Beantwoording technische vragen - Kerkenland - PRO Epe
Tekst van het document
T e c h n i s c h e
v r a a g
R a a d s c o m m i s s i e A g e n d a p u n t
O & F 6 Vaststelling wijziging omgevingsplan
F r a c t i e D a t u m
P R O 2 5 - 0 6 - 2 0 2 6
003: Kerkenland
Vraag
1. Onderzoek naar de steenuil en marterachtigen (De Slijpkruik) In het nader onderzoek naar de steenuil en marterachtigen van De Slijpkruik (publicatiedatum 1912-2024) wordt geadviseerd om in de toekomst extra alert te zijn op de eventuele vestiging van de das binnen het plangebied. a. Welke maatregelen of procedures worden ingesteld om invulling te geven aan het advies? b. Welke gevolgen heeft een eventuele toekomstige vestiging van de das voor de voortgang, planning en uitvoering van de beoogde plannen? 2. Stedenbouwkundig plan en fietsverbindingen In het stedenbouwkundige plan is naast de bestaande fietsverbinding (het Jan Polmanpad) een tweede fietsverbinding met de Baronnenlijn (F50) ingetekend. a. Wat zijn de afwegingen om de extra fietsverbinding tussen de wijk Baanwachter en de Baronnenlijn op deze specifieke locatie te projecteren? b. De beoogde fietsverbinding komt uit op een parkeerplaats. Is onderzocht wat dit doet met de verkeersveiligheid? 1a. Het rapport beveelt aan om de aanwezigheid van de das te blijven monitoren zodat, indien nodig, tijdig vervolgacties in gang gezet kunnen worden. Concreet kan de ontwikkelaar hier invulling aan geven door periodiek (ecologisch) toezicht te houden op (en rondom) de noordelijke groenstrook in de aanloop naar en tijdens de bouwfase.
Bij signalen van vestiging kan een ecoloog worden geraadpleegd om te bepalen welke stappen nodig zijn. 1b. Als de das zich daadwerkelijk zou vestigen in of nabij het plangebied vóór aanvang van de werkzaamheden, kan dat gevolgen hebben voor de voortgang. De das is beschermd onder de Omgevingswet, en verstoring of vernieling van een dassenburcht zonder ontheffing is niet toegestaan. Dit zou in de praktijk mogelijk kunnen betekenen dat de ontwikkelaar een omgevingsvergunning flora- en fauna-activiteit moet aanvragen bij de provincie Gelderland, waarbij hij aangeeft welke mitigerende en/of compenserende maatregelen er worden getroffen ter bescherming van de das. Dit traject vergt tijd en kan leiden tot vertraging in de planning en uitvoering van het bouwproject. 2a. In de gebiedsvisie is als uitgangspunt opgenomen dat voor de fiets aansluiting wordt gezocht met de bestaande fietspaden, waarbij onderzocht wordt hoe de doorfietsroute (F50) en de gebiedsontwikkeling elkaar kunnen versterken, door de nieuwe bewoners te verleiden niet de auto te pakken, maar de fiets: gericht op veiligheid, gezondheid en duurzaamheid. Om hier invulling aan te geven is ervoor gekozen twee aansluitingen op de F50 te realiseren. De extra fietsverbinding is gemaakt op een centrale plek in de wijk zodat dit fietspad vanuit de hele wijk goed bereikbaar en toegankelijk is. 2b.
Voor het stedenbouwkundig plan is een verkeersadvies door een extern verkeersbureau uitgevoerd (Movares). Het verkeersadvies en het stedenbouwkundig plan zijn vervolgens door
2
interne verkeersdeskundigen beoordeeld en van een positief advies voorzien.