CConstaterende datEpe
Koppel je AI →
Document · PDF

520192 bijlage ontwerpbeleid samen werken aan een plan

Gemeenteraad 13 oktober 2022, gemeente EpeBij agendapunt: Vaststelling Lijst ingekomen stukken 13 oktober 20223.981 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Niet gevonden in dit document.

Samen werken aan een plan

Spelregels voor participatie bij ruimtelijke initiatieven

1

Samenwerken aan een plan Spelregels voor participatie bij ruimtelijke initiatieven Een nieuwe wijk, een nieuwe woning, het bouwen van een schuur of de aanleg van een zonnepark. Zomaar wat voorbeelden van ruimtelijke initiatieven waarvoor uiteindelijk misschien een omgevingsplan gewijzigd moet worden en in ieder geval een vergunning nodig is. Deze initiatieven hebben impact op de omgeving en kunnen gevolgen hebben voor omwonenden. Ook kunnen deze initiatieven van invloed zijn op belangen die bepaalde organisaties vertegenwoordigen. Het is belangrijk dat over alle ruimtelijke initiatieven op tijd het gesprek wordt aangegaan met de omgeving en organisaties en dat dit zo vroeg mogelijk gebeurt. Dus ruim voordat een officiële aanvraag wordt ingediend, waarop door de gemeente Epe een beslissing moet worden genomen. In de gemeente Epe hebben we spelregels gemaakt om de samenwerking tussen initiatiefnemer, omwonenden, organisaties en de gemeente Epe te ondersteunen. Deze spelregels zijn in samenspraak met een raadswerkgroep opgesteld en door de gemeenteraad vastgesteld als beleid. De spelregels moeten bij ruimtelijke initiatieven in acht worden genomen. Zij maken deel uit van het vooroverleg: ‘het omgevingsoverleg'. In dit overleg wordt de wenselijkheid van het initiatief onderzocht en de stappen die daarin gevolgd worden. Participatie is één van die stappen.

Tegelijk doet het beleid een oproep aan initiatiefnemers om al in een vroegtijdig stadium het gesprek met de omgeving aan te gaan. Bij voorkeur voordat het vooroverleg bij de gemeente Epe start. Samengevat houden de spelregels het volgende in: - Zij doen een oproep om vroegtijdig het gesprek aan te gaan; - Zij maken deel uit van het vooroverleg ‘het omgevingsoverleg’; - Zij zijn onlosmakelijk verbonden met een aanvraag om een vergunning/wijziging van het bestemmingsplan/omgevingsplan op verzoek. Bij dit participatiebeleid horen twee stroomschema’s: Eén voor de initiatiefnemer en één voor de omwonenden en betrokkenen. Deze zijn als bijlagen toegevoegd. Hierin wordt de route beschreven hoe de participatie werkt. Hieronder beschrijven we wat participatie bij initiateven in Epe betekent en waarom dit belangrijk is. We beschrijven hoe we dit gaan toepassen en welke werkwijze daarvoor gevolgd wordt in de vorm van een stappenplan. Om grip te krijgen op de vorm en reikwijdte van de participatie maken we gebruik van participatiemeters als hulpmiddel. Het belangrijkste uitgangspunt: met elkaar in gesprek De Omgevingswet die vanaf 1 januari 2023 geldt, vraagt van alle betrokkenen om zo snel mogelijk met elkaar in gesprek te gaan bij ruimtelijke initiatieven.

Ook de gemeente Epe vindt het belangrijk dat inwoners in een vroeg stadium betrokken worden bij het initiatief van bijvoorbeeld hun buren, een marktpartij of anderen. Ook zonder de komst van de Omgevingswet is een goede communicatie en participatie over ruimtelijke initiateven wenselijk. De gemeente Epe onderschrijft de koers van de Omgevingswet dan ook van harte. We vinden het belangrijk dat een initiatiefnemer op tijd met de omgeving in gesprek gaat en het initiatief bespreekt, meningen peilt, belangen ophaalt en de kennis van anderen gebruikt voor het polijsten van het initiatief. Het goede gesprek, de verbinding: daar gaat het bij participatie om. We betrekken elkaar bij initiatieven. In onze gemeente noemen we dat ‘het omgevingsgesprek’. Samen voor een goed resultaat: het omgevingsgesprek 2

Vanaf de start samen optrekken vergroot de kwaliteit van het plan en de acceptatie voor het uiteindelijke resultaat. In het omgevingsgesprek kan iedereen meedenken en kennis en creativiteit inbrengen. Ook kunnen zorgen worden geuit en wensen op tafel worden gelegd. Alle belangen komen zo in beeld en vormen de bouwsteen voor het initiatief. Dit helpt de initiatiefnemer bij het maken van een gedragen plan en de acceptatie daarvan. Het omgevingsgesprek in onze gemeente:   

Zorgt voor betere inzichten in de verschillende belangen die spelen in de omgeving; Leidt tot een goede afstemming over plannen op basis van argumenten, hoor en wederhoor; Draagt bij aan de acceptatie van de plannen.

Recht doen aan ieders belang Deze spelregels zijn niet in beton gegoten. Met elkaar gaan we ondervinden op welke wijze initiatiefnemers, omwonenden, betrokkenen en gemeente aan participatie bij ruimtelijke initiatieven het beste daaraan invulling kunnen geven en het omgevingsgesprek ook echt van meerwaarde is. Het is een adaptief en lerend proces. Betekent dit dat iedereen het altijd met elkaar eens moet zijn? Nee. Dat is ook niet waar participatie om gaat. Een buurman moet een erker kunnen aanbouwen, een bedrijf moet kunnen uitbreiden, er zijn woningen nodig en de energietransitie en de klimaataanpak vragen ook aandacht. De kern van de participatie is dat het gesprek vroegtijdig ontstaat. Participatie is gericht op meedoen. We luisteren, we zijn open en we hebben vertrouwen. We zijn constructief en hebben oog voor het individuele belang en het collectieve belang. We polariseren niet, maar zoeken elkaar op. Uiteindelijk bepaalt de initiatiefnemer of het plan aangepast wordt. Dat is zijn/haar verantwoordelijkheid. Als het tot een officiële aanvraag komt, neemt het college of de gemeenteraad een besluit. Zij zijn daartoe democratisch gelegitimeerd. Daarbij worden álle belangen afgewogen en daarmee ook het algemeen maatschappelijk belang van een initiatief.

Hoe bepalen we hoe de participatie eruit ziet? De mate van participatie en de wijze van de invulling daarvan wordt bepaald aan de hand van de impact van het ruimtelijke initiatief. Daarvoor zijn hulpmiddelen ontwikkeld in de vorm van “thermometers” (wegingsmodel). In bijlage 1 treft u deze aan. Bij de start van ieder ruimtelijk initiatief maakt u gebruik van deze “thermometers” en volgt u de stappen 1, 2 en 3. U motiveert dit en legt dit vast.

De initiatiefnemer is aan zet De Omgevingswet zet het initiatief centraal. De Omgevingswet legt de verantwoordelijkheid voor participatie over het ruimtelijk initiatief bij de initiatiefnemer. Hij of zij is verantwoordelijk voor het betrekken van omwonenden en belangengroeperingen en is degene die ervoor zorgt dat mensen 3

betrokken worden. De start van de participatie ligt dan ook bij de initiatiefnemer en de spelregels zijn er om daarin te ondersteunen. Welke zekerheid geeft participatie? De spelregels vormen zeker geen juridische zekerheid voor de procedure bij een officiële aanvraag waarop een besluit genomen moet worden. Zij veranderen niets aan de mogelijkheden voor iedereen voor het indienen van zienswijzen of bezwaar bij de gemeente Epe en/of (hoger)beroep bij de rechtbank of afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

De omwonenden en belanghebbenden in het omgevingsgesprek Er ligt een wens bij een initiatiefnemer. Hij/zij wil graag zijn/haar plan gerealiseerd zien. Omwonenden en belanghebbenden moeten ervan op aan kunnen dat een initiatiefnemer met hen het gesprek aangaat. De initiatiefnemer moet de overtuiging hebben dat dit gesprek helpt het initiatief gerealiseerd te krijgen Al in een vroegtijdig stadium worden initiatiefnemers daarop gewezen. Participatie is één van de bouwstenen voor het initiatief. Participatie staat meestal niet op zichzelf. Voordat een initiatiefnemer het gesprek aan gaat wil hij/zij weten in hoeverre zijn/haar plan past binnen de gemeentelijke kaders. Hiervoor kennen wij het proces ‘omgevingsoverleg’. Participatie maakt deel uit van dit proces, maar ook zonder het proces ‘omgevingsoverleg’ voert u het gesprek met omwonenden en belanghebbenden over uw plan. Dat al in een vroegtijdig stadium. De gemeente als één van de betrokkenen De participatie start bij de initiatiefnemer. Welke rol heeft de gemeente Epe daarbij? De mate van betrokkenheid van de gemeente Epe is verschillend en afhankelijk van het type initiatief. Bij initiatieven waarbij een kopje koffie bij de buren volstaat, zit de gemeente Epe niet aan tafel bij het omgevingsgesprek (een klein plan). Dit is anders als de impact van het initiatief groter is.

Dan is het belangrijk mee te weten (middelgroot plan) en in bepaalde gevallen mee te doen (groot plan). Vooral als sprake is van een maatschappelijk belang, zoals woningbouw, de energietransitie en de klimaataanpak doet de gemeente Epe mee. Ook initiatieven die een impact hebben op de omgeving vanwege het karakter en de vorm van het gebouw, of de aard van het initiatief, kunnen aanleiding zijn actief betrokken te zijn in het participatietraject. Weliswaar is de initiatiefnemer hoofdverantwoordelijk, maar ook de gemeente Epe neemt hier haar verantwoordelijkheid. Enerzijds is dit in de rol van procesregisseur, anderzijds kan ook inhoudelijk kennis van beleid, wet- en regelgeving ingebracht worden. Belangrijk is dat de gemeente Epe in deze fase één van de betrokkenen is en niet als toetser en/of besluitvormer aan het omgevingsgesprek deelneemt. Dit houdt ook in dat de gemeente Epe een interventie kan doen als de gekozen vorm van participatie niet aansluit bij de maatschappelijke behoefte. Als extra inzet nodig is, dan zal daarop gestuurd worden. De participatiemeters blijven altijd een hulpmiddel. Welke rol heeft de gemeente Epe? Om de rol van de gemeente Epe te kunnen duiden, wordt eveneens gebruik gemaakt van “thermometers”. In bijlage 1 zijn deze opgenomen. Het participatieniveau bepaalt de rol van de gemeente.

Stap 4 en stap 5 geven inzicht bij welke initiatieven de gemeente Epe een proactieve houding inneemt en stroomlijnt de betrokkenheid van de gemeenteraad in een vroegtijdig stadium bij initiatieven.

4

Gemeente als (mede) initiatiefnemer Als de gemeente Epe (mede) initiatiefnemer is, gelden voor haar de spelregels zoals deze hier beschreven staan. Op welk moment betrokkenen en omwonenden betrekken bij initiatief? Zodra een initiatiefnemer met een plan bezig gaat en erover nadenkt is het belangrijk om omwonenden en betrokkenen aan te haken bij het initiatief. Het omgevingsgesprek, een onderdeel van de spelregels, biedt daarbij uitkomst. Zo worden de omgeving en andere betrokkenen (als dat nodig is, zoals verenigingen, stichtingen e.a.) meegenomen in een vroeg stadium. Mogelijk wordt een initiatief daardoor bijgesteld ten goede. Participatie vindt plaats voordat een officiële aanvraag van een vergunning of een wijziging van een omgevingsplan wordt ingediend. Hoe groot moet de betrokkenheid bij een initiatief zijn? De inspanning om betrokkenen en omwonenden te betrekken bij een initiatief moet in verhouding staan tot de impact van het initiatief op de omgeving. Hoe groter en veelomvattender het initiatief, hoe omvangrijker de betrokkenheid. Daarbij spelen ook het maatschappelijk belang en de bestuurlijke gevoeligheid een rol. Het vastleggen van het participatietraject Zoals hiervoor is aangegeven vergroot het omgevingsgesprek de kwaliteit van het plan en de acceptatie voor het uiteindelijke resultaat.

In het omgevingsgesprek kan iedereen meedenken en kennis en creativiteit inbrengen. Het is belangrijk dat u de stappen die u zet bijhoudt en de resultaten van het omgevingsgesprek opschrijft. Dit doet u in een participatielogboek. In bijlage 2 leest u hier meer over. Het participatielogboek is een middel om in de formele procedure te kunnen laten zien hoe u met het participatietraject bent omgegaan. Welke initiatieven zijn er en welke spelregels horen erbij? Er zijn verschillende soorten initiatieven waarvoor de spelregels gevolgd moeten worden. Het is aan te raden om ook de spelregels te volgen als er geen vergunning of wijziging in het omgevingsplan nodig is. Betrokkenheid draagt altijd bij aan de kwaliteit van het plan en het verder soepele verloop van het initiatief. Een goede relatie met de omgeving is van onschatbare waarde voor het slagen van een initiatief. De spelregels zijn altijd nodig als het initiatief leidt tot:  Een aanvraag van een vergunning die past binnen het omgevingsplan.

Of zou kunnen passen als gebruik wordt gemaakt van de mogelijkheid om ontheffing te verlenen van één of meerdere specifieke regels uit het omgevingsplan (de Omgevingswet noemt dit een ‘omgevingsplanactiviteit’, OPA);  Een aanvraag van een vergunning die niet past binnen het omgevingsplan (de Omgevingswet noemt dit een ‘buitenplanse omgevingsplanactiviteit’, BOPA);  Een aanvraag waarvoor het omgevingsplan moet worden gewijzigd. 5

Participatie doen we. We vinden dat logisch en normaal. De wetgever vindt dit ook, maar past het in de Omgevingswet verschillend toe, afhankelijk van het type aanvraag. In het groene kader leggen we dit uit. In Epe willen we het anders doen en werken we samen aan een plan! Participatie: wat moet en wat mag? Onder de Omgevingswet heeft de gemeenteraad de bevoegdheid een lijst van activiteiten (initiatieven) op te stellen, waarvan zij vindt dat daarbij participatie verplicht is. Dat kunnen alleen activiteiten zijn die niet in het omgevingsplan passen (BOPA of een aanvraag waarvoor het omgevingsplan gewijzigd moet worden). Als sprake is van een activiteit (initiatief) die op de lijst staat, is participatie verplicht. Het participeren maakt deel uit van het initiatief, is onderdeel van de aanvraag en maakt deel uit van de totale afweging of aan het initiatief medewerking verleend kan worden. Samengevat zegt de Omgevingswet het volgende: Bij een OPA (vrijwillig):  Een initiatiefnemer is vrij of hij bij zijn aanvraag iets aan participatie wil doen. Hij is alleen verplicht om bij de aanvraag aan te geven óf hij dat heeft gedaan. En hij moet ook de resultaten daarvan beschrijven. Dit beleid helpt de initiatiefnemer en roept hem/haar op over het initiatief te communiceren en te participeren.

 De wetgever benadrukt dat participatie maatwerk is en dat het primair aan de initiatiefnemer is om een “adequate vorm van participatie” te kiezen. Participatie moet dus vormvrij zijn.  Voor omgevingsvergunningen die passen in het omgevingsplan geldt: decentrale overheden mogen geen aanvullende regels stellen over participatie voor vergunningplichtige activiteiten. Bij de BOPA en de wijziging van het omgevingsplan :  De initiatiefnemer moet aantonen dat hij aan participatie heeft gedaan.  Van de initiatiefnemer wordt verwacht dat hij zich inspanning heeft getroost om voldoende draagvlak te verwerven en heeft participatie mogelijk gemaakt  Participatie is gericht op specifieke inspanningen, zoals aangegeven in deze handreiking.  Er vindt een integrale belangenafweging plaats.

Hierboven is verteld wat participatie bij ruimtelijke initiatieven inhoudt, waarom het belangrijk is en noodzakelijk en op welke wijze daaraan invulling gegeven wordt binnen de gemeente Epe. Ook is aangegeven dat participatie altijd deel uitmaakt van het proces 'omgevingsoverleg'. In dit proces wordt gekeken in hoeverre een plan passend is. Hieronder staat beschreven hoe bij een ruimtelijk initiatief invulling te geven is aan een goede participatie en welke stappen daarin te nemen zijn. Hierbij wordt een onderscheid gemaakt – zoals in het groende kader is aangegeven - tussen de OPA's en de BOPA's/omgevingsplannen op aanvraag. Welke procedure van toepassing wordt in het omgevingsoverleg al snel duidelijk, zodat daarop ook geanticipeerd kan worden. 1

Betrokkenheid bij een omgevingsplanactiviteit, OPA

Het initiatief past binnen het omgevingsplan. Of kan passen met een in het omgevingsplan opgenomen mogelijkheid voor ontheffing. In dat geval is de initiatiefnemer aan zet en organiseert de betrokkenheid. Hiervoor gelden de volgende stappen: 1. De initiatiefnemer bepaalt wie een belang heeft als het initiatief wordt uitgevoerd. Dat is de omgevingsanalyse. De initiatiefnemer weet wat het omgevingsplan zegt en kan helder aangeven in welke mate het initiatief invloed heeft op de omgeving. 2. De initiatiefnemer gaat in gesprek. Dit is een open constructief gesprek, gericht op een goede informatievoorziening, het uitwisselen van standpunten en eventuele vervolggesprekken. De initiatiefnemer houdt bij met wie hij/zij spreekt en wat er gezegd wordt. 6

3. Er worden goede afspraken gemaakt. Iedereen weet wat zijn/haar rol is. Alle betrokkenen zijn transparant en consistent. Er is wederzijds respect en vertrouwen. Iedereen kent het proces. Verwachtingen zijn helder. 4. De initiatiefnemer werkt uit wat is opgehaald, beoordeelt en legt vast. Dit gaat om de terugkoppeling en de reactie daarop van de betrokkenen. 5. Het resultaat. Uiteindelijk ligt er een gewogen plan, waarin belangen zijn afgewogen en eventueel zijn meegenomen. De initiatiefnemer dient de aanvraag in. Daarbij voegt hij/zij het participatieverslag (de stappen die zijn gezet) en het verslag (de inhoudelijke opbrengst/belangen/afwegingen). Deze spelregels vragen best wel wat van alle partijen. Bij alle betrokkenen ligt een verantwoordelijkheid daaraan een goede invulling te geven. Het kan nodig zijn de stappen verschillende keren te doorlopen om in samenwerking tot een goed plan te kunnen komen. > In bijlage 2 is een checklist opgenomen die u gebruikt bij een omgevingsplanactiviteit (OPA)

2.

Betrokkenheid bij een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA) of een wijziging van het omgevingsplan

Het initiatief past niet binnen het omgevingsplan. Of het is een initiatief waarvoor het omgevingsplan moet worden gewijzigd. Voor deze initiatieven gelden de volgende stappen: 1. De initiatiefnemer meldt het voornemen voor een plan bij de gemeente Epe. Dit doet hij/zij via de website van de gemeente Epe via het ‘omgevingsoverleg'. Dit is het informele vooroverleg. De initiatiefnemer weet wat het omgevingsplan zegt en kan helder aangeven in welke mate het initiatief invloed heeft op de omgeving. 2. De initiatiefnemer krijgt een eerste antwoord op hoofdlijnen op het voornemen. Het initiatief wordt op hoofdlijnen bekeken. Dit houdt in dat een snelle scan wordt gedaan of het plan kansrijk zou kunnen zijn. Er vindt geen beoordeling/toets plaats. De initiatiefnemer krijgt een uitnodiging voor een gesprek waarin het proces en het belang van participatie worden besproken. 3. De initiatiefnemer maakt een omgevingsanalyse. De omgevingsanalyse brengt de impact van het voornemen in beeld en het effect daarvan op de omgeving. De initiatiefnemer analyseert welke belangen er zijn, benoemt deze en maakt een weging daarvan op basis van het initiatief. 4. De initiatiefnemer maakt een participatieplan. De initiatiefnemer geeft op basis van de omgevingsanalyse aan welke participatie het beste bij het initiatief past, zie hiervoor bijlage 1.

De initiatiefnemer brengt in het participatieplan de aard en omvang van het initiatief, het effect daarvan op de omgeving en de wijze van participeren bij elkaar. De gemeente Epe adviseert, stimuleert en faciliteert. De initiatiefnemer is verantwoordelijk en gaat zelf aan de slag met de uitvoering van het participatieplan. 5. De initiatiefnemer maakt een participatieverslag. De initiatiefnemer legt de resultaten van de participatie vast en neemt daar alle voorgaande stappen in mee (logboek). De initiatiefnemer geeft aan wat hij/zij met de opbrengt van de participatie heeft gedaan en welke resultaten het heeft opgeleverd en wat daarmee gedaan is. De initiatiefnemer motiveert dit en weegt alle belangen zorgvuldig af. In het verslag komen alle standpunten aan bod. Niet alleen de ‘tegenbelangen’ 7

worden in beeld gebracht. Ook de ‘voorbelangen’ worden benoemd. Het participatieverslag maakt deel uit van de stukken die bij de gemeente Epe worden indient. 6. De initiatiefnemer koppelt terug en werkt uit wat is opgehaald, beoordeelt en legt vast. Het gaat hierbij om de terugkoppeling en de reactie daarop van de betrokkenen. 7. Het resultaat. Uiteindelijk ligt er een gewogen plan, waarin de verschillende belangen zijn benoemd en afgewogen. 8. De initiatiefnemer dient de aanvraag in, met het participatieverslag (de processtappen die zijn gezet) en het participatieverslag (de inhoudelijke opbrengst/belangen/afwegingen). Deze spelregels vragen best wel wat van de initiatiefnemer en betrokkenen. Bij alle betrokkenen ligt een verantwoordelijkheid daaraan een goede invulling te geven. Het kan nodig zijn de stappen verschillende keren te doorlopen om in samenwerking tot een goed plan te kunnen komen. > In bijlage 2 is een checklist opgenomen die u gebruikt bij een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA) of een wijziging van het omgevingsplan

8

Bijlagen BIJLAGE 1: WEGINGS-MODEL (SCHUIFJES) VOOR DE OMVANG VAN DE VEREISTE PARTICIPATIE BIJLAGE 2: CHECKLIST PARTICIPATIE BIJ OPA/BOPA/WIJZIGEN OMGEVINGSPLAN

9

BIJLAGE 1: WEGINGS-MODEL (thermometers) PARTICIPATIE In drie stappen bepaalt u de aard en omvang van het initiatief en wat het effect hiervan kan zijn op de omgeving. Het is een hulpmiddel. Het blijft dan ook nodig altijd zelf te kijken welke vorm van participatie bij uw initiatief past aan de hand van de impact daarvan en uw waardering daarbij. Stap 1: In de eerste stap geeft u per onderwerp een cijfer dat het beste bij uw initiatief past. Stap 2: In de tweede stap telt u de punten bij elkaar op. Het totaal deelt u door 3. De uitkomst geeft een indicatie of u veel of weinig participatie moet organiseren, het participatieniveau. Stap 3: In de derde stap bepaalt u op basis van het participatieniveau welke middelen u met welk doel minimaal inzet om over het gesprek over uw initiatief aan te gaan. In de overige twee stappen wordt de gemeentelijke rol bepaald. Stap 4: In deze stap wordt in beeld gebracht welke rol de gemeente Epe in het participatieproces inneemt. De kern hieruit is dat bij initiatieven met impact op de omgeving en een maatschappelijk belang de gemeente Epe een proactieve houding aanneemt en meedenkt en meedoet in het participatieproces. Het uitgangspunt blijft dat de initiatiefnemer altijd verantwoordelijk is en blijft. Het is zijn/haar initiatief. Stap 5: In de laatste stap wordt de vroegtijdige betrokkenheid van de gemeenteraad in beeld gebracht.

Voorbeeld: U bent van plan om een nieuw bijgebouw van 5 meter hoog in uw achtertuin te bouwen. In stap 1 geeft u per onderwerp een cijfer aan dit plan. De bouw hiervan voorziet niet in een maatschappelijke opgave. Op de eerste meter vult u een 1 in. De bouw van dit bijgebouw krijgt geen aandacht in de politiek, de pers of op social media. Ook bij de tweede meter vult u een 1 in. Een bijgebouw van 5 meter hoog heeft wel invloed op uw buren, maar niet op anderen. Bij de derde meter vult u bijvoorbeeld een 4 in. In stap 2 rekent u het participatieniveau uit. Allereerst telt u de drie cijfers uit stap 1 op. In dit geval 1+1+4 = 6. Deze uitkomst deelt u door 3. Dus 6/3 = 2. Op de thermometer ziet u dat u in dit geval beperkte participatie hoeft te gebruiken, uw plan heeft weinig invloed op de omgeving. In stap 3 leest u wat u kunt doen om over uw plan te participeren, bijvoorbeeld een gesprek met uw buren.

10

11

l

12

13

BIJLAGE 2: CHECKLIST PARTICIPATIE BIJ OPA/BOPA/WIJZIGEN OMGEVINGSPLAN (Hfst 2 en 3) 1.

Omgevingsanalyse Als initiatiefnemer organiseert u zelf de participatie. Om dit goed te doen start u met een omgevingsanalyse. De vragen die u bij het maken van een omgevingsanalyse moet kunnen beantwoorden zijn: a. b. c. d. e. f. g.

h. i.

Waar gaat het over? Wat is de bedoeling van uw plan (wat wilt u bereiken)? Wat wilt u precies gaan doen en hoe wilt u dat aanpakken? Hoe zorgt u ervoor dat iedereen de informatie heeft die hij/zij nodig heeft? Wat kunnen de gevolgen van uw initiatief zijn voor de omgeving? Tot hoever in de omgeving zijn de gevolgen van uw initiatief merkbaar/voelbaar/zichtbaar? Voor wie gaat uw initiatief iets veranderen/betekenen? Is er sprake van een maatschappelijke opgave? Betreft het een innovatief plan? Gaat het over uw eigen woonplezier/eigen bedrijfsontwikkeling? Waar kan de omgeving over meepraten Hoe ver gaat die inbreng (meeweten, meedenken, meewerken of meebeslissen).

Participatieplan Nadat u de omgevingsanalyse hebt gemaakt kunt u betrokkenen uitnodigen voor een goed gesprek; de feitelijke participatie. Hiervoor stelt u een participatieplan op. Hierin staat het volgende: a. b. c. d. e. f. 2.

Participatieverslag Op basis van het participatieplan gaat u in gesprek met de omgeving. Hiervan houdt u een participatieverslag bij. Dit verslag is uiteindelijk een bijlage bij uw aanvraag op basis waarvan wij kunnen zien of participatie op een correct manier is toegepast. In het verslag staat in ieder geval: a. b. c. d. e. f. g. h. i.

3.

Welke personen (eigenaren/huurders/gebruikers/bezoekers) en/of organisaties moeten worden betrokken op basis van de omgevingsanalyse? Hoe worden betrokkenen benaderd? Welke participatiemethoden worden toegepast? Op welke manier wordt de inbreng van betrokkenen verwerkt (zie ook hierboven onder i)? Hoe worden de reacties aan de verschillende mensen teruggekoppeld? Wat is de planning?

Overzicht van de benaderde personen/doelgroepen. Overzicht van de gebruikte communicatiemiddelen om de gewenste doelgroepen te bereiken. Overzicht van de gebruikte participatiemethoden. Wie er uiteindelijk aan de participatie hebben meegedaan, welke doelgroepen gemist zijn en wat is er aan gedaan om die alsnog te bereiken. Welke randvoorwaarden bij de start van de participatie zijn meegegeven. Wat waren de rollen, taken en verantwoordelijkheden van alle betrokkenen en waren deze voldoende duidelijk. Een beschrijving van de inhoudelijke resultaten van het participatieproces. Beschrijf welke adviezen, opmerkingen en keuzes zijn overgenomen bij de uitwerking van het initiatief en op welke manier. En beschrijf welke adviezen, opmerkingen en keuzes niet zijn overgenomen en motiveer waarom niet. Op welke wijze de resultaten en wat daarmee is gedaan zijn teruggekoppeld naar de participanten. Of voor alle betrokkenen duidelijk is hoe het traject van het initiatief verder verloopt.

De aanvraag Bij de aanvraag dient u het participatieverslag in.

14

15

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11869062/1