CConstaterende datEpe
Koppel je AI →
Document · PDF

912596 BP Oude Apeldoornseweg 87 en 89 Vaassen 2023-05-08

Gemeenteraad 12 oktober 2023, gemeente EpeBij agendapunt: Hamerstuk: Bestemmingsplan Oude Apeldoornseweg 87-89 Vaassen26.843 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Niet gevonden in dit document.

ONTWERP

BESTEMMINGSPLAN OUDE APELDOORNSEWEG 87 EN 89, VAASSEN

ORDITO.NL

BESTEMMINGSPLAN OUDE APELDOORNSEWEG 87 EN 89, VAASSEN GEMEENTE EPE Planstatus

Ontwerp

Datum

08 - 05 - 2023

Plan identificatie

NL.IMRO.0232.VAA035OudApeld8789-OBP1

Auteur(s)

Cristian van Kuijk, Samira van Lieshout

Ordito b.v.

E

info@ordito.nl

Postbus 94

T

0161 801 022

5126 ZH

I

www.ordito.nl

Gilze

KVK

54811554

TOELICHTING

|1

1 Inleiding

2

1.1 Aanleiding en doel 1.2 Ligging plangebied 1.3 Vigerend bestemmingsplan 1.4 Bij het plan behorende stukken 1.5 Leeswijzer

2 2 3 4 4

2 Planbeschrijving

5

2.1 Huidige situatie 2.2 Toekomstige situatie

5 7

3 Beleidskader

8

3.1 Rijksbeleid 3.2 Provinciaal en regionaal beleid 3.3 Gemeentelijk beleid 3.4 De Ladder duurzame verstedelijking

8 9 12 16

4 Planologische en milieutechnische uitvoerbaarheid

17

4.1 Milieuaspecten 4.2 Water 4.3 Natuur 4.4 Cultuurhistorie en archeologie 4.5 Verkeer en parkeren 4.6 Economische uitvoerbaarheid 4.7 Maatschappelijke uitvoerbaarheid

17 26 29 31 34 34 35

5 Juridische regeling

36

5.1 Inleiding 5.2 Systematiek van de regels 5.3 Beschrijving van de bestemmingen

36 36 37

Bijlagen Bijlage 1: Verkennend bodemonderzoek Bijlage 2: Digitale watertoets Bijlage 3: Logboek participatie

NL.IMRO.0232.VAA035OudApeld8789-OBP1

bestemmingsplan Oude Apeldoornseweg 87 en 89, Vaassen

|2

1 INLEIDING 1.1 Aanleiding en doel De aanleiding voor het opstellen van dit bestemmingsplan is het voornemen om de bedrijfsbestemming aan de Oude Apeldoornseweg 87 en 89 te Vaassen, gelegen in de gemeente Epe, om te zetten naar een woonbestemming. Op het perceel staat een bedrijfswoning met achterliggende loods. Deze hebben nu de bestemming 'Bedrijf', maar worden al als burgerwoning gebruikt. Het planvoornemen is om de bestemming te wijzigen naar 'Wonen', waarbij de loods blijft staan. Deze loods zal enkel hobbymatig gebruikt worden ten dienste van de woonbestemming. Voor het plan is op 25 januari 2022 een principebesluit door de gemeente Epe genomen, waarin de randvoorwaarden voor de ontwikkeling zijn opgenomen. De gemeente Epe heeft door middel van dit principebesluit aangegeven onder voorwaarden mee te willen werken aan de beoogde functiewijziging. Het vigerende bestemmingsplan kent geen binnenplanse wijzigingsbevoegdheden waarmee de bestemming 'Bedrijf' gewijzigd kan worden naar 'Wonen'. Om de ontwikkeling juridischplanologisch mogelijk te maken, is een herziening van het vigerend bestemmingsplan noodzakelijk.

1.2 Ligging plangebied Het plangebied ligt aan de Oude Apeldoornseweg 87 en 89 te Vaassen in de gemeente Epe. Het plangebied ligt circa 850 meter ten zuiden van het centrum van Vaassen. Het plangebied is kadastraal bekend als gemeente Vaassen, sectie D, perceelnummer 5751 (1.230 m²) en perceelnummer 5752 (950 m²). Het totale perceel kent een oppervlakte van 2.180 m². Aan de noordwestzijde wordt het plangebied begrensd door een woonbestemming aan de Oude Apeldoornseweg 85. Aan de noordoostzijde wordt het plangebied begrensd door een bedrijfsbestemming aan de Oude Apeldoornseweg 77-77B. Aan de oostzijde wordt het plangebied begrensd door agrarische gronden. Aan de zuidzijde wordt het plangebied begrensd door een woonbestemming. Aan de westzijde wordt het plangebied begrensd door de Oude Apeldoornseweg, met daarachter gelegen agrarische gronden en een begraafplaats.

Figuur 1 Ligging en begrenzing plangebied (plangebied rood omlijnd)

NL.IMRO.0232.VAA035OudApeld8789-OBP1

bestemmingsplan Oude Apeldoornseweg 87 en 89, Vaassen

|3

1.3 Vigerend bestemmingsplan Voor het plangebied geldt het bestemmingsplan 'Vaassen Zuid en West', vastgesteld op 23 augustus 2010. Daarnaast geldt voor deze locatie het 'Parapluplan Parkeren', vastgesteld op 8 november 2018.

Figuur 2 Uitsnede vigerend bestemmingsplan (plangebied rood omlijnd) Bestemmingsplan 'Vaassen Zuid en West' Enkelbestemmingen Op basis van het bestemmingsplan 'Vaassen Zuid en West' kent het plangebied de enkelbestemming 'Bedrijf'. De voor 'Bedrijf' aangewezen gronden zijn bestemd voor bedrijven tot en met categorie 2 van de Staat van Bedrijfsactiviteiten, alsmede ter plaatse van de aanduiding detailhandel volumineus, voor volumineuze detailhandel, met daarbij behorende gebouwen, bouwwerken, geen gebouw zijnde, andere-werken, erven en terreinen, met inachtneming van het feit dat detailhandel niet is toegestaan en Wgh-inrichtingen en Bevi-inrichtingen niet zijn toegestaan. Het maximale bebouwingspercentage bedraagt 40% en de goothoogte mag niet meer bedragen dan 7 meter. Op basis van het bestemmingsplan 'Vaassen Zuid en West' kent het plangebied tevens de enkelbestemming 'Tuin'. De voor 'Tuin' aangewezen gronden zijn bestemd voor tuinen en erven behorende bij de op de aangrenzende gronden gelegen hoofdgebouwen, met daarbij behorende bouwwerken, geen gebouw zijnde en andere werken, erven en parkeervoorzieningen. Op de voor 'Tuin' aangewezen gronden mogen uitsluitend bouwwerken ten dienste van de bestemming worden gebouwd. Dubbelbestemmingen Voor het plangebied geldt op basis van het bestemmingsplan 'Vaassen Zuid en West' de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie'.

De voor 'Waarde - Archeologie' aangewezen gronden zijn, behalve voor de daar voorkomende bestemming (basisbestemming), primair bestemd voor het behoud, de bescherming en/of het herstel van de voorkomende archeologische waarden. Een archeologisch onderzoek is vereist bij het bouwen van bouwwerken groter dan 100 m² en dieper dan 30 cm. Parapluplan Parkeren Voor de gehele gemeente Epe is een parapluplan parkeren opgesteld, die op 8 november 2018 is vastgesteld. Het paraplubestemmingsplan ziet toe het waarborgen van voldoende parkeergelegenheid. De regelingen uit het genoemde parapluplan met betrekking tot deze onderwerpen zijn overgenomen in het voorliggende bestemmingsplan.

NL.IMRO.0232.VAA035OudApeld8789-OBP1

bestemmingsplan Oude Apeldoornseweg 87 en 89, Vaassen

|4

1.4 Bij het plan behorende stukken Het bestemmingsplan bestaat uit de volgende onderdelen: • •

•

Verbeelding: Op de verbeelding zijn de bestemmingen in het plangebied weergegeven. Deze bestemmingen zijn gerelateerd aan de in de regels opgenomen juridische regeling. Regels: In de regels is het gebruik van de binnen het plangebied aangegeven gronden, opstallen en ander gebruik van de gronden juridisch geregeld. Per bestemming is aangeven wat binnen die bestemming mogelijk en/of toegestaan is. Toelichting: In de toelichting worden de aan het plan ten grondslag liggende gedachten en de uitkomsten van eventueel uitgevoerde onderzoeken opgenomen.

1.5 Leeswijzer De toelichting is opgebouwd uit verschillende hoofdstukken. In hoofdstuk 2 wordt ingegaan op de huidige- en toekomstige situatie van het plangebied. Een beschrijving en toetsing van het relevante beleidskader op rijks-, provinciaal, regionaal en gemeentelijk niveau staat in hoofdstuk 3. Vervolgens komt in hoofdstuk 4 de planologische en milieutechnische uitvoerbaarheid van het plan aan de orde. De juridische opzet van het plan staat in hoofdstuk 5.

NL.IMRO.0232.VAA035OudApeld8789-OBP1

bestemmingsplan Oude Apeldoornseweg 87 en 89, Vaassen

|5

2 PLANBESCHRIJVING 2.1 Huidige situatie Het plangebied is gelegen aan de Oude Apeldoornseweg 87 en 89 te Vaassen. Vaassen is een van de grotere kernen van de gemeente Epe. Vaassen wordt gekenmerkt als kasteeldorp (Cannenburch). Er zijn veel sporen van industrieel water (watermolens en sprengen). Daams' Molen is karakteristiek. Rond de buitenplaats Oosterhof ontwikkelde zich vanaf de achttiende eeuw een katholieke enclave. Het plangebied ligt in het zuidoosten van Vaassen, aan de rand van een woonwijk, op circa 850 meter ten zuiden van het centrum van Vaassen. De ligging van het plangebied is te zien in figuur 3. De locatie aan de Oude Apeldoornseweg 87 en 89 heeft een bedrijfsbestemming met een functieaanduiding voor volumineuze detailhandel. Voorheen was hier een bedrijf gevestigd, gericht op de in- en verkoop van gebruikte tractoren, landbouwmachines en technische benodigdheden. Inmiddels is dit bedrijf verplaatst naar een andere locatie.

Figuur 3 Ligging plangebied binnen Vaassen (plangebied met ster gemarkeerd) Op het perceel staat een bedrijfswoning (Oude Apeldoornseweg 87), die momenteel al gebruikt wordt als burgerwoning. De woning heeft een oppervlakte van circa 135 m². De woning bestaat uit één bouwlaag met een zadeldak en heeft een bouwhoogte van circa 8 meter en een goothoogte van circa 4 meter. Rondom de woning bevindt zich een tuin met beplanting en gazon. De tuin is omheind met een heg en een hek. Ten zuiden van de woning en bijbehorende tuin bevindt zich een oprit welke toegang biedt tot het bedrijfsgebouw (Oude Apeldoornseweg 89) aan de achterzijde van het perceel. De achterzijde van het perceel is geheel verhard. Het bedrijfsgebouw heeft een bouwhoogte van circa 7 meter en een oppervlakte van circa 210 m². Het plangebied kent hiermee een totaal bebouwd oppervlak van circa 345 m². Aan de noordwestzijde wordt het plangebied begrensd door een woning aan de Oude Apeldoornseweg 85. Aan de noordoostzijde wordt het plangebied begrensd door een bedrijf aan de Oude Apeldoornseweg 77A, een leverancier van slimme en duurzame automatiseringssystemen voor gebouwen, waaronder audiovisuele systemen, domotica, deurcommunicatie, toegangscontrole en beveiligingssystemen. Aan de oostzijde wordt het plangebied begrensd door agrarische gronden.

Daarnaast grenst de oostzijde van de loods in het plangebied (Oude NL.IMRO.0232.VAA035OudApeld8789-OBP1

bestemmingsplan Oude Apeldoornseweg 87 en 89, Vaassen

|6 Apeldoornseweg 89) aan de loods aan de Oude Apeldoornseweg 91. De loods aan de Oude Apeldoornseweg 91 heeft een bedrijfsbestemming. Hier is een bedrijf gevestigd gespecialiseerd in verhuur van onroerend goed (niet van woonruimte). Het bedrijf hoort bij het kadastrale perceel van de woning aan de Oude Apeldoornseweg 93. Aan de zuidzijde wordt het plangebied begrensd door deze woning en bijbehorende tuin. Aan de westzijde wordt het plangebied begrensd door de Oude Apeldoornseweg, met daarachter gelegen agrarische gronden en een begraafplaats.

Figuur 4 Luchtfoto plangebied (plangebied rood omlijnd)

Figuur 5 Zijaanzicht plangebied

NL.IMRO.0232.VAA035OudApeld8789-OBP1

bestemmingsplan Oude Apeldoornseweg 87 en 89, Vaassen

|7

Figuur 6 Vooraanzicht plangebied

Figuur 7 Oprit naar bedrijfsgebouw op het achterterrein

2.2 Toekomstige situatie Het planvoornemen betreft de functiewijziging van de bedrijfsbestemming aan de Oude Apeldoornseweg 87 en 89 in Vaassen. De bedrijfswoning aan de Oude Apeldoornseweg 87 wordt gewijzigd naar een burgerwoning. De loods aan de Apeldoornseweg 89 blijft staan en krijgt ook een woonbestemming. De loods zal enkel hobbymatig gebruikt worden ten dienste van de woonbestemming. Ten aanzien van de woning en de loods zullen geen sloop- en/of bouwwerkzaamheden plaatsvinden. De westzijde van het plangebied, de voortuin van de woning, krijgt een tuinbestemming.

NL.IMRO.0232.VAA035OudApeld8789-OBP1

bestemmingsplan Oude Apeldoornseweg 87 en 89, Vaassen

|8

3 BELEIDSKADER 3.1 Rijksbeleid 3.1.1 Nationale Omgevingsvisie (NOVI) Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) vastgesteld. De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) is geheel opgenomen in deze nieuwe visie. De Nationale Omgevingsvisie biedt een duurzaam perspectief voor de leefomgeving. Hiermee kan het Rijk inspelen op de grote uitdagingen die voor hen liggen. Allerlei trends en ontwikkelingen hebben invloed op de leefomgeving. Veranderende en groeiende steden, de overgang naar een duurzame en circulaire economie en het aanpassen aan de gevolgen van de klimaatverandering vormen slechts een deel van de opgaven. Dit biedt kansen, maar vraagt wel om zorgvuldige keuzes. Want ruimte, zowel boven-, als ondergronds, is een schaars goed. Het combineren van al die opgaven vraagt een nieuwe manier van werken. Niet van bovenaf opgelegd, maar in goede samenwerkingen tussen overheden, bedrijven, kennisinstellingen, maatschappelijke organisaties en burgers. De NOVI biedt een kader, geeft richting en maakt keuzes waar dat kan. Tegelijkertijd is er ruimte voor regionaal maatwerk en gebiedsgerichte uitwerking. Omdat de verantwoordelijkheid voor het omgevingsbeleid voor een groot deel bij provincies, gemeenten en waterschappen ligt, kunnen inhoudelijke keuzes in veel gevallen het beste regionaal worden gemaakt.

Met de NOVI zet het Rijk een proces in gang waarmee keuzes voor de leefomgeving sneller en beter kunnen worden gemaakt. Conclusie Door het nationale karakter van de NOVI en de kleine schaal van onderhavig plan, heeft het voornemen nauwelijks raakvlak met dit nationale karakter. Met onderhavig planvoornemen zijn geen nationale belangen in het geding. 3.1.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte bepaalt welke kaderstellende uitspraken zodanig zijn geformuleerd dat deze bedoeld zijn om beperkingen te stellen aan de ruimtelijke besluitvormingsmogelijkheden op lokaal niveau. Ten aanzien daarvan is een borging door middel van normstelling, gebaseerd op de Wet ruimtelijke ordening, gewenst. Die uitspraken onderscheiden zich in die zin dat van de provincies en de gemeenten wordt gevraagd om de inhoud daarvan te laten doorwerken in de ruimtelijke besluitvorming. Zij zijn dus concreet normstellend bedoeld en worden geacht direct of indirect, dat wil zeggen door tussenkomst van de provincie, door te werken tot op het niveau van de lokale besluitvorming, zoals de vaststelling van bestemmingsplannen. Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) bevestigt in juridische zin die kaderstellende uitspraken. Het Barro is op 30 december 2011 inwerking getreden.

Conclusie Door het nationale karakter van het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening en de kleine schaal van onderhavig plan, heeft dit voornemen nauwelijks raakvlak met dit nationaal juridisch kader. Het Barro bevat geen voor het plangebied relevante bepalingen. 3.1.3 Conclusie Het planvoornemen past binnen het rijksbeleid.

NL.IMRO.0232.VAA035OudApeld8789-OBP1

bestemmingsplan Oude Apeldoornseweg 87 en 89, Vaassen

|9

3.2 Provinciaal en regionaal beleid 3.2.1 Omgevingsvisie Gaaf Gelderland Op 19 december 2018 is de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland vastgesteld. Deze Omgevingsvisie gaat over 'Gaaf Gelderland'. 'Gaaf' is een woord met twee betekenissen. 'Gaaf' betekent 'mooi' en gaat over wat - historisch en landschappelijk gezien - heel en mooi en ongeschonden is. Het beschermen waard! Maar 'Gaaf' verwijst ook naar dat wat 'cool' en nieuw en vernieuwend is; aantrekkelijk voor nieuwe generaties. Het ontwikkelen waard! Beide kanten zijn van toepassing op Gelderland en onlosmakelijk verbonden met de Gelderlanders. Beide aspecten zijn dan ook opgenomen in de Gelderse Omgevingsvisie. In de Omgevingsvisie staat een gezond, veilig, schoon en welvarend Gelderland centraal. •

•

Gezond en veilig: o Een gezonde leefomgeving, schone en frisse lucht, een schoon milieu, een niet vervuilde bodem, voldoende schoon en veilig (drink)water, bescherming van onze flora en fauna. o Voorbereid zijn op klimaatverandering zoals hitte, droogte, bosbranden en overstromingen. o Aandacht hebben voor verkeersveiligheid en veilige bedrijvigheid. Schoon en welvarend: o Een dynamisch, duurzaam en aantrekkelijk woon-, werk- en ondernemersklimaat, goed bereikbaar en met een goed functionerende arbeidsmarkt en dito kennis- en onderwijsinstellingen. o Het tegengaan van schadelijke uitstoot, afval en uitputting van grondstoffen. o Het investeren in nieuwe, alternatieve vormen van energie.

De Omgevingsvisie 'Gaaf Gelderland' bevat de hoofdlijnen van het provinciale beleid voor de fysieke leefomgeving. De Omgevingsvisie 'Gaaf Gelderland' beschrijft de strategische hoofdopgaven voor de lange termijn. Deze zijn onderverdeeld in zeven thema's, te weten energietransitie, klimaatadaptie, circulaire economie, biodiversiteit, bereikbaarheid, vestigingsklimaat en woon- en leefomgeving. In de Omgevingsverordening wordt uitvoering gegeven aan de Gelderse Omgevingsvisie en het realiseren van het wensbeeld van de provincie. Gelderse ladder voor duurzame verstedelijking De provincie verwacht van gemeenten dat zij bij grotere initiatieven nagaan of er sprake is van een stedelijke ontwikkeling die afgewogen moet worden. Als de nieuwe situatie qua omvang (aantallen woningen of oppervlaktes) of qua effecten (milieuhinder, verkeersaantrekkende werking e.d.) dusdanig is dat de aard van het betreffende buitengebied qua karakter verandert, is er sprake van een grootschalige ontwikkeling. In die gevallen is een afweging op grond van de Gelderse Ladder voor duurzaam ruimtegebruik aan de orde en dient de behoefte voor de ontwikkeling aangetoond te worden. In onderhavige planvoornemen is geen sprake van een grootschalige ontwikkeling. 3.2.2 Omgevingsverordening Gelderland De Omgevingsverordening is een van de instrumenten op de ambities uit de Omgevingsvisie te realiseren.

Om samen een Gaaf Gelderland te bereiken, wordt de focus gelegd op een duurzaam, verbonden en economische krachtig Gelderland. In de verordening wordt hier richting aan gegeven door gezamenlijk samenhangende ambities na te streven op het gebied van energietransitie, klimaatadaptatie, circulaire economie, biodiversiteit, bereikbaarheid; economisch vestigingsklimaat en woon- en leefklimaat. In de Omgevingsverordening is het plangebied opgenomen op de volgende kaarten:

NL.IMRO.0232.VAA035OudApeld8789-OBP1

bestemmingsplan Oude Apeldoornseweg 87 en 89, Vaassen

|10 • •

Glastuinbouw buiten een glastuinbouwontwikkelingsgebied (Kaart 2: Regels Glastuinbouw) Intrekgebied (Kaart 9: Regels Water en Milieu)

Glastuinbouw buiten een glastuinbouwontwikkelingsgebied (art. 2.17) De Omgevingsverordening bevat een regeling voor het eenmalig toestaan van een uitbreiding van een bestaand glastuinbouwbedrijf buiten een glastuinbouwontwikkelingsgebied. Een bestemmingsplan kan, gerekend vanaf 29 juni 2015, eenmalig een dergelijke uitbreiding tot vijf hectare toelaten, als in de toelichting op het bestemmingsplan wordt aangetoond dat de uitbreiding noodzakelijk is voor een doelmatige voortzetting van het bedrijf, verplaatsing naar een glastuinbouwontwikkelingsgebied bedrijfseconomisch niet haalbaar is en deze uitbreiding zich verdraagt met de ter plaatse relevante omgevingskwaliteiten. Onderhavig planvoornemen heeft geen betrekking op een glastuinbouwbedrijf. Uit de Omgevingsverordening volgen op dit gebied geen regels die relevant zijn voor het planvoornemen. Intrekgebied (art. 2.38) De provincie streeft er naar het grondwater als bron voor de drinkwatervoorziening te beschermen. Voor een effectieve en duurzame veiligstelling van de openbare drinkwatervoorziening maakt de provincie onder andere gebruik van regelgeving en vergunningverlening. De provincie wil niet dat fossiele energie (aardgas, aardolie, schaliegas of steenkoolgas) gewonnen wordt in de intrekgebieden voor de drinkwatervoorziening.

De Omgevingsverordening regelt dan ook dat een bestemmingsplan ter plaatse van een intrekgebied niet mag voorzien in een bestemming die de winning van fossiele energie mogelijk maakt. Onderhavig plan voorziet niet in een bestemming die de winning van fossiele energie mogelijk maakt. Onderhavig planvoornemen betreft een functiewijziging en voorziet niet in een bestemming die de winning van fossiele energie mogelijk maakt. 3.2.3 Woonagenda Cleantech Regio 2018 De acht gemeenten (Apeldoorn, Brummen, Deventer, Epe, Heerde, Lochem, Voorst en Zutphen) uit de Cleantech Regio hebben samen met de provincie Gelderland een woonagenda voor de regio opgesteld. De 'Woonagenda Cleantech Regio 2018' van de Regio Stedendriehoek (vastgesteld door GS op 11 december 2018) is een uitwerking van de provinciale koers "Ruimte voor goed wonen", waarbij voor de komende 10 jaar afspraken worden vastgelegd hoe om te gaan met sturing op de woningbouwprogrammering en welke thema's regionaal verdere aandacht vragen. Dit betreffen de thema's "sterke steden, dynamische kernen en vitaal platteland". Ook wordt ingegaan op het verduurzamen en klimaatbestendig maken van de woningvoorraad alsmede op wonen en zorg.

De Regio zet in op het behouden en versterken van de woonkwaliteit door toevoeging van de juiste woning, voor de juiste doelgroep, op de juiste plek in de regio, waarbij de volgende speerpunten van toepassing zijn: • • •

woningbouw draagt bij aan het versterken van de ruimtelijke kwaliteit van de bestaande stad, wijk, dorp, kern en buitengebied; woningbouw is behoeftegericht, past bij de lokale vraag van een specifieke doelgroep en levert een strategische (toekomstgerichte) aanvulling op het bestaande woningaanbod; de programmering is flexibel en kan aangepast worden om goed te blijven aansluiten op de speerpunten van ons beleid en actuele marktontwikkelingen.

De Cleantech Regio ontleent haar kracht aan haar diversiteit in woonmilieus. Per gebied zijn andere opgaven van toepassing, ieder met een aantal eigen speerpunten die bijdragen aan de uitvoering van de gezamenlijke Woonagenda. Zo zijn ook voor de gemeente Epe specifieke lokale speerpunten opgenomen, onder de noemer "Epe bouwt voort op kwaliteit". Epe koppelt haar woningbouwbeleid aan ruimtelijke kwaliteit om daarmee een bijdrage te leveren aan het behouden en versterken van

NL.IMRO.0232.VAA035OudApeld8789-OBP1

bestemmingsplan Oude Apeldoornseweg 87 en 89, Vaassen

|11 de leefbaarheid en het groene karakter. Focuspunten zijn herstructurering, wonen en zorg en innovatieve concepten voor ouderen. Epe heeft een aantrekkingskracht op gezinnen en vitale senioren. De migratie vanaf buiten is de laatste jaren sterk gegroeid. Dat heeft zich vertaald in een groeiend aantal inwoners en ondanks het groot aantal opgeleverde woningen wordt een druk op de woningmarkt ervaren. De betaalbaarheid en bereikbaarheid van de lokale woningmarkt staat onder druk en die neemt de komende jaren toe. Om dat om te buigen wordt ingezet op het sneller bouwen van meer woningen, het beter benutten van de bestaande woningvoorraad en het zorgen voor de betaalbaarheid van het wonen. De focus ligt op transformatie, herstructurering, wonen en zorg en innovatieve woonvormen, waarbij ook het klimaat een nadrukkelijk punt is bij locatiekeuze. Dit leidt ertoe dat op de korte termijn extra inzet nodig is in de woningbouwprogrammering. Samen met de corporatie is geconstateerd dat de sociale woningvoorraad de komende 10 jaar tussen de 185 en 270 woningen moet toevoegen. Naast de inzet op kwalitatief programmeren wordt er per gemeente gekoerst op een kwantitatief realistisch woningbouwprogramma op basis van actuele Primos woningbehoefteprognoses.

Het is daarbij de bedoeling om deze regionale woonagenda om de twee jaar te herijken, waarbij wordt bekeken of het op basis van analyse van de woningmarkt en de genoemde woningbehoefteprognoses het wenselijk is om de woonvisie aan te passen. Addendum Woonagenda Cleantech Regio In november 2020 is de regionale woonagenda 'Woonagenda Cleantech Regio 2018' opnieuw tegen het licht gehouden voor de periode 2020-2030. De evaluatie en herijking is vastgelegd in het Addendum Woonagenda Cleantech Regio. De huidige woonagenda biedt (na een herijking) voor de komende paar jaar nog voldoende basis voor de regionale samenwerking. Op basis van de regionale principes voor woningbouwprogrammering uit de Woonagenda 2018 sturen gemeenten op een lokaal woningbouwprogramma dat gericht is op het versterken van de woonkwaliteit. Daarnaast gaan de gemeenten samen aan de slag met de thema's betaalbaarheid en huisvesting arbeidsmigranten. Op basis van de Primos woningbehoefteprognose 2020 is de nieuwe bandbreedte vastgesteld voor de omvang van de regionale bouwopgave en als richtpunt voor het lokale programma. Vooral bij kleine gemeenten is de prognose niet altijd nauwkeurig en wordt deze waar nodig gecorrigeerd met maatwerkafspraken. In de evaluatie en herijking zijn wederom lokale speerpunten voor de gemeente Epe opgenomen.

Als plattelandsgemeente tussen twee steden groeit de gemeente Epe met nieuwe inwoners van buiten de gemeente. Nieuwe mensen brengen nieuwe dynamiek. De bouw van de wijk de Klaarbeek loopt twee jaar voor op de planning en ook andere woningbouwprojecten lopen vlot, er is groot animo voor koopprojecten. Met de lokale Woonagenda is de inzet gericht op gezinnen en senioren, evenals betaalbaar bouwen en een extra stimulans in de sociale huursector. De vitaliteit van de kernen in combinatie met het behoud van het voorzieningenniveau is een belangrijk uitgangspunt. Het huidige woningbouwprogramma is de basis maar daar bovenop is een plus per kern nodig om voorzieningen in stand te houden. De vergrijzing neemt toe, vooral ook in de kleine kernen. Er zijn nieuwe locaties beschikbaar in Vaasen en Epe om de bovenlokale vraag op te vangen, specifiek gericht op gezinnen met kinderen. Op korte termijn zijn daarvoor al uitbreidingslocaties te realiseren. Voor de kern Epe wordt daarbij gezocht naar extra locaties voor sociale woningbouw. Epe wil graag in gesprek over het voorzien in de bovenlokale vraag. De woningbouw kan versneld worden, maar daarvoor is wel extra capaciteit nodig voor de te doorlopen procedures en onderzoek en mogelijk een aanjager vanuit het provinciehuis en ondersteuning vanuit het Actieplan Wonen.

De nieuwe woningbehoefteprognose (PRIMOS 2020) voor de regio ligt behoorlijk hoger (rond 40%) dan de prognose uit 2016 die gebruikt is in de Woonagenda 2018. Het voorstel is om de inzet voor de komende twee jaar te richten op het op stoom houden (versnellen) van de woningbouw in het in voorbereiden nemen van nieuwe bouwplanen. Daarbij geldt voor de gemeente Epe de volgende bandbreedte voor 2020-2030: 1.350 woningen (inclusief inlopen woningtekort en maatwerk).

NL.IMRO.0232.VAA035OudApeld8789-OBP1

bestemmingsplan Oude Apeldoornseweg 87 en 89, Vaassen

|12 Planspecifiek Met het planvoornemen wordt de bedrijfsfunctie aan de Oude Apeldoornseweg 87 en 89 omgezet naar een woonfunctie. De huidige bedrijfswoning wordt momenteel al als woning gebruikt. Met het planvoornemen wordt feitelijk gezien dus geen woning aan de woningvoorraad toegevoegd. Wel wordt de woonkwaliteit versterkt, omdat de loods op het achterterrein van de woning in de toekomstige situatie enkel nog hobbymatig gebruikt mag worden. Met het planvoornemen wijzigt het ruimtebeslag niet. 3.2.4 Conclusie Het planvoornemen past binnen het provinciaal en regionaal beleid.

3.3 Gemeentelijk beleid 3.3.1 Omgevingsvisie Natuurlijk goed leven Op 9 december 2021 is de omgevingsvisie 'Natuurlijk Goed Leven' door de gemeenteraad van de gemeente Epe vastgesteld. De titel laat zien waar het in de gemeente Epe om draait: de rijkdom van de natuur, de kenmerken van het landschap en de eigenheid van het gebied. De omgeving biedt volop mogelijkheden en kansen om te wonen, werken, ondernemen en recreëren. Met de omgevingsvisie wordt geschetst hoe de fysieke leefomgeving in de gemeente Epe er in de toekomst uitziet. De gemeente Epe kent veel groen, veel natuur en binnen de gemeente zijn mooie dorpen met hun eigen karakter. De gemeente wil daar zorgvuldig mee omgaan. Tegelijkertijd zijn er veel uitdagingen en er moet veel gebeuren: de vraag naar voldoende woningen in een gezonde en sociale leefomgeving, de behoefte aan ruimte voor recreatie, economische groei en diverse duurzaamheidsambities. Dit alles samengenomen vraagt om een integrale aanpak met behoud van de kwaliteiten en waarden. De gemeente wil via de omgevingsvisie samen met inwoners komen tot gedragen, evenwichtige en integrale oplossingen voor ruimtelijke en maatschappelijke opgaven. Waardevolle leefomgeving De basis voor de omgevingsvisie is de kwaliteit van de leefomgeving. Iets wat in honderden jaren is ontstaan, gegroeid en opgebouwd. Binnen de gemeente Epe is er brede waardering voor de omgeving.

Dit is duidelijk uit het participatieproces naar voren gekomen. Het gaat om een breed spectrum aan kwaliteiten: landschappelijk, monumentaal, natuurlijk. De kern zit in drie waarden: • • •

de rijkdom van natuur met bijbehorende wateren bodemkwaliteit; de kwaliteit en grote afwisseling in het landschap; de rust, de cultuurhistorie en het dorpse karakter.

Opgaven De gemeente Epe is nooit af. Er zijn altijd behoeftes van de samenleving, actuele trends en nieuwe ontwikkelingen en er zijn op dit moment urgente opgaven. In de gemeente gaat het vanuit 'de samenlevingslaag' om de volgende opgaven: •

duurzame toekomst: belangrijke uitdagingen zijn de klimaatverandering, de (aanpak van de oorzaak door) energietransitie, de biodiversiteitscrisis, het stikstofprobleem en op termijn het tekort aan grondstoffen. Het vormgeven aan een duurzame toekomst van de leefomgeving ziet de gemeente als de meest uitdagende opgave waar ze in de omgevingsvisie invulling aan moet geven;

NL.IMRO.0232.VAA035OudApeld8789-OBP1

bestemmingsplan Oude Apeldoornseweg 87 en 89, Vaassen

|13 •

•

•

gezondheid, zorg en welzijn: de gemeente Epe wordt bij uitstek gezien als een fijne plek om te wonen. Rust en ruimte zijn daarbij belangrijke kernwoorden. De bijzondere ligging van de gemeente tussen de natuur van zowel de Veluwe als de IJsselvallei leidt tot waardering van de omgeving en is een gunstige voorwaarde voor het welzijn van inwoners in de gemeente. De gemeente zet daarom in op de toegankelijkheid van deze kwaliteiten voor alle inwoners; goed wonen; goed wonen is een opgave die voortdurend aandacht nodig heeft. Huishoudens worden kleiner, er is een grote vraag naar betaalbare woningen voor jongeren en ouderen en er is een verschuiving in de behoefte naar een bepaald type woningen. Het gaat naast een kwantitatieve opgave ook om de kwaliteit van de woonomgeving en dat is veel meer dan de woning zelf; ondernemen: de gemeente is niet alleen een bijzondere plek om te wonen, maar ook een uitstekende plek om te ondernemen door het gunstige ondernemersklimaat. Het ondernemen in de gemeente wordt vertegenwoordigd door verschillende sectoren, waarvan de toeristische sector een van de grotere is.

De vier opgaven zijn niet los van elkaar te zien en hangen op meerdere vlakken samen. Er zijn raakvlakken, maar ook knelpunten. Vooral bij nieuwe ontwikkelingen (energie-installaties, woningbouw, recreatieontwikkeling) zullen integrale oplossingen moeten worden bedacht. De opgaven zijn gebiedsgericht uitgewerkt. Het plangebied aan de Oude Apeldoornseweg 87 en 89 is gelegen in Vaassen. Ruimtelijke keuzes Vaassen

Figuur 8 Uitsnede visiekaart Omgevingsvisie Epe: opgaven in Vaassen (plangebeid rood omlijnd) De vier opgaven komen in Vaassen allemaal terug. Met name als het om wonen en ondernemen gaat ligt er een grote opgave. Binnen de kern Vaassen zijn energie, klimaat en biodiversiteit belangrijk. Het gaat onder andere om de warmtetransitie en maatregelen tegen hittestress, verdroging en piekregenbuiten. Er wordt gestreefd naar een duurzame energievoorziening voor alle woningen. Het stimuleren van bewegen en ontmoeten is een opgave die de gezondheid in Vaassen moet verbeteren, voor alle leeftijden. Er wordt op termijn gewerkt aan een meer toegankelijke openbare ruimte, met meer verblijfskwaliteit.

NL.IMRO.0232.VAA035OudApeld8789-OBP1

bestemmingsplan Oude Apeldoornseweg 87 en 89, Vaassen

|14 Vaassen heeft een grote woningbouwopgave. Op meerdere locaties wordt de kern Vaassen uitgebreid om bij te dragen aan groei. Landschap en natuur dienen als inspiratie voor ontwikkelingen. Voor alle doelgroepen wordt gebouwd en er wordt ingezet op nieuwe woontypologieën. Binnen Vaassen is met name het centrum een belangrijk speerpunt. Er wordt gestreefd naar een vitaal compact centrum met focus op horeca en detailhandel. Het doel is het behoud van een sterke centrumfunctie van Vaassen en de profilering van het dorpscentrum als 'kasteeldorp'. Op het bedrijventerrein Eekterveld is ruimte voor bedrijven en vernieuwing. Planspecifiek Met het planvoornemen wordt een bedrijfswoning aan de Apeldoornseweg 87 omgezet naar een burgerwoning. De huidige bedrijfswoning wordt momenteel al als woning gebruikt. Met het planvoornemen wordt feitelijk gezien dus geen woning aan de woningvoorraad toegevoegd. Er vinden geen sloop- en/of bouwwerkzaamheden plaats, waardoor het dorpse karakter van de omgeving behouden blijft. 3.3.2 Woonvisie 2013 In de Woonvisie uit 2013 wordt uiteengezet welke ontwikkelingen nodig zijn om een geschikte woonvoorraad te creëren voor de inwoners van de gemeente Epe. Hiervoor wordt aan de volgende doelen gewerkt: •

•

• • •

Het realiseren van geschikte woningen die passen bij de inwoners. Het gaat hierbij om toegankelijke woningen en woonomgeving , vooral voor de groeiende groep senioren, en het behouden van voldoende betaalbare woningen; de kwaliteit van de bestaande woonvoorraad verstevigen. Duurzaamheid en levensloopgeschiktheid zijn hierbij belangrijk. Met als doel om ervoor te zorgen dat er geschikte woningen in Epe staan die passen bij de woonbehoefte van de inwoners van nu en in de toekomst; het realiseren van een gezonde woningmarkt. Woningbouwontwikkeling dient aan te sluiten bij de marktvraag; de kwaliteit van kernen en gemeenschappen; duurzaam wonen.

Planspecifiek Met het planvoornemen wordt de bedrijfsfunctie aan de Oude Apeldoornseweg 87 en 89 omgezet naar een woonfunctie. De huidige bedrijfswoning wordt momenteel al als woning gebruikt. Met het planvoornemen wordt feitelijk gezien dus geen woning aan de woningvoorraad toegevoegd. Wel wordt de kwaliteit van de bestaande woningvoorraad verstevigt. De functiewijziging biedt tevens kansen om de woning te verduurzamen. 3.3.3 Woonagenda gemeente Epe 2019-2023, Mijn Thuis Op 20 juni 2019 is de Woonagenda 2019-2023 Mijn Thuis vastgesteld. In de Woonagenda wordt aan de hand van verschillende thema's beschreven op welke wijze de gemeente Epe richting geeft aan de woningbouwopgave in haar gemeente. In het afwegingskader staat beschreven waaraan initiatieven concreet worden beoordeeld. De gemeente geeft in haar gemeentelijke woonagenda aan te streven naar verhoging van de woningbouwproductie op korte termijn. Daarmee wil de gemeente de huidige behoefte faciliteren, de te verwachten huishoudensgroei opvangen en de huidige druk op de woningmarkt verminderen. Verder wordt aangesloten op de kwantitatieve afspraken vanuit de regionale woonagenda. Voor nieuwe woningbouwinitiatieven zijn in de gemeentelijk woonagenda kaders opgesteld, bestaande uit kwantitatieve en kwalitatieve aspecten.

NL.IMRO.0232.VAA035OudApeld8789-OBP1

bestemmingsplan Oude Apeldoornseweg 87 en 89, Vaassen

|15 In de Woonagenda wordt de ambitie uiteengezet in vijf thema's. Deze thema's monden uit in de uitgangspunten voor woningbouw in de gemeente Epe. Het gaat om de volgende thema's: 1.

2.

3.

4.

5.

Groeiend aantal huishoudens: Het aantal huishoudens is de afgelopen jaren fors gegroeid. Dit heeft ertoe geleid dat in de Woonagenda Cleantechregio 2018 aan Epe 180 woningen extra zijn toegekend. Dit vestgingsoverschot komt voornamelijk van gezinnen en senioren. De komende jaren streven we naar een verhoging van de woningbouwproductie op de korte termijn. Ook willen we in het woningbouwprogramma ruimte geven aan de lokale behoefte en richten we een belangrijk deel van het woningbouwprogramma op het marktsegment dat aansluit op de lokale behoefte van gezinnen met kinderen en senioren; Betaalbaar wonen in de huur: Er moeten de komende jaren extra sociale huurwoningen gerealiseerd worden. Ook vindt de gemeente de betaalbaarheid van de sociale woningvoorraad voor vooral jongeren en senioren belangrijk. Bij inbreiding en uitbreiding zet de gemeente in op een substantieel aandeel sociale huurwoningen; De woningvraag in de koopsector: De gemeente zet in op een substantieel deel goedkope en middeldure woningen in de koopsector. Ook wil de gemeente ruimte geven aan innovatieve concepten (dat ook voor de huursector geldt). Voor wat betreft de kwalitatieve wensen blijkt dat de vraag in de koopsector zich voor een belangrijk deel richt op vrijstaande woningen (dure segment).

Er is ook een duidelijke vraag naar rij- en hoekwoningen in het middeldure segment (vooral afkomstig van starters, 1 en 2 persoonshuishoudens tussen 30 en 50 jaar en gezinnen). De grote vraag naar ruime eengezinswoningen in de koopsector komt mede door de afnemende verhuisgeneigdheid van senioren. Zij wonen relatief vaak in dergelijke woningen en blijven langer in deze woningen wonen (eventueel met aanpassingen). Daardoor komen deze woningen in de bestaande voorraad minder snel beschikbaar voor gezinnen dan voorheen. In de Woonagenda wordt aangegeven dat de vraag naar appartementen lastiger te kwalificeren is dan de vraag naar grondgebonden woningen. Wel laat de praktijk zien dat als een goed product aangeboden wordt, de vraag naar appartementen aanzienlijk is, te meer als deze woningen in en rondom de centra gerealiseerd worden; Wonen met zorg en welzijn: Epe vergrijst. Senioren moeten langer zelfstandig thuis wonen en mensen vanuit een intramurale instelling stromen steeds vaker door naar een reguliere woning. Ook het scheiden van wonen en zorg heeft daarop zijn invloed. Hiervoor loopt al het traject "Thuis wonen nu en later", gericht op het langer thuis kunnen wonen van senioren.

Vanuit andere beleidsnota's wordt hier specifiek aandacht aan besteed; Duurzaamheid van woningen en woonomgeving: Voor de sociale huursector liggen er op landelijk niveau afspraken over het verduurzamen van de bestaande woningvoorraad. Verder moeten gemeenten in 2021 een warmteplan hebben over de wijze waarop woningen van het gas afkunnen. Voor nieuwbouw stelt de gemeente dat deze energieneutraal is. Ook streeft de gemeente naar klimaat adaptief bouwen en zet zij in op het behoud van groen in de wijken.

Bovenstaande vijf thema's monden uit in de uitgangspunten voor woningbouw. Woningbouw draagt bij aan het behoud en versterken van de ruimtelijke kwaliteit en voorziet in een behoefte. De gemeente focust zich daarbij op het betaalbare- en middeldure segment. Bij nieuwbouw hanteert de gemeente drie stappen, te weten: van transformatie naar inbreiding en van daaruit naar uitbreiding. Kwantitatief is afgesproken dat de in de regionale Woonagenda geschatte woningbehoefte voor de gemeente Epe als graadmeter gehanteerd wordt om te bepalen aan hoeveel woningbouwplannen de gemeente ruimte heeft. De gemeente richt zich in eerste instantie op de kwalitatieve opgave bij het programmeren. Bij de invulling van een woningbouwlocatie zijn daarom niet de aantallen leidend, maar de wijze waarop de bouw bijdraagt aan het versterken van de ruimtelijke kwaliteit en leidt tot een behoeftegerichte invulling (passend bij de lokale vraag en gericht op huisvestingsmogelijkheden voor doelgroepen en/of een verrijking van de huidige woonvoorraad). Tevens wordt prioriteit gegeven aan het ontwikkelen van transformatielocaties. Bij

NL.IMRO.0232.VAA035OudApeld8789-OBP1

bestemmingsplan Oude Apeldoornseweg 87 en 89, Vaassen

|16 uitbreidingslocaties wordt de programmering afgestemd met de gemeenten in de Cleantech Regio en de Provincie Gelderland, volgens de afspraken in de regionale Woonagenda 2018. Planspecifiek Met het planvoornemen wordt de bedrijfsfunctie aan de Oude Apeldoornseweg 87 en 89 omgezet naar een woonfunctie. De huidige bedrijfswoning wordt momenteel al als woning gebruikt. Met het planvoornemen wordt feitelijk gezien dus geen woning aan de woningvoorraad toegevoegd. Wel wordt de kwaliteit van de bestaande woningvoorraad verstevigt. De functiewijziging biedt tevens kansen om de woning te verduurzamen. 3.3.4 Conclusie Het planvoornemen past binnen het gemeentelijk beleid.

3.4 De Ladder duurzame verstedelijking In het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is de verplichting opgenomen om in het geval van een nieuwe stedelijke ontwikkeling in de toelichting een beschrijving op te nemen van nut en noodzaak van de nieuwe stedelijke ruimtevraag en de ruimtelijke inpassing. Hierbij wordt gebruik gemaakt van de 'ladder voor duurzame verstedelijking' zoals beschreven in, het per 1 juli 2017 gewijzigde, artikel 3.1.6 Bro. Nieuwe ontwikkelingen dienen getoetst te worden aan de Ladder voor duurzame verstedelijking mits er sprake is van een 'stedelijke ontwikkeling'. Het begrip 'stedelijke ontwikkeling' is in artikel 1.1.1, lid 1, sub i van de Bro gedefinieerd als: 'ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen'. Uit jurisprudentie blijkt dat vanaf 12 nieuwe woningen sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling en dat deze Ladderplichtig is. De in de toelichting van een bestemmingsplan vereiste onderbouwing van de nieuwe stedelijke ontwikkeling bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien.

Planspecifiek Om te bepalen of een planvoornemen Ladderplichtig is dient getoetst te worden of de voorziene ontwikkeling wel een stedelijke ontwikkeling is. Uit jurisprudentie blijkt dat vanaf 12 nieuwe woningen sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Onderliggend bestemmingsplan voorziet in een functiewijziging van een bedrijfswoning naar een burgerwoning. Het planvoornemen wordt niet beschouwd als een 'nieuwe stedelijke ontwikkeling', omdat er met het planvoornemen feitelijk geen woning wordt toegevoegd. De bestaande bedrijfswoning wordt namelijk omgezet naar een burgerwoning. Tevens is het plangebied gelegen in bestaand stedelijk gebied. Zodoende is het planvoornemen niet Ladderplichtig en is verdere toetsing aan de Ladder voor duurzame verstedelijking niet noodzakelijk.

NL.IMRO.0232.VAA035OudApeld8789-OBP1

bestemmingsplan Oude Apeldoornseweg 87 en 89, Vaassen

|17

4 PLANOLOGISCHE EN MILIEUTECHNISCHE UITVOERBAARHEID De uitvoerbaarheid van een bestemmingsplan moet ingevolge de Wet ruimtelijke ordening (Wro) aangetoond worden (artikel 3.1.6 lid 1 van het Bro). Daaronder valt zowel de onderzoeksverplichting naar verschillende ruimtelijk relevante aspecten (geluid, bodem, etc.), maar ook de economische uitvoerbaarheid van het plan. Daarvan wordt in dit hoofdstuk verslag gedaan. De toets aan het beleid is in het vorige hoofdstuk al aan de orde gekomen.

4.1 Milieuaspecten Op grond van artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening (verder: Bro) moet de gemeente in de toelichting op het bestemmingsplan een beschrijving opnemen van de wijze waarop de milieukwaliteitseisen bij het plan zijn betrokken. Daarbij moet rekening gehouden worden met de geldende wet- en regelgeving en met de vastgestelde (boven)gemeentelijke beleidskaders. Bovendien is een bestemmingsplan vaak een belangrijk middel voor afstemming tussen de milieuaspecten en ruimtelijke ordening. 4.1.1 Bodem Om te zorgen voor een balans tussen bescherming van de bodemkwaliteit voor mens en milieu én gebruik van de bodem voor maatschappelijke ontwikkelingen zoals woningbouw of aanleg van wegen, is in 2008 het Besluit bodemkwaliteit (Bbk) in werking getreden. Het doel van het Bbk is duurzaam bodembeheer. De bodemkwaliteit is in het kader van de Wro van belang als er sprake is van functieveranderingen en / of een ander gebruik van de gronden. De bodem moet geschikt zijn voor de functie. Op grond van artikel 3.1.6 lid 2 van het Besluit ruimtelijke ordening moet een bodemonderzoek worden verricht om de realiseerbaarheid van een bestemmingswijziging te beoordelen. Onderzocht moet worden of de bodem verontreinigd is en wat voor gevolgen een eventuele bodemverontreiniging heeft voor de uitvoerbaarheid van het plan. Dit kan worden aangetoond met een actueel bodemonderzoek.

Voor alle bestemmingen waar een functiewijziging of herinrichting mogelijk is moet ten minste een verkennend bodemonderzoek verricht worden. Mocht er een verontreiniging te verwachten zijn dan wel mocht deze feitelijk aanwezig zijn, dan dient inzichtelijk gemaakt te worden dat na vaststelling van het plan de beoogde oplossing om dit probleem aan te pakken (milieu)technisch haalbaar is en dat er voldoende budget beschikbaar is. Planspecifiek Het planvoornemen betreft een functiewijziging, waarbij een bedrijfswoning wordt omgezet in een burgerwoning. Hiertoe is een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd (externe bijlage, Aeres Milieu, AM22470, 21 december 2022). Tijdens de veldinspectie op de locatie zijn geen waarnemingen gedaan die wijzen op de aanwezigheid van bodemverontreiniging of bronnen van verontreiniging. Onder de klinkerverharding is een laag menggranulaat aangetroffen. Verder zijn er sporadisch bijmengingen met baksteen aangetroffen in de bodem. Deze bijmenging met baksteen wordt niet als asbestverdacht beschouwd. Zintuiglijk is zowel in de funderingslaag als in de bodem geen asbestverdachte materiaal aangetroffen. De funderingslaag is ook analytisch onderzocht op asbest. Daarbij is geen asbest aangetoond. Er was geen aanleiding om ook de bodem analytisch te onderzoeken op asbest.

Uit de analyseresultaten blijkt dat de bovengrond plaatselijk licht verhoogd is met PCB of kwik en lood. In de ondergrond zijn geen gehalten gemeten verhoogd ten opzichte van de achtergrondwaarde. Het freatisch grondwater is licht verhoogd met xylenen. De resultaten van dit bodemonderzoek geven geen aanleiding tot het uitvoeren van een nader bodemonderzoek. De

NL.IMRO.0232.VAA035OudApeld8789-OBP1

bestemmingsplan Oude Apeldoornseweg 87 en 89, Vaassen

|18 milieuhygiënische conditie van de bodem vormt geen belemmering voor de voorgenomen planontwikkeling. Indien er werkzaamheden plaatsvinden, waarbij grond vrijkomt, kan de grond mogelijk niet zonder meer worden afgevoerd of elders worden toegepast. Ten aanzien van hergebruik van deze grond elders is het Besluit Bodemkwaliteit en het Handelingskader PFAS van toepassing. Conclusie Vanuit het aspect bodemkwaliteit zijn er geen belemmeringen voor het planvoornemen. 4.1.2 Geluid De mate waarin het geluid, bijvoorbeeld veroorzaakt door het wegverkeer, het woonmilieu mag belasten, is geregeld in de Wet geluidhinder (Wgh en Bgh). De kern van de wet is dat geluidsgevoelige bestemmingen worden beschermd tegen geluidhinder uit de omgeving ten gevolge van wegverkeer, spoorweg en industrie. De Wet geluidhinder kent de volgende geluidsgevoelige bestemmingen: 1. 2. 3.

woningen; onderwijsgebouwen (behoudens voorzieningen zoals een gymnastieklokaal); ziekenhuizen en verpleeghuizen en daarmee gelijk te stellen voorzieningen zoals verzorgingstehuizen, psychiatrische inrichtingen, medische centra, poliklinieken medische kleuterdagverblijven etc.

Het beschermen van bijvoorbeeld het woonmilieu gebeurt aan de hand van vastgestelde zoneringen. De belangrijkste geluidsbronnen die in de Wet geluidhinder worden geregeld zijn industrielawaai, wegverkeerslawaai en spoorweglawaai. Verder gaat deze wet onder meer ook in op geluidwerende voorzieningen en geluidbelastingkaarten en actieplannen. Daarnaast moet in het kader van een goede ruimtelijke ordening ook inzicht worden gegeven in de akoestische indirecte gevolgen van het plan bij omliggende bestaande woningen, zoals de akoestische gevolgen van eventuele verkeersaantrekkende werking. Wegverkeerslawaai: geluidgevoelige bestemmingen nabij bestaande wegen Artikel 76 Wgh verplicht ertoe om bij de vaststelling van een bestemmingsplan dat betrekking heeft op gronden binnen een geluidzone terzake van de geluidsbelasting van de gevel van geprojecteerde geluidsgevoelige bestemmingen (zoals woningen) de grenswaarden uit de Wgh in acht te nemen. Bij het voorbereiden van de vaststelling van zo'n bestemmingsplan moet akoestisch onderzoek worden gedaan naar die geluidsbelasting. Op grond van artikel 74 Wgh heeft iedere weg van rechtswege een geluidzone, met uitzondering van: • •

wegen die liggen binnen een tot woonerf bestemd gebied; wegen waarop een wettelijke snelheid geldt van ten hoogste 30 kilometer per uur.

De breedte van de zone is afhankelijk van het aantal rijstroken en van de ligging van de weg in binnen- of buitenstedelijk gebied. Wanneer woningen worden geprojecteerd binnen een geluidzone moet akoestisch onderzoek worden uitgevoerd naar de geluidsbelasting op de gevels van die woningen. De voorkeursgrenswaarde bedraagt 48 dB. Bij een hogere geluidsbelasting moet worden gekeken of er maatregelen getroffen kunnen worden om de geluidsbelasting te reduceren. Indien maatregelen onvoldoende effect geven en/of onmogelijk zijn en de geluidsbelasting niet hoger is dan de maximale grenswaarde van <keuze: 63/53> dB (Lden, inclusief aftrek ex artikel 110g Wgh) kunnen burgemeester en wethouders een hogere waarde vaststellen. In het kader van een goede ruimtelijke ordening moeten in een akoestisch onderzoek ook de wegen zonder geluidzone worden beschouwd. Hierbij wordt aansluiting gezocht bij de kaders van de Wgh.

NL.IMRO.0232.VAA035OudApeld8789-OBP1

bestemmingsplan Oude Apeldoornseweg 87 en 89, Vaassen

|19 Wegverkeerslawaai: nieuwe weg nabij bestaande geluidgevoelige bestemming Artikel 76 Wgh verplicht ertoe om bij de vaststelling van een bestemmingsplan dat betrekking heeft op een nieuwe weg nabij nieuwe en bestaande woningen of andere geluidsgevoelige bestemmingen de grenswaarden uit de Wgh in acht te nemen. Bij het voorbereiden van de vaststelling van zo'n bestemmingsplan moet akoestisch onderzoek worden gedaan naar die geluidsbelasting. Op grond van artikel 74 Wgh heeft iedere weg van rechtswege een geluidzone, met uitzondering van: • •

wegen die liggen binnen een tot woonerf bestemd gebied; wegen waarop een wettelijke snelheid geldt van ten hoogste 30 kilometer per uur.

De breedte van de zone is afhankelijk van het aantal rijstroken en van de ligging van de weg in binnen- of buitenstedelijk gebied. Voor de nieuwe weg moet akoestisch onderzoek worden uitgevoerd naar de geluidsbelasting op de gevels van de woningen. De voorkeursgrenswaarde bedraagt 48 dB. Bij een hogere geluidsbelasting moet worden gekeken of er maatregelen getroffen kunnen worden om de geluidsbelasting te reduceren. Indien maatregelen onvoldoende effect geven en/of onmogelijk zijn en de geluidsbelasting niet hoger is dan de maximale grenswaarde van <keuze: 63/58> dB (Lden, inclusief aftrek ex artikel 110g Wgh) kunnen burgemeester en wethouders een hogere waarde vaststellen. In het kader van een goede ruimtelijke ordening moeten in een akoestisch onderzoek ook de wegen zonder geluidzone worden beschouwd. Hierbij wordt aansluiting gezocht bij de kaders van de Wgh. Industrielawaai: nieuwe bedrijfsbestemming nabij bestaande geluidgevoelige bestemmingen Als een bestemmingsplan het mogelijk maakt op een industrieterrein bepaalde geluidshinderlijke bedrijven (de bedrijven als genoemd in Bijlage 1 onderdeel D van het Besluit omgevingsrecht) te vestigen of een bestaand industrieterrein uit te breiden, is de gemeenteraad verplicht gelijktijdig met het vaststellen van het bestemmingsplan, een geluidzone rond dit terrein vast te stellen of te wijzigen.

De geluidsbelasting afkomstig van alle bedrijven op het terrein mag buiten de zone (die verder deel uitmaakt van het bestemmingsplan) niet hoger zijn dan 50 dB(A) (Letmaal). Voorafgaand aan het vaststellen van de zone moet akoestisch onderzoek worden uitgevoerd. Het gemeentebestuur bepaalt vervolgens welke soorten geluidshinderlijke bedrijven op het terrein kunnen worden toegelaten in relatie tot de geluidsbelasting daarvan op bestaande (of geplande) woningen. De vastgestelde zone legt daarmee enerzijds beperkingen op aan de industrie (via bestemmingsplan en omgevingsvergunning) en anderzijds aan de bouw van nieuwe woningen in de zone rondom het industrieterrein. Op basis van de artikelen 45 en 110a Wgh kunnen burgemeester en wethouders voor de woningen die binnen de zonegrens komen te liggen, hogere waarden vaststellen. De geluidsbelasting op de gevel van deze woningen (door het industrieterrein) mag daardoor meer bedragen dan 50 dB(A). Het maximum voor reeds aanwezige of in aanbouw zijnde woningen is 60 dB(A) en voor geprojecteerde woningen bedraagt de maximale waarde 55 dB(A). Tot het verlenen van hogere waarden mag alleen worden overgegaan als is gebleken dat maatregelen, gericht op het terugbrengen van de geluidsbelasting vanwege het industrieterrein, ondoeltreffend zijn.

Stedenbouwkundige, verkeerskundige, vervoerskundige, landschappelijke en/of financiële afwegingen kunnen daarbij een rol spelen (zie art. 110a lid 5 Wgh). Planspecifiek Het planvoornemen betreft een functiewijziging, waarbij een bedrijfswoning wordt omgezet in een burgerwoning. De situatie voor de woning (het geluidsgevoelige object) wijzigt hierbij niet. De woning komt niet dichter bij de weg te liggen. Een nader akoestisch onderzoek is daarom niet nodig. Conclusie Het aspect geluid vormt geen belemmering voor het planvoornemen.

NL.IMRO.0232.VAA035OudApeld8789-OBP1

bestemmingsplan Oude Apeldoornseweg 87 en 89, Vaassen

|20 4.1.3 Luchtkwaliteit Door de uitstoot van uitlaatgassen door onder andere de industrie en het verkeer komen schadelijke stoffen in de lucht. Vooral langs drukke wegen kunnen de concentraties van verschillende stoffen zo hoog zijn dat deze de gezondheid kunnen aantasten. Om te voorkomen dat de gezondheid wordt aangetast door luchtverontreiniging dient bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen rekening gehouden te worden met de luchtkwaliteit ter plaatse. Sinds 15 november 2007 zijn de belangrijkste luchtkwaliteitseisen opgenomen in hoofdstuk 5 van de Wet milieubeheer. Hierin is van bepaalde projecten getalsmatig vastgelegd dat ze "niet in betekenende mate" (NIBM) bijdragen aan de luchtverontreiniging. Met de inwerkingtreding van het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) op 1 augustus 2009, zijn deze grenzen verruimd. Een project draagt volgens het NSL "niet in betekenende mate" bij zolang de toename van de concentratie fijnstof of stikstofdioxide maximaal 3% bedraagt van de grenswaarde. Het NSL zorgt voor een flexibele koppeling tussen ruimtelijke activiteiten en milieugevolgen zodat de luchtkwaliteit verbeterd en alsmede de gewenste ontwikkelingen in ruimtelijke ordening doorgang kunnen vinden.

In de Regeling NIBM is een lijst met categorieën van projecten (inrichtingen, kantoor- en woningbouwlocaties) opgenomen die niet in betekenende mate bijdragen aan de luchtverontreiniging. Deze projecten kunnen zonder toetsing aan de grenswaarden voor het aspect luchtkwaliteit uitgevoerd worden. Voor woningbouwlocaties geldt dat voor maximaal 1.500 woningen (in geval van één ontsluitingsweg) of 3.000 woningen (in geval van twee ontsluitingswegen met een gelijkmatige verkeersverdeling) geen beoordeling op luchtkwaliteit meer hoeft plaats te vinden. Op grond van artikel 5.16 Wm kan de gemeenteraad een bestemmingsplan met mogelijke gevolgen voor de luchtkwaliteit alleen vaststellen wanneer aannemelijk is gemaakt dat: a. b.

c. d.

het bestemmingsplan niet leidt tot het overschrijden van de in de wet genoemde grenswaarden, of de luchtkwaliteit als gevolg van het bestemmingsplan per saldo verbetert of ten minste gelijk blijft, of, bij een beperkte toename, door een met de ontwikkeling samenhangende maatregel of effect, per saldo verbetert, of het bestemmingsplan niet in betekenende mate bijdraagt aan de concentratie van een stof waarvoor in de wet grenswaarden zijn opgenomen, of de ontwikkeling is opgenomen of past in het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit.

De vigerende grenswaarden voor stikstofdioxide en fijnstof zijn in de navolgende tabel weergegeven. Stof Stikstofdioxide (NO2) Fijnstof (PM10) Fijnstof (PM2,5)

Toetsing van Jaargemiddelde concentratie Jaargemiddelde concentratie Jaargemiddelde concentratie

Grenswaarde 40 μg/m³ 40 μg/m³ 25 μg/m³

Planspecifiek Luchtkwaliteit ter plaatse Volgens de Grootschalige Concentratie- en Depositiekaarten Nederland (GCN en GDN van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu - RIVM) is de concentratie PM2,5 in 2025 (gegevens 2022) ter plaatse gelegen tussen de 6 en 8 μg/m³. De concentratie PM 10 in 2025 (gegevens 2022) is ter plaatse minder dan 14 μg/m³. De concentratie NO2 in 2020 (gegevens 2020) is ter plaatse minder dan 10 14 μg/m³. Op basis van de kaarten van het RIVM is de luchtkwaliteit ter plaatse hiermee ruimschoots voldoende. Daarnaast zal naar verwachting de luchtkwaliteit in de toekomst nog verder verbeteren. NL.IMRO.0232.VAA035OudApeld8789-OBP1

bestemmingsplan Oude Apeldoornseweg 87 en 89, Vaassen

|21

NSL-monitoringstool In de NSL-monitoringstool is de huidige en toekomstige luchtkwaliteit weergegeven. Op de kaarten van de NSL-Monitoringstool zijn rekenpunten langs de Hoofdstraat aanwezig. Deze rekenpunten liggen op circa 1,45 kilometer van het plangebied. Uit de resultaten blijkt dat zowel in 2020 en 2030 voor de stoffen stikstofdioxide en fijnstof geen sprake is van overschrijding van concentraties en aantal overschrijdingsdagen. Er kan geconcludeerd worden dat er sprake is van een goed woon- en leefklimaat ten aanzien van luchtkwaliteit. NIBM Het onderhavige planvoornemen betreft de herbestemming van 'Bedrijf' naar 'Wonen' en 'Tuin'. Met de functiewijziging van bedrijfswoning naar reguliere woning blijft het aantal woningen ongewijzigd. Dit aantal ligt ver onder de grens van 1.500 woningen die in de lijst van categorieën van gevallen is opgenomen. Deze functiewijziging draagt dan ook 'niet in betekenende mate' bij aan een verslechtering van de luchtkwaliteit. Een aanvullend onderzoek is derhalve niet nodig. Conclusie Vanuit het aspect luchtkwaliteit zijn er geen belemmeringen voor het planvoornemen.

4.1.4 Geurhinder en veehouderij In het kader van de ruimtelijke procedure dient enerzijds nagegaan te worden of er ter plaatse van het plangebied een aanvaardbaar woon- en leefklimaat kan worden gegarandeerd (milieu hygiënische toets) en anderzijds of het planvoornemen leidt tot een belemmering van vergunden rechten van bedrijven in de omgeving. Voor veehouderijen is het geurbeleid vastgesteld in de op 1 januari 2007 inwerking getreden Wet geurhinder en veehouderijen (Wgv). De Wgv geeft normen voor de geurbelasting die een veehouderij mag maken op een geurgevoelig object (zoals een woning). Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen de ligging binnen en buiten de bebouwde kom. De Wgv bevat afstandsnormen die in acht moeten worden genomen. In artikel 3 van de wet zijn de ten hoogste toegestane geurbelastingen bepaald. Locatie geurgevoelig object Concentratiegebied, binnen bebouwde kom Concentratiegebied, buiten bebouwde kom Niet-concentratiegebied, binnen bebouwde kom Niet-concentratiegebied, buiten bebouwde kom

Ten hoogste toegestane geurbelasting 3,0 OUe/m³ 14,0 OUe/m³ 2,0 OUe/m³ 8,0 OUe/m³

Op basis van artikel 3.2 Wgv geldt dat de minimum afstand van een veehouderij tot een geurgevoelig object binnen de bebouwde kom tenminste 100 meter dient te zijn. Wanneer het geurgevoelig object buiten de bebouwde kom is gelegen dient deze afstand minimaal 50 meter te zijn. Planspecifiek De bestaande bedrijfswoning is een geurgevoelig object. Met het planvoornemen wordt de bedrijfswoning omgezet in een regulier woning. Er worden geen extra geurgevoelige objecten aan het plangebied toegevoegd. In de nabije omgeving van het plangebied bevinden zich geen intensieve veehouderijen. Er is geen nadelig effect vanuit geur op de woning en omliggende (intensieve) veehouderijen worden met het planvoornemen niet gehinderd. Conclusie Het aspect geur vormt geen belemmering voor de planontwikkeling.

NL.IMRO.0232.VAA035OudApeld8789-OBP1

bestemmingsplan Oude Apeldoornseweg 87 en 89, Vaassen

|22 4.1.5 Externe veiligheid Externe veiligheid gaat over de beheersing van activiteiten met gevaarlijke stoffen. Die activiteiten kunnen bestaan uit het opslaan, verwerken of transporteren van gevaarlijke stoffen in de inrichting of tijdens het transport hiervan. Deze activiteiten kunnen een risico veroorzaken voor de leefomgeving. Daarnaast worden de risico's van het opstijgen en landen op vliegvelden ook onder het thema externe veiligheid gevangen. De risico's worden uitgedrukt in twee risicomaten; het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. Op basis van de criteria zoals onder andere gesteld in het Besluit externe veiligheid inrichtingen (verder: Bevi) worden bedrijven en activiteiten geselecteerd die een risico van zware ongevallen met zich mee (kunnen) brengen. Daarbij gaat het vooral om de grote chemische bedrijven, maar ook om kleinere bedrijven als LPG-tankstations en opslagen van bestrijdingsmiddelen. Daarnaast zijn (hoofd)transportassen voor gevaarlijke stoffen, zoals buisleidingen, spoor-, auto-, en waterwegen, ook als potentiële gevarenbron aangemerkt. Het beleid voor externe veiligheid heeft tot doel zowel individuele burgers als groepen burgers een minimum beschermingsniveau te bieden tegen een ongeval met gevaarlijke stoffen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13130578/1