Beantwoording technische vragen - Jaarstukken 2025
Tekst van het document
Naam fractie:
Onderwerp:
Blz nummer PDF Vraag: Antwoord: versie jaarstukken 20 en 143 Er is onderzoek gedaan naar de kosten voor sportverenigingen bij het Op basis van het uitgevoerde onderzoek wordt dit als voldoende beschouwd. De kosten voor het vervangen van vervangen van sportvelden voor de periode 2024-2034. Er is nu inzicht in de kunstgras en kunststof sportvoorzieningen stijgen momenteel sneller dan de gehanteerde indexatie. Daarom is financiële gevolgen op basis van de 1/3- 2/3 regeling.(blz. 20) Blz. 143 nummer het streven om eens per vijf jaar onderzoek uit te voeren naar de vervangingskosten van sportvelden. Op basis 950180 renovatie kunst- en natuurgrasvelden: Na toevoeging aan reserve nu € van de uitkomsten van dit onderzoek kan de hoogte van de reserve indien nodig worden aangepast. 534.518. Dit loopt volgens de begroting 2026-2029 op tot ruim €800.000 eind 2029. A. Is dit voldoende op basis van de gedane onderzoeken?
Lokaal CDA
Kosten sportvelden, Programma 2
Lokaal CDA
Realisatiestimulans, Programma 5
10
Op blz. 10. lezen we dat er 2 mio is toegevoegd (7000 per betaalbare woning na start bouw). Het voorstel is om dit bedrag te reserveren voor stimulatie woningbouw. A. Wat moeten wij ons daarbij voorstellen? Kunt u dit toelichten? De realisatiestimulans geldt voor betaalbare woningen waarvan de bouw start in de periode 2025 tot en met 2029. Er vallen dus meer grote toevoegingen te verwachten. B. Klopt dat? Zien we dat straks terug in de begroting 2027- 2030?
A: Het kabinet streeft ernaar dat er jaarlijks 100.000 nieuwe woningen worden gebouwd, waarvan twee derde betaalbaar. Om gemeenten te ondersteunen bij deze opgave, heeft het ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (VRO) de Realisatiestimulans ingevoerd. Gemeenten ontvangen een vaste bijdrage van € 7.000 per betaalbare woning waarvan de bouw start in de periode 2025 tot en met 2029. Het doel van de Realisatiestimulans is om woningbouw haalbaar te maken. Voorgesteld wordt om met deze middelen de woningbouwproductie in de gemeente Epe te versterken, versnellen en vlot te trekken. De middelen kunnen worden ingezet voor onder andere projecten met een onrendabele top, investeringen in de openbare ruimte of grondaankopen. Bijdragen kunnen worden geleverd aan zowel gemeentelijke grondexploitaties als faciliterende woningbouwprojecten. Eind 2026 zal daarvoor beleid worden opgesteld. De realisatiestimulans geldt voor betaalbare woningen waarvan de bouw start in de periode 2025 tot en met 2029. Er vallen dus meer grote toevoegingen te verwachten. B: Dat klopt. De gemeente registreert alle woningen waarvan de bouw is gestart. Deze woningen komen in aanmerking voor een bijdrage uit de Realisatiestimulans. Dit gebeurt via de jaarlijkse SiSa-verantwoording ('Single Information, Single Audit').
Gemeenten krijgen een bedrag van € 7.000, zonder btw, voor iedere betaalbare woning waarvan de bouw is gestart in het jaar ervoor. De bijdrage wordt ontvangen in het jaar nadat de bouw van de woningen is gestart.
Lokaal CDA
Onderhoud wegen, Programma 6
28,36, 68, 72, 75,112
Onderhoud wegen blz. 112. In 2025 2,7 mio uitgegeven, hiervoor is bijna 1,2 aan reserves onttrokken. (Achtergrondinformatie bij vragen Blz. 36: er zijn nog jaren nodig om op het vastgestelde niveau te komen. Blz. 75: Het wegenbeleidsplan is niet geactualiseerd. Het wachten is op IBOR. Na vaststelling van IBOR komt er een uitvoeringsplan. Voor regulier onderhoud zijn meer-jaren contracten aanbesteed. Dit reeds aanbestede deel loopt tot eind 2028 zie blz. 72. Ook blz. 72.: “het is steeds moeilijker om de asfaltwegen met de huidige middelen goed begaanbaar te houden”. Op blz. 28 lezen we dat vaststelling nota IBOR nu op de agenda staat voor februari 2027 omdat de resultaten van de wegeninspectie eind 2026 bekend zijn. De reserve loopt op tot ruim 4 mio eind 2029 zie de begroting ‘26-’29) A. Verwacht u de komende jaren meer grote onttrekkingen aan de reserves zoals in 2025? B. Op de risicokaart blz. 68 zien we dat het onderhoud van de openbare wegen de kans ‘groot’ krijgt. Met een restrisico van 100.000 tot 250.000. Is dit relatief lage risicobedrag wel reëel?
vraag A: Er komen de komende jaren meerdere grote renovaties van wegen aan. Er loopt nu een onderzoek om dit nader te inventariseren. De resultaten van dat onderzoek worden meegenomen in de nota IBOR. Deze nota zal met een voorstel komen om structureel budget vrij te maken om onderhoudsachterstanden weg te werken en nieuwe achterstanden te voorkomen. Dit geldt overigens niet alleen voor wegen, maar ook voor andere assets in de openbare ruimte. In 2026 wordt verder uitvoering gegeven aan het plan om achterstallig onderhoud weg te werken. Dit jaar verwachten wij opnieuw een deel van hiervoor beschikbaar gestelde middelen in te zetten. vraag B Het betreft hier een inschatting van het jaarlijkse tekort ná inzet van de reserve, wat het relatief lage risicobedrag verklaart. Als dit bedrag bovendien wordt ingezet voor vervangingen, dan kan er geactiveerd en afgeschreven worden waarmee het investeringsvolume veel groter is. Momenteel worden de daadwerkelijk benodigde bedragen in beeld gebracht en met de nota IBOR in Q1 2027 aan de raad voorgelegd. Zie ook de toelichting op pag. 67 over 'restrisico': Bij de kwantificering van risico's wordt gebruik gemaakt van het onderscheid tussen het inherente risico en het restrisico. Het inherente risico is het risico zonder dat er rekening gehouden is met het effect van een beheersmaatregel die getroffen is om het risico in te perken.
Door het nemen van beheersmaatregelen wordt de omvang van het risico minder. Het risico dat overblijft na het nemen van beheersmaatregelen wordt het restrisico genoemd.
Lokaal CDA
Toelichting incidentele bedragen, Accountmanager agrarisch, Programma 9
116
Voor de accountmanager agrarisch zien we een bedrag van € 60.000. A. Dit lijkt een extra kostenpost, maar neemt deze manager niet ook deels taken over die eerder door een andere ambtenaar werden ingevuld?
Dit betreft een begroot bedrag dat incidenteel (tijdelijk) in de begroting is opgenomen en ingezet. Betreft een nieuwe functie waarvan de taken eerder niet als zodanig werden ingevuld.
SGP-ChristenUnie
Sport en cultuur
20
In het beleidsplan spelen bewegen en ontmoeten verwijs u naar de 1/3-2/3 regeling. Wat wordt hiermee bedoeld?
Het beleidsplan spelen, bewegen en ontmoeten gaat over de speel, beweeg en ontmoetingsvoorzieningen in de gemeente Epe. Hieronder vallen niet de sportvelden. Binnen het uitvoeringsprogramma is er aandacht voor de sportvelden (van verenigingen). Een vereniging kan (onder bepaalde voorwaarde) een financiële tegemoetkoming krijgen van 1/3 deel van de kosten voor het vervangen van een sportveld. Dit is de 1/3- 2/3 regeling.
SGP-ChristenUnie
Maatschappelijke zorg, punt 7b
25-26
We lezen dat GALA middelen zijn besteed aan het sportakkoord, middelengebruik, valpreventie, welzijn op recept en kansrijke start. De GALA middelen lopen tm 2026. Vanaf 2027 geeft het college uitvoering aan andere akkoorden. Zijn de GALA middelen dan weg? Komen hier andere middelen voor in de plaats? Hoe borgen we dat bijv. er middelen blijven voor het sportakkoord etc.
Het Gezond en Actief Leven Akkoord (GALA) was bedoeld als (tijdelijke) impuls en loopt tot en met 2026. Vanaf 2027 tot en met 2029 geeft het college uitvoering aan het Aanvullend Zorg- en Welzijnsakkoord (AZWA). Het AZWA is gericht op een sterkere samenwerking tussen (eerstelijns)zorg en sociaal domein. Een deel van de GALA-middelen komt (ontschot) terug in het AZWA, dit betreft bijvoorbeeld Valpreventie, Welzijn op Recept en Kansrijke Start (basisfunctionaliteiten). We inventariseren momenteel voor de onderdelen die niet meer bekostigd kunnen worden uit het AZWA of/en hoe we dit gaan bestendigen/ borgen in de gemeentelijke begroting. Onderdelen kunnen ook komen te vervallen. Voor het Sportakkoord geldt dat deze regeling en de landelijke financiering hiervan stopt na dit jaar. Het Sportakkoord was een tijdelijke landelijke regeling.
SGP-ChristenUnie
WMO
101
Het aantal cliënten met individuele begeleiding is flink gegroeid met 11%. Hoe zorgen we ervoor dat dit beheersbaar blijft in de toekomst?
Het aantal cliënten met individuele begeleiding is in 2024 met 11% toegenomen. Deze ontwikkeling sluit aan bij een bredere landelijke trend, waarbij onder andere vergrijzing, langer zelfstandig wonen en een toenemende complexiteit van ondersteuningsvragen leiden tot een grotere vraag naar begeleiding. De complexiteit van de vragen vraagt steeds vaker (tijdelijke) individuele begeleiding ipv groepsbegeleiding. De financiële stijging is minder dan 5% (verschil 2024 en 2025) Om deze ontwikkeling beheersbaar te houden, zet het college in op meerdere sporen. Bij de toegang wordt zorgvuldig beoordeeld welke ondersteuning nodig is en wordt waar mogelijk eerst gekeken naar inzet van het eigen netwerk, algemene voorzieningen en andere passende vormen van ondersteuning. Daarnaast investeren we in preventie en versterking van de sociale basis, zodat zwaardere en langdurige ondersteuning waar mogelijk kan worden voorkomen. Zo zetten we de Helpende Hand in. Deze voorziening biedt ondersteuning aan inwoners bij dagelijkse vraagstukken en het versterken van zelfredzaamheid, waardoor in sommige gevallen een individuele maatwerkvoorziening niet nodig. Met het inzetten van de Helpende Hand zetten we in het voorliggende veld in op individuele begeleiding voor inwoners met een lichte/matige hulpvraag.
Hiermee voorkomen we in veel gevallen een grotere hulpvraag en dus ook inzet van duurder maatwerk. Dit zorgt ervoor dat we meer grip krijgen op de totale kosten van individuele begeleiding. Tegelijkertijd monitoren we de ontwikkeling van het aantal cliënten, de aard van de ondersteuningsvragen en de kosten gedurende het jaar. Het uitgangspunt blijft dat inwoners die ondersteuning nodig hebben deze ontvangen, terwijl we tegelijkertijd sturen op een financieel houdbare uitvoering van de Wmo.
SGP-ChristenUnie
Gebieds gericht
29
Uitvoeringsplannen voor college periode 22/26 niet gerealiseerd. Wanneer komen de uitvoeringsplannen nu wel gereed?
De uitvoeringsplannen van inwonersgericht werken en inwonerparticipatie zijn niet vastgesteld. Echter is er wel een aantal activiteiten actief opgepakt. Gebiedsgericht werken is vervangen door Inwonersgericht werken en heeft een plek gekregen in de Visie Samen Verder. Binnen inwonersgericht werken zetten we de inwoner centraal. Dit doen we nu al door de het werken vanuit de bedoeling, het actief meedenken met inwoners (op diverse fase in een proces), het mede mogelijk maken van inwoners initiatieven (Regeling Goed voor elkaar gem Epe en Dorpendeals samen met de provincie Gelderland). Voor inwonersparticipatie wordt op dit moment een participatieverordening en participatie aanpak opgesteld. De participatieverordening wordt in Q4 2026 ter vaststelling aangeboden aan de raad
SGP-ChristenUnie
Gebieds gericht
30
Idem
De komende periode gaan we Inwonergericht werken verder borgen en bestendigen in beleid en de organisatie. Daarbij zullen ook concrete acties geformuleerd worden in het uitvoeringsplan. Inwonersparticipatie wordt geborgd binnen de participatieverordening en de participatieaanpak.
SGP-ChristenUnie
Ruimtelijke ontwikkeling
31/32
Diverse ontwikkelingsplannen voor de college periode 22/26 niet gerealiseerd. Kerkenland wordt in juli 2026 ter vaststelling aangeboden aan de raad. De Kopermolen zal naar verwachting Q4 Is er inmiddels meer zicht wanneer deze ontwikkelingsplannen worden dit jaar ter inzage worden gelegd. Zuukerenk en 't Slath volgen naar verwachting eind 2027/begin 2028. aangeboden?
SGP-ChristenUnie
Woon-zorg agenda
33
Door omstandigheden is de woonzorg agenda nog niet aangeboden. Wanneer De woonzorgagenda wordt niet apart als document aan het college en de gemeenteraad aangeboden, maar kunnen we deze agenda verwachten als raad? wordt onderdeel van het volkshuisvestingsprogramma. Zowel regionaal als provinciaal is het advies om wonen en zorg onderdeel te maken van het volkshuisvestingsprogramma en niet een aparte woonzorgagenda op te stellen. Er wordt met betrokken netwerkpartners nog wel een lokale uitvoeringsagenda wonen, zorg en welzijn opgesteld. Waarin toebedeelde verantwoordelijkheden, rollen en acties inzichtelijk zijn om met gezamenlijke inspanningen de doelen in het volkshuisvesting programma te realiseren. Verwachting is dat deze agenda (met nadruk op ouderen) uiterlijk in Q1 2027 wordt vastgesteld.
SGP-ChristenUnie
Mobiliteitsplan
36-39
Welke onderdelen van het mobiliteitsplan zijn in 2025 vertraagd, wat zijn de oorzaken en wat zijn de financiële gevolgen voor 2026?
SGP-ChristenUnie
IBOR
36-39
Het Integraal Beheerplan Openbare Ruimte (IBOR) is nog niet afgerond. Welke Er zijn voor het IBOR een aantal aanvullende onderzoeken nodig, zoals een wegeninspectie, waarvan de onderdelen ontbreken nog en wanneer wordt dit plan aan de raad resultaten en doorwerking in het IBOR in het 4e kwartaal van 2026 bekend zijn. Het IBOR zal dan naar aangeboden? verwachting in Q1 2027 aan de raad ter besluitvorming worden voorgelegd.
SGP-ChristenUnie
Openbare ruimte
36-39
Welke concrete resultaten zijn in 2025 bereikt op het gebied van beheer en onderhoud van de openbare ruimte ten opzichte van de oorspronkelijke planning?
SGP-ChristenUnie
Financiën
SGP-ChristenUnie
Klimaatadaptatieplan
39 en 104
40-42
Voor de in de jaarstukken genoemde projecten is geen sprake van vertraging. De planvoorbereiding is in 2025 gestart en loopt conform planning door in 2026, waarna uitvoering volgt. Los daarvan is bij het project fietsroute Oenerweg–Eperweg sprake van een gewijzigde projectaanpak. Naar aanleiding van de raadscommissie van 15 januari jl. wordt momenteel gewerkt aan een integrale beschouwing van het gehele tracé. Hierdoor kan op dit moment nog geen uitspraak worden gedaan over de planning en eventuele financiële consequenties van dit project. Zie ook de procesupdate in de Griffel van 18 juni 2026.
De werkzaamheden voor het BOR zijn veelal jaarlijks terugkerende werkzaamheden. Het Beheer Openbare Ruimte (groen en grijs) vindt plaats volgens onderhoudsplannen die contractueel zijn vastgelegd met Vebego. Toezicht op de uitvoering van de contracten betreffende de uitbestede taken vindt plaats door toezichthouders. Specifiek voor de afgelopen periode is een gewijzigde aanpak voor het asfaltonderhoud. Hierbij wordt gestuurd op een meer integrale aanpak en betere kwaliteit, waardoor het betreffende wegvak op korte termijn geen aandacht meer nodig heeft.
Waardoor ontstaat het verschil tussen de begroting na wijziging en de realisatie Op pagina 104 is in de toelichting een verklaring opgenomen (belangrijkste oorzaken) voor de hogere lasten en binnen programma Epe op orde? Graag een uitsplitsing van de belangrijkste baten ten opzichte van de begroting. posten. Welke maatregelen uit het Klimaatadaptatieplan zijn in 2025 daadwerkelijk uitgevoerd en welke zijn doorgeschoven naar 2026?
Van de maatregelen die specifiek in 2025 zouden worden uitgevoerd, is alleen maatregel 4.2 van de uitvoeringsagenda doorgeschoven: “Klimaatbestendige openbare ruimte verankeren in aankomende nota IBOR en groenbeleidsplan.” Dit komt doordat de vaststelling van deze beleidsplannen is verschoven naar 2026 (Groenvisie) en 2027 (nota IBOR).
SGP-ChristenUnie
RES 2.0
40-42
Welke concrete gevolgen heeft de vaststelling van de RES 2.0 gehad voor de gemeente Epe in 2025?
In de Regio Stedendriehoek is geen RES 2.0 maar een Regionaal Programma Energievoorziening (RPE) opgesteld en in november 2025 door de gemeente Epe vastgesteld. In 2025 heeft dit verder nog niet direct geleid tot concrete projecten of besluiten binnen de gemeente. Op basis van deze vaststelling wordt het regionale beleid momenteel verder uitgewerkt naar de gemeentelijke situatie. Dit betekent dat vertaalslagen worden gemaakt naar lokale beleidskaders, waaronder het uitwerkingskader zon en wind, het Warmteprogramma en het uitvoeringsprogramma energie en warmte. De RES 2.0 heeft verder geleid tot intensievere regionale samenwerking, bijvoorbeeld met gemeenten, provincie en netbeheerder op het gebied van netcongestie en een toekomstbestendig energiesysteem.
SGP-ChristenUnie
Energietransitie
40-42
Welke duurzaamheidsdoelstellingen liggen momenteel niet op schema en welke maatregelen worden genomen om bij te sturen?
Het strategisch doel om in 2050 CO₂-neutraal en aardgasvrij te zijn, is vastgelegd in de Transitievisie Energie en Warmte, met als tussendoel: 49% minder CO₂-uitstoot in 2030 ten opzichte van 2019. Sinds 2019 is de CO₂-uitstoot met circa 25% gedaald. Daarmee is ongeveer de helft van de benodigde reductie richting de 2030-doelstelling (49%) gerealiseerd. Tegelijkertijd betekent dit ook dat er nog een forse opgave resteert en richting 2050 zelfs nog circa 75% van de oorspronkelijke uitstoot gerealiseerd moet worden. De komende jaren wordt daarom nadrukkelijk ingezet op versnelling, met name in de sectoren waar de gemeente de meeste invloed heeft: •Gebouwde omgeving: hier wordt geïntensiveerd ingezet op isolatie als eerste en meest effectieve stap. De grote hoeveelheid aanvragen voor de gemeentelijke isolatiesubsidie laat zien dat deze aanpak aanslaat. De effecten hiervan worden naar verwachting in de komende jaren steeds zichtbaarder in de CO₂-reductie. •Verdere verduurzaming van warmte en energiegebruik: via het Warmteprogramma en het uitvoeringsprogramma Energie & Warmte worden concrete plannen uitgewerkt om woningen en gebouwen stapsgewijs aardgasvrij te maken en duurzamer te verwarmen.
•Bedrijvigheid en industrie: als belangrijke uitstoters wordt samen met bedrijven gewerkt aan verdere verduurzaming, onder andere via energiebesparing, elektrificatie en het beter benutten van lokaal opgewekte energie. Voor verkeer en vervoer geldt dat dit een grote bijdrage levert aan de uitstoot, maar dat de directe beïnvloedingsmogelijkheden van de gemeente beperkt zijn. Hier is de gemeente in belangrijke mate afhankelijk van landelijke ontwikkelingen en keuzes van gebruikers.
SGP-ChristenUnie
Financiën
42 en 105
Het programma sluit af met een positief saldo. Welke incidentele en structurele Op pagina 105 is in de toelichting een verklaring opgenomen (belangrijkste oorzaken) voor de lagere lasten en oorzaken liggen hieraan ten grondslag? baten ten opzichte van de begroting.
SGP-ChristenUnie
HUP
43-44
Waarom is het Handhavingsuitvoeringsprogramma niet in 2025 vastgesteld en Het handhavingsuitvoeringsprogramma (HUP) 2024/2025 is vastgesteld op 20 augustus 2024, bij uitzondering welke gevolgen heeft dit gehad voor de uitvoering van toezicht en handhaving? voor twee jaar. Dus ook in 2025 was er gewoon een HUP. De evaluatie van 2025 is vastgesteld (tegelijkertijd met het HUP 2026) op 10 maart 2026.
SGP-ChristenUnie
VTH-beleidskader
43-44
Welke onderdelen van het VTH-beleidskader worden in 2026 vernieuwd en waarom is dit niet eerder gebeurd?
De vernieuwing van het VTH-beleid is vertraagd omdat pas in 2025 formatie voor een VTH-beleidsadviseur is vrijgekomen en deze in november 2025 kon starten. Het huidige VTH-beleid wordt op alle onderdelen herzien en waar nodig aangepast en aangevuld, in lijn met de huidige wet- en regelgeving. Prioriteiten worden opnieuw gewogen.
Effectiviteit handhaving
43-44
Welke concrete aanbevelingen uit het rekenkamerrapport zijn verwerkt in het HUP 2024/2025?
De conclusies en aanbevelingen uit het rapport van de Rekenkamercommissie zijn verwerkt in het HUP 2024/2025. In het rapport worden drie aanbevelingen gedaan: 1. vertaal het beleid naar uitvoeringsdoelen en -prestaties; 2. rapporteer 2x per jaar aan de gemeenteraad over de realisatie van het handhavingsuitvoeringsprogramma; 3. betrek de samenleving meer aan de voorkant bij het beleidsproces, dit door de samenleving ook te betrekken bij het stellen van prioriteiten. Ad.1: In het HUP 2024-2025 is het handhavingsbeleid 2022-2025 vertaald naar uitvoeringsdoelen en -prestaties voor 2024 en 2025. Ad.2: De gemeenteraad heeft het HUP 2024-2025 en de resultaatverantwoording over 2024 en 2025 ter kennisname voorgelegd gekregen. In het najaar van 2025 is de gemeenteraad meegenomen in de dagelijkse VTH-praktijk en is teruggeblikt op de behaalde resultaten in de eerste helft van 2025. Ad. 3: Het HUP 2024-2025 is een uitwerking van het eerder vastgestelde handhavingsbeleid 2022-2025. Bij het opstellen van het VTH-beleid zal de samenleving betrokken worden bij de prioritering. Feitelijk bepaalt de samenleving nu deels ook al de prioritering door het indienen van een klacht, melding en/of een handhavingsverzoek. Daaruit blijkt uiteraard ook wat (een deel van) de samenleving belangrijke onderwerpen vindt.
SGP-ChristenUnie
Financiën
SGP-ChristenUnie
Regionale economie
44 en 106
46
WAARDOOR is het verschil ontstaan tussen de begroting en de realisatie In 2025 hebben wij vacatures gehad, waardoor wij minder aan salarislasten hebben uitgegeven. Ter vervanging binnen programma Toezicht en handhaving? (er wordt alleen salariscomponent van de vacatures hebben wij ingehuurd. Deze kosten zijn verantwoord op het programma Overhead en niet op genoemd, maar waardoor/reden, bijv. extra inhuur, verhoging/herziening programma Toezicht en Handhaving. Wij hebben dus niet minder toezicht en handhaving uitgevoerd, maar dit salaris/meer FTE’s etc) deels gedaan met inhuur in plaats van met vast personeel.
Er is geen economische visie opgesteld vanwege vertrek beleidsadviseur en niet kunnen invullen van vacature.Het start in 2026. Is er nu weer voldoende capaciteit om dit af te maken?
De vacature is ingevuld en de nieuwe beleidsadviseur heeft reeds een start gemaakt met de voorbereidingen van de nieuwe economische visie.
SGP-ChristenUnie
Bijstandsuitkeringen
49
Het aantal bijstandsuitkeringen is fors gedaald ten opzichte van 2022, 2023 en De bron waar de gegevens op gebaseerd zijn (www.waarstaatjegemeente.nl) geeft nu (op dit moment) de 2024. Is dit gevolg van goed beleid of is er een andere oorzaak (bijv. volgende uitkomsten weer voor het aantal personen met een bijstandsuitkering per 10.000 inwoners: veranderde samenstelling van de gemeente)? - 2022: 147,3 - 2023: 150,2 - 2024: 153,2 - 2025: 158,4 Het is niet duidelijk waardoor de uitkomst nu een andere reeks weergeeft voor de jaren 2022-2024 dan in de jaarstukken staat vermeld, mogelijk heeft dit te maken met een aanpassing van de definitie. De nu (in deze beantwoording) getoonde reeks geeft wel het beeld dat wij herkennen, namelijk een licht stijgende ontwikkeling in de afgelopen jaren i.p.v. een daling zoals de cijfers in de tabel veronderstellen. Deze ontwikkeling is het gevolg van verschillende factoren. We zien in de afgelopen jaren een stijging onder jongeren in de leeftijdsgroep tot 27 jaar. Dit heeft onder andere te maken met de aanscherping en gedeeltelijke afschaffing van de Wajong waardoor jongeren met een arbeidsbeperking die wel kunnen werken onder de Participatiewet zijn gaan vallen. We zien de afgelopen jaren ook een stijging van het aantal statushouders in ons uitkeringsbestand. Door verhoging van de AOW-leeftijd stijgt eveneens het aantal ouderen in de bijstand.
Afgelopen jaar is ons bijstandsbestand met slechts 1% gestegen en dit is ook in lijn met landelijke en regionale ontwikkelingen. De verwachting voor de nabije toekomst is dat deze licht stijgende trend zich zal voortzetten. Dit is eveneens in lijn met de landelijke trend, waarbij we zien dat de afgelopen tien kwartalen het aantal bijstandsuitkeringen stijgt omdat de instroom groter is dan de uitstroom.
SGP-ChristenUnie
Formatie
52
SGP-ChristenUnie
Formatie
52
SGP-ChristenUnie
Cyber veiligheid
56
SGP-ChristenUnie
Reinigingsheffingen En rioolheffingen
60-61
Waarom mocht de bestuurlijke formatie in 2025 fors worden uitgebreid? Graag De toegestane formatie en de feitelijke bezetting is gelijk in 2025. In 2025 is vervolg gegeven aan de toelichting uitgevoerde benchmark waarbij geen uitbreiding maar herschikking van formatie plaatsvond. Uitsluitend nieuwe taken en projecten leiden tot nieuwe capaciteitsinzet conform begroting. De bezettingsgraad (in fte) liep behoorlijk terug, terwijl er fors mocht worden zie antwoord vraag 27 uitgebreid in 2025. Zie hierboven.Graag toelichting. Wanneer wordt de Europese richtlijn voor cyberveiligheid geïmplementeerd? De Cyberbeveiligingswet treedt naar verwachting in werking per augustus 2026 (onder voorbehoud van We zijn afgelopen periode behoorlijk in de knel gekomen door de hack aanval. landelijke besluitvorming). De gemeente heeft de implementatie versneld met een vastgesteld projectplan en Wordt eea nu bespoedigt ? extra inzet door een projectleider in te huren. De relevante aanbevelingen die zijn gedaan door het forensisch bureau en de IBD naar aanleiding van de hack maken integraal onderdeel uit van deze implementatie.Hiermee wordt gewerkt aan versterking van de digitale weerbaarheid. Hoe verhouden de baten en lasten van de reinigingsheffingen en rioolheffingen tov andere jaren?
SGP-ChristenUnie
Bestuur en Organisatie
85
Overschrijding van € 1.5 M door dotatie nodig voor politieke ambtsdragers. Graag toelichting
Per 1 januari 2028 is het verplicht om de pensioenen van (oud-) wethouders over te dragen aan het Algemeen Burgerlijk Pensioenfonds. In december 2025 heeft de commissie BBV (Besluit begroting en verantwoording) de stellige uitspraak gedaan dat per 31 december 2025 al rekening moet gehouden worden met de overdrachtskosten; daarom moest in 2025 een totale dotatie worden gedaan aan de pensioenvoorziening politiek ambtsdragers: €1,1 mln. Zie ook de toelichting op pagina's 109 en 130 van de jaarstukken.
VVD
Capaciteit & Infrastructuur
7, 9 en 37
Er zijn via het Mobiliteitsfonds extra middelen vrijgemaakt voor belangrijke projecten zoals de Eperweg en het Verkeersplan Oene. Tegelijkertijd lezen we dat 25% van de geplande activiteiten in de gemeente vertraging oploopt door ambtelijk capaciteitsgebrek. Hoe kan het college garanderen dat juist deze infrastructurele projecten tijdig de benodigde ambtelijke capaciteit toegewezen krijgen, zodat stilstand wordt voorkomen?
De planvoorbereiding voor het Verkeersplan Oene, de herinrichting Deventerstraat in Vaassen, verkeersplan Gortelseweg en aanpak kruispunt Dorpsstraat-Julianalaan is gestart. Zodra de planvoorbereiding is afgerond, volgt uitvoering. Een gebrek aan ambtelijke capaciteit is bij deze projecten niet aan de orde. De vertraging die binnen het programma optreedt betreft de herinrichting van de Eperweg. Deze vertraging wordt niet veroorzaakt door een tekort aan ambtelijke capaciteit, maar doordat tijdens de voorbereiding is gebleken dat de onderhoudsopgave omvangrijker is dan eerder voorzien. Hiervoor moeten aanvullende financiële middelen beschikbaar worden gesteld. De uitvoering is daarom verschoven naar 2028.
VVD
Financiële positie & Overschot
10, 11 en 74
De gemeente sluit het boekjaar af met een aanzienlijk overschot en een financieel zeer gezonde, schuldenvrije positie. Klopt onze aanname dat de overgebleven financiële middelen terugvloeien naar de algemene reserve?
In het raadsvoorstel voor de vaststelling van de jaarstukken 2025 heeft het college een voorstel voor de bestemming van het financiële resultaat van € 3,5 mln. opgenomen. Hierbij gaat een aantal bedragen naar sprecifieke reserves voor een specifiek doel en gaat een (resterend) bedrag van € 0,8 mln. naar de algemene reserve. Verwezen wordt naar de beslisnota en het raadsvoorstel, waarin de voorgestelde bestemming wordt toegelicht. In de tussentijdse rapportages in 2025 is eerder al een voordeel van € 3,3 miljoen gerapporteerd, wat is toegevoegd aan de algemene reserve.
VVD
Rechtmatigheid & Inkoop
11 en 86
In het jaarverslag is een bedrag van € 784.000 aan onrechtmatigheden in het inkoopproces opgenomen, dat grotendeels lijkt voort te komen uit inkopen die niet volgens de aanbestedingsregels zijn verricht. Kan het college toelichten hoe dit bedrag zo is opgelopen en welke structurele procesverbeteringen er worden doorgevoerd om herhaling in 2026 uit te sluiten? Wordt daarbij ook gekeken naar een vorm van inkoopsamenwerking met andere gemeenten om naleving van de aanbestedingsregels in de toekomst beter te borgen?
Een toelichting op dit bedrag is te vinden in de paragraaf bedrijfsvoering. Voor een deel (ongeveer de helft) bestaat dit bedrag uit een onrechtmatigheid op ingenieursdiensten die doorliep vanuit 2024 en met een nieuwe aanbesteding in 2025 is opgeheven. Het andere deel betreft met name onrechtmatigheid op inhuur, bijvoorbeeld doordat door contractverlenging de grens voor een Europese aanbesteding toch wordt overschreden. Bezien wordt wat de consequenties zijn als voor externe inhuur verplicht de europese procedure wordt voorgeschreven, ongeacht het bedrag van de inhuur. Er wordt gekeken naar eventuele regionale samenwerking op gebied van inkoop maar niet primair om daarmee onrechtmatigheden te voorkomen. Er worden met name ook andere voordelen gezien zoals delen van inkoopvolume en borging van kennis en capaciteit.
Gemeentebelangen Epe Niet bestede budgetten (€ 3,9 miljoen)
10
Het totale voordeel over 2025 bedraagt € 6,8 miljoen, waarvan € 4,0 miljoen voortkomt uit de algemene uitkering en de realisatiestimulans. Kan het college een specificatie verstrekken van deze € 4,0 miljoen, uitgesplitst naar afzonderlijke rijksbijdragen en de structurele dan wel incidentele aard hiervan?
Het voordeel dat ontstaat door de Realisatiestimulans is afgerond € 2 miljoen. Dit bedrag is incidenteel, wel loopt deze regeling t/m 2030 en kan ook in de komende jaren een bijdrage van € 7.000 per start bouw betaalbare woning worden ontvangen. De andere € 2 miljoen betreft met name de algemene uitkering gemeentefonds. Over de effecten van de diverse circulaires is de raad via informatienota's geïnformeerd.
Gemeentebelangen Epe Voordeel CAO- en salariskosten (€ 1,4 miljoen)
10
In de jaarstukken wordt een voordeel van € 1,4 miljoen op CAO- en salariskosten genoemd. Kan het college aangeven waardoor dit voordeel is ontstaan en welk deel hiervan wordt veroorzaakt door vacatures, later ingevulde functies of lagere CAO-effecten dan begroot?
In de eerste Voortgangsrapportage 2025 is een voordeel gemeld van €450.000 door de effecten van CAO Gemeenten 2025-2027. De lastenstijging viel lager uit dan verwacht, in de gehanteerde uitgangspunten bij het opstellen van de (basis)begroting 2025. Over 2025 is het uiteindelijke voordeel op de totale salariskosten nog €1,0 miljoen hoger, wat is toegelicht in de analyse salariskosten op pagina 172.
Gemeentebelangen Epe Voordeel rentekosten en kapitaallasten (€ 1,1 miljoen)
10
Het voordeel op rentekosten en kapitaallasten bedraagt gezamenlijk circa € 1,1 Het voordeel op de kapitaallasten bedraagt € 0,4 mln. In de tweede voortgangsrapportage 2025 is dit voordeel miljoen. Kan het college aangeven welke investeringen later zijn uitgevoerd opgenomen. Hierbij is aangegeven waardoor een verschil ontstaat tussen de begrote en de werkelijke dan gepland en welk financieel effect dit per project heeft gehad? kapitaallasten (rente en afschrijving). In de begroting wordt gerekend met kapitaallasten vanaf het jaar dat in het meerjareninvesteringsplan (MIP) is opgenomen als uitvoeringsjaar van het betreffende project. In de praktijk starten de afschrijvingen echter pas in het jaar ná realisatie van het project, conform de nota activerings- en afschrijvingsbeleid. Dit verschil leidt tot een onderuitputting van de kapitaallasten in het jaar van begroting, omdat de lasten later in de tijd daadwerkelijk optreden dan oorspronkelijk geraamd. Dit zorgt voor € 836.000 lagere kapitaallasten in 2025, verdeeld over diverse programma's. Het voordelig effect wordt gedempt doordat een deel van de kapitaallasten wordt gedekt uit de reserve 'Dekking kapitaallasten' (€ 388.000) of via specifieke heffingen, zoals de rioolheffing (€ 17.000). Per saldo is het voordeel voor de begroting € 431.000.
Overigens wordt in de actualisatie van het financieel beleid deze systematiek aangepast en voor begroting en verantwoording gelijkgetrokken (start in jaar t+1).
Gemeentebelangen Epe Overheveling restantbudgetten naar 2026 (€ 3,9 miljoen)
10
In de jaarstukken wordt aangegeven dat € 3,9 miljoen aan restantbudgetten wordt overgeheveld naar 2026. Kan het college een overzicht verstrekken van de tien grootste budgetoverhevelingen inclusief projectnaam, bedrag en verwachte uitvoeringsdatum?
De tien grootste budgetoverhevelingen betreffen: - Uitvoering visie op toekomstbestendige maatschappelijke accommodaties (€168.000) - Maatwerkvoorziening GGZ (transitie naar beschermd thuis, €185.000) - Overloop uitvoering en inkoop regiesysteem jeugdzorg en Wmo naar 2026 (€401.000) - Natuurbrandpreventie en migratie (€240.000) - Omgevingswet/omgevingsprogramma (€348.000) - Voorbereiding Volkshuisvestingsprogramma Woonzorg (€124.000) - Voorbereiding europese aanbesteding langjarig onderhoud openbare ruimte (€100.000) - Opwaardering paden begraafplaatsen (€289.000) - Vitaal landelijk gebied (behoud en ontwikkeling, €164.000) - ESF subsidie bedoeld om werkgelegenheid te ondersteunen, mensen aan (beter) werk te kunnen helpen en te zorgen voor eerlijke arbeidskansen voor EU burgers (€ 177.000).
Gemeentebelangen Epe Verdeling overgehevelde budgetten tussen investeringen en exploitatie
10
Welk deel van de overgehevelde budgetten betreft investeringen en welk deel betreft exploitatiebudgetten?
De overgehevelde restant budgetten betreffen exploitatiebudgetten.
Gemeentebelangen Epe Onrechtmatigheden bij inkoop (€ 784.000)
11
De niet-acceptabele onrechtmatigheden bedragen € 784.000 en zijn vrijwel volledig toe te schrijven aan onrechtmatigheden bij inkoop. Kan het college aangeven: welke dossiers dit betreft;, welke bedragen per dossier gemoeid zijn; welke oorzaken hieraan ten grondslag liggen; welke maatregelen worden genomen om herhaling te voorkomen?
Het gaat om drie dossiers met in 2025 inhuurkosten van € 101.000, € 101.000 en € 131.000. Het noemen van specifieke namen in het kader van inhuur raakt privacy en is daarom in de beantwoording achterwege gebleven. Onrechtmatigheid ontstaat door meerwerk / verlenging van de inhuur waardoor het totale contract, inclusief kosten in voorgaande jaren, boven de europese drempel is gekomen. Bekeken wordt wat de consequenties zijn als voor inhuur standaard de europese procedure wordt gevolgd, ook voor kleinere bedragen. Daarmee wordt een risico op overschrijding van de aanbestedingsdrempel door verlenging of meerwerk vooraf opgeheven.
Gemeentebelangen Epe Aard van de geconstateerde inkooponrechtmatigheden
11
Is bij de geconstateerde inkooponrechtmatigheden sprake van Zie beantwoording van de bovenstaande vraag. contractverlengingen, overschrijding van aanbestedingsgrenzen of ontbrekende aanbestedingsprocedures? Zo ja, in welke omvang?
Gemeentebelangen Epe Realisatiestimulans en gerealiseerde woningbouw
10
Gemeentebelangen Epe Bestemmingsreserve realisatiestimulans en mogelijke inzet voor woningbouwprojecten
De gemeente heeft in 2025 bijna € 2 miljoen ontvangen uit de regeling Wij ontvangen een vaste bijdrage van € 7.000 per betaalbare woning waarvan de bouw start in de periode 2025 realisatiestimulans. Op hoeveel gerealiseerde woningen is deze bijdrage tot en met 2029. gebaseerd en hoe verhoudt dit aantal zich tot de woningbouwdoelstellingen van Het bedrag dat dit jaar wordt toegekend, gaat over de bouw van betaalbare woningen waarvan de bouw in 2025 de gemeente? is gestart. In dit geval gaat het over 285 betaalbare woningen waarvan de bouw is gestart in 2025. In deze woningbouwprojecten worden ook in totaal 63 dure woningen gerealiseerd. In totaal gaat het dan om 348 woningen waarvan de bouw is gestart in 2025. Daarvan is 82% betaalbaar en is 39% van deze woningen een sociale huurwoning. Dus met het realiseren van deze woningbouwprojecten wordt ruimschoots voldaan aan onze doelstellingen van betaalbare woningen (67% betaalbaar en 30% sociale huur).
Het college stelt voor een bestemmingsreserve realisatiestimulans in te stellen. Het kabinet streeft ernaar dat er jaarlijks 100.000 nieuwe woningen worden gebouwd, waarvan twee derde Kan worden aangegeven welke woningbouwprojecten op dit moment in betaalbaar. Om gemeenten te ondersteunen bij deze opgave, heeft het ministerie van Volkshuisvesting en aanmerking zouden kunnen komen voor financiering uit deze reserve? Ruimtelijke Ordening (VRO) de Realisatiestimulans ingevoerd. Gemeenten ontvangen een vaste bijdrage van € 7.000 per betaalbare woning waarvan de bouw start in de periode 2025 tot en met 2029. Het doel van de Realisatiestimulans is om woningbouw haalbaar te maken in heel Nederland, ook waar betaalbare woningen anders moeilijk tot stand komen. Gemeenten kunnen de bijdrage laagdrempelig aanvragen bij het Rijk. Voor de regeling is in totaal circa € 2,5 miljard beschikbaar. Gemeenten bepalen zelf hoe zij de bijdrage van € 7.000 per woning inzetten. De Realisatiestimulans is bedoeld om lokale woningbouw te versterken. Gemeenten hebben de vrijheid om de middelen te besteden op de manier die het beste bij hun situatie past.
Zij kunnen de bijdrage bijvoorbeeld gebruiken om een fonds voor betaalbare woningbouw op te zetten, investeringen te doen in gebiedsontwikkeling of infrastructuur die woningbouw ondersteunt, een subsidieprogramma starten om betaalbare woningen te stimuleren, of de bijdrage tijdelijk te reserveren of te sparen voor toekomstige projecten. Op dit moment kunnen wij nog niet specifiek aangeven welke woningbouwprojecten in aanmerking zouden kunnen komen. Eind 2026 zal daarvoor beleid worden opgesteld.
Gemeentebelangen Epe Niet afgeronde activiteiten uit de programmabegroting 2025
9
Van de 108 geplande activiteiten zijn er 81 volgens schema uitgevoerd en 27 niet afgerond. Kan het college een overzicht verstrekken van deze 27 activiteiten inclusief: oorzaak van de vertraging; financiële consequenties; verwachte afrondingsdatum
De activiteiten die een afwijking kennen zijn met een toelichting terug te vinden in de diverse programma's.
Gemeentebelangen Epe Capaciteitsgebrek en vertraging beleidsontwikkeling
9
In de jaarstukken wordt genoemd dat capaciteitsgebrek een oorzaak was voor vertraging van onder andere het Integraal Beheerplan Openbare Ruimte en het economisch beleid. Welke vacatures of capaciteitsknelpunten lagen hieraan ten grondslag? Verwacht het college de komende jaren meer vertraging door capaciteitsgebrek en welke invloed heeft dit op mogelijk andere beleidsstukken.
Ten aanzien van de economische visie was sprake van een vacature beleidsadviseur economie. In het kader van de lopende benchmark werden vacature (nog) niet opengesteld. Ten aanzien van IBOR speelde capaciteitsvraagstuk tot 1e kwartaal 2025. In algemeenheid is er sprake van risico op het moment dat er sprake is van vacatures en krapte op de arbeidsmarkt ten aanzien van planning/capaciteit/ambities. In dit kader is de prestatieplanning in ontwikkeling om hiermee goed zicht te houden op de planning en evt.noodzaak tot bijsturen.
Gemeentebelangen Epe Overschrijding budget jeugdzorg (€ 0,9 miljoen)
6
De kosten voor jeugdzorg zijn in 2025 met circa € 0,9 miljoen overschreden. De overschrijding van EUR 0,9 mln wordt veroorzaakt door: Kan het college aangeven: hoeveel cliënten verantwoordelijk zijn voor deze overschrijding; welk deel wordt veroorzaakt door volumegroei; welk deel wordt EUR 165.000,- meer uitgaven aan declaraties uit 2024 dan verwacht (18%) veroorzaakt door hogere tarieven of zwaardere zorg? EUR 35.000,- aan een tussentijdse aanpassing van verblijfstarieven (4%) EUR 700.000,- meer uitgaven omdat het aantal kinderen in jeugdzorg is toegenomen en de casuïstiek complexer is geworden (78%). In totaal zien we een toename van 5,6% jongeren in jeugdzorg ten opzichte van 2024. Deels hadden we hier al rekening mee gehouden in de oorspronkelijke begroting. De toename van complexiteit zien we vooral in een toename van het aantal jongeren met een behandeling indicatie (zowel specialistische GGZ als nietspecialistische GGZ) en een indicatie begeleiding individueel en groep complex.
Gemeentebelangen Epe Financiële effecten nieuwe regionale inkoopovereenkomst Jeugdzorg
8
Welke financiële effecten verwacht het college in 2026 en 2027 naar aanleiding Met de inkoop 2026 zijn de producten niet inhoudelijk doorontwikkeld. Dit betekent dat dezelfde producten van de nieuwe regionale inkoopovereenkomst Jeugdzorg die per 1 januari 2026 geleverd worden ten opzichte van de vorige jaren. Er heeft wel een prijsindexatie plaatsgevonden. is ingegaan? Momenteel worden de producten behandeling, dagbehandeling en wonen & verblijf doorontwikkeld. Deze producten worden per 2027 'nieuw' in de markt gezet. De verwachting is dat dit een kostenstijging van ongeveer 1,4% betekent (exclusief indexatie) ten opzichte van de huidige kosten van deze producten. Deze nieuwe inkoop vraagt een andere manier van werken van zowel aanbieders als toegangen. Om deze transformatie vorm te geven is meer capaciteit in de toegang nodig, zodat er meer en beter regie gevoerd kan worden. Op termijn verwachten we hiermee dat trajecten korter zullen lopen, wat een verlichting van kosten met zich meebrengt (alleen zal dat niet direct in 2027 zijn).
Gemeentebelangen Epe Ontwikkeling eigen vermogen, algemene reserve en bestemmingsreserves
11
Het eigen vermogen is gestegen naar € 102 miljoen. Kan het college een overzicht verstrekken van de ontwikkeling van de algemene reserve en bestemmingsreserves over de afgelopen vijf jaar?
De algemene reserve en bestemmingsreserves hadden aan het einde van de afgelopen jaren de volgende stand, op basis van de jaarrekening: Algemene reserve 2021: € 2.740.000 2022: € 5.112.000 2023: € 3.305.000 2024: € 8.738.000 2025: € 13.687.000 Bestemmingsreserves 2021: € 63.444.000 2022: € 63.919.000 2023: € 68.477.000 2024: € 76.037.000 2025: € 85.013.000
Gemeentebelangen Epe Bestemmingsreserves groter dan € 1 miljoen en bijbehorende bestedingsdoelen
11
Welke bestemmingsreserves hebben ultimo 2025 een saldo van meer dan € 1 miljoen en welke concrete bestedingsdoelen zijn hieraan gekoppeld?
In de toelichting op de balans is het overzicht verloop reserves en voorzieningen opgenomen, hieruit wordt duidelijk welke reserves per ultimo 2025 een saldo hebben van meer dan € 1 mln. Na dit overzicht is per reserve en voorziening de aard en de doelstelling beschreven.
Nieuwe Lijn
Algemeen / Inleiding / Resultaat
10
Het jaarresultaat bedraagt €6,8 miljoen. In hoeverre is dit structureel versus Zoals de tabel en de daaronder opgenomen toelichting laten zien, wordt een belangrijk deel van het saldo incidenteel? En is er een deel toe te schrijven aan een gebudgetteerd deel dat veroorzaakt door hogere rijksbijdragen. Deze zijn grotendeels incidenteel van aard, voor zover structureel vond (deels) is overgebleven van bepaalde plannen of projecten? Zo ja, welk deel en daarvan verwerking plaats in de begroting 2026-2029. Het voordeel op de kapitaallasten is in principe ook van welke plannen/projecten? incidenteel (latere start zorgt voor een jaar doorschuiven) maar zien we wel jaarlijks terug. Dit aandachtspunt wordt meegenomen bij het opstellen van de begroting 2027-2030. Structureel zijn de hogere lasten op de jeudgzorg, deze werken dus ook door in de begroting 2026 en 2027 en verder. Verder zijn het vooral incidentele afwijkingen. De overheveling van overgebleven restantbudgetten, welke nog nodig zijn voor uitvoering van de geplande activiteiten, maakt geen onderdeel uit van het jaarrekeningresultaat. Deze budgetten zijn toegevoegd aan de reserve restantbudgetten. Zie ook de beantwoording van de vraag van Gemeentebelangen hierover.
Nieuwe Lijn
Algemeen / Inleiding / Resultaat
11
Hoe verhoudt de groei van €10 miljoen van het eigen vermogen zich tot toekomstige investeringsopgaven en risico’s?
De toename van het eigen vermogen wordt veroorzaakt door het jaarrekeningsaldo 2025 (incl. de saldi van de eerste en tweede voortgangsrapportage 2025) en door hogere bestemmingsreserves. Deze hogere reserves zijn doorgaans het resultaat van beleid en besluitvorming over verrekening van resultaten (voor- en nadelen) op beleidsvelden, zoals opgenomen in de begroting. Dit heeft deels betrekking op reserves voor het opvangen van risico's. Of het betreft toevoegingen voor toekomstige investeringen (bijv. onderwijshuisvesting). Een ander belangrijk voorbeeld is de toevoeging aan de reserve dekking kapitaallasten, welke dient om toekomstige kapitaallasten te dekken van uitgevoerde investeringen.
Nieuwe Lijn
Algemeen / Inleiding / Resultaat
11
Kan het college specificeren welk deel van de afwijkingen ontstaat door vertraagde uitvoeringen van beleid (bijvoorbeeld investeringen)?
Een analyse op hoofdlijnen van de afwijking tussen begroting en jaarrekening is opgenomen op pagina 10 van de jaarstukken. Een nadere uitwerking hiervan is opgenomen in het onderdeel Jaarrekening: daarin staat per programma een financiële analyse van de verschillen > € 100.000 ten opzichte van de begroting. Geen onderdeel van de afwijkingen zijn de naar 2026 overgehevelde budgetten, welke nog nodig zijn voor uitvoering van de geplande activiteiten. Deze budgetten zijn toegevoegd aan de reserve restantbudgetten. Zie ook de beantwoording van andere vragen hierover.
Nieuwe Lijn
Algemeen / Inleiding / Resultaat
11
Kan het college een nadere toelichting geven en/of concrete voorbeelden Als investeringen later worden uitgevoerd, betekent dat dat we daarvoor nog geen eigen middelen hoeven in te geven op ‘de kengetallen zijn beter dan in de begroting 2025 werd verwacht, zetten (positief effect op de solvabiliteit) of niet hoeven te lenen (positief effect op de netto schuld quote) o.a. door het later in de tijd uitvoeren van een aantal investeringen (zichtbaar in het voordeel op de kapitaallasten)’.
Nieuwe Lijn
Opgroeien in Epe
13
Het aandeel jongeren met jeugdhulp steeg naar 13,6%. Welke oorzaken liggen Er zijn diverse oorzaken te noemen, zoals complexe (v)echtscheidingen, social media, middelengebruik in hier aan ten grondslag? En welke maatregelen zijn hier te verwachten? groepsdynamiek, handelingsverlegenheid van ouders (begrenzen), kinderen die deels thuiszitten in plaats van volledig naar school gaan, (kinder-)mishandeling en huiselijk geweld, veerkracht bij jongeren maar ook hun ouders. Afgelopen jaar is al gestart met een relatieteam. Dit team kan ingezet worden bij relatieproblematiek (en scheidingen). De samenwerking met het onderwijs is verstevigd; er is een werkgroep thuiszitters en onderwijszorgcasuïstiek wordt gezamenlijk opgepakt. Er worden weerbaarheidscursussen aanboden en er zijn leermodules voor scholen met betrekking tot digitale weerbaarheid. Dit jaar wordt een onderzoek gestart naar 'de houdbaarheid van jeugdzorg' met als doel een financieel en inhoudelijk houdbaar stelstel richting de toekomst neer te zetten.
Nieuwe Lijn
Opgroeien in Epe
14
Waarom zijn de onderdelen van het IHP vertraagt (scholen starten pas 2026/2027) en welke gevolgen heeft dat voor de leerlingen en de kosten?
Met uitvoering wordt start van de bouw bedoeld. Voor Het Mosterdzaadje werken de ontwikkelingen op het gebied van stikstof op dit moment vertragend. Het voorlopig ontwerp van het gebouw is inmiddels gereed. Bij de Sint Bernardus zal het oudste gedeelte behouden blijven. Gelet op de slechte staat van het pand en de tegenvallende doorrekeningen van het ontwerp, past de verbouwing niet binnen de financiële kaders van het IHP. Het afgelopen jaar is uitgezocht welke alternatieve mogelijkheden er waren om de kosten te beperken. Een dekkingsvoorstel komt na het zomerreces ter besluitvorming naar de gemeenteraad. Daarna kan zo spoedig mogelijk gestart worden met de verhuizing naar de tijdelijke onderwijshuisvesting en de sloop van het gedeelte dat niet gerenoveerd kan worden. Om beter in te kunnen spelen op financiële tegenvallers en minder vertraging in de uitvoering van het IHP te krijgen, zal het geactualiseerde IHP in het tweede gedeelte van 2026 ter vaststelling aan de gemeenteraad worden voorgelegd. In de regel geldt dat bouwkosten bij vertraging stijgen. Voor de kinderen betekent vertraging dat ze langer in hun eigen school les krijgen.
Nieuwe Lijn
Opgroeien in Epe
17
Hoe verklaart het college de overschrijding van €688k op de lasten binnen dit programma?
Een gespecificeerde analyse van de overschrijding op de lasten is opgenomen op pagina 99 van de jaarstukken
Nieuwe Lijn
Opgroeien in Epe
16
Hoe wordt de effectiviteit van de preventie (JOGG, CJG, #opladers, Kiva) gemeten? Dit, n.a.v. de afgeronde pilots en nu structureel? Wanneer volgt de evaluatie van #opladers en Kiva?
De effectiviteit van de preventieve inzet wordt gevolgd aan de hand van zowel data als ervaringen van inwoners en professionals. Voor de pilots van #opladers en Kiva wordt na afronding een eindevaluatie opgesteld en aangeboden aan het college. Deze wordt uitgevoerd door de uitvoerende organisatie. De eindevaluatie is een analyse van de pilot, waarbij wordt teruggekeken op de vooraf gestelde doelen. Hierbij worden zowel kwantitatieve gegevens als ervaringsverhalen van inwoners meegenomen. Op basis van deze evaluaties wordt bepaald hoe de initiatieven eventueel (structureel) worden voortgezet.
Nieuwe Lijn
Opgroeien in Epe
17
Hoe wordt gestuurd op de kostenontwikeling Jeugdzorg gezien het open einde karakter?
We monitoren zowel lokaal als regionaal de kostenontwikkeling jeugdzorg. We proberen te sturen door producten dusdanig door te ontwikkelen dat de trajectduur omlaag kan, dat er voldoende ambulante ondersteuning thuis ingezet kan worden om verblijfszorg te voorkomen en, indien er verblijfzorg nodig is, dat dit zo kort en thuisnabij mogelijk is. Bij veiligheidscasuïstiek proberen we in samenwerking met Gecertificeerde Instellingen en Veilig Thuis escalatie te voorkomen. Verder proberen we de instroom in jeugdzorg te voorkomen. Hiervoor is een goed voorliggend veld belangrijk en een goede samenwerking met aanpalende domeinen zoals het onderwijs, volwassenzorg, participatie (armoede, schulden en werkgelegenheid). Een jongere is namelijk altijd onderdeel van een 'systeem', dus er moet breed gekeken worden wat er binnen het 'systeem' speelt.
Nieuwe Lijn
Actief in Epe
18
Waarom zijn welzijnsactiviteiten in 2025 feitelijk stilgevallen en welke maatschappelijke effecten zijn zichtbaar?
Door personele wisselingen bij Koppel-Swoe zijn in 2025 enkele welzijnsactiviteiten tijdelijk stilgevallen of op een lager pitje komen te staan. De beschikbare capaciteit is ingezet om de continuïteit van de dienstverlening en de belangrijkste welzijnsactiviteiten te waarborgen. Hierdoor hebben de personele veranderingen niet geleid tot het volledig wegvallen van het activiteitenaanbod, maar wel tot een tijdelijke herschikking van prioriteiten en inzet. Op dit moment is de capaciteit weer op orde en wordt het activiteitenaanbod geëvalueerd en vinden er ook gesprekken plaats voor de inzet voor 2027. Het welzijnswerk heeft bijgedragen aan het versterken van de sociale basis binnen de gemeente. Door het stimuleren van ontmoeting, participatie en zelfredzaamheid zijn inwoners beter in staat om mee te doen in de samenleving en elkaar te ondersteunen. Ook heeft welzijnswerk een preventieve functie vervuld door het signaleren van problemen en het bieden van laagdrempelige ondersteuning, waardoor zwaardere zorg- en hulpverlening waar mogelijk is voorkomen of uitgesteld. Dit zorgt voor een versterking van de sociale samenhang en zijn inwoners beter verbonden met hun omgeving.
Nieuwe Lijn
Actief in Epe
18
Hoe word de doorontwikkeling van buurtpunten inhoudelijk en financieel gemonitord?
De inhoudelijke en financiële monitoring van de buurtpunten vindt plaats via een vaste overlegstructuur. Iedere vier weken vindt een operationeel overleg plaats waarin de uitvoering, deelnemersaantallen, capaciteit en eventuele knelpunten worden besproken. Daarnaast wordt ieder kwartaal een strategisch overleg gehouden waarin de voortgang, resultaten en financiële ontwikkelingen worden geëvalueerd. Per kwartaal worden de deelnemersaantallen per buurtpunt inzichtelijk gemaakt en afgezet tegen de beschikbare budgetten. Daarnaast wordt gewerkt met een actuele deelnemersregistratie, waardoor voortdurend zicht bestaat op de bezetting, beschikbare capaciteit en eventuele wachtlijsten. Deelnemers worden geregistreerd onder een zorgprofiel comform het zorgproductenboek van MIJOV. Aan ieder zorgprofiel is een vastgesteld uurtarief gekoppeld. In combinatie met het aantal afgenomen dagdelen ontstaat ieder kwartaal inzicht in de gerealiseerde kosten per buurtpunt. Hiermee worden zowel de inhoudelijke ontwikkeling als de financiële uitnutting structureel gemonitord en waar nodig bijgestuurd.
Nieuwe Lijn
Actief in Epe
19
De uitvoeringsplannen voor de Wieken, Balai Pusat en de bibliotheek Epe zijn vertraagd. Wat zijn de financiële risico’s en waar zijn die zichtbaar? Denk hierbij o.a. aan de verbouw van school de Sprengenbeek.
Voor Balai Pusat geldt dat de gemeenteraad in 2025 opdracht heeft gegeven om de renovatievariant verder uit te werken tot een Voorlopig Ontwerp, dit om risico’s beter in beeld te krijgen. Deze studie is conform planning bijna afgerond en wordt in september’26 aangeboden aan de gemeenteraad. Voor de bibliotheek in Epe geldt dat de gemeenteraad in februari’26 aanvullend krediet heeft verstrekt, dit krediet is afgestemd op de scope van de renovatie en recente ramingen. De raad is recent geïnformeerd dat een flora en fauna onderzoek op dit moment het project vertraagt, eerste informatie wordt weer verwacht medio oktober’26 (afronden vleermuisonderzoek). Er is nog geen toekomstvariant voor de Wieken vastgesteld. De Raad heeft op 26 februari projectopdracht gegeven voor ‘aanvullende informatie Toekomst de Wieken’. Deze opdracht loopt. Onderdeel van deze opdracht is om toekomstige investeringen en exploitatie helder te krijgen.
Nieuwe Lijn
Actief in Epe
20
Hoe wordt het vernieuwde subsidiebeleid geëvalueerd op effectiviteit en doelmatigheid?
Het vernieuwde subsidiebeleid is in 2023 ingevoerd en daarom als afgerond opgenomen in de jaarstukken. Op dit moment zijn we bezig met het in kaart brengen van het subsidieproces en hoe dit in de praktijk werkt. Daarbij komen ook punten naar voren waar het subsidiebeleid mogelijk aangepast of aangescherpt kan worden.
Nieuwe Lijn
Zorg en opvang
22
Het aantal Wmo cliënten bedraagt 560 per 10.000 inwoners. Is dit structureel stijgend en wat betekent dit voor toekomstige budgetten?
De verwachting voor de komende jaren is dat het aantal inwoners met een Wmo voorziening stijgt. Deze ontwikkeling sluit aan bij een bredere landelijke trend, waarbij onder andere vergrijzing, langer zelfstandig wonen en een toenemende complexiteit van ondersteuningsvragen leiden tot een grotere vraag naar maatwerkvoorzieningen. Om deze ontwikkeling beheersbaar te houden, zet het college in op meerdere sporen. Bij de toegang wordt zorgvuldig beoordeeld welke ondersteuning nodig is en wordt waar mogelijk eerst gekeken naar inzet van het eigen netwerk, algemene voorzieningen en andere passende vormen van ondersteuning. Er wordt geïnvesteerd in preventie en de sociale basis, zodat zwaardere en langdurige ondersteuning waar mogelijk kan worden voorkomen. Daarnaast zijn er toekomstige ontwikkelingen die invloed kunnen hebben op de budgetten. De overheid wil het huidige ‘abonnementstarief’ (waarbij iedereen ongeacht het inkomen maximaal €21,80 per maand betaalt) afschaffen. Dit wordt vervangen door een inkomens- en vermogensafhankelijke eigen bijdrage. Voor de lagere inkomens verandert er qua eigen bijdrage niet veel in hoogte van te betalen bedrag. De middenen hogere inkomens gaan veel meer betalen. Tot een maximumbedrag van €328,- per maand. Op zijn vroegst treedt deze regeling in op 1 januari 2028.
Er ligt een ingrijpend plan om huishoudelijke ondersteuning vanaf 2029 helemaal uit de Wmo te halen (met uitzondering van een klein vangnet). Het Rijk heeft hier alvast een korting van €1,01 miljard voor ingeboekt op het gemeentefonds. De VNG protesteert hiertegen omdat de precieze invulling van dit vangnet nog onduidelijk is. Het is onzeker of dit plan uiteindelijk uitgevoerd gaat worden. Dit zou wel een aanzienlijke impact op het totale Wmo budget hebben. De VNG en het rijk laten het CPB de houdbaarheid van de Wmo en de groeiramingen van de uitgaven onderzoeken. Dit moet een objectief beeld geven van de financiële opgaven en de wijze waarop de Wmo duurzaam gefinancierd kan worden, evenals een herziening van de financiering binnen het gemeentefonds. De stijging van het aantal inwoners dat gebruik maakt van een Wmo maatwerkvoorziening, gepaard met een stijging van het totale Wmo budget is een landelijke trend. Naast meer inzetten op preventie en de sociale basis, ziet het Rijk ook dat kosten niet goed beheersbaar zijn. In de komende jaren wordt duidelijk welke veranderingen er worden doorgevoerd om deze kosten meer beheersbaar te houden. De vraag is of de Wmo dan nog binnen het gemeentefonds valt, of dat deze financiering op een andere wijze gaat plaatsvinden.
Nieuwe Lijn
Zorg en opvang
22/23
Hoe wordt het tekort aan passende woningen opgelost?
In de geactualiseerde woondeal van de regio Stedendriehoek zijn afspraken gemaakt over de woningbouwopgave. Voor Epe is de opgave: het toevoegen van 2250 woningen tot en met 2034. Tenminste tweederde van de nieuwbouwwoningen moet betaalbaar zijn, dit is inclusief 30% sociale huurwoningen.In 2025 is het afsprakenkader ouderenhuisvesting vastgesteld met aandacht voor passende woningen voor ouderen. In 2026 heeft het college het regionaal afsprakenkader huisvesting aandachtsgroepen vastgesteld met focus op passende woningen voor aandachtsgroepen. Hierbij is afgesproken dat maximaal 30% van de vrijkomende sociale huurwoningen aan aandachtsgroepen (inclusief statushouders) wordt toegewezen. Als de Wet versterking regie op de Volkshuisvesting is vastgesteld moeten gemeenten, vermoedelijk binnen een jaar, een volkshuisvestingsprogramma vaststellen. Dit programma gaat de Woonagenda en de Woonzorgagenda vervangen. Hierin worden o.a. ook de kwantitatieve en kwalitatieve woonopgaven vastgelegd voor alle doelgroepen (jongeren, ouderen, aandachtsgroepen). Dit met aandacht voor wonen, welzijn en zorg voor onze inwoners.
Nieuwe Lijn
Zorg en opvang
22 1a
Hoe realistisch is de verwachting dat regionale aanbestedingen (Wmo/jeugd) de kosten beheersen?
Om kosten te beheersen moet vooral lokaal gekeken worden. Met de aanbestedingen zorgen we ervoor dat er voldoende voorzieningen ingekocht worden tegen een bepaalde prijs. De sturing zit vooral lokaal. Hiervoor moeten lokale toegangsteams voldoende capaciteit hebben om een zorgvraag goed te kunnen analyseren om de juiste zorg in te zetten en regie te kunnen voeren. Voor jeugd is het daarnaast belangrijk dat er naar de brede context van een systeem wordt gekeken. Een jeugdige is altijd onderdeel van een 'systeem'.
Nieuwe Lijn
Zorg en opvang
25
Hoe wordt de effectiviteit van GALA/IZA-maatregelen concreet gemeten (bijv. minder zorggebruik)?
De effectiviteit van de GALA-maatregelen wordt landelijk gemeten middels de GALA-monitor die door het RIVM wordt uitgevoerd. De nieuwe GALA-monitor wordt naar verwachting rond september gepubliceerd op GALAmonitor | RIVM. Daarnaast vindt er regionale monitoring en evaluatie plaats rondom de ketenaanpakken. Dit wordt uitgevoerd door GGD NOG aan de hand van een M&E-cyclus en het impactmodel. Er wordt gemonitord op proces/voortgang, bereik en korte en lange termijn impact. De afgelopen jaren lag de focus vooral op het proces/ de voortgang, omdat de aanpakken nog moesten worden opgezet of doorontwikkeld. Met de komst van het AZWA zal er meer focus komen op de impact hiervan. Voor de meeste aanpakken worden effecten pas op langere termijn verwacht. Denk hierbij bijvoorbeeld voor Valpreventie aan de afname van het aantal ouderen dat is gevallen en op de SEH terechtkomt. We meten daarom ook op lokaal niveau na afloop van een valpreventieve interventie de korte termijneffecten, zoals de afname van valangst en de toename van het fysiek functioneren.
Nieuwe Lijn
Zorg en opvang
23
Welke risico’s ziet het college bij de afhankelijkheid van regionale samenwerking (PlusOV)? Hoe worden die gemitigeerd of wellicht voorkomen?