Beantwoording technische vragen - D66 - De Wieken
Tekst van het document
T e c h n i s c h e
v r a a g
R a a d s c o m m i s s i e A g e n d a p u n t
F r a c t i e D a t u m
M & B 1 2 f e b r u a r i 2 6 6 A a n v u l l e n d e i n f o r m a t i e d o r p s c e n t r u m D e W i e k e n D 6 6 1 1 f e b r u a r i 2 6
Vraag 6 Aanvullende informatie Toekomst Dorpscentrum De Wieken 1. Door het college wordt gevraagd om een krediet van € 250.000. Dat is gevoelsmatig een erg hoog bedrag. Waarop is dit bedrag gebaseerd? 2. In de projectopdracht staat over de participatie aangegeven dat op onderdelen waarop al geparticipeerd is dit niet nogmaals gebeurt. a. Geldt dat in zijn algemeenheid of verschilt dit per locatie die onder de scope van deze projectopdracht valt? b. Op welke onderwerpen wordt nog wel en niet meer geparticipeerd? Indien van toepassing graag een specificatie per locatie. c. Op welke onderdelen van de participatieladder ziet dat? (Zowel waarop wel en niet geparticipeerd wordt en indien van toepassing graag een uitsplitsing per locatie). 3. Zijn de spelregels van “Samenwerken aan een plan” op deze projectopdracht van toepassing? 4. Waarom wordt de mate van invloed en de vorm van participatie in de projectopdracht niet concreet gemaakt, zodat mogelijke participanten en potentiële opdrachtnemers weten waar zij aan toe zijn? 5. Hoe wordt bij het opstellen van het Plan van aanpak wat betreft verkeers- en parkeerdrukte op de locatie nabij de Koekoek rekening gehouden met het nieuwbouwproject Kopermolen?
Antwoord 1. Het krediet is gebaseerd op de diverse onderzoeken die gedaan moeten worden en de gemiddelde prijzen hiervan. Het krediet bevat ook een post onvoorzien. Uiteraard wordt het krediet zo efficiënt en doelmatig mogelijk ingezet. Als de voorgestelde variant doorgang vindt, wordt het bedrag voor het gevraagde vervolgkrediet minder. De meeste kosten die voor deze onderzoeken worden gemaakt zijn namelijk voor de verdere realisatie van deze variant ook noodzakelijk. 2. a. Geldt dit voor alle onderdelen? Ja. De onderdelen waarop al geparticipeerd is – zoals beschreven in het haalbaarheidsonderzoek – worden niet herhaald in deze projectopdracht. Het gaat dan met name over de gebruikersbehoeften en de participatiemogelijkheid voor de totstandkoming van de scenario's.
2
a. Waarop wordt binnen deze projectopdracht nog wel en niet meer op geparticipeerd? Niet meer: o Gebruikersbehoeften o Totstandkoming scenario's Nog wel: De exacte onderwerpen verschillen per onderzoek, maar kunnen pas worden bepaald zodra duidelijk is hoe de onderzoeken worden vormgegeven. Hiervoor is kennis en expertise nodig van advies- en onderzoeksbureaus die deze onderzoeken gaan uitvoeren. Voorbeelden waarbij participatie in ieder geval een rol kan spelen: o Onderzoek naar parkeren en verkeer o Planologische toetsing en ruimtelijke analyse o Inpassing van de accommodatie op het perceel Per onderzoek wordt bepaald op welke onderdelen participatie mogelijk is. Onderzoeks- en adviesbureaus die de onderzoeken uitvoeren, krijgen de opdracht mee om participatie onderdeel te laten zijn van hun onderzoek. b. Op welke treden van de participatieladder? Omdat de onderzoeken nog niet zijn uitgewerkt, kan nog niet voor alle onderdelen worden vastgesteld welke trede van de participatieladder wordt toegepast. In algemene zin geldt: o Informeren: bij alle onderdelen gedurende het hele traject. o Meedenken / raadplegen: waar dit past binnen de onderzoeksopgaven (zoals mogelijk bij parkeren en verkeer en bij ruimtelijke analyse). o Meebeslissen of coproductie: is mogelijk voor de inpassing van de accommodatie op het perceel.
Het gaat dan om meebeslissen, en onder voorbehoud van verschillende gelijkwaardige keuzemogelijkheden. Zodra de onderzoeksmethoden en -planning duidelijk zijn, wordt een communicatie- en participatieplan opgesteld. Dit plan wordt door het college vastgesteld en legt vast op welke onderwerpen wordt geparticipeerd en op welke trede van de participatieladder. 3. Ja, deze regels zijn hier ook van toepassing en speelt een belangrijke rol bij de verdere uitvoering. 4. De inhoudelijke kennis van advies- en onderzoeksbureaus is nodig om deze vraag goed te kunnen beantwoorden. Zie de antwoorden bij vraag 2. Zodra hier duidelijkheid over is wordt het participatietraject nauwkeuriger inzichtelijk gemaakt. 5. Bij het parkeer- en verkeersonderzoek en het locatieonderzoek op het perceel wordt vanzelfsprekend rekening gehouden met de nieuwe wijk. Dit onderdeel wordt integraal opgepakt met de verkeersadviseur en de projectleider voor realisatie van de nieuwe wijk.