978531 zienswijze ontwerp beleid en milieuonderzoek windenergie Veluwe
Tekst van het document
Provincie Gelderland T.a.v. college van Gedeputeerde Staten Postbus 9090 6800 GX Arnhem
Deventer, 15 maart 2024 Behandeld door: M. van der Jagt Telefoon: 06 21706169
Onderwerp:
Kenmerk: Uw referentie: uw email van 5-2-2024 met onderwerp: Start inspraakperiode beleid windenergie op en rondom Veluwe
Zienswijze Ontwerp beleid en het milieuonderzoek windenergie op en rondom de Veluwe, “Gelders beleid windenergie Veluwe” zaaknummer 2023-016343
Geacht college van Gedeputeerde Staten van Gelderland, Op 5 februari jongstleden heeft u de volgende stukken ter inzage, en ter inspraak gepubliceerd:
De ontwerp aanvulling beleidslijn windenergie op en rondom de Veluwe: Het besluit om windturbines beperkt en onder voorwaarden toe te staan is uitgewerkt in een ontwerp beleid. De bijbehorende ontwerp milieueffectrapportage: Om het beleid te kunnen maken zijn de effecten op de leefomgeving van dit voorgenomen beleid onderzocht. Ook de effecten op de leefomgeving van een aantal alternatieven zijn onderzocht
Iedereen heeft tot 17 maart 2024 de mogelijkheid om een zienswijze in te dienen op de inhoud van de bovengenoemde stukken. Vanuit de RES-regio Stedendriehoek maken we als stuurgroep RES, namens de gemeenten in onze RES regio graag gebruik van die mogelijkheid. Positieve appreciatie als inleiding voor bestuurlijk gesprek Wij zijn verheugd dat er in de ontwerp aanvulling beleidslijn windenergie mogelijkheden worden geboden voor windenergie in de 1-8 km zone. Wij zullen de mogelijkheden voor wind projecten met een stilstandsvoorziening bij daglicht in de maanden mei t/m augustus zeker nagaan, net als de mogelijkheden en middelen die wij zelf hebben om bij te dragen aan een haalbare businesscase. Tevens zullen wij de onderzoeken naar de ontwijkingskans en mogelijkheden met cameradetectie vol interesse volgen en bekijken welke mogelijkheden er zijn voor wind in onze regio in de 1-8 km zone in de periode na 2030. Daarbij komen wij, op basis van de nu gekozen uitgangspunten en met inachtneming van een stilstandsvoorziening bij daglicht in juli en augustus, tot de conclusie dat de geboden ruimte voor windenergie in de 1-8 km zone in de praktijk reeds ingevuld is door lopende initiatieven buiten de regio Stedendriehoek.
Daarom gaan wij in de Stuurgroep graag verder met u in gesprek over het invullen van de ambities (op gebied van wind), ook door u geduid als inspanningsverplichting in onze gezamenlijke RES 1.0 regio Stedendriehoek. Deze zienswijze zien wij als een opmaat daarvoor.
Verkennen mogelijke beleidsruimte voor Wind rond de Veluwe voor verzilvering van gezamenlijke kansen Wij zien kansen voor het creëren van beleidsruimte Wind rond de Veluwe die kunnen bijdragen aan de invulling van onze RES ambities. Het eerste perspectief dat wij willen aandragen en waarover wij graag verder in gesprek gaan binnen onze RES, is de verkenning van ruimte voor maatwerk met betrekking tot de gehanteerde modellen en uitgangspunten voor mortaliteit over twee lijnen: a) In de door u gehanteerde modellen lijkt het aantal uren stilstand lineair gecorreleerd met de aanvaringskans. Daarbij leidt 4 maanden stilstand overdag (circa 2000 uur) tot een aanvaringsrisico van 0%. Twee maanden stilstand overdag (circa 1000 uur) levert een veronderstelde mortaliteit op die in de studie is uitgewerkt. De aanname die wij doen is dat 1.500 uur stilstand overdag in 4 maanden een lagere mortaliteit oplevert dan 1000 uur stilstand in twee maanden. Onze vraag aan u is om dit door te rekenen met de door u gehanteerde modellen. Wanneer de aanname klopt ontstaat mogelijk extra ruimte voor windturbines in de 1-8 kilometer zone binnen de gehanteerde mortaliteitscriteria.
Die ruimte zou kunnen worden ingevuld met een regeling waarbij de initiatiefnemer 1.500 uur stilstand accepteert in de circa 2000 beschikbare daglichturen, maar zelf 500 uur in die maanden mag kiezen waarop de turbines wél bij daglicht draaien. Door die 500 uren economisch te optimaliseren kunnen de omzetverliezen wellicht worden beperkt tot (educated guess) 510% op jaarbasis. De economische en maatschappelijke waarde van windenergie is immers veel groter wanneer die wordt geproduceerd als er geen of weinig elektriciteit met zonnepanelen wordt opgewekt, en die momenten zijn vrij goed voorspelbaar. b) De tweede mogelijke verfijning is om de component landschapstype in de 1-8 kilometer zone nadrukkelijker een plek te geven in de beoordeling (aannames) van de kans op aanvaringen tussen wespendief en windturbines. Er zijn waarschijnlijk (grote) delen van de 1-8 kilometer zone waar wespendieven op basis van hun levenswijze niet voorkomen. Het tweede perspectief dat wij zien gaat over het scheppen van ruimte voor windturbines in de 0-1 km zone met een stilstand voorziening van 4 maanden overdag. U geeft aan dat windturbines binnen 1 kilometer van het Natura2000 gebied de Veluwe niet wenselijk en niet realistisch zijn en schrijft daarover het volgende: a) Plaatsing van windturbines binnen deze zone leidt tot een onaanvaardbaar risico voor de wespendief.
b) Ook kunnen significant negatieve effecten op andere doelsoorten niet worden uitgesloten. c) Bovendien kan binnen N2000 niet aan de ADC-toets worden voldaan. Hierover hebben wij de volgende vragen: Ten aanzien van a) schrijft u in uw beleidsvoornemen: dat het aanvaringsrisico met wespendieven bij de genoemde vier maanden stilstand tijdens daglicht volledig wordt weggenomen. Klopt het dat dit ook geldt dichtbij een Natura2000 gebied?
Met betrekking tot b) hebben wij in de stukken geen motivering kunnen vinden. Beschikt u toch over voldragen onderzoek en onderbouwing van de “significante negatieve effecten”?
Met betrekking tot c) vragen wij ons af of hier geen voorwaarden die binnen een Natura2000 gebied gelden, worden gekoppeld aan een gebied dat zelf geen Natura2000 gebied is?
In navolging van de antwoorden op bovenstaande vragen zijn wij benieuwd of er alsnog mogelijkheden ontstaan voor windturbines in de 0-1 km zone met een stilstand voorziening van 4
maanden overdag? Als benoemd verkennen wij met deze zienswijze en de bestuurlijke gesprekken die hieruit volgen graag de aanvullende kansen en mogelijkheden voor windenergie in onze regio. Geen ‘waterbedeffect’ In eerdere zienswijzen gaven wij reeds aan dat indien er op en rond de Veluwe beleidsmatig geen potentie is voor windenergie, wij geen alternatieven zien ter compensatie elders binnen de regio. We hebben gezamenlijk en dus ook met u afgesproken geen ‘waterbedeffect’ te creëren. In uw brief: “Reactie handelingsperspectief wind op de Veluwe” van 14 juli 2022, zaaknummer 2020-003059, bevestigt u dat u het met ons eens bent dat er geen sprake kan zijn van alternatieven ter compensatie elders in de regio (waterbedeffect) of het aanrekenen van onze RES-regio op het achterblijven van de opgestelde ambities als gevolg van het beschikbare handelingsperspectief.
Houvast voor initiatiefnemers bij de voorgenomen afwegingsgronden GS In hoofdstuk 2 van uw ontwerp beleid worden onder punt 2 de aspecten toegelicht die een rol spelen bij de bestuurlijke afweging voorafgaand aan de besluitvorming over vergunningverlening. Wij verwachten dat de aspecten zoals die nu zijn geformuleerd onvoldoende houvast/ helderheid in het beleidskader geven voor initiatiefnemers, om over te gaan tot het doen van de benodigde investeringen voor activiteiten voorafgaand aan de vergunningaanvraag. Het is duidelijk dat er veel inspanning is geleverd om tot het huidige afwegingskader te komen en ook goed om te constateren dat op deze manier een bredere afweging wordt gemaakt dan ‘first come first serve’. Tegelijkertijd verdient het ons inziens aanbeveling om in de formulering nog een concretiseringslag te maken om duidelijke kaders voor initiatiefnemers te creëren, zodat het beoogde handelingsperspectief ontstaat voor (lokale) initiatiefnemers. Borgen van continuïteit in beleid en ontwikkeling na 2030 Het tempo waarin we in onze regio het RES bod realiseren ligt lager dan eigenlijk nodig is. Uit gesprekken met NPRES en andere RES regio’s blijkt dat dit op veel plaatsen het geval is.
Met name voor nieuwe windenergie projecten die vaak een lange doorlooptijd kennen is een vergunningsdatum in 2025 alleen theoretisch mogelijk net als realisatie vóór 2030; de netcongestie maakt deze mijlpalen extra ambitieus. Het NPRES is in gesprek met regio’s die hun biedingen mogelijk niet op tijd halen, om te vragen wanneer die biedingen wél gerealiseerd kunnen zijn. Wij zijn daarom benieuwd hoe de provincie in de ondersteuning van de vergunningverlening omgaat met de realiteit dat de meeste windprojecten die nu worden opgestart wél onderdeel zijn van het RES bod maar pas na 2030 worden gerealiseerd. Ook hierover praten wij graag door in onze Stuurgroep in het traject richting RES 2.0. Samenwerken aan onze RES ambities Ter afsluiting van deze zienswijze halen wij graag de volgende passage aan uit het Plan van Aanpak RES 2.0: “Onze aanpak in één zin: pragmatisch met focus op kansen en draagvlak zonder de realiteit uit het oog te verliezen en waarbij wij ons RES 1.0 bod van 1,07 TWh blijven nastreven.” Onze zienswijze beoogt precies dit. Met de netcongestie, de aangescherpte voorkeursvolgorde zon en de aanwezigheid van de wespendief op en rond de Veluwe in het achterhoofd, realiseren wij ons dat gestanddoening van het RES 1.0 bod complex is, om daadkracht vraagt en gepaard zal gaan met de nodige bestuurlijke gesprekken in de stuurgroep.
Wij geloven dat het voortzetten van de goede samenwerking binnen de RES hierin een belangrijke sleutel tot succes vormt. Daarom trekken wij graag verder samen op, waarbij wij geen enkele kans willen laten liggen.
Tot slot nogmaals onze waardering voor alle inspanningen die worden verricht om ruimte voor windenergie op en rond de Veluwe te onderzoeken en onderbouwen. De regio Stedendriehoek gaat graag samen met u aan de slag om de geboden kansen te verzilveren om op een constructieve manier bij te dragen aan het optimaliseren en verder brengen van de energietransitie binnen onze regio en de provincie Gelderland. Met vriendelijke groet, Namens de bestuurders van de gemeenten in de Stuurgroep RES regio Stedendriehoek,
Olaf Prinsen Voorzitter Stuurgroep RES regio Stedendriehoek