986069 PPN 2528 - rapportage raad
Tekst van het document
Perspectiefnota 2025-2028 Rapportage over relevante ontwikkelingen. “Externe ontwikkelingen die van belang zijn in meerjarenperspectief, die ofwel actie verlangen bij de nieuwe programmabegroting ofwel waarvoor actie op termijn nodig is.”
1
1. Inleiding Opzet van de perspectiefnota De perspectiefnota is in de planning en control cyclus het document waarin de maatschappelijke, bestuurlijke en financiële ontwikkelingen geschetst worden in relatie tot de begroting. Het gaat om ontwikkelingen die actie verlangen bij de nieuwe programmabegroting of waarvoor op termijn actie nodig is, zowel inhoudelijk als financieel. Op basis van deze ontwikkelingen kan de raad richtinggevende uitspraken doen voor de opzet en invulling van de programmabegroting die door het college wordt opgesteld. De perspectiefnota wordt aangeboden in de vorm van een rapportage. Raads- en coalitieakkoord versus perspectiefnota De kern van het politiek handelen is de uitwerking van het raads- en coalitieakkoord in het collegeprogramma. Deze akkoorden geven een verdere invulling aan en uitwerking van de visie en ambities van de gemeente in de betreffende bestuursperiode. Met deze akkoorden geven de partijen aan welke speerpunten van beleid voor de betreffende raadsperiode van belang zijn. Via het collegeprogramma vindt er een nadere concretisering plaats naar de activiteiten en de aanpak. Zo nodig geeft het college bij de perspectiefnota aan welke elementen een nadere kaderstelling behoeven.
De activiteiten uit het collegeprogramma worden opgenomen in de programmabegroting waarin het te ontwikkelen en uit te voeren beleid in meerjarenperspectief beschreven staat. Afhankelijk van wet- en regelgeving, het financiële perspectief en de personele capaciteit kunnen zaken aangepakt worden en kan er ingespeeld worden op actuele zaken als die zich voordoen. In het raads- en coalitieakkoord voor 2022-2026 is opgenomen om na 2 jaar een tussenevaluatie te laten plaatsvinden gericht op de voortgang en of de activiteiten leiden tot de gewenste effecten. De resultaten zijn naar verwachting voor de zomer 2023 beschikbaar. Zonodig kan er bijstelling plaatsvinden aan de hand van de actualiteit. Dit kan dan ook de begroting raken. Doorlichting/herijking begroting (inhoudelijk en financieel). In het coalitieakkoord is opgenomen dat er een doorlichting/herijking van de begroting zal plaatsvinden. Deze activiteit start dit jaar. Uitwerking vindt plaats aan de hand van een plan van aanpak. Resultaat zal zijn dat inzicht ontstaat in alle activiteiten die de gemeente uitvoert en welke keuzemogelijkheden hierin zijn. In de begroting is een financiële taakstelling van € 2 mln. als resultaat opgenomen. Deze taakstelling moet worden gerealiseerd door het maken van keuzes en het stellen van prioriteiten. Dit zal van invloed zijn op de invulling van de (meerjaren)begroting vanaf 2026.
Kader voor opstellen Perspectiefnota en programmabegroting 2025-2028. Gelet op de doorlichting/herijking van de begroting en de tussenevaluatie van het raads- en coalitieakkoord heeft het college bij het opstellen van deze perspectiefnota en voor het proces ‘nieuw beleid’ voor de komende begroting 2025-2028 aanvullend het volgende kader gehanteerd. Uitgangspunt is dat er alleen nieuw beleid wordt opgenomen als: o er een aantoonbare wettelijke verplichting is o het aantoonbaar een ‘bedrijfskritische’ activiteit is o het aantoonbaar noodzakelijk is gelet op de uitvoering van het collegeprogramma Resultaat zal zijn een beleidsarme begroting 2025-2028.
2. Richtinggevende uitspraken programmabegroting 2025-2028 In de twee hierna volgende hoofdstukken leest u de inhoudelijke en financiële verkenningen voor de periode 2025-2028. Van belang bij de perspectiefnota is of de beschreven ontwikkelingen acties verlangen gericht op aanpassing/bijstelling van bestaand beleid of inzet van nieuw beleid. Uit de beschreven ontwikkelingen komen 6 richtinggevende uitspraken in beeld die betrokken dienen te worden bij de voorbereiding van de nieuwe begroting. Vanuit de richtinggevende uitspraken kunnen activiteiten en uitgaven worden gepland, waarmee toekomstbestendig en duurzaam kan worden geïnvesteerd en waarmee de gemeente haar verantwoordelijkheid kan nemen. De overige besluitvorming van de raad vindt fasegewijs plaats in de verdere inhoudelijke ontwikkeling van de beleidsonderwerpen of bij volgende begrotingen, omdat zaken nog niet duidelijk zijn. 2
Conclusies en richtinggevende uitspraken 1. Ontwikkelingen sociaal domein Er zijn meerdere ontwikkelingen binnen het sociaal domein die impact hebben op de financiële houdbaarheid van het sociaal domein. Binnen de Wmo en Jeugd staat transformatie van zorg en ondersteuning centraal vanuit respectievelijk het Integraal Zorgakkoord IZA)/Gezond en Actief Leven Akkoord (GALA) en de Hervormingsagenda Jeugd. Tevens heeft de Wmo te maken met vergrijzing én staan de tarieven onder druk (er loopt een kostprijsonderzoek). Op dit moment wordt nieuwe inkoop per 2026 voorbereid (zowel voor Wmo als Jeugd). Daarnaast volgt in ieder geval een (inhoudelijk) voorstel voor het deelnemen in een verplichte Gemeenschappelijke Regeling die voortkomt uit de plannen van het Rijk. Dit brengt mogelijk extra benodigde capaciteit met zich mee. Het inkoopkader Jeugd en Wmo 2026 en verder wordt door de Raad vastgesteld. Door de inflatie en crises in de afgelopen jaren is binnen werk en inkomen groei zichtbaar naar bijstand, schuldhulpverlening en minimaregelingen. Uitspraak raad: De ontwikkelingen binnen het sociaal domein hebben financiële impact (betaalbaarheid van het sociaal domein). Het is wenselijk om de effecten hiervan te betrekken bij de integrale afweging van de programmabegroting 2025-2028. 2.
Uitwerking plannen voor maatschappelijke en onderwijsaccommodaties De visie op “Toekomstbestendige maatschappelijke accommodaties” en het Integraal Huisvestingsplan voor onderwijs (IHP) zijn de kaders die richting geven aan de uitwerking van de plannen voor maatschappelijke en onderwijsaccommodaties. De uitwerking is een meerjarig traject. Om de benodigde onderwijshuisvesting en gewenste toekomstbestendige accommodaties te realiseren zijn voldoende financiële middelen nodig. Voor dit doel is reeds een reserve gevormd waarin eerder al incidenteel middelen zijn gestort. Daarnaast bestaat er de reserve sportvelden die ook voldoende financiële middelen vraagt. Uitspraak raad: De uitwerking van de visie op “Toekomstbestendige maatschappelijke accommodaties”, waaronder sportvelden, en van het Integraal Huisvestingsplan voor het onderwijs vraagt om voldoende financiële middelen voor de benodigde toekomstige investeringen. Het is wenselijk om de financiering van de uit te werken plannen volgens deze twee beleidsplannen te betrekken bij de integrale afweging in de voorbereiding van de programmabegroting 2025-2028. 3.
Opvang statushouders, asielzoekers, ontheemden De gemeente heeft een taakstelling voor de opvang van de statushouders, is verantwoordelijk voor de opvang van ontheemden uit Oekraïne en heeft per 1 februari 2024 de wettelijke taak voor de opvang van asielzoekers volgens de “Spreidingswet”. De uitvoering van deze taken vraagt aanvullend inhoudelijk beleid en extra capaciteit. Dat vraagt structureel voldoende financiële middelen. Uitspraak raad: De gemeente heeft naast de opvang van de statushouders en de opvang van ontheemden uit Oekraïne ook per 1 februari 2024 de wettelijke taak voor de opvang van asielzoekers. De uitvoering van het aanvullend beleid inclusief de daarvoor benodigde extra capaciteit vraagt structureel voldoende financiële middelen. Het is wenselijk om de financiering daarvan te betrekken bij de integrale afweging in de voorbereiding van de programmabegroting 2025-2028. 4. Beleid klimaatadaptatie Om de gevolgen van de klimaatverandering op te vangen is een gemeentelijk klimaatadaptatiebeleid in ontwikkeling. De besluitvorming over dat beleidsplan vindt naar verwachting eind 2024/begin 2025 plaats. Vervolgens volgt op basis van het vastgestelde beleid een uit te voeren maatregelenpakket. De kosten van dat maatregelenpakket zijn nog niet inzichtelijk.
Om in 2025 toch concrete activiteiten alvast te kunnen ondersteunen, bijvoorbeeld bij de woningbouwontwikkeling of bij het beheer van de openbare ruimte, zijn extra financiële middelen nodig. Uitspraak raad: Voor het opvangen van de gevolgen van klimaatverandering is een gemeentelijk klimaatadaptatiebeleid in ontwikkeling. De kosten van het maatregelenpakket op basis van dat beleid zijn nog niet inzichtelijk. Het is wenselijk om voor 2025 een eenmalig werkbudget voor de uitwerking van concrete activiteiten, uitgaande van het nieuwe beleidsplan, te betrekken bij de integrale afweging in de voorbereiding van de programmabegroting 2025-2028. 5. Herontwikkeling Hoofdstraat Epe De gemeente Epe wil een aantrekkelijke gemeente zijn voor inwoners, ondernemers én bezoekers 3
Dat vraagt om een prettig verblijfsklimaat in de dorpscentra. Om dat in het dorp Epe te verbeteren is een herontwikkeling van een deel van het centrum nodig. In samenspraak met inwoners, organisaties en ondernemers is een plan in ontwikkeling. De realisatie van het uiteindelijke plan vraagt een budget van naar verwachting €5.000.000,- (in totaal voor de jaren 2025 t/m 2027). Uitspraak raad: Het verbeteren van het verblijfsklimaat van een deel van het centrum van het dorp Epe vraagt een herontwikkeling van de Hoofdstraat. Om het in ontwikkeling zijnde plan te kunnen realiseren zijn financiële middelen nodig. Het is wenselijk om de financiering van het plan tot herontwikkeling van de Hoofdstraat in het dorp Epe te betrekken bij de integrale afweging in de voorbereiding van de programmabegroting 2025-2028. 6. Maatregelen mobiliteit De realisatie van de forse regionale en lokale woningbouwopgave leidt tot een forse toename van de verkeersintensiteiten op de A50 en op ons lokale wegennet. Daarvoor zijn maatregelen nodig. Vanuit kosteneffectiviteit wordt een koppeling gezocht tussen ruimtelijke ontwikkeling (woningbouwlocaties en bedrijventerrein) en mobiliteit (regionale fietsroute F50 en directe looproutes naar de dorpscentra). Om het benodigde pakket aan mobiliteitsmaatregelen te realiseren zijn forse investeringen nodig bovenop de bestaande budgetten.
Daarnaast bestaat de mogelijkheid van cofinanciering door Rijk, provincie en/of regio. Uitspraak raad: Bij het realiseren van woningbouwlocaties Kerkenland, Zuukerenk en ’t Slath en bedrijventerrein Eekterveld IV zijn mobiliteitsmaatregelen nodig. Ook de ontwikkeling van de regionale fietsroute Apeldoorn-Epe (F50) speelt hierin mee. Voor het uitvoeren van de gewenste maatregelen zijn extra financiële middelen nodig, naast de al beschikbare budgetten en mogelijke cofinanciering. Het is wenselijk de financiering van de gewenste mobiliteitsmaatregelen, door uitbreiding van het mobiliteitsfonds, te betrekken bij de integrale afweging in de voorbereiding van de programmabegroting 2025-2028.
4
3. Inhoudelijke verkenningen 2025-2028 3.1 Pijler Sociaal Ontwikkelingen Sociaal Domein
Pijler: Sociaal
Korte beschrijving ontwikkeling. Hervormingsagenda Jeugd: Het huidige jeugdstelsel is niet houdbaar. Het ministerie van VWS, zorgaanbieders, cliënten (vertegenwoordigers), professionals en de VNG hebben daarom samen de Hervormingsagenda Jeugd 2022-2028 opgesteld. De Hervormingsagenda Jeugd heeft 2 doelen: betere en tijdige zorg en ondersteuning, op de juiste plek en wanneer dit nodig is; een beheersbaar en daarmee duurzaam financieel houdbaar stelsel. Inkoop Jeugdzorg en Wmo: Op dit moment is er sprake van integrale inkoop van de Jeugdzorg en Wmo producten. Per 1-1-2026 worden de Jeugdzorg en Wmo zorg en ondersteuning apart ingekocht, o.a. rekening houdend met de doelstellingen uit de hervormingsagenda. Per 1-1-2025 is sprake van de implementatie van Beschermd Thuis (nieuwe inkoop beschermd wonen). De invoering van het woonplaatsbeginsel is uitgesteld. Integraal zorgakkoord/Gezond en Actief Leven Akkoord: Het integraal zorgakkoord is opgesteld om de zorg goed, toegankelijk en betaalbaar te houden. Het is de werkagenda van alle zorgpartijen voor de komende 4 jaar op basis waarvan zij samenwerken aan de maatschappelijke uitdagingen in de zorg. Het organiseren van de juiste zorg op de juiste plek, een sterkere nadruk op preventie en versterking van de rol van de 1e lijn.
Gezond en Actief Leven Akkoord gericht op gezonde leefstijl, sport en bewegen, sluit aan op deze doelstellingen vanuit het IZA. Werk en inkomen: Binnen werk en inkomen zien we een trend waarbij er meer ondersteuning nodig is, doordat de doelgroep groter wordt (aantal statushouders en stijging van het aantal uitkeringen), de huidige doelgroep meer nodig heeft en er wettelijk meer mogelijk is. Deze ondersteuning is nodig binnen diverse gebieden, onder andere na invoering van het Breed Offensief. Aandachtspunten voor de gemeente. Hervormingsagenda Jeugd: De Hervormingsagenda heeft effect op ons huidige beleid en de manier waarop we (boven) regionaal en lokaal samenwerken. De voorgenomen inperking van de Jeugdwet heeft impact op voorliggend veld. Tevens inzet op lokale teams, dit kan effect hebben op de inrichting van het CJG en de lokale samenwerking met partners. In 2026 moet specialistische jeugdhulp en de daarbij behorende backoffice binnen een Gemeenschappelijke Regeling zijn ingekocht. De inkoop zal worden gestandaardiseerd: contractstandaarden, tarieven en verantwoording in een nieuw financieel stelsel. Inkoop Jeugd en Wmo: Komende periode wordt ingezet op inkooptraject per 1-1-2026, Jeugd en Wmo apart. Hierbij wordt rekening gehouden met de hervormingsagenda. Daarnaast is aandachtspunt kostprijsonderzoek dat mogelijk financieel effect heeft.
IZA/GALA: Op dit moment wordt gewerkt aan de uitwerking in een werkagenda op regionaal niveau vanuit het regionaal plan IZA. Ten aanzien van GALA heeft gemeente Epe een lokaal plan GALA voor de periode tot en met 2026 uitgewerkt, voortbordurend op bestaand beleid (en versterking hiervan). Werk en inkomen: Na invoering van het breed offensief zijn voorzieningen voor ondersteuning op de werkplek verruimd voor arbeidsbeperkte inwoners (die niet zelfstandig minimumloon kunnen verdienen). 5
Door de toestroom van statushouders is er een grotere behoefte aan werkervaringsplekken met taalondersteuning. In lijn met landelijk beeld neemt de jeugdwerkloosheid toe. Er is een wetsvoorstel ‘School naar duurzaam werk’. Het doel van dit wetsvoorstel is om jongeren met een afstand tot de arbeidsmarkt de juiste begeleiding en ondersteuning te geven richting economische zelfstandigheid. Hierbij wordt de preventieve taak meer bij de gemeente gelegd. Door de inflatie en afgelopen jaren crises is groei zichtbaar naar bijstand, schuldhulpverlening en minimaregelingen. Hoe verhoudt de ontwikkeling zich tot bestaand beleid (inhoudelijk en financieel) De ontwikkelingen zijn in lijn met het beleidsplan Sociaal domein 2023-2027. De Hervormings-agenda Jeugd is in de zomer van 2023 vastgesteld, maar veel onderwerpen moeten nog verder uitgewerkt worden. We ontvangen extra financiële middelen, waar vanaf 2025 een afbouw in plaatsvindt. Er wordt landelijk een discussie gevoerd hoe realistisch de financiële doelstellingen zijn. We hebben een speciale reserve opgebouwd om investeringen te kunnen doen die bij moeten dragen aan de inhoudelijke en financiële doelstellingen van de Hervormingsagenda. Ons beleid sluit aan op het gedachtengoed van de Hervormingsagenda.
Zo hebben we bijvoorbeeld al extra geïnvesteerd in preventieve voorzieningen en hebben we al ingezet op een goede samenwerking met huisartsen. Voor de vorming van de GR vindt op dit moment al onderzoek plaats om dit goed in te regelen per 11-2026. Inhoudelijk sluit IZA/GALA aan op het integraal beleidsplan. Vanuit deze akkoorden worden (tijdelijk) middelen vanuit het Rijk beschikbaar gesteld (SPUK IZA/GALA en middelen IZA voor transformatiemiddelen). Echter dit betreft geen structurele middelen. Inzet is daarnaast veel meer preventieve inzet (door de gemeenten). Het is van belang dat de gemeente hiervoor wel passende financiële middelen vanuit het Rijk ontvangt na het jaar 2028 respectievelijk 2026 (IZA loopt langer door). In algemene zin heeft de transformatie van zorg een financiële impact. Daarnaast kan het kostprijsonderzoek financieel effect hebben. Inhoudelijk kan het effect hebben op de doorontwikkeling van producten binnen de inkoop per 1-1-2026. Ten aanzien van werk en inkomen is mogelijk nieuw beleid nodig, door intensivering en wijziging (Participatie in balans). Besluit van de raad nodig: Ja De transformatie van zorg en ondersteuning vanuit de Hervormingsagenda en IZA/GALA vraagt op termijn nadere besluitvorming over inhoud en financiën.
Daarnaast volgt een voorstel voor het deelnemen in een verplichte Gemeenschappelijke Regeling die voortkomt uit de plannen van het Rijk. Het inkoopkader Jeugd en Wmo 2026 en verder wordt door de Raad vastgesteld.
Uitwerking plannen voor maatschappelijke en onderwijsaccommodaties
Pijler: Sociaal
Korte beschrijving ontwikkeling. In 2023 heeft de gemeenteraad de visie op toekomstbestendige maatschappelijke accommodaties en het Integraal Huisvestingsplan onderwijs (IHP) vastgesteld. De ambitie is om een betaalbaar, reëel en toereikend aanbod van maatschappelijke accommodaties te hebben dat past bij de vraag naar en het aanbod aan voorzieningen. Voor onderwijs is daarvoor in het IHP al vastgesteld welke scholen de komende jaren verbouwd of nieuw gebouwd worden, inclusief bijbehorende investering (indicatief). Voor de overige maatschappelijke accommodaties wordt locatiegericht en participatief gewerkt aan uitvoeringsplannen en is nog geen inschatting te maken van de benodigde middelen. Daarnaast is er in het Sport- en beweegplan een regeling opgenomen waarin sportverenigingen een één derde bijdrage van de gemeente kunnen aanvragen wanneer er vervanging of renovatie van de toplaag van de sportvelden moet plaatsvinden. Aandachtspunten voor de gemeente.
6
De uitvoeringsplannen maatschappelijk accommodaties zullen tot kosten voor de gemeente leiden en ook het voorgestelde addendum op het IHP (betreffende de Anne de Vriesschool en Mosterdzaadje) leidt tot extra kosten. Daarnaast is door stijgende bouwkosten het prijspeil uit het IHP in veel gevallen niet toereikend. In de programmabegroting 2024 – 2027 is opgenomen dat de beschikbare reserve voor het IHP ingezet wordt voor het IHP in samenhang met maatschappelijke accommodaties. Voor de middellange en lange termijn zal de reserve daarom moeten worden aangevuld. Voor de vervanging van de toplaag van sportvelden bestaat een aparte reserve. Ook deze reserve moet voor de middellange en lange termijn worden aangevuld Hoe verhoudt de ontwikkeling zich tot bestaand beleid (inhoudelijk en financieel) Voor het participatief opstellen van de uitvoeringsplannen voor maatschappelijke accommodaties is de visie op toekomstbestendige maatschappelijke accommodaties richtinggevend. Voor onderwijshuisvesting wordt het IHP uitgevoerd. Waar nodig stelt de gemeenteraad een addendum op het IHP vast. Besluit van de raad nodig: Ja Om toekomstbestendige maatschappelijke accommodaties te realiseren zijn voldoende financiële middelen nodig. De reserve voor IHP en maatschappelijke accommodaties en de reserve voor sportvelden dienen voldoende financiële middelen te bevatten.
Indien het niet mogelijk is voldoende geld in te reserve te storten, kan overwogen worden om voor onderwijshuisvesting geld te lenen zoals opgenomen in het coalitieakkoord.
Opvang statushouders, asielzoekers en ontheemden
Pijler: Sociaal
Korte beschrijving ontwikkeling. De gemeente kent een taakstelling voor de opvang van de statushouders, verantwoordelijkheid voor de opvang van ontheemden uit Oekraïne en daarnaast is per 1 februari 2024 de Spreidingswet aangenomen. Hiermee is de opvang van asielzoekers voor de gemeente een wettelijke taak. Naar aanleiding van deze Spreidingswet wordt een provinciaal plan via de Provinciale Regie tafels (PRT) opgesteld. Vanwege toenemende druk op de opvang / huisvesting van alle doelgroepen is de verwachting dat de taakstelling significant gaat stijgen. Aandachtspunten voor de gemeente. Afhankelijk van het plan op provinciaal niveau heeft dit impact op de (mogelijke) taakstelling voor de gemeente Epe. De opvang van de ontheemden uit Oekraïne wordt voortgezet op meerdere gemeentelijke opvanglocaties (GOO's) in gemeente Epe. Op dit moment wordt in de gemeente noodvang geleverd aan 276 asielzoekers door COA voor een half jaar, met mogelijke verlenging. In hoeverre de geboden noodopvang aan asielzoekers door COA doorloopt in 2025 is op dit moment nog onduidelijk. Hoe verhoudt de ontwikkeling zich tot bestaand beleid (inhoudelijk en financieel) Er is op dit moment nog onduidelijk hoe het plan op provinciaal niveau (via de PRT's) eruit komt te zien. Wel is duidelijk dat dit aanvullend inhoudelijk beleid vraagt voor in ieder geval de opvang van asielzoekers in de gemeente.
En het vraagt ook structureel extra capaciteit. Het is op dit moment niet helder in welke mate rijksmiddelen beschikbaar komen. Besluit van de raad nodig: Ja Er dient rekening gehouden te worden met benodigd aanvullend beleid omtrent de opvang van asielzoekers. Bovendien is voor de uitvoering van de nieuwe wettelijke taak vanuit de Spreidingswet structureel capaciteit nodig. Dit vraagt voldoende extra financiële middelen.
7
3.2 Pijler Ruimte Ontwikkelingen Ruimtelijk domein
Pijler: Ruimte
Korte beschrijving ontwikkeling. Regio Stedendriehoek Gemeente Epe maakt onderdeel uit van de Regio Stedendriehoek. Het wordt steeds belangrijker om ruimtelijke vraagstukken in de regio op te lossen. Eind 2023 is het Regioarrangement opgesteld met vijf opgaven die vanaf 2024 in uitwerking komen: verstedelijking in balans; versterken corridor A50/A1; bevaarbare IJssel; vitaal landelijk gebied; Veluwe. De Regio stedendriehoek krijgt vanuit de Regiodeal € 20 miljoen van het Rijk. Nu loopt het traject hoe we komen tot een selectie van initiatieven. Deelname aan die initiatieven vraagt co-financiering van onze gemeente. Woonagenda In het Raadsakkoord 2022-2026 is aangegeven dat we een gemeente willen zijn met een voldoende en divers aanbod van woningen naar betaalbaarheid en levensfase. In de regionale woondeal is onze opgave om 1789 woningen te bouwen tot en met 2030. Hiervan moet 65% betaalbaar zijn. De kaders hiervoor staan beschreven in de woonagenda (vaststelling juni 2024). De uitvoering van deze woonagenda vindt de komende jaren plaats.
Vitaal landelijk gebied Het landelijk gebied heeft te maken met verschillende ontwikkelingen zoals een te hoge stikstofdepositie, klimaatverandering, een veranderende agrarische sector, verbetering van de biodiversiteit, recreatiezonering, verbeteren van de vitaliteit van vakantieparken, een toenemende verstedelijkingsdruk vanuit wonen en bedrijven, energietransitie. Deze complexe hoeveelheid aan ontwikkelingen vraagt afstemming op regionaal en provinciaal niveau via diverse samenwerkingsverbanden, want de ruimte in het gebied is beperkt. Uitwerken omgevingswet Sinds 1 januari 2024 is de Omgevingswet in werking. Instrumenten die deze wet benoemt zijn onder andere het omgevingsprogramma en het omgevingsplan. Het omgevingsprogramma is erop gericht uitvoering te geven aan de omgevingsvisie via een aantal beleidsthema’s. De komende tijd vindt de vormgeving van dit instrument plaats. Voor 2032 moet het omgevingsplan, als vervanger van bestemmingsplannen, voldoen aan alle regels die de Omgevingswet daaraan stelt. Deze “ombouw” vindt fasegewijs plaats. Transitie energie en warmte Voor de uitvoering van de gemeentelijke taken op dit gebied is een uitvoeringsprogramma in ontwikkeling. Voor een gedeelte hiervan stelt het Rijk middelen beschikbaar.
Beheer en onderhoud openbare ruimte Door klimaatverandering, energietransitie en een veranderende mobiliteit is het steeds noodzakelijker het beheer op een integrale wijze uit te voeren om de kwaliteit van de woonomgeving te borgen. Ook voor de realisatie van doelen voor leefomgevingskwaliteit uit de omgevingsvisie is een integrale benadering van het beheer van de openbare ruimte een vereiste. Een beleidsplan voor integraal beheer is in ontwikkeling. Aandachtspunten voor de gemeente. Regio Stedendriehoek Regionale initiatieven dragen ook bij aan de lokale doelen op de diverse beleidsterreinen. De samenwerking binnen de regio tussen gemeenten, provincie en waterschap loopt steeds beter. De samenwerking wordt intensiever, waarmee er steeds meer gevraagd wordt van de ambtelijke capaciteit. Woonagenda Het toevoegen van woningen heeft impact op de omgeving: de natuur, het dorpse karakter, de leefbaarheid, parkeerbehoefte etc. Het is van belang om al deze aspecten goed in beeld te brengen om de juiste integrale keuzes te kunnen maken.
8
Nieuwe woningen moeten aangesloten worden op het energienet. Er is tot 2030 slechts beperkt ruimte op het energienet vanwege netcongestie. In de planvorming dienen handelingsperspectieven voor de energieaansluitingen voor de nieuwbouwlocaties te worden ontwikkeld. Het beter benutten van bestaand vastgoed kan bijdragen aan het oplossen van het tekort aan (betaalbare) woningen. Vitaal landelijk gebied Niet alles kan op het niveau van provincie en regio bepaald en gerealiseerd worden. Het vraagt ook invulling op lokaal niveau. Onze Omgevingsvisie is hiervoor een leidend vertrekpunt. Door de hoeveelheid aan onderwerpen is het zaak om daarin heldere keuzes te maken en meer focus aan te brengen gelet op de beschikbare capaciteit, de financiële middelen en wat van de samenleving gevraagd wordt. Uitwerken omgevingswet Het omgevingsprogramma is voor veel gemeenten, waaronder Epe, nieuw en het is vormvrij. Dat betekent dat er keuzes te maken zijn over de invulling en het gebruik van het instrument. De verplichting is er om als gemeente in 2032 een volledig omgevingsplan conform de eisen van Omgevingswet te hebben. De aanpak zal daarop gericht zijn. Transitie energie en warmte De ligging van Epe in waardevol beschermd gebied bemoeilijkt de opwekmogelijkheden voor duurzame energie.
Een belangrijke complicerende factor vormt de netcongestie, daarmee kan duurzame opwek van energie niet aangesloten worden en is voor het daadwerkelijk gasvrij maken van woningen handelingsperspectief benodigd. Beheer en onderhoud openbare ruimte Om het beheer van de openbare ruimte op een integrale wijze te borgen is een nieuw beheersplan voor de openbare ruimte benodigd. Met een integraal beheerplan openbare ruimte (IBOR) kunnen de verschillende doelen voor de openbare ruimte en de daaruit voortkomende activiteiten beter op elkaar worden afgestemd. Hoe verhoudt de ontwikkeling zich tot bestaand beleid (inhoudelijk en financieel) Regio Stedendriehoek De regionale samenwerking wordt steeds belangrijker voor de integrale uitwerking van de lokale opgaven en de financiering daarvan. Dat vraagt voldoende inzet van capaciteit voor de invulling van deze samenwerking. Woonagenda Het vraagt een goede planning om de woningbouwontwikkelingen te realiseren volgens de uitgangspunten van de omgevingsvisie vanuit een integrale benadering. Vitaal landelijk gebied Onze Omgevingsvisie blijft leidend in ons handelen. Beleidswijzigingen om in te spelen op alle ontwikkelingen zullen noodzakelijk blijven en zullen een regelmatige aanpassing van de Omgevingsvisie vragen.
Eventueel extra financiële middelen zullen mede afhankelijk zijn van de te maken keuzes en de beschikbare middelen vanuit rijk, provincie en regio. Uitwerken omgevingswet Omgevingsprogramma’s zijn een nieuw instrument dat vorm gegeven moet worden. Het omgevingsplan bestaat uit een omzetting van met name de bestaande bestemmingsplannen gebaseerd op de Omgevingswet. Transitie energie en warmte Het betreffende uitvoeringsprogramma is in ontwikkeling en gebaseerd op de gemeentelijke Transitievisie Energie en Warmte. Het programma wordt afgestemd op de huidige netcongestie en de beschikbaar gestelde middelen van het Rijk voor de uitvoering van het Klimaatakkoord. Beheer en onderhoud openbare ruimte Het nieuwe integrale beheerplan is gebaseerd op de uitgangspunten van onze Omgevingsvisie.
9
Besluit van de raad nodig: Nee Binnen het ruimtelijk domein spelen veel ontwikkelingen zoals hiervoor geschetst. Bij al die ontwikkelingen heeft de gemeente een rol. Het vraagt inzet van personele capaciteit en financiële middelen om de ambities en doelen te kunnen realiseren. De insteek is om dit alles binnen de bestaande personele capaciteit en budgetten vorm te geven conform het gestelde kader voor het opstellen van de perspectiefnota waaraan getoetst is. Het kan er toe leiden dat er een (her)prioritering in de uit te voeren activiteiten nodig is en/of dat de ambities bijgesteld dienen te worden.
Beleid klimaat adaptatie
Pijler: Ruimte
Korte beschrijving ontwikkeling. Om de gevolgen van de klimaatverandering, waar benodigd op te vangen, ontwikkelt de gemeente in 2024 het gemeentelijk klimaatadaptatiebeleid. Uit dit beleid volgt een maatregelenpakket klimaatadaptatie om de gevolgen die onwenselijke schade en leefomstandigheden teweegbrengen zoveel mogelijk te beperken. Dit beleid wordt in het eind 2024/begin 2025 ter besluitvorming aan de raad voorgelegd. Aandachtspunten voor de gemeente. Klimaatverandering leidt tot gevolgen in onze leefomgeving als wateroverlast, hittestress, droogte en natuurbranden. Om deze op te vangen is een aangepaste benadering in de inrichting van onze leefomgeving benodigd. Deze aanpassingen brengen kosten en ruimtebeslag met zich mee. Hoe verhoudt de ontwikkeling zich tot bestaand beleid (inhoudelijk en financieel) Klimaatadaptatiebeleid grijpt in op tal van beleidsterreinen van woningbouwontwikkeling tot groenen bosbeheer. In de meeste gevallen leidt klimaatadaptatie tot meer kosten of ruimtebeslag, maar beperkt het onbeheersbare schade en kosten als gevolg van effecten die optreden door klimaatverandering. Besluit van de raad nodig: Ja Het gemeentelijk klimaatadaptatiebeleid wordt eind 2024/begin 2025 ter besluitvorming aan de raad voorgelegd.
Alhoewel de kosten voor het maatregelenpakket klimaatadaptatie nog niet inzichtelijk zijn, zolang klimaatadaptatiebeleid niet is vastgesteld, is ingrijpen in veel gevallen al nodig. Het is wenselijk om voordat het beleid is vastgesteld een eenmalig werkbudget te reserveren om concrete activiteiten alvast te kunnen ondersteunen bijvoorbeeld bij de woningbouwontwikkeling, of bij het beheer van de openbare ruimte.
Herontwikkeling Hoofdstraat Epe
Pijler: Ruimte
Korte beschrijving ontwikkeling. Om het verblijfsklimaat en de verblijfsduur van bezoekers te verbeteren en een toekomstbestendig centrum te creëren, willen we een deel van het centrum van Epe herontwikkelen. Dit conform het raadsakkoord en het collegeprogramma. In het raadsakkoord voor de periode 2022-2026 is aangegeven dat gemeente Epe een aantrekkelijke gemeente wil zijn voor onze inwoners, ondernemers én onze bezoekers. In het collegeprogramma voor de periode 2022-2026 is besloten om een plan te ontwikkelen voor de herinrichting van het centrum van het dorp Epe. Aandachtspunten voor de gemeente. Het doel van deze herontwikkeling is om een aantrekkelijke gemeente te zijn voor inwoners, ondernemers en bezoekers. Dat vraagt om een prettig verblijfsklimaat. Het te ontwikkelen plan gebeurt in samenspraak met inwoners, organisaties en ondernemers. Voor de realisatie van het uiteindelijke plan zijn investeringen nodig. Een eerste raming gaat uit van een benodigd budget van circa € 5.000.000 (in totaal voor de jaren 2025 t/m 2027). Vanuit duurzaamheidsoogpunt en om de kosten te drukken zal zoveel mogelijk materiaal hergebruikt worden. Daarnaast wordt rekening gehouden met klimaat (hittestress, afwatering etc). 10
Hoe verhoudt de ontwikkeling zich tot bestaand beleid (inhoudelijk en financieel) De herontwikkeling van de Hoofdstraat leidt tot een sterke verbetering van het verblijfsklimaat en de vitaliteit van het centrum van Epe en komt naast het collegeprogramma voort uit de Economische Visie (2016) en de Omgevingsvisie (2022). Het ontwerpplan wordt in 2024 opgesteld. De uitvoering staat gepland in de jaren 2025-2027. Voor de uitvoering is nog geen budget opgenomen. Besluit van de raad nodig: Ja Voor de herontwikkeling van de Hoofdstraat in Epe wordt een plan gemaakt in samenspraak met inwoners, organisaties en ondernemers. De raad krijgt het voorlopig-ontwerp ter besluitvorming voorgelegd. Voorafgaand daaraan krijgt de raad voorstel ter besluitvorming over de voorkeursvariant voor de verkeerssituatie Hoofdstraat Epe. De realisatie van het uiteindelijke plan vraagt een budget van naar verwachting € 5.000.000 (in totaal voor de jaren 2025 t/m 2027).
Maatregelen mobiliteit
Pijler: Ruimte
Korte beschrijving ontwikkeling. Bij de maatregelen mobiliteit gaat het om de volgende onderwerpen: F50 (regionale fietsroute Apeldoorn-Epe), Centrumring dorp Epe in relatie tot woningbouwopgave, A50. We staan voor een grote regionale en lokale woningbouwopgave. Deze opgave heeft gevolgen voor onze mobiliteit. Volgens de prognoses geeft deze regionale opgave een forse toename van de verkeersintensiteiten op de A50, maar ook op ons lokale wegennet. Dit heeft niet alleen gevolgen voor de bereikbaarheid, maar ook voor de veiligheid én leefbaarheid, bijvoorbeeld op de dorpenroute. Er is daarom een studie uitgevoerd naar de A50-corridor (het gebied grenzend aan de A50) om te bezien welke maatregelen nu en richting de toekomst nodig zijn. De genoemde opgaven zijn inmiddels vanuit de regio ook aangedragen bij het Rijk (Woondeal) en er wordt onderzocht of en hoe deze in de Regiodeal kunnen worden opgenomen. Vanuit een constructieve samenwerking tussen provincie Gelderland, Regio Stedendriehoek en aanliggende gemeenten wordt deze opgave verder uitgewerkt. Tenslotte vragen wij ook aandacht voor de doorstromingsmaatregelen op de A50. Deze dienen regionaal nader onderzocht en verkend te worden. Aandachtspunten voor de gemeente. De realisatie van de forse woningbouwopgave leidt tot een forse opgave voor de mobiliteit. Dat wordt opgepakt tezamen met de ontwikkeling van de woningbouwopgave.
Daarbij zetten we in op veiligheid, leefbaarheid en bereikbaarheid. Binnen het maatregelenpakket is de meest (kosten-)effectieve stap de koppeling te zoeken tussen ruimtelijke ontwikkeling en mobiliteit. Dit doen we als Epe door in te zetten op ontwikkeling van woningbouwlocaties Kerkenland, Zuukerenk, ’t Slath, bedrijventerrein Eekterveld IV en de koppeling te zoeken met fietsen (F50) en lopen (directe routes naar de dorpscentra). Hiervoor zijn investeringen noodzakelijk, denk bij de F50 ook aan de drie kruisingen in Vaassen (Eekterweg, Deventerstraat en Laan van Fasna). Ook op de centrumring in het dorp Epe zijn naar verwachting investeringen nodig ten behoeve van de fietsveiligheid én leefbaarheid. Hoe verhoudt de ontwikkeling zich tot bestaand beleid (inhoudelijk en financieel) De investeringen in de mobiliteit voor de woningbouwopgave zijn fors. Daarom zetten we samen met andere partners in op cofinanciering van Rijk, provincie en regio. Voor de uit te voeren plannen zijn de benodigde investeringen en mogelijke cofinanciering op een rij gezet. Het vraagt aanvullende gemeentelijke financiële middelen op de bestaande budgetten.
2025: fietspad Apeldoorn-Epe: - Totaal geraamde kosten (exclusief drie kruisingen in Vaassen) - Gemeentelijk budget (investering en onderhoudsbudget wegen - Externe financiering door netcongestie van Liander (toezegging) - Cofinanciering vanuit de provincie (nog niet verleend) Aanvullend nodig
€ 6.700.000 € 1.500.000 € 200.000 € 4.065.000 € 935.000 11
2026: € 1.000.000 fietstunnel Eekterweg (+ € 3.5000.000 cofinanciering provincie/Rijk) In maart/april heeft het Voorlopig Ontwerp rondom de regionale fietsroute Apeldoorn-Epe ter inzage gelegen. Ook daaruit blijkt de brede wens om (op korte termijn) een fietstunnel te realiseren onder de Eekterweg in Vaassen. Deze kruising wordt als onveilig ervaren door fietsers. Vanuit woningbouwopgave en aanpak corridor A50 is een veilige oversteek gewenst waarbij fietsers én automobilisten kunnen doorrijden. Doorstroming op het wegennet is daarbij van essentieel belang. Bij het Rijk is € 1.500.000 subsidie aangevraagd vanuit het NTF (Nationaal Toekomstbeeld Fiets) en bij de provincie Gelderland € 2.000.000 vanuit de fietssubsidieregeling. 2027: centrumring dorp Epe i.r.t. woningbouwopgave: € 1.300.000 De gevolgen van de woningbouwontwikkeling ’t Slath op de gemeentelijke wegenstructuur zijn onderzocht. Daaruit blijkt dat de woningbouwontwikkeling (en benodigde verkeersmaatregelen) tot een hogere intensiteit van het verkeer op de centrumring leidt. Op de centrumring in Epe zijn naar verwachting daarom investeringen nodig ten behoeve van de verkeerveiligheid én leefbaarheid. Daarnaast volgt vanuit het Mobiliteitsplan 2022-2032 veilige fietsoversteken met de centrumring. De genoemde opgaven zijn inmiddels vanuit de regio ook aangedragen bij het Rijk (o.a. Woondeal).
2028: twee knelpunten Laan van Fasna: PM + fietsroute Epe-Epe: P.M. Voor de Laan van Fasna is het op termijn ook gewenst dat de oversteek met de regionale fietsroute Apeldoorn-Epe op een toekomstbestendige wijze wordt vormgegeven. Daarnaast wordt momenteel gewerkt aan de verbinding Epe-Epe (als schakel tussen de regionale fietsroute Apeldoorn-Epe en Epe-Zwolle). Daarbij wordt nadrukkelijk de koppeling gezocht met woningbouwlocatie Zuukerenk en ’t Slath).
Besluit van de raad nodig: Ja Een aantal ontwikkelingen zoals mobiliteit in relatie tot woningbouw en de F50 (regionale fietsroute Apeldoorn-Epe) vragen voor de realisatie van de gewenste maatregelen flinke investeringen. Dit naast de al beschikbare gemeentelijke middelen en de gevraagde cofinanciering bij onder meer Rijk, provincie en regio. De realisatie van de gewenste maatregelen in mobiliteit vindt gefaseerd plaats. Ook de inhoudelijke plannen komen gefaseerd voor vaststelling naar de raad. Het is wenselijk om aan het ingestelde mobiliteitsfonds voldoende financiële middelen toe te voegen voor de realisatie van de maatregelen.
12
4. Financiële verkenningen 2025-2028 1. Inleiding In dit onderdeel wordt het resultaat weergegeven van een verkenning van het financieel meerjarenperspectief voor de periode 2024-2028. Het startpunt voor deze verkenning is de in november 2023 door de gemeenteraad vastgestelde Programmabegroting (incl. meerjarenbegroting) 2024-2027. Dit uitgangspunt wordt vervolgens aangevuld met de belangrijkste financiële ontwikkelingen die impact hebben op het financieel meerjarenperspectief. Het gaat hierbij om belangrijke (autonome) ontwikkelingen in de uitgaven en inkomsten en relevante financiële risico's, inclusief de ontwikkeling van de algemene uitkering uit het gemeentefonds. 2. Startpunt: Programmabegroting en meerjarenbegroting 2024-2027 In de huidige meerjarenbegroting 2024-2027 (die in november 2023 in de raad is vastgesteld) is duidelijk gemaakt dat het financiële beeld zich ongunstig heeft ontwikkeld. Vanuit de begrotingen daarvoor was er aanzienlijke incidentele en structurele financiële ruimte voor ‘nieuw beleid’. Dit gaf mogelijkheden om (meerjarig) invulling te geven aan een groot aantal ontwikkelingen en ambities die opgenomen zijn in het raads- en coalitieakkoord voor deze bestuursperiode. Maar door autonome ontwikkelingen is er nu (begroting 2024) sprake van een financieel tekort. Met als gevolg een financiële taakstelling van structureel € 2 mln. vanaf 2026.
Deze financiële taakstelling moet worden ingevuld via de dit jaar uit te voeren ‘doorlichting’ van de begroting. Met het resultaat van deze doorlichting moet in eerste instantie het structurele begrotingstekort worden opgelost (in de huidige meerjarenbegroting is dit tekort rond € 1,6 mln. vanaf 2026/2027). De (positieve) ruimte die ontstaat tussen het financiële resultaat van de doorlichting en het begrotingstekort kan worden ingezet om nieuw beleid op te nemen in de nieuwe begroting. Hierbij wordt aangetekend dat de meerjarenbegroting de komende tijd wordt geactualiseerd (verwachte uitgaven én inkomsten). Met de voor 2023 en 2024 vastgestelde (meerjaren)begrotingen en de beleidsmatige invulling hiervan, kan in belangrijke mate invulling worden gegeven aan de ambities voor de bestuursperiode 20222026. Voorwaarde is wel dat het structurele begrotingstekort wordt opgelost. 3. Financiële ontwikkelingen Ten opzichte van het beeld in de meerjarenbegroting 2024-2027 worden de volgende ontwikkelingen genoemd die invloed hebben op het financieel meerjarenperspectief voor de periode 2025-2028. Algemene uitkering gemeentefonds De financiële positie van de gemeente wordt sterk bepaald door de onzekerheid over de ontwikkeling van de algemene uitkering.
Ontwikkeling t/m 2025 Het rijk had de ontwikkeling van het ‘volume-accres’ in de algemene uitkering en de ‘samen trap-optrap-af systematiek voor de jaren t/m 2025 ‘vastgeklikt’, waardoor voor de gemeenten meer zekerheid ontstond over het verloop. Daarnaast heeft het Rijk de oploop van de zgn. ‘opschalingskorting’ tijdelijk geschrapt, waardoor tijdelijk (voor de jaren 2022 t/m 2025) een voordeel ontstond voor de gemeenten. Met deze ontwikkelingen was in de huidige begroting al rekening gehouden. Dit heeft, zoals bekend, een sterke daling van de algemene uitkering vanaf 2026 tot gevolg. Ontwikkelingen in de september- en decembercirculaire 2023 De hoogte en ontwikkeling van de algemene uitkering in de huidige begroting 2024-2027 is gebaseerd op de meicirculaire 2023. In de circulaires die daarna zijn verschenen, zijn bijstellingen opgenomen. De raad is hierover in informatienota’s geïnformeerd. In de volgende tabel is (samengevat) het meerjarig effect weergegeven van de ontwikkelingen sinds de meicirculaire 2023.
13
(x €1.000) Meicirculaire 2023
2024
2025
2026
2027
2028
66.228
69.442
65.743
67.259
68.882
1. Accres (volume, LPO)/uitkeringsfactor
799
524
464
1.623
2.281
2. Decentralisatie-uitkering Participatiewet
54
51
48
45
42
3. WOZ-waarden mutaties 4. Taakmutaties
-192 151
-192 60
-192 13
-192 13
-192 -9
5. Overige Decembercirculaire 2023
7 67.047
7 69.892
7 66.083
-1 68.747
-2 71.002
Financieel effect sept.- en decembercirculaire
+ 819
+ 450
+ 340
+ 1.488
+ 2.120
In de meicirculaire 2024 zal duidelijk worden welke bijstellingen dan plaats vinden. Dat kunnen zowel positieve als negatieve bijstellingen zijn. Voorjaarsnota Rijk 2024 Halverwege april is de Voorjaarsnota van het Rijk verschenen. Door de VNG zijn de gemeenten geïnformeerd over de nieuwe afspraken die zijn gemaakt met het demissionaire kabinet en die in de Voorjaarsnota zijn opgenomen. Deze zijn van invloed op de ontwikkeling van de algemene uitkering in de komende jaren, direct vanaf 2025. Het gaat om de volgende stappen die worden gezet: •
de oploop van de opschalingskorting van € 675 miljoen wordt structureel geschrapt.
•
rechtvaardige risicoverdeling Wmo door heldere afspraken over objectieve indexering en aparte fondsvorming
•
indexering zorgkosten: € 75 miljoen in 2026 oplopend tot 300 miljoen in 2029
•
een opschoonactie voor specifieke uitkeringen.
Het kabinet vraagt hiervoor wel een prijs: in 2025 wordt het gemeentefonds eenmalig € 675 miljoen lager vastgesteld. Vanaf 2026 stijgt het gemeentefonds structureel met € 750 miljoen oplopend tot ongeveer 1 miljard in 2029. Het financiële probleem van gemeenten is hiermee niet opgelost. Wel worden betekenisvolle stappen gezet. Zo is de discussie over de opschalingskorting hiermee afgerond. Met de aangekondigde aanpak vanaf 2026 blijft nog steeds een groot (structureel) gat over wat hetzij door meer middelen, hetzij door minder taken gedicht moet worden. De VNG vervolgt haar inzet richting de formatietafel voor een goede balans tussen taken en middelen. Voor 2024 heeft de Voorjaarsnota van het kabinet beperkte gevolgen. Voor de jaren vanaf 2026 levert het een positiever beeld op ten opzichte van de decembercirculaire 2023. Voor 2025 betekent het besluit van het kabinet dat gemeenten aanzienlijk minder middelen uit het gemeentefonds ontvangen dan op grond van de septembercirculaire mocht worden aangenomen. Dat betekent dat alle gemeenten voor de keuze staan hoe dit (alsnog) verwerkt moet worden in de meerjarenbegroting 2025 – 2028. De VNG heeft aangegeven met een begrotingsadvies te komen. Ook zullen de door de VNG met het Rijk gemaakte afspraken worden besproken tijdens een extra Algemene Leden Vergadering van de VNG op 24 mei.
Daar zal duidelijk worden of de gemeenten achter de met het Rijk gemaakte afspraken staan. Aanpassing financieringssystematiek In de Voorjaarsnota van 2023 kondigde het Kabinet aan dat per 2026 van de ‘samen trap-op-trap-afsystematiek’ wordt afgestapt. Deze systematiek bepaalt dat wanneer het Rijk meer geld uitgeeft, gemeenten en provincies ook meer geld krijgen (en andersom). In de Voorjaarsnota 2024 van het Rijk is opgenomen dat de nieuwe systematiek die hiervoor in de plaats komt, al eerder ingaat (2024), maar dat gemeenten voor het nadeel hiervan wel (gedeeltelijk) worden gecompenseerd. In de nieuwe systematiek wordt het Gemeentefonds geïndexeerd op basis van de ontwikkeling van het bruto binnenlands product (bbp). De ontwikkeling van het bbp zou een objectieve en onafhankelijke maatstaf zijn voor zowel volumecomponenten, die een kostenverhogende werking hebben (zoals bevolkingsgroei), als voor de loon- en prijsontwikkeling. De bbp-systematiek houdt echter geen rekening met het feit dat de uitgaven voor de zorg door onder 14
andere demografische ontwikkelingen harder stijgen dan het bruto binnenlands product. Daarmee zou het gat vanaf 2026 elk jaar verder toenemen. Aangekondigd is nu dat er extra geld komt voor de indexering van de zorgkosten. Voor de Wmo-uitgaven is een – nog uit te werken – aparte, geobjectiveerde indexering aangekondigd. Financiële vertaling voor gemeente Epe Wat de financiële vertaling hiervan voor gemeente Epe zal zijn, wordt duidelijk als eind mei / begin juni de ‘meicirculaire’ van het Rijk verschijnt. Eerste indicaties geven de volgende ontwikkelingen te zien: -
een positief effect van het afschaffen van de oploop opschalingskorting: ongeveer € 1,1 mln. vanaf 2026; een negatief effect door een eenmalige korting in 2025 van € 1,1 mln. een negatief effect (per saldo) van de bijstelling van de indexering o.b.v. de huidige systematiek (cijfers CEP februari 2024, volume, loon- en prijs) (oplopend naar bijna € 1 mln.) een vooralsnog nagenoeg neutraal effect door de invoering van de nieuwe financieringssystematiek naar de bbp-systematiek (structureel) incl. compensatie (incidenteel t/m 2029)
In de tabel hieronder is in beeld gebracht wat het indicatieve effect is voor Epe van de ontwikkelingen in de Voorjaarsnota ten opzichte van de uitkomst van de september- en decembercirculaire: (x €1.000)
2024
2025
2026
2027
2028
Financieel effect sept.- en dec. circulaire 2023
+ 819
+ 450
+ 340
+ 1.488
+ 2.120
+1.105
+1.095
+1.088
Financieel effect Voorjaarsnota Rijk 2024 - afschaffen oploop opschalingskorting - eenmalige korting 2025
-1.082
- effect indexering o.b.v. huidige systematiek
-151
-460
-750
-891
-838
0
0
2
-13
0
- 151
- 1.542
+ 357
+ 191
+ 250
+ 668
- 1.092
+ 697
+ 1.679
+ 2.370
- nieuwe fin.systematiek bbp incl. compensatie
Indicatief saldo algemene uitkering
De voorlopige conclusie is dat het voordeel van de afschaffing van de oploop van de opschalingskorting nagenoeg teniet wordt gedaan door de (reguliere) ontwikkeling van de accressen in samenhang met de effecten van het aanpassen van de financieringssystematiek. Jaarrekening 2023 De concept jaarrekening van Epe laat voor boekjaar 2023 - naar het zich nu laat aanzien - een aanzienlijk positief financieel resultaat zien. Het college zal aan de raad een voorstel doen over de bestemming van het financiële resultaat. Een deel van het resultaat kan bij de nieuwe begroting worden ingezet als eenmalige middelen. Ontwikkeling prijzen, lonen en rente Na de eerdere sterke stijging van prijzen (o.a. energie) en lonen in 2023-2024 lijken deze weer terug te gaan naar een wat meer gematigde ontwikkeling. Onderstaande tabel laat zien hoe de actuele verwachtingen zich ontwikkelen in vergelijking met waar we vanuit gingen bij de begroting 2024. Prijsindex Uitgangspunt begroting 2024 CBS verwachting april 2024 (toepassing begr. 2025)
2024 3,9% 2,9%
2025 1,6% 2,2%
2026-2028 1,6% 2,2%
Loonindex Uitgangspunt begroting 2024 CBS verwachting april 2024 (toepassing begr. 2025)
4,7% 5,6%
3,8% 4,4%
3,6% 3,4-4,3%
Het percentage voor de prijsindex is ook het uitgangspunt voor de verhoging van het budget voor te verstekken subsidies en voor de stijging van de opbrengst van lokale heffingen (zoals de OZB). De gestegen rente van de laatste tijd lijkt zich vooralsnog te stabiliseren; het risico blijft echter aanwezig dat de rente stijgt met structureel hogere rentelasten in de begroting tot gevolg 15
Rente Uitgangspunt begroting 2024 Rentevisie DNB december 2023 Uitgangspunt (voorlopig) begroting 2025
2024 3,0% 2,9% 3,0%
2025 3,0% 3,0% 3,0%
2026-2028 3,0% n.n.b. 3,0%
4. Overige financiële ontwikkelingen en risico’s vanuit beleidsmatige onderwerpen Kostendekkendheid leges en heffingen Diverse ontwikkelingen maken dat het noodzakelijk is om na te gaan in hoeverre het beleid ten aanzien van kostendekkendheid bij leges en heffingen uitvoerbaar blijft de komende jaren. Er is met name bij riolering, afvalinzameling en begraven sprake van (autonome) kostenstijgingen en inkomstendalingen, waardoor in een aantal gevallen het principe van 100% kostendekking alleen gerealiseerd kan worden door extra verhoging van de tarieven. Ook zijn er wijzigingen in regelgeving (BBV), waardoor kostentoerekening van rentelasten in mindere mate mogelijk is. De effecten hiervan zullen in beeld worden gebracht en waar nodig zal het college met aanvullende voorstellen komen in het kader van de volgende begroting. Hierbij blijft vooralsnog het uitgangspunt dat de woonlasten onder het landelijk gemiddelde blijven. Jeugdzorg Het Rijk en de VNG hebben afspraken gemaakt over de hervormingsagenda jeugd, die als doel heeft om betere en tijdige zorg en ondersteuning te bieden en een beheersbaar en duurzaam financieel stelsel te creëren. In de algemene uitkering worden voor de uitvoering hiervan tijdelijk extra middelen ontvangen.
In aanvulling hierop zijn afspraken gemaakt tussen de VNG en het Rijk, waardoor extra besparingen op de kosten van de jeugdzorg moeten worden gerealiseerd. Die moeten ontstaan door maatregelen waarover het Rijk nog moet beslissen. Hier staat een daling van de algemene uitkering tegenover. In de huidige begroting is hiervoor een (uitgaven verlagende) stelpost opgenomen van structureel € 850.000 vanaf 2025. In de Voorjaarsnota 2024 van het Rijk is opgenomen dat deze voorgenomen bezuiniging op de jeugdzorg in 2025 niet doorgaat. Vanaf 2026 staat de bezuiniging (€ 511 mln.) nog wel in de boeken, maar het is aan een nieuw kabinet om dit door te zetten of niet. Huisvesting vluchtelingen, statushouders en overige doelgroepen Voor de uitgaven van huisvesting en opvang van vluchtelingen, statushouders en overige doelgroepen zijn door de raad en door het Rijk middelen beschikbaar gesteld. Vooralsnog lijken deze middelen toereikend, doordat over de afgelopen jaren (2022 en 2023) op de middelen van het Rijk overschotten zijn ontstaan. Deze zijn/worden gereserveerd. Mobiliteit Voor de realisatie van het Mobiliteitsplan 2022-2032 is in de afgelopen jaren gestart met het inrichten van een mobiliteitsfonds (in totaal is ca. € 5 mln. gereserveerd).
Nieuwe (aanvullende) beschikbaar te stellen middelen voor projecten in het kader van mobiliteit, zullen vanuit een integrale benadering/ afweging worden toegevoegd aan het fonds. Binnen de mogelijkheden van het fonds zal het nodig zijn om middelen voor specifieke projecten te prioriteren of te labelen. Hierbij kan het gaan om zowel projecten uit het mobiliteitsplan als andere projecten, zoals fietspad F50 en aanpassingen van knelpunten ten behoeve van de verkeersveiligheid. Waar mogelijk zullen concrete projecten met specifieke financiële raming worden opgenomen in het meerjareninvesteringsplan.
5. Algemene ontwikkelingen Doorlichting/herijking gemeentebegroting In het coalitieakkoord is vastgelegd dat het de bedoeling is om het bestaande beleid te laten herijken/doorlichten. In de begroting is deze actie opgenomen voor 2024. De uit te voeren doorlichting is in de huidige begroting vertaald naar een financieel resultaat of ‘taakstelling’ van € 2 mln. structureel vanaf 2026. Uitwerking vindt plaats aan de hand van een plan van aanpak. Vooruitlopend hierop is voor de jaren 2024 en 2025 de prijsindexatie (7,5% voor 2024) op een groot aantal direct te beïnvloeden budgetten verlaagd. Het gaat hierbij om een bedrag (verlaging van de kosten) met € 652.000. Voor de jaren 2024 en 2025 was de doelstelling een bedrag van € 1 mln. De raad is hierover in december geïnformeerd. Afgewogen zal worden in hoeverre dit resultaat structureel vertaald kan worden. 16
Analyse financiële positie gemeenten in Gelderland De Provincie Gelderland heeft op basis van de begrotingen 2024 een analyse gemaakt van de financiële positie van de Gelderse gemeenten. De belangrijkste punten hieruit samengevat: • alle 51 Gelderse gemeenten presenteren een structureel en reëel sluitende begroting 2024. • ongeveer een kwart (13) van de gemeenten heeft ook een structureel en reëel sluitende meerjarenraming 2025-2027. Driekwart van de gemeenten presenteert dus tekorten in het meerjarenperspectief. • in 2024 is in veel gevallen sprake van een verbetering van de weerstandsfactor (verhouding tussen financiële buffers en risico’s). • de afgelopen jaren daalde de solvabiliteit (verhouding reserves ten opzichte van totale vermogen) op basis van de jaarrekeningen; vanaf 2023 stijgt de solvabiliteit op basis van de begrotingen. Dit komt door de doorwerking van de reserveringen van de positieve resultaten van de jaarrekeningen van 2021 en 2022. • bij de bouwgrondexploitatie lijkt de gestage afbouw van de boekwaarde van de afgelopen jaren sinds 2023 te zijn gestopt; voor het eerst sinds jaren stijgt het kengetal grondexploitatie weer. Dit komt door noodzakelijke investeringen van gemeenten in nieuwe bouwprojecten om het woningtekort aan te pakken.
• de belastingdruk (gemiddelde belastingdruk per huishouden afgezet tegen het landelijke gemiddelde van het vorige jaar) daalde in de afgelopen jaren geleidelijk. In 2024 zet deze daling door. De analyse bevestigt het beeld dat gemeenten in 2026 met grote tekorten te maken krijgen en geeft inzicht in de onderliggende financiële trends. De VNG waarschuwt al sinds het verschijnen van het coalitieakkoord in 2021 dat de aanpak van het rijk grote gevolgen gaat hebben voor de financiële positie van gemeenten. Structurele en adequate oplossingen zijn nodig om te voorkomen dat investeringen op alle fronten gaan teruglopen. Begrotingsadvies van de VNG De VNG brengt dit jaar in twee delen een begrotingsadvies uit, begin maart 2024 is het eerste deel ontvangen.
Het advies luidt samengevat: - stel een reële meerjarenbegroting 2025-2028 op; - bereid ombuigingen voor, voor het geval de korting van € 3 miljard vanaf 2026 niet wordt teruggedraaid of verzacht; zet ze nog niet in gang; - presenteer de gevolgen financieel én inhoudelijk zo scherp mogelijk; - betrek daarbij het advies van de Taskforce Taken en Middelen (focus vooral op taken in medebewind: taken die de rijksoverheid in wetten aan de gemeente en GR-en opdraagt om uit te voeren); - beschrijf in ieder geval de 5 meest significante ombuigingsmaatregelen, hun consequenties en het taakveld dat daarmee geraakt wordt (en neem deze op in de perspectiefnota). Het college neemt het advies van de VNG mee in het project 'Doorlichting/herijking van de begroting', zodat het daarin betrokken kan worden. Voor het college zijn de maatregelen in de Voorjaarsnota van het Rijk geen aanleiding om af te zien van uitvoering van de doorlichting van de begroting.
17