CConstaterende datEpe
Koppel je AI →
Document · PDF

468617 tarieventabel 2023

Gemeenteraad 10 november 2022, gemeente EpeBij agendapunt: Hamerstuk: Belastingtarieven 202313.824 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

6 alinea's met “opening”: 62 64 66 784 816 820

Artikel 1.32 Telecommunicatiewet Het VNG-model voorziet in een veelheid aan bepalingen. Gekozen is voor een tarief dat aansluit bij de gemiddelde tijdsbesteding zoals deze in regionaal stedendriehoekverband is onderzocht bij de introductie van deze bepaling. Artikel 1.33 Wegenverkeerswetgeving Voor gehandicapten is een lager tarief opgenomen voor het aanvragen van ontheffing van het Reglement Verkeersregels en Verkeerstekens. Dit is gemeentelijke beleid. Het VNG-model kent hiervoor geen bepaling. Aanvullend ten opzichte van het VNG-model is onder d. een bepaling opgenomen voor het op verzoek aanwijzen van een gehandicaptenparkeerplaats op kenteken. Dat is een besluit op grond van het Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer (Babw) en betreft een besluit van algemene strekking. Het betreft echter wel een besluit dat wordt genomen op verzoek van een belanghebbende. Artikel 29 van het BABW voorziet in kostenverhaal van het plaatsen van het bord. In dezelfde lijn is het logisch dat de aanvrager c.q. degene ten behoeve van wie het bord wordt geplaatst de kosten van het nemen van het besluit betaalt. Daarvoor is dit tarief opgenomen. Het gaat om een gemiddelde tijdsbesteding van anderhalf uur. Artikel 1.34 Gewaarmerkte afschriften, kopieën, stukken of uittreksels In afwijking van het VNG-model is onder d geen tarief voor digitale verstrekking meer opgenomen.

Op grond van het Besluit maximumtarieven open overheid mogen voor dergelijke stukken alleen de kosten van de gegevensdrager (bijvoorbeeld USB-stick) in rekening worden gebracht. Digitale bestanden worden niet op een gegevensdrager verstrekt, maar online of door digitale toezending. Artikel 1.35 Gereserveerd (Diverse vergunningen of beschikkingen) Hiervoor zijn geen afzonderlijke tarieven opgenomen. Het VNG-model is op dit punt facultatief. HOOFDSTUK 2 DIENSTVERLENING EN BESLUITEN IN HET KADER VAN DE OMGEV INGSWET De modelverordening van de VNG is opgesteld met het oog op de inwerkingtreding van de Omgevingswet. Deze treedt mogelijk in werking op 1 januari 2023, maar zeker is dat allerminst. Daarom zijn in dit hoofdstuk de bestaande formuleringen gebruikt. De tarieven zijn aangepast met de indexatie. De tarieven die afhankelijk zijn van de bouwkosten zijn niet verhoogd, aangezien de verwachting is dat de stijging van de bouwkosten vanzelf leidt tot hogere legesopbrengsten. Onderdeel 2.2.1.2. Achteraf ingediende aanvraag De extra legesheffing voor een achteraf ingediende aanvraag om een omgevingsvergunning is van toepassing als er pas een aanvraag om een omgevingsvergunning wordt ingediend nadat er al met de bouwactiviteit is begonnen. De gemeente rechtvaardigt de verhoging van het tarief vanuit het gevoerde beleid.

De extra leges zijn een financiële prikkel om voorafgaand aan het bouwen 'netjes' een omgevingsvergunning voor de bouwactiviteit aan te vragen. De extra leges mogen niet zo hoog zijn dat het strafkarakter gaat overheersen. Voorheen was deze verhoging 50%, zonder maximum. In navolging van het advies van de VNG in de modelverordening valt een verhoging van 10% met een absoluut maximum van bijvoorbeeld € 10.000 naar onze mening binnen de redelijke grenzen. Eerder was de redenering dat het achteraf indienen van een aanvraag leidt tot een verstoring van het proces dat tot extra kosten leidt. Die argumentatie komt bij deze te vervallen, omdat blijkens de VNGmodelverordening met de extra legesheffing de gemeente niet de kosten van extra werkzaamheden

16

Gemeenteblad

NaN ?

die niet in relatie staan tot de dienstverlening kan verhalen. De rechtvaardiging ziet niet op extra kosten, maar is puur gebaseerd op het gevoerde beleid ter zake en ziet op een andere verdeling van het verhaal van de reguliere kosten. Wel is het zo dat met deze financiële prikkel mede in het belang is van het bij de gemeente ingerichte proces van vergunningafhandeling. Een achteraf ingediende aanvraag verstoort dat proces en is onwenselijk. Zie ook Hof ’s-Hertogenbosch 06-08-2020, ECLI:NL:GHSHE:2020:2542: Belanghebbende klaagt erover dat in zijn geval geen sprake was van extra werkzaamheden omdat hij zelf de bouwtekeningen heeft laten maken en er geen onderzoek ter plaatse is geweest. De heffingsambtenaar heeft dat bestreden en gewezen op extra werkzaamheden zoals archiefwerk en het vergelijken van de oorspronkelijke situatie en de huidige situatie. Zelfs als er in het geval van belanghebbende geen extra werkzaamheden zouden zijn verricht dan slaagt deze klacht ook niet. Er is namelijk geen rechtstreeks verband vereist tussen de hoogte van de geheven leges en de omvang van de ter zake door de gemeente verstrekte diensten dan wel de door de gemeente gemaakte kosten. Onderdeel 2.3.5. Als een aanvraag buiten behandeling wordt gelaten op grond van arikel 4:5 Awb, wordt 25% van het reguliere tarief toegepast tot een maximum van € 5.000. Dat is in onderdeel 2.2.1.3. bepaald.

In onderdeel 2.3.4. zijn bepalingen opgenomen voor vermindering van de aanslag als de aanvraag betrekking heeft op bepaalde duurzaamheidsinvesteringen. Die vermindering is als stimulans bedoeld voor het realiseren van die duurzame investeringen. Onbedoeld kon er sprake zijn van samenloop van onderdeel 2.2.1.3. en onderdeel 2.3.4. Als iemand een vergunningaanvraag indiende die voor vermindering vanwege duurzaamheidsinvesteringen in aanmerking kwam, maar de aanvraag was onvolledig en werd ook niet (tijdig) meer aangevuld, dan moest dat verminderde tarief vervolgens tot 25% worden verlaagd. De vermindering die bedoeld was om duurzaamheidsinvesteringen te stimuleren kwam daarmee ook terecht bij initiatieven die buiten behandeling werden gelaten. Dat is niet de bedoeling van de bepalingen in onderdeel 2.3.4. Daarom is (zekerheidshalve) in dit onderdeel bepaald dat als er sprake is van een situatie als bedoeld in onderdeel 2.2.1.3. de bepalingen in onderdeel 2.3.4. niet van toepassing zijn. HOOFDSTUK 3 DIENSTVERLENING WAAROP DE DIENSTENRICHTLIJN VAN TOEPASSING IS Artikel 3.1 Exploitatie openbare inrichting en Artikel 3.2 Uitoefenen horeca- of slijtersbedrijf Voor plaatselijke non-profitinstellingen wordt een maatschappelijk tarief gehanteerd voor aanvragen om een alcohol- of horeca-exploitatievergunning.

De gemeente ondersteunt gewenste activiteiten van verenigingen onder meer door middel van subsidie. In het kader van minder regels is ervoor gekozen om een laag tarief te hanteren in plaats van het verstrekken van een afzonderlijke subsidie in verband met de vergunningaanvraag. Verenigingen worden draaiend gehouden door de inzet van vrijwilligers. Voor het schenken van alcohol in een clubgebouw is een vergunning nodig, evenals een horeca-exploitatievergunning. Dit beleid is ingevoerd in 2009 (besluitnummer 2009-61632). Artikel 3.3 Vergunning seksbedrijfen A rtikel 3.4 Wijzigen vergunning seksbedrijf Deze bepalingen zijn tot op heden nooit toegepast, maar zijn opgenomen voor het geval dat. Daarbij is gebruik gemaakt van vereenvoudigde bepalingen ten opzichte van het VNG-model. Artikel 3.6 Organiseren evenement In afwijking van het VNG-model is er conform het beleid in Epe onderscheid in eenmalige en meerjarig vergunde evenementen. Artikel 3.8 Marktstandplaatsvergunningen en andere vergunningen op markt In Epe bestaat één soort standplaatsvergunning voor de markt, zodat de differentiatie uit het VNGmodel niet gehanteerd wordt. Er zijn geen teruggaafbepalingen opgenomen voor selectie of loting, omdat die wijze van vergunningverlening niet in de marktverordening is geregeld.

Artikel 3.9 Overige administratieve dienstverlening markt In Epe zijn alleen tarieven voor inschrijving op en verlening van de wachtlijst van toepassing. Eventuele andere vergunningen/ontheffingen e.d. die niet benoemd zijn, maar die zich toch mochten voordoen, vallen onder artikel 3.17 Artikel 3.10 Losse standplaatsen Het gaat hier om standplaatsen buiten de weekmarkt om. Artikel 3.16 Toeristische verhuur In de Huisvestingsverordening van Epe is niet voorzien in de mogelijkheid tot het verlenen van een ontheffing voor toeristische verhuur, zodat deze bepaling niet van toepassing is.

17

Gemeenteblad

NaN ?

Artikel 3.17 Gereserveerd (Verhuurvergunning opkoopbescherming) De mogelijkheid om het in gebruik geven van woonruimte in een opkoopbeschermingsgebied zonder vergunning te verbieden, bestaat sinds 1 januari 2022. Toen is hoofdstuk 7, Tijdelijke regeling inzake opkoopbescherming, van de Huisvestingswet 2014 in werking getreden. Gemeenten kunnen een regeling opkoopbescherming opnemen in de Huisvestingsverordening. De opkoopbescherming maakt het mogelijk dat de gemeente in aangewezen gebieden een verbod kan instellen op het in gebruik geven (het verhuren) van nieuw aangekochte woningen in het goedkope en middeldure segment zonder vergunning van het college van burgemeester en wethouders, gedurende een periode van vier jaar na de leveringsdatum (verhuurvergunning opkoopbescherming). Een stelsel van opkoopbescherming mag alleen worden ingevoerd als daarvoor een dringende reden is. Aan de VNG Model Huisvestingsverordening is een facultatief hoofdstuk 3B toegevoegd waarmee gemeenten de opkoopbescherming kunnen invoeren. Zie Lbr. 22/003 – Wijziging VNG Model Huisvestingsverordening; toevoeging regels opkoopbescherming (12 januari 2022) en de Handreiking opkoopbescherming. In Epe is er vooralsnog niet voor gekozen om opkoopbescherming te regelen in de Huisvestingsverordening, waardoor er ook geen tarief is opgenomen.

Artikel 3.19 Collecteren Het VNG-model heeft geen tarief opgenomen voor collecteren. In Epe wordt de bestaande praktijk van legesheffing voortgezet met dit artikel. Lijkbezorgingsrechten Hoofdstuk 1 Verlenen van rechten In de Beheersverordening is bepaald dat om de wettelijke grafrust te waarborgen het grafrecht verplicht moet worden verlengd bij een nieuwe inlage. Daarvoor zijn tarieven opgenomen voor perioden van 1 tot en met 9 jaar. Bij het verlengen van rechten moet de begraafplaatsbeheerder ten minste 1 jaar voor afloop van het grafrecht de rechthebbende hiervan berichten. (art. 28, tweede lid Wet op de lijkbezorging). Als de rechthebbende daar snel op reageert, ontvangt hij mogelijk al enkele maanden voor het verstrijken van het grafrecht een brief dat zijn recht wordt verlengd. Het belastbare feit doet zich voor op het moment van het ingaan van de nieuwe termijn van het grafrecht en niet op het moment van aanvraag of het moment waarop de brief vanuit de gemeente wordt verzonden. Dat kan betekenen dat bij het versturen van de brief waarin de rechthebbende wordt geïnformeerd over de aanstaande vervaldatum van zijn grafrecht, de tarieven voor het jaar waarin hij belastingplichtig is nog niet bekend zijn.

Hoofdstuk 4 Onderhoud Het onderhoud van de begraafplaats moet in alle gevallen worden betaald, dus zowel bij algemene als particuliere graven alsmede bij particuliere urnennissen. Het onderhoud moet via een eenmalige aanslag worden betaald voor de duur van het recht en bij algemene graven voor een vast bedrag. Bestaande situaties die vóór 2016 gekozen hebben voor een jaarlijkse aanslag voor onderhoud worden voortgezet totdat de periode waarvoor het uitsluitend recht is verleend afloopt. Als de rechthebbende kiest voor verlenging van het grafrecht, moet voor de periode van de verlenging het onderhoud ineens betaald worden. Het moment waarop de nieuwe termijn van het grafrecht begint te lopen, is het moment waarop de belastingplicht ontstaat. Voor nieuw uit te geven graven worden de kosten voor onderhoud in één keer in rekening gebracht. Die kosten zijn overigens over de gehele looptijd lager dan bij een jaarlijkse aanslag. Omdat er wel een grotere financiële last ineens ontstaat, bestaat de mogelijkheid van gespreide betaling via automatische incasso. Voor situaties waarin er een verplichte verlenging plaatsvindt om de wettelijke grafrust te waarborgen, wordt het bedrag voor onderhoud bepaald op overeenkomstige wijze als voor de afkoop van graven in situaties vóór 2016.

Hoofdstuk 6 Opgraven, ruimen en verstrooien In de Beheersverordening gemeentelijke begraafplaatsen gemeente Epe 2014 staat in artikel 22 onder B: De rechthebbende van een particulier graf kan na de verplichte grafrust, de termijn van 10 jaar, bij de gemeente een aanvraag indienen om het graf te laten schudden c.q. ruimen. Dit verzoek tot schudden of ruimen van het graf wordt slechts éénmaal toegestaan. De menselijke resten blijven bij schudden achter in het graf. Bij het ruimen van een graf worden de menselijke resten herbegraven in een verzamelgraf. Ruimen en schudden op verzoek van de rechthebbende is alleen mogelijk als er nog grafrechten rusten op het graf. Het komt in de praktijk voor dat mensen verzoeken om te mogen begraven op een specifieke plek op de begraafplaats, bijvoorbeeld omdat het naastgelegen graf van een ander familielid is. Het college kan aan zo'n verzoek tegemoet komen en daarmee af te wijken van de volgorde van begraven. Als op zo'n plek stoffelijke resten liggen, zal het graf eerst geruimd moeten worden. Dat ruimen vindt dan zijn oorsprong in het verzoek om op die specifieke plek te mogen begraven. Het verzoek wordt echter - in de regel- niet gedaan door de rechthebbende op dat graf, want dat graf heeft geen rechthebbende meer. Anders zou er niet aan het verzoek tegemoet gekomen kunnen worden.

De gemeente maakt voor het ruimen/schudden van dat graf wel extra kosten. Die kosten moet de verzoeker betalen. Om daarover geen misverstand te laten bestaan is opgenomen dat onder 'rechthebbende' tevens wordt verstaan

18

Gemeenteblad

NaN ?

degene die verzocht heeft om rechthebbende op dat graf te worden. Het bevordert een efficiënte en klantgerichte werkwijze. Zonder deze bepaling zou iemand eerst rechthebbende van het graf moeten worden. Om vervolgens een verzoek te moeten doen tot ruimen/schudden van dat graf. Pas daarna zou in dat graf begraven kunnen worden. Na een overlijden ontbreekt voor zo'n procedure de tijd, bovendien is het niet klantgericht. Hoofdstuk 7 Overige rechten De tariefstelling voor het gebruik van de aula sluit aan bij de Beheersverordening. Daarin is bepaald dat de aula standaard één uur ter beschikking staat, met de mogelijkheid om dit per half uur te verlengen. Reinigingsheffingen Sinds 2021 hanteert Epe diftar. Het wegbrengen van afval naar een (ondergrondse) container wordt gestimuleerd door daarvoor een relatief lager tarief te hanteren. Uitgebreide motivering van de keuzes omtrent diftar zijn opgenomen bij het voorstel om diftar in te voeren (zaaknummer 204265). Met ingang van 2023 worden de tarieven reinigingsrechten exclusief BTW opgenomen. Dat voorkomt dat bij een wijziging van het BTW tarief de tarieventabel van Epe moet worden aangepast. Dit probleem speelde voor sommige gemeenten bij de recente tijdelijke verlaging van het BTW tarief op energie bij de doorbelasting in de marktgelden.

Hoewel er geen aanwijzingen zijn dat het reguliere BTW tarief wordt gewijzigd, is de nieuwe werkwijze toekomstbestendiger. In de uitvoering verandert er niets. Op het aanslagbiljet werd en wordt de BTW afzonderlijk vermeld, omdat dit een wettelijke plicht is. OZB De gemeente Epe heft, net zoals de meeste andere gemeenten, alle 3 de mogelijke OZB heffingen. De wet bied vrijwel geen beleidsvrijheid. De bepaling om aanslagen onder de € 10 niet op te leggen is een efficiencybepaling. Deze geldt op biljetniveau. Precariobelasting In Epe is een beperkt aantal tarieven opgenomen, zonder vangnetbepaling. Dat is gedaan in verband met de uitvoerbaarheid. De voorwerpen die belast worden zijn al in beeld, kunnen niet (eenvoudig) worden weggenomen of komen in beeld in verband met een vergunningaanvraag. Voor standplaatsen geldt een evenredig tarief. Tot 2016 was sprake van een degressief tarief naar oppervlakte en naar tijdsduur met een maximum. Recent heeft Hof Den Bosch in een verwijzingszaak geoordeeld dat de raad bij het wijzigen van dat tarief destijds onvoldoende de belangen heeft . Met een evenredig tarief worden alle standplaatshouders op gelijke wijze in de heffing betrokken.

Met het degressieve, gemaximeerde tarief was het tarief per dagdeel voor een standplaatshouder die de hele week een standplaats innam veel lager dan voor een standplaatshouder die slechts één dagdeel per week een standplaats innam. In de Beleidsnotitie standplaatsen gemeente Epe 2013 (hierna ook: standplaatsenbeleid) is het aantal en de locatie van de standplaatsen vastgelegd. Het gaat om een beperkt aantal standplaatsen. Op grond van artikel 12, lid 2 van dat standplaatsenbeleid is het de bedoeling de standplaats daadwerkelijk in te nemen op de vergunde momenten. Met de degressieve tariefstelling voorheen was het voor bepaalde ondernemers - met name die seizoensgebonden producten aanbieden - financieel aantrekkelijk om een vergunning voor de hele week aan te vragen. Afhankelijk van bijvoorbeeld de weersomstandigheden - en de daarmee te verwachten klandizie - werd de standplaats ingenomen. Die praktijk is onwenselijk in het licht van het standplaatsenbeleid. Met een evenredige tariefstelling is er een financiële prikkel om de standplaats wel gedurende de vergunde periode in te nemen en is daarmee ondersteunend aan het standplaatsenbeleid.

Daarbij speelt mee dat de tijd dat een ondernemer geen gebruik maakt van de standplaats, maar deze wel de beschikking heeft over een vergunning, andere ondernemers van die standplaats dan ook geen gebruik van kunnen maken, omdat ze daar geen vergunning voor kunnen krijgen. Gezien de schaarste van de standplaatsen, is het wenselijk dat de standplaatsen zoveel als mogelijk worden ingenomen. Een evenredige tariefstelling ondersteunt dat. Deze belasting wordt geheven van ondernemers. Van ondernemers mag worden verwacht dat zij hun bedrijfsvoering inrichten naar de mogelijkheden die er zijn, waaronder de tarieven die betaald moeten worden voor het innemen van een standplaats. Zo kan een ondernemer met een standplaatsvergunning ervoor kiezen om de aanvraag te wijzigen (art. 8 standplaatsenbeleid). Dan kan hij de feitelijke inname en de vergunde situatie (meer) met elkaar in overeenstemming trachten te brengen. Ook bestaat de mogelijkheid om de standplaatsvergunning te beëindigen (art. 11 standplaatsenbeleid). Het is uiteindelijk aan de ondernemer om de afweging te maken of hij in de gemeente Epe tegen de hier geldende tarieven een standplaats wil innemen of niet.

Dat geldt ook voor ondernemers die hier al jaren gebruik maken van een standplaats en ook voor ondernemers die producten aanbieden waarbij niet beïnvloedbare omstandigheden zoals het weer een rol spelen bij de redanbiliteit van de standplaats. Het is niet zo dat de gemeente Epe als enige standplaatsen aanbiedt aan ondernemers. De ondernemer kan desgewenst een vergelijking maken met andere mogelijkheden voor het innemen van standplaatsen in andere gemeenten, of op particuliere grond om tot een keuze te komen.

19

Gemeenteblad

NaN ?

Tegen deze achtergrond wegen wij de belangen van het gelijkelijk belasten - en daarmee de prikkel om de standplaats gedurende de vergunde periode daadwerkelijk in te nemen - van een standplaats groter dan het individuele belang van ondernemers (met seizoenplaatsen) die meer van niet-beïnvloedbare omstandigheden afhankelijk zijn. Deze tariefstelling doet daarmee recht aan het gelijkheidsbeginsel. Het belastbare feit is namelijk het innemen van een standplaats. Niet relevant voor het belastbare feit is door wie de standplaats wordt ingenomen of welke producten daar te koop worden aangeboden. Met eventuele te behalen winst of inkomen uit de verkoop vanaf de standplaats mag in de tariefstelling op grond van artikel 219, lid 2 Gemeentewet geen rekening worden gehouden. De daarmee samenhangende belangen mogen dan ook geen rol spelen in de afweging. In Epe wordt geen marktgeld geheven, maar precariobelasting. Dat voorkomt kostentoerekeningsvraagstukken. Rioolaanleggeld Het gaat hier om nieuwe huisaansluitingen. In een enkel geval komt het voor dat er duur drukriool moet worden aangelegd. Op begrotingsbasis is moeilijk in te schatten wanneer zich dat zal voordoen. Vanwege maximaal 100% kostendekking is ervoor gekozen om de tarieven te baseren op de kosten van vrijvervalriolering. Daarbij geldt dat een grotere diameter hogere kosten met zich meebrengt.

Rioolheffing Sinds de invoering van de rioolrechten in Epe (in 2000) is er onderscheid in tarieven voor eigenaren en gebruikers en zijn de tarieven voor gebruikers opgedeeld in klassen naar gelang het waterverbruik. Voor de motivering van dit onderscheid wordt kortheidshalve verwezen naar de invoering (99-0005090 en 99-0003570), de evaluatie van die invoering (2002-05969) en de invoering van de rioolheffing als voortzetting van de rioolrechten (2009-53307). Toeristenbelasting In 2020 heeft onderzoek plaatsgevonden naar de systematiek van de toeristenbelasting. 27 mei 2021 heeft de raad hierover een besluit genomen (zaaknummer 272165). Uit het onderzoek bleek dat de meeste (potentiële) belastingplichtigen onderscheid in tarief willen. Voor het overnachten in een eigen kampeermiddel geldt een lager tarief dan voor andere overnachtingen. Verder is daarin besloten om vaste tarieven te hanteren voor vaste standplaatsen. De vaste tarieven zijn op verzoek van de ondernemers verder verfijnd met perioden van 1 maand tot een half jaar. Deze tarieven verlopen degressief als gekeken wordt naar het omgerekende tarief per overnachting. Daarmee wordt uitdrukking gegeven aan de verwachting dat hoe langer de standplaats per jaar wordt ingenomen des te lager het aantal overnachtingen per maand zal zijn.

De tarieven zullen in de loop der jaren geleidelijk uiteen gaan lopen, waarbij het tarief voor eigen kampeermiddelen op € 1,00 wordt gehouden totdat het reguliere tarief € 1,50 bedraagt. Daarna wordt opnieuw bezien hoe de tarieven zich verder ontwikkelen. Forensenbelasting Conform het belastingbeleid in het coalitieakkoord 2022-2026 stijgen de tarieven geïndexeerd. Het tarief als percentage van de heffingsmaatstaf wordt gecorrigeerd voor de waardeontwikkeling als gevolg van de WOZ-herwaardering. Er is een minimumtarief dat zijn oorsprong vindt in de koppeling die voorheen bestond met de het jaarplaatstarief bij de toeristenbelasting. Grenzen aan het tarief? 1

Het staat de gemeenteraad vrij tarieven vast te stellen binnen de grenzen van de wet . De wetgever 2

heeft geen limiet gesteld aan de hoogte van de forensenbelasting . Het vaststellen van de tarieven mag echter niet tot strijd met enig algemeen rechtsbeginsel of leiden tot een onredelijke of willekeurige belastingheffing waarop de wetgever niet het oog kan hebben gehad. Als iemand beroep instelt tegen een belastingaanslag kan/zal de rechter toetsen of hiervan sprake is, de zogenaamde exceptieve toetsing. Als dat aan de orde is, kan de rechter de verordening onverbindend verklaren. 3 4

In de rechtspraak is een aantal malen , - in meerdere of mindere mate expliciet - een oordeel uitgesproken over tariefsbepalingen bij de forensenbelasting. De norm ‘onredelijk’ is daarbij niet nader ingekleurd, 1) 1 Gemeentewet artikel 219 2) 2 Gemeentewet artikel 223 3) 3 ECLI:NL:GHSHE:2016:1999 4) 4 ECLI:NL:GHARN:2008:BG4929

20

Gemeenteblad

NaN ?

5

behalve in een conclusie van de advocaat-generaal (AG) bij een Hoge Raad uitspraak, waarin deze een 6

maximumtarief van € 3.480 niet in strijd met enig algemeen rechtsbeginsel heeft geoordeeld. De Hoge Raad heeft de benadering van de AG echter niet besproken of overgenomen in zijn uitspraak. De Hoge Raad heeft in navolging van andere hoogste rechtscolleges de lijn van de exceptieve toetsing 7

gewijzigd en verruimd. Na deze uitspraak heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een casus over forensenbelasting, waarbij de Hoge Raad oordeelt dat voor onverbindendverklaring van een regeling slechts plaats is indien de gekozen heffingsmaatstaf dan wel tariefstelling tot een uitkomst voert die in strijd is met de wet of enig algemeen rechtsbeginsel zoals het gelijkheidsbeginsel. De termen ‘onredelijk’ of ‘willekeurig’ komen daarin niet voor. De drempel waarover een regeling zou kunnen struikelen ligt blijkens die uitspraak bij een ‘individuele en buitensporige last’ in de zin van artikel 1 Eerste Protocol bij het Europese Verdrag voor de Rechten van de Mens en de Fundamentele Vrijheden. De aangedragen feiten gaven de Hoge Raad geen aanleiding om dat laten onderzoeken door een feitelijke rechter (Gerechtshof). 8

9

De Hoge Raad heeft in navolging van Hof Den Haag geoordeeld dat een belasting van 1,2 percent over de waarde van de bezittingen voor belanghebbende geen individuele, buitensporige last vormt. Daarbij overwoog het Hof dat het niet uitmaakt dat de woning niet wordt verhuurd en dat de woning geen liquide middelen oplevert. Het ging daarbij om de vermogensrendementsheffing uit box 3 en niet over de forensenbelasting. Naar analogie kan geredeneerd worden dat een tarief forensenbelasting van minder dan de helft van 1,2% evenmin een individuele en buitensporige last vormt. Overigens kan 10

volgens de Hoge Raad van een individuele en buitensporige last alleen sprake zijn indien en voor zover deze last zich in een concreet geval sterker laat voelen dan in het algemeen. De tarieven forensenbelasting gelden voor alle belastingplichtigen op dezelfde wijze. Het maakt met andere woorden niet uit wie de belastingplichtige is. Een individuele en buitensporige last is tegen die achtergrond moeilijk voor te stellen bij de forensenbelasting. Dat leidt tot de conclusie dat de tarieven forensenbelasting een exceptieve toets door de rechter vooralsnog lijken te kunnen doorstaan. Om te voorkomen dat in absolute zin hele hoge bedragen worden geheven is er een maximumtarief dat conform bestaand beleid niet wordt verhoogd. Door dit consequent vol te houden wordt het verschil tussen minimum- en maximumtarief geleidelijk kleiner.

5) 5 ECLI:NL:PHR:2007:AX0678 6) 6 ECLI:NL:HR:2007:AX0678 7) 7 ECLI:NL:HR:2021:648 8) 8 ECLI:NL:HR:2016:1129 9) 9 ECLI:NL:GHDHA:2014:2861 10) 10 ECLI:NL:HR:2017:442

21

Gemeenteblad

NaN ?

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/11912944/1