892003 Ontwerp Camping De Helfterkamp Toelichting incl bijlagen
Tekst van het document
46
Camping de Helfterkamp ontwerp
In dit geval is er door Natuurbank Overijssel een stikstofberekening met behulp van de Aerius-calculator 2020 uitgevoerd. De volledige rapportage is opgenomen in Bijlage 7. Hierna wordt op de belangrijkste resultaten ingegaan. De berekening is uitgevoerd om antwoord te krijgen op de volgende onderzoeksvragen: 1.
Hoe groot is de stikstofdepositie in Natura 2000-gebied als gevolg van het in gebruik nemen van nieuwe voorzieningen in het plangebied?
Resultaten gebruiksfase De activiteit in de gebruiksfase leidt tot een NOx-emissie van 3,3 kg/jaar en een NH3-emissie van 0,4 kg/jaar. Het uitvoeren van de voorgenomen activiteit gedurende de gebruiksfase, leidt tot een toename van stikstofdepositie op Natura 2000-gebied. Het betreft het volgende habitattype: Eiken- en Beukenbos van lemige zandgronden (0,6 Mol/ha/jaar). De voorgenomen activiteit leidt tot wettelijke consequenties. Er hoort dan ook een Wet natuurbescherming-vergunning aangevraagd te worden. Intern salderen Op basis van een verschilberekening is er sprake van een forse afname van stikstofemissie vanuit het plangebied, dit wordt vooral veroorzaakt door het uit productie nemen van agrarische cultuurgrond die tot nu toe normaal agrarisch gebruik kende. De gebruiksfase leidt niet tot een toename van stikstofdepositie op Natura 2000-gebied. Conclusie Per 1 juli 2021 is de wet stikstofreductie en natuurherstel van kracht. Dat houdt in dat er een partiële vrijstelling geld van de natuurvergunningplicht voor de bouwsector. Deze vrijstelling geldt voor de ontwikkelfase. Het uitgevoerde onderzoek leidt tot de onderstaande conclusies: Als gevolg van de activiteiten die moeten leiden tot de realisatie van 16 recreatieobjecten en de nieuwe voorzieningen vindt er een verhoogde depositie NOx plaats op stikstofgevoelige Habitattypen in Natura2000-gebied.
Deze toename bedraagt maximaal 0,03 mol/ha/jaar op een deel van het Natura 2000-gebied Veluwe. Als gevolg van het bewonen van de 16 recreatieobjecten en het gebruik van voorzieningen, vindt er geen verhoogde depositie NOx plaats op stikstofgevoelige Habitattypen in Natura2000-gebied. Voortoets camping Vaassen Zoals hiervoor weergegeven blijkt uit de stikstofberekening dat tijdens de gebruiksfase er geen sprake is van een toename aan stikstofdepositie van maximaal 0,03 mol N/ha/jr op het Natura 2000-gebied Veluwe. In de aanlegfase (niet meegenomen in de stikstofberekening) kan er echter wel sprake zijn van depositie. Daarom is in het kader van een goede ruimtelijke ordening een ecologische voortoets uitgevoerd, om in beeld te brengen wat de daadwerkelijke gevolgen op Natura 2000-gebied zijn. Deze voortoets is opgenomen als Bijlage 8. Hierna wordt op de belangrijkste resultaten ingegaan. Wanneer uit de ecologische beoordeling blijkt dat significante gevolgen op voorhand met zekerheid zijn uitgesloten, dan kan het voorgenomen project worden uitgevoerd zonder vergunning op grond van artikel 2.7, tweede lid, Wet natuurbescherming.
Tijdens de aanlegfase is sprake van een tijdelijke en verwaarloosbaar kleine toename aan stikstofdepositie op enkele hexagonen van het leefgebied van de kwalificerende vogelsoorten draaihals en zwarte specht op het habitattype H4030 Droge heiden, dat tevens leefgebied vormt voor enkele kwalificerende vogelsoorten. Uit de ecologische beoordeling blijkt dat bij een zodanig kleine en tijdelijke toename aan stikstofdepositie geen sprake is van een merkbare verandering van de kwaliteit van de leefgebieden van deze soorten, dat dit van invloed kan zijn op de omvang en verspreiding van de populaties. Significante gevolgen voor deze kwalificerende vogelsoorten kunnen op voorhand met zekerheid worden uitgesloten, ook in combinatie met
BJZ.nu Bestemmingsplannen
47
Camping de Helfterkamp ontwerp
eventuele andere projecten. Voor het habitattype H4030 geldt eveneens dat bij een zodanig kleine en tijdelijke toename aan stikstofdepositie geen sprake is van een merkbare verandering van de kwaliteit van het habitattype. Significante gevolgen voor H4030 Droge heiden kunnen op voorhand met zekerheid worden uitgesloten, ook in combinatie met eventuele andere projecten. Door middel van voorliggende ecologische effectbeoordeling (voortoets) is vastgesteld dat de voorgenomen uitbreiding van camping Helfterkamp te Vaassen en bijbehorende natuurontwikkeling aangrenzend aan het campingterrein niet leidt tot significante gevolgen voor het nabijgelegen Natura 2000-gebied Veluwe of voor andere omliggende Natura 2000-gebieden. Geconcludeerd wordt dat de ontwikkeling niet in strijd is met de bepalingen uit artikel 2.7, tweede lid, Wet natuurbescherming.
5.7.2.2 Gelders Natuur Netwerk Het Nederlands Natuur Netwerk (NNN), waarvan het Gelders Natuur Netwerk (GNN) deel uitmaakt, is de kern van het Nederlandse natuurbeleid. Het GNN is in provinciale structuurvisies uitgewerkt. In of in de directe nabijheid van het GNN geldt het 'nee, tenzij'-principe. In principe zijn er geen ontwikkelingen toegestaan als zij de wezenlijke kenmerken of waarden van het gebied aantasten. In figuur 5.3 is de ligging van het plangebied ten opzichte van het GNN weergegeven.
Figuur 5.3: Ligging van het plangebied ten opzichte van het Gelders Natuur Netwerk (Bron: Provincie Gelderland) Delen van het plangebied zijn aangeduid als GNN. Met dit plan worden er echter geen landschapselementen aangetast. Van vermindering van uitwisselingsmogelijkheden, kwaliteit, areaal van natuurlijke eenheden en verloop van natuurlijke processen is geen sprake. De natuurlijke waarden worden door de compensatie zelfs versterkt (zie ook paragraaf 3.1). 5.7.3
Soortenbescherming
Wat betreft de soortenbescherming is de Wet Natuurbescherming van toepassing. Hierin wordt onder andere de bescherming van dier- en plantensoorten geregeld. Bij ruimtelijke ontwikkelingen dient te worden getoetst of er sprake is van negatieve effecten op de aanwezige natuurwaarden. Als hiervan sprake is, moet er worden bekeken of hier een vrijstelling voor geldt anders moet er een ontheffing worden gevraagd.
BJZ.nu Bestemmingsplannen
48
Camping de Helfterkamp ontwerp
Door Natuurbank Overijssel is een quickscan flora- en fauna uitgevoerd. De belangrijkste resultaten worden weergegeven. Voor de volledige rapportage wordt verwezen naar Bijlage 9 van deze toelichting. De inrichting en het gevoerde beheer maken het plangebied niet tot een geschikte groeiplaats voor beschermde plantensoorten, maar wel tot een geschikt functioneel leefgebied voor verschillende beschermde diersoorten. Beschermde diersoorten benutten het plangebied hoofdzakelijk als foerageergebied, maar mogelijk bezetten verschillende grondgebonden zoogdiersoorten er een rust- en voortplantingsplaats en nestelen er vogels. Vleermuizen bezetten er geen vaste rust- of voortplantingsplaats. Van de in het plangebied nestelende vogelsoorten, is uitsluitend het bezette nest beschermd, niet het oude nest of de nestplaats. Bezette vogelnesten zijn beschermd en mogen niet beschadigd of vernield worden. Gelet op de aard van de werkzaamheden kan geen ontheffing verkregen worden voor het beschadigen of vernielen van bezette vogelnesten. Voor de grondgebonden zoogdieren en amfibieën die een vaste rust- en/of voortplantingsplaats bezetten in het plangebied, geldt een vrijstelling van de verbodsbepalingen ‘vangen’ en het ‘beschadigen en vernielen van rust- en voortplantingslocaties.
Beschermde grondgebonden zoogdieren of amfibieën mogen niet gedood worden als gevolg van het uitvoeren van de voorgenomen activiteiten. Wel geldt een vrijstelling voor het beschadigen en vernielen van rust- en voortplantingslocaties. Deze vrijstelling is van toepassing omdat er sprake is van een ruimtelijke ontwikkeling. Om te voorkomen dat beschermde dieren gedood worden tijdens de uitvoering van de voorgenomen activiteiten, dienen ze verjaagd of weggevangen te worden. Voor de meeste amfibieën, die een vaste rust- en/of voortplantingsplaats bezetten in het plangebied, geldt een vrijstelling van de verbodsbepalingen ‘vangen’ en het ‘beschadigen en vernielen van rust- en voortplantingslocaties. Deze vrijstelling geldt niet voor de poelkikker. Amfibieën mogen niet gedood worden als gevolg van het uitvoeren van de voorgenomen activiteiten. Wel geldt een vrijstelling voor het beschadigen en vernielen van rust- en voortplantingslocaties voor de algemene soorten. Deze vrijstelling is van toepassing omdat er sprake is van een ruimtelijke ontwikkeling. Om te voorkomen dat beschermde amfibieën gedood worden tijdens de uitvoering van de voorgenomen activiteiten, dienen ze verjaagd of weggevangen te worden.
Indien niet voorkomen kan worden dat beschermde dieren gedood worden, dient een ontheffing aangevraagd te worden, of dient er gewerkt te worden conform een toepasbare en door de Minister goedgekeurde Gedragscode. Eén van de voorwaarden voor het werken volgens een Gedragscode, is het opstellen van een ecologisch werkprotocol en het werken buiten de kwetsbare periode. Om te voorkomen dat poelkikkers gedood worden, dienen de beekoevers vergaven te worden buiten de winterrustperiode. Er worden geen werkzaamheden uitgevoerd in de voortplantingsbiotopen en foerageergebied van de poelkikker. Als gevolg van het verlagen van de oevers van de (sprenge)beek hoeft geen beschermd dier gedood te worden. Geadviseerd wordt om dit werk te begeleiden door een deskundige of het werk te beschrijven in een ecologisch werkprotocol. Los van het werk aan de beekoevers, wordt geadviseerd om een ecologisch werkprotocol op te stellen waarin de verschillende maatregelen opgesomd worden die mogelijk schadelijk zijn voor beschermde dieren, maar die, mits in de juiste tijd van het jaar en met de juiste voorzorgsmaatregelen, niet leiden tot overtreding van de Wet natuurbescherming. Te denken valt aan het vergaven van de beekoevers en het vergaven van het hooiland.
Door het (gedeeltelijk) bebouwen en verharden van het plangebied, wordt de functie van het plangebied als foerageergebied voor sommige amfibieën, vogels, vleermuizen en grondgebonden zoogdieren aangetast. Deze aantasting leidt niet tot wettelijke consequenties.
BJZ.nu Bestemmingsplannen
49
Camping de Helfterkamp ontwerp
5.8
Archeologie & cultuurhistorie
5.8.1
Archeologie
De Monumentenwet 1988 is per 1 juli 2016 vervallen. Een deel van de wet is op deze datum overgegaan naar de Erfgoedwet. Het deel dat betrekking heeft op de besluitvorming in de fysieke leefomgeving gaat over naar de Omgevingswet, wanneer deze in 2019 in werking treedt. Vooruitlopend op de datum van ingang van de Omgevingswet zijn deze artikelen te vinden in het Overgangsrecht in de Erfgoedwet, waar ze ongewijzigd van toepassing blijven zolang de Omgevingswet nog niet van kracht is. Gemeenten hebben een archeologische zorgplicht en initiatiefnemers van projecten waarbij de bodem wordt verstoord, zijn verplicht rekening te houden met de archeologische relicten die in het plangebied aanwezig (kunnen) zijn. Hiervoor is onderzoek noodzakelijk: het archeologisch vooronderzoek. Als blijkt dat in het plangebied behoudenswaardige archeologische vindplaatsen aanwezig zijn, dan kan de initiatiefnemer verplicht worden hiermee rekening te houden. Dit kan leiden tot een aanpassing van de plannen, waardoor de vindplaatsen behouden blijven, of tot een archeologische opgraving en publicatie van de resultaten. De gemeente Epe beschikt over een archeologische verwachtingskaart, die is verwerkt in archeologische dubbelbestemmingen.
In het plangebied gelden de volgende archeologische dubbelbestemmingen: Dubbelbestemming: ''Waarde - Archeologie 4'' Dubbelbestemming: ''Waarde - Archeologie 5'' Dubbelbestemming: ''Waarde - Archeologie 6'' Ter plaatse van de gewenste uitbreiding van de camping geldt geen archeologische dubbelbestemming. Op de bestaande camping gelden de dubbelbestemmingen ''Waarde - Archeologie 4'', ''Waarde - Archeologie 5'' en ''Waarde - Archeologie 6''. Voor gebieden met een dergelijke dubbelbestemmingen gelden onderzoeksverplichtingen: voor werkzaamheden met een oppervlakte groter dan 500 m2 en dieper dan 50 cm (Waarde - Archeologie 4); voor werkzaamheden met een oppervlakte groter dan 1.000 m2 en dieper dan 50cm (Waarde Archeologie 5); voor werkzaamheden met een oppervlakte groter dan 2.500 m2 en dieper dan 50 cm (Waarde Archeologie 6); Voorgaande oppervlakten en dieptes worden met de in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling niet gehaald. Archeologisch onderzoek wordt dan ook niet noodzakelijk geacht. De gemeente Epe beschikt echter over een concept-archeologische verwachtingskaart. Op basis van deze kaart blijkt dat ter plaatse van de uitbreiding en de natuurontwikkeling sprake is van deels een hoge en een middelhoge verwachte dichtheid van archeologische resten. De dikte van het conserverend dek is 30 tot 50 centimeter. In figuur 5.4 is dit weergegeven.
BJZ.nu Bestemmingsplannen
50
Camping de Helfterkamp ontwerp
Figuur 5.4: Uitsnede archeologische verwachtingskaart (Bron: Gemeente Epe)
Overigens blijkt uit het aangepaste inrichtingsplan (Ruimte voor Advies/Harleman Natuur en Landschap) dat in het noordoostelijke deel van het plangebied een vochtige laagte afgeplagd wordt met een diepte variërend van 15 cm-mv tot 25 cm-mv. Ook langs de beek worden delen afgegraven met een maximale diepte van 25 cm - mv. Dit levert geen verstoring van archeologische resten op, omdat het conserverend dek dikker is dan de inrichtingsmaatregelen van het afplaggen en afgraven.
BJZ.nu Bestemmingsplannen
51
Camping de Helfterkamp ontwerp
5.8.2
Cultuurhistorie
5.8.2.1 Algemeen Onder cultuurhistorische waarden worden alle structuren, elementen en gebieden bedoeld die cultuurhistorisch van belang zijn. Zij vertellen iets over de ontstaansgeschiedenis van het Nederlandse cultuurlandschap. Vaak is er een sterke relatie tussen aardkundige aspecten en cultuurhistorische aspecten. In de Bro is sinds 1 januari 2012 (artikel 3.1.6, vijfde lid, onderdeel a) opgenomen dat een bestemmingsplan “een beschrijving van de wijze waarop met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten rekening is gehouden” dient te bevatten. 5.8.2.2 Verantwoording cultuurhistorie Er bevinden zich in het plangebied zelf geen rijks- danwel gemeentelijke monumenten. Wel heeft het plangebied een zekere cultuurhistorische waarde. In figuur 5.5 is een uitsnede van de cultuurhistorische waardenkaart van de provincie Gelderland opgenomen. Hierop zijn de waarden zichtbaar.
Figuur 5.5: Uitsnede van de cultuurhistorische waardenkaart (Bron: Provincie Gelderland) Het plangebied bestaat uit oud bouwland en oudhoevig land. Kenmerkend voor dit landschap zijn de hakhoutsingels en hakhoutbossen, die in dit geval nog aanwezig zijn in het plangebied. Een gedeelte van het hakhoutbos is gelegen op de plaats van het parkeerterrein. Met dit plan wordt het parkeerterrein niet uitgebreid, de groene uitstraling van het parkeerterrein blijft behouden. Tevens is met de natuurcompensatie rekening gehouden met de cultuurhistorische waarde van het hakhout. Naast het hakhout zijn er tevens een aantal sprengen in het plangebied. De zuidelijk gelegen spreng loopt over de bestaande camping, deze blijft behouden, ook vinden er in de omgeving van deze spreng geen ontwikkelingen plaats. De noordelijke spreng is gelegen ter plaatse van de natuurcompensatie. Ook deze sprengen blijven behouden. Tevens blijven deze sprengen beheerd door het waterschap, er wordt dan ook een strook vrijgelaten om dit beheer mogelijk te maken (zie ook paragraaf 6.2.3). Gesteld wordt dat het aspect cultuurhistorie geen belemmering vormt voor onderliggend plan.
BJZ.nu Bestemmingsplannen
52
Camping de Helfterkamp ontwerp
5.8.3
Conclusie
Geconcludeerd kan worden dat er geen nader archeologisch onderzoek benodigd is en er geen sprake is van negatieve effecten op de cultuurhistorische waarden.
5.9
Besluit milieueffectrapportage
5.9.1
Kader
De milieueffectrapportage is een wettelijk instrument met als doel het aspect milieu een volwaardige plaats in deze integrale afweging te geven. Een bestemmingsplan kan op drie manieren met milieueffectrapportage in aanraking komen: Op basis van artikel 7.2a, lid 1 Wm (als wettelijk plan); Er ontstaat een m.e.r.-plicht wanneer er een passende beoordeling op basis van art. 2.8, lid 1 Wet natuurbescherming nodig is. Op basis van Besluit milieueffectrapportage (bestemmingsplan in kolom 3); Er ontstaat een m.e.r.-plicht voor die activiteiten en gevallen uit de onderdelen C en D van de bijlage van dit besluit waar het bestemmingsplan genoemd is in kolom 3 (plannen). Op basis van Besluit milieueffectrapportage (bestemmingsplan in kolom 4); Er ontstaat een m.e.r.-(beoordelings)plicht voor die activiteiten en gevallen uit de onderdelen C en D van de bijlage van dit besluit waar het bestemmingsplan genoemd is in kolom 4 (besluiten). In het Besluit m.e.r. neemt het bestemmingsplan een bijzondere positie in, want het kan namelijk tegelijkertijd opgenomen zijn in zowel kolom 3 als in kolom 4 van het Besluit m.e.r.. Of het bestemmingsplan in deze gevallen voldoet aan de definitie van het plan uit kolom 3 of aan de definitie van het besluit uit kolom 4 is afhankelijk van de wijze waarop de activiteit in het bestemmingsplan wordt bestemd.
Als voor de activiteit eerst één of meerdere uitwerkings- of wijzigingsplannen moeten worden vastgesteld dan is sprake van 'kaderstellend voor' en voldoet het bestemmingsplan aan de definitie van het plan. Is de activiteit geheel of gedeeltelijk als eindbestemming opgenomen voldoet het aan de definitie van het besluit. Een belangrijk element in het Besluit m.e.r. is het (in feite) indicatief maken van de gevalsdefinities (de drempelwaarden in kolom 2 in de D-lijst). Dit betekent dat het bevoegd gezag meer moet doen dan onder de oude regelgeving. Kon vroeger worden volstaan met de mededeling in het besluit dat de omvang van de activiteit onder de drempelwaarde lag en dus geen m.e.r. (beoordeling) noodzakelijk was, onder de nu geldende regeling moet een motivering worden gegeven. Voor deze toets wordt de term vormvrije m.e.r.-beoordeling gehanteerd. 5.9.2
Situatie plangebied
5.9.2.1 Passende beoordeling Met dit bestemmingsplan wordt voorzien in het realiseren van maximaal 16 recreatieverblijven, extra vierkante meters aan bebouwing en natuurcompensatie. Uit voorgaande hoofdstukken is gebleken dat er geen sprake is van de aantasting van de instandhoudingsdoelstelingen van een Natura-2000 gebied. Een passende beoordeling op basis van artikel 2.8, lid 1 van de Wet natuurbescherming is in het kader van dit bestemmingsplan dan ook niet noodzakelijk, aangezien er geen significante negatieve effecten zijn te verwachten. Er is dus geen sprake van een m.e.r.-plicht op basis van artikel 7.2a van de Wet milieubeheer.
BJZ.nu Bestemmingsplannen
53
Camping de Helfterkamp ontwerp
5.9.2.2 Drempelwaarde Besluit m.e.r. De ontwikkeling in dit bestemmingsplan is m.e.r.-beoordelingsplichtig indien de volgende drempelwaarden worden overschreden: 250.000 bezoekers per jaar of meer, Een oppervlakte van 25 hectare of meer, 100 ligplaatsen of meer of Een oppervlakte van 10 hectare of meer in een gevoelig gebied. Wanneer het plan wordt vergeleken met de drempelwaarden uit de D-lijst kan worden geconcludeerd dat geen sprake is van een m.e.r.-beoordelingsplichtige activiteit. Desalniettemin dient, gelet op de aard en omvang van het project, wel een vormvrije m.e.r.-beoordeling te worden uitgevoerd. In dit geval is een vormvrije m.e.r. beoordeling uitgevoerd. Het rapport is als Bijlage 10 bij deze toelichting opgenomen. Uit deze vormvrije m.e.r. notitie is gebleken dat er geen sprake is van bijzondere omstandigheid die het opstellen van een plan-m.e.r. noodzakelijk maakt. Alvorens de gemeente kan besluiten de agrarische bestemming te wijzigen naar recreatie en natuur, dient de omgevingsdienst Veluwe IJssel een m.e.r.-beoordelingsbesluit te nemen op basis van een vormvrije m.e.r.-aanmeldnotitie. De omgevingsdienst Veluwe IJssel heeft op 1 juni 2022 een m.e.r.-beoordelingsbesluit genomen en geconcludeerd dat er geen milieueffect te verwachten is. Dit m.e.r.-beoordelingsbesluit is als Bijlage 11 bij dit bestemmingsplan gevoegd.
In Bijlage 10 is de vormvrije m.e.r.-aanmeldnotitie opgenomen op basis waarvan dit besluit is genomen.
5.9.3
Conclusie
Dit bestemmingsplan is niet m.e.r.-plichtig. Er zijn eveneens geen nadelige milieugevolgen te verwachten als gevolg van de vaststelling van dit bestemmingsplan. Dit is bevestigd in het genomen beoordelingsbesluit, zoals deze is opgenomen in Bijlage 11.
BJZ.nu Bestemmingsplannen
54
Camping de Helfterkamp ontwerp
Hoofdstuk 6
Wateraspecten
6.1
Vigerend beleid
6.1.1
Europees beleid
De Europese Kaderrichtlijn Water (2000/60/EG) is op 22 december 2000 in werking getreden en is bedoeld om in alle Europese wateren de waterkwaliteit chemisch en ecologisch verder te verbeteren. De Kaderrichtlijn Water omvat regelgeving ter bescherming van het binnenlandse oppervlaktewater, overgangswateren (waaronder estuaria worden verstaan), kustwateren en grondwater. Streefdatum voor het bereiken van gewenste waterkwaliteit is 2015. Eventueel kan er, mits goed onderbouwd, uitstel (derogatie) verleend worden tot uiteindelijk 2027. Voor het uitwerken van de doelstellingen worden er op (deel)stroomgebied plannen opgesteld. In deze (deel)stroomgebiedbeheersplannen staan de ambities en maatregelen beschreven voor de verschillende (deel)stroomgebieden. Met name de ecologische ambities worden op het niveau van de deelstroomgebieden bepaald. 6.1.2
Rijksbeleid
Het Rijksbeleid op het gebied van het waterbeheer is vastgelegd in het Nationaal Waterplan (NWP) 2016-2021 (vastgesteld 17 december 2015). Het plan geeft op hoofdlijnen de ambities weer van het Rijk ten aanzien van het nationale waterbeleid en het daaraan gerelateerde ruimtelijke beleid. De belangrijkste ambities richten zich op waterveiligheid, zoetwater en waterkwaliteit. Maar ook de Deltabeslissingen en enkele waterafhankelijke thema's als natuur en duurzame energie hebben in het plan een plek gekregen. De doorwerking van de beleidsambities/uitgangspunten naar lagere overheden is geregeld in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (2012), het Bestuursakkoord Water (2011) en de Waterwet (2009). 6.1.3
Provinciaalbeleid
De provincie onderscheidt 3 speerpunten als het gaat om waterbeleid. Ruimte voor water De provincie streeft hier bij voorkeur rivierkundige maatregelen na waarin ruimte voor de rivier wordt gekoppeld aan andere ruimtelijke ontwikkelingen. Indien ruimte voor de rivier noodzakelijk is zal binnendijks gebied aan het winterbed worden toegevoegd. Hiervoor zullen planologische reservering worden ingesteld. Het bovenstaande geldt niet voor het plangebied. Regionale berging Waterbergingsgebieden zijn een belangrijk onderdeel van het watersysteem. Voornamelijk zijn deze gebieden bedoeld voor het tijdelijk bergen van water uit regionale watersystemen ten tijde van extreme neerslaghoeveelheden. In deze gebieden wordt verstedelijking, de aanleg van bedrijventerreinen etc. uitgesloten. Gemeenten dienen deze waterbergingsgebieden vast te leggen in hun bestemmingsplannen. Het plangebied valt niet binnen een dergelijk zoekgebied zoals deze staan weergegeven in het Streekplan Gelderland 2005. Drinkwater In Gelderland zijn een aantal gebieden aangewezen als grondwaterbeschermingsgebieden. Het doel van deze gebieden is er voor te zorgen dat het grondwater op eenvoudige wijze, zonder ingrijpende en kostbare zuivering ervan, kan worden gebruikt voor de bereiding van drinkwater. Het plangebied ligt niet nabij of binnen een grondwaterbeschermingsgebied.
BJZ.nu Bestemmingsplannen
55
Camping de Helfterkamp ontwerp
6.1.4
Beleid waterschap Vallei en Veluwe
Het Algemeen Bestuur van het waterschap heeft op 30 september 2015 het Waterbeheerprogramma 2016-2021 vastgesteld. Het nieuwe waterbeheerprogramma draagt de titel 'Partnerschap als watermerk'. Het waterbeheerprogramma gaat uit van 6 hoofddoelen: 1. 2. 3. 4. 5. 6.
het beschermen van het gebied tegen overstromingen; het zorgen voor de juiste hoeveelheid water; het zorgen voor een goede oppervlaktewaterkwaliteit; schoon en vuil water worden zoveel mogelijk gescheiden; het halen van de hoogst mogelijke waarde uit water; het beheren van de waterketen en het watersysteem als één systeem, samen met partners;
6.2
Waterparagraaf
6.2.1
Watertoets
Zoals in voorgaande paragrafen uiteen is gezet, wordt in het moderne waterbeheer (waterbeheer 21e eeuw) gestreefd naar duurzame, veerkrachtige watersystemen met minimale risico's op wateroverlast of watertekorten. Belangrijk instrument hierbij is de watertoets, die sinds 1 november 2003 in ruimtelijke plannen is verankerd. In de toelichting op ruimtelijke plannen dient een waterparagraaf te worden opgenomen. Hierin wordt verslag gedaan van de wijze waarop rekening is gehouden met de gevolgen van het plan voor de waterhuishoudkundige situatie (watertoets). Het doel van de watertoets is te garanderen dat waterhuishoudkundige doelstellingen expliciet en op een evenwichtige wijze in het plan worden afgewogen. Deze waterhuishoudkundige doelstellingen betreffen zowel de waterkwantiteit (veiligheid, wateroverlast, tegengaan verdroging) als de waterkwaliteit (riolering, omgang met hemelwater, lozingen op oppervlaktewater). 6.2.2
Watertoetsproces
Het Waterschap Vallei en Veluwe is geïnformeerd over het plan door gebruik te maken van de digitale watertoets. De beantwoording van de vragen heeft er toe geleid dat de zogenoemde ‘ normale procedure’ van de watertoets is toegepast. Het waterschap heeft gereageerd (d.d. 7 december 2017). De reactie is hierna weergegeven: Nieuwe vijver Uit deze interne inventarisatie blijkt dat het waterschap geen open verbinding wenst tussen de nieuwe vijver en de beek. De beek is een HEN-water (Hoogst Ecologisch niveau). Een open verbinding heeft namelijk een negatieve invloed op het stromende karakter van de beek met bijbehorende ecologie. Hierbij valt te denken aan een opwarming en verslechtering van de waterkwaliteit als gevolg van het stilstaande water. Ook leven er dieren in een vijver die we als waterschap liever niet in de beek hebben, zoals roofvissen als baars en snoek. Deze komen vaak door uitzetting in vijvers terecht. De gewenste afstand tussen de vijver en de beek is minimaal 10 meter. Beplanting langs de beek De beek is een A-watergang en wordt door het waterschap onderhouden. Daarom is het belangrijk dat eventuele beplanting op ruime afstand (7 meter) van de beek af komt te staan om een doorgang van minimaal 5 meter te garanderen voor het onderhoudsmaterieel. Bij de verdere uitwerking van het beplantingsplan wil het waterschap graag in overleg met de initiatiefnemer.
Afvoer hemelwater Zoals telefonisch besproken is het wenselijk om het hemelwater van de nieuw te bouwen chalets ter plaatse te laten infiltreren in de bodem. Het groene karakter van het plan biedt hiervoor voldoende mogelijkheden. BJZ.nu Bestemmingsplannen
56
Camping de Helfterkamp ontwerp
Met de uitgangspunten van het waterschap is met het ontwerp van de uitbreiding rekening gehouden. Het overleg met het waterschap Met de eisen van het waterschap wordt rekening gehouden. Zo wordt er geen open verbinding gerealiseerd tussen de natuurpoel en de beek. Ook wordt voor de beek een beschermingszone opgenomen. Zo wordt de kwaliteit van de beek, die als HEN (hoogst ecologisch niveau) is aangewezen, geborgd. Ook bedraagt de afstand tussen beek en natuurpoel meer dan 10 meter. Langs de beek komt geen beplanting, ook het onderhoud door het waterschap blijft mogelijk door een zone van 5 meter aan beide zijden onbeplant te houden. Een zone van 7 meter blijft onbegroeid, om zo de kwaliteit van de beken te borgen. Er is ter plaatse van de uitbreiding tot slot voldoende capaciteit om de waterberging te realiseren. 6.2.3
Waterhuishoudkundige aspecten
Binnen het plangebied liggen meerdere belangrijke oppervlaktewateren, waterkeringen of gebieden die zijn aangewezen voor regionale waterberging. Dit betekent dat mogelijk daarmee primaire waterbelangen worden geraakt. In dit specifieke geval gaat het om het belang van leggerwatergangen met beschermingszones. Algemene aandachtspunten Vasthouden - bergen - afvoeren Een belangrijk principe is dat een deel van het hemelwater binnen het plangebied wordt vastgehouden en/of geborgen en dus niet direct afgevoerd wordt naar de riolering of het oppervlaktewater. Hiermee wordt bereikt dat de waterzuiveringsinstallatie beter functioneert, verdroging wordt tegen gegaan en piekafvoeren in het oppervlaktewater (met eventueel wateroverlast in benedenstrooms gelegen gebieden) wordt voorkomen. Bij lozing op oppervlaktewater zal hiervan een melding gedaan moeten worden bij het waterschap. Grondwaterneutraal bouwen Om grondwateroverlast te voorkomen adviseert het waterschap om boven de gemiddelde hoogste grondwaterstand (GHG) te ontwerpen. Dit betekent dat aspecten zoals ontwateringsdiepte en infiltratie van hemelwater, beschouwd worden ten opzichte van de GHG. Het structureel onttrekken / draineren van grondwater is geen duurzame oplossing en moet worden voorkomen.
Het waterschap adviseert de initiatiefnemer dan ook om voorafgaand aan de ontwikkeling een goed beeld te krijgen van de heersende grondwaterstanden en GHG. Eventuele grondwateroverlast is in eerste instantie een zaak voor de betreffende perceeleigenaar. Schoon houden - scheiden - schoon maken Om verontreiniging van bodem, grond- en/of oppervlaktewater te voorkomen is het van belang dat het afstromende hemelwater niet verontreinigd raakt. Dit kan door nadere eisen of randvoorwaarden te stellen aan bijvoorbeeld de toegepaste (bouw)materialen. Wij vragen de initiatiefnemer de beslisboom voor het afkoppelen van verhard oppervlak van ons waterschap toe te passen. Deze beslisboom is te vinden de website van het waterschap. Riolering In het gebied ligt drukriolering. Het hemelwater zal hier niet op worden aangesloten, maar wordt elders geloosd via infiltratie of (mits in overeenstemming met het waterschap) op een watergang. Gebiedsspecifieke aandachtspunten Grondwaterfluctuatiezone Het plangebied ligt binnen de grondwaterfluctuatiezone, zoals die door de Provincie Gelderland is bepaald. Dit is een zone langs de flanken van het Veluwemassief, waar de grondwaterstanden naar verwachting op termijn zullen stijgen. Afhankelijk van de verwachtte stijging kan het raadzaam zijn daar nu rekening mee te houden, om daarmee toekomstig grondwateroverlast te voorkomen.
BJZ.nu Bestemmingsplannen
57
Camping de Helfterkamp ontwerp
Hoofdstuk 7 7.1
Juridische aspecten en planverantwoording
Inleiding
In de voorgaande hoofdstukken is ingegaan op het plangebied, het relevante beleid en de milieu- en omgevingsaspecten. De informatie uit deze hoofdstukken is gebruikt om keuzes te maken bij het maken van het juridische deel van het bestemmingsplan: de verbeelding en de regels. In dit hoofdstuk wordt dieper ingegaan op de opzet van dit juridische deel. Daarnaast wordt een verantwoording gegeven van de gemaakte keuzes op de verbeelding en in de regels. Dat betekent dat er wordt aangegeven waarom een bepaalde functie ergens is toegestaan en waarom bepaalde bebouwing daar acceptabel is.
7.2
Opzet van de regels
7.2.1
Algemeen
In de Wet ruimtelijke ordening (Wro) die op 1 juli 2008 in werking is getreden, is de verplichting opgenomen om ruimtelijke plannen en besluiten digitaal vast te stellen. De digitaliseringsverplichting geldt vanaf 1 januari 2010. Ook de Standaard voor vergelijkbare bestemmingsplannen 2008 (SVBP2008) is vanaf deze datum verplicht. De Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen 2008 maakt het mogelijk bestemmingsplannen te maken die op vergelijkbare wijze zijn opgebouwd en op een zelfde manier worden verbeeld. Vergelijkbare bestemmingsplannen leiden tot een betere dienstverlening en tot een effectievere en efficiëntere overheid. De SVBP geeft normen voor de opbouw van de planregels en voor de digitale verbeelding van het bestemmingsplan. Dit bestemmingsplan is opgesteld conform de normen van de SVBP2012. Het juridisch bindend gedeelte van het bestemmingsplan bestaat uit planregels en bijbehorende verbeelding waarop de bestemmingen zijn aangegeven. Deze verbeelding kan zowel digitaal als analoog worden verbeeld. De verbeelding en de planregels dienen in samenhang te worden bekeken. De regels zijn onderverdeeld in vier hoofdstukken: 1. 2. 3. 4.
Inleidende regels; Bestemmingsregels; Algemene regels; Overgangs- en slotregels;
7.2.2
Inleidende regels
Hoofdstuk 1 bevat de inleidende regels. Deze regels gelden voor het gehele plangebied en bevatten: Begrippen (Artikel 1) In dit artikel zijn definities van de in de regels gebruikte begrippen opgenomen. Hiermee is een eenduidige interpretatie van deze begrippen vastgelegd. Wijze van meten (Artikel 2) Dit artikel geeft onder meer bepalingen hoe voorkomende eisen betreffende de maatvoering begrepen moeten worden. 7.2.3
Bestemmingsregels
Hoofdstuk 2 van de regels bevat de juridische vertaling van de in het plangebied voorkomende bestemmingen. De regels zijn onderverdeeld in o.a.: Bestemmingsomschrijving: omschrijving van de activiteiten die zijn toegestaan; Bouwregels: eisen waaraan de bebouwing moet voldoen; Nadere eisen: eisen die burgemeester en wethouders kunnen stellen aan de bestemming, ten behoeve van BJZ.nu Bestemmingsplannen
58
Camping de Helfterkamp ontwerp
het algemeen belang; Afwijken van de bouwregels/ gebruiksregels: onder welke voorwaarde mag afgeweken worden van de aangegeven bouw- en/of gebruiksregels. Specifieke gebruiksregels: welk gebruik van gronden en opstallen in ieder geval strijdig zijn of onder welke voorwaarden toegestaan zijn. Wijzigingsbevoegdheid: Welke de burgemeester en wethouders onder voorwaarden de mogelijkheid geeft het plan te wijzigen teneinde een groter oppervlakte aan bedrijfsbebouwing toe te staan; Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden: in de archeologische dubbelbestemmingen is een omgevingsvergunningstelsel opgenomen ter bescherming van mogelijke archeologische waarden; 7.2.4
Algemene regels
Anti-dubbeltelregel (Artikel 10) Deze regel is opgenomen om een ongewenste verdichting van de bebouwing te voorkomen. Deze verdichting kan zich met name voordoen, indien een perceel of een gedeelte daarvan, meer dan één keer betrokken wordt bij de berekening van een maximaal bebouwingspercentage. Algemene bouwregels (Artikel 11) In dit artikel zijn algemene bepalingen met betrekking tot ondergronds bouwen opgenomen. Algemene gebruiksregels (Artikel 12) In dit artikel worden de algemene gebruiksregels beschreven. Deze regel bevatten bepalingen omtrent functies die in ieder geval in strijd zijn met het bestemmingsplan. Algemene aanduidingsregels (Artikel 13) In dit artikel worden de algemene aanduidingsregels beschreven, vanwege de ligging in het Gelders Natuur Netwerk, de Groene ontwikkelingszone, de overige zone - droge bos- en heideontginningen en de reconstructiewetzone - extensiveringsgebied. Algemene afwijkingsregels (Artikel 14) In dit artikel worden de algemene afwijkingsregels beschreven. Deze regels maken het mogelijk om op ondergeschikte punten van de regels in het bestemmingsplan af te wijken. Algemene wijzigingsregels (Artikel 15) In dit artikel worden de algemene wijzigingsregels beschreven. Deze regels geven burgemeester en wethouders onder andere de bevoegdheid om het plan te wijzigen ten behoeve van ondergeschikte punten van de regels in het bestemmingsplan.
Algemene procedureregels (Artikel 16) In dit artikel wordt de voorbereidingsprocedure tot het stellen van een nadere eis gegeven. Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde (Artikel 17) In dit artikel worden algemene bepalingen omtrent het uitvoeren van werken, geen bouwwerken zijnde, gegeven. Overige regels (Artikel 18) In dit artikel worden regels omtrent parkeren en laad- en losmogelijkheden gegeven. Tevens is in deze regels een voorwaardelijke verplichting opgenomen welke voorziet in een juridische borging van de uitvoering van de landschapsmaatregelen en de compensatieverplichting. 7.2.5
Overgangs- en slotregels
In Hoofdstuk 4 van de regels staan de overgangs- en slotregels. In de overgangsregels is aangegeven wat de juridische consequenties zijn van bestaande situaties die in strijd zijn met dit bestemmingsplan. In de slotregel wordt aangegeven hoe het bestemmingsplan wordt genoemd.
BJZ.nu Bestemmingsplannen
59
Camping de Helfterkamp ontwerp
7.3
Verantwoording van de regels
Kenmerk van de Nederlandse ruimtelijke ordeningsregelgeving is dat er wordt uitgegaan van toelatingsplanologie. Een bestemmingsplan geeft aan welke functies waar zijn toegestaan en welke bebouwing mag worden opgericht. Bij het opstellen van dit bestemmingsplan zijn keuzes gemaakt over welke functies waar worden mogelijk gemaakt en is gekeken welke bebouwing stedenbouwkundig toegestaan kan worden. Het is noodzakelijk dat het bestemmingsplan een compleet inzicht biedt in de bouw- en gebruiksmogelijkheden binnen het betreffende plangebied. Het bestemmingsplan is het juridische toetsingskader dat bindend is voor de burger en overheid en geeft aan wat de gewenste planologische situatie voor het plangebied is. In deze paragraaf worden de gemaakte keuzes nader onderbouwd. Bos (Artikel 3) Het bestaande bosperceel, waarin tevens het parkeerterrein en de opslag ten behoeve van de camping zijn gelegen, worden conform de huidige situatie bestemd tot 'Bos'. De voor 'Bos' aangewezen gronden zijn met name bestemd voor de aanleg, instandhouding en ontwikkeling van bosbeplanting. Op deze gronden zijn enkel bouwwerken, geen gebouw zijnde, toegestaan. Ter plaatse van de opslag is de aanduiding 'opslag' opgenomen, teneinde de reeds bestaande opslag in te passen.
Binnen gronden met de aanduiding opslag mogen gebouwen en overkappingen ten behoeve van de opslag worden gebouwd tot maximaal de bestaande oppervlakte. Wat betreft de maatvoering is wordt hier de bestaande maatvoering gehanteerd. Tenslotte is de aanduiding 'parkeerterrein' opgenomen ter plaatse van het bestaande parkeerterrein. Natuur (Artikel 4) De gronden waar de natuurcompensatie wordt gerealiseerd, worden bestemd tot 'Natuur'. De voor natuur aangewezen gronden zijn voornamelijk bestemd voor het behoud, herstel en/of de ontwikkeling van de landschappelijke en/of natuurlijke waarde van de gronden. In dit specifieke project zijn ze met name bedoeld voor de ontwikkeling van de natuurlijke waarden in het kader van de natuurcompensatie. Met betrekking tot de bouwregels geldt dat op deze gronden uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde ten dienste van de bestemming mogen worden gebouwd, met dien verstande dat de bouwhoogte maximaal 1 meter mag bedragen. Recreatie - Verblijfsrecreatie (Artikel 5) Algemeen De gronden waar de extra oppervlakte aan gebouwen ten behoeve van de camping beoogd is, hebben nu al de bestemming 'Recreatie - Verblijfsrecreatie'. De gronden waar de uitbreiding van het recreatiebedrijf is beoogd, krijgen ook deze bestemming.
Deze gronden zijn bedoeld voor de bedrijfsmatige exploitatie van recreatief verblijf aan personen, die elders hun hoofdverblijf hebben, in kampeermiddelen en bouwwerken voor recreatief verblijf. Bestaand recreatiebedrijf Binnen de bestaande recreatieve bestemming zijn ook kleinschalige horeca en detailhandel, ten behoeve van de verblijfsrecreatieve voorzieningen toegestaan. Het maximaal aantal bedrijfswoningen is bepaald op 2. Tevens zijn recreatieve verblijven tot 50 m2 toegestaan. Dit is conform de bestaande regeling. Er is een bouwvlak opgenomen voor de centrale voorzieningen. Daarnaast zijn de gronden bestemd voor sanitaire voorzieningen, voorzieningen ten behoeve van het onderhoud en het beheer, ontsluitingswegen en - paden, groenvoorzieningen, sport- en speelvoorzieningen, parkeervoorzieningen en voorzieningen ten behoeve van de landschappelijke inpassing, teneinde een visuele afscherming te bereiken. In dit plan is voor het bestaande terrein specifiek bepaald dat 600 m2 aan sanitaire voorzieningen en een beheerdersgebouw is toegestaan. Deze mogen buiten het bouwvlak gerealiseerd worden. BJZ.nu Bestemmingsplannen
60
Camping de Helfterkamp ontwerp
Zoals beschreven in paragraaf 1.4.3 is er planologisch geen mogelijkheid tot het realiseren van de beoogde bouwwerken, aangezien het maximaal toelaatbare oppervlakte aan gebouwen ten behoeve van voorzieningen wordt overschreden. Daarom is in dit bestemmingsplan in de bouwregels van de bestemming 'Recreatie Verblijfsrecreatie' het maximum bebouwd oppervlak voor gebouwen ten behoeve van voorzieningen vergroot, zodat de gewenste ontwikkelingen op de bestaande camping mogelijk zijn. Dit is vastgelegd op 1.500 m2 . Uitbreiding De gronden waar de uitbreiding van de camping is beoogd, hebben momenteel een agrarische bestemming. Om de gewenste uitbreiding planologisch mogelijk te maken, zijn deze gronden in onderhavig bestemmingsplan bestemd tot 'Recreatie - Verblijfsrecreatie'. Ter plaatse zijn uitsluitend de extra recreatieve eenheden toegestaan. De maximum oppervlakte per eenheid is hierbij bepaald op 70 m2 per eenheid. Hiermee is aangesloten bij de Wabo. Op basis van de Wabo zijn grotere bouwwerken omgevingsvergunningplichting, de grens is bij 70 m2 gelegd. In dit plan wordt hierbij aangesloten. Water (Artikel 6) De gronden waar de beoogde uitbreiding van de camping is gelegen, worden doorkruist door een watergang. Deze watergang heeft de bestemming 'Water'. Deze watergang blijft behouden, de bestemming 'water' wordt overgenomen uit het vigerende plan.
Gronden bestemd tot water zijn bestemd voor het behoud, herstel en ontwikkeling van wateren. Daarnaast zijn ze bestemd voor het behoud, herstel en ontwikkeling van ter plaatse voorkomende dan wel aan deze gronden eigen natuurlijke, ecologische en landschappelijke waarden, de waterhuishouding en de waterberging. Op de tot water bestemde gronden zijn enkel bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten dienste van de bestemming toegestaan. Binnen de bestemming zijn specifieke gebruiksregels opgenomen die erop gericht zin om de waterkwaliteit en waterhuishouding te beschermen. Archeologische waarden (Artikel 7, 8 en 9) In dit geval zijn de geldende bestemmingen ‘Waarde - Archeologie 4’, 'Waarde-Archeologie 5' en 'Waarde-Archeologie 6' conform het bestemmingsplan “Buitengebied Epe” overgenomen. Deze gronden met deze dubbelbestemmingen zijn uitsluitend bedoeld voor het behoud en bescherming van gebieden met een hoge archeologische verwachtingswaarde. Een omgevingsvergunningstelsel voor het uitvoeren van werken en werkzaamheden beschermt de archeologische waarden van de gronden.
BJZ.nu Bestemmingsplannen
61
Camping de Helfterkamp ontwerp
Hoofdstuk 8
Economische uitvoerbaarheid
Artikel 6.12 van de Wet ruimtelijke ordening stelt dat de gemeenteraad gelijktijdig met de vaststelling van het bestemmingsplan moet besluiten om al dan niet een exploitatieplan vast te stellen. Hoofdregel is dat een exploitatieplan moet worden vastgesteld bij elk bestemmingsplan. Er zijn echter uitzonderingen. Het is mogelijk dat de raad verklaart dat met betrekking tot een bestemmingsplan geen exploitatieplan wordt vastgesteld indien het verhaal van kosten van de grondexploitatie anderszins is verzekerd of het stellen van nadere eisen en regels niet noodzakelijk is. Met betrekking tot het verhaal van de kosten van de bestemmingsplanprocedure en de uitvoering van het bestemmingsplan, is met de initiatiefnemer een anterieure overeenkomst gesloten. Verhaal van eventuele planschadekosten is onderdeel van de anterieure overeenkomst. Het verhaal van kosten is hiermee "anderszins verzekerd", zodat het vaststellen van een exploitatieplan niet nodig is.
BJZ.nu Bestemmingsplannen
62
Camping de Helfterkamp ontwerp
Hoofdstuk 9 9.1
Vooroverleg
9.1.1
Het Rijk
Inspraak en vooroverleg
In het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) zijn de nationale belangen die juridische borging vereisen opgenomen. Het Barro is gericht op doorwerking van nationale belangen in gemeentelijke plannen. Geoordeeld wordt dat dit bestemmingsplan geen nationale belangen schaadt. Daarom is afgezien van het voeren van vooroverleg met het Rijk. 9.1.2
Provincie Gelderland
Het plan is in het kader van vooroverleg naar de provincie Gelderland gezonden. De provincie heeft adviezen gegeven, waartoe het plan tussen de fase van voorontwerp en ontwerp aangepast is. Het advies (d.d. 19 juli 2019) luidt samengevat als volgt: Uitbreiding camping in GO in combinatie met versterking door natuurrealisatie is akkoord. Dit is goed aangepakt en er is goed gemotiveerd dat er per saldo een versterking is. We adviseren jullie hetgeen feitelijk als natuur, bos of landschappelijke versterking zal worden gebruikt, ook als zodanig te bestemmen. Dus alle onderdelen in het inrichtingsplan een op een bestemmen en niet werken met de bestemming ‘recreatie’ en verwijzing naar het inrichtingsplan. Specifiek bestemmen biedt meer helderheid en meer zekerheid dat de kwaliteit van het plan geborgd is. Het als ‘recreatie’ bestemmen van de zone rond het parkeerterrein is niet akkoord. Deze zone is groter dan hetgeen feitelijk aanwezig is. We adviseren jullie om de bestemming bos/natuur te handhaven en alleen voor het feitelijk gebruik dat onder het overgangsrecht valt een aanduiding op te nemen. Over het park loopt een beek met een hoge ecologische waarde (HEN-water). We adviseren jullie voor deze beek een beschermingsregime op te nemen in het bestemmingsplan en te motiveren dat de ontwikkelingen op het recreatiepark geen negatieve gevolgen hebben voor dit HEN-water.
Tenslotte plaatsen wij de kanttekening dat de vernietiging van de PAS mogelijk een procesrisico kan betekenen, indien een toename van stikstofdepositie op omliggende natura2000-gebieden niet uitgesloten kan worden. Vooralsnog zullen wij hier geen zienswijze tegen indienen Reactie op advies Het provinciaal advies is overgenomen. Alle gronden die tot natuur worden ontwikkeld zijn als zodanig bestemd. Ook is ter plaatse van de opslag en het parkeerterrein de bestemming 'Bos' teruggebracht. De HEN-beek betreft een beek van hoogst ecologisch niveau. Deze beek is van nature zeer ijzerrijk en absoluut niet geschikt voor recreatief gebruik. De bruine kleur van het water maakt dit ook niet aantrekkelijk. Het opnemen van een beschermingsregime wordt dan ook niet nodig geacht. De instandhouding van de beek is geborgd door de bestemming 'Water' en door het inrichtingsplan, dat als voorwaardelijke verplichting geborgd is in de regels van dit bestemmingsplan. De beek is in dit inrichtingsplan opgenomen. Tot slot is middels een stikstofberekening gekoppeld aan een ecologische voortoets gebleken dat er geen sprake is van negatieve effecten ten aanzien van Natura 2000-gebied (zie paragraaf 5.7).
BJZ.nu Bestemmingsplannen
63
Camping de Helfterkamp ontwerp
9.1.3
Waterschap Vallei & Veluwe
Op basis van de digitale watertoets is de normale procedure van toepassing. Het waterschap heeft gereageerd (d.d. 7 december 2017). Met de uitgangspunten van het waterschap is met het ontwerp van de uitbreiding rekening gehouden. Er zal een afstand van minimaal 10 meter worden aangehouden tussen de (natuurlijke) vijver en de watergang. Tevens zal de strook langs de watergang vrij worden gehouden van beplanting om het onderhoud mogelijk te houden. Ontwerpbestemmingsplan In het kader van het ontwerpbestemmingsplan is een nieuwe watertoets uitgevoerd. Alle aanpassingen (betreffende natuur) zijn reeds in de voorfase afgestemd. 9.1.4
Reactie erfgoedcommissie
De plannen zijn voorgelegd aan de erfgoedcommissie. Ze gaven onderstaande reactie: Voor het aspect archeologie wil de erfgoedcommissie het college memoreren dat er recent een concept-archeologische verwachtingenkaart is opgeleverd. De erfgoedcommissie heeft de mogelijkheid gekregen hierover met de regio-archeoloog van gedachten te wisseleln. Hoewel de archeologische verwachtingskaart nog niet is vastgesteld, wijken de verwachtingswaarden voor de Helfterkamp af van de beleidskaart die momenteel in gebruik is. De commissie beveelt het college aan om de plannen te toetsen aan de meest actuele kennis op het gebied van archeologie en voor de te wijzigen bestemmingen de archeologische waarden in die delen in voldoende mate vast te laten stellen. Echter omdat het beleidskader nog niet is vastgesteld beleid, is het overnemen van de huidige archeologische dubbelbestemmingen het maximale wat gedaan kan worden. Overigens zijn er met dit voornemen geen verstoringen ter plaatse van de uitbreiding. In paragraaf 5.8 is hier reeds nader op ingegaan.
9.2
Inspraak
Conform de gemeentelijke inspraakverordening kan het bestuursorgaan zelf besluiten of inspraak wordt verleend bij de voorbereiding van gemeentelijk beleid. In het voorliggende geval wordt het plan voor inspraak ter inzage gelegd. In dit geval zijn er vijf inspraakreacties ingediend. Deze hebben geleid tot verscheidene aanpassingen aan het plan. In Bijlage 12 wordt uitgebreid ingegaan op de inspraakreacties, waarbij tevens de aanpassingen aan dit plan benoemd zijn.
BJZ.nu Bestemmingsplannen
64
Camping De Helfterkamp - Beeldkwaliteitsplan (Bkp) t.b.v. voorgenomen uitbreiding
Colofon Opdr.gvr: Fam. Looijmans, Camping De Helfterkamp. Opgesteld: Ruimte voor Advies/Harleman Natuur & Landschap te Vaassen Datum: 14-juli-2021 Tekening: v1.3. Blad 1/6. Formaat A3
Uitgangspunten Dit beeldkwaliteitsplan (BKP) stelt randvoorwaarden aan de verschijningsvorm van de recreatieve bebouwing van het uitbreidingsplan van Camping De Helfterkamp te Vaassen. De randvoorwaarden betreft de visuele kwaliteit waaraan de bebouwde omgeving aan moet voldoen. Naast een richtlijn is het ook een handreiking voor degenen die bij het plan betrokken worden. De ontwikkelaar, architect, gebruikers en de gemeente zelf hebben er houvast aan. De gemeente zal het beeldkwaliteitsplan als kader hanteren. Het beeldkwaliteitsplan is sturend maar zeker geen knellend keurslijf; de uiteindelijke verschijningsvorm is nog niet bekend en kan onder druk van de markt op korte termijn wijzigen. Daarom is een ruime mate van vrijheid noodzakelijk. Er kunnen zich immers gaandeweg allerlei - nu niet te voorziene - ontwikkelingen voordoen die een flexibele aanpak vereisen.
campers/tenten
STARTFASE
Type veldschuur Type eco-verblijf
Om binnen deze vrijheid de kwaliteit van de bebouwing (met de bijbehorende openbare ruimte) te waarborgen worden er in dit BKP verschillende uitgangspunten opgesteld, die leidend zijn voor de uiteindelijke realisatie. Dit wordt gedaan door middel van beschrijvingen, sfeerbeelden en materialenpalets..., maar niet over de definitieve vorm of maatvoering. Dat wordt uitgewerkt worden ten tijde van definitieve bouwvoorstellen.
Type veldschuur Type eco-verblijf
Type veldschuur Type eco-verblijf
Type veldschuur Type eco-verblijf
Type veldschuur Type eco-verblijf
ONTWIKKELFASE
Dit beeldkwaliteitsplan is sterk gebaseerd op de identiteit van de locatie. Een leidende factor voor de ruimtelijke kwaliteit is de landschappelijke onderlegger en het landelijke raamwerk; in dit geval de overgang van bosrand en beekdal van de Oost-Veluwerand ter hoogte van Vaassen. Dit komt in de eerste pagina’s uitvoerig aan de orde. Vervolgens wordt de identiteit van de plek aangegeven. Een vorm van bebouwing die op dergelijke locaties kenmerkend is, is de veldschuur. Een houten bouwwerk, behorende bij agrarische bedrijven aan de rand van het erf of vrijstaand in het veld. Dergelijke schuren kwamen veelvuldig voor in het gebied. Voor de uitbreiding van De Helfterkamp is de veldschuur in landschappelijk opzicht een passende verschijning. Een dergelijk bouwwerk -mits met gebiedseigen materialen gebouw- gaat op in het gebied, zonder te verstoren. In eerste instantie voldoen 4 opstallen (t.b.v. 6 personen), maar dit kan –al naar gelang de behoefte– uitgroeien tot meer.
De Helfterkamp wil in kleine stappen invulling geven aan de uitbreiding; waarschijnlijk realiseert ze in de startfase van de uitbreiding slechts enkele verblijven. De overige plaatsen blijven vrij, of worden tijdelijk door campers of tenten ingevuld. Het jaar daarop komen er meer vaste verblijven. Hoe het zich daarna ontwikkelt, is lastig te voorspellen. De meest voor de hand liggende mogelijkheden zijn in het naaststaande schema opgenomen. Hoe het ook zij, voor beide typen worden randvoorwaarden voor verschijningsvormen en materialen aangegeven en wordt in enkele schetsen aangegeven hoe de oriëntatie in het veld dient te zijn .
MOGELIJKE VERVOLGFASE
Naast deze gebiedseigen opstallen heeft De Helfterkamp behoefte aan ‘eco’-verblijven. Deze zijn van een heel ander karakter. Allerlei typen liggen daarbij voor de hand, zoals tiny houses, glampingtenten en zelfs woonwagens. Wat al deze verblijven als kenmerk hebben is een lage footprint, natuurlijke materialen en een geringe impact op het gebied. De eco-verblijven hebben een min of meer tijdelijk karakter: sommige echter zijn een meer permanente voorziening. In alle gevallen zijn ze door aard, vorm en materiaalgebruik duidelijk herkenbaar als natuur-georiënteerde verblijven. Het is in dit type verblijven waar de meeste flexibiliteit nodig is en waar in de loop der tijd de vraag sterk zal wijzigen.
1. Landschap en bebouwing
Gebiedspatroon stuwwalrand en beekdal en bosranden •
•
•
Stuwwalrand Veluwe en beekdallandschap op de overgang bos- en agrarisch ontginningspatroon: groene cirkel = boslandschap; gele cirkel = beekdalontginningslandschap; Zwarte stip = locatie is aan de rand beekdal, beekeerdgrond, natte veldpodzolgronden en moerige gronden. Historisch vrij van bebouwing/bewoning; Contrast: wijds landschap in oostelijke richting (beekdal-agrarisch), extrovert en open, maar besloten en in zichzelf gekeerd karakter in westelijke richting (boslandschap, historische setting). Bosrand vormt een opvallende grens en scheidt de twee landschappen van elkaar
Ontginningspatroon gekoppeld aan wegen •
Gele lijn = oude ontginningspatronen, maar door later ontsluitingspatroon strak georiënteerd in noord-zuid en oost-west-richting; daardoor polderachtige verkaveling met bebouwingseenheden direct aan de weg of middels een kavelpad eraan verbonden, strak georiënteerd/verkaveld landschap;
•
Beekdallandschap is zonder bebouwing;
•
Blauwe lijn = historische laan/zichtas Kasteel Cannenburgh;
•
Wegen beplant met bomen 1e grootte, sterk aanwezig in het landschap
•
Rode pijlen = beleving, de bosrand is nadrukkelijk aanwezig en bepalend voor de ruimtebeleving vanaf de omringende wegen. De Helfterkamp is alleen van binnenuit zichtbaar. Een kleine ‘opening’ bevindt zich aan de noordzijde van de camping.
A-watergangen en beken/sprengen •
lichtblauw gestippeld = historische loop, verdwenen loop;
•
lichtblauw volle lijn = A-watergang de Hegge;
•
lichtblauw = complex van de Hartense Molenbeek/Rode beek/Nieuwe Beek.
referenties: bebouwingen in het vrije veld: veldschuren
Bebouwingen in het landschap, (voormalige) agrarisch settingen met particuliere woningen •
Gele stip = Agrarisch en bedrijfsmatig, grootschalig van opzet, omvangrijk erf met groot aandeel verhard oppervlakte, toekomstgericht en productief, met bijbehorend grondgebruik (weidegrond/maïsland);
•
Blauwe stip = (voormalige) Agrarisch erf, historische setting nog aanwezig;
•
Rode ovaal = particuliere woningen en voormalige boerderijen, met uiteenlopende bijgebouwen, tuinen, kleinvee en paarden, gevarieerd grondgebruik, kleinschalig. Een deel van de woningen zijn als tijdelijk onderkomen opgericht tijdens de woningnood in de jaren ‘60 van de vorige eeuw. Een ander deel van de woningen zijn als recreatiewoning opgericht. Beide typen zijn in de latere decennia veelal uitgebouwd tot een volwaardige woning.
Veldschuren: karakteristiek element in het gebied •
Bewoners en gebruikers van het landschap op de stuwwalhelling van de Oost-Veluwe bouwden niet alleen onderkomen voor zichzelf, gezinsleden en andere inwonenden, maar ook voor vee, machines of materiaal. Een eenvoudig houten bouwsel aan de rand van het erf of vrijstaand in het veld voldeed al. Dergelijke schuren kwamen veelvuldig voor in het gebied. Hiernaast zijn een aantal voorbeelden opgenomen. Het gaat om schapenkotten of ossenstallen.Merendeels zijn ze voor hedendaagse bedrijfs- of privématige gebouwen vervangen. Ook de eerste recreatiewoningen in deze stijl waren in de gemeente te vinden, zoals de foto rechtsonder uit 1965 van de camping aan de Tongerense weg te Epe.
2. Bestaande bebouwing Camping Helterkamp
Historische situatie: boerderij en uitbreidingen (blauwe stip met rode pijlen) •
De boerderij is terug te vinden op historische kaarten. Dit gaat in ieder geval terug tot 1850, maar ook via de kadastrale kaart van 1932 laat de boerderij zich zien met een aantal bijgebouwen en omgeven weide, bouwland en houtopstanden (bos en singels). De structuur van toen is in het huidige landschap bewaard gebleven.
•
De boerderij op de historische locatie breidt zich uit. Dit heeft al eerder plaatsgevonden, éénmaal in zuidelijke richting als uitbreiding van de camping, éénmaal in oostelijke richting met een woning aan de rand van het beekdal. Met deze recente uitbreiding gebeurt het een derde maal, juist buiten de bosrand aan de rand van het beekdal (zie bovenstaande kaart). Bebouwingen op de camping •
Historische boerderij met bijgebouwen van het ‘hallehuis’-type in een erfensemble. Gebiedseigen herkomst en uitstraling maar weinig authentiek meer;
•
Kampeervelden als open grasvelden, gegroepeerd rondom de boerderij, zonder opvallende elementen, service-gebouw in functionele stijl en beperkt van omvang;
•
Bebouwing en kampeerterreinen hebben een herkenbare setting: de historische setting van agrarisch erf met vroegere huiskavels is nog aanwezig.
3. Te realiseren recreatieverblijven Type ‘veldschuur’ - herkenbare traditie Typologie ‘veldschuur’
•
De bebouwing op de uitbreidingslocatie staat in relatie met de voormalig agrarische kern van de camping, maar op afstand. Het is een zelfstandige eenheid, maar nauw verbonden als een ‘satelliet’. Dit komt overeen met een veldschuur: een bebouwing in de velden, op afstand van de boerderij. Voor de uitbreiding van De Helfterkamp is bouwen in dergelijke stijl in landschappelijk opzicht een passende verschijning. Een dergelijk bouwwerk -mits met gebiedseigen materialen gebouw- gaat op in het gebied, is herkenbaar, zonder te verstoren.
•
In verbeelding is het duidelijk agrarisch en verwijst het daarmee naar de boerderij. Het is uiterst doelmatig in opzet en uitvoering en uitermate sober in z’n materiaalgebruik. Dit verwijst naar het Veluws verleden, waarin de mate van welvaart beperkt was.
•
Eenvoud overheerst ook in de constructie. Vaak met een eenzijdig flauwe dakhelling, waardoor een groot ruimtebeslag ontstond met relatief weinig bouwmateriaal. Wanden met weinig ramen, openingen door schuurdeuren of opengewerkte wanden.
•
Geen dakgoot of beperkt en dan puur functionele goten, halfrond (max. 1 zijde).
•
Geen dak- of gevel aan-/opbouwen, geen schoorsteen, geen dak- of geveluitbouwen, luifels, zonnewering, en dergelijke voorzieningen.
Situering •
De meest gewenste situering is op hogere grond, tegen de bosrand. Niet alleen is dit meest praktisch (geringe weidekwaliteit, stevige ondergrond, geen wateroverlast), maar visueel eveneens wenselijk. De bebouwing dan valt weg tegen de donkere noordzijde van de bosrand.
•
Er is geen vaste maat, gering van omvang tot vrij fors. De gebouwen zijn ten opzichte van elkaar functioneel gesitueerd in een erf-ensemble, één van de ‘schuren’ kan in omvang duidelijk forser dan de overige, maar dit hoeft niet.
Materiaalgebruik •
houten betimmering (in ieder geval meer dan de helft van de geveloppervlakte), zwarte kleurstelling, wel of niet met stenen onderbouw, eenvoudige uitvoering en constructie.
•
Stenen in traditionele kleurstelling en verband, eenvoudige uitstraling.
•
traditionele dakpan, zwart, rood en/of gemengd, maar ook hedendaagse dakmaterialen zoals gangbaar in het landelijk gebied (riet, dakplaten in een onopvallende kleurstelling).
Overgang naar buitenruimte •
beperkte mate van bestrating/halfverharding.