CConstaterende datEpe
Koppel je AI →
Document · PDF

695193 Inspraakreacties en beantwoording op ontwerp Uitwerkingskader zon en wind

Gemeenteraad 20 april 2023, gemeente EpeBij agendapunt: Beleidskader zon en wind (is van de agenda afgevoerd)19.472 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Niet gevonden in dit document.

Inspraak ontwerp Uitwerkingskader zon en wind, 20 april 2023 Na vaststelling van de Regionale Energiestrategie 1.0 van de Cleantech Regio (2021), de Omgevingsvisie ‘Natuurlijk Goed Leven’ (2021) en de Transitievisie Energie en Warmte (2022) van de gemeente Epe, is de gemeente Epe gestart met het opstellen van een lokaal Uitwerkingskader voor zonne- en windenergie. In dit proces hebben inwoners en stakeholders regelmatig inbreng geleverd en meegedacht. De gemeente heeft ervoor gekozen om inwoners de gelegenheid te geven om te reageren op het ontwerp voorafgaand aan besluitvorming in de gemeenteraad. Dit is het verslag (zienwijze reactienota) van de inspraakronde. Het ontwerp Uitwerkingskader zon en wind heeft zes weken ter inzage gelegen in de periode van 14 december 2022 tot en met 25 januari 2023. De gemeente Epe heeft in deze periode 64 formele reacties ontvangen. Dit betreft overwegend reacties van inwoners van de gemeente Epe en ondernemers (zoals agrariërs). Enkele organisaties (zoals de erfgoedcommissie, LTO Noord-regio Oost en ontwikkelaars van zonnevelden) hebben ook een zienswijze ingediend. Het ontwerp Uitwerkingskader zon en wind bieden wij gewijzigd aan. De inhoudelijke en tekstuele wijzigingen die wij naar aanleiding van de inspraakreacties doorvoeren in de definitieve tekst treft u bij onderdeel 3.

Overzicht van consequenties van inspraakreacties op het Ontwerp Uitwerkingskader zon en wind aan.

Rode draad ingediende inspraakreacties

De reacties lezend vallen enkele zaken op die door meerdere insprekers zijn ingediend. Dit betreft de zorgen die omwonenden van het zoekgebied voor grote windturbines hebben voor hun gezondheid, de voorwaarden die de gemeente Epe stelt aan de landschappelijke inpassing van zonnevelden en het participatieproces dat is gevolgd om te komen tot het Uitwerkingskader zon en wind. Tevens worden de documenten (vastgestelde visies en strategieën) en de diverse data (hoe groot is de opgave om duurzame energie op te wekken) ter discussie gesteld. Deze ‘rode draad’ leidt tot enkele aanpassingen van het Uitwerkingskader zon en wind. Waarom? Dat leggen wij u hieronder uit. Op zichzelf staande reacties/onderwerpen leiden in sommige gevallen ook tot aanpassing. Waar en waarom dit het geval is, leest u onder 1. Inspraakreacties inwoners en beantwoording op ontwerp Uitwerkingskader zon en wind gemeente Epe.

1

In deze inspraaknotitie leest u achtereenvolgens: - de reacties van bewoners en organisaties op het Ontwerp Uitwerkingskader zon en wind; - de reactie daarop van het college van B&W en - de conclusie. 1. Inspraakreacties inwoners en beantwoording op ontwerp Uitwerkingskader zon en wind gemeente Epe Individuele inspraakreacties Inhoud

Commentaar college van B&W

Conclusie

We zien een verschil in definitie tussen panelenveld (het technische deel waarmee de energie wordt opgewekt) en het zonnepark (het technische deel plus alle ruimtegebruik om het veld in samenhang met de omgeving te laten passen). In ons wijzigingsvoorstel is een begripsbepaling toegevoegd waarin de term zonnepark nader is gespecificeerd. In ons uitwerkingskader gaan we uit van de term zonnepark bij de beantwoording.

Geen aanpassing.

1. Zienswijze-indiener 1 1. Inspreker stelt voor om geen grote ruimtelijke claims voor landschappelijke inpassing te vragen rondom het zonnepark afhankelijk van type landschap.

Wij erkennen de uitspraak van de inspreker dat een zonnepark inclusief landschappelijke inpassing een groot ruimtebeslag heeft. Ons uitgangspunt is wel dat we nu aan de slag gaan met het opwekken van schone energie om daarmee onze CO2-uitstoot te verminderen. Tegelijk biedt de komst van een zonnepark de kans om te werken aan een robuust, herkenbaar en toekomstbestendig landschap. Veel landschappelijke structuren zijn in de afgelopen decennia in onze gemeente verdwenen, onder andere door schaalvergroting. Met het ontwikkelen van zonneparken ontstaat een kans om structuren terug te brengen, die na ontmanteling van de zonnepanelen wél blijven bestaan. Dat is, naast het ontnemen van zicht voor omwonenden, de reden waarom we een percentage aan landschappelijke investering hebben ingebracht in ons kader. Vooraf leggen we niet precies vast welke vorm de inpassing heeft, omdat dit afhankelijk is van de locatie en het landschapstype waar het onderdeel van uitmaakt. Onze gemeente kent zowel kleinschalige als grootschalige landschappen en gesloten en open landschappen. In sommige gevallen kan een struweelhaag van 10 meter breed volstaan, op andere locaties zal meer inzet gevraagd worden. Daarom zijn percentages vastgesteld per landschapstype. Daarbij maken we onderscheid in gebieden waar we het principe Ja mits hanteren en gebieden waar we het principe Nee tenzij hanteren.

Door een percentage voor inpassing op te nemen ontstaat er ruimte om het gesprek met initiatiefnemer, omwonenden en andere partijen te voeren toegespitst op het project en over ruimte voor andere voorwaarden.

2

2. Zon op land, pag 25. Wie beoordeelt dat een ontwikkeling in deze gebieden een waardevolle bijdrage leveren aan de opgaves op het gebied van bodem, biodiversiteit en een klimaatbestendig landschap. Wat zijn de voorwaarden waar een initiatiefnemer aan moet voldoen.

Een zonneveld moet naast het opwekken van energie een bijdrage leveren aan het versterken van de bodemkwaliteit, waterkwaliteit en de biodiversiteit. Voorbeelden hiervan zijn het toepassen van inheemse soorten, extensief beheer, passend maaibeheer, het creëren van gradiënten, het faciliteren van nestgelegenheden met vogelhuizen, keverbanken en insectenhotels en het rekening houden met voldoende lichtinval en regenwaterverdeling in het zonneveld. Naast het bieden van een schuilplaats en voedsel, worden bomen en hoge struiken ook gebruikt om te navigeren. Vleermuizen gebruiken bomen (lanen) om hun vliegroute te bepalen.

Geen aanpassing.

De percentages die we hanteren gaan over de ruimte voor inpassing in de omgeving voor bovenstaande doelen. Daarnaast wil de gemeente ook concrete koppelingen zien met andere doelen, functies of gebiedsopgaven, juist omdat we veel andere opgaven hebben die ruimte vragen. Denk hierbij aan een koppeling met landbouwtransitie, water- of klimaatopgave of recreatief medegebruik. Dat noemen we meerwaarde als een combinatie kan worden gemaakt. Hierover vindt u meer in het uitwerkingskader op pagina 23 onder 17. Van het college van B&W mag bij een toekomstig initiatief een afgewogen oordeel worden verwacht, waarin bijvoorbeeld ook de belangen van omwonenden en de toekomst van de agrarische sector worden meegewogen. 3. Dubbel ruimtegebruik, pag. 25. Wat verstaat u hieronder? Er is bij een zonnepark al sprake van dubbel ruimtegebruik.

4. Opruimplicht, pag. 25. Wat wilt u opgeruimd hebben. Alleen de installatie of ook de vervuiling uit materiaalgebruik die nu veilig is maar over 25 jaar niet meer.

Het klopt dat een zonnepark al snel leidt tot dubbel ruimtegebruik doordat grond extensiever wordt gebruikt en de inpassing leidt tot vergroening. Naast dit neveneffect wil de gemeente ook concrete koppelingen zien met andere doelen, functies of gebiedsopgaven, juist omdat we veel andere opgaven hebben die ruimte vragen. Denk hierbij aan een koppeling met landbouwtransitie, water- of klimaatopgave, natuuropgave of recreatief medegebruik. Dat noemen we meerwaarde als een combinatie kan worden gemaakt. Aan het einde van de exploitatietermijn heeft de initiatiefnemer een opruimplicht, waarbij we uitgaan van een hoog percentage hergebruik van materialen. Hierover worden juridisch afdwingbare afspraken gemaakt. De gemeente stelt met dit kader niet vast of zij alleen van de installatie of ook eventuele vervuiling uitgaat. Dat komt in de overeenkomst met de ontwikkelaar te staan. Voor aansprakelijkheid voor eventuele vervuiling hebben we andere instrumenten, net zoals dat nu het geval is bij activiteiten van bijvoorbeeld boerderijen of industriële bedrijven. Aangebrachte landschappelijke versterking blijft na de exploitatietermijn wel in stand en worden een nieuw onderdeel van het landschap.

Geen aanpassing.

Geen aanpassing.

3

5. Omgang met landschappelijke kenmerken, pag 25, het toevoegen van landschappelijke kenmerken (zoals een houtwal) moet afhankelijk zijn van de insteek van het plan. 6. Volg de vorm van de kavel, pag 25. Dit afhankelijk stellen van het landschap. Het gaat ten koste van veel hectares. Want langs elke sloot moet ook onderhoud gepleegd worden. Opnieuw indelen kan in sommige plannen en gebieden meer energie efficiëntie geven. 7. Nee tenzij, pag 25 zie opmerking a.1

8. Percentage landschappelijke inpassing voor broeklanden, pag 25 Meer mogelijk maken in broeklanden.

9. Zon op land, kaart, pag 18. Wat is de reden dat GNN onder de categorie ‘Niks mogelijk’ valt. Er zijn mogelijkheden om hier ook energie op te wekken.

10. Zon op land, kaart, pag 18 ‘Ja, mits’. Vemderbroek staat als landschapstype Natte

Zie antwoord 1.1. Per plan zal door omgevingsfactoren de situatie anders zijn. Uitgangspunt blijft voor de gemeente wel dat er passende landschapselementen worden toegevoegd.

Geen aanpassing.

Uitgangspunt is om het bestaande verkavelingspatroon voor te zetten en niet voor onlogische afbrekingen te zorgen. Kavelpatronen zijn vaak karakteristiek voor het betreffende landschapstype. In sommige gevallen kan afwijken van het uitgangspunt om de bestaande kavelvorm te volgen nuttig zijn. Bijvoorbeeld als onderhoud onpraktisch wordt of als een andere indeling tot meer kwaliteit leidt. Dit is dan maatwerk en afhankelijk van de karakteristieken van het plan.

Geen aanpassing.

De basis van nee-tenzij gebieden is dat er in principe géén medewerking aan een zonnepark wordt verleend, omdat we andere waarden of doelen in dit gebied zwaarder vinden wegen. Een project in dit gebied kan daarom alleen doorgang vinden als duidelijk wordt gemaakt dat het hele gebied baat heeft bij de ontwikkeling van een zonnepark. Welke meerwaarde daarin wordt behaald of welke randvoorwaarden daarin passend zijn is maatwerk. Om deze reden hanteren we in deze gebieden een hoger percentage voor landschappelijke inpassing dan in ja-mits gebieden Broeklanden is in het uitwerkingskader op nee-tenzij ingedeeld. Dit komt onder andere voort uit de bovenliggende afspraken binnen de RES 1.0 Cleantech regio om landbouwgrond met een goede bodemvruchtbaarheid te ontzien. In dit gebied is perspectief voor de landbouwsector een belangrijk thema, waar een eventueel initiatief voor een zonnepark terdege rekening mee moet houden. Het rustgebied voor winterganzen dat tevens is gelegen in het landschapstype broeklanden is uitgesloten vanuit provinciaal beleid. Dit voeren we door in ons kader. Binnen het Gelders Natuurnetwerk staat de instandhouding en versterking van flora en fauna voorop. Ruimtelijke ontwikkelingen zijn daar nu al zeer beperkt mogelijk vanuit provinciaal beleid. Binnen de RES 1.0 Cleantech regio is afgesproken om deze gebieden uit te sluiten voor energie-opwek.

In ons kader verwerken we deze uitgangspunten. De zone rond het Apeldoorns Kanaal is in het grootste gedeelte van onze gemeente aangeduid als Groene Ontwikkelingszone vanuit de provinciale Omgevingsverordening. Ruimtelijke ontwikkelingen, waaronder zonneparken, zijn in sommige gevallen alleen toegestaan als de lokale gebiedsdoelen worden versterkt. Een klein deel van het gebied tussen A50 en Apeldoorns Kanaal bestaat uit GNN-gebied, waardoor dit op de kaart rood is gemaakt (niks mogelijk). Het gebied in het noordoosten van onze gemeente is als GNN-gebied aangeduid. In de basis is hier dus niets mogelijk, want hier wordt al gewerkt aan natuurdoelstellingen.

Geen aanpassing.

Geen aanpassing.

Geen aanpassing.

Aanpassing: toevoeging landschapstype

4

heideontginnigen aangemerkt. In dit gebied kan je 20-30 ha zonnepanelen realiseren. Dit gebied is in de RES1.0 ook aangewezen als ‘zoekgebied wind’. Om welke redenen is deze van de lijst gehaald? Alleen om GNN? Of is hier sprake van willekeur ten voordele van de natuur.

11. Wind, grootschalig. In een enquête onder inwoners (Epe Spreekt) heeft bijna 50% aangegeven windmolens in het Natura2000 gebied Veluwe te plaatsen. Aan deze wens van inwoners is geen enkele inspanning gepleegd om hier verandering in te brengen. Dit gebied, Vemderbroek, als potentieel zoekgebied voor wind is een gemiste kans temeer op de 1ste participatieavond (01-06-2022) het bestikkeren van mogelijke windmolenlocaties alleen aangegeven is de omgeving van het Eekterveld wat na bezwaar achteraf is bijgesteld. Maar de keuze was toen al gemaakt. 12. Zon op land, kaart pag. 18. Vallen GO-zones ook onder ‘Niks mogelijk’. Zo ja, waarom deze dan niet de kleurstelling ‘Niks mogelijk’ geven. Of is dit een manier om hier bij voorbaat al geen mogelijkheden toe te staan. Het uitsluiten van dit soort gebieden beperkt de mogelijkheid om slagvaardig met de energietransitie om te gaan want waar inwoners iets willen ontwikkelen kan iets niet en waar geen

Vemderbroek is als ‘ja, mits’ op de kaart geduid, en hier zou onder voorwaarden van ons kader meegewerkt kunnen worden aan een initiatief voor een zonnepark. Dit gebied maakt tevens onderdeel uit van de Groene Ontwikkelingszone. Hiervoor gelden tevens voorwaarden uit de provinciale Omgevingsverordening waarin uitgangspunt is dat de lokale gebiedsdoelen worden versterkt. Het gebied behoort tot het landschapstype hooilanden. Dit landschapstype is niet opgenomen in het ontwerp uitwerkingskader. Het landschapstype hooilanden voegen wij toe aan de tekst van het ontwerp omgevingskader. Keuze zoekgebied wind uit omgevingsvisie aanhalen. In onze omgevingsvisie is een zoekgebied grootschalig wind opgenomen, onder andere op basis van uitgangspunten van de RES 1.0. Hierin is niet gekozen voor het Vemderbroek als zoeklocatie. Voor windenergie is in de RES 1.0 de keuze gemaakt om in clusters te gaan werken, met duidelijke afstanden tussen clusters. Hiervoor zijn op de kaart een aantal zoekgebieden aangeduid, maar is ook aangegeven dat deze zoekgebieden vooralsnog niet verder worden onderzocht omdat landelijke en bovenregionale onderzoeken (o.a. wespendief) lopen. Voor de gemeente Epe is dit zoekgebied in de RES 1.0 bij bedrijventerrein Eekterveld gelegd. Dit zoekgebied is in ons uitwerkingskader verder toegelicht.

Zie voor meer informatie ‘zienswijze 5’ Op basis van het provinciaal beleid is opwek grootschalige windenergie uitgesloten in het Natura 2000 gebied de Veluwe en een zone van één kilometer daaromheen.

GO-gebieden sluiten we niet uit voor de ontwikkelingen van zonneparken. Wel gelden hier ook provinciale eisen bij de ontwikkeling op deze locaties. Dat is niet anders dan nu het geval is voor woningbouw of recreatie bijvoorbeeld. Een initiatief voor een zonnepark kan hier alleen worden gestart als een duidelijke koppeling met de natuurdoelstellingen van de provincie wordt gemaakt, naast het toevoegen van meerwaarde waar de gemeente Epe op stuurt.

Geen aanpassing.

Geen aanpassing.

5

behoefte is van inwoners kan men wel ontwikkelen. Per saldo lossen we niks op. 2. Zienswijze indiener 2 1. Zon op land, pag. 17. Wij onderschrijven dat per locatie maatwerk nodig is. Wij vragen de huidige afstanden en hoogtes te behouden. 2. Zon op land, pag 18. (landschappelijke inpassing). We vragen om een verduidelijking van landschappelijke inpassing. Valt hier ook de ruimte tussen de paneelrijen onder? Of gaat het alleen om de inpassing rondom het park. Wij stellen voor het percentage specifieker toe te lichten in het kader en de ruimte tussen de panelen mee te tellen in de inpassing/ groenontwikkeling. Wij zijn aangesloten bij de Gedragscode Zon op Land. In deze code is opgenomen dat initiatiefnemers een minimale ondergrens hanteren van een verhouding van 75/25. Marktpartijen houden hier rekening mee.

De gewenste afstanden en hoogtes per landschapstype, zoals genoemd in de ontwerpversie, blijven overeind. In de praktijk kan maatwerk leiden tot andere uitkomsten. Wel voegen wij enkele landschapstypes uit het Landschapsontwikkelingsplan toe welke in het ontwerp-uitwerkingskader ontbreken.

Aanpassing: toevoeging landschapstypes

We zien een verschil in definitie tussen zonneveld (het technische deel waarmee de energie wordt opgewekt inclusief paden) en het zonnepark (het technische deel plus alle ruimtegebruik om het veld in samenhang met de omgeving te laten passen). In ons wijzigingsvoorstel is een begripsbepaling toegevoegd waarin de termen zonneveld en zonnepark nader zijn uitgelegd. In ons uitwerkingskader gaan we uit van de term zonnepark bij de beantwoording. De Gedragscode Zon op Land gaat uit van de verhouding 75%-25% als ondergrens voor het technische deel van het plangebied. Dit om groei van planten en licht en neerslag te blijven houden tussen de rijen. Het zegt dus iets over de dichtheid van het technische deel van het veld. De gemeente Epe heeft de genoemde percentages in het kader als inpassingvereiste bedoeld rondom het zonneveld. De landschappelijke toevoeging komt dus boven op het technische deel. De inpassing om het park heen heeft een permanent karakter, waardoor de investering in het zonnepark een blijvende toevoeging oplevert voor het landschap. Afhankelijk van de openheid en ruimtelijke typering van het landschap is het inpassingspercentage bepaald. Wij zullen de tekst op dit onderdeel verduidelijken.

Tekst wordt verduidelijkt. Onderstaande definitie toevoegen aan het uitwerkingskader. "De gemeente definieert een zonnepark als een ruimtelijk samenhangend geheel van 1. een installatie, bedoeld voor het opwekken van energetisch of thermisch vermogen uit zon, groter dan 15 kWp en/of 100 m2 (ook wel het panelenveld) 2. ruimte voor ondersteunende technische bouwwerken, transformatoren en opslag,

6

toegangsruimte, onderhoudspaden, hekwerken en beveiligingsmiddelen 3. Landschappelijke inpassing op basis van aard en schaal van het landschap" 3. Zon op land, pag. 22 (hoogte hekwerk). De standaardmaten voor een hekwerk zijn 2.30 m. Een zonneveld is een elektrische installatie zonder toezicht en moet dus worden afgeschermd van (onbedoelde) aanraking door mensen. Voorgesteld wordt om géén eisen te stellen aan het benodigde hekwerk of hooguit aan het kleurgebruik.

In ons kader is een maximale maat van 2 meter opgenomen. Hiermee is tegemoetgekomen aan de wens van ontwikkelende partijen en verzekeraars om een park af te sluiten. De gemeente ziet het nut van hekwerken rondom een zonnepark. Tegelijk leidt het afschermen van een zonnepark tot extra objecten in het landschap. We kiezen ervoor om in ons kader dicht bij onze bestaande bestemmingsplanregels te blijven als het gaat om hoogte voor hekwerken. Op basis van de lokale situatie van een zonnepark is maatwerk over hoogte, doorlaatbaarheid en kleur mogelijk.

Geen aanpassing

4. Lokaal eigendom een streven en geen verplichting, pag. 38. Voorgesteld wordt om de richtlijnen uit het Klimaatakkoord te volgen, omdat participatie niet afdwingbaar is.

De impact van het opwekken van energie op de omgeving is aanleiding om beleid te ontwikkelen om de omgeving mee te laten profiteren. Dit wordt ook vanuit het klimaatakkoord en de RES 1.0 als opdracht meegegeven: Om de projecten voor de bouw en exploitatie van hernieuwbaar op land in de energietransitie te laten slagen, gaan in gebieden met mogelijkheden en ambities voor hernieuwbare opwekking, partijen gelijkwaardig samenwerken in de ontwikkeling, bouw en exploitatie. Dit vertaalt zich in evenwichtige eigendomsverdeling in een gebied waarbij gestreefd wordt naar 50% eigendom van de productie van de lokale omgeving (bewoners en bedrijven). Investeren in een zon –en/of windproject is ondernemerschap. Dat vergt ook mee-investeren en risico lopen. Het streven voor de eigendomsverhouding is een algemeen streven voor 2030. Er is lokaal ruimte om hier vanwege lokale project-gerelateerde redenen van af te wijken. Uit het participatietraject rondom onze Transitievisie Energie en Warmte en het uitwerkingskader zon en wind blijkt dat inwoners in onze gemeente participatie graag terugzien in ons beleid, zowel op proces als op financiële aspecten. Bij grotere projecten maken we daarom afspraken met ontwikkelaar en omwonenden over de invulling van lokaal eigendom. Het blijft echter een streven, zoals we op pagina 37 aangeven.

Inspreker heeft gelijk dat de lokale omgeving niet verplicht kan worden om deel te nemen aan enige vorm van (financiële) participatie. We hebben ons doel niet consequent beschreven. We

Tekstuele aanpassing p. 38 en p. 39 om verplichte participatie (moeten) te veranderen in ‘streven naar’.

7

vervangen op basis van deze inbreng daarom de woorden ‘vereiste’ op pagina 38 en ‘moeten’ op pagina 39 te vervangen voor ‘streven’. 3. Zienswijze-indiener 3 Zon op land, pag 18. Bij het doornemen van het uitwerkingskader hebben we op pagina 18 kunnen lezen dat het perceel Kadaster nr. 4164 en 3719 rood is ingekleurd. Dit betekent dat er niks mogelijk is. Indiener is voornemens zonnepanelen op land te plaatsen tussen de toegangsweg en de Nijmolense beek. Hierdoor kan indiener voorzien in een stuk eigen energievoorziening voor ons bedrijf. Deze energie is uitsluitend voor eigen gebruik binnen het eigen netwerk. Dit sluit aan bij uitgangspunten in het Ontwerp zoals ‘opwek realiseren in de nabijheid van het verbruik’. Het gebied is eigen grond en maakt zoals wij het kunnen zien geen onderdeel uit van een Groene Ontwikkelingszone en het Gelders Natuur Netwerk en valt ons inziens onder ‘nee, tenzij’ in plaats van ‘niets mogelijk’. 4. Zienswijze-indiener 4 1. Inspreker merkt op dat het een gemiste kans is dat er geen landelijk beleid ten grondslag ligt aan de noodzakelijke energietransitie en dat er vanuit alle overheidslagen iets bedacht wordt zonder onderlinge afstemming. Dit zorgt voor vertraging en versnippering.

Uw constatering is juist. We hebben de kaart op pagina 18 bezien. De percelen die inspreker aangeeft vallen in het gebied waar geen grootschalige duurzame opwek mogelijk is. Echter de percelen maken geen onderdeel uit van Groene Ontwikkelingszone of Gelders Natuurnetwerk. Wel zijn de percelen gelegen in het landschapstype Beekdal. Beekdalen zijn in het uitwerkingskader opgenomen als ‘Nee, tenzij’-gebied. Wel zijn in de kaart op pagina 18 de direct aangrenzende percelen ten zuiden van de aangeduide percelen opgenomen als ‘Nee, tenzij’-gebieden. Dit is een omissie. Deze percelen zijn onderdeel van het Groene Ontwikkelingszone en bestemd en gerealiseerd als bos en behoren daarom tot de ‘Niks mogelijk’-gebieden. Bij het samenstellen van de kaart is een verwisseling opgetreden. De kaart wordt hierop aangepast. De door de inspreker aangegeven percelen worden opgenomen in het ‘Nee, tenzij’-gebied.

Kaart op pagina 18 wordt aangepast. Percelen worden omgezet naar Nee tenzij gebied. De percelen ten zuiden daarvan worden omgezet in Niks mogelijk gebied.

We nemen dit ter kennisgeving aan. Landelijk ontstaat er wel steeds meer uniformiteit als het gaat om windenergie en zonne-energie op land (zonneladder bijvoorbeeld). Maar uiteindelijk is de lokale situatie bepalend of een project doorgang kan vinden. Als gemeente proberen we met ons uitwerkingskader een balans te vinden tussen de energietransitie faciliteren en ons kenmerkende landschap behouden.

Geen aanpassing

8

2. Inspreker merkt op dat het niet verstandig is bij voorbaat allerlei beperkingen in te bouwen ("extra aandachts- en niks mogelijk gebieden"; "schadelijk voor winterganzen"; "aantasting van en impact op het landschap"). Het staat bij voorbaat vast dat er bezwaren en protesten komen tegen welke (technologische) oplossing voor het transitievraagstuk dan ook. De tijd van pappen en nathouden is echter voorbij. De overheid dient zich in deze proactief en coöperatief op te stellen en terughoudend te zijn met het opwerpen van allerlei obstakels zoals wet- en regelgeving, bureaucratische belemmeringen, e.d. In dit verband is bijvoorbeeld ook het eisen van een natuurtoets hooguit acceptabel, als de kosten hiervan door de overheid worden gedragen.

Het punt van de inspreker is duidelijk. De gemeente Epe neemt haar verantwoordelijkheid en wil graag een faciliterende houding aannemen als het gaat om kleine, maar ook grotere energieprojecten. Dat is de reden dat er nu een uitwerkingskader is opgesteld. Tegelijk is de gemeente verantwoordelijk voor tal van andere onderwerpen, waaronder behoud en versterking van het bestaande landschap en de belangen van inwoners. Dat is de reden waarom het uitnodigingskader met de nodige voorwaarden is omgeven. Uiteindelijk is de locatie van een project bepalend welke eisen daadwerkelijk worden gesteld en kan maatwerk worden toegepast als er goede redenen worden aangedragen. Een natuurtoets is over het algemeen nodig als er redenen zijn om aan te nemen dat natuurbelangen worden geschaad door een erfmolen. Dit is een wettelijke toets waarmee de belangen van omliggende natuurwaarden worden bewaakt.

Geen aanpassing

3. Inspreker vindt het onbegrijpelijk dat het plaatsen van erfmolens wordt beperkt tot bedrijven en recreatieparken. Deze zijn n.l. ook zeer geschikt voor grotere, vrijstaande woningen, op ruime kavels van particulieren (in het buitengebied), mits gebruikt t.b.v. de eigen energieconsumptie.

Wij zien erfmolens als een welkome aanvulling van kleinschalige opwek door zon op individuele locaties op erven. Het gaat hier uitdrukkelijk om opwek ten behoeve van de eigen energieconsumptie. We hebben daarbij de keuze gemaakt om deze mogelijkheid toe te staan op locaties waar over het algemeen de grootste energievraag en de meeste baat is bij een combinatie van zon en wind. Dit zijn veelal de locaties waar agrarische en recreatieve bedrijven zijn gevestigd. Dat betekent ook dat niet alle bebouwde locaties in aanmerking komen voor erfmolens. Hiermee voorkomen we dat landschappelijke- en cultuurhistorische waarden te veel worden aangetast.

Geen aanpassing

4. Inspreker merkt op dat erfmolens van het type VAT (z.g. windwokkels) niet uitgesloten mogen worden. Niet in de laatste plaats vanwege hun specifieke eigenschappen.

De gemeente kan indien bedrijven dit wensen VAT-molens/wind op dak mogelijk maken op bedrijventerreinen via een normale vergunningprocedure. In de bebouwde omgeving van de dorpen maken we VAT-molens vooralsnog niet mogelijk. Hoewel er zeker voordelen zijn zoals inspreker benoemd, zijn er ook de nodige onzekerheden te noemen zoals geluidsoverlast en het ervaren van overlast door bewegende delen.

Geen aanpassing

9

5. Zienswijze-indiener 5, 6, 7, 8, 9,12,13, 14, 16, 17, 18, 19, 20, 21, 22, 23, 24, 25, 26, 27, 28, 29, 30, 31, 32, 33, 34, 35, 37, 38, 39, 40, 44, 45, 46, 47, 49, 50, 51, 52, 53, 54, 57, 58, 60, 61, 62, 63 1. Indieners zienswijze hebben bezwaar tegen het plaatsen van 7 windturbines vanuit ecologische redenen. Provincie Gelderland heeft besloten dat er in een zone tot 8 kilometer rond de Veluwe geen windturbines mogen worden geplaatst om de wespendief te beschermen.

De gemeente Epe heeft begrip voor de bezwaren. De mogelijke ontwikkeling, het aanwijzen van zoekgebieden voor windturbines in de omgeving van Eekterveld, is in een eerdere fase vastgesteld. Dit vond plaats door de vaststelling van de Regionale Energie Strategie in 2021 (RES 1.0). Hierin stelde de raad de regionale ambitie vast (hoeveel hernieuwbare energie door zon en wind wekken wij op als regio). De gemeente Epe heeft de regionale ambitie en het voorwerk dat daar is gedaan in haar omgevingsvisie ‘Natuurlijk Goed Leven’ (vastgesteld in 2021) verder uitgewerkt en haar zoekgebied verder geconcretiseerd tot het zoekgebied dat is opgenomen in het Ontwerp Uitwerkingskader Zon en wind (pag. 26). In de Transitievisie Energie en Warmte van de gemeente Epe (vastgesteld in 2022) wordt deze opgave voor de gemeente Epe, het aantal TJ hernieuwbare opwek, opgewekt door middel van windenergie, ook beschreven.

Aanpassing: In het Uitwerkingskader beschrijven wij dat er tot de vaststelling van het provinciale en landelijke windbeleid geen windturbines worden gerealiseerd.

De ambitie om voor 2050 7 windmolens te realiseren om 415 TJ hernieuwbare energie op te wekken, is onderdeel van de energiemix die de gemeente Epe in 2022 heeft vastgesteld. Er kunnen implicaties ontstaan, en enkele daarvan zijn ook beschreven in het Ontwerp Uitwerkingskader zon en wind, voor het niet slagen van grote alternatieve energiebronnen zoals windenergie. Deze gevolgen kunnen we nu nog niet overzien, maar zullen in de tweejaarlijkse herijking van de het Uitwerkingskader zon en wind aan bod komen. De implicaties en beperkingen waar de gemeente Epe mee te maken heeft, die ook beschreven staan in het Ontwerp Uitwerkingskader zon en wind, zijn: -

Windturbines zijn door ecologische beperkingen op een afstand tot 8 km van de Veluwe op dit moment niet mogelijk. In december 2022 besloot de provincie Gelderland dat in het natuurgebied de Veluwe en 1 kilometer daaromheen geen windparken worden gebouwd. In een zone van 1 tot 8 kilometer mogen tot 2030 maar 1 of 2 windparken komen. Dit betreft de windparken in Ermelo en Putten. De provincie merkt op dat in de toekomst mogelijk wel meer windparken kunnen komen. Dat kan als de natuur zich herstelt én door nieuwe technische oplossingen.

10

-

-

-

Op de Veluwe vliegt en broedt de wespendief. De provincie Gelderland heeft de wettelijke taak om deze vogel te beschermen. Vogels kunnen tegen rotorbladen van de windturbines aanvliegen. Voor de kwetsbare wespendief is dit sterfterisico te hoog. Binnen de toch al kwetsbare Veluwse natuur kan het verminderen of verdwijnen van deze vogelsoort negatieve effecten hebben op het gehele ecosysteem. De provincie Gelderland werkt momenteel aan een herziening van haar windbeleid dat van invloed is op het lokale- en regionale beleid voor zon en wind. De uitgangspunten van deze herziening lagen van 13 februari tot en met 20 maart bij de Provincie Gelderland ter inzage. De uitkomst van de herziening is nog niet bekend. Voor zowel het actualiseren van het provinciaal windbeleid als het borgen van de RES 1.0 heeft de provincie milieu-informatie nodig. Op basis van deze informatie kan onderzoek worden gedaan naar de te verwachten effecten van de aan te leggen wind- en zonneparken en alles wat daarbij hoort op de leefomgeving en het landschap. De onderzoeksresultaten helpen bij de afwegingen die het bevoegd gezag moet maken op welke concrete plekken welke vormen van duurzame energieopwekking het beste kan komen. Een belangrijk instrument hiervoor is de milieueffectrapportage (MER).

De MER is een procedure met als belangrijkste doel het belang van het milieu volwaardig te laten meewegen bij de voorbereiding en vaststelling van plannen en besluiten. Het gaat dan om plannen en besluiten van de overheid voor projecten die (uiteindelijk) belangrijke gevolgen voor het milieu kunnen hebben. Bij een MER-procedure worden verschillende alternatieven onderzocht vanuit milieuperspectief. Voor elk alternatief wordt gekeken naar de effecten op bijvoorbeeld milieu, natuur en landschap. Tevens wordt er op dit moment, door de Staatssecretaris van IenW, gewerkt aan een landelijke plan-MER ter onderbouwing van geluidsnormen voor windturbines. In de loop van 2023 zal de plan-MER en de ontwerp AMvB voor het publiek ter inzage worden gelegd. Het rapport over afstandsnormen wordt ook betrokken in de plan-MER en bij het opstellen van de AMvB.

Bovenstaande opsomming betekent dat de komende jaren vooral de toekomstige mogelijkheden worden onderzocht en dat daardoor in dit uitwerkingskader geen duidelijke kaders voor wind opgenomen zijn en vooral wordt gekeken naar het openhouden van mogelijkheden van ontwikkeling van windenergie op de langere termijn (na 2030). 2. Indieners zienswijze hebben bezwaar tegen het plaatsen van (7) windmolens (met een tiphoogte van 270 meter) ter plaatse van industrieterrein Eekterveld en op 1,5

De gemeente Epe erkent de zorgen. Windmolens op land produceren schone energie, maar veroorzaken ook hinder, zoals geluid en slagschaduw. De effecten van windturbines moeten daarom bij vergunningverlening op een zorgvuldige manier worden afgewogen. In Nederland waren de gezondheidseffecten van windturbines tot nu toe gereguleerd met normen voor geluid, externe veiligheid en slagschaduw. Deze normering was geregeld in

Aanpassing: In het Uitwerkingskader beschrijven wij dat

11

kilometer van de bebouwde kom van Vaassen. Insprekers maken zich zorgen over gezondheidsrisico's (zoals slagschaduw en (laagfrequent) geluid) die er verbonden zijn aan het realiseren van windmolens binnen een straal van 7 kilometer van woningen.

het Activiteitenbesluit. Tot juni 2021 had Nederland wettelijke normen voor het geluid van windmolens. Maar op 30 juni 2021 heeft de Raad van State besloten dat die landelijke normen niet meer gelden. De gemeenten moeten nu zelf vaststellen hoeveel geluid zij toestaan bij windmolens, tot er nieuwe landelijke normen zijn. In het Activiteitenbesluit stond de beoordelingsmaat van 47 dB (Lden) en 41 dB (Lnight). De normering van geluid afkomstig van windturbines houdt rekening met achtergrondgeluid door wind: hoe harder het waait, hoe hoger dit achtergrondgeluid is en hoe hoger de normering.

er tot de vaststelling van het provinciale en landelijke windbeleid geen windturbines worden gerealiseerd.

De gezondheidseffecten als gevolg van windturbines nemen wij en andere overheidslagen serieus. Bij het opstellen/herzien van het Uitwerkingskader zon en wind worden de meest recente relevante wetenschappelijke inzichten over gezondheidseffecten betrokken. Daarom is in het Ontwerp Uitwerkingskader zon en wind het volgende opgenomen (pagina 27): Voor de ontwikkeling van windturbines is nog veel onderzoek nodig om initiatieven voor windmolens eventueel te kunnen realiseren. Dit betekent dat vooral de toekomstige planologische mogelijkheden worden onderzocht. In dit uitwerkingskader worden vooralsnog geen duidelijke kaders voor wind opgenomen en wordt vooral gekeken naar het openhouden van mogelijkheden van ontwikkeling van windenergie op de langere termijn (na 2030). Voor de toekomst werkt de Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat (IenW) aan een nieuwe landelijke plan-MER ter onderbouwing van geluidsnormen en milieunormen voor windturbines. Begin 2023 zal het plan-MER en de ontwerp AMvB voor het publiek ter inzage worden gelegd. Rond het zomerreces van 2023 zal de Staatssecretaris van IenW het plan-MER en de ontwerp AMvB aan de Kamer sturen. Het rapport over afstandsnormen wordt betrokken in het plan-MER en bij het opstellen van de AMvB. Wij zullen de afstandsnormen betrekken bij een actualisatie van het Uitwerkingskader zon en wind. 3.

Indieners zienswijze vragen de gezondheid van de inwoners boven economische belangen te stellen. De aanwezigheid van industrie en het onderstation nabij Eekterveld mogen niet bepalen dat daar windmolens mogen komen.

Het zoekgebied zoals aangeduid in het Ontwerp Uitwerkingskader zon en wind is gekozen om meerdere redenen: Natuur en landschap behoren tot de kernkwaliteiten van de gemeente Epe (Omgevingsvisie ‘Natuurlijk Goed Leven’) Clustering van windenergie waardoor verrommeling van het landschap zoveel mogelijk wordt voorkomen (RES 1.0). Nabijheid van elektriciteitsstation (onderstation) bij bedrijventerrein Eekterveld. Een ruimtelijke en functionele koppeling met het bedrijventerrein en de ontwikkeling van een zonnepark en windmolen(s) is hier mogelijk.

Geen aanpassing

12

In de regionale energiestrategie 1.0 wordt uitgegaan van clustering van windenergie. Dit is gebaseerd op het principe dat het landschap het kapitaal van de regio is. Een heel herkenbaar principe voor onze gemeente omdat natuur en landschap tot de kernkwaliteiten van de gemeente Epe behoren. Door clustering van windenergie wordt de verrommeling van ons landschap zoveel mogelijk voorkomen en wordt de ruimtelijke impact van de windturbines verkleind. Clustering betekent dat meerdere windturbines bij elkaar komen te staan en dat tussen de locaties veel ruimte zit (minimaal 5 km). Dit zorgt voor een zodanige spreiding dat het landschap goed beleefbaar blijft. De grotere landschappelijke structuren worden aangehouden om tot een situering van windclusters te komen. De clusters volgen in ons deel van de regio de stuwwallen en zijn gesitueerd in de flanken van de Veluwe nabij de A50. Door het cluster te positioneren in de nabijheid van bedrijven en het onderstation zijn de maatschappelijke kosten voor het realiseren van een windmolen lager. Voor de aanleg is minder infrastructuur nodig, afnemers zijn in de nabijheid en cable-pooling (één kabel voor zon- en windenergie) is mogelijk.

Echter is de realisatie van een windmolen of windmolens in dit zoekgebied pas mogelijk nadat voorwaarden op het gebied van ecologie en gezondheid zijn opgenomen in de mer van de Provincie en de Plan-mer van de Rijksoverheid (hiervoor verwijzen wij naar de eerste twee delen van deze zienswijzereactie.) 4. Indieners zienswijze merken op dat de opbrengsten van duurzame energie-opwekking door windturbines belanden bij netbeheerder en ‘energiereuzen’.

De gemeente Epe beschrijft in haar Ontwerp dat het feit dat ontwikkelaars van buiten de gemeente geld verdienen aan zonneparken en windturbines, door direct omwonenden van energie-installaties (waaronder windmolens) met lede ogen wordt aangezien. Des temeer reden om inwoners van gemeente Epe te laten meeprofiteren. Zo worden de lusten en lasten van energie opwek beter verdeeld. Vanwege de impact is financiële participatie voor de ‘zon op land’ en ‘windturbines’ een randvoorwaarde. We maken hierbij onderscheid in lokaal eigendom (risicodragend mede-eigenaar worden) en locatie gerelateerde vergoedingen. Op pagina 37 van het Ontwerp Uitwerkingskader beschrijven wij dat de impact van het opwekken van energie op de omgeving aanleiding is om ook beleid te ontwikkelen om de omgeving mee te laten profiteren. Dit wordt ook vanuit het klimaatakkoord en de RES 1.0 als opdracht meegegeven: Om de projecten voor de bouw en exploitatie van hernieuwbaar op land in de energietransitie te laten slagen, gaan in gebieden met mogelijkheden en ambities voor hernieuwbare opwekking, partijen gelijkwaardig samenwerken in de ontwikkeling, bouw en exploitatie. Dit vertaalt zich in evenwichtige eigendomsverdeling in een gebied waarbij gestreefd wordt naar 50% eigendom van de productie van de lokale omgeving (bewoners en bedrijven). Investeren in een zon –en/of windproject is ondernemerschap.

Dat vergt ook meeinvesteren en risico lopen. Het streven voor de eigendomsverhouding is een algemeen streven voor 2030. Er is lokaal ruimte om hier vanwege lokale project-gerelateerde redenen van af te wijken.

Geen aanpassing

13

5. Indieners zienswijze merken op dat Vaassen de dupe van de ideale van de gemeente Epe door het zoekgebied ‘neer te leggen’ in Vaassen.

De gemeenteraad heeft in 2021 zowel de RES 1.0 als de Omgevingsvisie ‘Natuurlijk Goed Leven’ vastgesteld. In de regionale energiestrategie wordt uitgegaan van clustering van windenergie. Dit is gebaseerd op het principe dat het landschap het kapitaal van de regio is. Een heel herkenbaar principe voor onze gemeente vanuit het perspectief van de Omgevingsvisie ‘Natuurlijk Goed Leven’: natuur en landschap behoren tot onze kernkwaliteiten. De grotere landschappelijke structuren worden aangehouden om tot een situering van windclusters te komen. Het cluster dat in onze gemeente ligt, betreft op basis van de uitgangspunten van de RES 1.0 een zoekgebied dat in de Omgevingsvisie nader is gedefinieerd ten oosten van het Eekterveld op ruime afstand van zoekgebieden in Apeldoorn en Heerde. Zie zienswijzereactie 5.3 voor een nadere onderbouwing van het zoekgebied.

Geen aanpassing

6. Indieners zienswijze merken op dat het zoekgebied voor windmolens in een gebied ligt voor een mogelijke toekomstige woningbouwopgave. Door mogelijke realisatie windmolens moet de woningbouwopgave voor dit gebied mogelijk heroverwogen worden. Daarnaast ontstaat er voor de gemeente Epe mogelijk financiële schade door een zwakkere onderhandelingspositie van de gemeente Epe ten opzichte van projectontwikkelaars. Daarnaast zullen extra maatregelen genomen moeten worden om geluidshinder bij woningen te voorkomen.

De gemeente Epe onderschrijft de geuite zorgen. Er zijn diverse ontwikkelingen die impact op elkaar hebben. In de Omgevingsvisie ‘Natuurlijk Goed Leven’ beschrijven wij dat voor uitbreidingslocaties in het dorp Epe eerst de woonwijk Klaarbeek wordt afgerond. Daarnaast zijn ’t Slath, Zuukerenk en de Griseeweg voor de hand liggende locaties om uit te breiden. In Vaassen zal het gaan om het eerste deel van Kerkenland en daarna een volgende stap richting het Eekterveld. Voor Vaassen lopen momenteel twee woningbouwtrajecten (Sprenghenparc: uitbreiding/ transformatie en Oosterhof Zuid: uitbreiding). Beiden staan genoemd in de Woonagenda 2019-2023 en volgen hun eigen ruimtelijk spoor dat al enige tijd geleden in gang is gezet. De Omgevingsvisie brengt in beeld wat we voor de gebieden en de opgaven (zoals de woon- en energieopgave) willen bereiken. Initiatieven die een bijdrage leveren aan de doelen en ambities (en geen afbreuk doen aan andere doelen), worden omarmd. De opgaven uit de omgevingsvisie worden gebiedsgericht en projectmatig opgepakt waarbij zowel de energieopgave als woningbouwopgave integraal en gebiedsgericht wordt bekeken.

Geen aanpassing

De gemeente Epe neemt de geuite zorgen serieus. De door bewoners geuite zorgen of EU-richtlijnen en het verdrag van Aarhus voldoende in acht worden genomen, hebben ons inziens betrekking op de totstandkoming van het Ontwerp Uitwerkingskader. Dit Ontwerp Uitwerkingskader Zon en wind staat niet op zichzelf. Voorafgaand aan dit ontwerp zijn de

Geen aanpassing.

6. Zienswijze-indiener 7, 8, 14, 16, 18, 19, 30, 31, 34, 39, 40, 41, 44, 45, 46, 47, 49, 50, 54, 57, 58, 61, 62 1. Indieners zienswijze vragen zich af of de gemeente Epe zich houdt aan het Verdrag van Aarhus, Richtlijn 2011/92E. Artikel 7 in het bijzonder: bijdragen aan de bescherming van het

14

recht in een milieu te leven dat passend is voor persoonlijke gezondheid en welzijn.

Regionale Energiestrategie 1.0 (2021), de Omgevingsvisie ‘Natuurlijk Goed Leven’ vastgesteld en de Transitievisie Energie en Warmte. De inhoud van het Ontwerp Uitwerkingskader zon en wind kan worden gekwalificeerd als beleid. Dat brengt ook de verplichting tot inspraak mee. Op het Uitwerkingskader zon en wind is daarom de gemeentelijke inspraakverordening van toepassing. Evenals het verdrag van Aarhus. In de Regionale Energiestrategie staat opgeschreven hoeveel energie de Regio Stedendriehoek gaat opwekken via zon en wind. In de Omgevingsvisie ‘Natuurlijk Goed Leven’ staat de basis beschreven voor de duurzame energieopwekking die in dit Ontwerp Uitwerkingskader Zon en wind is uitgewerkt. In de Transitievisie Energie en Warmte (2022) van de gemeente Epe is beschreven hoeveel energie wij gaan opwekken via zon en wind. Bij de totstandkoming van de strategie en visies zijn participatietrajecten gevolgd om tot een resultaat te komen dat de gemeenteraad heeft vastgesteld.

Voorafgaand aan de totstandkoming van het Ontwerp Uitwerkingskader Zon en wind zijn er twee participatieavonden met bewoners en ondernemers geweest, vonden er een tweetal bijeenkomsten plaats met ambtenaren en ketenpartners, hebben er een 8-tal interviews met experts plaatsgevonden, vond er een innovatie-atelier en een expert-atelier (digitaal) plaats en is er een enquête onder de inwoners van de gemeente Epe uitgezet. De resultaten zijn verwerkt in dit Ontwerp Uitwerkingskader. De verslaglegging van de verschillende participatiebijeenkomsten zijn opgenomen in het Ontwerp Uitwerkingskader vanaf pagina 46 t/m 85. Het Ontwerp Uitwerkingskader is voor inspraak vrijgegeven. Het Ontwerp lag van 14 december 2022 t/m 25 januari 2023 ter inzage. Over alle binnengekomen reacties op het Ontwerp Uitwerkingskader is voorliggende zienswijze reactienota opgesteld met voorstellen voor het al of niet bijstellen voor het definitieve Uitwerkingskader. De procedure leidt uiteindelijk tot vaststelling in de gemeenteraad. Het Uitweringskader valt onder de reikwijdte van de gemeentelijke inspraakverordening. Door de openstelling voor inspraak te bieden als bedoeld in afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht wordt tevens voldaan aan de mogelijke verplichting van artikel 7 van het Verdrag van Aarhus om inspraak te bieden in verband met plannen en beleid.

Eén van de doelstellingen van het Verdrag van Aarhus is het waarborgen van rechten inzake inspraak in besluitvorming in milieuaangelegenheden teneinde bij te dragen tot de bescherming van het recht in een milieu te leven dat passend is voor persoonlijke gezondheid en welzijn. Voor het aangewezen zoekgebied in het Ontwerp

15

Uitwerkingskader heeft nog geen nauwgezette verkenning ten grondslag gelegen voor wat betreft effecten op mens, dier en leefomgeving. De kaartaanduiding en de genoemde aantallen windturbines zijn indicaties, beschouwd als een bandbreedte voor de gemeente Epe. De provincie Gelderland werkt momenteel aan een herziening van hun windbeleid en stelt ten behoeve daarvan een plan-MER op. Tevens wordt er op dit moment gewerkt aan een landelijke plan-MER ter onderbouwing van geluidsnormen voor windturbines. Gemeente Epe verwijst naar zienswijze 5 waarin zij aangeeft tekst en uitleg geeft over de plan-MER van de provincie Gelderland en de landelijke plan-MER. Participatie stopt niet bij het Uitwerkingskader. Bij de uitwerking richting concrete locaties en projectinitiatieven in het proces is participatie een vereiste. In het Ontwerp Uitwerkingskader (Deel B ‘Eigenaarschap en participatie’ en Deel C ‘Stappenplan) staat beschreven hoe deze participatie wordt vormgegeven. 2. Indieners zienswijzen wijzen de gemeente Epe op de mogelijke aansprakelijkheid voor het rechtens onjuist (doen) besluiten en (laten) realiseren van windturbineparken, in casu specifiek met betrekking tot turbines van het windpark.

Een zonnepark of windmolen is een ruimtelijk initiatief waarvoor uiteindelijk misschien een omgevingsplan gewijzigd moet worden en in ieder geval een vergunning nodig is. Deze initiatieven hebben impact op de omgeving en kunnen gevolgen hebben voor omwonenden. Ook kunnen deze initiatieven van invloed zijn op belangen die bepaalde organisaties vertegenwoordigen. Het is belangrijk dat over alle ruimtelijke initiatieven op tijd het gesprek wordt aangegaan met de omgeving en belanghebbenden en dat dit zo vroeg mogelijk gebeurt. Dus ruim voordat een officiële aanvraag wordt ingediend, waarop door de gemeente Epe een beslissing moet worden genomen. In de gemeente Epe hebben we spelregels gemaakt om de samenwerking tussen initiatiefnemer, omwonenden, organisaties en de gemeente Epe te ondersteunen. De spelregels moeten bij ruimtelijke initiatieven in acht worden genomen. Zij maken deel uit van het vooroverleg: ‘het omgevingsoverleg’. In dit overleg wordt de wenselijkheid van het initiatief onderzocht en de stappen die daarin gevolgd worden, beschreven. Participatie is één van die stappen. Tegelijk doet het beleid een oproep aan initiatiefnemers om al in een vroegtijdig stadium het gesprek met de omgeving aan te gaan. Bij voorkeur voordat het vooroverleg bij de gemeente Epe start.

Bij dit participatiebeleid horen twee stroomschema’s: Eén voor de initiatiefnemer en één voor de omwonenden en betrokkenen. Deze zijn als bijlagen bij het Ontwerp Uitwerkingskader zon en wind toegevoegd. Hierin wordt de route beschreven hoe de participatie bij ruimtelijke initiatieven zoals een zonneveld en een windmolen werkt.

Geen aanpassing.

3. Indieners verwijzen de gemeente expliciet naar hét platform waar alle recente onderzoeken naar Windmolens en gezondheidseffecten

De gemeente bedankt de indieners van de zienswijzen voor het wijzen op het platform windwiki en op de onderzoeksrapporten naar gevolgen van windmolens en de gezondheidseffecten. Wij verwijzen u voor een beantwoording naar de zienswijzen bij 5

Geen aanpassing.

16

door experts worden geplaatst. Specifiek het rapport van DEI en epidemioloog D. Bijl.

waarin tekst en uitleg wordt gegeven over de plan-MER van de provincie Gelderland en de landelijke plan-MER.

7. Zienswijze-indiener 7, 8, 14, 16, 18, 19, 30, 31, 34, 41, 44, 45, 46 ,47, 52, 57, 58, 61, 62, 64 1. Indieners zienswijze vagen zich af of er door de gemeente voor het Ontwerp Uitwerkingskader steeds vanuit (dezelfde met de burgers gecommuniceerde) kaders, uitgangspunten en processtappen gewerkt is of dat er tussentijds aanpassingen gedaan zijn die niet of niet nadrukkelijk zijn gecommuniceerd met de inwoners van de gemeente Epe.

2. Indieners zienswijze merken op dat het Uitwerkingskader sterk procesgericht is.

8. Zienswijze-indiener 21 1. Indiener zienswijze merkt op dat in het Plan van aanpak Epe (ETR100548IVersie 2I07-

De gemeente Epe gaf Rho Adviseurs vanaf april 2022 opdracht voor het opstellen van een Uitwerkingskader Zon en wind waarmee duidelijk wordt onder welke randvoorwaarden duurzame energie (zonne- en windenergie) kan worden gerealiseerd. Het college besloot op 31 mei 2022 in te stemmen met de vertrekpuntennotitie en het participatieplan dat hieraan ten grondslag ligt en deelde dit besluit met de gemeenteraad. Het opstellen van dit kader heeft plaatsgevonden vanuit de vertrekpuntennotitie en dit participatieplan- en proces met stakeholders, inwoners, collega's e.d. waarmee de gemeenteraad bekend is. Gedurende het proces is het vetrekpunt (de uitgangspunten) niet gewijzigd en is het door het college vastgestelde participatieplan gevolgd.

Geen aanpassing

De gemeente Epe heeft in haar participatietraject gesproken met inwoners, andere (semi)overheden en samenwerkingsverbanden zoals de Regio Stedendriehoek, energie coöperaties, experts op het gebied van netcongestie, ervaringsdeskundigen op het gebied van zonnevelden en erfmolens. Zie hiervoor bijlage ‘Participatieproces’ (pagina 46) van het Ontwerp Uitwerkingskader zon en wind. Het Uitwerkingskader zon en wind is een kader waarin duidelijk wordt onder welke ruimtelijke en participatieve randvoorwaarden duurzame energie (zonne- en windenergie) kan worden gerealiseerd. Het is een kader waarmee het voor initiatiefnemers mogelijk wordt om aan de slag te gaan met zon- en windenergie. In deel C van het Uitwerkingskader ‘Stappenplan’ lichten wij toe welke stappen doorlopen moeten worden voordat een initiatief gerealiseerd. Dit kader ziet de gemeente Epe dan ook als een voorwaardenscheppend kader voor: ruimtelijke/landschappelijke inpassing van zonne- en windenergieprojecten, participatie van omwonenden en belanghebbenden bij zonne- en windenergieprojecten en deelname aan zonne- en windprojecten (lokaal eigendom).

Geen aanpassing

Het Plan van aanpak (ETR100548|versie 2|07-01-2021) is het plan van aanpak dat Adviesbureau APPM voor de gemeente Epe opstelde voor het opstellen van de

Geen aanpassing.

17

01-2021 er van uit wordt gegaan dat de burgers (na een inspraakronde) weer op sport 1 van de participatieladder verder gaan. Hoe gaat de gemeente Epe dit aanpassen om 50% lokaal eigendom te stimuleren?

Transitievisie Energie en Warmte. Deze visie is vastgesteld in januari 2022. De gemeente Epe stelt met het Uitwerkingskader zon en wind randvoorwaarden aan financiële participatie, waaronder lokaal eigendom, bij zonne- en windenergieprojecten. De wijze waarop staat beschreven in deel B ‘Eigenaarschap en participatie’ van het Uitwerkingskader zon en wind.

9. Zienswijze-indiener 15, 20, 21 51, 52, 53, 63, 64 1. Indieners zienswijze vragen zich waar de doelstellingen en aannames die gemeente Epe doet in haar Ontwerp Uitwerkingskader zon en wind op zijn gebaseerd.

Nederland maakt werk van het behoud van het klimaat met het zogenaamde Klimaatakkoord, als uitwerking van de internationale afspraken van Parijs. Als onderdeel daarvan vraagt het Rijk aan 30 RES-regio’s om te werken aan de productie van hernieuwbare energie en aan de warmtetransitie. I De gemeente Epe maakt onderdeel uit van de RES Regio Stedendriehoek. In de RES 1.0 (Regionale Energiestrategie) is de opgave beschreven die onze regio (Cleantech Regio, vanaf januari 2023 Regio Stedendriehoek) heeft. De RES 1.0 is een strategie en geeft regionale uitgangspunten die gemeenten, waterschappen en de provincie uitwerken in hun lokale ruimtelijk beleid. Daar worden definitieve keuzes gemaakt. De besturen van zeven gemeenten, twee waterschappen en de provincie Gelderland hebben de RES 1.0 uitgewerkt en vastgesteld. Samen hebben zij input opgehaald bij inwoners, natuur- en milieuorganisaties, agrariërs, ondernemers, onderwijs, groot-grondeigenaren, lokale energie coöperaties, en andere belanghebbenden.

Geen aanpassing.

Dit Ontwerp Uitwerkingskader Zon en wind staat niet op zichzelf en is onder andere een uitwerking van de hierboven beschreven RES 1.0. De RES 1.0 is vervolgens vertaald in de Omgevingsvisie ‘Natuurlijk Goed Leven’ (vastgesteld in 2021) en de Transitievisie Energie en Warmte (vastgesteld in 2022). In de Omgevingsvisie ‘Natuurlijk Goed Leven’ staat de basis beschreven voor de duurzame energieopwekking die in dit Ontwerp Uitwerkingskader Zon en wind is uitgewerkt. In de Transitievisie Energie en Warmte van de gemeente Epe is beschreven hoeveel energie wij gaan opwekken via zon en wind. Bij de totstandkoming van de strategie en visies zijn participatietrajecten gevolgd om tot visies te komen die de gemeenteraad vervolgens heeft vastgesteld. De gemeente Epe heeft in haar Transitievisie energie en warmte beschreven hoeveel energie (de opgegeven waarden) zij duurzaam wil opwekken, wanneer zij dit wil realiseren (het tempo) en met welk middel (o.a. zon en wind) zij dit gaat doen. De hoeveelheden, het

18

tempo en het middel zijn vastgesteld door de gemeenteraad en zijn de uitgangspunten die ten grondslag liggen aan het Ontwerp Uitwerkingskader zon en wind. In de Transitievisie Energie en Warmte is beschreven dat elektriciteit één van de huidige energiedragers is. Hernieuwbare elektriciteit is de belangrijkste energiedrager voor een emissie-loze toekomst. Hernieuwbare elektriciteitsproductie draagt daarmee bij aan CO2-reductie. Op dit moment zijn zonne- en windenergie de belangrijkste hernieuwbare bronnen hiervoor. In de Transitievisie Energie en Warmte is vastgesteld dat er zeker 1200 TJ duurzame elektriciteit nodig is. In de energiemix (2022) voor de gemeente Epe wordt uitgegaan van 340 TJ opwek door zon op dak, 468 TJ opwek door zon op land (dat is met de huidige vermogens ongeveer 134 hectare) en 415 TJ opgewekte energie uit wind in 2050. Met de inpassing van huidige generatie windturbines van 6 MW zijn er op basis van deze berekening 7 winturbines nodig om bij een aantal vollasturen van 2900 per jaar 438 TJ middels windmolens op te wekken. 2. Indieners zienswijze vragen de gemeente Epe de doelstellingen te herzien

De gemeenteraad heeft vastgesteld dat de Transitievisie Energie en Warmte na 5 jaar wordt herzien en herijkt. Het voorstel is dat het Uitwerkingskader voor zon en wind na 2 jaar wordt herzien. Deze periode van herziening en herijking geven de mogelijkheid in te spelen op ontwikkelingen op o.a. het gebied van energie-opwekmogelijkheden, de energie-infrastructuur, de op dat moment geldende wet- en regelgeving en de energiemix passend bij de gemeente Epe.

Geen aanpassing

3. Indieners zienswijze vragen de gemeente de doelstelling zelfvoorzienend te worden op het gebied van energie geen voorrang te geven boven andere levensbehoeften zoals voedsel, water en veilig onderdak.

In de Transitievisie Energie en Warmte (2022) beschrijft de gemeente Epe de route naar een CO2-neutrale en aardgasvrije gemeente. Hierin is géén ambitie uitgesproken om zelfvoorzienend te zijn. Wel wil de gemeente meer ruimte gaan bieden aan de op dit moment meest gangbare vormen van hernieuwbare energie; zon en wind. Hoewel dit ten koste kan gaan van gronden die nu in gebruik zijn voor landbouw komen de voedsel- en waterzekerheid en een veilig onderdak niet in gevaar. Belangrijke voorwaarde is dat er altijd combinaties met andere maatschappelijke opgaven worden gemaakt bij het uitwerken van een zonnepark of windturbine. Kwetsbare landschappen en hoogwaardige landbouwgronden zijn minder voor de hand liggend voor energie-opwek.

Geen aanpassing

Dit Uitwerkingskader zon en wind heeft als doel om voorwaarden te scheppen om energieopwek door middel van zon en wind in het landschap van gemeente Epe te realiseren. In de Transitievisie Energie en Warmte (2022) beschrijven wij de visie en aanpak van de gemeente Epe om in 2050 CO2-neutraal te zijn. Deze aanpak is gebaseerd op de vijf sectortafels uit het Klimaatakkoord, te weten de Gebouwde Omgeving, Industrie, Elektriciteit, Mobiliteit en Landbouw & Landgebruik. Per sector worden bijpassende

Geen aanpassing

4. Indieners zienswijze vinden dat energiereductie (van fossiele brandstoffen) onderbelicht is in dit Ontwerp Uitwerkingskader.

19

maatregelen benoemd om de CO2-uitstoot terug te dringen, met als stip op de horizon een CO2-neutrale gemeente in 2050. In de Transitievisie Energie en Warmte is beschreven dat één van de focusgebieden tot 2030 energiebesparing is. Wat betreft besparing zetten we in het bijzonder in op de sectoren industrie en gebouwde omgeving. Door besparing daalt de benodigde energie-opwek. De benodigde energie-opwek is gebaseerd op de te verwachte energiebesparing die in de Transitievisie Energie en Warmte zijn beschreven. 5. Indieners zienswijze willen weten hoeveel C02 reductie er sinds het Klimaatakkoord van 1990.

Hoeveel CO2-reductie is behaald sinds het klimaatakkoord van 1990 -

10. Zienswijze-indiener 7,10, 34 1. Indieners zienswijze verklaren dat zij door middel van deze zienswijze, volgens artikel 3:317 lid van het Burgerlijk Wetboek, het recht voorbehouden om de gemeente via een rechtsgang, ook na het sluiten van de gebruikelijke inspraak- en besluitvormingstermijnen, aansprakelijk kunnen stellen voor alle schade aan hun gezondheid en alle schade aan de waarde van hun vastgoed en/of bedrijfsvoering die voortvloeit uit de plaatsing, aanwezigheid of het in bedrijf zijn van windturbines

Geen aanpassing

In 2021 bedroeg de landelijke uitstoot van broeikasgassen 168 megaton CO2equivalent. Dit is 1,5 procent hoger dan in 2020 en 24 procent lager dan in 1990. De CO2-uitstoot van 2021 is 13 procent lager dan in 1990. In 2021 is de gezamenlijke uitstoot van de andere broeikasgassen (methaan, lachgas en F-gassen) 54 procent lager dan in 1990. (bron, CBS).

Het uitwerkingskader betreft een beleidsnota zonder direct rechtsgevolg. Er zijn geen overeenkomsten gesloten tussen partijen en of personen. Het staat iedereen vrij, ook de indieners van deze zienswijze, om op het moment dat daadwerkelijk door middel van een ruimtelijke procedure duurzame opwekprojecten door windturbines of zonneparken worden gerealiseerd, gebruik te maken van de rechtsmiddelen die in Nederland voorhanden zijn, op het moment dat u vindt dat u onrecht is aangedaan.

Geen aanpassing.

In de door de gemeenteraad vastgestelde RES 1.0 (Regionale Energiestrategie) en de Transitievisie Energie en Warmte is vermeld dat de Regio Stedendriehoek en de gemeente Epe kiezen voor een passende energiemix om in 2050 energieneutraal te zijn. Om deze doelstelling te halen is besloten dat we zowel energie uit de zon (zon op daken

Geen aanpassing

11. Zienswijze-indiener: 12, 20, 36, 51, 55, 41, 48, 56, 21, 59, 63, 64 1. Indieners zienswijze vragen te kijken naar een efficiënte inzet van het elektriciteitsnetwerk en niet te focussen op één soort energie (energiemix).

20

en zonnevelden), wind, de bodem, lucht, (afval)water en restwarmte nodig hebben. Het Uitwerkingskader zon en wind gaat alleen in op de randvoorwaarden die gesteld worden aan energie uit zon en uit wind vanwege de ruimtelijke impact. 2. Indieners zienswijze merken op dat Bedrijventerrein Eekterveld nog veel mogelijkheden biedt om zonnestroom op te wekken op bestaande en te bouwen panden. Door met opslag te werken is congestie te omzeilen.

In de Transitievisie Energie en Warmte is in beeld gebracht wat de potentie is van het aantal zonnepanelen dat op de daken van Eekterveld geplaatst kan worden. Vanwege netcongestie kunnen deze panelen momenteel niet aangesloten worden. Om de congestie te vermijden wordt er naar verwachting in 2023 een eerste accu geplaatst waardoor er zonnepanelen op daken mogelijk zijn in combinatie met opslag.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12536167/1