819965 Toelichting BP Waeghuys
Tekst van het document
BESTEMMINGSPLAN ‘'t Waeghuys Epe’
Planstatus: ontwerp Datum: 2022-12-23 IMRO code: NL.IMRO.0232.EPE043Waeghuys-OBP1
Buro Stedenbouw bv Kerkplein 5 8121 BM Olst T 0570 563083 www.burostedenbouw.nl
TOELICHTING
Inhoudsopgave Inhoudsopgave ................................................................................................................... 4 1 Inleiding ............................................................................................................................ 5 1.1 Aanleiding en doel ......................................................................................................................... 5 1.2 Ligging en begrenzing plangebied ............................................................................................... 5 1.3 Geldend bestemmingsplan ........................................................................................................... 6 1.4 Opzet van de toelichting................................................................................................................ 7
2 Beschrijving van de huidige en toekomstige situatie .................................................... 8 2.1 Inleiding ......................................................................................................................................... 8 2.2 Ontstaansgeschiedenis ................................................................................................................. 8 2.3 Huidige situatie .............................................................................................................................. 9 2.4 Toekomstige situatie ................................................................................................................... 10 2.5 Strijdigheid met het geldende bestemmingsplan ....................................................................... 13
3 Relevant ruimtelijk beleid .............................................................................................. 14 3.1 Inleiding ....................................................................................................................................... 14 3.2 Europees beleid .......................................................................................................................... 14 3.3 Rijksbeleid ................................................................................................................................... 14 3.4 Provinciaal beleid ........................................................................................................................ 17 3.5 Gemeentelijk beleid ..................................................................................................................... 18 3.6 Conclusie relevant ruimtelijk beleid ............................................................................................. 22
4 Milieu- en omgevingsaspecten ..................................................................................... 23 4.1 Inleiding ....................................................................................................................................... 23 4.2 Bodem ......................................................................................................................................... 23 4.3 Bedrijven en milieuzonering ........................................................................................................ 26 4.4 Verkeer en parkeren .................................................................................................................... 27 4.5 Geluid .......................................................................................................................................... 28 4.6 Luchtkwaliteit ............................................................................................................................... 30 4.7 Water ........................................................................................................................................... 31 4.8 Ecologie .......................................................................................................................................
33 4.9 Archeologie en cultuurhistorie .................................................................................................... 35 4.10 Externe veiligheid ...................................................................................................................... 37 4.11 Besluit Milieu-effectrapportage .................................................................................................. 39 4.12 Conclusie milieu- en omgevingsaspecten ................................................................................ 41
5 Toelichting op de regels ................................................................................................ 42 5.1 Inleiding ....................................................................................................................................... 42 5.2 Opzet regels ................................................................................................................................ 42 5.3 Nadere toelichting op de regels .................................................................................................. 44
6 Financiële uitvoerbaarheid ............................................................................................ 45 6.1 Inleiding ....................................................................................................................................... 45 6.2 Exploitatie .................................................................................................................................... 45
7 Maatschappelijke uitvoerbaarheid ................................................................................ 46 7.1 Inleiding ....................................................................................................................................... 46 7.2 Participatie ................................................................................................................................... 46 7.3 Overleg ........................................................................................................................................ 46 7.4 Zienswijzen .................................................................................................................................. 46
1. Inleiding 1.1 Aanleiding en doel Zorginstelling Korian Nederland wil 't Waeghuys, een monumentaal pand aan de Sint Antonieweg 20 in Epe, ombouwen tot een kleinschalige particuliere woonzorginstelling voor ouderen met een indicatie vanuit de Wet langdurige zorg (Wlz) en met dementie en geheugenproblemen in het bijzonder. In het bestaande gebouw van 't Waeghuys en een beoogde uitbreiding daarvan worden 32 zorgeenheden en diverse ruimtes voor samenkomsten van bewoners gerealiseerd. Het terrein rondom de bebouwing wordt ingericht als tuin met een hoge verblijfskwaliteit voor de bewoners. 't Waeghuys kent een lange historie. Oorspronkelijk is het gebouwd als een hotel tegenover het station van Epe. Na het opheffen van de spoorlijn heeft het pand verschillende functies gehad, die allen hun sporen in het gebouw hebben nagelaten. De initiatiefnemer heeft gezocht naar een nieuwe en passende functie voor het gebouw, met als doel 't Waeghuys in oude glorie te kunnen herstellen en te behouden voor de toekomst. Door het zoveel mogelijk handhaven van voor het gebied karakteristieke bomen sluit de herinrichting van het terrein zo goed mogelijk aan bij de bestaande groene omgeving. Met de herontwikkeling wordt tevens het monumentale pand 't Waeghuys, dat op dit moment in een bouwkundig slechte staat verkeerd, behouden voor Epe.
Voorts voorziet het bestemmingsplan in de bouw van twee vrijstaande woningen. Deze ontwikkeling is in strijd met het geldende bestemmingsplan 'Centrum Epe'. Voorliggend bestemmingsplan vormt het nieuwe planologische kader om de herbestemming van 't Waeghuys en de bouw van de twee vrijstaande woningen mogelijk te maken. Het bestemmingsplan en de omgevingsvergunning worden gecoördineerd vastgesteld, zoals bedoeld in artikel 3.30 van Wet ruimtelijke ordening.
1.2 Ligging en begrenzing plangebied Het plangebied ligt in het noordoostelijke deel van het centrum van Epe, aan de Sint Antonieweg. De Sint Antonieweg vormt samen met de Quickbornlaan, Lohuizerweg, Beekstraat, Hoofdstraat, Sint Jorisstraat en de Stationsstraat de hoofdontsluitingsstructuur van het centrum van Epe. Het plangebied wordt aan de noord- en zuidzijde omgeven door woonpercelen, ten zuidwesten van het plangebied is een uitvaartcentrum gevestigd. Aan de westzijde wordt het plangebied begrensd door de Dominee Prinsweg en aan de oostzijde door de Sint Antonieweg.
23 december 2022 | Bestemmingsplan ‘’t Waeghuys Epe’ | Buro Stedenbouw
5
Ligging van het plangebied aangegeven op de topografische kaart (Bron: www.opentopo.nl) Het plangebied bestaat uit meerdere kadastrale percelen met de nummers gemeente Epe, sectie U, nummers 7464, 7466 en 8348 (gedeeltelijk). De gezamenlijke oppervlakte van deze percelen bedraagt circa 5260 m².
1.3 Geldend bestemmingsplan Voor het plangebied geldt het bestemmingsplan 'Centrum Epe', dat is vastgesteld op 20 juni 2013. Het plangebied heeft in dit bestemmingsplan grotendeels de bestemming 'Kantoor' en is ter plaatse van de bestaande bebouwing voorzien van een bouwvlak. Aan de Dominee Prinsweg is het plangebied gedeeltelijk bestemd voor 'Wonen'. De gronden langs de Sint Antonieweg en de Dominee Prinsweg zijn bestemd als 'Tuin'. Tevens geldt voor het hele plangebied de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie - 1'.
23 december 2022 | Bestemmingsplan ‘’t Waeghuys Epe’ | Buro Stedenbouw
6
Uitsnede van de verbeelding van het bestemmingsplan 'Centrum Epe' (Bron: www.ruimtelijkeplannen.nl).
1.4 Opzet van de toelichting Het tweede hoofdstuk van deze toelichting geeft een beschrijving van de bestaande- en toekomstige situatie en het gewenste planologische regime. In het derde en vierde hoofdstuk wordt het bestemmingsplan getoetst aan respectievelijk het relevante ruimtelijke beleid en de milieu- en omgevingsaspecten. Hoofdstuk vijf bevat een toelichting op de regels. In hoofdstuk zes en zeven komen achtereenvolgens de financiële en maatschappelijke uitvoerbaarheid aan de orde.
23 december 2022 | Bestemmingsplan ‘’t Waeghuys Epe’ | Buro Stedenbouw
7
2 Beschrijving van de huidige en toekomstige situatie 2.1 Inleiding In dit hoofdstuk wordt de bestaande en toekomstige situatie van het plangebied beschreven.
2.2 Ontstaansgeschiedenis De onderstaande topografische kaarten laten (de transformatie van) het landschap van de afgelopen 150 jaar zien. Epe heeft zich tot begin 1900 ontwikkeld als lintdorp langs de verschillende belangrijke uitvalswegen richting Apeldoorn en Heerde. Tussen deze bebouwingslinten zijn er stapsgewijs wijkjes gebouwd en zijn de contouren van het huidige Epe gevormd. De kern Epe heeft zich in de jaren uitgebreid richting het oosten en rond 1965 de stap over het spoor gemaakt. Rond 1970 heeft het spoor plaatsgemaakt voor een recreatief fietspad van Het Loo in Apeldoorn naar Heerde.
Topografische kaarten van omstreeks 1880 en 1906 (bron: www.topotijdreis.nl) 't Waeghuys is gebouwd in 1941, op de plek van het voormalige Hotel Veluwe. Het ontwerp is gemaakt door architect Joh. Dalmolen uit Epe. De naam Waeghuys herinnert aan de tijd dat er ter plaatse van het plangebied een varkenswaag gevestigd was. Beide gebouwen, Hotel Veluwe en 't Waeghuys, kennen een rijke plaatselijke geschiedenis, onder andere de oprichting van de Boerenbond in 1911, openbare veilingen en knokpartijen.
23 december 2022 | Bestemmingsplan ‘’t Waeghuys Epe’ | Buro Stedenbouw
8
Het gebouw is oorspronkelijk gebouwd als hotel tegenover het toenmalige treinstation van Epe. Tot circa 1947 heeft het hotel goed gefunctioneerd. In dat jaar kwam er een eind aan de treinverbinding van Apeldoorn naar Zwolle, via Epe en Heerde. Hiermee verloor het hotel zijn functie. In 1949 werd ’t Waeghuys verkocht aan de Gist- en Spiritusfabriek uit Delft om dienst te doen als vakantieverblijf voor het personeel. Bij een veiling in 1955 kwam het gebouw in handen van het confectiebedrijf Slebos uit Elburg, waarmee definitief een eind kwam aan het horecabedrijf.
Briefkaart van het toenmalige hotel 'In 't Waeghuys'. De gemeente Epe heeft in de jaren '60 onderzocht of het gebouw geschikt zou zijn om te gebruiken als gemeentehuis. Het gebouw voldeed echter niet aan de gestelde eisen. Sinds 1978 is het pand in eigendom van de huidige eigenaar en wordt het bewoond door een aantal individuele huurders.
2.3 Huidige situatie Stedenbouwkundige structuur Het plangebied ligt aan de Sint Antonieweg, ten noordoosten van het centrum van Epe. De Sint Antonieweg is onderdeel van de hoofdontsluitingsstructuur van het dorp en bestaat uit een rijbaan voor het autoverkeer in noordelijke richting. Langs de weg staan op regelmatige afstand forse, volgroeide Hollandse Lindes. De omgeving van het plangebied bestaat voornamelijk uit grote, karakteristieke villa's van één tot twee bouwlagen met een kap omgeven door een veelal groen ingerichte tuin. De tuinen en de laanbeplanting langs de Sint Anthonieweg geven de omgeving een groen karakter.
23 december 2022 | Bestemmingsplan ‘’t Waeghuys Epe’ | Buro Stedenbouw
9
Zicht over de Sint Antonieweg in noordelijke richting, met aan de linkerzijde van de weg 't Waeghuys. Aan de westzijde wordt het plangebied begrensd door de Dominee Prinsweg. Deze erfontsluitingsweg ontsluit verschillende woningen. Het achterterrein van het 't Waeghuys wordt ook ontsloten op deze weg.
Dominee Prinsweg, gezien in zuidelijke richting.
2.4 Toekomstige situatie Programma De voorgenomen ontwikkeling omvat de realisatie van een particuliere woonzorginstelling voor ouderen met een Wlz-indicatie, bestaande 18 zorgeenheden in het monumentale pand van 't Waeghuys en 14 zorgeenheden in een nieuw te bouwen gebouw aan de zijde Dominee Prinsweg. 23 december 2022 | Bestemmingsplan ‘’t Waeghuys Epe’ | Buro Stedenbouw
10
Het hoofdgebouw, het monumentale Waeghuys, wordt gerenoveerd en in de oude glorie hersteld. Intern worden er verspreid over de verdiepingen, 18 zorgwoningen en verschillende gezamenlijke ruimtes gerealiseerd. Verder worden ten noorden van 't Waeghuys aan de Sint Antonieweg en ten zuiden van 't Waeghuys aan de Dominee Prinsweg twee vrijstaande woningen gerealiseerd. Bouwplan Het bestaande pand van 't Waeghuys is in de loop van de tijd vele keren verbouwd voor de vele functies die het heeft gehad. De laatste jaren stond het gebouw leeg en is het in verval geraakt. In de huidige bouwkundige staat voldoet het niet aan de eisen die aan de nieuwe functie worden gesteld. Om het behoud van het pand zo goed mogelijk te garanderen is het pand in 2012 aangewezen als gemeentelijk monument. Om deze reden heeft de initiatiefnemer ervoor gekozen op zorgvuldige wijze een bouwplan op te laten stellen. Voorafgaand hieraan zijn de architect en de Erfgoedcommissie van de gemeente Epe op de locatie met elkaar in gesprek gegaan over de monumentale waarden van 't Waeghuys. Deze waarden zijn nader onderzocht en vastgelegd in een bouwhistorische verkenning. De bouwhistorische verkenning bevat een beschrijving van de ontwikkeling van Epe in relatie tot het ontstaan van 't Waeghuys en kent een uitgebreide beschrijving van de huidige staat van het exterieur en het interieur van 't Waeghuys.
In deze beschrijvingen worden de oorspronkelijke onderdelen (wanden, vloeren, deuren, ramen en kozijnen) van het gebouw beschreven en wordt beoordeeld wat de staat ervan is. Op basis van de verkenning is in overleg met de Erfgoedcommissie een bouwplan voor de herontwikkeling van het gebouw gemaakt, waarbij de oorspronkelijke bouwdelen zo veel mogelijk zijn geïntegreerd in het bouwplan. De bouwhistorische verkenning is als bijlage 1 opgenomen in de bijlagen bij toelichting.
Gevelaanzichten van 't Waeghuys en de uitbreiding aan de westzijde (bron: De Bruin Architecten bv BNA)
23 december 2022 | Bestemmingsplan ‘’t Waeghuys Epe’ | Buro Stedenbouw
11
Het bouwplan voorziet in het herstel van de oorspronkelijke gevels, zodat het exterieur weer zoveel mogelijk in oorspronkelijke staat wordt hersteld. Voor het het indelen van het interieur van de nieuwe appartementen is, gezien de hedendaagse eisen die worden gesteld aan de nieuwe functie van 't Waeghuys, geprobeerd zo dicht mogelijk bij de oorspronkelijke plattegronden te blijven. Aan de westzijde van het monumentale pand wordt een uitbreiding gerealiseerd. Deze uitbreiding staat los van het bestaande pand en is er met een tussenlid op de begane grond mee verbonden. In het ontwerpproces is zorgvuldig gekeken naar de samenhang tussen het nieuwe gebouw en de bebouwing van 't Waeghuys. De uitbreiding is in omvang en architectonische uitstraling ondergeschikt aan het 't Waeghuys, zodat dit het belangrijkste gebouw in het plangebied blijft.
Vogelvlucht geeft een impressie van de toekomstige situatie (bron: De Bruin Architecten bv BNA) Inrichtingsplan Ten behoeve van het nieuwe gebruik van 't Waeghuys is een inrichtingsplan opgesteld. De ruimte rondom het monumentale pand wordt ingericht als verblijfsruimte voor de bewoners en bestaat uit een tuin met bloeiende borders, wandelpaden en een terras. De ruimte aan de voorzijde, langs de Sint Antonieweg, wordt ingericht voor de ontsluiting van het terrein en het parkeren. Aan de achterzijde, langs de Dominee Prinsweg heeft het terrein een meer functionele inrichting. Er wordt een achterpad gerealiseerd met aan weerszijden gras ten behoeve van de waterberging. Langs de Dominee Prinsweg worden twee parkeerplaatsen aangelegd. Met het inrichtingsplan worden zoveel mogelijk bestaande bomen behouden.
23 december 2022 | Bestemmingsplan ‘’t Waeghuys Epe’ | Buro Stedenbouw
12
Inrichtingsplan voor 't Waeghuys (bron: Buro Stedenbouw) Ten behoeve van de het bouwplan en het inrichtingsplan is een beeldkwaliteitsplan opgesteld. Het beeldkwaliteitsplan is als bijlage 2 opgenomen in de bijlagen bij toelichting.
2.5 Strijdigheid met het geldende bestemmingsplan De voorgenomen ontwikkelingen zijn wat betreft het bouwen en gebruiken strijdig met het geldende bestemmingsplan. Voor het plangebied gelden in het bestemmingsplan 'Centrum Epe' de bestemmingen 'Kantoor', 'Tuin' en 'Wonen'. Deze regels van deze bestemming staan het gebruik van gronden en gebouwen ten behoeve van een woonzorginstelling en het bouwen van de uitbreiding en twee vrijstaande woningen niet toe.
23 december 2022 | Bestemmingsplan ‘’t Waeghuys Epe’ | Buro Stedenbouw
13
3. Relevant ruimtelijk beleid 3.1 Inleiding Dit hoofdstuk beschrijft, voor zover van belang, het relevante ruimtelijke beleid. Naast de belangrijkste algemene uitgangspunten worden de specifieke voor dit plangebied geldende uitgangspunten weergegeven. Het beleid is in dit bestemmingsplan afgewogen en doorvertaald op de verbeelding en in de regels.
3.2 Europees beleid 3.2.1 Kaderrichtlijn Luchtkwaliteit In de Europese Kaderrichtlijn Luchtkwaliteit worden de grondbeginselen van het Europese luchtkwaliteitsbeleid gegeven. De doelstellingen van dit beleid zijn het omschrijven en vastleggen van de luchtkwaliteit om de schade voor mens en milieu te voorkomen, verhinderen of te verminderen, de luchtkwaliteit te kunnen beoordelen, de bevolking te kunnen informeren over de kwaliteit van de lucht en het in stand houden van of verbeteren van de kwaliteit. In hoofdstuk 5 van de Wet milieubeheer (Wm) van 15 november 2007 is de Europese kaderrichtlijn opgenomen in Nederlandse wetgeving. In paragraaf 4.6 worden de gevolgen voor de luchtkwaliteit beschreven als gevolg van het realiseren van het plan. 3.2.2 Kaderrichtlijn Water De Europese Kaderrichtlijn Water (2000/60/EG) is op 22 december 2000 in werking getreden en is bedoeld om een gecoördineerd beheer in alle Europese stroomgebieden te realiseren, de waterkwaliteit verder te verbeteren en het publiek sterker bij het waterbeheer te betrekken. De Kaderrichtlijn Water omvat regelgeving ter bescherming van het binnenlandse oppervlaktewater, overgangswateren (waaronder estuaria worden verstaan), kustwateren en grondwater. De gevolgen voor de realisatie van het plan worden beschreven in paragraaf 4.7.
3.2.3 Natura 2000 Om de natuur in Europa te beschermen en te ontwikkelen, werken de lidstaten van de Europese Unie (EU) samen aan Natura 2000: een samenhangend netwerk van beschermde natuurgebieden in alle lidstaten. Dit netwerk vormt de hoeksteen van het EU-beleid voor behoud en herstel van biodiversiteit. De Nederlandse bijdrage hieraan bestaat uit 162 gebieden. Natura-2000 omvat alle gebieden die zijn beschermd op grond van de Vogelrichtlijn (1979) en Habitatrichtlijn (1992), die zijn opgenomen in de Wet natuurbescherming. In beide richtlijnen staan ook maatregelen voor soortenbescherming. In paragraaf 4.8 wordt besproken in hoeverre de bestemmingswijziging de aanwezige natuurwaarden raakt. 3.2.4 Verdrag van Malta Het Europese Verdrag van Malta uit 1992 regelt de bescherming van archeologisch erfgoed, de inpassing ervan in de ruimtelijke ontwikkeling en de financiering van opgravingen. Nederland heeft dit verdrag ondertekend en goedgekeurd. Invoering ervan gebeurt onder meer door de Wet op de archeologische monumentenzorg. In paragraaf 4.9 wordt beschreven op welke manier wordt omgegaan met archeologische en cultuurhistorische waarden.
3.3 Rijksbeleid 3.3.1 Nationale Omgevingsvisie Per januari 2021 is de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) van kracht. De NOVI biedt een langetermijnperspectief op de ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland tot 2050. Met de NOVI
23 december 2022 | Bestemmingsplan ‘’t Waeghuys Epe’ | Buro Stedenbouw
14
geeft het kabinet richting aan de grote opgaven die het aanzien van Nederland de komende dertig jaar ingrijpend zullen veranderen. Denk aan het bouwen van nieuwe woningen, ruimte voor opwekking van duurzame energie, aanpassing aan een veranderend klimaat, ontwikkeling van een circulaire economie en omschakeling naar kringlooplandbouw. Alles met zorg voor een gezonde bodem, schoon water, behoud van biodiversiteit en een aantrekkelijke leefomgeving. Met de NOVI benoemt het Rijk nationale belangen, geeft het richting op de vier prioriteiten en helpt keuzes maken waar dat moet. Want niet alles kan overal. Deze visie is ontwikkeld in nauwe samenwerking met provincies, gemeenten, waterschappen, maatschappelijke instellingen en burgers. De NOVI is vastgesteld op grond van de geldende regelgeving omdat de Omgevingswet nog niet in werking is. De NOVI voldoet tevens aan de eisen die de Omgevingswet stelt aan een omgevingsvisie. Zodra de Omgevingswet in werking is getreden, zal deze omgevingsvisie dan ook gelden als de Nationale Omgevingsvisie in de zin van deze wet. Met de komst van de NOVI komen meerdere nationale beleidsstukken te vervallen, waaronder de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) en het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro).
Strategisch relevante delen van de SVIR en het Barro worden echter opgenomen in de NOVI en blijven daarmee ook na inwerkingtreding van de NOVI gelden. Dit bestemmingsplan zal daarom ook aan dit beleid worden getoetst. Gebiedsgericht De NOVI benoemt een aantal aspecten van nationaal ruimtelijk belang. Het betreft de bescherming van de waterveiligheid aan de kust en rond de grote rivieren, bescherming en behoud van de Waddenzee en enkele werelderfgoederen, de uitoefening van defensietaken, het Natuurnetwerk Nederland (voorheen de ecologische hoofdstructuur), de elektriciteitsvoorziening, de toekomstige uitbreiding van het hoofd(spoor)wegennet en de veiligheid rond rijksvaarwegen. In het Barro waren regels opgesteld waarmee deze gebiedsbescherming juridisch verankerd is richting lagere overheden. Via het Besluit ruimtelijke ordening en het Besluit omgevingsrecht zijn deze regels aanvullend vastgelegd. 3.3.2 Realisatieparagraaf National Ruimtelijk Beleid De Wet ruimtelijke ordening (Wro) verlangt niet alleen dat verantwoordelijkheden en belangen worden benoemd, maar ook dat inzichtelijk is hoe deze belangen zullen worden verwezenlijkt. Het Rijk heeft de nationale ruimtelijke belangen opgenomen in de zogenaamde 'Realisatieparagraaf Nationaal Ruimtelijk Beleid'.
Nationale ruimtelijke belangen zijn zaken waarvoor de rijksoverheid een specifieke verantwoordelijkheid neemt, hetgeen blijkt uit de inzet van diverse bevoegdheden en instrumenten om deze belangen te behartigen en te realiseren. Het overzicht van nationale belangen in de Realisatieparagraaf is gebaseerd op een zorgvuldige analyse van de Planologische Kernbeslissingen (PKB's) van het Rijk. De uitspraken in deze PKB's zijn op een beleidsneutrale wijze, dat wil zeggen inhoudelijk ongewijzigd, verwerkt in het overzicht van nationale ruimtelijke belangen, aangevuld en waar aan de orde geactualiseerd. Een beperkt aantal belangen zal worden geborgd met de (toekomstige) AMvB Ruimte. Het Rijk geeft met deze werkwijze een transparante en scherp geselecteerde invulling aan de sturingsfilosofie 'decentraal wat kan, centraal wat moet'. Het resultaat hiervan is een heldere en scherpe markering van datgene wat centraal moet. Hierdoor wordt niet alleen voor medeoverheden duidelijk wanneer afstemming moet worden gezocht met het Rijk, maar wordt ook voor burgers, maatschappelijke en andere private organisaties duidelijk waar het Rijk voor staat. De Realisatieparagraaf heeft de status van structuurvisie.
3.3.3 Ladder voor duurzame verstedelijking Wettelijk kader Doel van de ladder voor duurzame verstedelijking is een goede ruimtelijke ordening door een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. Het Rijk wil met de introductie van de ladder 23 december 2022 | Bestemmingsplan ‘’t Waeghuys Epe’ | Buro Stedenbouw
15
vraaggerichte programmering bevorderen. De ladder beoogt een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle stedelijke ontwikkelingen. De definitie van een stedelijke ontwikkeling is opgenomen in artikel 1.1.1, eerste lid, onder i, van het Bro en luidt als volgt: ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen. In de handreiking staat dat er geen ondergrens is bepaald voor wat een ‘stedelijke ontwikkeling’ is. In een uitspraak van 28 juni 2017 (ECLI:NL:RVS:2017:1724) geeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State een overzicht van gevallen waarbij sprake is van een stedelijke ontwikkeling als bedoeld in in artikel 1.1.1, eerste lid, onder i, van het Bro. Ten aanzien van wonen heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State bepaald dat wanneer een bestemmingsplan voorziet in niet meer dan 11 woningen die gelet op hun onderlinge afstand als één woningbouwlocatie als bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid, van het Bro (definitie van een stedelijke ontwikkeling) geen sprake is van een stedelijke ontwikkeling. In dezelfde uitspraak van Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State wordt het realiseren van een zorgvoorziening wel aangemerkt als een stedelijke ontwikkeling.
In de uitspraak van 6 mei 2015 (ECLI:NL:RVS:2015:1400) heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State bepaald dat in het bestemmingsplan voor een 'intramurale zorgvoorziening, bestaande uit 16 zorgeenheden voor begeleid wonen en een bedrijfswoning met bijbehorende voorzieningen' beschouwd moet worden als een stedelijke ontwikkeling. Als gevolg hiervan dient de behoefte aan zorgeenheden onderzocht te worden en, indien er sprake is van een behoefte, onderzocht te worden of in deze behoefte kan worden voorzien binnen bestaand stedelijk gebied. Onderzoek In het kader van de ladder voor duurzame verstedelijking bestaat de voorgenomen ontwikkeling uit twee onderdelen: wonen en maatschappelijk. Wonen De voorgenomen ontwikkeling betreft de realisatie van minder dan 11 woningen, waardoor toetsing aan de ladder voor duurzame verstedelijking ten aanzien van de woningbouw achterwege kan blijven. Maatschappelijk, zorgvoorziening Voorliggend bestemmingsplan voorziet in een particuliere woonzorginstelling voor ouderen met een Wlz-indicatie, bestaande uit 32 zorgeenheden met bijbehorende voorzieningen. Basis van de uitspraak van 6 mei 2015 van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State is dit een stedelijke ontwikkeling, waarvoor de behoefte onderzocht moet worden. Het onderzoek naar de behoefte is opgesplitst in een kwalitatief en kwantitatief behoefte-onderzoek.
Het kwalitatief onderzoek volgt voor een belangrijk deel uit de Omgevingsvisie 'Natuurlijk goed leven' van de gemeente Epe (zie paragraaf 3.5.1), het gemeentelijke woonbeleid (zie paragraaf 3.5.3) en beleid ten aanzien van wonen en zorg (zie paragraaf 3.5.4). In deze beleidsdocumenten wordt beschreven dat een belangrijke trend is dat de bevolking vergrijsd en dat als gevolg daarvan sprake is van een toenemende zorgbehoefte. In de Woonagenda 2019 - 2023 en de Woonzorgagenda van de gemeente Epe wordt beschreven dat er sprake is van een ontoereikende capaciteit in de intramurale zorg. In de Omgevingsvisie is voorts opgenomen dat de gemeente vooral kansen ziet in een combinatie van beschutwonen en een intramurale voorziening. In Epe zijn diverse woonzorginstellingen aanwezig, van verschillende omvang en achtergrond. Het aantal aanwezige zorgeenheden is per locatie uitgezocht: • • •
WZU Veluwe, locatie De Boskamp: 84 zorgeenheden; Viatence, locatie De Klaarbeek: 32 zorgeenheden; Viatence, locatie De Kleine Antoniehof: 45 zorgeenheden.
23 december 2022 | Bestemmingsplan ‘’t Waeghuys Epe’ | Buro Stedenbouw
16
Gezamenlijk zijn er 161 zorgeenheden aanwezig in de kern Epe. De prognose is dat de zorgvraag de komende jaren oploopt van circa 200 in 2025 naar 400 eenheden in 2050. Op korte termijn is er al sprake van een te kort aan zorgeenheden, waarmee er sprake is van een behoefte aan zorgeenheden. Doelgroepen De voorgenomen ontwikkeling voorziet in 32 zorgeenheden voor een specifieke doelgroep. De woonzorginstelling richt zich met name op ouderen met dementie en geheugenproblematiek. De initiatiefnemer richt zich daarnaast op meer vermogende ouderen. Dit komt met name tot uiting in de huisvesting van de bewoners. In een kleinschalig in gerichte omgeving ruime appartementen gerealiseerd met eigen sanitaire voorzieningen. In de bestaande bebouwing van 't Waeghuys worden verschillende ruimtes ingericht voor bijeenkomsten. De buitenruimte krijgt een parkachtige inrichting met hoge verblijfskwaliteit. Daarnaast wordt er een breed pallet aan zorg verleend, waarbij de nadruk met name ligt op de individuele zorgvraag van de bewoner. De voorgenomen ontwikkeling onderscheid zich op deze manier van het bestaande aanbod aan zorg in Epe.
Bestaand stedelijk gebied In het Bro wordt het bestaand stedelijk gebied als volgt gedefinieerd: bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing voor wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, en de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur. De voorgenomen ontwikkeling voorziet in een behoefte binnen het bestaand stedelijk gebied van Epe. Conclusie De ladder voor duurzame verstedelijking vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan. 3.3.4 Conclusie De voorgenomen ontwikkelingen raken geen nationale ruimtelijke belangen en passen binnen het Rijksbeleid ten aanzien van de ruimtelijke ordening.
3.4 Provinciaal beleid 3.4.1 Omgevingsvisie Gelderland Het provinciale beleid is vastgelegd in de Omgevingsvisie Gaaf Gelderland. De visie is vastgesteld door Provinciale Staten op 19 december 2018 en in werking getreden op 1 maart 2019. In de omgevingsvisie wordt beschreven wat de provincie wil en moet veranderen en ontwikkelen om het Gelderland van nu door te kunnen geven aan de volgende generaties. De provincie zet daarom een gezond, veilig, schoon en welvarend Gelderland centraal. Met ‘Gezond en veilig’ wordt een gezonde leefomgeving met schone en frisse lucht, een schoon milieu, voldoende schoon en veilig (drink)water en de bescherming van flora en fauna bedoeld. Daarnaast wordt ermee bedoeld dat de provincie is voorbereid op klimaatverandering, zoals hitte, droogte, bosbranden en overstromingen. ‘Schoon en welvarend’ betekent dat de provincie een dynamisch, duurzaam en aantrekkelijk woon-, werk- en ondernemersklimaat kent, dat goed bereikbaar is en een goed functionerende arbeidsmarkt heeft met daarbij behorende goede kennis- en onderwijsinstellingen. Het betekent ook het tegengaan van schadelijke uitstoot, afval en uitputting van grondstoffen en het investeren in nieuwe, alternatieve vormen van energie. Aan deze ambitie worden met behulp van de volgende zeven onderwerpen nader richting gegeven: • • • •
Energietransitie: van fossiel naar duurzaam; Klimaatadaptatie: omgaan met veranderend weer; Circulaire economie; sluiten van kringlopen; Biodiversiteit: werken met de natuur;
23 december 2022 | Bestemmingsplan ‘’t Waeghuys Epe’ | Buro Stedenbouw
17
• • •
Bereikbaarheid: duurzaam verbonden; Economisch vestigingsklimaat: een krachtige, duurzame topregio; Woon- en leefomgeving: dynamisch, divers, duurzaam.
Gelderse ladder voor duurzaam ruimtegebruik Het accent van stedelijke ontwikkelingen verschuift van nieuwbouw naar het vitaliseren van bestaande gebieden en gebouwen. Voor een goede afweging van keuzes voor locaties van nieuwe gebouwen staat de Gelderse ladder voor duurzaam ruimtegebruik centraal. Met deze ladder wordt een transparante besluitvorming en een zorgvuldige ruimtelijke afweging nagestreefd. Het gaat om het tijdig afwegen van kansen en mogelijkheden om bestaande gebouwen te benutten bij overwegingen van nieuwe bebouwing. Als juridische basis gebruikt de provincie de ladder voor duurzame verstedelijking die het Rijk heeft vastgelegd in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). In elk bestemmingsplan dat voorziet in een nieuwe stedelijke ontwikkeling dienen gemeenten volgens de rijksladder aan de hand van drie stappen die locatiekeuze te motiveren. Deze rijksladder is van provinciaal belang. Aangezien de juridische borging van de ladder al geregeld is in het Bro, heeft de provincie de ladder niet nogmaals opgenomen in de provinciale omgevingsverordening. In paragraaf 3.3.4 is de Ladder voor duurzame verstedelijking uitgewerkt. 3.4.2 Omgevingsverordening Gelderland De Omgevingsverordening is een van de instrumenten om de ambities uit Omgevingsvisie te realiseren.
Om samen een Gaaf Gelderland te bereiken, wordt de focus bij het uitvoeren van de taken op een duurzaam, verbonden en economisch krachtig Gelderland gelegd. In de verordening zijn alleen regels opgenomen als dit nodig is om de provinciale ambities waar te maken of wettelijke plichten na te komen. Net als de Omgevingsvisie richt de Omgevingsverordening zich op de inrichting en kwaliteit van de Gelderse leefomgeving. Daarom zijn bijna alle regels op het gebied van ruimtelijke ordening, milieu, natuur, water, verkeer en bodem in deze verordening opgenomen. 3.4.3 Conclusie De voorgenomen ontwikkelingen passen binnen het provinciale beleid en voldoen aan de woningbouw afspraken die op regionaal niveau zijn gemaakt.
3.5 Gemeentelijk beleid 3.5.1 Omgevingsvisie Natuurlijk goed leven In de Omgevingsvisie 'Natuurlijk goed leven' komt onder andere het volgende aan de orde. De gemeente Epe kent veel groen, veel natuur en binnen de gemeente zijn mooie dorpen met hun eigen karakter. De gemeente wil daar zorgvuldig mee omgaan. Tegelijkertijd zijn er veel uitdagingen en er moet veel gebeuren: de vraag naar voldoende woningen in een gezonde en sociale leefomgeving, de behoefte aan ruimte voor recreatie, economische groei en diverse duurzaamheidsambities. Dit alles samengenomen vraagt om een integrale aanpak met behoud van de kwaliteiten en waarden. De gemeente wil via de omgevingsvisie samen met inwoners komen tot gedragen, evenwichtige en integrale oplossingen voor ruimtelijke en maatschappelijke opgaven. Door in de omgevingsvisie doelgericht afwegingen en keuzes te maken wordt de visie een richtinggevend instrument. Met de omgevingsvisie wordt iedereen, die actief is in de leefomgeving, geïnspireerd om ideeën waar te maken die passen in onze gedeelde visie. Om initiatieven samen voor elkaar te krijgen, is het belangrijk dat de uitnodiging zo open mogelijk is met zo min mogelijk beperkingen. Tegelijkertijd blijft sturing een belangrijk middel. Het is van belang dat ontwikkelingen elkaar versterken en niet beperken.
Bovendien is het belangrijk om het eigene van de gemeente te behouden: de identiteit en de kernwaarden van Epe.
23 december 2022 | Bestemmingsplan ‘’t Waeghuys Epe’ | Buro Stedenbouw
18
Waardevolle leefomgeving De basis voor de omgevingsvisie is de kwaliteit van de leefomgeving. Iets wat in honderden jaren is ontstaan, gegroeid en opgebouwd. Binnen de gemeente Epe is er brede waardering voor de omgeving. Dit is duidelijk uit het participatieproces naar voren gekomen. Het gaat om een breed spectrum aan kwaliteiten: landschappelijk, monumentaal, natuurlijk. De kern zit in drie waarden: • • •
de rijkdom van natuur met bijbehorende wateren bodemkwaliteit; de kwaliteit en grote afwisseling in het landschap; de rust, de cultuurhistorie en het dorpse karakter.
Opgaven De gemeente is nooit af. Er zijn altijd behoeftes van de samenleving, actuele trends en nieuwe ontwikkelingen en er zijn op dit moment urgente opgaven. Vanuit ‘De samenlevingslaag’ zijn er vier opgaven voor de gemeente. Deze opgaven zijn de uitkomst van enerzijds de analyse van grotere maatschappelijk knelpunten zoals klimaat en biodiversiteit en anderzijds van het participatieproces met inwoners, bestuurders, raadsleden, ambtenaren, ketenpartners en stakeholders. Voor de gemeente Epe gaat het om de volgende opgaven: • • • •
duurzame toekomst; gezondheid, zorg en welzijn; goed wonen; ondernemen.
De vier opgaven zijn niet los van elkaar te zien en hangen op meerdere vlakken samen. Er zijn raakvlakken, maar ook knelpunten. Vooral bij nieuwe ontwikkelingen (energie-installaties, woningbouw, recreatieontwikkeling) zal aan integrale oplossingen gewerkt moeten worden. Ruimtelijke keuzes De waardevolle leefomgeving is het belangrijkste uitgangspunt. Vanuit trends, ontwikkelingen en de opbrengst van het participatieproces zijn de opgaven beschreven. Per kern is dit vertaald in een aantal ruimtelijke keuzes. Voor Epe komen alle opgaven terug. Met name als het om wonen en ondernemen gaat ligt er een grote ambitie. Epe heeft een lange geschiedenis en is ontstaan uit agrarische linten. Bijzonder is dat een aantal groene wiggen tot in het centrum doorlopen. Rondom de grote kerk ligt een waardevol ensemble. In Epe staan vele karakteristieke villa’s waaronder de villa’s langs de Quickbornlaan. Wonen (met zorg) De gemeente heeft een stevige bouwopgave voor woningen. In Epe wordt op meerdere locaties uitgebreid. Landschap en bestaande natuur zijn inspiratie voor ontwikkeling. Er wordt voor alle doelgroepen gebouwd en we zetten in op nieuwe woontypologieën, bijvoorbeeld: flexibele bouw, innovatieve woonconcepten en woon-zorgbuurten met bijzondere nieuwe woonvormen voor ouderen.
3.5.2 Toekomstvisie Epe 2030 De 'Toekomstvisie Epe 2030' is een koersdocument en geeft richting aan de keuzes die de gemeente gaat maken bij tal van maatschappelijke opgaven. De visie geeft een ambitie weer, geeft richting aan, maar geen concrete stappen. De visie gaat uit van de opgaven waar de gemeente nu voor staat, de kansen die er liggen, de ambities die het heeft en de unieke kwaliteiten die Epe in huis heeft. De toekomstvisie nodigt uit tot herijking of vernieuwing van beleid of bevestigt de al ingezette koers. Het is zeker geen blauwdruk voor deze periode, daarvoor is de toekomst te onzeker. Met betrekking tot de voorgenomen ontwikkeling is met name het beleid omtrent ruimte en nieuwe mogelijkheden voor wonen van belang. Ten aanzien van wonen gelden de volgende beleidsuitgangspunten:
23 december 2022 | Bestemmingsplan ‘’t Waeghuys Epe’ | Buro Stedenbouw
19
• • • •
•
faciliteren van nieuwe ontwikkelingen voor wonen en bedrijvigheid in de dorpskernen en het buitengebied; faciliteren van initiatieven tot duurzame energieopwekking en initiatieven tot duurzaam energieverbruik in de samenleving bij burgers, maatschappelijke organisaties en bedrijven. De ruimtelijke inpassing van activiteiten is daarbij een aandachtspunt; met (markt)partijen werken aan een toekomstgericht woonaanbod met voorzieningen met expliciete aandacht voor de groepen 20-35 jarigen, senioren en alleenstaanden; behouden van de identiteit en het karakter van de dorpskernen. Epe en Vaassen ontwikkelen zich naar zogenaamde dynamische kernen, waar een ruim aanbod aan (specifieke) voorzieningen wordt nagestreefd. Ernst en Oene zijn te kenmerken als levendige dorpen met als streven het behoud van de belangrijkste voorzieningen; het realiseren van een aantrekkelijke openbare ruimte van goede kwaliteit als bijdrage aan een goed leef- en verblijfsklimaat van bewoners en bezoekers, met daarbij een accent op de dorpscentra van Epe en Vaassen. Activiteiten zijn onder meer het autoluw maken van verblijfsgebieden en het inrichten van ontmoetingsplekken als een horecaplein in de twee grote kernen.
3.5.3 Woonagenda 2019 - 2023 Het woonbeleid van de gemeente Epe is vastgelegd in de Woonagenda 2019 - 2023. Met de woonagenda werkt de gemeente aan een dynamisch en op de behoefte gericht woonbeleid. Dit houdt in dat de lokale opgave centraal staat. In de Woonagenda Cleantechregio 2018 is hiervoor het startsein gegeven, waarin de nadruk ligt op kwalitatief programmeren. Verder is in deze regionale agenda ook richting gegeven aan het aantal te bouwen woningen in de periode 2018 - 2027. Voor de gemeente Epe zijn dat 755 nieuw te realiseren woningen. Daarnaast vormt het Woonbehoefteonderzoek uit 2017, dat samen met de gemeenten Hattem, Heerde en Woonstichting Triada is opgesteld, de onderlegger van deze nieuwe woonagenda. Aan het woonbeleid liggen zes uitgangspunten ten grondslag, te weten: 1. het Omgevingsbeleid: Dit betekent dat woningbouw altijd onderdeel uitmaakt van de fysieke leefomgeving en de toekomstbestendigheid daarvan. 2. duurzaam voortbouwen op kwaliteit: Woningbouw is onlosmakelijk verbonden met ruimtelijke kwaliteit. Het behouden en versterken van de leefbaarheid van onze kernen is een doel dat nauw samenhangt met woningbouw. 3. beschikbaarheid van voldoende betaalbare woningen: Een woning – zowel huur, als koop moet voor iedereen bereikbaar zijn. Nieuwbouw zal voor een deel dan ook gericht moeten zijn op het goedkope- en betaalbare segment.
Er liggen ook kansen in het duurdere segment, vooral als het gaat om levensloopbestendige woningen voor vooral senioren. Hierdoor ontstaat een verhuisketen en kunnen meerdere woonwensen verzilverd worden. 4. ruimte voor groei: Epe is in trek. Dit is de afgelopen jaren gebleken. Deze groei willen we blijvend faciliteren, vooral als het gaat om het huisvesten van gezinnen, omdat juist zij bijdragen aan het behoud van het voorzieningenniveau. 5. ruimtelijke kwaliteit en het behoud van het groene karakter van de woongebieden: We zetten in op transformatie van leegstaande panden, omdat dit leidt tot een forse kwaliteitsimpuls voor de leefomgeving. Bij inbreiding wordt nadrukkelijk naar het groene karakter van een wijk gekeken. Het klimaat speelt hierin een belangrijke rol. Inbreidingslocaties zullen dan ook beperkt zijn gezien de keuze voor het behoud van het groen in de wijken. Om de volkshuisvestelijke opgave te kunnen realiseren en te kunnen voorzien in de behoefte aan woningen, is uitbreiding een reële optie. 6. kwaliteitsimpuls buitengebied: Dit betreft een voorzetting van het beleid voor vrijkomende gebouwen in het buitengebied en het realiseren van landgoederen. Beiden zijn gericht op het behoud en versterking van het landschap met zijn specifieke kenmerken. In de Woonagenda is dit verdeeld in vijf thema’s.
Deze zijn: het groeiend aantal huishoudens, betaalbaar wonen in de huur, de woningvraag in de koopsector, wonen met zorg en welzijn en duurzaamheid van woningen en woonomgeving. Deze vijf thema’s monden uit in de uitgangspunten
23 december 2022 | Bestemmingsplan ‘’t Waeghuys Epe’ | Buro Stedenbouw
20
voor woningbouw in onze gemeente (thema 6). De uitgangspunten zijn als volgt verwoord. Woningbouw draagt bij aan het behoud en versterken van de ruimtelijke kwaliteit en voorziet in een behoefte. De gemeente onderschrijft de 10-richtinggevende principes over ruimtelijke kwaliteit en wonen zoals deze in de Woonagenda Cleantechregio zijn verwoord. De gemeente richt zich daarbij op het betaalbare- en middeldure segment. Bij nieuwbouw worden drie stappen gehanteerd, te weten: van transformatie naar inbreiding en van daaruit naar uitbreiding. In het tweede deel van de agenda zijn de visie en de uitgangspunten vertaald in kwalitatieve en kwantitatieve kaders voor woningbouwinitiatieven. De kwalitatieve kaders gaan vooral over de doelgroepen, ruimtelijke kwaliteit en de trits transformatie, inbreiding en uitbreiding. In de kwantitatieve kaders wordt ingegaan op de aantallen nieuw te bouwen woningen op grond van de regionale woningbouwafspraken. Bij transformatie en inbreiden in gebieden buiten het kernwinkelcentrum van Epe wordt een prijsdifferentiatie nagestreefd. Voor het bouwen van 1 tot 4 woningen worden geen eisen gesteld aan het prijsklassenbeleid en wordt in overleg met de initiatiefnemer maatwerk geleverd. Onderdeel van de voorgenomen ontwikkeling is dat er twee vrijstaande woningen worden gerealiseerd.
Op grond van de Woonagenda worden er geen eisen gesteld aan dit deel van het programma. Dit deel van het initiatief past daarmee binnen de gemeentelijke kaders voor woningbouwinitiatieven. 3.5.4 Woonzorgagenda gemeente Epe Het gemeentelijk beleid ten aanzien van wonen en zorg is vastgelegd in de Woonzorgagenda gemeente Epe. In de Woonzorgagenda wordt een vertaalslag gemaakt naar de woonzorgopgaven voor de komende jaren voor de gemeente Epe. De gemeente Epe vergrijst en inwoners blijven langer zelfstandig thuis wonen. Daarnaast is het scheiden van wonen en zorg doorgevoerd, wat inhoud dat het wonen en de zorg apart worden gefinancierd. Deze ontwikkelingen hebben gevolgen voor de vraag en het aanbod naar geschikte woningen in combinatie met passende zorg en ondersteuning. De veranderende woonbehoeften van onze inwoners zorgen ervoor dat we als gemeente hierop moeten inspelen en dat begint bij het ontwikkelen van een Woonzorgagenda. In paragraaf 3.3.4 is de toekomstige behoefte aan woonzorgwoningen beschreven, zowel in kwalitatieve als in kwantitatieve zin. De Woonzorgagenda geeft de kaders over op welke manier de gemeente en initiatiefnemers deze behoefte kunnen invullen. De voorgenomen ontwikkeling past binnen de Woonzorgagenda. 3.5.5 Conclusie De voorgenomen ontwikkeling past op verschillende manieren binnen de uitgangspunten van de Omgevingsvisie.
Programmatisch wordt met de realisatie van 32 zorgeenheden invulling gegeven aan de gemeentelijke ambities om te voorzien in woon-zorgvoorzieningen voor ouderen. Met de toenemende vergrijzing van de bevolking van de gemeente, neemt de behoefte aan deze voorzieningen toe. De toename van deze behoefte wordt onderkend in de in de Omgevingsvisie, maar zeker ook in het beleid ten aanzien van wonen, zoals verwoord in de Woonvisie 2013 en de Woonagenda 2019 - 2023, en wonen met zorg, zoals verwoord in de Woonzorgagenda. De woonomgeving van Epe wordt alom gewaardeerd. De aanwezige natuurlijke en cultuurhistorische waarden spelen hierbij een belangrijke rol. Met de voorgenomen ontwikkeling wordt er aan een gemeentelijk monument een nieuwe invulling gegeven, die toekomst gericht is en waarmee het behoud van het gemeentelijke monument geborgd is. Hiermee wordt voorzien in het behoud van de identiteit en het karakter van Epe en het realiseren van een goede ruimtelijke kwaliteit als bijdrage aan een goed leef- en verblijfsklimaat van bewoners en bezoekers van de gemeente.
23 december 2022 | Bestemmingsplan ‘’t Waeghuys Epe’ | Buro Stedenbouw
21
3.6 Conclusie relevant ruimtelijk beleid Het relevante ruimtelijke beleid van het Rijk, de provincie en de gemeente vormen geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan.
23 december 2022 | Bestemmingsplan ‘’t Waeghuys Epe’ | Buro Stedenbouw
22
4. Milieu- en omgevingsaspecten 4.1 Inleiding In dit hoofdstuk worden de relevante milieu- en omgevingsaspecten beschreven. De aspecten bodem, wegverkeerslawaai en ecologie zijn afzonderlijk onderzocht. De resultaten van deze onderzoeken zijn opgenomen in dit hoofdstuk. De rapportages zijn als bijlage aan deze toelichting toegevoegd.
4.2 Bodem 4.2.1 Beoordelingskader Onderzocht moet worden of de bodem verontreinigd is en wat voor gevolgen een eventuele bodemverontreiniging heeft voor de uitvoerbaarheid van het plan. Een nieuwe bestemming mag pas worden opgenomen als is aangetoond dat de bodem geschikt (of geschikt te maken) is voor de nieuwe of aangepaste bestemming. Dit kan worden aangetoond met een actueel bodemonderzoek. De geschiktheid is ook voldoende aangetoond als uit het vooronderzoek op basisniveau conform NEN 5725 blijkt dat de bodem niet verdacht is op bodemverontreiniging en er geen risico’s voor het toekomstige gebruik te verwachten zijn. Wanneer (een deel van) de bodem in het plangebied verontreinigd is, moet worden aangetoond dat het bestemmingsplan, rekening houdend met de kosten van sanering, financieel uitvoerbaar is. Indien er sprake is van bouwactiviteiten, is ook in het kader van de omgevingsvergunning mogelijk een actueel onderzoek naar de kwaliteit van de bodem nodig. Hiernaast geldt dat de gemeente bevoegd gezag is in het kader van het Besluit bodemkwaliteit. In het Besluit bodemkwaliteit wordt hergebruik van licht verontreinigde grond mogelijk gemaakt. De gemeente Epe heeft hiervoor beleid opgesteld dat is vastgelegd in bodemkwaliteitskaarten en een bodembeheerplan.
4.2.2 Onderzoek 4.2.2.1 Verkennend bodemonderzoek Met als doel de milieuhygienische kwaliteit van de bodem te onderzoeken is een verkennend bodemonderzoek conform NEN 5740 uitgevoerd. Het verkennend bodemonderzoek is als bijlage 3 van de bijlagen bij toelichting bij het bestemmingsplan. Historisch onderzoek Op de onderzoekslocatie zijn geen voorgaande bodemonderzoeken uitgevoerd. Op basis van de bodemkwaliteitskaart wordt de onderzoekslocatie geclassificeerd als kwaliteitsklasse wonen. Bij de terreininspectie voorafgaand aan de veldwerkzaamheden zijn de restantanten van een ondergrondse tank aangetroffen. In de tank is circa 25 cm product aanwezig. In bijlage 8 zijn foto’s van de betreffende tank opgenomen. Ten zuidwesten van het perceel is granulaat aangetroffen. Hypothese en onderzoeksstrategie Door de aanwezigheid van een ondergrondse tank, een potentiële verontreinigingsbron, wordt voor het onderzoek rondom de tank de strategie ‘verdachte locatie’ gehanteerd. Verder wordt op basis van het historisch onderzoek voor de onderzoeklocatie de hypothese ‘onverdachte locatie’ gehanteerd. Deze hypothese is gekozen omdat er geen aanwijzingen zijn die duiden op de (voormalige) aanwezigheid van verontreinigingsbronnen. Tevens is de locatie niet verdacht op het voorkomen van asbest. De bovengrond is aanvullend geanalyseerd op PFAS.
23 december 2022 | Bestemmingsplan ‘’t Waeghuys Epe’ | Buro Stedenbouw
23
Veldwerkzaamheden De veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd conform de Beoordelingsrichtlijnen 'Veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek' (BRL SIKB 2000) en de daarbij behorende protocollen 2001 en 2002. Tijdens de boringen is de grond zintuiglijk beoordeeld op de aanwezigheid van verontreinigingen. Uit deze beoordeling zijn bijmengingen met puin naar voren gekomen. Ten tijde van het veldonderzoek heeft een visuele beoordeling van asbest in de bodem plaatsgevonden. In de bodem is op zintuiglijke wijze geen ‘asbestverdacht’ materiaal aangetroffen. Door het meten van verhoogde concentraties aan zink in peilbuis 20 is deze op 18 maart 2020 nogmaals bemonsterd. Geen van de overige gemeten waarden wijkt duidelijk af van de waarde, welke gezien de natuurlijke omstandigheden verwacht kan worden. Analyseresultaten Uit de analyseresultaten worden de volgende conclusies getrokken: • • • • • • •
Het bovengrondmengmonster MM1 is licht verontreinigd met lood en PAK; Mengmonster MM2 is licht verontreinigd met kwik, lood en PAK; Mengmonster MM5 is licht verontreinigd met kobalt, koper, kwik, zink en PAK; In de overige mengmonsters is de grond niet verontreinigd met één van de onderzochte parameters; Het grondwater ter plaatse van peilbuis 20 is sterk verontreinigd met zink en licht verontreinigd met barium en cadmium; Ter plaatse boring 10 en 11 zijn verhoogde gehalten poly- en perfluoralkylstoffen (PFAS) aangetoond ten opzichte van de detectielimiet. De grond is beoordeeld als vrij toepasbaar voor hergebruik op landbodem (m.u.v. grondwaterbeschermingsgebieden); In de bovengrond zijn verhoogde gehalten poly- en perfluoralkylstoffen (PFAS) aangetoond ten opzichte van de detectielimiet. De grond is beoordeeld als wonen en industrie. Als PFAS < lokale achtergrondwaarde is de grond ook toepasbaar in de landbouw en natuur.
Granulaat • •
Uit de indicatieve analyse voor niet vormgegeven bouwstof blijkt dat het aangetroffen granulaat ter plaats van de boringen 10 en 11 (MM-P1) voldoet aan de eisen voor een niet vormgegeven bouwstof. Uit de asbestanalyse (MM-P2) is naar voren gekomen dat in het granulaat geen asbest bevat.
Ondergrondse olietank Het mengmonster MM-T is niet verontreinigd met de onderzochte parameter minerale olie (C10-C40). De ondergrondse olietank heeft geen verontreiniging veroorzaakt. In de tank is nog circa 25 cm product aanwezig. Op basis van het onderzoek zijn er geen belemmeringen om de tank te saneren. Asbest in de bodem Ten tijde van het veldonderzoek heeft een visuele beoordeling van asbest in de bodem plaatsgevonden. Ter plaatse van een aantal boringen zijn sporen puin waargenomen. Ondanks dat deze bijmenging van puin in de bodem op basis van samenstelling, ouderdom en/of herkomst niet direct als onverdacht ten aanzien van asbest kan worden aangemerkt, wordt vanwege het sporadisch aantreffen en het niet waarnemen van asbestverdacht (plaat)materiaal geen verkennend asbestonderzoek conform NEN-5707 'Monsterneming en analyse van asbest in bodem' nodig geacht. Conclusie en advies Op basis van het aantreffen van verontreinigingen in grond en grondwater dient de hypothese 'locatie is onverdacht' formeel verworpen te worden. De sterke zink verontreiniging ter plaatse van
23 december 2022 | Bestemmingsplan ‘’t Waeghuys Epe’ | Buro Stedenbouw
24
peilbuis 20 overschrijdt het criterium voor nader onderzoek. Geadviseerd wordt om middels afperkend onderzoek de omvang van de verontreiniging vast te stellen. De bodem ter plaatse van de onderzoekslocatie voldoet aan de kwaliteitsklasse Industrie. Naar aanleiding van de analyseresultaten is een nader onderzoek niet noodzakelijk. Het terrein is ons inziens op basis van de milieuhygiënische kwaliteit geschikt voor het voorgenomen gebruik. Ten behoeve van de verwerking van vrijkomende grond buiten de onderzoekslocatie wordt verwezen naar de uitgangspunten van het Besluit Bodemkwaliteit (Bbk). 4.2.2.2 Aanvullend grondwateronderzoek Uit verkennend bodemonderzoek is een sterke grondwaterverontreiniging met zink aangetroffen als gevolg van de aanwezigheid van een ondergrondse tank. Het doel van het aanvullend grondwateronderzoek is meer inzicht verkrijgen om de omvang van de zink verontreiniging in het grondwater te bepalen. Het aanvullend grondwateronderzoek is als bijlage 4 van de bijlagen bij toelichting bij het bestemmingsplan. Veldwerkzaamheden De veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd conform de Beoordelingsrichtlijnen 'Veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek' (BRL SIKB 2000) en de daarbij behorende protocollen 2001 en 2002.
Tijdens de boringen is de grond zintuiglijk beoordeeld op de aanwezigheid van verontreinigingen en is het opgeboorde materiaal gekarakteriseerd en vastgelegd in boorbeschrijvingen. Bij het zintuiglijk beoordelen wordt door middel van geur en aanblik van de opgeboorde grond een eerste indruk verkregen. Verder wordt door middel van de "olie-op-water"proef een indicatie verkregen omtrent de aanwezigheid van olie-achtige verontreinigingen. Analyseresultaten Uit de analyseresultaten kan het volgende worden geconcludeerd: • •
Het grondwater uit peilbuis 20 en 101 (4,5-5,5 m-mv) is sterk verontreinigd met zink (maximaal 3700 µg/L). Het grondwater uit peilbuis 102 en 103 is licht verontreinigd met zink.
Op basis van bovenstaande onderzoeksresultaten wordt geconcludeerd dat de hoeveelheid sterk verontreinigde grondwater de 100 m³ overschrijdt. Hierdoor is sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging. Conclusie Er is sprake van een ernstig geval van bodemverontreiniging. Echter is de omvang niet geheel afgeperkt. Geadviseerd wordt om de omvang horizontaal en verticaal af te perken. 4.2.2.3 Afperkend grondwateronderzoek De aanleiding van het afperkend grondwateronderzoek is dat bij voorgaande onderzoeken in het grondwater een sterke verontreiniging aan zink is aangetroffen. Het doel van het afperkend grondwateronderzoek is het horizontaal en verticaal afperken van de aangetroffen sterke zink verontreiniging. Tevens wordt vastgesteld of er sprake is van een ernstige verontreiniging en of deze met spoed gesaneerd moet worden. Het afperkend grondwateronderzoek is als bijlage 5 van de bijlagen bij toelichting bij het bestemmingsplan. Analyse resultaten Uit de analyseresultaten kan het volgende worden geconcludeerd: •
Ter plaatse van de vijf peilbuizen (201 tot en met 205) is het grondwater licht verontreinigd met zink.
23 december 2022 | Bestemmingsplan ‘’t Waeghuys Epe’ | Buro Stedenbouw
25
•
• •
Op basis van de onderzoeksresultaten uit het verkennend, aanvullend en afperkend onderzoek wordt de oppervlakte van de sterke zink verontreiniging in het grondwater bepaald op circa 153 m². Met een gemiddelde dikte van circa 2 meter wordt de omvang van de sterke zink verontreiniging geschat op circa 306 m³. Gezien deze beperkte omvang van de verontreiniging is het niet waarschijnlijk dat deze zich verspreid tot een omvang van meer dan 1000 m³ per jaar. De lichte verontreiniging met zink is niet volledig in beeld gebracht, maar gezien het ontbreken van risico’s wordt het afperken van de lichte verontreiniging niet zinvol geacht. Op basis van bovenstaande onderzoeksresultaten kan worden geconcludeerd dat de hoeveelheid verontreinigd grondwater de 100 m³ overschrijdt. Hierdoor is sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging. Op grond van de standaardbeoordeling humane, ecologische en verspreidingsrisico’s is er geen sprake van onaanvaardbare risico’s voor de mens, ecosysteem en verspreiding van de verontreiniging. De locatie hoeft niet met spoed gesaneerd te worden.
Conclusie Er is sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging in het grondwater met zink. De locatie hoeft niet met spoed gesaneerd te worden. De verontreiniging vormt door de diepe grondwaterstand, minimaal 3,5 -mv, geen belemmering voor huidig gebruik en toekomstige ontwikkelingen. Bij de provincie Gelderland is met spoed een beoodeling van van ernst en spoedeisendheid ingediend. De verwachting is dat de provincie de verontreiniging in dit kader als ernstig maar niet als spoedeisend zal beoordelen. Mocht er sprake zijn van een grondwateronttrekking tijdens het bouwrijp maken van de locatie voor bijvoorbeeld de realisatie van een kelder dan dient hiervoor een Wbb-proces gevoerd te worden. 4.2.3 Conclusie Het aspect 'bodem' vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan.
4.3 Bedrijven en milieuzonering 4.3.1 Beoordelingskader Het is gebruikelijk om voor ruimtelijke ontwikkelingen in de omgeving van bedrijvigheid gebruik te maken van de afstanden uit de publicatie Bedrijven en milieuzonering (VNG-uitgeverij, 2009). Andersom is deze publicatie te gebruiken voor het verantwoord inpassen van bedrijvigheid in een woon- of werkomgeving. De publicatie geeft informatie over de milieukenmerken van vrijwel alle voorkomende bedrijfstypen. Het biedt daarmee een hulpmiddel om ruimtelijke ordening en milieu op elkaar af te stemmen. Uitgangspunt is dat de in de bedrijvenlijst genoemde afstanden gelden tussen enerzijds de perceelsgrens van het bedrijf en anderzijds de gevel van de woning. De richtafstanden gelden ten opzichte van rustige woongebieden. Dit kan zowel een rustige woonwijk als een rustig buitengebied zijn. Het kan zo zijn dat specifieke wet- en regelgeving andere afstanden voorschrijft. Deze gaan dan voor de afstanden uit de VNG-publicatie. Te denken valt aan de Wet geurhinder en veehouderij, het Activiteitenbesluit of het Besluit externe veiligheid inrichtingen. 4.3.2 Onderzoek Met als doel de planologische gevolgen van de voorgenomen ontwikkelingen op de bestaande bedrijfsvoering inzichtelijk te maken is een quickscan bedrijven en milieuzonering uitgevoerd. Het onderzoek is als bijlage 6 opgenomen in de bijlagen bij toelichting.