935805 Was wordt wijzigingen GR 2024
Tekst van het document
Was_Wordt wijzigingen GR 2024
In dit document zijn de voorgestelde wijzigingen opgenomen van de gemeenschappelijke regeling Tribuut belastingsamenwerking. Dat is gedaan in de vorm van een vergelijking van de bestaande met de nieuwe tekst. Waar mogelijk zijn met onderstreping de verschillen aangegeven. Bij omvangrijke wijzigingen is dat achterwege gelaten. Onderdelen die niet wijzigen, zijn niet opgenomen. De term ‘gemeenteraden’ is vervangen door ‘raden’ waarmee deze in overeenstemming is met de Gemeentewet. Verder spreekt de huidige regeling over de raden van de deelnemer. Dat is niet correct. De raad is bestuursorgaan van de rechtspersoon gemeente. In de betreffende artikelen is dit geformuleerd als: ‘de raden van de deelnemende gemeenten’. Daarmee is die formulering in overeenstemming met de Wet gemeenschappelijke regelingen (hierna: Wgr). Aanhef Bestaande tekst
Nieuwe tekst
De colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten Apeldoorn, Epe, Lochem, Voorst en Zutphen;
De colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten Apeldoorn, Brummen, Epe, Lochem, Voorst en Zutphen;
Considerans Bestaande tekst
Nieuwe tekst
overwegende:
overwegende dat:
dat het gewenst is om hun samenwerking bij de heffing en invordering van afvalstoffenheffing en gemeentelijke belastingen, alsmede bij de uitvoering van de Wet waardering onroerende zaken vorm te geven op basis van de Wet gemeenschappelijke regelingen;
•
•
voor hun samenwerking op het gebied van belastingen en WOZ sinds 1 januari 2016 de Gemeenschappelijke Regeling Tribuut belastingsamenwerking is ingesteld; de wijziging van de Wet gemeenschappelijke regelingen van 1 juli 2022 (Stb. 2022, 18) noopt tot wijziging van deze gemeenschappelijke regeling; het wenselijk is de gemeenschappelijke regeling te verbeteren;
dat de colleges van burgemeester en wethouders van hun gemeenteraden daartoe de vereiste toestemming hebben verkregen;
•
dat het voornemen bestaat om met ingang van 1 januari 2016 de samenwerking operationeel te hebben en de taken daadwerkelijk gezamenlijk
gelet op de Wet gemeenschappelijke regelingen, de Gemeentewet en de Wet waardering onroerende zaken;
9a. Was_wordt wijzigingen GR 2024
1/1
Bestaande tekst
Nieuwe tekst
te gaan uitvoeren; gelet op het bepaalde in de Wet gemeenschappelijke regelingen; Besluit Bestaande tekst
Nieuwe tekst
besluiten: te treffen de Gemeenschappelijke Regeling Tribuut belastingsamenwerking
Besluiten: tot wijziging van de Gemeenschappelijke Regeling Tribuut belastingsamenwerking, opdat deze als volgt komt te luiden:
Artikel 1 Bestaande tekst
Nieuwe tekst
Artikel 1 Begripsomschrijvingen e. belastingverordening: de door de gemeenteraden van de deelnemers op grond van artikel 216 van de Gemeentewet vastgestelde verordeningen tot heffing en invordering van belastingen; f. … g. dienstverleningsovereenkomst: een overeenkomst tussen de rechtspersoon van de deelnemer die het aangaat (opdrachtgever) en de bedrijfsvoeringsorganisatie (opdrachtnemer) waarin de afspraken over de dienstverlening zijn vastgelegd; hierin wordt onder andere het volgende beschreven: de diensten, het kwaliteitsniveau, de soorten belastingen en de rechten, de tarieven en de termijnen; h. directeur: de directeur van de bedrijfsvoeringsorganisatie; i. .. j. .. k. .. l. kwijtscheldingsregels: de door de gemeenteraden van de deelnemers op grond van artikel 255, derde en vierde lid, van de Gemeentewet vastgestelde
Artikel 1 Definities e. belastingverordening: de door de raden van de deelnemende gemeenten op grond van artikel 216 van de Gemeentewet vastgestelde verordeningen tot heffing en invordering van belastingen; f. .. g. samenwerkingsovereenkomst: een overeenkomst tussen de rechtspersoon van de deelnemer die het aangaat (opdrachtgever) en de bedrijfsvoeringsorganisatie (opdrachtnemer) waarin de afspraken over de dienstverlening zijn vastgelegd; hierin wordt onder andere het volgende beschreven: de diensten, het kwaliteitsniveau, de soorten belastingen en de rechten; h. directeur: de door het bestuur benoemde directeur van de bedrijfsvoeringsorganisatie; i. .. j. .. k. .. l. kwijtscheldingsregels: de door de raden van de deelnemende gemeenten op grond van artikel 255, derde en vierde lid, van de Gemeentewet vastgestelde
9a. Was_wordt wijzigingen GR 2024
2/1
Bestaande tekst kwijtscheldingsregels voor gemeentelijke belastingen;
Nieuwe tekst kwijtscheldingsregels voor belastingen;
Toelichting In onderdeel g. is de term samenwerkingsovereenkomst opgenomen. Dit sluit aan bij de praktijk sinds de oprichting van Tribuut. Verder zijn de tarieven en termijnen geschrapt, omdat deze niet in de overeenkomst staan en ook nooit hebben gestaan. In onderdeel h. wordt expliciet gemaakt dat het bestuur de directeur benoemt. In onderdeel l. is de term ‘gemeentelijke’ geschrapt. De afvalstoffenheffing valt niet onder gemeentelijke belastingen, maar wel onder de term ‘belastingen’ volgens de definities uit artikel 1. Artikel 5 Bestaande tekst
Nieuwe tekst
3. De werkzaamheden worden nader omschreven in dienstverleningsovereenkomsten.
3. De werkzaamheden worden nader omschreven in de (collectieve) samenwerkingsovereenkomst(en).
Toelichting De term is in overeenstemming met de gewijzigde definitiebepaling van artikel 1. Artikel 6 Bestaande tekst
Nieuwe tekst
1. De bedrijfsvoeringsorganisatie is behoudens instemming van de deelnemers niet bevoegd tot: d. het in eigendom aannemen of uitgeven van onroerende zaken; e. dienstverlening aan private partijen of publieke lichamen anders dan de deelnemers.
1. De bedrijfsvoeringsorganisatie is behoudens instemming van de deelnemers niet bevoegd tot: d. het in eigendom aannemen of uitgeven van onroerende zaken. (onderdeel e vervalt) 3. Het bestuur besluit over dienstverlening aan private partijen of publieke lichamen die geen deelnemer zijn.
Toelichting Bij voorbereiding van de toetreding van Brummen tot Tribuut verleende Tribuut in feite al diensten, zonder dat Brummen deelnemer was. Formeel gezien was daar instemming van de 9a. Was_wordt wijzigingen GR 2024
3/1
deelnemers voor nodig. Dat is omslachtig. Het is beter werkbaar als dit een bestuursbevoegdheid is. Gezien de aard van de bevoegdheid, leent deze zich niet voor mandatering. De deelnemers blijven via hun bestuurder betrokken bij eventuele dienstverlening aan derden. Artikel 7 Bestaande tekst
Nieuwe tekst
2. Het lidmaatschap van het bestuur eindigt op de dag waarop de zittingsperiode van de gemeenteraden afloopt. De aftredende leden blijven hun functie waarnemen tot het tijdstip waarop de raden der deelnemers de nieuwe wethouders hebben benoemd en de deelnemers de nieuwe leden vervolgens hebben aangewezen.
2. Het lidmaatschap van het bestuur eindigt op de dag waarop de zittingsperiode van de raden afloopt. De aftredende leden blijven hun functie waarnemen tot het tijdstip waarop de raden van de deelnemende gemeenten de nieuwe wethouders hebben benoemd en de deelnemers de nieuwe leden vervolgens hebben aangewezen.
Artikel 9 Bestaande tekst
Nieuwe tekst
1. Het bestuur vergadert jaarlijks ten minste tweemaal en voorts zo dikwijls als de voorzitter het nodig oordeelt of een lid van het bestuur hier schriftelijk onder opgaaf van redenen om vraagt.
1. Artikel 22 van de wet is van overeenkomstige toepassing op het houden en de orde van vergaderingen van het bestuur, met inachtneming van het bepaalde in artikel 8 voor wat betreft de stemverhouding.
Toelichting Op deze wijze is geregeld dat vergaderingen van het bestuur van Tribuut (in principe) openbaar zijn. De Wgr bepaalt al dat het bestuur tenminste tweemaal per jaar vergadert. Via artikel 22 Wgr zijn de volgende artikelen van de Gemeentewet van overeenkomstige toepassing: artikel 16 (reglement van orde). artikel 17 (vergaderfrequentie) artikel 19 (oproeping en openbare kennisgeving vergadering) artikel 20 (vergaderquorum) artikel 22 (immuniteit vervolging) artikel 26 (handhaving orde) artikel 28 tot en met 33 (beraadslaging en stemming)
9a. Was_wordt wijzigingen GR 2024
4/1
Artikel 10 Bestaande tekst
Nieuwe tekst
Artikel 10 Reglement van orde Het bestuur stelt voor zijn vergaderingen een reglement van orde vast.
Artikel 10 Participatie 1. Het bestuur plaatst de agenda van de openbare vergadering met bijbehorende stukken op de website van de bedrijfsvoeringsorganisatie. 2. Belangstellenden kunnen de openbare vergadering bijwonen als zij dit van tevoren kenbaar hebben gemaakt bij het bestuur. 3. Het reglement van orde regelt de onderwerpen en de wijze waarop ingezetenen en belanghebbenden kunnen inspreken. 4. Het bestuur draagt zorg voor het uitvoeren van onderzoeken en peilingen naar behoefte en tevredenheid over de dienstverlening onder belanghebbenden.
Toelichting De verplichting tot het vaststellen van een reglement van orde is al geregeld in artikel 9 via de schakelbepaling van artikel 22 Wgr. Het eerste lid concretiseert de openbare kennisgeving van de vergadering. Het tweede lid reguleert de toegang tot de openbare vergadering. De ruimte waar het bestuur vergadert leent zich niet voor grote groepen belangstellenden. Daarom is voorafgaande kennisgeving nodig. In het derde lid is invulling gegeven aan artikel 10, lid 7, Wgr. Bij regelingen van het bestuur van Tribuut met externe werking zoals mandaatbesluiten, incassoreglement, klachtenregeling, beleidsregels, reglement van orde, privacyreglement, uitvoeringsregeling, Leidraad invordering e.d. is inspraak denkbaar. Besluiten die via de raad gaan zoals de jaarrekening, kadernota, begroting, wijziging en evaluatie van de GR worden uitgesloten van inspraak bij Tribuut zelf. Om flexibel te zijn, vindt nadere uitwerking in het reglement van orde plaats. Het vierde lid is geïnspireerd op het participatie-artikel van de GGD. Onder belanghebbenden worden in elk geval verstaan: belastingplichtigen en belanghebbenden die een WOZbeschikking (hebben) ontvangen. In de praktijk vindt dit soort onderzoeken al plaats op basis van het bedrijfsplan. Artikel 11 Bestaande tekst
Nieuwe tekst
Aan het bestuur behoren alle taken en
Aan het bestuur behoren alle taken en
9a. Was_wordt wijzigingen GR 2024
5/1
Bestaande tekst
Nieuwe tekst
bevoegdheden die in deze regeling niet aan de voorzitter zijn opgedragen, waaronder: …. b. de opstelling van een instructie voor de directeur die ten minste de taken van de directeur en de aansturing van het personeel betreft;
bevoegdheden die in deze regeling niet aan de voorzitter zijn opgedragen, waaronder: ….(onderdeel b vervalt)
Toelichting Er is nooit een instructie voor de directeur opgesteld. Gezien de beperkte omvang van Tribuut en de korte lijnen tussen bestuur/voorzitter en de directeur is dit niet nodig. Deze bepaling vervalt daarom. Een instructiebevoegdheid aan de directeur is inherent aan het bestuur. Artikel 12 Bestaande tekst
Nieuwe tekst
1. Het bestuur geeft aan de gemeenteraden alle gevraagde inlichtingen. 2. Het reglement van orde voor het bestuur regelt de wijze waarop de in het eerste lid bedoelde inlichtingen worden verstrekt. 3. ….. 4. Een lid van het bestuur is aan de deelnemer die hem heeft aangewezen en aan de gemeenteraad van die deelnemer verantwoording verschuldigd voor het door hem in het bestuur gevoerde beleid.
1. Het bestuur geeft de raden van de deelnemende gemeenten alle inlichtingen die de raden voor de uitoefening van hun taak nodig hebben. 2. Het bestuur verstrekt deze inlichtingen schriftelijk of, na afstemming met de griffier, mondeling. 3. …. 4. Een lid van het bestuur is aan de deelnemer die hem heeft aangewezen en aan de raad van die deelnemende gemeente verantwoording verschuldigd voor het door hem in het bestuur gevoerde beleid.
Toelichting De huidige tekst spreekt over ‘gevraagde’ inlichtingen. art. 17, lid 3 Wgr heeft het echter over een actieve informatieplicht. Met deze nieuwe tekst is niet precies vastgelegd wat het bestuur aan inlichtingen verstrekt. Het vraagt politiek-bestuurlijke sensitiviteit van Tribuut. Omdat Tribuut beleidsarm is, zien wij geen meerwaarde in het actief verstrekken van bijvoorbeeld de besluitenlijsten (zoals bij VNOG) van het bestuur. Dat zou voor de raden leiden tot een veelheid aan extra informatie. Desgewenst kan een raadslid de (openbare) bestuursstukken inzien via www.tribuut.nl. Zodra het bestuur van Tribuut signaleert dat er zich omstandigheden voordoen die gemeld moeten worden bij de raden, kan dat via een brief, nota, advies of een dergelijke vorm. In
9a. Was_wordt wijzigingen GR 2024
6/1
spoedeisende gevallen kan het mondeling informeren van de raden wellicht nodig zijn. Dat zal in afstemming met de griffier plaatsvinden. Artikel 16 Bestaande tekst
Nieuwe tekst
1. De heffingsambtenaar is bevoegd tot heffing van de belastingen waarvoor door de gemeenteraden van de deelnemers een belastingverordening is vastgesteld en waarvan de heffing en invordering door de deelnemers is opgedragen aan de bedrijfsvoeringsorganisatie.
1. De heffingsambtenaar is bevoegd tot heffing van de belastingen waarvoor door de raden van de deelnemende gemeenten een belastingverordening is vastgesteld en waarvan de heffing en invordering door de deelnemers is opgedragen aan de bedrijfsvoeringsorganisatie.
Artikel 17 Bestaande tekst
Nieuwe tekst
5. De invorderingsambtenaar is bevoegd het bestuur gemotiveerd te verzoeken tot het nemen van een besluit als bedoel in artikel 11, onder h.
2. De invorderingsambtenaar is bevoegd het bestuur gemotiveerd te verzoeken tot het nemen van een besluit als bedoel in artikel 11, onder f.
Toelichting Bij deze en de vorige wijziging van de GR is in artikel 11 een onderdeel vervallen, waardoor onderdeel h is vernummerd in onderdeel f. Daarbij is vergeten de verwijzing in dit artikel aan te passen. Dat wordt nu hersteld.
Artikel 19 Bestaande tekst
Nieuwe tekst
1. De belastingdeurwaarder oefent de bevoegdheden en verplichtingen uit die krachtens de geldende wet- en regelgeving zijn toegekend aan de belastingdeurwaarder.
1. De belastingdeurwaarder oefent de bevoegdheden en verplichtingen uit die bij of krachtens de geldende wet- en regelgeving zijn toegekend aan de belastingdeurwaarder.
Toelichting Er werd alleen verwezen naar verplichtingen krachtens de geldende wet- en regelgeving. Daardoor zou onduidelijkheid kunnen ontstaan over de vraag of de verplichting die bij de wet zijn geregeld daarbuiten vallen. Dat is in elk geval niet beoogd. Dat wordt nu hersteld. 9a. Was_wordt wijzigingen GR 2024
7/1
Artikel 20 Bestaande tekst
Nieuwe tekst
1. Het bestuur stelt jaarlijks vóór 15 juli voorafgaande aan het jaar waarvoor deze geldt de begroting vast en zendt de begroting binnen twee weken na vaststelling, doch in ieder geval vóór 1 augustus van het jaar voorafgaande aan dat waarvoor de begroting dient, aan gedeputeerde staten. 2. … 3. Het bepaalde in artikel 35, eerste tot en met vierde lid, van de wet is niet van toepassing op besluiten tot wijziging van de begroting waarbij in de bijdrage van de deelnemers geen wijziging wordt gebracht.
1.
2. 3.
Het bestuur stelt jaarlijks vóór 15 september voorafgaande aan het jaar waarvoor deze geldt de begroting vast. … Het bepaalde in artikel 35, eerste tot en met vierde lid, van de wet is niet van toepassing op besluiten tot wijziging van de begroting waarbij in de bijdrage van geen van de deelnemers een wijziging wordt gebracht.
Toelichting Artikel 34 Wgr bepaalt dat het bestuur de vastgestelde begroting binnen 2 weken na vaststelling, maar in elk geval voor 15 september aan gedeputeerde staten zendt. Het tweede deel van de volzin is overbodig, omdat dit al in de Wgr is geregeld en wordt daarom geschrapt. De redactie van het derde lid wordt iets aangepast. Daarmee wordt explicieter tot uitdrukking gebracht dat een wijziging van de begroting die leidt tot een wijziging in de bijdrage van één van de deelnemers – ongeacht of deze meer of minder gaat bijdragen – altijd voor een zienswijze aan de raden wordt voorgelegd. Het kan voorkomen dat door gewijzigde omstandigheden de kosten wijzigen. Ook als het bestuur van Tribuut meent dat dit slechts bij één of een aantal deelnemers leidt tot wijziging van hun bijdrage is het goed dat de andere raden daarover worden geconsulteerd. Alleen als een begrotingswijziging bij geen enkele deelnemer leidt tot een gewijzigde bijdrage, hoeft deze niet voor zienswijze naar de raad. Daarbij kan bijvoorbeeld gedacht worden aan toegenomen lasten die worden gedekt uit een extra onttrekking aan de reserve.
Artikel 21 Bestaande tekst
Nieuwe tekst
2. De gemeenteraden worden in de
2. Het bestuur stelt de raden van de
9a. Was_wordt wijzigingen GR 2024
8/1
Bestaande tekst gelegenheid gesteld hun zienswijze te geven over de berekeningswijze.
Nieuwe tekst deelnemende gemeenten in de gelegenheid hun zienswijze te geven over de berekeningswijze.
Artikel 22 Bestaande tekst
Nieuwe tekst
1. Het bestuur stelt jaarlijks vóór 1 april voorafgaande aan het jaar waarvoor de begroting geldt, de conceptjaarrekening vast en zendt vóór 15 april van het jaar voorafgaande aan dat waarvoor de begroting dient, de algemene financiële en beleidsmatige kaders en de concept jaarrekening aan de gemeenteraden van de deelnemers. 2. Het bestuur voegt bij de jaarrekening een controleverklaring en een verslag van bevindingen van de accountant. 3. … 4. Van de vaststelling van de jaarrekening doet het bestuur mededeling aan de gemeenteraden van de deelnemers.
1. De directeur voegt bij de jaarrekening een controleverklaring en een verslag van bevindingen van de accountant. 2. … 3. Van de vaststelling van de jaarrekening doet het bestuur mededeling aan de raden van de deelnemende gemeenten.
Toelichting Op grond van artikel 34b van de Wgr zendt het bestuur de financiële en beleidsmatige kaders en de voorlopige jaarrekening voor 30 april aan de raden. Omdat dit al wettelijk is geregeld, is dat niet nogmaals in de GR opgenomen. Het eerste lid komt daarmee te vervallen. Het tweede lid bevatte een bepaling die normaliter voorkomt bij een geleed bestuur. Daarvan is bij Tribuut geen sprake. De directeur stelt de jaarrekening op en legt verantwoording af aan het bestuur. Dat is tot uitdrukking gebracht in het (vernummerde) eerste lid.
9a. Was_wordt wijzigingen GR 2024
9/1
Artikel 23 Bestaande tekst
Nieuwe tekst
2. Verrekening van het verschil tussen het op grond van artikel 21, eerste lid, bepaalde bedrag en de werkelijk verschuldigde bijdrage vindt plaats terstond na de in artikel 22, vierde lid, bedoelde mededeling.
2. Verrekening van het verschil tussen het op grond van artikel 21, eerste lid, bepaalde bedrag en de werkelijk verschuldigde bijdrage vindt plaats terstond na de in artikel 22, derde lid, bedoelde mededeling.
Toelichting Door een vernummering in leden van artikel 22 moet de verwijzing aangepast worden. Artikel 25 Bestaande tekst
Nieuwe tekst
6. Ingevorderde belastingen worden tenminste twee maal per week en de dag na een automatische incassorun overgemaakt naar de rekening van de betreffende deelnemer.
6. Ingevorderde belastingen worden tenminste éénmaal per week en de dag na een automatische incassorun overgemaakt naar de rekening van de betreffende deelnemende gemeente. Nadere afspraken hierover worden in de samenwerkingsovereenkomst opgenomen.
Toelichting De praktijk is al jaren dat Tribuut het batig saldo éénmaal per week afroomt naar de gemeenten. Dit is ook vastgelegd in de samenwerkingsovereenkomst. De tekst van de GR wordt hiermee in overeenstemming gebracht.
Artikel 26 Bestaande tekst
Nieuwe tekst
3. Voor de bewaring van de op grond van artikel 12 van de Archiefwet 1995 over te brengen archiefbescheiden is het Streekarchief Hattem, Heerde, Epe de archiefbewaarplaats.
3. Voor de bewaring van de op grond van artikel 12 van de Archiefwet 1995 over te brengen archiefbescheiden is de archiefbewaarplaats: de door het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Epe aangewezen archiefbewaarplaats.
9a. Was_wordt wijzigingen GR 2024
10/1
Toelichting Momenteel loopt er een onderzoek voor het opheffen van de gemeenschappelijke regeling streekarchief Hattem, Heerde, Epe en deze onder te brengen in de gemeenschappelijke regeling streekarchivariaat Noord-West Veluwe. De eventuele overgang zal vermoedelijk in de loop van 2024 plaatsvinden. Er is voorzien dat de nieuwe entiteit – een bedrijfsvoeringsorganisatie – een nieuwe naam krijgt. Daarom is voor dit moment volstaan door aan te haken bij de archiefbewaarplaats van de gemeente Epe. Dat voorkomt dat de GR Tribuut belastingsamenwerking in de loop van 2024 alweer moet worden gewijzigd.
Artikel 27 Bestaande tekst
Nieuwe tekst
1. De deelnemers zijn bevoegd te beslissen over toetreding van nieuwe deelnemers tot de regeling. Het bestuur wordt in de gelegenheid gesteld hierover een zienswijze in te dienen. 2. De deelnemers regelen de voorwaarden voor toetreding. 3. Toetreding is mogelijk als ten minste tweederde van de deelnemers daartoe besluit.
1. Het college van burgemeester en wethouders van een gemeente dat wenst toe te treden tot de regeling dient het verzoek tot toetreding met de van de raad verkregen toestemming in bij het bestuur. 2. Het bestuur zendt het verzoek met zijn advies aan de deelnemers. 3. Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente treedt toe tot de regeling als ten minste twee derde van de deelnemers daartoe besluit. 4. De deelnemers kunnen voorwaarden verbinden aan toetreding tot de regeling.
Toelichting De procedure om toe te treden wordt wat explicieter geregeld. De huidige regeling liet die procedure wat in het midden. Nu is duidelijk dat de gemeente die wil toetreden dat eerst intern afgerond moet hebben. Dit voorkomt dat Tribuut of de deelnemers uitgebreid aan de slag gaan met uitwerkingen, zonder dat vaststaat dat de gemeente daadwerkelijk wenst toe te treden. Ook is hierin geregeld dat het bestuur van Tribuut de spil vormt bij deze procedure. Het bestuur zal een inschatting maken van de haalbaarheid en (financiële) consequenties van de voorgenomen toetreding en dat verwerken in een advies aan de deelnemers. Op basis daarvan kunnen de deelnemers besluiten en eventueel voorwaarden verbinden aan de toetreding.
9a. Was_wordt wijzigingen GR 2024
11/1
Artikel 28 Bestaande tekst
Nieuwe tekst
1. Een deelnemer kan uittreden uit de regeling. Hij maakt na verkregen toestemming van de gemeenteraad, zijn voornemen tot uittreding bij aangetekende brief kenbaar aan het bestuur en aan de overige deelnemers. 2. Voor uittreding uit de regeling wordt een opzegtermijn van tenminste één jaar in acht genomen. 3. Uittreding uit de regeling vindt plaats aan het einde van het kalenderjaar. 4. Na ontvangst van de in het eerste lid vermelde brief wijst het bestuur in overleg met de uittredende deelnemer een onafhankelijke registeraccountant aan, aan wie de opdracht wordt verleend een liquidatieplan op te stellen als ware tot opheffing van de gemeenschappelijk regeling besloten. Het liquidatieplan voorziet in ieder geval in de regeling van de personele gevolgen en de liquiditeit van de bedrijfsvoeringsorganisatie als die wordt voortgezet. 5. Het liquidatieplan wordt vastgesteld door het bestuur en de daarin voor de uittredende deelnemer omschreven financiële verplichtingen zijn bindend. Daarbij geldt als uitgangspunt dat de uittredende deelnemer de kosten draagt die het rechtstreekse gevolg zijn van de uittreding en dat de overige deelnemers geen financieel nadeel van de uittreding ondervinden. 6.
Nadat het liquidatieplan is vastgesteld is de uittredende deelnemer gehouden om binnen zes maanden na de vaststelling de daarin voor de uittredende deelnemer omschreven financiële verplichtingen aan de bedrijfsvoeringsorganisatie te voldoen. 7. De kosten van het opstellen van het liquidatieplan komen voor rekening van de deelnemer die het voornemen heeft om uit te treden.
1. Een deelnemer kan uittreden uit de regeling. 2. Hij maakt zijn voornemen tot uittreding schriftelijk kenbaar aan het bestuur en de overige deelnemers. 3. Het bestuur stelt een voorstel op voor de financiële, personele en overige gevolgen van de voorgenomen uittreding voor de bedrijfsvoeringsorganisatie en stuurt dit naar de deelnemers. Daarbij gelden de volgende uitgangspunten: a. de uittredende deelnemer draagt de kosten die het rechtstreekse gevolg zijn van de uittreding; b. de kosten voor het uitvoeren van een onafhankelijk onderzoek naar de in de aanhef genoemde gevolgen komen voor rekening van de deelnemer die voornemens is uit te treden; c. in het voorstel worden de volgende kostensoorten onderscheiden: • frictiekosten (eenmalige personele en materiële kosten als gevolg van het uittreden) • direct vervallen kosten (kosten die vervallen bij de uittreding en daaraan verbonden overname van taken); • op termijn te vervallen kosten (kosten die op termijn door te bezuinigen vervallen); • schaalnadelen (kosten die niet wijzigen als gevolg van het uittreden gedurende vijf jaar na uittreding); • vervallen bijdrage van de deelnemer; • aandeel in de reserves en voorzieningen. 4. De deelnemers die niet voornemens zijn uit te treden stellen de gevolgen van de voorgenomen uittreding vast op basis van het voorstel, bedoeld in vorige derde lid. Het
9a. Was_wordt wijzigingen GR 2024
12/1
Bestaande tekst
Nieuwe tekst besluit is tot stand gekomen als ten minste twee derde hiertoe heeft besloten. De voor de uittredende deelnemer omschreven financiële verplichtingen zijn bindend, nadat hij definitief besloten heeft uit te treden. 5. De deelnemer die voornemens is uit te treden neemt, het besluit, bedoeld in het vorige lid, een definitief besluit, onverminderd het bepaalde in artikel 1, tweede tot en met vijfde lid, van de wet. 6. De uittreding vindt plaats per 1 januari van enig kalenderjaar met inachtneming van een opzegtermijn van tenminste een vol kalenderjaar.
Toelichting Het initiatief ligt bij de deelnemer die wil uittreden. Die zal dat voornemen – na verkregen toestemming van de raad – kenbaar maken. Het vereiste van aangetekende brief is vervallen. In het huidige tijdsgewricht met voornamelijk elektronische communicatie is dit achterhaald. Niet langer is een registeraccountant nodig om een liquidatieplan op te stellen. Voor het opstellen daarvan (een voorstel) is het bestuur verantwoordelijk. Het bestuur heeft immers de beschikking over gegevens betreffende de bedrijfsvoering en de kosten. Die kan daarvoor uiteraard wel de hulp inroepen van een deskundige. De bepaling dat de overige deelnemers geen financieel nadeel van de uittreding ondervinden kan in de praktijk leiden tot de conclusie dat uittreding nooit mogelijk is, omdat er altijd financiële nadelen verbonden te verwachten zijn. Die bepaling is daarom niet gehandhaafd. Alle deelnemers zenden het voorstel van het bestuur voor zienswijze naar hun raden (art. 1 Wgr). Die zienswijzen betrekken de overblijvende deelnemers bij hun besluitvorming als bedoeld in het vierde lid. Het ligt voor de hand dat (het bestuur van) Tribuut hierin een coördinerende rol vervult. Er is gekozen om de uittredende deelnemer niet te laten meebeslissen over de gevolgen van zijn vertrek.
Dat zou belangenverstrengeling betekenen en zou Tribuut mogelijk opzadelen met gevolgen die voor de overblijvende deelnemers niet goed te dragen zijn.
Artikel 29 Bestaande tekst
Nieuwe tekst
1. De regeling kan tussentijds worden gewijzigd als ten minste tweederde van de deelnemers daartoe besluit.
1. Op voorstel van het bestuur of van een deelnemer kan de regeling worden gewijzigd. Een voorstel dat niet is ingediend
9a. Was_wordt wijzigingen GR 2024
13/1
Bestaande tekst
Nieuwe tekst
2. De deelnemers en het bestuur zijn bevoegd een wijziging van de regeling aan de deelnemers in overweging te geven via een daartoe strekkend voorstel. Het bestuur zendt het voorstel aan de deelnemers. 3. In afwijking van de vorige leden kan een wijziging of intrekking van artikel 21, eerste lid, en een wijziging of intrekking van dit lid slechts plaats vinden bij een unaniem besluit van alle deelnemers aan de regeling
door het bestuur wordt voor advies aan het bestuur gezonden. 2. Het bestuur zendt het voorstel met zijn advies aan de deelnemers. 3. Een besluit tot wijziging is tot stand gekomen wanneer ten minste twee derde van de deelnemers daartoe heeft besloten. 4. In afwijking van het derde lid kan een wijziging of intrekking van artikel 21, eerste lid, en een wijziging of intrekking van dit lid slechts plaats vinden bij unaniem besluit van alle deelnemers.
Toelichting De positie van het bestuur wordt verstrekt met deze regeling. Het krijgt een adviserende rol als het bestuur niet de initiatiefnemer is van de wijziging. In de regeling is niet opgenomen dat de raden hun zienswijze moeten geven, omdat dit al uit artikel 1 Wgr voortvloeit. Artikel 30 Bestaande tekst
Nieuwe tekst
1. De regeling kan tussentijds worden opgeheven als ten minste tweederde van de deelnemers daartoe besluit. 2. Het bestuur stelt vooraf na overleg met de deelnemers het liquidatieplan vast. Dit plan voorziet in een verdeling naar rato van het aandeel van de deelnemers in de actuele begroting. Het plan voorziet in ieder geval in de regeling van de personele gevolgen. 3. Het bestuur is belast met de uitvoering van het liquidatieplan. 4. Zo nodig blijft het bestuur na het tijdstip van opheffing in functie totdat de liquidatie is voltooid.
1. De regeling kan tussentijds worden opgeheven als ten minste twee derde van de deelnemers daartoe besluit. 2. Het tijdstip van opheffing ligt na het tijdstip van vaststelling van het liquidatieplan, bedoeld in het volgende lid. 3. Ingeval van opheffing van de regeling stelt het bestuur een liquidatieplan vast, nadat de raden daarop hun zienswijzen hebben kunnen inbrengen. 4. Het liquidatieplan regelt de wijze waarop de gemeenten, voor zover het saldo ontoereikend is, zorg dragen voor de nakoming van de verplichtingen van de bedrijfsvoeringsorganisatie. 5. Het liquidatieplan gaat daarbij uit van een verdeling naar rato van het aandeel van de deelnemers in de actuele begroting. 6. Het vierde en vijfde lid zijn van overeenkomstige toepassing als er na de liquidatie saldo resteert. 7. Het liquidatieplan voorziet in de gevolgen die
9a. Was_wordt wijzigingen GR 2024
14/1
Bestaande tekst
Nieuwe tekst de opheffing heeft voor het personeel.
Toelichting Duidelijker is gemaakt dat het tijdstip van opheffing ligt nadat het liquidatieplan is vastgesteld. Dat plan gaat voor zienswijze naar de raden. Dit kan mogelijk synchroon lopen met het principebesluit tot opheffing (art. 1 Wgr). De oude bepalingen uit lid 3 en 4 zijn niet overgenomen. In artikel 9, derde lid, Wgr is al bepaald dat de bedrijfsvoeringsorganisatie na zijn ontbinding blijft voortbestaan voor zover dit tot vereffening van zijn vermogen nodig is. Onder die vereffening van het vermogen wordt begrepen het uitvoeren van het liquidatieplan totdat dit voltooid is.
9a. Was_wordt wijzigingen GR 2024
15/1
Artikel 34 Bestaande tekst
Nieuwe tekst
(nieuw)
Artikel 34 Evaluatie 1. Halverwege elke raadsperiode vindt er een evaluatie plaats van de regeling door een externe partij. Voor de uitvoering hiervan stelt de bedrijfsvoeringsorganisatie de tijd en middelen beschikbaar. 2. De externe partij maakt in overleg met het bestuur een onderzoeksvoorstel dat wordt voorgelegd aan de raden van de deelnemende gemeenten met de vraag deze aan te vullen met relevante onderzoeksvragen. 3. Het bestuur zendt het evaluatierapport na bespreking naar de raden van de deelnemende gemeenten voorzien van een reactie op de bevindingen.
Toelichting De evaluatie betreft de gemeenschappelijke regeling zelf, niet allerlei (interne) bedrijfsvoeringsaangelegenheden. Het lijkt logisch om de evaluatie halverwege de raadsperiode uit te voeren. Er is dan enige ervaring met het functioneren van de GR en er is nog tijd de bevindingen te implementeren als dat nodig is. De evaluatie zal door een externe partij moeten worden uitgevoerd. Deze zal daarvoor een onderzoeksvoorstel opstellen in samenwerking met het bestuur. Het onderzoeksvoorstel wordt voorgelegd aan de raden om eventueel aan te vullen met relevante onderzoeksvragen. Het eindrapport met bevindingen zal door het bestuur worden voorzien van een reactie en aan de raden van de deelnemende gemeenten worden toegezonden.
9a. Was_wordt wijzigingen GR 2024
16/1
Artikel 35 Bestaande tekst
Nieuwe tekst
Artikel 34 Inwerkingtreding De regeling treedt in werking met ingang van de eerste dag die volgt op die waarop de deelnemer van de gemeente waarin de bedrijfsorganisatie is gevestigd, deze regeling overeenkomstig artikel 27, tweede lid, van de wet bekend heeft gemaakt.
Artikel 35 Inwerkingtreding De regeling treedt in werking met ingang van de eerste dag die volgt op die waarop de deelnemer van de gemeente waarin de bedrijfsorganisatie is gevestigd, deze regeling overeenkomstig artikel 26, eerste lid, van de wet bekend heeft gemaakt.
Toelichting Abusievelijk stond er een onjuiste verwijzing in de tekst. Na de oprichting van Tribuut is de Wgr gewijzigd. Het is niet langer nodig dat de gemeente Epe de regeling aan gedeputeerde staten zendt. Wel moet Tribuut het GR-register bijwerken. Artikel 36 Bestaande tekst
Nieuwe tekst
Artikel 35 Citeertitel
Artikel 36 Citeertitel
Toelichting Door de toevoeging van een nieuw artikel 34 vindt een vernummering plaats die doorwerkt in dit artikel.
9a. Was_wordt wijzigingen GR 2024
17/1