361961 Zonnepark de Horst, Epe Bijlagen bij toelichting
Tekst van het document
bestemmingsplan Zonnepark de Horst, Epe ontwerp
bestemmingsplan Bijlagen bij toelichting
Zonnepark de Horst, Epe ontwerp
bestemmingsplan Zonnepark de Horst, Epe
Inhoudsopgave
Bijlagen bij toelichting
5
Bijlage 1
Landschapsplan
7
Bijlage 2
Ecologische inventarisatie
41
Bijlage 3
AERIUS-berekening
53
Bijlage 4
Reflectieonderzoek
71
Bijlage 5
Akoestisch reflectieonderzoek
97
3
bestemmingsplan Zonnepark de Horst, Epe
4
bestemmingsplan Zonnepark de Horst, Epe
Bijlagen bij toelichting
5
bestemmingsplan Zonnepark de Horst, Epe
6
bestemmingsplan Zonnepark de Horst, Epe
Bijlage 1 Landschapsplan
7
LANDSCHAPSPLAN LANDSCHAPSPLAN ZONNEPARK DE HORST EPE
ZONNEPARK OENERWEG EPE
Landschapsplan zonnepark De Horst Epe
1
2
2
Landschapsplan zonnepark De Horst Epe
LANDSCHAPSPLAN LANDSCHAPSPLAN ZONNEPARK DE HORSTEPE EPE ZONNEPARK OENERWEG
Door Statkraft
Januari 2020 September 2021
Landschapsplan Zonnepark Oenerweg Epe
Landschapsplan zonnepark De Horst Epe
3
3
4
4
Landschapsplan zonnepark De Horst Epe
INHOUDSOPGAVE 1. 1
Inleiding 7 Inleiding
7
2 2.
Historie vande deplek plek Historie van
9
9
3 3.
Beeld vande delocatie locatie Beeld van
11
11
4
4.
Beleid
Beleid 17
17
5
Uitgangspunten schetsontwerp
19
6
Schetsontwerp
7
Beplanting en beheer
5. 6. 7.
Uitgangspunten ontwerp
19
Ontwerp 21 Beplanting en beheer
3D visualisaties
28
21 27 28
Landschapsplan Zonnepark Oenerweg Epe
Landschapsplan zonnepark De Horst Epe
5
5
Luchtfoto bestaande situatie Luchtfoto met plangebied in rood gemarkeerd. Ten oosten van het plangebied ligt het Apeldoornsch Kanaal met daarnaast de Grift. Ten westen van het plangebied ligt de rijksweg A50. Het agrarisch bedrijf van de grondeigenaar inclusief woning is gelegen ten noorden binnen het plangebied met daarbij een recreatiewoning.
6
6
Landschapsplan zonnepark De Horst Epe
Hoogtekaart bestaande situatie Hoogtekaart met plangebied in rood gemarkeerd (bron AHN). Te zien is dat het maaiveld in het plangebied reliëfverschillen heeft. De hoogtekaart laat zien dat het plangebied een overgangszone in het stuwwallandschap is. De dekzandrug aan de westzijde gaat over in het lager gelegen landschapstype ‘Hooilanden’ aan de oostzijde. De wegen rondom het plangebied zijn hoger gelegen ten opzichte van het plangebied.
1
INLEIDING
ch Ap Gri eld ft oo rn s
A 50
Ka na al
Statkraft is voornemens een zonnepark te ontwikkelen tussen het Apeldoornsch Kanaal en de A50. Het plangebied ligt gelegen in het buitengebied van de gemeente Epe tussen de kernen Epe en Oene.
Basiskaart bestaande situatie Plattegrond bestaande situatie plangebied. De structuur van het landschap is op deze kaart goed zichtbaar. Het Apeldoornsch Kanaal en de rijksweg A50 vormen een duidelijke afbakening van het plangebied.
Hiernaast is het plangebied weergegeven. Statkraft is voornemens het zonnepark te realiseren binnen de kadastrale percelen L1317, L1337, L2022, L2034, L2238 en L3270. De omvang van het totale plangebied bedraagt circa 22,2 hectare. Het zonnepark beslaat netto niet meer dan 14 hectare en zal een vermogen krijgen van tussen de 11 en 13 MWp. Hiermee kunnen 3.000 huishoudens van stroom worden voorzien en wordt de uitstoot van 6.000 ton CO2 per jaar vermeden. Dit levert een substantiële bijdrage aan de duurzaamheidsambities van de gemeente Epe. In de directe omgeving zijn, behalve het agrarisch bedrijf en een recreatiewoning, een aantal woningen gelegen. In de nabije omgeving aan de Drachterweg en langs het Apeldoornsch Kanaal bevinden zich enkele woningen die zicht hebben op het plangebied. Over het landschappelijk ontwerp van het zonnepark is een aantal keren overleg gevoerd tussen Statkraft en de bewoners van deze woningen. Het zonnepark wordt gesitueerd langs de snelweg A50. De panelen sluiten aan bij de stedelijke uitstraling van de snelweg. Het zonnepark ligt langs de Grift die onderdeel uitmaakt van het Geldersch Natuurnetwerk (GNN) en de Kaderrichtlijn water. De rest van het plangebied ligt in een gebied dat door de provincie is aangeduid als Groen Ontwikkelingszone (GO).
Met het zonnepark wordt bijgedragen aan de ontwikkelingsdoelen van de provincie voor wat betreft de GNN en de GO. Tevens wordt invulling gegeven aan de Kaderrichtlijn water. De aansluiting op de A50 en de combinatie van ecologische- en landschappelijke doelen van diverse overheden maakt de locatie geschikt voor een zonnepark. Landschapsplan Zonnepark Oenerweg Epe
7
Landschapsplan zonnepark De Horst Epe
7
Topografische kaart omstreeks 1875 (bron Topotijdreis)
Topografische kaart omstreeks 1940 (bron Topotijdreis)
Topografische kaart omstreeks 1960 (bron Topotijdreis)
Topografische kaart omstreeks 1985: Rijksweg A50 (bron Topotijdreis)
8
8
Landschapsplan zonnepark De Horst Epe
2
HISTORIE VAN DE PLEK
Het plangebied is gelegen op de Veluweflank; het lage deel van de stuwwal. Het landschap op de flank is zeer gevarieerd, door de afwisselende aanwezigheid van dorpen, infrastructuur, oude bouwlanden, landgoederen, dekzandruggen, beekdalen en (sprengen) beken, en heideontginningen. Op de topografische kaart van omstreeks 1875 is een afwisselend mozaïek te zien met daartussen veel landschapselementen.
Topografische kaart omstreeks 2010 (bron Topotijdreis)
De planlocatie is gelegen op de overgang van een droge dekzandrug naar het nattere hooiland. In de afgelopen decennia is het landschap waarin het plangebied is gelegen sterk veranderd. Het landschap is steeds rationeler geworden waarbij de meeste landschapselementen zijn verdwenen. Er is in de omgeving veel bebouwing gerealiseerd en een uitgebreidere infrastructuur. Een ingrijpende verandering is de realisatie van de A50 geweest. Kenmerkend voor het plangebied is de Grift. Deze watergang ligt naast het Apeldoornsch Kanaal grenzend aan het plangebied. De Grift is vermoedelijk aangelegd in de 14e eeuw en diende oorspronkelijk ter ontwatering van gronden tussen de IJssel en plaatsen als Apeldoorn, Vaassen, Emst en Epe. Door middel van ontwatering werden deze gronden geschikt voor landbouw. Omstreeks 1829 kwam naast de Grift het Apeldoornsch Kanaal te liggen, die in tegenstelling tot de Grift, wel bevaarbaar was.
Topografische kaart omstreeks 2018 (bron Topotijdreis)
Landschapsplan Zonnepark Oenerweg Epe
9
Landschapsplan zonnepark De Horst Epe
9
3 1
4 11 2
5 12 10
9
8 6 7
Luchtfoto met aanduiding locatie foto’s
1010
Landschapsplan zonnepark De Horst Epe
3
1
BEELD VAN DE LOCATIE
De planlocatie is gelegen op de overgang van een droge dekzandrug naar het nattere hooiland. In het oostelijk deel daalt het maaiveld en gaat het over in het hooiland. De historische kamerstructuur die gevormd wordt door een sterk contrast van landschappelijke beplanting en openheid is hier goed herkenbaar. Dit historische landschap wordt doorkruist door de A50. Tussen de Grift en het Apeldoornsch Kanaal ligt en een fiets- en wandelroute. Vanuit deze route is het terrein zichtbaar. Vanaf de A50 is het plangebied goed zichtbaar. De verhoging van de weg versterkt het zicht. Voor de woningen gelegen aan de Drachterweg en de Kanaalweg is het plangebied matig tot redelijk goed zichtbaar; afhankelijk van de hoeveelheid aanwezige beplanting.
Zicht op recreatiewoning met onder in beeld de Grift. 2
Omwonenden hebben aangegeven dat ze zo min mogelijk zicht op het zonnepark willen hebben. De initiatiefnemer heeft aangegeven hier gehoor aan te geven. In dit landschapsplan is beschreven welke maatregelen genomen worden zodat de komst van het zonnepark zo min mogelijk verstorend werkt op zijn omgeving en juist ook nieuwe kwaliteiten toevoegt.
Bestaande fiets- en wandelpad langs het Apeldoornsch Kanaal.
Landschapsplan Zonnepark Oenerweg Epe
Landschapsplan zonnepark De Horst Epe
11
11
3
Het plangebied, zicht vanuit het agrarisch bedrijf met op de achtergrond de A50. 4
Panorama van het plangebied, links de groenstrook langs het Apeldoornsch kanaal en Grift, midden op de achtergrond de Drachterweg en rechts de A50.
12
12
Landschapsplan zonnepark De Horst Epe
5
Zicht op plangebied vanaf het fiets- en wandelpad met in het midden het agrarisch bedrijf. 6
De Grift in beeld, links het plangebied en rechts de groenstrook tussen de Grift en het fiets- en wandelpad.
Landschapsplan Zonnepark Oenerweg Epe
Landschapsplan zonnepark De Horst Epe
13
13
7
Zicht op plangebied met links de Drachterweg 8
Zicht op het plangebied met rechts de Drachterweg
14
14
Landschapsplan zonnepark De Horst Epe
9
Het plangebied met links de A50 11
Zicht vanaf het fiets- en wandelpad
10
Zicht op de watergang door het plangebied gezien vanaf het fiets- en wandelpad 12
Watergang door het plangebied
Landschapsplan Zonnepark Oenerweg Epe
Landschapsplan zonnepark De Horst Epe
15
15
plangebied
Landsschapstypen in bestemmingsplan Buitengebied Epe.
16
16
Landschapsplan zonnepark De Horst Epe
4
BELEID
Gemeentelijk beleid De gemeente Epe heeft in het Ruimtelijk structuurplan nog geen Gemeentelijk beleid De gemeente Epe heeft in het Ruimtelijk structuurplan nog geen specifiek beleid voor zonneparken beschreven. In de Toekomstvisie specifiek voor zonneparken beschreven. In de Toekomstvisie 2030 geeftbeleid de gemeente ten aanzien van de pijler ‘ruimtelijk terrein’ 2030 geeft de gemeente ten aanzien van de pijler ‘ruimtelijk terrein’ dat zij onder andere wil inzetten op het faciliteren van initiatieven dat zij onder andere wil inzetten op het faciliteren van initiatieven tot duurzame energieopwekking en initiatieven tot duurzaam tot duurzame energieopwekking en initiatieven tot duurzaam energieverbruik in de samenleving bij burgers, maatschappelijke energieverbruik in de samenleving bij burgers, maatschappelijke organisaties van activiteiten activiteiten is is organisatiesen en bedrijven. bedrijven. De De ruimtelijke ruimtelijke inpassing inpassing van daarbij een aandachtspunt. daarbij een aandachtspunt. In het het bestemmingsplan bestemmingsplan buitengebied buitengebied is is het het zonnepark zonnepark als In als onderdeel onderdeel van het plangebied gelegen in het landschapstype van het plangebied gelegen in het landschapstype ‘Hooilanden’. ‘Hooilanden’.
Kernkwaliteiten van dit landschapstype zijn: openheid, Kernkwaliteiten van dit landschapstype zijn: grootschalige grootschalige openheid, natte omstandigheden, incidentele natte omstandigheden, incidentele bebouwing en een hoge bebouwing en een hoge natuurwaarde (door bijzondere natuurwaarde (door bijzondere waterkwaliteit). waterkwaliteit).
Provinciaal Provinciaalbeleid beleid Het functies in in een een Het combineren combineren van van grote grote zonneparken zonneparken met met andere andere functies gebied heeft heeftbij bijde de provincie provincie Gelderland de voorkeur. De gebied De beoordeling beoordeling of grote grotezonneparken zonneparken ruimtelijk ruimtelijk passend passend zijn zijn laat laat de de provincie provincie aan of aan de de gemeente. gemeente. Op de kaartlaag ‘Zonne-energie’ uit de omgevingsvisie is het plangebied Op de kaartlaag ‘Zonne-energie’ uit de omgevingsvisie is het plangebied aangewezen als een locatie waar grote zonneparken onder voorwaarden aangewezen locatie waar grote zonneparken onder voorwaarden mogelijk zijn.als Diteen hangt samen met de kaartlaag ‘Natuur’ waar het mogelijk zijn. Dit hangt samen met de kaartlaag ‘Natuur’ waar het plangebied is aangeduid als ‘Groene ontwikkelingszone’ en de kaart plangebied aangeduid ‘Groene ontwikkelingszone’ en de kaart ‘Landschap’isals ‘Nationaalals landschap’.
‘Landschap’ als ‘Nationaal landschap’.
De Groene ontwikkelingszone geeft ruimte voor economische ontwikkeling in combinatie met versterking van de ecologische De Groene ontwikkelingszone geeft ruimte voor economische samenhang. Het ruimtelijk beleid voor de Groene ontwikkeling in combinatie met versterking van deontwikkelingszone ecologische
samenhang. Het ruimtelijk beleid voor de Groene ontwikkelingszone biedt ruimte aan andere functies onder voorwaarde van gelijktijdige versterking van de kernkwaliteiten. De kernkwaliteiten waar dit plan op inspeelt zijn:
• Overgangsgebied tussen de Veluwe en de IJsselvallei met alle gradiënten en biedt ruimte aan andere functies onder voorwaarde van gelijktijdige kwelzones daarbij horen. De kernkwaliteiten waar dit plan op versterking van die de kernkwaliteiten. inspeelt zijn: van Nationaal Landschap Veluwe. • Onderdeel •• Ecologische Overgangsgebied tussen de Veluwe en delangs IJsselvallei met alle graslanden, verbinding Oost-Veluwe - IJssel de Grift: singels, gradiënten en kwelzones die daarbij horen. plas-drasbermen en moeraszones, aansluitend op het omringende landschap. • Onderdeel van Nationaal Landschap Veluwe. • Leefgebied das. • Ecologische verbinding Oost-Veluwe - IJssel langs de Grift: • Kleinschalig landschap met veel opgaande landschapselementen singels, graslanden, plas-drasbermen en moeraszones, • Abiotiek: aardkundige waarden, kwel, bodem, grondwaterreservoir. aansluitend op het omringende landschap. • Leefgebied das. landschap. Grote zonneparken zijn mogelijk indien ze de •Nationaal Kleinschalig landschap met veel opgaande landschapselementen •kernkwaliteiten Abiotiek: aardkundige waarden, bodem, van het landschap nietkwel, aantasten. grondwaterreservoir. De ontwikkelingsdoelen natuur en landschap die voort komen uit de
Nationaal landschap. Grote zonneparken zijn mogelijk indien ze de kernkwaliteiten van de Groene ontwikkelingszone en het GNN zijn: kernkwaliteiten van het landschap niet aantasten.
•
Ontwikkeling ecologische verbinding Oost-Veluwe - IJssel langs de Grift en het Apeldoorns Kanaal: singels, graslanden, De ontwikkelingsdoelen natuur en landschap die plasdrasbermen voort komen uit en de moeraszones, aansluitendvan op het omringende landschap. en het GNN zijn: kernkwaliteiten de Groene ontwikkelingszone bosranden en overgangen naar cultuurgronden. •• Ontwikkeling Ontwikkeling ecologische verbinding Oost-Veluwe - IJssel langs de Grift en biotopen het Apeldoorns Kanaal: singels, graslanden, plas• Ontwikkeling voor reptielen en amfibieën. drasbermencultuurhistorische en moeraszones, patronen aansluitend het omringende • Ontwikkeling enop beheersvormen. landschap. • Ontwikkeling bosranden en overgangen naar cultuurgronden. In het voorliggend landschapsplan wordt invulling gegeven aan de genoemde • Ontwikkeling biotopen voor reptielen en amfibieën. kernkwaliteiten en het versterken van de Groene ontwikkelingszone. Dit wordt • Ontwikkeling cultuurhistorische patronen en beheersvormen.
nader toegelicht in de volgende hoofdstukken.
De Grift is een A-watergang waarvoor een opstakelvrije zone van 5 meter Waterschapsbeleid geldt. Verder is de Kaderrichtlijn water van toepassing op de Grift. De watergang door het plangebied van west naar oost is eeninB-watergang. Het waterschap Vallei en Veluwe is de waterbeheerder en om het plangebied.
Watergang de Grift is een waterlichaam ingevolge de Kaderrichtlijn Water (KRW).
InHet hetbeoogde voorliggend landschapsplan wordt invulling gegeven aan beleid is om de ecologische kwaliteit van deze A-watergang te de genoemde kernkwaliteiten en het versterken van de Groene verhogen. De huidige ecologische kwaliteit is onvoldoende. Het waterschap kan ontwikkelingszone. Dit wordt nader toegelicht in de volgende tevens bijdragen aan de aanleg van de door de Provincie Gelderland gewenste hoofdstukken.
uitbreiding van vochtige, ecologische verbindingszones (EVZ). In het vroegtijdig overleg tussen initiatiefnemer Statkraft, de grondeigenaar èn het waterschap, heeft het waterschap gesteld dat er een 20 m brede EVZ langs Landschapsplan Zonnepark Oenerweg Epe de Grift dient 17 te worden gerealiseerd. Deze EVZ draagt in hoge mate bij aan het bereiken van de harde KRW-doelen. Landschapsplan zonnepark De Horst Epe
17
bestaand bos
landschappelijke haag panelenveld zuidgericht gecombineerd met bloemrijk grasland
natuurvriendelijke oever langs Grift
struweel groene ontwikkelingszone langs Grift
panelenveld zuidgericht gecombineerd met bloemrijk grasland
te behouden bestaande watergang fiets- en wandelpad
struweel
Apeldoornsch Kanaal
bloemrijk grasland toegangspad
18
18
Landschapsplan zonnepark De Horst Epe
UITGANGSPUNTEN 5 UITGANGSPUNTEN SCHETSONTWERP SCHETSONTWERP
Ecologie zonneparkHet zal zonnepark landschappelijk zal landschappelijk zorgvuldig worden zorgvuldig ingepast. worden ingepast.Beveiliging Beveiliging HetInzonnepark zal landschappelijk zorgvuldig worden Langs Grift een in totaal 20 meter bredeuit natuurzone. Bestaande eze paragraaf deze wordt paragraaf ingegaan wordt op de ingegaan uitgangspunten op de uitgangspunten voor hetingepast. voor het • Om het gehele • • Om zonnepark hetde gehele komt zonnepark een hekwerk komt bestaande een hekwerk bestaande palen uit palen uit 15 In schetsontwerp. deze paragraaf wordt ingegaan op de uitgangspunten voor het meter aanmaximale te 2leggen struweel en een flauwe natuurvriendelijke oever van tsontwerp. met gaas, maximale met gaas, hoogte meter. hoogte 2 meter. • Het hekwerk • zo Het hekwerk mogelijk zo langs achter veel mogelijk deGrift. beplanting. achter de beplanting. ontwerp. 5veel meter breed De dschappelijke Landschappelijke inpassing inpassing • De beschermde beekprik krijgt een gevarieerder leefmilieu in de beek en Versterking • Groene Versterking ontwikkelingszone Groene ontwikkelingszone langs de Grift. langs de Grift. Transformatoren, Transformatoren, inkoopstation en toegangspad Landschappelijke inpassing de beschermdeinkoopstation dastoegangspad krijgt een en extra migratiezone er bij.
Vanaf Drachterweg • Vanaf gezien Drachterweg komt eerst gezien een komt 20 meter eerst brede een 20 strook meter brede • strook Onopvallend • inpassen, Onopvallend centraal inpassen, binnen centraal het zonnepark binnen het enheeft ver zonnepark van en ver van • Versterking Groene ontwikkelingszone langs de Grift. • Het hekwerk is fauna passeerbaar; de das zo weinig als mogelijk last bloemrijk grasland, bloemrijk daarachter grasland, een daarachter strook struweel. een strook Het struweel struweel. Het struweel woningen, maximale woningen, hoogte maximale 3 meter. hoogte 3 meter. • Vanaf Drachterweg gezien komt er een mantelzoomvegetatie. (zie ook de van het hekwerk. wordt 15 meter wordt breed 15en meter circabreed 5 meter enhoog. circa 5 meter hoog. • Inkoopstation • Inkoopstation onopvallend bij onopvallend zuidingang bij totzuidingang zonneparktot aanzonnepark aan afbeelding onder aan deze pagina). Drachterweg. Drachterweg. Aanleg van• een Aanleg landschappelijke van een landschappelijke haag (hoogte circa haag3(hoogte meter) circa voor 3 het meter) voor het • Aanleg van eenpanelen landschappelijke haag vanuit (hoogtedecirca 3 meter) voor het toegangspad ont- • Beveiliging • Het Hetaan toegangspad zuidzijde 4aan meter zuidzijde breed4met meter eenbreed smalle met een smalle ontnemen vanontnemen zicht op devan zicht op vanuit de panelen de recreatiewoning. recreatiewoning.
nemen van zicht op de panelen vanuit de recreatiewoning. • Om het gehele zonnepark komt een hekwerk bestaande uit palendoor met opening in beplanting, opening in voor beplanting, zo min mogelijk voor zozicht min mogelijk op de panelen zicht op door de panelen Toepassing• van Toepassing inheemse van beplanting, inheemse inclusief beplanting, wintergroene inclusief wintergroene soorten, soorten, • ter Toepassing van inheemse beplanting, inclusief wintergroene soorten, met gaas, dit pad. dit pad.maximale hoogte 2 meter. met name hoogte met name van ter de hoogte woningen. van de woningen. terzonnepark hoogte vanop dezonnepark woningen. • Het hekwerk zo veel mogelijk achter de beplanting. Bewust het• name zicht Bewust op het zicht vanaf de A50 behouden. vanaf de A50 Hetbehouden. Het • Afstand tot woningen aan de zuidzijde. De panelen beginnen op 50 meter zonnepark hoeft zonnepark niet volledig hoeftverstopt niet volledig te worden. verstopt te worden. Afstand tot• afstand woningen Afstand aan totde woningen deDrachterweg. zuidzijde. aanDe depanelen zuidzijde. beginnen De panelen op 50 beginnen op 50 vanaf Transformatoren, inkoopstation en toegangspad meter afstand vanaf afstand de Drachterweg. vanaf de Drachterweg. • Er meter wordt rekening gehouden met reflectie van zonnepalen op voorbijgaand • Onopvallend inpassen, centraal binnen het zonnepark en ver van woninverkeer.
nepanelenZonnepanelen Panelen Zonnepanelen zuidgericht. • Panelen zuidgericht. Afstand tussen • Afstand tafels voor tussen voldoende tafels voor zonlicht voldoende op bodem. zonlicht op bodem. • Panelen zuidgericht. Maximale hoogte • Maximale paneelhoogte t.o.v. maaiveld paneel t.o.v. 2,3 meter. maaiveld 2,3 meter. • Afstand tussen tafelsdoor voorgeen voldoende zonlicht opfundering bodem. Voorkomen• verdichting Voorkomen bodem verdichting bodem zware door betonnen geen zware betonnen fundering • Maximale paneel t.o.v. 2,3 meter. voor de draagconstructie voor de hoogte draagconstructie te gebruiken. temaaiveld gebruiken.
• •
gen, maximale hoogte 3 meter. Inkoopstation onopvallend bij zuidingang tot zonnepark aan Drachterweg. Het toegangspad aan zuidzijde 4 meter breed met een smalle opening in beplanting, voor zo min mogelijk zicht op de panelen door dit pad.
•
Voorkomen verdichting bodem door geen zware betonnen fundering voor de draagconstructie te gebruiken. ogie Ecologie Langs de Grift • Langs een inde totaal Grift20 een meter in totaal brede 20natuurzone. meter bredeBestaande natuurzone. Bestaande
uit 15 meter aan uit te 15leggen meter struweel aan te leggen en een struweel flauween natuurvriendelijke een flauwe natuurvriendelijke oever van 5 meter oever breed van 5langs meter Debreed Grift.langs De Grift. Langs de Grift • Langs komt een de Grift brede komt rietkraag een brede en wordt rietkraag aantrekkelijk en wordtvoor aantrekkelijk voor eptielen en amfibieën. reptielen en amfibieën. Het hekwerk • isHet fauna hekwerk passeerbaar; is faunade passeerbaar; das heeft zo deweinig das heeft als mogelijk zo weinig als mogelijk ast van het hekwerk. last van het hekwerk.
Landschapsplan Zonnepark Landschapsplan Oenerweg Zonnepark Epe Oenerweg19 Epe
Landschapsplan zonnepark De Horst Epe
19
19
Plankaart
20
Landschapsplan zonnepark De Horst Epe
5
UITGANGSPUNTEN SCHETSONTWERP 6 SCHETSONTWERP
Het zonnepark zal landschappelijk zorgvuldig worden Vanuit ingepast. de zoals Beveiliging opde devoorgaande voorgaandepagina’s pagina’sbeschreven beschrevenzijn Vanuit de uitgangspunten uitgangspunten zoals op In deze paragraaf wordt ingegaan op de uitgangspunten zijn we voor gekomen het tot hiernaast het hiernaast afgebeelde schetsontwerp. • afgebeelde Om het gehele zonnepark komt een hekwerk we gekomen tot het ontwerp. Het ontwerp voor het bestaand schetsontwerp. met gaas, maximale hoogte 2 meter. zonnepark is, naast de versterking van de ecologische waarden langs de Grift, Landschappelijke inpassing hekwerk zo veel mogelijk achter de beplanting. gebaseerd op inpassen van•hetHet zonnepark door middel van het toevoegen van Landschappelijke inpassing Het schetsontwerp voor het zonnepark is, naast de versterking van de landschapselementen die passen in het stuwwallandschap. • Versterking Groene ontwikkelingszone langs de ecologische Grift. waarden langsTransformatoren, de Grift, gebaseerdinkoopstation op inpassen van en het toegangspad door middel van• hetOnopvallend toevoegen van landschapselementen • Vanaf Drachterweg gezien komt eerst een 20 zonnepark meter brede strook inpassen, centraal binnen die het zonnepark Het zonnepark wordt ingepast woningen, in de ‘kamerstructuur’ die het3landschap passen in het stuwwallandschap. bloemrijk grasland, daarachter een strook struweel.
Het struweel maximale hoogte meter. hier gebied vanonopvallend de voormalig wordt 15 meter breed en circa 5 meter hoog. heeft. Het zonnepark vult het • open Inkoopstation bijhooilanden zuidingang tot zonnepar zuidelijk van het agrarisch bedrijf. De panelen worden hier in een zonnepark ingepastDrachterweg. in de ‘kamerstructuur’ die het landschap • Aanleg van een landschappelijke haag (hoogteHet circa 3 meter) wordt voor het zuidopstelling met maximale hoogte van 2,3 meter. Visueel hier heeft. Hetgeplaatst zonnepark vult • een Het het open toegangspad gebied van aan de zuidzijde voormalige 4 meter breed met een ontnemen van zicht op de panelen vanuit de recreatiewoning. gezien blijft hiermee de landschappelijke structuur herkenbaar. 2,2 ha. toe te voegen landschappelijke•inpassing, blijvende natuurelementen zuidelijk van het agrarisch openingbedrijf. in beplanting, De panelen voorworden zo min mogelijk zicht op de Toepassing van inheemse beplanting, inclusiefhooilanden wintergroene soorten, hier in een zuidopstelling geplaatst dit pad. met een maximale hoogte van met name ter hoogte van de woningen. 2,3 Visueel gezien blijft het hiermee de landschap landschappelijke • Bewust het zicht op zonnepark vanaf de A50 behouden. Het Tenmeter. noorden van het zonnepark blijft het open onaangetast en blijft structuur herkenbaar. zichtbaar.
Ten noorden vanrecreatiewoning het zonnepark is blijft het open zonnepark hoeft niet volledig verstopt te worden. het boerderijcomplex Bij de gewerkt met een vrije LEGENDA • Afstand tot woningen aan de zuidzijde. De panelen landschap beginnen onaangetast op 50 en blijft het boerderijcomplex zichtbaar. Bij de strook van ten minste 20 meter grasland tussen de woning en het zonnepark. recreatiewoning is gewerkt met een vrije strook van ten minste 20 meter meter afstand vanaf de Drachterweg. grasland tussen de woning en het zonnepark. De landschappelijke haag De landschappelijke haag zorgt ervoor dat het uitzicht groen blijft. Het park tegen de panelen aan zorgt ervoor dat het uitzicht groen blijft. Zonnepanelen wordt aan twee kanten omzoomd door opgaande beplanting, waardoor het • Panelen zuidgericht. grotendeels aanaan hettwee zicht kanten wordt onttrokken. Deelsopgaande is dit de reeds aanwezige park wordt omzoomd door beplanting, • Afstand tussen tafels voor voldoende zonlichtHet op bodem. opgaande het beplanting in hetaan zuiden, noorden enonttrokken. oosten, die nog verder waardoor grotendeels het zicht wordt Deels is ditzal • Maximale hoogte paneel t.o.v. maaiveld 2,3 meter. worden versterkt. de reeds aanwezige opgaande beplanting in het zuiden, noorden en • Voorkomen verdichting bodem door geen zware betonnen fundering oosten, die nog verder zal worden versterkt.
De droge dooradering van voor de draagconstructie te gebruiken. het gebieddooradering zal hierdoorvan worden versterkt, onder meer omversterkt, de biotoop De droge het gebied zal hierdoor worden voor das te hetde zuiden de bestaande opgaande Ecologie onderdemeer omverbeteren. de biotoopIn voor das tewordt verbeteren. In het zuiden houtige beplanting uitgebreid met een mantelzoomvegetatie met harde • Langs de Grift een in totaal 20 meter brede natuurzone. Bestaande wordt de bestaande opgaande houtige beplanting uitgebreid met een en zachte houtige gewassen, besdragers en kruiden. uit 15 meter aan te leggen struweel en een flauwe natuurvriendelijke mantelzoomvegetatie met harde en zachte houtige gewassen, besdragers en oever van 5 meter breed langs De Grift. kruiden. De westzijde bij devoor snelweg blijft ‘open’, hier wordt geen beplanting • Langs de Grift komt een brede rietkraag en wordt aantrekkelijk toegevoegd, omdat hiermee de visuele verbinding als tussen de reptielen en amfibieën. voormalige • Het hekwerk is fauna passeerbaar; de das heeft zo weinig hooilanden als mogelijkblijft bestaan. Vanaf de A50 mag het zonnepark last van het hekwerk.
Landschapsplan Zonnepark Oenerweg Landschapsplan Epe Zonnepark 21 Oenerwe
Landschapsplan zonnepark De Horst Epe
21
Dubbel ruimtegebruik Er is sprake van dubbel ruimtegebruik in de zin van gebruik ten behoeve van versterking van natuurwaarden door inrichting van de zone langs de Grift, toevoegen van landschapselementen en bloemrijk grasland. De Grift die langs het plangebied loopt geeft aanleiding om een deel van het plangebied vrij te houden voor het versterken van natte ecologische waarden. De Grift maakt deel uit van het Gelders natuurnetwerk. Zone langs de Grift Langs de Grift komt een zone van circa 20 meter breed, bestaande uit 5 m natuurvriendelijk oever en 15 m struweel. Zie onderstaand profiel van het Waterschap Vallei en Veluwe met in het oosten het Apeldoorns Kanaal, de dijk met fietspad, daarna de Grift. De Grift wordt dan verbreed in westelijke richting binnen de 5 m zone, waardoor aan de kant van de dijk een plasdraszone kan ontstaan. Verder naar het westen bevindt zich dan de 15 m strook en de zonnepanelen. De ontwikkeling van een plas-dras zone langs de Grift draagt bij aan de ecologische verbinding van noord- naar zuid en is nieuw biotoop voor amfibieën (kamsalamander) en aan de ontwikkeling van de overgangen naar cultuurgronden. Hiermee is sprake van een substantiële bijdrage aan de versterking van de kernkwaliteiten van de Groene ontwikkelingszone.
Tevens draagt deze ontwikkeling bij aan de verbetering van de leefomgeving voor de beekprik omdat er variatie aan beekbodemsubstraat ontstaat. De zone van 15 m breed richting westen wordt ingericht als een struweelzone. Dit is aangepast in een combinatie van struweel (t.b.v. de landschappelijke inpassing) en gedeelten met matig intensief of bloemrijk grasland. Hierdoor draagt deze zone bij als noord-zuid verbinding en foerageergebied voor de das. Ter plaatse van Kanaalweg 34 wordt in ieder geval een struweelzone aangebracht, zodat dit bijdraagt aan het voorkomen van geluidseffecten op deze woning. 22
Landschapsplan zonnepark De Horst Epe
Dwarsprofiel ecologische verbindingszone langs de Grift bij beoogd zonnepark De Horst
Landschapsplan zonnepark De Horst Epe
23
24
Landschapsplan zonnepark De Horst Epe
Zone langs de snelweg Aan westzijde van het zonnepark ligt de A50. Het is belangrijk schittering vanwege de zonnepanelen op deze weg te voorkomen. Daarom wordt er aan deze zijde een brede landschappelijke haag aangeplant. Om de haag een natuurlijke uitstraling te geven krijgt deze de ruimte om op sommige plaatsen verder uit te groeien. Daarom is ervoor gekozen de haag op sommige plaatsen 3 meter en op andere plaatsen 4 meter breed te laten zijn. De haag zal bestaan uit verschillende inheemse, veelal vruchtdragende, soorten. Dit bevordert de biodiversiteit. Ook worden hulst en liguster veelvuldig toegepast in de haag, omdat deze soorten groenblijvend zijn. Om de haag gevarieerd te houden en interessant voor de biodiversiteit, worden er ook soorten toegepast zoals o.a.: Sleedoorn, Meidoorn, Gelderse roos, Gele Kornoelje, bramen en frambozen. Op de plekken waar geen groenblijvende soorten voorkomen zal de schittering ook in de winter beperkt blijven omdat de haag voldoende breedte heeft. Aan de oostzijde van de haag wordt het hekwerk geplaatst, zodat deze vanaf de snelweg amper zichtbaar is.
Landschapsplan zonnepark De Horst Epe
25
Inrichtingsmaatregelen voor de das Vanwege de aanwezigheid van een bewoonde dassenburcht in een stuk bos ten zuiden van het plangebied en het gebruik door dassen van het plangebied als foerageergebied, zijn een aantal inrichtingsmaatregelen voor de das in het landschappelijke ontwerp opgenomen. Passages voor de das In het ontwerp voor het zonneveld wordt ervoor gezorgd dat het terrein passeerbaar wordt voor de das. Dit kan eenvoudig door middel van faunapassages onder het hek rondom het zonnepark door. De afstand tussen deze passages mag maximaal 250 m zijn. Zowel bij het noordelijke, oostelijk als het zuidelijke raster worden drie tunnels geplaatst op een regelmatige afstand van elkaar. Langs de westzijde van het zonnepark is al voorzien in een strook grasland zonder zonnepanelen. Deze kan door de dassen als noord-west route worden gebruikt. Ook de zone met het onderhoudspad centraal op het zonnepark kan als zodanig dienst doen. En daarnaast ontstaat er een noord-oost route in de aangepaste struweelzone langs de Grift. Voedsel Regenwormen vormen het grootste deel van het voedsel van de das (stapelvoedsel). Daarnaast eten dassen bosvruchten, valfruit, noten, eikels, granen (vooral maïs en tarwe), paddenstoelen, jonge knaagdieren, egels, slakken en insecten (zoals kevers en wespen- en hommelbroed) en de larven van langpootmuggen (emelten) en kevers (engerlingen) .
Het voedselaanbod is vooral op bemeste grasweiden (regenwormen) en in maïsakkers (maïskolven) van het agrarische gebied te vinden. Daarnaast maken oude en structuurrijke eikenbossen en diverse natuur- en landschapselementen deel uit van het foerageergebied.
26
Landschapsplan zonnepark De Horst Epe
Voedselaanbod voor de das in het zonnepark wordt gewaarborgd door de inpassing van bestaande beplanting en het behouden van stukken kort, matig bemest grasland (het soort grasland waar das regenwormen kan vinden). Voorgesteld wordt om met name de routes voor dassen over het zonnepark jaarlijks een lichte bemesting te geven met organische mest van circa 10 ton/ ha, naast een intensiever maaibeleid. Hiermee draagt dit bij aan het kunnen foerageren door de dassen. Daarnaast worden delen van het grasland onder en naast de zonnepanelen ingericht als bloemrijk grasland met een mengsel van verschillende grassoorten met inheemse meerjarige kruiden. Dit zal bevorderlijk zijn voor de vestiging van insecten (larven). Hierbij is het belangrijk dat de panelen zo geplaatst worden dat er voldoende zonlicht en vocht op de bodem kan komen. Rondom het zonnepark en als onderdeel van de ecologische verbindingszone wordt zoveel mogelijk gebruikt gemaakt van beplanting (struwelen en hagen) met vruchten, zoals wilde peer, sleedoorn, mispel, bramen en frambozen. Hierbij is het belangrijk dat de panelen zo geplaatst worden dat er voldoende zonlicht en vocht op de bodem kan komen.
Faunapassages max. 250 meter uit elkaar
Landschapsplan zonnepark De Horst Epe
27
7
BEPLANTING EN BEHEER
Bloemrijk Bloemrijkgrasland grasland Voor wordt een Voorde deontwikkeling ontwikkelingvan vanhet hetbloemrijke bloemrijkegrasland grasland wordt een zaadmengsel bijbijhet bodemtype. DeDe bodem zaadmengselgeselecteerd geselecteerddat datpast past het bodemtype. bodem wordt dede wordtlosgemaakt losgemaakten eningezaaid. ingezaaid.Door Doormiddel middelvan vanmaaibeheer maaibeheerwordt wordt bodemverschraald. verschraald.Dit Ditwordt wordtgedaan gedaandoor doorhet hetgehele geheleterrein terrein verdeeld bodem verdeeld over 22 tot tot44maaigangen maaigangenper perjaar jaargefaseerd gefaseerdtetemaaien. maaien.BijBijhet hetmaaien maaien over wordteen eendeel deelvan vanhet hetbloemrijk bloemrijkgrasland graslandniet nietgemaaid gemaaidkruiden kruiden tot wordt tot zaadontwikkeling kunnen komen zodat en insecten ongestoord blijven. zaadontwikkeling kunnen komen zodat en insecten ongestoord blijven. Natte natuur langs de Grift
Natte natuur langs de Grift Deze zone wordt extensief beheerd. Er wordt ruimte gegeven om riet Deze zone wordt extensief Ook wordt de te laten ontwikkelen zodatbeheerd. een natuurlijk beeldervoor langs gezorgd de Grift dat ontstaat. Grift niet geheel dichtgroeit omdat dat niet past bij het landschap en Ook wordt ervoor gezorgd dat de Grift niet geheel dichtgroeit omdat de als bij watervoerende beek. Over het beheer worden doorbeek. de Dit datfunctie niet past het landschap en de functie als watervoerende grondeigenaar afzonderlijke afspraken gemaakt metHierover het Waterschap. beheer wordt door de initiatiefnemer uitgevoerd. worden in
Beplantingssoorten aanplant struweel: Beplanting wordt in overleg met het Waterschap gekozen, passend bij de ecologische verbindingszone.
Landschappelijke haag
Landschappelijke haag De landschappelijke haag aan noordzijde van het plangebied krijgt Deeen landschappelijke haag vanDe het plangebied uiteindelijke hoogte aan van noordzijde circa 3 meter. hoogte wordt krijgt in stand een uiteindelijke hoogte van circa 3 meter. De hoogte wordt in gehouden door gefaseerde snoei. Hiermee zal aanwezige florastand en fauna gehouden door gefaseerde snoei. Hiermee zal aanwezige flora en fauna zo min mogelijk hinder ondervinden van de werkzaamheden. zo min mogelijk hinder ondervinden van de werkzaamheden.
Beplantingssoorten aanplant landschappelijke haag: Beplantingssoorten aanplant landschappelijke haag: meidoorn (Crataegusmonogyna), monogyna),Gelderse Gelderseroos roos(Viburnum (Viburnumopulus), opulus), meidoorn (Crataegus sleedoorn (Prunusspinosa), spinosa),braam braam(Rubus (Rubusfruticosus), fruticosus),gele gelekornoelje kornoelje sleedoorn (Prunus (Cornus mas), lijsterbes (Sorbusaucuparia), aucuparia), vuilboom(Frangula (Frangula (Cornus mas), lijsterbes (Sorbus vuilboom alnus), mispel (Mespilus germanica) enen Amerikaans alnus), mispel (Mespilus germanica) Amerikaanskrentenboompje krentenboompje (Amelanchier lamarckii). (Amelanchier lamarckii).
het kader van de aan te vragen watervergunning afspraken vastgelegd met Waterschap Vallei en Veluwe. Ook gaat er nader overleg plaats Struweel vinden met het waterschap in het van de eventueel Het struweel ontneemt het zicht opkader het zonnepark. De zuid-benodigde en oostzijde obstakelvrije zone langs de Grift. van het zonnepark wordt aangeplant in de bestaande grasmat. Hierdoor
zal de onkruiddruk laag zijn waardoor het struweel voldoende kans Struweel krijgt om volwassen te worden. Het struweel langs de Grift krijgt geen Het struweel ontneemt het zicht op het zonnepark. De zuid- en oostzijde beperking wat hoogte betreft. Dit struweel zal in het begin gefaseerd van het zonnepark wordt aangeplant in de bestaande grasmat. Hierdoor teruggezet worden zodat hetwaardoor voldoendehet ruimte heeftvoldoende om te groeien, zal de onkruiddruk laag zijn struweel kans vervolgens kan het struweel verder uitgroeien. blijftter waar krijgt om volwassen te worden. Vervolgens zalSnoeiafval het struweel hoogte mogelijk in het struweel achter om de natuurwaarde te verhogen. Met van de Drachterweg gefaseerd teruggezet worden zodat de hoogte name ter hoogte van de omliggende woningen komt groenblijvende circa 5 meter blijft. Het struweel langs de Grift krijgt geen beperking beplanting. wat hoogte betreft. Dit struweel zal in het begin gefaseerd teruggezet worden zodat het voldoende ruimte heeft om te groeien, vervolgens kan het struweel verder uitgroeien. Snoeiafval blijft waar mogelijk in het Beplantingssoorten aanplant struweel: struweel achter de natuurwaarde te verhogen. Met name ter hoogte Beplanting wordtom in overleg met het Waterschap gekozen, passend bij de van de omliggende woningen komt groenblijvende beplanting. ecologische verbindingszone.
Landschapsplan Zonnepark Oenerweg Epe
28
Landschapsplan zonnepark De Horst Epe
27
4
6` 3b
2 1
1 6
Zones met beplantingssoorten
3a
1. Raaigras 2: Landschappelijke haag en raaigras
o.a. sleedoorn, Meidoorn, Gelderse roos, Gele Kornoelje, bramen en frambozen
6
3a. 15 meter Struweelzone en bloemrijk grasland o.a. sleedoorn, wilde peer, mispel, bramen, frambozen Mengsel: G1 cruydthoeck
3b. 5 meter Spontane oevervegetatie langs de Grift Uitvoering door het Waterschap
4. Landschappelijke haag
5
o.a. meidoorn, Gelderse roos, sleedoorn en gele kornoelje
5. Mantelzoomvegetatie
o.a. sleedoorn, wilde peer, mispel, bramen, frambozen
6. Bloemrijk grasland rondom en onder de zonnepanelen Mengsel: G1 cruydthoeck
Landschapsplan zonnepark De Horst Epe
29
Referentiebeeld landschappelijke haag.
Referentiebeeld bloemrijk grasland.
Referentiebeeld struweel.
Referentiebeeld natuurlijke palen met gaas.
26
30
Landschapsplan zonnepark De Horst Epe
Landschapsplan Zonnepark Oenerweg Epe
Landschapsplan zonnepark De Horst Epe
33
31
bestemmingsplan Zonnepark de Horst, Epe
40
bestemmingsplan Zonnepark de Horst, Epe
Bijlage 2 Ecologische inventarisatie
41
Beknopte natuurtoets Zonnepark De Horst, Epe projectnummer: 092.28.50.00.00 Onderwerp:
Ecologische inventarisatie zonnepark Oenerweg Epe
Datum:
04-02-2021
Inleiding KADER In verband met het plan voor de aanleg van een zonnepark op een aantal percelen aan de Oenerweg te Epe wordt een ruimtelijke procedure doorlopen. Om de uitvoerbaarheid van dit plan te toetsen, is een ecologische inventarisatie uitgevoerd. Het doel van het onderzoek is om na te gaan of aanvullend onderzoek ten aanzien van beschermde soorten of gebieden in het kader van de Wet natuurbescherming (Wnb) of het provinciaal ruimtelijk natuurbeleid noodzakelijk is. Naast het raadplegen van bronnen is het plangebied ten behoeve van de inventarisatie op 19 november 2019 bezocht door een ecoloog van BügelHajema Adviseurs. De weersomstandigheden waren: half bewolkt, droog, circa 8˚C en een zwakke wind. In 2021 is op basis van nagekomen informatie met betrekking tot het GO en de das de rapportage geactualiseerd. PLANGEBIED EN PLANNEN Het plangebied ligt ten oosten van Epe en betreft de agrarische percelen tussen de A50 in het westen, het Apeldoorns kanaal en de Grift in het oosten, het erf van Oenerweg 46 en 48 in het noorden en de Drachterweg in het zuiden (zie figuur 1). Het plangebied bestaat uit agrarisch beheerde graslandpercelen die van elkaar worden gescheiden door enkele smalle kavelsloten. Het grasland werd tijdens het veldbezoek begraasd door schapen. Buiten de winterperiode wordt het grasland ook begraasd door koeien.
De oostrand wordt begrensd door de Grift, een vrij smalle watergang met langzaam stromend water. Van noord naar zuid wordt het plangebied doorkruist door een landbouwweg. Ongeveer in het midden van het plangebied staat een solitaire eik. De overige opgaande beplanting is gesitueerd om het plangebied. Zo zijn tussen het kanaal en de Grift en langs de Drachterweg een houtsingel en beukenlaan aanwezig. Ten oosten van het erf van Oenerweg 46 is net buiten het plangebied een klein bosgebied aanwezig. Het plan bestaat uit de plaatsing van zonnepanelen. Hierbij wordt vegetatie verwijderd en grond vergraven. Bij uitvoering van het plan wordt geen opgaande beplanting gekapt. Zo blijft de solitaire eik in
het midden van het plangebied behouden. Ook worden de landbouwweg en de bestaande kavelsloten ingepast in het zonnepark. Het zonnepark wordt landschappelijk ingepast, waarbij ook opgaande beplanting is voorzien.
Figuur 1. Globale begrenzing van het zonnepark (rode lijn) (bron kaartondergrond: www.ruimtelijkeplannen.nl)
Impressie van het plangebied met op de eerste foto de solitaire eik en kavelsloot en op de tweede foto de boerderij van Oenerweg 46 en het aangrenzende bos (19 november 2019).
datum 04-02-2021
projectnummer 092.28.50.00.00
2
Soortbescherming Onderdeel van de Wnb is soortenbescherming van planten en dieren. Dit betreffen: -
alle van nature in Nederland in het wild voorkomende vogels die vallen onder de Vogelrichtlijn
(Wnb art. 3.1-3.4); -
dier- en plantensoorten die beschermd zijn op grond van de Habitatrichtlijn en de verdragen
van Bern en Bonn (Wnb art. 3.5-3.9); -
nationaal beschermde dier- en plantensoorten genoemd in de bijlage van de wet (Wnb art.
3.10-3.11). Van deze laatst genoemde groep beschermde soorten mogen provincies een zogenaamde ‘lijst met vrijstellingen’ opstellen (Wnb art. 3.11). Voor de soorten op deze lijst geldt een vrijstelling van de verboden genoemd in art. 3.10 eerste lid van de Wnb. INVENTARISATIE 1
2
Uit het raadplegen van de Nationale Database Flora en Fauna (NDFF) via Quickscanhulp.nl (© NDFF - quickscanhulp.nl 13-11-2019 14:40:02) blijkt dat binnen een straal van een kilometer rond het plangebied een groot aantal beschermde diersoorten bekend zijn. Het gaat hierbij voornamelijk om amfibieën en reptielen, zoogdieren en vogels met jaarrond beschermde nesten. Daarnaast zijn een enkele beschermde insectensoort en vissensoort uit de directe omgeving bekend. Een groot deel van de soorten is gezien de inrichting niet in het plangebied te verwachten. In onderstaande tekst worden de relevante soorten behandeld. Het plangebied inclusief de oevers van de kavelsloten bestaat uit grasland met soorten als Engels raaigras, veldbeemdgras, vogelmuur, herderstasje en kruipende boterbloem. De aangetroffen plantensoorten duiden op zeer voedselrijke omstandigheden. De opgaande beplanting om het plangebied bestaat voornamelijk uit zomereik, ruwe berk, beuk en zwarte els. Uit de omgeving van het plangebied (0-1 km) zijn geen beschermde plantensoorten bekend (Quickscanhulp.nl). Beschermde plantensoorten zijn gezien de aangetroffen vegetatie en de voedselrijkdom niet in het plangebied te verwachten.
1
Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF). De NDFF is de meeste complete natuurdatabank van Nederland. De NDFF geeft in-
formatie over waarnemingen van beschermde en zeldzame planten en dieren en bevat uitsluitend gevalideerde gegevens. 2
Quickscanhulp.nl is een online applicatie waarmee een afgeleide van data uit de NDFF wordt weergegeven. Het is daarmee een
hulpmiddel voor ervaren ecologen om te bepalen of een beschermde soort wel of niet in het plangebied kan voorkomen. Quickscanhulp.nl geeft aan op welke afstand waarnemingen van beschermde soorten in relatie tot het plangebied zijn aangetroffen. Voor Quickscanhulp.nl worden alleen gevalideerde waarnemingen gebruikt.
datum 04-02-2021
projectnummer 092.28.50.00.00
3
Doordat bebouwing ontbreekt, kunnen verblijfplaatsen van gebouwbewonende vleermuissoorten uitgesloten worden. In de solitaire boom in het plangebied zijn geen voor vleermuizen geschikte ruimtes, zoals holtes of loszittende schors aangetroffen. Wel kunnen in de bebouwing en opgaande beplanting om het plangebied vleermuisverblijfplaatsen aanwezig zijn. Zo zijn in het bos ten oosten van de Oenerweg 46 en in de beuken langs de Drachterweg voor vleermuizen geschikte holtes en spleten aanwezig. Het plangebied kan daardoor onderdeel vormen van het foerageergebied van vleermuizen. Te verwachten zijn vooral soorten die in open gebieden kunnen foerageren, zoals gewone dwergvleermuis en laatvlieger (Quickscanhulp.nl). De randen van de opgaande beplanting net buiten het plangebied kunnen onderdeel vormen van een belangrijke vliegroute van vleermuizen. Nesten van vogels van jaarrond beschermde nesten die op of in gebouwen broeden kunnen worden uitgesloten. In de solitaire boom in het plangebied is ook geen nest aangetroffen van vogels met jaarrond beschermde nesten. Het plangebied kan een klein onderdeel vormen van het foerageergebied van soorten als buizerd, kerkuil en roek. Zo foerageerden twee buizerds aan de uiterste noordwestrand van het plangebied.
Er is maar een kleine kans dat weidevogels in het plangebied tot broeden komen door de verstorende werking die uitgaat van de A50 en de opgaande beplanting en bebouwing om het plangebied. Hooguit kan een minder verstoringsgevoelige soort als scholekster tot broeden komen. In en langs de Grift en in de opgaande beplanting om het plangebied kunnen daarnaast algemene vogels als houtduif, vink, merel en wilde eend tot broeden komen. De nesten van deze soorten zijn niet jaarrond beschermd. Het plangebied vormt geschikt biotoop voor een aantal algemene grondgebonden zoogdiersoorten, zoals de uit de direct omgeving bekende huisspitsmuis, veldmuis en haas (Quickscanhulp.nl). Voor deze algemene soorten geldt in de provincie Gelderland een vrijstelling van de verbodsartikelen van de Wnb bij ruimtelijke ontwikkelingen. Uit de directe omgeving van het plangebied zijn ook verschillende niet-vrijgestelde grondgebonden zoogdiersoorten bekend, te weten eekhoorn, boommarter, steenmarter, bunzing, wezel, das, bever en wild zwijn (Quickscanhulp.nl). In het bosje ten zuiden van het plangebied, tussen de Drachterweg 3
en A50 is een bewoonde dassenburcht aanwezig . Tijdens het veldbezoek zijn geen sporen aangetroffen van foeragerende dassen, maar het grasland is wel geschikt voor das om te foerageren. Verblijfplaatsen van de overige soorten kunnen op voorhand uitgesloten worden door het ontbreken van geschikt biotoop in de vorm van bebouwing, bosschages of houtsingels, ruigtes en grotere wateren. Ook zijn in het plangebied geen sporen waargenomen die duiden op de aanwezigheid van één
3
Onderzoek van Das & Boom in 2019
datum 04-02-2021
projectnummer 092.28.50.00.00
4
van deze soorten. Wel is tijdens het veldbezoek een eekhoornnest waargenomen in het bos ten oosten van Oenerweg 46. Het plangebied vormt voor deze soort echter geen geschikt foerageergebied. Hooguit kunnen soorten als steenmarter en wezel af en toe foerageren in het plangebied, maar het begraasde grasland zonder enige dekking vormt hooguit marginaal geschikt foerageergebied voor deze soorten. In de wateren in en om het plangebied kunnen enkele algemene amfibieën zich voortplanten, zoals de uit de directe omgeving bekende soorten bastaardkikker, bruine kikker, gewone pad en kleine watersalamander die uit de omgeving bekend zijn (Quickscanhulp.nl). Het plangebied vormt hooguit marginaal geschikt landbiotoop voor deze soorten. Voor deze algemene amfibieënsoorten geldt in de provincie Gelderland een vrijstelling van de verbodsartikelen van de Wnb bij ruimtelijke ontwikkelingen. Uit de omgeving zijn ook twee niet vrijgestelde amfibieënsoorten bekend, te weten alpenwatersalamander en poelkikker. Voor deze en andere meer kritische niet-vrijgestelde soorten ontbreekt geschikt leefgebied in het plangebied door het ontbreken van geschikt voortplantingswater en door het ontbreken van geschikt landbiotoop. Beschermde soorten uit de soortgroepen reptielen, vissen en ongewervelden zijn niet in het plangebied te verwachten vanwege het ontbreken van geschikt biotoop.
TOETSING Bij uitvoering van het plan gaan geen vleermuisverblijfplaatsen verloren. Ook zorgt het plan niet voor onderbreking van een essentiële vliegroute van vleermuizen doordat de opgaande beplanting aan de randen van het plangebied niet wordt aangetast bij uitvoering van het plan. Ook wordt bij de aanleg of het gebruik van het zonnepark geen verlichting gebruikt. Het plangebied vormt in de huidige situatie door de openheid en het intensieve gebruik geen hoogwaardig foerageergebied voor vleermuizen. Het plangebied zal na omvorming tot zonnepark niet ongeschikt worden als foerageergebied en kan zelfs geschikter worden door de aanplant van opgaande beplanting langs de randen van het zonnepark. Een negatief effect op vleermuizen door onderbreking van een essentiële vliegroute of door verlies van essentieel foerageergebied treedt dan ook niet op. Als gevolg van het plan gaan geen nesten van vogels met jaarrond beschermde nestplaatsen verloren. Zoals al aangegeven bij vleermuizen zal het plangebied door intensieve gebruik geen hoogwaardig foerageergebied vormen voor vogels met jaarrond beschermde nesten.
Door aanleg van het zonnepark gaat weliswaar potentieel foerageergebied verloren, maar doordat de randen om het zonnepark naar verwachting geschikter worden als foerageergebied en door de ruime beschikbaarheid van alternatief en hoogwaardiger foerageergebied om het plangebied, zijn geen negatieve effecten op soorten als buizerd, kerkuil en roek te verwachten.
datum 04-02-2021
projectnummer 092.28.50.00.00
5
Voor de overige vogelsoorten geldt dat, indien werkzaamheden tijdens het broedseizoen worden uitgevoerd, in gebruik zijnde nesten van vogels kunnen worden verstoord of vernietigd. Dit is bij wet verboden. Vernietiging of verstoring van in gebruik zijnde nestplaatsen kan voorkomen worden door bij de planning en uitvoering van de werkzaamheden rekening te houden met het broedseizoen. Een standaardperiode voor het broedseizoen is er niet. Van belang is of een broedgeval aanwezig is, ongeacht de periode. Voor de meeste vogels geldt dat het broedseizoen ongeveer van 15 maart tot 15 juli duurt. Voor de niet-vrijgestelde grondgebonden zoogdiersoorten steenmarter en wezel vormt het plangebied geen hoogwaardig foerageergebied. Het plangebied zal naar verwachting zelfs geschikter worden als leefgebied door de aanleg van groenstroken om het zonnepark. Voor deze soorten is in de directe omgeving bovendien veel hoogwaardiger leefgebied voorhanden. Negatieve effecten op steenmarter en wezel treden als gevolg van het plan dan ook niet op. Het grasland vormt, door de afwezigheid van faunatunnels onder de A50 die naar andere graslanden leiden, essentieel foerageergebied voor das. Bij uitvoering van het plan wordt de functie van het plangebied als foerageergebied aangetast en zodoende ook de functie van de burcht. De landschappelijke inpassing van het zonne4
park houdt rekening met de functie van het plangebied als foerageergebied van das . Het aanvragen van een ontheffing voor het aantasten van foerageergebied is desalniettemin noodzakelijk. Als gevolg van het plan kunnen tot slot enkele verblijfplaatsen van algemene amfibieën- en of zoogdierensoorten worden verstoord en vernietigd. Ook kunnen hierbij enkele exemplaren worden gedood. De te verwachten algemene soorten worden niet in hun voortbestaan bedreigd en vallen in de vrijstellingsregeling bij ruimtelijke ontwikkelingen van de provincie Gelderland. Voor deze soorten hoeft geen ontheffing te worden aangevraagd. Wel geldt voor deze soorten de zorgplicht van de Wnb. Negatieve effecten op beschermde soorten uit de soortgroepen reptielen, vissen en ongewervelden treden niet op als gevolg van de ontwikkelingen.
4
BügelHajema adviseurs BV (26 november 2020) Notitie Ecologische inpassing Zonnepark Oenerweg - de Horst
datum 04-02-2021
projectnummer 092.28.50.00.00
6
Gebiedsbescherming Voor onderhavig plangebied is de volgende wet- en regelgeving op het gebied van gebiedsbescherming relevant: de Wnb en de provinciale structuurvisie en verordening. WET NATUURBESCHERMING In de Wnb is de bescherming van Natura 2000-gebieden, geregeld. Plannen en projecten met negatieve effecten op deze gebieden zijn vergunningsplichtig. Relevant daarbij is dat de Wnb een externe werking kent. Van externe werking is sprake als activiteiten buiten een Natura 2000-gebied van invloed zijn op de natuurwaarden in een Natura 2000-gebied. NATUURNETWERK NEDERLAND Het Natuurnetwerk Nederland (NNN - voormalig Ecologische Hoofdstructuur) is een samenhangend netwerk van bestaande en nog te ontwikkelen belangrijke natuurgebieden in Nederland en vormt de basis voor het natuurbeleid. Het NNN is als beleidsdoel opgenomen in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte. De provincies zijn verantwoordelijk voor de begrenzing, ontwikkeling en bescherming van het NNN. In de provincie Gelderland wordt het NNN Gelders Natuurnetwerk (GNN) genoemd. De begrenzing en ruimtelijke bescherming van het GNN is voor provincie Gelderland uitgewerkt in Omgevingsvisie Gelderland en de Omgevingsverordening Gelderland (provinciaal ruimtelijk natuurbeleid).
GROENE ONTWIKKELINGSZONE Vanuit de Omgevingsverordening Gelderland worden behalve de GNN-gebieden ook gebieden aangewezen als Groene Ontwikkelingszone. In gebieden die zijn aangewezen als Groene Ontwikkelingszone worden geen grootschalige ontwikkelingen mogelijk gemaakt, maar kleinschalige ontwikkelingen die niet leiden tot een significante aantasting van de kernkwaliteiten van het gebied zijn wel toegestaan. INVENTARISATIE Het plangebied ligt op een afstand van circa 1,3 meter ten noordnoordoosten van het dichtstbijzijnde in het kader van de Wnb beschermde gebied, te weten Natura 2000-gebied Veluwe. De bosschage ten noorden van het plangebied en de houtsingel ten oosten van het plangebied vormen onderdeel van het GNN. Het plangebied zelf is aangewezen als Groene ontwikkelingszone. TOETSING De meeste potentiële effecten op Natura 2000-gebied Veluwe kunnen op voorhand worden uitgesloten door de ligging op ruime afstand van het Natura 2000-gebied, de aard van het plan en de inrichting van gebied tussen het plangebied en het Natura 2000-gebied met onder meer de snelweg
datum 04-02-2021
projectnummer 092.28.50.00.00
7
A50. Hierdoor kunnen bijvoorbeeld de effecten van optische verstoring of verstoring door licht en geluid worden uitgesloten. Alleen een effect van stikstofdepositie is in potentie mogelijk. Dit effect speelt hooguit in de aanlegfase. Wij adviseren om een Aerius-berekening uit te voeren om te bepalen of als gevolg van het plan sprake is van een toename van stikstofdepositie in stikstofgevoelige habitats van Natura 2000gebieden. De bosschages en houtsingels om het plangebied die zijn aangewezen als GNN zijn niet betrokken bij het plan en blijven behouden, zodat het plan niet in strijd is met de bepalingen uit de Omgevingsverordening Gelderland ten aanzien van het GNN. Het plan maakt wel ontwikkelingen mogelijk binnen de Groene ontwikkelingszone (GO). Een plan wat betrekking heeft op gronden die zijn gelegen binnen de GO mag op grond van de Omgevingsverordening geen nieuwe grootschalige ontwikkelingen mogelijk maken die leiden tot aantasting van de kernkwaliteiten van het gebied. De huidige natuurwaarde van het plangebied is zeer laag door het intensieve landgebruik met bemesting en begrazing met een hoge veedichtheid. Bij uitvoering van het plan gaan geen kernkwaliteiten van het GO verloren, te meer omdat de solitaire eik in het plangebied en de watergangen worden ingepast in het zonnepark.
De ontwikkelingsdoelen kunnen zelfs toenemen door landschappelijke inpassing van het zonnepark en door het aanleggen van een ecolo5
gische verbindingszone langs de grift . Door dit alles zullen de kernkwaliteiten van de Groene ontwikkelingszone naar verwachting versterkt worden. Conclusie Op basis van de uitgevoerde ecologische inventarisatie is gezien de aangetroffen terreinomstandigheden en de aard van het plan voldoende beeld van de natuurwaarden ontstaan. Het plangebied betreft essentieel foerageergebied voor de das. Daarom dient een ontheffing van de Wnb voor soorten aangevraagd te worden bij de provincie Gelderland. In verband met de soortbescherming van de Wnb is verder het nodig om bij de planning van de werkzaamheden rekening te houden met het broedseizoen van vogels. Wij adviseren om een stikstofberekening uit te voeren in verband met de gebiedenbescherming van de Wnb. Op basis daarvan kan worden bepaald of een vergunning van de Wnb nodig is voor uitvoering van het plan.
5
BügelHajema adviseurs BV (26 november 2020) Notitie Ecologische inpassing Zonnepark Oenerweg - de Horst
datum 04-02-2021
projectnummer 092.28.50.00.00
8
In overleg met de provincie Gelderland, initiatiefnemer en waterschap wordt in 2021 invulling gegeven aan de doelen voor de Groene Ontwikkelingszone (GO).
datum 04-02-2021
projectnummer 092.28.50.00.00
9
bestemmingsplan Zonnepark de Horst, Epe
52
bestemmingsplan Zonnepark de Horst, Epe
Bijlage 3 AERIUS-berekening
53
Bereken in g st ikst ofde p o sit ie Z on n epark Oen erweg 48 Epe
DEF I N I TI EF
Bereken in g st ikst ofde p o sit ie Z on n epark Oen erweg 48 Epe
DEF I N I TI EF
12 juli 2021 Projectnummer 092.28.50.00.00
Inhoudsopgave 1
Inleiding
3
2
Wettelijk kader
4
3
Ligging projectgebied
5
4
Invoergegevens AERIUS
6
4.1
Emissie mobiele werktuigen op de locatie (bron 1)
6
4.2
Werkverkeer (bron 2)
7
4.3
Totale emissie
7
5
Model
8
6
Rekenresultaten en conclusie
9
12 juli 2021
1
Inleiding In het kader van het bestemmingsplan Zonnepark Oenerweg t.b.v. de realisatie van een zonnepark aan de Oenerweg te Epe is de depositie van stikstof ten gevolge van de bouw van het zonnepark in de gemeente Epe berekend. Het project maakt de realisatie van een zonnepark van circa 14 hectare mogelijk op een locatie in het buitengebied. De omvang van het project is op de onderstaande afbeelding weergegeven. De depositie van stikstof in stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden ten gevolge van de emissie van NOx en NH3 van deze ontwikkeling, alsmede van het verkeer van en naar de locatie is berekend met het programmapakket AERIUS (12 juli 2021). Dit rapport vormt een toelichting op de berekening.
Afbeelding 1 – Omvang plangebied (bron: pdok.nl/viewer, d.d. 12-07-2021)
Leeswijzer In het volgende hoofdstuk wordt ingegaan op het wettelijk kader van de Wet natuurbescherming bij vergunningaanvragen of bestemmingsplanprocedures. Vervolgens komt in hoofdstuk 3 de ligging van het projectgebied ten opzichte van de meest nabijgelegen Nature 2000 -gebieden aan bod. Hoofdstuk 4 is gewijd aan de invoergegevens van het programmapakket AERIUS en hoofdstuk 5 geeft het model weer. In het laatste hoofdstuk worden de rekenresultaten en conclusies besproken.
12 juli 2021
3
2
Wettelijk kader De Wet natuurbescherming regelt de bescherming van Natura 2000 -gebieden, bossen en specifieke dier- en plantsoorten. De bescherming van de Natura 2000-gebieden is verankerd in het onderdeel gebiedsbescherming. Plannen en projecten met negatieve effecten op deze gebieden zijn vergunningsplichtig. Relevant daarbij is dat de Wnb een externe werking kent. Van externe werking is sprake als activiteiten buiten een Natura 2000-gebied van invloed zijn op de natuurwaarden in een Natura 2000-gebied. In Nederland zijn 161 Natura 2000-gebieden gelegen. In 130 van deze gebieden komen stikstofgevoelige habitats of leefgebieden van soorten voor. Dit betekent dat een verdere toename van stikstofdepositie tot een negatief effect kan leiden. Derhalve dient bij een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling onderzocht te worden of er stikstofdepositie in stikstofgevoelige Natura 2000 -gebieden plaatsvindt. Dit geldt voor een activiteit waar een omgevingsvergunning voor noodzakelijk is, maar ook voor een bestemmingsplan. Voor een bestemmingsplan is het namelijk noodzakelijk om de uitvoerbaarheid van het plan op voorhand aan te tonen. Hiernaast geldt op grond van artikel 2.7 Wnb in samenhang met artikel 2.8 Wnb een onderzoeksplicht voor bestemmingsplannen.