder de (oud-)RAC-leden. Vrijwel iedereen in deze groep geeft aan tevreden te zijn. Onder de overige raadsleden is het beeld iets gematigder, maar nog steeds positief.

26 / 46

Bij de tweede trede, beeldvormen, blijft het oordeel overwegend positief. Twee derde van de raadsleden (66%) zegt (enigszins of helemaal) tevreden te zijn met de manier waarop deze vorm van betrokkenheid wordt toegepast. De verschillen tussen RAC-leden en overige raadsleden zijn hier klein. Vanaf de derde trede, opiniëren, wordt het beeld wat diffuser. Onder alle respondenten samen is de helft (50%) tevreden, terwijl ruim een derde (37%) neutraal of enigszins ontevreden is. De (oud-)RAC-leden oordelen ook hier iets positiever dan de overige raadsleden, wat kan samenhangen met hun directe betrokkenheid. Op de vierde trede, oordeelvormen, is het beeld vergelijkbaar met opiniëren. Zes van de tien respondenten (60%) zijn tevreden, terwijl ongeveer een kwart (23%) neutraal of enigszins ontevreden is. Ook hier scoren de RAC-leden iets hoger in tevredenheid dan de overige raadsleden. Dat suggereert dat degenen die direct betrokken zijn bij de voorbereiding van deze momenten beter zicht hebben op hoe de oordeelsvorming verloopt en welke invloed de raad daarbij heeft. De vijfde en hoogste trede, besluitvormen, wordt het minst positief beoordeeld. Van alle respondenten samen is ongeveer de helft (53%) tevreden en ruim een derde (33%) neutraal of enigszins ontevreden. Het verschil tussen RACleden en overige raadsleden is hier het grootst.

Onder de (oud-)RAC-leden geeft twee derde aan tevreden te zijn, terwijl onder de overige raadsleden dat aandeel kleiner is. Dat kan erop wijzen dat de besluitvormende rol van de raden in de regionale context nog niet voor iedereen even zichtbaar of vanzelfsprekend is. Samenvattend zien we dat de tevredenheid het grootst is bij de meer informele en voorbereidende treden (informeren en beeldvormen), en iets afneemt naarmate de invloed van de raden formeler wordt.

5.2.

DB en AB, werkgroepen, Strategisch Team, P-beraden en het gemeentesecretarissenoverleg

Stelling: De gewenste betrokkenheid van de raden per traject zijn mij duidelijk. (N=44) De antwoorden op deze stelling laten zien dat de duidelijkheid over de rol van de raden bij regionale trajecten nog niet overal vanzelfsprekend is. Ruim een derde (36%) is het eens met de stelling en 11% helemaal eens. Daartegenover staat dat ongeveer één op de vijf (21%) respondenten het (enigszins of volledig) oneens is, terwijl 11% neutraal is en 20% aangeeft geen beeld te hebben. Dit betekent dat iets minder dan de helft van de betrokkenen de gewenste betrokkenheid van de raden helder vindt.

N = 44

9 5 2 7

16 5

Het aantal antwoorden dat aangeeft geen beeld te hebben suggereert bovendien dat niet alle gremia actief zicht hebben op de momenten of manieren waarop raden worden betrokken.

27 / 46

Stelling: De RAC wordt tijdig betrokken bij de bepaling van het proces van besluitvorming (alleen voor leden van het AB en DB) (N=6) N=6

Van de zes respondenten geeft de helft aan het (enigszins of helemaal) eens te zijn met de stelling. Eén respondent oordeelt neutraal en twee respondenten geven aan hier geen beeld bij te hebben. Dit wijst erop dat leden van het AB en DB over het algemeen vinden dat de RAC tijdig betrokken wordt, maar dit niet door iedereen even duidelijk of zichtbaar wordt ervaren.

1

2

2

1

Stelling: Adviezen van de raadsadviescommissie worden zichtbaar/herkenbaar verwerkt in voorstellen of programmering). (N=44) Van de respondenten die aangeven zicht te hebben op de manier waarop adviezen van de RAC worden verwerkt, vindt ongeveer de helft (49%) dat adviezen zichtbaar of herkenbaar worden meegenomen in voorstellen of programmering. Ongeveer een kwart (22%) antwoordt neutraal en ruim een kwart (29%) is het enigszins of helemaal oneens met de stelling. Bijna vier op de tien respondenten (39%) geeft aan geen beeld te hebben bij deze vraag. Dit wijst erop dat de doorwerking van de adviezen van de RAC in beleidsvoorstellen en programmering nog beperkt (zichtbaar) is.

N = 44

1 10

17 3

11

2

Vragen: ‘Wat is uw algemene indruk van de RAC?’ en ‘Wat is op dit moment nog het grootste verbeterpunt/de grootste belemmering voor de RAC?’ Reacties op deze twee open vragen laten zien dat de gremia overwegend positief zijn over de RAC. Een groot deel van de respondenten typeert de RAC als een waardevolle aanvulling, met betrokken raadsleden die een brug vormen tussen de raden en de regio. De commissie wordt gezien als een middel dat de betrokkenheid van de raden vergroot en bijdraagt aan draagvlak voor besluitvorming. Een deel van de geeft aan geen of beperkt beeld te hebben van de RAC. Waar wel een beeld is, wordt de RAC vaak omschreven als nog in ontwikkeling. Enkele respondenten merken op dat de RAC nog niet altijd zichtbaar is of nog “meer in haar kracht gezet” kan worden. De commissie functioneert volgens hen goed, maar is in de praktijk nog wat volgend op voorstellen in plaats van richtinggevend. De verbeterpunten die worden genoemd sluiten hierop aan. Verschillende respondenten pleiten voor een uniforme werkwijze in hoe informatie wordt teruggekoppeld naar de raden. Ook wordt genoemd dat de RAC beter moet uitleggen wat haar rol en mandaat precies zijn, om misverstanden over haar positie ten opzichte van de raden te voorkomen. Daarnaast worden organisatorische aandachtspunten genoemd.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16421460/1