CConstaterende datEpe
Koppel je AI →
Document · PDF

614737 Spelregels Samenwerken aan een plan

Commissie Omgeving en Financiën 12 januari 2023, gemeente EpeBij agendapunt: Vaststelling Participatiebeleid 'Samen werken aan een plan'3.827 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Niet gevonden in dit document.

Gemeente Epe

Samenwerken aan een plan Spelregels voor participatie bij ruimtelijke initiatieven

Samenwerken aan een plan Spelregels voor participatie bij ruimtelijke initiatieven Een nieuwe wijk, een nieuwe woning, het bouwen van een schuur of de aanleg van een zonnepark. Zomaar wat voorbeelden van ruimtelijke initiatieven waarvoor uiteindelijk misschien een bestemmingsplan (straks: omgevingsplan) gewijzigd moet worden en in ieder geval een vergunning nodig is. Deze initiatieven hebben impact op de omgeving en kunnen gevolgen hebben voor omwonenden. Ook kunnen deze initiatieven van invloed zijn op belangen die bepaalde organisaties vertegenwoordigen. Het is belangrijk dat over alle ruimtelijke initiatieven op tijd het gesprek wordt aangegaan met de omgeving en organisaties en dat dit zo vroeg mogelijk gebeurt. Dus ruim voordat een officiële aanvraag wordt ingediend, waarop door de gemeente Epe een beslissing moet worden genomen. In de gemeente Epe hebben we spelregels gemaakt om de samenwerking tussen initiatiefnemer, omwonenden, organisaties en de gemeente Epe te ondersteunen. Deze spelregels zijn in samenspraak met een raadswerkgroep opgesteld en door de gemeenteraad vastgesteld als beleid. De spelregels moeten bij ruimtelijke initiatieven in acht worden genomen. Zij maken deel uit van het vooroverleg: ‘het omgevingsoverleg’. In dit overleg wordt de wenselijkheid van het initiatief onderzocht en de stappen die daarin gevolgd worden. Participatie is één van die stappen.

Tegelijk doet het beleid een oproep aan initiatiefnemers om al in een vroegtijdig stadium het gesprek met de omgeving aan te gaan. Bij voorkeur voordat het vooroverleg bij de gemeente Epe start. Samengevat houden de spelregels het volgende in: Zij doen een oproep om vroegtijdig het gesprek aan te gaan; Zij maken deel uit van het vooroverleg ‘het omgevingsoverleg’; Zij zijn onlosmakelijk verbonden met een aanvraag om een vergunning/wijziging van het bestemmingsplan op verzoek. -

-

-

Bij dit participatiebeleid horen twee stroomschema’s: Eén voor de initiatiefnemer en één voor de omwonenden en betrokkenen. Deze zijn als bijlagen toegevoegd. Hierin wordt de route beschreven hoe de participatie werkt. Hieronder beschrijven we wat participatie bij initiateven in Epe betekent en waarom dit belangrijk is. We beschrijven hoe we dit gaan toepassen en welke werkwijze daarvoor gevolgd wordt In de vorm van een stappenplan. Om grip te krijgen op de vorm en reikwijdte van de participatie maken we gebruik van participatiemeters als hulpmiddel. Het belangrijkste uitgangspunt: met elkaar in gesprek De Omgevingswet die naar verwachting 1 juli 2O23ingaat, vraagt van alle betrokkenen om zo snel mogelijk met elkaar in gesprek te gaan bij ruimtelijke initiatieven. Ook de gemeente Epe vindt het belangrijk dat inwoners in een vroeg stadium betrokken worden bij het initiatief van bijvoorbeeld hun buren, een marktpartij of anderen. Een goede communicatie en participatie over ruimtelijke initiateven is wenselijk en heeft een duidelijke meerwaarde We vinden het belangrijk dat een initiatiefnemer op tijd met de omgeving in gesprek gaat en het initiatief bespreekt, meningen peilt, belangen ophaalt en de kennis van anderen gebruikt voor het polijsten van het initiatief. Het goede gesprek, de verbinding: daar gaat het bij participatie om. We betrekken elkaar bij initiatieven.

In onze gemeente noemen we dat ‘het omgevingsgesprek’.

2

Samen voor een goed resultaat: het omgevingsgesprek Vanaf de start samen optrekken vergroot de kwaliteit van het plan en de acceptatie voor het uiteindelijke resultaat. In het omgevingsgesprek kan iedereen meedenken en kennis en creativiteit inbrengen. Ook kunnen zorgen worden geuit en wensen op tafel worden gelegd. Alle belangen komen zo in beeld en vormen de bouwsteen voor het initiatief. Dit helpt de initiatiefnemer bij het maken van een gedragen plan en de acceptatie daarvan. Het omgevingsgesprek in onze gemeente: • • •

Zorgt voor betere inzichten in de verschillende belangen die spelen in de omgeving; Leidt tot een goede afstemming over plannen op basis van argumenten, hoor en wederhoor; Draagt bij aan de acceptatie van de plannen.

Recht doen aan ieders belang Deze spelregels zijn niet in beton gegoten. Met elkaar gaan we ondervinden op welke wijze initiatiefnemers, omwonenden, betrokkenen en gemeente aan participatie bij ruimtelijke initiatieven het beste daaraan invulling kunnen geven en het omgevingsgesprek ook echt van meerwaarde is. Het is een adaptief en lerend proces. Betekent dit dat iedereen het altijd met elkaar eens moet zijn? Nee, instemming is geen vereiste zegt de rechtspraak. Dit geldt ook straks onder de Omgevingswet. Dat is ook niet waar participatie om gaat. Een buurman moet een erker kunnen aanbouwen, een bedrijf moet kunnen uitbreiden, er zijn woningen nodig en de energietransitie en de klimaataanpak vragen ook aandacht. Waar gaat participatie dan wel over? De kern van de participatie is dat het gesprek vroegtijdig ontstaat. Participatie is gericht op meedoen. We luisteren, we zijn open en we hebben vertrouwen. We zijn constructief en hebben oog voor het individuele belang en het collectieve belang. We polariseren niet, maar zoeken elkaar op. Uiteindelijk bepaalt de initiatiefnemer of en hoe de aanvraag bij de gemeente wordt ingediend. Het college of de gemeenteraad zijn beslissingsbevoegd, zij zijn daartoe democratisch gelegitimeerd. Daarbij worden dlIe belangen afgewogen, inclusief het algemeen maatschappelijk belang van een initiatief. Hoe bepalen we hoede participatie eruitziet?

De mate van participatie en de wijze van de invulling daarvan wordt bepaald aan de hand van de impact van het ruimtelijke initiatief. Daarvoor zijn hulpmiddelen ontwikkeld in de vorm van “thermometers” (wegingsmodel). In bijlage 1 treft u deze aan. Bij de start van ieder ruimtelijk initiatief maakt u gebruik van deze “thermometers” en volgt u de stappen 1, 2 en 3. U motiveert dit en legt dit vast. ‘T Stp1 Ptdcp.tk,.1ar

t

‘w’I—IIiIP.,tk,p.te,,ne.,,

3 P.r&pUemidde1o

3

De initiatiefnemer is aan zet De komende Omgevingswet zet het initiatief centraal. Zij legt de verantwoordelijkheid voor participatie over het ruimtelijk initiatief bij de initiatiefnemer. De gemeente Epe anticipeert op deze koers met deze spelregels. De initiatiefnemer is verantwoordelijk voor het betrekken van omwonenden en belangengroeperingen en is degene die ervoor zorgt dat mensen betrokken worden. De start van de participatie ligt bij de initiatiefnemer en de spelregels zijn er om daarin te ondersteunen. Welke zekerheid geeft De spelregels vormen zeker geen juridisci ekerhT&7e procedure bij een officiële aanvraag waarop een besluit genomen moet worden. Zij veranderen niets aan de mogelijkheden voor iedereen voor het indienen van en/of (hoger)beroep bij de rechtbank of af bestuursrechtspraak van de Raad van State.$ De omwonenden en belanghebbenden in het omgevingsgesprek Er ligt een wens bij een initiatiefnemer. Hij/zij wil graag zijn/haar plan gerealiseerd zien. Omwonenden en belanghebbenden moeten ervan op aan kunnen dat een initiatiefnemer met hen het gesprek aangaat. De initiatiefnemer moet de overtuiging hebben dat dit gesprek helpt het initiatief gerealiseerd te krijgen. Al in een vroegtijdig stadium worden initiatiefnemers daarop gewezen. Participatie is één van de bouwstenen voor het initiatief. Participatie staat meestal niet op zichzelf.

Voordat een initiatiefnemer het gesprek aan gaat wil hij/zij weten in hoeverre zijn/haar plan past binnen de gemeentelijke kaders. Hiervoor kennen wij het proces ‘omgevingsoverleg’. Participatie maakt deel uit van dit proces, maar ook zonder het proces ‘omgevingsoverleg’ voert u het gesprek met omwonenden en belanghebbenden over uw plan. Dat al in een vroegtijdig stadium. De gemeente als één van de betrokkenen De participatie start bij de initiatiefnemer. Welke rol heeft de gemeente Epe daarbij? De mate van betrokkenheid van de gemeente Epe is verschillend en afhankelijk van het type initiatief. Bij initiatieven waarbij een kopje koffie bij de buren volstaat, zit de gemeente Epe niet aan tafel bij het omgevingsgesprek (een klein plan). Dit is anders als de impact van het initiatief groter is. Dan is het belangrijk mee te weten (middelgroot plan) en in bepaalde gevallen mee te doen (groot plan). Vooral als sprake is van een maatschappelijk belang, zoals woningbouw, de energietransitie en de klimaataanpak doet de gemeente Epe mee. Ook initiatieven die een impact hebben op de omgeving vanwege het karakter en de vorm van het gebouw, of de aard van het initiatief, kunnen aanleiding zijn actief betrokken te zijn in het participatietraject. Weliswaar is de initiatiefnemer hoofdverantwoordelijk, maar ook de gemeente Epe neemt hier haar verantwoordelijkheid.

Enerzijds is dit in de rol van procesregisseur, anderzijds kan ook inhoudelijk kennis van beleid, wet- en regelgeving ingebracht worden. Belangrijk is dat de gemeente Epe in deze fase één van de betrokkenen is en niet als toetser en/of besluitvormer aan het omgevingsgesprek deelneemt. Dit houdt ook in dat de gemeente Epe een interventie kan doen als de gekozen vorm van participatie niet aansluit bij de maatschappelijke behoefte. Als extra inzet nodig is, dan zal daarop gestuurd worden. De participatiemeters blijven altijd een hulpmiddel.

4

Welke rol heeft de gemeente Epe?

Om de rol van de gemeente Epe te kunnen duiden, wordt eveneens gebruik gemaakt van “thermometers”. In bijlage 1 zijn deze opgenomen. Het participatieniveau bepaalt de rol van de gemeente. Stap 4 en stap 5 geven inzicht bij welke initiatieven de gemeente Epe een proactieve houding inneemt en stroomlijnt de betrokkenheid van de gemeenteraad in een vroegtijdig stadium bij initiatieven. r. Stip 2 P1k4p.U.fleIu

Gemeente als (mede) initiatiefnemer Als de gemeente Epe (mede) initiatiefnemer is, gelden voor haar de spelregels zoals deze hier beschreven staan. Op welk moment betrokkenen en omwonenden betrekken bij initiatief? Zodra een initiatiefnemer met een plan bezig gaat en erover nadenkt is het belangrijk om omwonenden en betrokkenen aan te haken bij het initiatief. Het omgevingsgesprek, een onderdeel van de spelregels, biedt daarbij uitkomst. Zo worden de omgeving en andere betrokkenen (als dat nodig is, zoals verenigingen, stichtingen e.a.) meegenomen in een vroeg stadium. Mogelijk wordt een initiatief daardoor bijgesteld ten goede. Participatie vindt plaats voordat een officiële aanvraag van een vergunning of een wijziging van het bestemmingsplan voor een initiatief wordt ingediend. Hoe groot moet de betrokkenheid bij een initiatief zijn? De inspanning om betrokkenen en omwonenden te betrekken bij een initiatief moet in verhouding staan tot de impact van het initiatief op de omgeving. Hoe groter en veelomvattender het initiatief, hoe omvangrijker de betrokkenheid. Daarbij spelen ook het maatschappelijk belang en de bestuurlijke gevoeligheid een rol. Het vastleggen van het participatietraject Zoals hiervoor is aangegeven vergroot het omgevingsgesprek de kwaliteit van het plan en de acceptatie voor het uiteindelijke resultaat.

In het omgevingsgesprek kan iedereen meedenken en kennis en creativiteit inbrengen. Het is belangrijk dat u de stappen die u zet bijhoudt en de resultaten van het omgevingsgesprek opschrijft. Dit doet u in een participatieverslag. In bijlage 2 leest u hier meer over. Het participatieverslag is een middel om in de formele procedure te kunnen laten zien hoe u met het participatietraject bent omgegaan. Welke initiatieven zijn er en welke spelregels horen erbij? Er zijn verschillende soorten initiatieven waarvoor de spelregels gevolgd moeten worden. Het is aan te raden om ook de spelregels te volgen als er geen vergunning of wijziging van het bestemmingsplan nodig is. Betrokkenheid draagt altijd bij aan de kwaliteit van het plan en het verder soepele verloop van het initiatief. Een goede relatie met de omgeving is van onschatbare waarde voor het slagen van een initiatief.

5

De spelregels lijn altijd nodig als het initiatief leidt tot: •

•

•

Een aanvraag voor een vergunning die past binnen het bestemmingsplan. Of zou kunnen passen als gebruik wordt gemaakt van de mogelijkheid om ontheffing te verlenen van één of meerdere specifieke regels uit het bestemmingsplan Bij een dergelijke aanvraag wordt gebruik gemaakt van de reguliere omgevingsprocedure. Een aanvraag van een vergunning die niet past binnen het bestemmingsplan. Een aanvraag kan alleen tot vergunning een leiden het na volgen van uitgebreide de omgevingsvergu nningsprocedure. Een aanvraag voor een initiatief waarvoor het bestemmingsplan moet worden gewijzigd en waarvoor ook de uitgebreide voorbereidingsprocedure gevolgd moet worden.

Hierboven is verteld wat participatie bij ruimtelijke initiatieven inhoudt, waarom het belangrijk is en noodzakelijk en op welke wijze daaraan invulling gegeven wordt binnen de gemeente Epe, Ook is aangegeven dat participatie altijd deel uitmaakt van het proces ‘omgevingsoverleg’. Hieronder staat beschreven hoe bij een ruimtelijk initiatief invulling te geven is aan een goede participatie en welke stappen daarin te nemen zijn.

Wat zijn de spelregels voor participatie bij een ruimtelijk initiatief? 1.

De initiatiefnemer maakt een omgevingsanalyse. De omgevingsanalyse brengt de impact van het voornemen in beeld en het effect daarvan op de omgeving. De initiatiefnemer analyseert welke belangen er zijn, benoemt deze en maakt een weging daarvan op basis van het initiatief. Bij een initiatief dat past in het bestemmingsplan (al dan niet met ontheffing) kan dit vrij snel en eenvoudig. Als sprake is van een initiatief dat niet past en dus een uitgebreide procedure gevolgd moet worden, moet altijd een omgevingsanalyse gemaakt worden.

2.

De initiatiefnemer maakt een participatieplan. De initiatiefnemer geeft op basis van de omgevingsanalyse aan welke participatie het beste bij het initiatief past, zie hiervoor bijlage 1. De initiatiefnemer brengt in het participatieplan de aard en omvang van het initiatief, het effect daarvan op de omgeving en de wijze van participeren bij elkaar. De gemeente Epe adviseert, stimuleert en faciliteert. De initiatiefnemer is verantwoordelijk en gaat zelf aan de slag met de uitvoering van het participatieplan. Bij een initiatief dat past in het bestemmingsplan (al dan niet met ontheffing) kan dit Vrij snel en eenvoudig. Als sprake is van een initiatief dat niet past en dus de uitgebreide procedure gevolgd moet worden, moet altijd een participatieplan gemaakt worden.

3.

De initiatiefnemer gaat in gesprek. Dit is een open constructief gesprek, gericht op een goede informatievoorziening, het uitwisselen van standpunten en eventuele vervoiggesprekken. De initiatiefnemer houdt bij met wie hij/zij spreekt en wat er gezegd wordt. Er worden goede afspraken gemaakt. Iedereen weet wat zijn/haar rol is. Alle betrokkenen zijn transparant en consistent. Er is wederzijds respect en vertrouwen. Iedereen kent het proces. Verwachtingen zijn helder.

4.

De initiatiefnemer maakt een participatieverslag. De initiatiefnemer legt de resultaten van de participatie vast en neemt daar alle voorgaande stappen in mee (logboek). De initiatiefnemer geeft aan wat hij/zij met de opbrengt van de participatie heeft gedaan en welke resultaten het heeft opgeleverd en wat daarmee gedaan is. De initiatiefnemer motiveert dit en weegt alle belangen zorgvuldig af. In het verslag komen alle standpunten aan bod. Niet alleen de ‘tegenbelangen’ worden in beeld gebracht. Ook de ‘voorbelangen’ worden benoemd. Het participatieverslag maakt deel uit van de stukken die bij de gemeente Epe worden indient. Bij een initiatief dat past in het 6

bestemmingsplan (al dan niet met ontheffing) kan dit vrij snel en eenvoudig. Als sprake is van een initiatief dat niet past en dus de uitgebreide procedure gevolgd moet worden, moet altijd een participatieverslag gemaakt worden. 5,

De initiatiefnemer koppelt terug en werkt uit wat is opgehaald, beoordeelt en legt vast. Het gaat hierbij om de terugkoppeling en de reactie daarop van de betrokkenen.

6.

Het resultaat: Uiteindelijk ligt er een plan, waarover het omgevingsgesprek gevoerd is en verschillende belangen zijn benoemd en afgewogen.

7.

De initiatiefnemer dient de aanvraag in, met het participatieplan (de processtappen die zijn gezet) en het participatieverslag (de inhoudelijke opbrengst/belangen/afwegingen).

> In bijlage 2 is een check/ist opgenomen die u gebruikt bij het omgevingsgesprek.

Deze spelregels zijn een handreiking voor samen werken aan samenwerken. De mate waarin en de wijze waarop is afhankelijk van de grote en impact van het initiatief. Als hulpmiddel zijn daarvoor de participatiemeters ontwikkeld (bijlage 1) Bij lagen BIJLAGE 1: WEGINGS-MODEL (SCHUIFJES) VOOR DE OMVANG VAN DE VEREISTE PARTICIPATIE BIJLAGE 2: CH ECKLIST PARTICIPATIE BIJ OPA/BOPA/WIJZIGEN OMGEVINGSP LAN

7

BIJLAGE 1: WEGINGS-MODEL (thermometers) PARTICIPATIE In drie stappen bepaalt u de aard en omvang van het initiatief en wat het effect hiervan kan zijn op de omgeving. Het is een hulpmiddel. Het blijft dan ook nodig altijd zelf te kijken welke vorm van participatie bij uw initiatief past aan de hand van de impact daarvan en uw waardering daarbij. Stap 1: In de eerste stap geeft u per onderwerp een cijfer dat het beste bij uw initiatief past. Stap 2: In de tweede stap telt u de punten bij elkaar op. Het totaal deelt u door 3. De uitkomst geeft een indicatie of u veel of weinig participatie moet organiseren, het participatieniveau. Stap 3: In de derde stap bepaalt u op basis van het participatieniveau welke middelen u met welk doel minimaal inzet om over het gesprek over uw initiatief aan te gaan. In de overige twee stappen wordt de gemeentelijke rol bepaald. Stap 4: In deze stap wordt in beeld gebracht welke rol de gemeente Epe in het participatieproces inneemt. De kern hieruit is dat bij initiatieven met impact op de omgeving en een maatschappelijk belang de gemeente Epe een proactieve houding aanneemt en meedenkt en meedoet in het participatieproces. Het uitgangspunt blijft dat de initiatiefnemer altijd verantwoordelijk is en blijft. Het is zijn/haar initiatief. Stap 5: In de laatste stap wordt de vroegtijdige betrokkenheid van de gemeenteraad in beeld gebracht.

Voorbeeld: U bent van plan om een nieuw bijgebouw van 5 meter hoog in uw achtertuin te bouwen. In stap 1 geeft u per onderwerp een cijfer aan dit plan. De bouw hiervan voorziet niet in een maatschappelijke opgave. Op de eerste meter vult u een 1 in. De bouw van dit bijgebouw krijgt geen aandacht in de politiek, de pers of op sociale media. Ook bij de tweede meter vult u een 1 in. Een bijgebouw van 5 meter hoog heeft wel invloed op uw buren, maar niet op anderen. Bij de derde meter vult u bijvoorbeeld een 4 in. In stap 2 rekent u het participatieniveau uit. Allereerst telt u de drie cijfers uit stap 1 op. In dit geval 1+1+4 = 6. Deze uitkomst deelt u door 3. Dus 6/3 = 2. Op de thermometer ziet u dat u in dit geval beperkte participatie hoeft te gebruiken, uw plan heeft weinig invloed op de omgeving. In stap 3 leest u wat u kunt doen om over uw plan te participeren, bijvoorbeeld een gesprek met uw buren.

8

Stapi: Participatiemeter Maatschappelijke opgave Voorziet het plan in een belangrijke opgave, zoals Woningbouw of energietransitie? 7

Maatschappelijke aandacht Verwacht u dat het plan veel aandacht in de politiek, de pers of op social media krijgt?

Zeer groot

Maatschappelijke impact In hoeverre heeft het plan invloed op de omgeving, na realisatie?

Zeer groot

Zeer groot

E

Aanzienlijk

Aanzienlijk

—

—

Aanzienlijk

S

S

Enigszins

Enigszins

Nauwelijks

—.

Nauwelijks

Enigszins

—.

Nauwelijks

Stap 2: Participatieniveau Participatieniveau Welk participatielevel past bij het initiatief? Reken dit uit door de som van de niveaus te delen door drie.

:

Level 3 Veel participatie -

Veel impact op de omgeving

Level 2- Participatie Gemiddelde impact op de omgeving

Level 1 Beperkte participatie -

Weinig impact op de omgeving

Level 0 Geen participatie Geen impace op de omgeving

9

k

Stap 3: Participatiemiddelen LEVEL 3 (+1+2)

LE VEL 2 (+1)

LEVEL 1

mlddefde p.’ticipa

Beperkte participatie

Direct betrokkenen informeren Zorgen inventariseren en toelichten

.

DirecIeD.

-

—

meedenken 0fl balal0n meswogen

Bijvoorb6OJdWttev9nd.

• Bijvoorbeeld gesprek, mail. webaite, webinar, video, wijkinfo, buurtepp.

dieeuslepu’cl, onllrie oflqute,

• Bijvoo,beeld bininsiorm. wobinar, onhne ovorleggen.

soial gnodi, wabinqr, poll op Ficebooft,

Stap 4: Rol van de gemeente Onze rol Welke rol hebben wij tijdens de participatie or uw initiatief? Reken dit uit door de som van de niveaus te delen door drie. --

r

Levet 3— Grole rol Uw Inltlatiet heeft veel impacl. Wij Irekken gemenhijk op in het partlclpalietrajecl

Level 2—Wij luisteren mee Uw Initlatlel heeft gemiddelde lmpact. WIJ tten aan tafel liJdens het particlpalletrajecl Level t Wij denken mee Uw InitiatIef heeft weInIg Impact. Wil denken mee over uw particlpallelrajecl, maar jn niet aanweg —

Level 0—Geen rol Uw Initiatief heeft geen Impact. Wij hebben geen rol in hel participatlelraject

1

10

l.

__j-

-

Stap 5: Rol van de politiek Welke rol heeft de politiek Wanneer informeren wij het bestuur of de raad? Reken dit uit door de som n de nkaus te delen door drie. Level 3—Wij int orrneren de raad Uw InItiatief heeft veel Irnpact. Wij informeren de gemeenteraad zo snel mogelijk over uw inItiatief Level 2—WIJ Informeren hel college Uw Initiatief heeft gemIddelde lmpactWiJ Informeren het college zo snel mogelIjk oer uw lnlIlallef Level 1—Wij informeren de wethouder Uw initiatief heeft weInIg lmpaclWlj int ormerende wethouder ov er uw initiatief Level 0— Geen rol voor de politiek Uw InitIatief heeft geen Impact Wij Informeren de politIek nIet In deze fase van hel proces

1

BIJLAGE 2: Cl.. 1.

BIJ (.. - ., _..?A/WIJZIGEN OMGEVINGSPLAN (Hfst 2 en 3)

Omgevingsanalyse Als initiatiefnemer organiseert u zelfde participatie. Om dit goed te doen start u met een omgevirlgsanalyse. De vragen die u bij het maken van een omgevingsanalyse moet kunnen beantwoorden zijn: a. b. c. d. e. f. g.

Waar gaat het over? Wat is de bedoeling van uw plan (wat wilt u bereiken)? Wat wilt u precies gaan doen en hoe wilt u dat aanpakken? Hoe zorgt u ervoor dat iedereen de informatie heeft die hij/zij nodig heeft? Wat kunnen de gevolgen van uw initiatief zijn voor de omgeving? Tot hoever in de omgeving zijn de gevolgen van uw initiatief merkbaar/voelbaar/zichtbaar? Voor wie gaat uw initiatief iets veranderen/betekenen? Is er sprake van een maatschappelijke opgave? Betreft het een innovatief plan? Gaat het over uw eigen woonplezier/eigen bedrijfsontwikkeling? Waar kan de omgeving over meepraten Hoe ver gaat die inbreng (meeweten, meedenken, meewerken of meebeslissen). -

-

-

h. i.

Participatieplan Nadat u de omgevingsanalyse hebt gemaakt kunt u betrokkenen uitnodigen voor een goed gesprek; de feitelijke participatie. Hiervoor stelt u een participatieplan op. Hierin staat het volgende: a. b. c.

Welke personen (eigenaren/huurders/gebruikers/bezoekers) en/of organisaties moeten worden betrokken op basis van de omgevingsanalyse? Hoe worden betrokkenen benaderd? Welke participatiemethoden worden toegepast? 11

d. e. f. 2.

Op welke manier wordt de inbreng van betrokkenen verwerkt (zie ook hierboven onder 1)? Hoe worden de reacties aan de verschillende mensen teruggekoppeld? Wat is de planning?

Participatieverslag Op basis van het participatieplan gaat u in gesprek met de omgeving. Hiervan houdt u een participatieverslag bij. Dit verslag is uiteindelijk een bijlage bij uw aanvraag op basis waarvan wij kunnen zien of participatie op een correct manier is toegepast. In het verslag staat in ieder geval: a. b. c. d. e. f. g.

h. i.

Overzicht van de benaderde personen/doelgroepen. Overzicht van de gebruikte communicatiemiddelen om de gewenste doelgroepen te bereiken. Overzicht van de gebruikte participatiemethoden. Wie er uiteindelijk aan de participatie hebben meegedaan, welke doelgroepen gemist zijn en wat is eraan gedaan om die alsnog te bereiken. Welke randvoorwaarden bij de start van de participatie zijn meegegeven. Wat waren de rollen, taken en verantwoordelijkheden van alle betrokkenen en waren deze voldoende duidelijk. Een beschrijving van de inhoudelijke resultaten van het participatieproces. Beschrijf welke adviezen, opmerkingen en keuzes zijn overgenomen bij de uitwerking van het initiatief en op welke manier. En beschrijf welke adviezen, opmerkingen en keuzes niet zijn overgenomen en motiveer waarom niet. Op welke wijze de resultaten en wat daarmee is gedaan zijn teruggekoppelci naar de participanten. Of voor alle betrokkenen duidelijk is hoe het traject van het initiatief verder verloopt.

3. De aanvraag Bij de aanvraag dient u het participatieverslag in.

12

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12233155/2