865570 Plan van aanpak WUP processen gemeente Epe
Tekst van het document
Plan van aanpak ‘Opstellen Wijk Uitvoeringsplannen gemeente Epe’ 1
Inleiding
Iedere gemeente in Nederland heeft een Transitievisie Warmte. De gemeente Epe heeft de Transitievisie Energie en Warmte in 2022 vastgesteld. In de Transitievisie is bepaald dat er in alle buurten de komende jaren een Wijk Uitvoeringsplan (WUP) proces gestart wordt. Dit houdt in dat de gemeente voor een wijk, buurt, kern of dorp gedurende een proces van ongeveer 2 jaar in een uitvoeringsplan vastlegt met welke specifieke stappen en maatregelen het gebied (zoals een wijk) overstapt van aardgas naar een duurzaam warmtealternatief. De komende jaren zal er in verschillende buurten en wijken een WUP opgesteld gaan worden. Daarom stellen wij een ‘Plan van aanpak Opstellen Wijkuitvoeringsplannen gemeente Epe’ op. Dit is een procesaanpak, die als vertrekpunt wordt gebruikt voor alle nog op te stellen Wijk Uitvoeringsplannen in de gemeente Epe. Op deze wijze zorgen wij voor een transparant en voorspelbaar proces voor inwoners, organisaties, raadsleden, ambtenaren en andere betrokken partijen bij een WUP. Het ‘Plan van aanpak Opstellen Wijkuitvoeringsplannen gemeente Epe’ is een dynamisch document dat aangepast kan worden op basis van opgedane ervaringen in de WUP processen. In dit plan van aanpak geven we achtereenvolgens aan: Hoofdstuk 2: Wat is de achtergrond van de WUP’s. Hoofdstuk 3: Wat is de rol van de gemeente Epe.
Hoofdstuk 4: Wat zijn de uitgangspunten, de inhoud en resultaten van een WUP(proces). Hoofdstuk 5: Hoe geven we vorm aan de participatie van he WUP(proces). Hoofdstuk 6: Hoe communiceren we over het WUP(proces). Hoofdstuk 7: Hoe ziet de ambtelijke en bestuurlijke besluitvorming er uit.
2
Achtergrond WUP’s
Het opstellen van een WUP komt niet uit de lucht vallen. In 2015 werd het akkoord van Parijs vastgesteld door de Verenigde Naties en in 2016 geratificeerd door de Europese Unie. Hierin werd de afspraak gemaakt om de opwarming van de aarde tot maximaal 2 graden, met 1,5 graag in 2030, te beperken. Nederland stelde als vervolg op het akkoord in 2019 de Klimaatwet op. In deze wet zijn de CO2 reductie doelen voor 2030 (49%minder CO2-uitstoot in 2030 ten opzichte van 1990) en 2050 (95% minder CO2-uitstoot in 2050 ten opzichte van 1990) vastgelegd. Ook werden voor de doelen in het Nationale Klimaatakkoord vastgesteld op welke wijze, en door o.a. welke overheidslaag, de doelen uit de Klimaatwet gehaald worden. Gemeenten zijn in het Klimaatakkoord aangewezen als regisseur van de warmtetransitie. Voor de gemeente Epe betekent dit dat tot en met 2050 ruim 15.000 bestaande woningen en andere gebouwen van het aardgas af moeten zijn. Dat betekent dat ieder gebouw in de gemeente Epe richting 2050 aan de beurt komt. We kunnen echter niet overal tegelijk starten. Daarom hebben wij 1
in de Transitievisie Warmte een zogenaamde buurtvolgorde opgesteld van alle buurten in de gemeente Epe. Uitvoering geven aan deze buurtvolgorde doen wij via een WUP. Het opstellen van een WUP is een intensief proces waarbij nauwkeurig wordt gekeken welke gebouwen en welke doelgroepen er zijn. Wij vinden het belangrijk dat de WUP’s opgesteld worden met iedereen die hier een belang in heeft. Daarbij is de betrokkenheid van stakeholders zoals onder andere Woonstichting Triada, Liander, gebiedsregisseurs en van de inwoners noodzakelijk voor een gedragen en uitvoerbaar WUP. Er wordt ongeveer twee jaar de tijd genomen om een WUP op te stellen. Dit is een redelijk lange periode, maar deze tijd is hard nodig. We willen deze plannen namelijk opstellen met alle inwoners, bedrijven en instellingen. Samen bepalen we wat we gaan doen, hoe we het gaan doen en wanneer we het gaan doen. Centraal in dit proces staat dan ook een uitvoerig participatietraject.
3
Rol gemeente Epe
Gemeenten hebben de regierol bij het aardgasvrij maken van de gebouwde omgeving. Dit is afgesproken in het Klimaatakkoord. De gemeente Epe heeft in de ‘Transitievisie Energie en Warmte’ haar rol bepaald. Daarbij is gekozen voor een mix uit verschillende rollen. Dit zijn die van de integrale regisseur en de proces regisseur. Dit betekent dat de gemeente samen met een brede groep van stakeholders aan de slag wil om integraal te werken aan ruimtelijke- en sociaaleconomisch thema’s. Zo ook voor het opstellen van een WUP. Kenmerken van de rol die de gemeente pakt, en die verderop terugkomen in dit plan van aanpak, zijn dat de gemeente • • • • • • • •
een diverse groep inwoners consulteert; via co-creatie met belanghebbenden uit diverse domeinen tot integraal beleid komt; het tempo van de warmtetransitie af laat hangen van hoe het past binnen de integrale aanpak; de warmtetransitie in samenhang met andere ruimtelijke en sociaaleconomische opgaven aanpakt; de warmtetransitie zorgvuldig voorbereidt en belangen van inwoners en andere belanghebbenden afwegen; inwoners en belanghebbenden betrekt en mede-verantwoordelijk maakt voor de warmtetransitie; vernieuwende ideeën ophaalt bij belanghebbenden en inwoners; geen verwachtingen wekt over de warmtetransitie die hij niet kan waarmaken.
4 Uitgangspunten, inhoud en resultaten Wijkuitvoeringsplan(proces) Een WUP is, zoals we hierboven beschreven, een intensief proces dat ongeveer twee jaar in beslag neemt en waarbij de gemeente de rol van integrale en proces regisseur pakt om tot een resultaat (vastgesteld WUP) te komen. Naast het intensieve proces levert het proces ook ‘producten’ en/of resultaten (de ‘inhoud’) op waar besluitvorming over plaatsvindt. En dat is niet voor niks. Want na twee jaar van het denken over én schrijven aan een WUP moet het plan tot uitvoering worden gebracht. Deze uitvoeringsfase maakt geen onderdeel uit van dit Plan van aanpak. De ‘inhoud’ van een WUP is dat besloten wordt: “op welke manier (alternatief voor aardgas en het benodigde isolatieniveau), in welk tempo (planning) en, met welke mate van participatie de buurt of wijk van het aardgas af kan waarbij 2
inwoners een zwaarwegend advies geven aan het college over de te kiezen duurzame warmteoplossing”.
Uitgangspunten die ten grondslag liggen aan de ‘inhoud’ en resultaten van een WUP zijn geformuleerd in de Transitievisie Energie en Warmte én sluiten aan op actuele ontwikkelingen.
De transitie betaalbaar1 is en blijft voor alle inwoners van de gemeente Epe; o Er is aandacht in het advies voor het delen van de lasten en lusten. Er is oog voor het landschap en de leefomgeving in de gemeente Epe; Er zal per WUP door het college een startdatum voor een aardgasvrije wijk genoemd moeten worden, waarbij de CO2 reductie centraal staat. o Procesmatig is deze startdatum van cruciaal belang: er wordt dan niet meer gesproken óf en wanneer de buurt aardgasvrij is, maar op welke manier dat kan voor de gestelde startdatum; De warmteoplossingen passen in zowel het boven- als ondergrondse energie systeem van de gemeente. o Met het energie systeem bedoelen we de infrastructuur (buizen, leidingen, elektra opslag) voor zowel warmte als elektriciteit; De warmteoplossingen zijn beschikbaar én toepasbaar voordat het plangebied van het aardgas af gaat.
Dit betekent dat onderstaande aspecten onderdeel zijn van een vastgesteld WUP. We maken ook gebruik van de ‘Handreiking Uitvoeringsplan Warmtetransitie’ : 1.
2.
3.
4.
5.
Een beschrijving van het gebied waarop het plan betrekking heeft. o Het gebied wordt begrensd en er wordt beschreven wat voor type bebouwing zich in het gebied bevindt. Een planning is die aangeeft: o wanneer de toelevering van aardgas wordt beëindigd én o in welke snelheid (stapsgewijs) de buurt van het aardgas af gaat. Een bepaling van het alternatief voor aardgas. o Naast het bepalen van het alternatief voor aardgas is ook vastgelegd hoe dit alternatief tot stand gekomen. o Indien afgeweken wordt van het alternatief met de laagste maatschappelijke kosten wordt dit onderbouwd. Een beschrijving van de te nemen fysieke maatregelen in de openbare ruimte en gebouwen. o Het betreft de fysieke maatregelen behorende bij de gekozen warmteoplossing, bij de technische mogelijkheden van gebouwen en de inpassing van de warmteinfrastructuur in de openbare ruimte. Een investeringenoverzicht, financieringsmogelijkheden en handelingsperspectief per belanghebbende. o De overstap naar een andere warmteoplossing dan aardgas vraagt van betrokkenen om een bepaalde investering. O.a. verhuurders (woningbouwcorporatie), particuliere woningeigenaren en de netbeheerders moeten een investering doen om
1
Bij het vaststellen van of een warmte optie betaalbaar is maken we gebruik van de Handreiking betaalbaarheid als hulpmiddel in warmtetransitie (ministerie BZK en VNG, juli 2023).
3
o
hun vastgoed, installatie(s) netwerk aan te passen aan het gekozen alternatief voor aardgas. Investeringen kunnen, afhankelijk van de stakeholder/betrokkene, op verschillende wijze gefinancierd worden. Het betreft investeringen voor zowel de aanpassingen
voor bewoners, verhuurders als de aanpassingen voor de (warmte/elektra) infrastructuur. Handelingsperspectief (de Doe-lijn)2 voor de bewoners, ondernemers en eigenaren in de wijk brengt in beeld welke ingrepen zij op korte termijn kunnen doen en hoe zij hierin worden ondersteund en door wie. Een beschrijving van het participatietraject dat is gevolgd. o welke partijen zijn betrokken geweest bij de totstandkoming van het WUP? o op welke manier zijn de partijen betrokken? o
6.
7.
8.
9.
10.
11.
12.
Er is in ieder geval een omgevingsgesprek gevoerd waarbij er, met behulp van (digitale) tools en externe ondersteuning, een technische en financiële afweging gemaakt wordt van de passende warmteopties.
Een risico analyse voor de uitvoeringsfase. o Na het opstellen van een WUP volgt de uitvoeringsfase. Risico’s en beheersmaatregelen op technisch, organisatorisch, financieel en participatief gebied zijn beschreven. Een rolverdeling van de uitvoerende partijen. o Indien er sprake is van bijvoorbeeld een warmtenet als alternatief voor aardgas wordt de governance structuur voorgesteld. Een overzicht van de benodigde vergunningen. o Voor o.a. elektriciteitshuisjes wanneer een buurt overgaat op een all-electric oplossing. Een overzicht van de aanwezige koppelkansen o Naast een alternatief voor aardgas leven er mogelijk andere behoeften in een buurt. Voorbeelden hiervan zijn vraagstukken op sociaal gebied, in de openbare ruimte of extra woningbouw. In beeld wordt gebracht of en zo ja, op welke wijze deze vraagstukken in de uitvoeringsfase onderdeel uit kunnen maken van het WUP. Een overzicht welke onderdelen vastgelegd moeten worden in het Omgevingsplan. o Het omgevingsplan bevat de juridische regels voor de uitwerking van het WUP. De inhoud van het uitvoeringsplan vormt daarom een belangrijke basis voor de regels die in het omgevingsplan worden vastgelegd. Kiest een gemeente bijvoorbeeld voor een collectieve warmtevoorziening? Dan bepaalt de gemeente in het omgevingsplan op welke collectieve warmtevoorziening de gebouwen in een wijk zullen worden aangesloten en op welk moment.
Het vaststellen van het Omgevingsplan maakt geen onderdeel uit van het WUP! Een communicatie- en participatiestrategie o In beeld is gebracht welke partijen worden betrokken (mee wordt gecommuniceerd en/of geparticipeerd) in de fase om te komen tot uitvoering van de WUP. Ook wordt
2
Parallel aan het zoeken naar kansrijke warmteopties ondersteunen we woningeigenaren die aan de slag willen om hun huis te verduurzamen. Dit noemen we de doelijn. We organiseren energiebesparingsactiviteiten, maken gebruik van al lopende activiteiten die al in de rest van de gemeente plaatsvinden.
4
de communicatieboodschap voor de doelgroepen opgesteld en de wijze waarop de boodschap wordt gebracht .
5
Participatie in het WUP: ‘Samen werken aan een plan’
Een nieuwe wijk, een nieuwe woning, het bouwen van een schuur of de aanleg van een zonnepark. Zomaar wat voorbeelden van ruimtelijke initiatieven waarvoor uiteindelijk misschien een bestemmingsplan (straks: omgevingsplan) gewijzigd moet worden en in ieder geval een vergunning nodig is. Deze initiatieven hebben impact op de omgeving en kunnen gevolgen hebben voor omwonenden. Dit geldt ook voor het opstellen, en vervolgens uitvoeren, van een WUP. Het opstellen van een WUP kan van invloed zijn op belangen die bepaalde organisaties vertegenwoordigen en heeft uiteindelijk impact op de leefomgeving van mensen, bijvoorbeeld omdat er extra elektriciteitskastjes in de openbare ruimte moeten komen of dat er een warmtenettracé aangelegd gaat worden. In de gemeente Epe hebben we voor initiatieven met impact op de leefomgeving spelregels gemaakt. In de beleidsnota ‘Samen werken aan een plan’ (zie bijlage 2) zijn die spelregels, over de samenwerking tussen initiatiefnemer, omwonenden en organisaties, vastgelegd. De kern van participatie, volgens de beleidsnota ‘Samen werken aan een plan’ is: o o o o o
Dat het gesprek vroegtijdig ontstaat. Participatie is gericht op meedoen. We luisteren, we zijn open en we hebben vertrouwen. We zijn constructief en hebben oog voor het individuele belang en het collectieve belang. We polariseren niet, maar zoeken elkaar op. Uiteindelijk bepaalt de initiatiefnemer of en hoe de aanvraag bij de gemeente wordt ingediend. Het college of de gemeenteraad zijn beslissingsbevoegd, zij zijn daartoe democratisch gelegitimeerd. Daarbij worden deel belangen afgewogen, inclusief het algemeen maatschappelijk belang van een initiatief.”
Naast deze beleidsnota staan er uitgangspunten beschreven in de Transitievisie energie en warmte (gemeente Epe), het Coalitieakkoord (gemeente Epe) en de Kabinetsvisie Burgerbetrokkenheid (zie bijlage 1) die gebruikt worden voor het doorlopen van een zorgvuldig participatieproces: o
o o o o o
We laten de omgeving meewerken, meedoen en informeren hen breed. Dit vertaalt zich naar het uitbrengen van een zwaarwegend advies voor de warmteoplossing van gebouweigenaren en andere belanghebbenden aan het college. Het college neemt dit advies over mits er voldaan wordt aan de inhoudelijke en onderstaande procesvoorwaarden en er geen zwaarwegende veranderingen in de beleidscontext (bijvoorbeeld nieuwe wet en regelgeving) hebben plaatsgevonden. We zorgen dat alle belanghebbenden gelijke kansen hebben om deel te nemen aan het (beleids) proces. We luisteren aar alle stemmen in de wijk en richten een proces in dat ervoor zorgt dat al die stemmen gehoord worden We nemen geen beslissingen gebaseerd op een meerderheid die zeer zware negatieve gevolgen hebben voor de minderheid. We nemen kritische geluiden serieus. Constructief kritische geluiden maken de besluitvorming beter. We werken naar besluitvorming toe en maken daar een planning voor.
5
o
Echter, het is voor een gedragen proces van cruciaal belang dat we een open planproces voeren met zo min mogelijk deadlines: een zorgvuldig proces waarbij ruimte is voor het luisteren naar zorgen en daarop adequaat reageren is belangrijker dan het halen van deadlines. We organiseren eigenaarschap bij bewoners zowel qua proces als inhoudelijk.
5.1 Participatieniveau WUPproces
Uit tien jaar ervaring met burgerparticipatie in de provincie Overijssel 3 blijkt dat voor een hoge participatiegraad voor de gekozen warmteoplossing het cruciaal is dat de stem van de bewoners serieus genomen moet worden. Daarom kiezen we ervoor om bij de WUP processen de buurt te vragen een zwaarwegend advies aan het college uit te brengen. Gedurende het proces om te komen tot deze warmteoplossing worden verschillende activiteiten georganiseerd. Hierdoor kunnen zoveel mogelijk mensen uit de wijk hun inbreng kunnen leveren en worden de lasten en lusten behorende bij de warmteopties in beeld gebracht. Op deze wijze komen we tot een gedragen besluit voor de verder te onderzoeken warmteopties óf voorgestelde warmteoptie. Het participatieniveau voor het participatietraject dat passend is in het geval van een WUPproces is het hoogste participatieniveau dat is beschreven in de beleidsnota ‘Samen werken aan een plan’. Dit is participatielevel 3. De reden hiervoor is dat het opstellen van een WUP hoog scoort op de drie participatiemeters te weten: 1. Maatschappelijk opgave: alle woning eigenaren krijgen te maken met deze verandering van warmtebron waar kosten voor gemaakt gaan worden. 2. Maatschappelijke aandacht: als de uitvoering start (huizen gaan over op andere warmtebron verwarmen dan aardgas) ontstaat er veel maatschappelijke aandacht. 3.
Maatschappelijke impact: de impact, zowel in huis als in de leefomgeving, is groot.
3
Studio vers bestuur is een programma vanuit de provincie Overijssel gericht op het komen tot "een modern bestuur dat goed aangesloten is op de samenleving, ruimte geeft aan initiatieven van bewoners & bedrijfsleven en experimenteert met nieuwe vormen van samenwerking en deze stimuleert”
6
5.2 Participatiestappen van het WUPproces Een warmteoplossing die ‘wordt gedragen’, dit betekent niet dat alle inwoners het eens zijn met de warmteoplossing, door de inwoners van de wijk of buurt bereik we niet van zelf. Vanaf de start samen optrekken vergroot de kwaliteit van het plan en de acceptatie voor het uiteindelijke resultaat. Het resultaat is dat er een plan ligt (het WUP: keuze van warmteopties), waarover het omgevingsgesprek gevoerd is en verschillende belangen zijn benoemd en afgewogen. Om tot dit resultaat te komen worden de volgende stappen doorlopen: 1. Er is ambtelijk en bestuurlijk commitment voor het projectplan WUP, waarbij de uitgangspunten en werkwijze van dit Plan van aanpak leidend zijn. 2. Er is passende ondersteuning (in personen en/of instrumenten) bij het voeren van het juiste gesprek met inwoners van een wijk om te komen tot een warmteoplossing. 3. We voeren een omgevingsanalyse uit. De omgevingsanalyse brengt de impact van het voornemen in beeld en het effect daarvan op de omgeving. 4. We stellen een participatieplan op. a. De initiatiefnemer geeft op basis van de omgevingsanalyse aan welke participatie(activiteiten) het beste bij het initiatief past waardoor wij borgen dat de juiste mensen (representativiteit van de wijk) aan tafel zitten. 5. We voeren een omgevingsgesprek.
We gaan, via een onafhankelijke gesprekleider, in gesprek over kansrijke warmteopties. Dit is een open constructief gesprek, gericht op een goede informatievoorziening, het uitwisselen van standpunten en eventuele vervolggesprekken. Als gemeente zijn wij, net als alle andere belanghebbende één van de deelnemers van het gesprek. De onafhankelijk gespreksleider zorgt dat er voldaan wordt aan de ‘De kern van participatie’ en ‘uitgangspunten’ zoals beschreven staan aan het begin van hoofdstuk 5. 6. We maken een participatieverslag. De initiatiefnemer legt de resultaten van de participatie vast en neemt daar alle voorgaande stappen in mee (logboek). Het participatieverslag maakt onderdeel uit van het WUP. 7. De initiatiefnemer koppelt terug en werkt uit wat is opgehaald, beoordeelt en legt vast.
7
6
Communicatie
Goede participatie valt of staat ook met zorgvuldige communicatie. Voor het WUPproces werken wij volgens een werkwijze passend bij het hoogste participatielevel (level 3). Op basis van het gekozen level wordt het communicatietraject uitgewerkt. Uitgangspunten bij communicatie zijn: We zorgen ervoor dat beslissingen (gedurende het zoekproces van de bewoners) transparant en traceerbaar zijn. Dit vraagt een goede communicatie strategie; We zorgen dat alle belanghebbenden gelijke kansen hebben om deel te nemen aan het (beleids) proces door een zorgvuldige communicatie. We informeren de ‘omgeving’ breed. In de communicatie- en participatiestrategie, die onderdeel uitmaken van het WUP, worden bovenstaande uitgangspunten uitgewerkt in een kernboodschap, de te kiezen communicatiemiddelen (per doelgroep), een communicatieplanning en de organisatie van de communicatie
7
Bestuurlijke- en/of besluitvormingsresultaten
Een WUPproces is een intensief, o.a. langdurig in tijd en ingrijpend in de fysieke ruimte, en integraal traject. Hierdoor is het ambtelijk en bestuurlijk inbedden van de resultaten en producten zoals beschreven in de voorgaande hoofdstukken van belang voor een zorgvuldige uitvoering van het WUPproces (2 jaar) en de daadwerkelijke uitvoering van het WUP. Het WUP is een belangrijke bouwsteen voor de onderbouwing van het besluit tot wijziging van het omgevingsplan. De inhoud van het WUP vormt een belangrijke basis voor de regels die in het omgevingsplan worden vastgelegd. In het Omgevingsplan worden de consequenties van de gekozen warmteopties uit het WUP voor gebouwen en infrastructuur vastgelegd. Het omgevingsplan is het juridische sluitstuk van beleidskeuzen die in het WUP zijn gemaakt. Zodra de Wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie (Wgiw) in werking treedt (verwachting: juli 2024) krijgt de gemeente een aanwijsbevoegdheid. Dat betekent dat er gebieden aangewezen kunnen worden die voor een bepaalde datum overgaan op een duurzaam alternatief ter vervanging van aardgas. Om bovenstaande zorgvuldig in de organisatie in te bedden worden de volgende verantwoordelijkheden neergelegd bij het MT, College en de Raad. 1. Managementteam Ruimte: a. geeft goedkeuring aan Projectplan WUP dat is opgesteld op basis van dit Plan van aanpak. 2. College en Raad: a.
College neemt besluit om te starten met het WUPproces op basis van het Plan van aanpak. b. College neemt besluit om een - zwaarwegend - advies aan de gebouweigenaren in het plangebied te vragen over kansrijke warmteopties. c. College informeert de raad over de start van het WUPproces. d. College informeert de raad over de voortgang van het WUPproces via de reguliere ‘voortgangsrapportage programma energie en warmte’ die zij jaarlijks ontvangt.
8
e. College neemt besluit over het opgestelde WUP naar aanleiding van het doorlopen WUPproces. f.
College informeert de raad over vastgestelde WUP.
g. Raad besluit over regels die vanuit het WUP vastgesteld moeten worden in een Omgevingsplan. Zoals in hoofdstuk 4 is aangegeven maakt het vaststellen van het Omgevingsplan geen onderdeel uit WUP.
9
Bijlage 1: Uitgangspunten Inhoudelijke uitgangspunten uit de Transitievisie energie en warmte
De transitie is en blijft betaalbaar voor alle inwoners van de gemeente Epe; Er is oog voor het landschap en de leefomgeving in de gemeente Epe; CO2 reductie staat centraal Collectieve oplossingen prioriteit
Proces Uitgangspunten uit de Transitievisie energie en warmte
We willen in gezamenlijkheid gedragen keuzes maken. Inwoners gelegenheid krijgen om mee te denken en te doen; Inwoners hebben de mogelijkheid financieel te participeren in de transitie; Voorzichtige start én ruimte om later op te schalen (S-curve) Rol van de gemeente: proces en integrale regisseur o Integrale regisseur: combineren van opgaven. o Procesregisseur: veel overleg met veel belanghebbenden. Gemeente is dienstbaar aan het (ontwerp)proces van de bewoners o En: Sturende regisseur: snelheid, minder mensen betrekken Voorstel: we nemen de volgende rollen aan Bij de start/verkenning fase: integrale regisseur. Check of er andere opgaven zijn Daarna primair zijn we de Proces regisseur ivm uitgangspunt ‘Inwoners gelegenheid krijgen om mee te denken en te doen’ Als snelheid nodig is, ivm het benutten van ‘geen spijt ‘kansen die op korte termijn aan de orde zijn, zijn we sturende regisseur waarbij we de stakeholders uiteraard aangeven dat we deze rol voor 1 bepaald onderwerp op ons nemen
Proces uitgangspunten college akkoord
Grondhouding: transparant, menselijk en doelgericht Gebruik maken van de kennis en kunde in de samenleving. Transparante en actieve communicatie Tijdig betrekken van de samenleving bij het ontwikkelen en uitvoeren van plannen en het oplossen van problemen Aandacht voor een goede verdeling van de lusten en de lasten Samenwerking met en draagvlak in de samenleving is belangrijk om de doelen te halen
Aanvullende Proces uitgangspunten
In aanvulling op het uitgangspunt ‘Inwoners gelegenheid krijgen om mee te denken en te doen’ o Eigenaarschap zowel qua proces als inhoudelijk. De warmtetransitie onderscheidt zich van veel andere beleidsprocessen doordat deze transitie letterlijk bij mensen in huis komt: anders koken, aanpassingen in de isolatie, anders verwarmen. Het is dus cruciaal dat iedereen meedoet. Eigenaarschap vanaf het begin, startend met zowel het inrichten van het participatie proces áls het keuze proces naar kansrijke warmteopties, is daarom van belang o Wijk/dorp adviseert de raad over warmteopties. Uitspraak raad aan het begin over hoe ze omgaan met warmte optie(s) keuze. Eigenaar-bewoners moeten, afhankelijk van welke technische oplossing wordt 10
o
o
gekozen, maatregelen treffen in hun huis. Voor sociale huurders geldt dat zij moeten instemmen met verbouwingen. Alleen communicatie, of een participatieaanpak zonder helderheid wat er met de door de bewoners aangedragen keuzes gedaan wordt, is niet voldoende om hen hiervoor te motiveren. Het vraagt daarom om een persoonlijke, op verdergaande betrokkenheid gebaseerde, aanpak. Én een uitspraak van de raad over wat er met de uitkomsten gedaan wordt. Participatie is dus vooral gericht op de inhoudelijke keuze van de warmteopties, (nog)? Niet op het volledige WUP Conflict is contact. In transities, en zeker een transitie als deze – die zo dichtbij mensen komt: in huis, ontstaan conflicten. Onze basishouding bij conflicten in de processen in de wijken/dorpen is: Conflict is contact. Een conflict is een moment waarop we de samenwerking kunnen verbeteren door het ‘goede gesprek’ met elkaar aan te gaan. We luisteren naar wat er achter het conflict zit. Waar komt het wantrouwen vandaan? Openen flexibel planproces. Teveel werken met deadlines kan leiden tot conflicten in het proces (‘ de gemeente wil het er voor de zomer doorheen drukken’). Dit helpt niet in het vertrouwen
Kabinetsvisie burgerbetrokkenheid In de brief van 17 mei 2023 geeft het kabinet aan wat zij verstaan onder burgerbetrokkenheid: “In de kern gaat burgerparticipatie hier over het vergroten van de betrokkenheid van burgers bij het ontwikkelen van beleid, bij publieke besluitvorming, bij het realiseren van energietransitie projecten en activiteiten op het terrein van de klimaatopgave. Het gaat erom dat mensen, individueel of georganiseerd, direct of indirect, ruim op tijd de kans krijgen om betrokken te kunnen zijn, mee te denken of invloed uit te oefenen op collectieve vraagstukken die hen aangaan. Het kan ook dat ze eigenaar van de oplossing zijn, of een alternatieve oplossing voor het beleidsdoel bieden. En dat dus niet alleen in het stadium van concrete projecten, maar juist ook in de beleids-, plan- en ontwikkelfase. Bij participatie gaat het er namelijk niet om dat je als initiatiefnemer of als overheid al direct een plan presenteert, maar om een plan samen met de omgeving vorm te geven.” Het kabinet heeft 10 uitgangspunten opgesteld voor burger betrokkenheid. Deze uitgangspunten zijn opgesteld in lijn met het wetsvoorstel versterking participatie op decentraal niveau. Uitgangspunten 5, 7, 8, 9 en 10 zijn accenten in de geest van het wetsvoorstel daarin vanuit de energietransitie. De tien uitgangspunten: “1.
Maak vooraf heldere afspraken over politieke of bestuurlijke inbedding en opvolging. De representatieve democratie is het uitgangspunt. Het is daarom van belang dat participanten vooraf weten hoe de uitkomsten meewegen in besluitvorming en dat zij na de besluitvorming horen welke keuzes hun bestuur met welke afwegingen heeft gemaakt. Daarbij hoort ook een heldere en logische rolverdeling tussen alle betrokken overheidslagen. 2. Zorg voor een duidelijk doel en transparant proces. Om een participatietraject te laten slagen, is het belangrijk dat er een duidelijk en transparant proces is. Mensen moeten op de hoogte zijn van het doel, de spelregels en de ruimte om te participeren. 3. Ieder vraagstuk is uniek en vraagt om (lokaal) maatwerk. Participatie is maatwerk en vraagt altijd om een eigen mix van participatie-instrumenten, zoals buurtgesprekken, burgerfora of digitale participatie, die aansluit op de verschillende behoeften van mensen ten opzichte van beleid, processen en projecten. 11
4. Bied ruimte voor maatschappelijk initiatief. Inwoners willen ook buiten de georganiseerde participatietrajecten invloed en zeggenschap uitoefenen in hun directe leefomgeving via maatschappelijke initiatieven. Van het bestuur en de ambtelijke organisatie is daarom een open houding en uitnodigende houding naar maatschappelijke initiatieven nodig. 5. Betrek inwoners vroegtijdig en communiceer actief. Zorg ervoor dat een proces niet in beton gegoten is om echt ruimte te bieden voor maatwerk. Communiceer ook actief met inwoners die niet deelnemen aan het participatieproces. 6. Representativiteit en inclusiviteit. Zorg ervoor dat de samenstelling van de groep deelnemers een goede afspiegeling van de bevolking in de omgeving is. Hoe lastig ook, het streven moet zijn dat alle burgers – ook moeilijk te bereiken groepen – betrokken zijn en gelijkwaardig deel kunnen nemen. 7. Beschikbare tijd, geld, kennis en menskracht afstemmen op de zwaarte van het participatieproces. De beschikbare capaciteit bij de organisatie die de participatie organiseert moet overeenkomen met wat nodig is voor het uitvoeren en opvolgen van een participatietraject 8. Stimuleer lokaal eigendom bij projecten voor hernieuwbare energie op land. Door lokaal eigenaarschap kunnen inwoners mee profiteren van, en zeggenschap hebben over de baten van lokale energieprojecten. 9.
Participatie moet plaatsvinden in samenhang met andere projecten. Inwoners ervaren projecten niet los van elkaar, maar zien meerdere veranderingen tegelijkertijd in hun leefomgeving. Waar mogelijk vindt participatie in logische samenhang met andere energieprojecten en trajecten plaats. 10. Evalueer om te leren van opgedane ervaringen.”
Bijlage 2: Participatiebeleid gemeente Epe: ‘Samen werken aan een plan’
Participatiebeleid 'Samen werken aan een plan' (link is extern) Bijlage 1: Infographic proces omgevingsoverleg(link is extern) Bijlage 2: Stappenplan en checklist omgevingsgesprek (link is extern) Bijlage 3: Overzicht omgevingsgesprek(link is extern)
12