361946 Handhavingsbeleidskader 2022-2025 gemeente Epe
Tekst van het document
Handhavingsbeleid Epe Beleidskader 2022-2025
Datum: 07-12-2021 Versie: 002
Handhavingsbeleid Epe Beleidskader 2022-2025
Datum: 07-12-2021 Versie: 002 Opgesteld door: Harm Borgers en Anna Tersteeg (KokxDeVoogd)
2
Inhoud 1.
2.
3.
4.
5.
Inleiding.............................................................................................................................. 4 1.1
Handhavingsbeleid .................................................................................................... 4
1.2
Uitvoering van dit beleid ............................................................................................ 4
1.3
Leeswijzer .................................................................................................................. 5
Doel en uitgangspunten handhavingsbeleid Epe .............................................................. 7 2.1
Inleiding...................................................................................................................... 7
2.2
Doelstelling ................................................................................................................ 7
2.3
Uitgangspunten: risicogericht beleid, probleemoplossend handhaven ..................... 9
2.4
Handhaving in de nabije toekomst .......................................................................... 11
Pijlers onder dit Handhavingsbeleid ................................................................................ 14 3.1
Inleiding.................................................................................................................... 14
3.2
Programmatisch werken: kanteling in de beleidscyclus .......................................... 14
3.3
Organisatorische cyclus: raakvlak tussen beleid en uitvoering ............................... 15
3.4
Professionele uitvoering en dienstverlening ............................................................ 15
Probleem- en risicoanalyse ............................................................................................. 18 4.1
Inleiding.................................................................................................................... 18
4.2
Probleem- en risicoanalyse ..................................................................................... 18
4.3
Risico’s en prioriteiten in de gemeente Epe ............................................................ 19
4.4
Hardnekkige casuïstiek............................................................................................ 19
4.5
Resultaat met het handhavingsbeleid van de gemeente Epe ................................. 19
Strategie bij dit Handhavingsbeleid ................................................................................. 21 5.1
Focus op de uitvoering ............................................................................................ 21
5.2
Preventie- en nalevingsstrategie ............................................................................. 21
5.3
Toezichtstrategie ..................................................................................................... 22
5.4
Handhavingsstrategie en Sanctiestrategie .............................................................. 24
5.5
Gedoogstrategie ...................................................................................................... 27
Bijlage 1 Prioritaire onderwerpen handhaving in Epe ............................................................. 28
3
1. INLEIDING 1.1
Handhavingsbeleid Dit handhavingsbeleid gaat over de handhaving van regels voor de fysieke leefomgeving in de gemeente Epe. Daarbij staat de leefbaarheid, schone omgeving en veiligheid in de gemeente Epe voorop. Met dit beleid geeft het college van burgemeester en wethouders richting aan de keuzes die worden gemaakt bij het organiseren van het toezicht, bij het feitelijk controleren van de naleving en bij het corrigeren van overtredingen door middel van de inzet van handhavingsinstrumenten.
Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Epe heeft dit handhavingsbeleid vastgesteld op 14 december 2021. Het wordt bekend gemaakt aan de gemeenteraad en de provincie Gelderland. Het is een openbaar document, zodat een ieder
Scope van dit handhavingsbeleid Dit handhavingsbeleid van de gemeente Epe heeft betrekking op de fysieke leefomgeving. Dit gaat over het bouwen, de ruimtelijke ordening, de openbare orde en veiligheid. Dit handhavingsbeleid niet van toepassing op de volgende onderwerpen: •
Kinderopvang en peuterspeelzalen
•
Leerplichtwet
•
Drank en Horecawet
•
Milieutaken die zijn opgedragen aan Omgevingsdienst Veluwe-IJssel (OVIJ) en waarvoor een regionaal handhavingsbeleid is vastgesteld.
Het college van B&W stelt jaarlijks een handhavingsuitvoeringsprogramma (HUP) vast, ter uitwerking van dit handhavingsbeleid. In het HUP staat welke beleidsthema’s in het desbetreffende jaar de prioriteit krijgen en welke handhavingsactiviteiten en toezichtcapaciteit daarvoor worden ingezet.
1.2
Uitvoering van dit beleid Dit beleid vormt het kader voor de organisatie van het toezicht op de naleving van regels in de gemeente Epe en voor het bepalen van de bestuurlijke inzet van handhavingsinstrumenten door het college van B&W. Ter uitwerking van dit beleid voor de dagelijkse praktijk wordt jaarlijks een handhavingsuitvoeringsprogramma (HUP) opgesteld. Daarin worden ook de organisatorische voorwaarden en ontwikkelingen beschreven, die nodig zijn voor de concrete uitvoering van dit beleid. Organisatorische voorwaarden •
De kritische massa van het handhavingsapparaat van de gemeente moet op orde zijn. Dit gaat over de omvang van het aantal toezichthouders en van de juridische
4
functie. Het gaat ook over de kennis en kunde van de betrokkenen, die op niveau dient te zijn en die voldoende vaak moet worden toegepast in de praktijk om te kunnen uitgaan van “voldoende ervaringsjaren”. •
De samenwerking met andere bestuursorganen moet vooraf goed georganiseerd zijn, zodat deze overheden goed met elkaar kunnen optrekken indien sprake is van een concreet project of geval, dat om samenwerking vraagt.
•
De kansen om het werk slim(mer) te organiseren moeten worden benut, zodat er zoveel mogelijk effect wordt bereikt met de naleving van de regels ten opzichte van de schaarse menskracht en middelen bij de gemeente voor het toezicht en de handhaving.
1.3
Leeswijzer Dit handhavingsbeleid is in twee delen opgedeeld: beleidsvorming en beleidstoepassing. Deel I. Beleidsvorming •
Identificeren van het doel en de uitgangspunten van dit handhavingsbeleid 20222025
•
Beschrijving van de bestuurlijke pijlers onder dit beleid.
Deel II. Beleidstoepassing •
Prioriteiten- en risicoanalyse
•
Strategie voor de uitvoering van het handhavingsbeleid.
5
• •
DEEL I Beleidsvorming
6
2. DOEL EN UITGANGSPUNTEN HANDHAVINGSBELEID EPE 2.1
Inleiding Voordat toezicht en handhaving in de praktijk wordt uitgevoerd, worden beleidsmatige doelen en uitgangspunten geformuleerd die richting geven aan de uitvoering. Deze doelen en uitgangspunten verklaren en waarborgen de keuzes die het college van B&W maakt in de handhavingspraktijk. In dit hoofdstuk worden de doelstelling en de uitgangspunten van de gemeente Epe beschreven.
2.2
Doelstelling Bestuurlijke handhaving is geen doel op zichzelf, maar een middel voor leefbaarheid, schone omgeving en veiligheid. Handhaving richt zich op de controle van de naleving van wet- en regelgeving en zo nodig ook op de correctie vanwege een niet-naleving (overtreding). Inwoners en bedrijven kunnen zelf verantwoordelijkheid nemen voor de naleving, maar bij gebrek hieraan springt de gemeente in. Handhaving draagt zo bij aan het waarborgen van een rechtmatige samenleving.
2.2.1 Wettelijke zorg voor de handhaving Het college van burgemeester en wethouders (het college) heeft de wettelijke zorg voor de bestuurlijke handhaving van de Algemene plaatselijke verordening (APV) en van de gemeentelijke taken die zijn geregeld in de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) en alle wetten die in artikel 5.1 van de Wabo zijn genoemd. Ter uitvoering van deze zorg kan het college gebruik maken van verschillende handhavingsinstrumenten. Dit is afhankelijk van de toepassing van de handhavingsstrategie van de gemeente.
De aanleiding voor bestuurlijk optreden met een handhavingsinstrument ontstaat wanneer een overtreding wordt geconstateerd tijdens een controle die de gemeente uitvoert ter uitvoering van dit beleid, of die plaatsvindt naar aanleiding van een verzoek tot handhaving door een belanghebbende.
2.2.2 Handhavingsbeleid 2017-2021: voortzetting in 2022-2025 Het vorige handhavingsbeleid gold voor de periode 2017-2020. In 2020 is de geldigheid van dat beleid met een jaar verlengd tot en met 2021. In het vierde kwartaal van 2021 is een project uitgevoerd om het beleid voor een nieuwe periode te ontwikkelen. Dat betreft het handhavingsbeleid 2022-2025. Die ontwikkeling is in drie stappen tot stand gebracht, door middel van beleidsevaluatie, -verdieping en -verbetering.
7
Beleidsevaluatie op basis van een quickscan •
Bij aanvang van het project is een analyse uitgevoerd van alle documenten die onderdeel zijn van het handhavingsbeleid 2017-2021. Die stukken zijn onderworpen aan een expertmatige beoordeling door een extern adviesbureau.
•
Daarna zijn interviews gehouden met de handhavingsambtenaren, over het beleid en over hun behoefte aan veranderingen of aanvullingen op basis van hun professionele kennis en ervaring. Dit is besproken met de portefeuillehouder van het college.
•
Dit heeft inzicht gegeven in een aantal aandachts- en verbeterpunten: o
Er is behoefte aan het actualiseren van het handhavingsbeleid vanwege nieuwe wetgeving en vanwege enkele nieuwe prioriteiten.
o
Als verbeterpunt is aangegeven dat het beleid een duidelijker beslissingskader kan bevatten voor de bestuurlijke en operationele keuzes voor de inzet van schaarse capaciteit voor toezicht en handhaving in relatie tot de omstandigheden van een concrete overtredingssituatie.
o
Een kritisch aspect in de quickscan gaat over de uitvoering van het handhavingsbeleid. Die uitvoering staat onder druk en het blijkt daardoor lastig te zijn om beleidsdoelen en prioriteiten vol te houden. Dat komt deels doordat de capaciteit voor de uitvoering schaars is in verhouding tot de omvang en maatschappelijke relevantie van het handhavingsbeleid. Het komt deels ook door de tijdsintensieve aandacht die in de praktijk nodig is voor specifieke concrete casuïstiek en bepaalde handhavingsverzoeken. Dat vergt relatief veel capaciteit ten opzichte van andere onderwerpen van het handhavingsbeleid.
•
De uitkomst van de quickscan is dat het bestaande handhavingsbeleid voldoende inhoudelijk passend is voor de situatie in Epe in aankomende jaren. Er is daarom geen aanleiding voor een meer omvattende evaluatie of grootschalige heroverweging. Het beleid voor de periode 2022-2025 kan worden gebaseerd op de risicoanalyse, doelen en prioriteiten uit de vorige beleidsperiode. Er is wel aanleiding en draagvlak voor een actualisatie en aanvulling op enkele onderdelen.
Beleidsverdieping •
Naar aanleiding van de beleidsevaluatie is een praktisch overzicht opgesteld van de onderdelen van het handhavingsbeleid die inhoudelijk geactualiseerd of aangevuld kunnen worden. Daarbij is gezocht naar missende onderdelen in het beleid en naar praktische kaders ter ondersteuning van de uitvoering van het toezicht en de handhaving. Dit is behandeld in een ambtelijke werksessie.
Beleidsverbetering •
Het handhavingsbeleid is inhoudelijk aangevuld vanuit een streven naar beleidsoptimalisatie en vanwege nieuwe wetgeving als de Omgevingswet en de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen.
8
•
Ook stuurt het handhavingsbeleid explicieter op keuzes die nodig zijn uit oogpunt van doelmatigheid en doeltreffendheid van de handhaving. Daarbij worden keuzes gemaakt die uitgaan van het belang van rechtshandhaving en van de maatschappelijke (ir)relevantie van een concrete handhavingssituatie in verhouding tot de adequate inzet van schaarse handhavingscapaciteit.
• 2.3
Het beleid is overzichtelijk vormgegeven, met oog op de uitvoering.
Uitgangspunten: risicogericht beleid, probleemoplossend handhaven De wettelijke zorg voor de handhaving vereist dat het college de juiste afwegingen en keuzes maakt bij de toepassing van handhavingsinstrumenten en bij de organisatie van het toezicht. Ter onderbouwing van deze afwegingen en keuzes maakt het College gebruik van vijf uitgangspunten voor dit handhavingsbeleid. 1. Beginselplicht tot handhaving 2. Landelijke handhavingsstrategie 3. Spontane naleving en preventief handelen 4. Risicogericht toezicht 5. Probleemoplossend handhaven
In deel II van dit handhavingsbeleid wordt uiteengezet hoe deze uitgangspunten zich concreet verhouden tot de uitvoering van het toezicht en de handhaving.
2.3.1 Beginselplicht tot handhaving De basis van het handhavingsbeleid voor het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Epe is de beginselplicht tot handhaving. Deze plicht geldt in heel Nederland en houdt in dat ieder bevoegd gezag handhavend moet optreden als er sprake is van een overtreding. Uitzonderingen bestaan, maar zijn niet snel aan de orde (zie paragraaf 5.5) , dus in realiteit komt de beginselplicht er op neer dat bijna altijd zal worden gehandhaafd met een passende interventie. De beginselplicht is dus het fundamentele handelingsperspectief voor het college. In de praktijk betekent de beginselplicht dat het college adequaat acteert tegen een tekort aan naleving. Een tekort kan blijken tijdens een controle die de gemeente uitvoert in reactie op een handhavingsverzoek of in het kader van de uitvoering van het jaarlijkse Handhavingsuitvoeringsprogramma. De gemeente past een handhavingsstrategie toe voor het bepalen van de passende bestuurlijke sanctie, ter uitvoering van de beginselplicht.
Het is tevens belangrijk deze beginselplicht actief uit te dragen, zodat de samenleving weet dat regels moeten worden nageleefd en zij hun waarde niet verliezen.
9
2.3.2 Landelijke handhavingsstrategie Ter ondersteuning van de nakoming van de beginselplicht tot handhaving is een landelijke handhavingsstrategie (LHS) opgesteld. Deze LHS geeft richtlijnen aan ieder bevoegd gezag voor het uniform optreden bij overtredingen en dat voorkomt willekeur en schept duidelijkheid voor de burger en het bedrijfsleven. Zo bevordert de LHS een gelijke uitvoering van de beginselplicht tot handhaving door gemeenten en andere overheidsinstanties als de provincie, de politie, de inspecties en de omgevingsdiensten.
In praktische zin betekent het werken volgens de LHS dat het college zijn beslissingen over de toepassing van handhavingsinstrumenten op de landelijke strategie baseert (zie Hoofdstuk 5 voor de consequenties hiervan voor de gemeente Epe).
2.3.3 Spontane naleving en preventief handelen Idealiter in toezicht en handhaving is eigenlijk het uitblijven van toezicht en handhaving. Deze situatie kan zich voordoen als de regels door iedereen worden nageleefd, uit eigen beweging en volledig juist. Om dit te bereiken zijn er twee factoren nodig: spontane naleving en preventief handelen.
Spontane naleving •
Het ideaal is dat burgers en bedrijven ‘het automatisch goed doen’ zonder dat zij actief en bewust bezig zijn met regel-naleving of met hun ‘risico’ op toezicht en handhaving van een overtreding.
•
Dit draagt tevens bij aan sociale cohesie, zoals buren die elkaar attenderen op ‘hoe het hoort’.
Preventie •
De naleving door burgers en bedrijven kan worden bevorderd door middel van voorlichting en gerichte afspraken met doelgroepen en allerlei andere maatregelen die eraan bijdragen dat doelgroepen gestimuleerd worden om mee te werken aan de regels en de bedoeling van die regels, zonder dat daarbij sprake is van ‘klassiek’ toezicht of handhaving.
•
Dit draagt bij aan de concretisering van de beginselplicht tot handhaving in situaties waarin een onverhoopte overtreding niet tot inzet van een handhavingsinstrument zou moeten leiden, omdat het probleem spontaan kan worden opgelost. Het gaat in de gemeente Epe uiteindelijk niet om rigide toepassing van de beginselplicht tot handhaving (middel), maar om het beginsel van naleving vanwege de leefbaarheid, schone omgeving en veiligheid (doel).
10
2.3.4 Risicogericht toezicht Naast het uitgangspunt van spontane naleving en preventie is het onvermijdelijk dat de gemeente controle houdt op de naleving van de regels. Daarbij moeten wel keuzes worden gemaakt, over de situaties waarin de gemeente wel of niet actief controleert en handhaaft. De gemeente is simpelweg niet in staat om overal en op ieder tijdstip aanwezig te zijn met toezicht. Dat betekent dat een afweging moet worden gemaakt, voor welke beleidsthema’s en situaties het nodig is om toezicht te houden. Een hulpmiddel dat de gemeente Epe hiervoor heeft, is de risicoanalyse. Daarmee wordt bekeken wat de regels zijn die overtreden kunnen worden, wat de kans is dat dit kan gebeuren en wat de ernst kan zijn van de gevolgen van een overtreding. Op basis hiervan wordt de intensiteit van het toezicht bepaald, waarbij idealiter sprake is van balans tussen gestandaardiseerd routinewerk (bulk toezicht) en complexere casuïstiek (ernstige risico’s, moeilijke overtredingen). Op basis van de risicoanalyse prioriteert het college haar actieve toezicht zo risicogericht mogelijk, zodat niet alle onderwerpen met dezelfde intensiteit of frequentie worden gecontroleerd.
2.3.5 Probleemoplossend handhaven De uitoefening van toezicht en het handhavend optreden ingeval van overtredingen moet leiden tot een vergroting van de naleving van de regelgeving. Handhaving moet zich dus richten op de concrete oplossing van een nalevingstekort, met name als dat tekort een probleem is voor de leefbaarheid, de schone omgeving of de veiligheid. Deze oriëntatie op het werkelijke probleem bij een overtreding vereist gerichte processtappen voor het bepalen van het passende handhavingsinstrument. Hiertoe dient de handhavingsstrategie (zie Hoofdstuk 5). Dit geldt ook voor het toepassen van andere middelen en maatregelen, in de plaats van handhavend optreden, als dat leidt tot een betere oplossing. Op basis van de risico’s en de prioritering past gemeente Epe haar actieve handhaving en toezicht uiteindelijk zo effectief mogelijk toe, gericht op het langdurig oplossen van het probleem.
Wanneer een belanghebbende een handhavingsverzoek indient dan beoordeelt de gemeente of dat verzoek daadwerkelijk tot handhaving moet leiden. Daartoe voert een toezichthouder een controle uit om te constateren of sprake is van een overtreding en of het gaat om een situatie die prioriteit heeft volgens het handhavingsbeleid van de gemeente. Indien dat het geval is, volgt toepassing van de handhavingsstrategie en sanctiestrategie. Indien dat niet het geval is, volgt afwijzing van het handhavingsverzoek. In situaties waarbij het gaat om een lage prioriteit voor de gemeente, maar hoge urgentie voor de betrokkenen, past de gemeente het beleid toe voor hardnekkige casuïstiek (zie paragraaf 4.4).
2.4
Handhaving in de nabije toekomst In de periode waarin dit handhavingsbeleid geldt, is sprake van een aantal veranderingen in de landelijke wetgeving. De veranderingen hebben invloed op de taken van alle gemeenten in Nederland. Het gaat met name om de Omgevingswet en om de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen.
11
2.4.1 Omgevingswet Met de Omgevingswet worden de regels voor ruimtelijke ontwikkeling, milieubeheer en de fysieke leefomgeving samengevoegd in één nieuw stelsel. In dat stelsel krijgen gemeenten meer ruimte om lokaal maatwerk te leveren bij het stellen van regels en dus ook bij het bepalen van de oogmerken voor naleving.
In grote lijnen zorgt de Omgevingswet voor een kanteling in de rol van de gemeente: minder vergunningverlening, meer algemene regels. Het maatschappelijk resultaat staat voorop en daar moeten de middelen, zoals de regels en de andere beleidsinstrumenten van de Omgevingswet, op worden ingericht. Dit brengt een groot aantal veranderingen met zich mee voor de gemeentelijke organisatie op het gebied van taken, structuur, technologie, processen en menskracht. Het is te verwachten dat de toezichthouders van de gemeente steeds meer specialist in naleving worden, met oog voor de doelen van het beleid en voor de maatschappelijke krachten die kunnen bijdragen aan de realisatie van die doelen. Dat komt op termijn in plaats van het louter controleren van regeltjes. Dit handhavingsbeleid gaat daarom een (nog) belangrijkere positie bekleden dan onder het huidige recht het geval is in de gehele beleidscyclus van visievorming naar beleidsuitwerking naar uitvoering en dan de monitoring en bijstelling. Handhaving moet van alle markten thuis zijn: sectoraal ingrijpen en algemeen breed inzetbaar om de doelen te helpen bereiken. Ook hierin zal de beschikbare handhavingscapaciteit een belangrijke rol spelen. Door gebruik te maken van prioritering en van een ‘nalevingsgericht waarschuwingsbeleid’ appelleert de gemeente aan de eigen verantwoordelijkheid van burgers en bedrijven.
Dit past in de filosofie van de Omgevingswet, waarin ruimte is voor participatie en voor het eigen probleemoplossend vermogen van burgers en bedrijven.
Dit handhavingsbeleid 2022-2025 sorteert voor op de Omgevingswet en blijft geldig als die wet in werking treedt.
2.4.2 Wet Kwaliteitsborging voor het bouwen Initiatiefnemers voor een bouwactiviteit moeten veelal een omgevingsvergunning aanvragen bij de gemeente, uitgezonderd de vergunningvrije bouwactiviteiten. De vergunningaanvraag en daaropvolgende bouwactiviteit leidt tot bouwplantoetsing en dat valt onder de werking van het handhavingsbeleid. Dit gaat veranderen als de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb) in werking treedt (tegelijk met de Omgevingswet). Initiatiefnemers die gaan bouwen moeten dan een private kwaliteitsborger inschakelen, die op basis van een borgingsplan controleert of het gebouw in aanbouw aan de technische regels voldoet. Wanneer een gebouw onder de Wkb valt, moet uiterlijk 4 weken voor de start van de bouw een
12
bouwmelding worden gedaan bij de gemeente. De gemeente voert daarna geen taken uit omtrent de controle van het bouwen. Dat is de verantwoordelijkheid voor de kwaliteitsborger. De werkzaamheden voor de gemeente bij bouwwerken nemen daardoor af. Echter, de Wkb wordt in fases geïmplementeerd. Dit betekent dat de gemeente de komende jaren voor complexere bouwwerken nog wel omgevingsvergunningen moet beoordelen en de naleving daarvan moet controleren. Woningbouw valt onder de eerste fase en verloopt dus voortaan via de private toetser. Overigens blijft het toezicht op de naleving van het omgevingsplan (ruimtelijke ordening) wel een taak van de gemeente, die dus niet privaat wordt.
13
3. PIJLERS ONDER DIT HANDHAVINGSBELEID 3.1
Inleiding De gemeente Epe wil haar rol als handhaver dienstverlenend en adequaat invullen. Het handhavingsbeleid 2017-2021 is daarop afgestemd en is gebaseerd op twee pijlers: programmatisch werken en professionele uitvoering. Daar wordt in dit handhavingsbeleid een pijler aan toegevoegd: organisatiecyclus. Deze pijlers en hun relevantie voor de uitvoering worden in dit hoofdstuk toegelicht.
3.2
Programmatisch werken: kanteling in de beleidscyclus Om discrepantie tussen beleid en uitvoering te voorkomen, moeten zij niet te ver van elkaar afstaan. Dat kan worden geborgd door een koppeling aan te leggen tussen de eigen plan-docheck-act cyclus van beleid en van toezicht en handhaving. Deze koppeling is bekend geworden onder de noemer van Big-8 cyclus. De acht zet de twee cycli op elkaar en dat symboliseert de verbinding tussen beleid en uitvoering. Op de plek waar de twee cycli verbonden zijn met elkaar, gaat het om de programmering van het werk. Door die programmering kan de afstemming tussen beleid en uitvoering optimaler en professioneler worden ingericht.
Het denkmodel van de Big-8 is echter ook misleidend. De acht geeft het idee dat de strategische cyclus boven de uitvoerende cyclus staat. Door de ontwikkelingen in het fysieke domein, versterkt door de Omgevingswet, zijn beleid en uitvoering echter steeds meer op elkaar aangewezen en dus nevengeschikt. Het beleid ligt in het verlengde van de uitvoering en vice versa geldt hetzelfde. Daarom is het tijd om de beleids-acht te kantelen. Daardoor verandert de Big-8 in een lemniscaat (∞). Deze vorm benadrukt de voortdurende afhankelijkheid tussen beleid (visie en strategie) en uitvoering (werkwijzen en realisatie).
14
3.3
Organisatorische cyclus: raakvlak tussen beleid en uitvoering Programmatisch werken verbindt beleid en uitvoering, maar de (slag)kracht deze verbinding is afhankelijk van de interne organisatie van de gemeente. Als de uitvoerende organisatie niet kan dragen wat volgens het beleid van haar wordt verlangd, dan stokt de cyclus. In de Big-8 beleidscyclus is daarom sprake van een extra onderdeel: de organisatorische cyclus. Deze cyclus belicht de samenhang tussen mensen, middelen, doel en financiering en benadrukt het cruciale karakter van de organisatie binnen de gekantelde Big-8.
De organisatie moet voldoende en bekwame mensen hebben om uit te voeren wat er van haar wordt gevraagd. Bij onvoldoende mensen ontstaat er een uitvoeringsvraagstuk in de organisatie. Het vastgestelde beleid kan niet volledig worden uitgevoerd. Daarnaast zal de capaciteit die beschikbaar is vooral ingezet worden voor de uitvoerende cyclus, en minder op de strategische cyclus waardoor het steeds moeilijker wordt de beleidscyclus sluitend te maken. Ook als er voldoende mensen zijn, moeten daarnaast de middelen in de organisatie toereikend zijn. Oftewel, alle benodigdheden voor het uitvoeren van het werk. Zonder de juiste middelen is de uitvoering van beleid ook niet mogelijk en wordt de kloof hiertussen groter. Daarnaast heeft elke organisatie een doel nodig, zodat de bundeling van kennis, vaardigheden en middelen doelgericht worden toegepast. Bij het uitblijven van een doel, loopt de organisatie gevaar veelal ad hoc op te treden. Een doel geeft sturing waaraan het beleid en uitvoering regelmatig getoetst worden en de organisatie scherp houdt. Tot slot valt en staat de oranisatie bij financiering. Bij onvoldoende financiering kunnen de mensen en de middelen niet aangetrokken worden, met alle gevolgen van dien voor de beleidsuitvoering en -evaluatie.
Deze extra organisatiecyclus geeft dus inzicht in de onderdelen binnen organisatie die essentieel zijn voor een succesvolle sluitende beleidscyclus. Dit inzicht verklaart ook waarom de vertaling van beleid naar uitvoering soms stokt ook als er aan alle onderdelen van de cyclus wordt voldaan.
3.4
Professionele uitvoering en dienstverlening De derde pijler voor het handhavingsbeleid van de gemeente Epe is professionele uitvoering en dienstverlening. Hiermee bepaalt de gemeente Epe haar sturingsmodel als overheid en als organisatie in verhouding tot burgers, bedrijven en dus de nalevers van de regelgeving.
15
De Nederlandse School voor Openbaar Bestuur (NSOB) onderscheidt vier rollen, die deze verhouding concretiseert.
1. De rechtmatige overheid Deze rol van de overheid is gebaseerd op legitimiteit en rechtmatigheid. De verhouding tot de maatschappij is hiërarchisch en publieke belangen worden door formele besluitvorming bepaald. 2. De presterende overheid Deze rol van de overheid is gebaseerd op doelmatigheid en dienstverlening. Er is ook hier een hiërarchische verhouding tot de samenleving, maar burger en bedrijven mogen rekenen op prestaties van de overheid. Zij zijn ‘de afnemers’ waaraan de overheid moet leveren. 3. De samenwerkende overheid Deze rol van de overheid is gebaseerd op verbinding met het maatschappelijk middenveld. Beleid wordt horizontaler en werkt van buiten naar binnen, zodat de inhoud door middel van overleg, onderhandelingen en compromissen wordt afgestemd op de maatschappelijke voorkeuren. 4. De responsieve overheid Deze rol van de overheid is faciliterend. Krachten in de samenleving bepalen voornamelijk zelf hoe zij hun belangen behartigd willen hebben en wat zij willen bereiken en hoe de overheid daarop acteert, ondersteuning biedt en helpt bij de verwezenlijking. Overheidsparticipatie speelt de boventoon. De vier rolopvattingen zijn herkenbaar in de uitgangspunten bij dit handhavingsbeleid, zoals beschreven in paragraaf 2.3 hierboven. •
De beginselplicht tot handhaving past bij de rechtmatige overheid, net als de LHS.
•
Het risicogericht toezicht past bij de presenterende overheid, die de beschikbare handhavingsmiddelen doelmatig inzet.
•
Het probleemoplossend handhaven past bij de samenwerkende overheid. Het gaat daarbij om het oplossen van situaties, van buiten naar binnen werkend dus en met inzet van de middelen die de betrokkenen kunnen leveren.
•
De spontane naleving en preventie past bij de rol van een responsieve overheid. De gemeente speelt in op de behoefte en leefwereld van haar inwoners en bedrijven en past de eigen organisatie en het beleid daarop aan.
Het handhavingsbeleid van de gemeente Epe maakt gebruik van moderne inzichten uit de bestuurskunde en maatschappijwetenschappen. Dat versterkt de professionaliteit van het handhavingsbeleid en van de uitvoering en dienstverlening.
16
DEEL II Beleidstoepassing
17
4. PROBLEEM- EN RISICOANALYSE 4.1
Inleiding Het handhavingsbeleid van de gemeente Epe is gebaseerd op vijf uitgangspunten (zie paragraaf 2.3). In dit deel II van het beleid wordt uiteengezet hoe deze uitgangspunten zich concreet verhouden tot de uitvoering van het toezicht en de handhaving.
4.2
Probleem- en risicoanalyse De gemeente Epe heeft een beginselplicht tot handhaving, indien er overtredingen plaatsvinden. Daarbij past de gemeente de Landelijke handhavingsstrategie toe (zie Hoofdstuk 5). Bij voorkeur worden overtredingen echter voorkomen door middel van spontane naleving en preventie. Dit gaat uit van de betrokkenheid en eigen verantwoordelijkheid van burgers en bedrijven. Het is bovendien realistisch dat de gemeente Epe niet in staat is om letterlijk op ieder moment op iedere situatie toezicht te houden. Daar is de handhavingscapaciteit van de gemeente niet op ingericht en het zou tot een ander type samenleving leiden. Er moeten dus keuzes worden gemaakt.
Voor een adequate organisatie van het toezicht en de handhaving gaat de gemeente Epe uit van probleem- en risicogericht toezicht. Daarbij worden de potentiële risico’s geïnventariseerd met betrekking tot de naleving van de regelgeving die relevant is voor dit beleid. De kans dat een te handhaven norm wordt overtreden, wordt ingeschat en ook de ernst van de gevolgen van een eventuele overtreding. Daardoor krijgt de overtreding een bepaald risiconiveau. Vervolgens worden alle risico’s geprioriteerd als meer of minder zwaarwegend voor de doelstelling van leefbaarheid, schone omgeving en veiligheid. Dit leidt tot een onderverdeling in hoge, gemiddelde en lage prioriteiten. Dat is een leidraad voor de mate van toezicht. Naast prioritering van de risico’s zijn ook andere criteria belangrijk voor de bestuurlijke afweging over het inzetten van de toezichtcapaciteit en het handhavingsinstrumenten. Daarbij gaat het om de beoordeling van de aard, omvang en gevolgen van een probleem, dat ontstaat door een overtreding die plaatsvindt of in potentie kan plaatsvinden. Deze probleemanalyse vindt plaats per casus en is bepalend voor de wijze waarop een bestuurlijke interventie wordt gepleegd bij een overtreding. Afwegingskader bestuurlijke interventie met handhavingsinstrumenten •
Is sprake van verlies aan fysieke veiligheid (kans op letsel en gevoelens van onveiligheid)?
•
Wordt de omgevingskwaliteit aangetast (ontwrichting van de openbare ruimte)?
•
Treedt schade aan natuurschoon op (verlies van openbaar belang bij flora en fauna)?
18
•
Ontstaat schade aan de (volks)gezondheid (afname van fysiek, geestelijk of sociaal welbevinden)?
•
Ontstaat onevenredige financieel-economische maatschappelijke schade?
•
Is er potentieel kans op één of meerdere van de bovenstaande situaties (preventieve signalering)?
4.3
Risico’s en prioriteiten in de gemeente Epe Uit de quickscan van het bestaande handhavingsbeleid (zie paragraaf 2.2.2) is gebleken dat de risico-inventarisatie ongewijzigd is en dat de geselecteerde beleidsthema’s komende jaren relevant blijven voor de gemeente Epe. Dit betekent dat extra prioriteit wordt gegeven aan toezicht op illegaal gebruik van bestemmingen (ruimtelijke ordening), op overtredingen in het buitengebied en bos, op illegale kap van houtsopstanden, op dumping van afval en op fout parkeren. Daarnaast is er sprake van prioriteiten die niet zozeer een lokale keuze zijn, maar een regionale afspraak in afstemming met de Veiligheidsregio (brandweerzorg, volksgezondheid) of OVIJ (milieutaken). In bijlage 1 staan alle prioritaire onderwerpen opgesomd. In het jaarlijks op te stellen handhavingsuitvoeringsprogramma (HUP) worden nadere keuzes gemaakt voor het desbetreffende jaar, over de doelgroepen en gebieden waar het toezicht zich met name op zal richten. Daarbij wordt ook bepaald hoe het toezicht concreet wordt ingericht. De toezichtstrategie (zie Hoofdstuk 5 hieronder) geeft richting aan de keuzes die jaarlijks per prioriteit kunnen worden gemaakt.
4.4
Hardnekkige casuïstiek Onafhankelijk van de risicogerichte aanpak is in de praktijk jaarlijks sprake van een aantal hardnekkige handhavingszaken in Epe. Dat zijn situaties waarin sprake is van voortzetting van niet naleving ondanks eerder optreden van de gemeente, of van herhaaldelijke handhavingsverzoeken bij de gemeente vanwege onmin tussen belanghebbenden over een probleem dat niet per se aansluit op de beleidsmatige risico-inventarisatie van de gemeente in relatie tot de leefbaarheid, schone omgeving of veiligheid in zijn algemeenheid. Met andere woorden, hier botst het individuele belang bij een overheidsinterventie met het openbaar belang van de risicogerichte inzet van schaarse capaciteit en bestuurlijke aandacht. De gemeente Epe geeft voorrang aan de onderwerpen die prioriteit hebben volgens de risicoinventarisatie en probleemanalyse. Indien sprake is van een hardnekkige casus die niet past bij de prioriteiten, wordt zo min mogelijk capaciteit ingezet van het toezicht of de handhaving. De betrokkenen bij die casus kunnen wel rekenen op ondersteuning door gemeente bij het oplossen van hun problemen, zoals een extra uitleg van de geldende regels of een aanbod tot mediation.
4.5
Resultaat met het handhavingsbeleid van de gemeente Epe De gemeentelijke handhaving vindt dus risico-gestuurd plaats. Dit volgt uit een bewuste keuze om wel of niet handhavend op te treden in relatie tot de eigen verantwoordelijkheid van burgers en ondernemers om spontaan na te leven. Op basis van de risico’s wordt de
19
handhaving passend georganiseerd, met oog op de maatschappelijke relevantie van de inzet van de (schaarse) handhavingscapaciteit van de gemeente.
20
5. STRATEGIE BIJ DIT HANDHAVINGSBELEID 5.1
Focus op de uitvoering Naleving vindt plaats in de praktijk. Om de organisatie van het toezicht en de naleving goed te kunnen richten op die praktijk, voorziet dit handhavingsbeleid in een aantal strategieën. De strategieën hebben ieder voor zich betrekking op een onderdeel van de keten van naleving, toezicht en handhaving. Ze hebben onderling een verband en zorgen er in het geheel voor dat gemeente Epe op zo uniform mogelijke manier handhavend optreedt wanneer dat nodig is. Het gaat om de preventie- en nalevingstrategie, de toezichtstrategie en de handhaving- en sanctiestrategie.
Deze strategieën worden hieronder gepresenteerd aan de hand van de volgende structuur:
5.2
•
Waar gaat het om bij de strategie?
•
Wat richt de strategie zich op?
•
Hoe werkt de strategie?
Preventie- en nalevingsstrategie Onder het motto ‘voorkomen is beter dan genezen’ is het beter om problemen te voorkomen en risico’s te beheersen, dan overtredingen te moeten constateren en corrigeren. Bij deze strategie speelt als een gegeven dat het niet vanzelfsprekend is dat de overheid tot in detail het gedrag van een bedrijf of burger moet controleren. In dat kader is preventie bedoeld om het beleidsdoel van leefbaarheid, schone omgeving en veiligheid te realiseren door middel van de eigen daadkracht van doelgroepen. Het gaat erom hun spontane naleving van wet- en regelgeving te vergroten en om de doelgroepen bewust te maken van hun verantwoordelijkheid. Daarbij geldt eerst en vóóral de eigen verantwoordelijkheid van eenieder om zelf zorgvuldig te handelen (zorgplicht) en aan verplichtingen te voldoen. Dat wil zeggen dat zij bij voorkeur uit zichzelf zorgdragen voor de goede naleving van alle wet- en regelgeving en dat zij geen klachten of overlast veroorzaken.
De strategie is gericht op het waarmaken van de eigen verantwoordelijkheid door middel van: •
intrinsiek normbesef
•
waarmaken van de eigen verantwoordelijkheid voor naleving van de regels
•
oplossen van problemen zonder tussenkomst van de gemeente als handhavend gezag
Concreet leidt de toepassing van de preventie- en nalevingsstrategie in de praktijk tot voorlichting en proactieve communicatie. Dat kan door middel van gesprekken, bijeenkomsten, folders, informatieve brieven, berichten in de Gemeentewijzer, in der pers en sociale media op de gemeentewebsite. Ook leidt deze strategie tot het informeren over
21
veelvoorkomende overtredingen, om de bewustwording van de doelgroepen te vergroten en om hen te informeren over mogelijkheden om zelf overtredingen te voorkomen of onverhoopte gevolgen terug te draaien. Meer preventie en naleving verlicht de druk op actieve handhaving aangezien overtredingen voorkomen worden en iedereen zich aan de regels houdt.
De Omgevingswet versterkt het belang van preventie en spontane naleving, omdat die wet inzet op burgerparticipatie, ruimte voor initiatiefnemers om het zelf goed te doen en op samenwerking tussen overheid en samenleving.
De Wet kwaliteitsborging voor het bouwen versterkt eveneens het belang van spontane naleving, omdat de initiatiefnemer voor een bouwactiviteit zelf verantwoordelijk wordt voor het (laten) toetsen van de technische kwaliteit van diens bouwwerk. Die toetsing wordt uitgevoerd door een private partij, in plaats van de gemeente. Overigens blijft de ruimtelijke inpassing van een bouwproject wel onderhevig aan gemeentelijke controle.
5.3
Toezichtstrategie De kern van de vraag is: hoe houdt de gemeente zicht op het naleefgedrag als dat betrekking heeft op een onderwerp dat prioriteit heeft? De toezichtstrategie is erop gericht dat op de juiste wijze de juiste informatie wordt verzameld over een gedraging, een activiteit, een situatie of een gebied, zodat met die informatie kan worden beoordeeld of er is voldaan aan de normen. Toezicht is dus bedoeld om in de gaten te houden of de regels voor leefbaarheid, schone omgeving en veiligheid worden nageleefd. Het kan daarbij ook gaan om controle van afspraken die gemaakt zijn met de overtreder of met een groep van betrokkenen in een gebied.
In het jaarlijkse HUP wordt concreet uitgewerkt hoe het toezicht professioneel en dienstverlenend wordt georganiseerd (zie paragraaf 3.4 hierboven): •
Rechtmatig toezicht Het HUP beschrijft welke vormen van toezicht verricht zullen worden bij de prioritaire onderwerpen van het desbetreffende jaar van uitvoering. Daarbij wordt aangegeven wat de wettelijke grondslag is voor die vorm van toezicht.
•
Presterend toezicht Het HUP kiest voor de meest doelmatige vorm van toezicht ten opzichte van het onderwerp en de doelgroep(en) waarop het toezicht wordt ingericht. Ook wordt beschreven, welke dienst hiermee wordt geleverd voor de samenleving als geheel en bepaalde belanghebbenden in het bijzonder.
22
•
Samenwerken bij het toezicht De HUP vermeldt ook welke andere instanties bij het toezicht worden betrokken en welke instanties geïnformeerd worden over de inzet en de uitkomsten.
•
Responsief toezicht In het HUP wordt aangegeven, hoe de gemeente omgaat met handhavingsverzoeken bij de diverse beleidsthema’s uit de lijst met handhavingsprioriteiten. Indien sprake is van een verzoek dat raakt aan een gemeentelijke prioriteit, wordt toezicht uitgeoefend met eventueel een sanctie als sprake is van een constatering van een overtreding. Indien het verzoek minder aansluit op de gemeentelijke prioriteiten, wordt wel eenmalig een controle van de situatie uitgevoerd maar volgt daarna niet als vanzelf een handhavingsbeschikking: er wordt daartoe een afweging gemaakt op basis van het Afwegingskader bestuurlijke interventie met handhavingsinstrumenten (zie § 4.2 hierboven en de Handhavings- en sanctiestrategie hieronder).
Concreet leidt de toezichtstrategie in de praktijk tot allerlei vormen van controles, zoals: •
Routinematige controles (zoals rondkijken, observaties op straat en in het buitengebied)
•
Projectmatig toezicht (zoals vanwege illegale bewoning van recreatiewoningen)
•
Gebiedsgericht toezicht (zoals hangplekken of parkeerterreinen)
•
Administratief toezicht (zoals data-analyse van klachten- en overtredingspatronen)
•
Camera toezicht.
Toezicht vindt tevens plaats als sprake is van een (her)controle in het kader van de uitvoering van een handhavingsbeschikking zoals een last onder dwangsom of bestuursdwang.
In het kader van toezicht worden de volgende activiteiten georganiseerd en geborgd: •
Planning van het toezicht. Per beleidsthema en prioriteit wordt in het HUP vooraf bepaald op welke momenten en met welke frequentie controles zullen worden uitgevoerd. In geval van een klacht of handhavingsverzoek wordt in beginsel altijd eenmalig een controle uitgevoerd, tenzij die controle geen toegevoegde waarde heeft. Indien sprake is van een anoniem ingediend handhavingsverzoek dan wordt daaraan geen opvolging gegeven omdat het dan niet duidelijk is wat de belangen zijn bij het verzoek. Dit leidt uitzondering als sprake is van evidente risico’s voor de gezondheid, de bouw- of brandveiligheid of van zeer ingrijpende gevolgen voor de ruimtelijke ordening.
•
Aankondiging van het toezicht. Afhankelijk van de situatie vinden de controle onaangekondigd plaats, of wordt de doelgroep juist vooraf geïnformeerd over het op handen zijnde toezicht.
23
•
Waarschuwen. Wanneer tijdens het toezicht sprake is van de constatering van een overtreding die relatief eenvoudig en onschuldig is en die betrekking heeft op een onderwerp dat geen hoge prioriteit heeft in het handhavingsbeleid van de gemeente, maar die wel ongedaan moeten worden gemaakt of die niet nogmaals (herhaling) moet plaatsvinden door de overtreder, krijgt de overtreder een ambtelijke waarschuwing van de toezichthouder. Die wordt – zo nodig – op schrift gesteld. In de praktijk is dit vaak effectief en afdoende om het beoogde resultaat (naleving) te bereiken. Dit laat onverlet dat er bestuursrechtelijke handhavingsinstrumenten moeten worden ingezet als dat volgt uit onderstaande handhavingsstrategie. Maar primair gaat het in de gemeente Epe om preventie en naleving door het (alsnog) waarmaken van eigen verantwoordelijkheid.
•
Proces verbaal. Naast of in de plaats van de inzet van toezicht kan een casus ook aanleiding geven voor strafrechtelijk optreden. In dat geval maken de BOA’s van de gemeente proces verbaal op of wordt aangifte gedaan bij de politie. De gemeente Epe kiest hiervoor, als dit volgt uit de positionering van de bevindingen in de LHS.
•
Verslaglegging. Van iedere controle wordt verslag gemaakt van de bevindingen van de toezichthouder die de controle heeft uitgeoefend, inclusief beschrijving van het vervolg dat aan de bevindingen wordt gegeven.
5.4
Handhavingsstrategie en Sanctiestrategie De handhavingsstrategie geeft antwoord op de vraag, welke handhavingsinstrumenten in te zetten zijn voor het bereiken van de naleving van de regels. Dat kan gewenst zijn vanuit een oogpunt van rechtshandhaving, of mede vanuit een oogpunt van versterking de eigen verantwoordelijkheid van de betrokkenen. De strategie is gericht op het doen naleven van regels en afspraken met het oog op het bevorderen van de naleving van regels, het versterken de eigen verantwoordelijkheid en het bereiken van de gestelde doelen voor de leefbaarheid, schone omgeving en veiligheid in Epe.
Het uitgangspunt voor de inzet van handhavingsinstrumenten is de eigen verantwoordelijkheid van degene die een regel moet naleven. Bovendien gaat de gemeente Epe uit van de zelfredzaamheid van burgers en bedrijven. Dit is de basis om te verlangen dat zij in hun eigen situatie naar een (minnelijke) oplossing streven, indien sprake is van nietnaleving. Het gedrag van de overtreder is een belangrijke factor bij het bepalen van de wijze van handhaven. Het aanspreken, het informeren over de plicht tot ongedaan making van de overtreding en het ambtelijk waarschuwen door de toezichthouder is vaak de eerste en enige stap die nodig is om naleving te realiseren. Wanneer dit echter niet afdoende blijkt te zijn, is
24
er aanleiding voor de gemeente tot ingrijpen met een handhavend instrument. Dit kan bestaan uit een bestuurlijke waarschuwing of uit een bestuurlijke sanctie. Daarmee voldoet de gemeente aan de beginselplicht tot handhaving.
Met een bestuurlijke sanctie treedt het bestuur op tegen een overtreder die onvoldoende verantwoordelijkheid toont en tegen een overtreding waarvan de gevolgen dusdanig zijn dat zij noodzaken tot een verdergaande interventie dan een bestuurlijke waarschuwing. De gemeente Epe volgt op deze manier de LHS, zoals beschreven in het document ‘Een passende interventie bij iedere bevinding’ (2014). In dat geval maakt het college een afweging van het type handhavingsinstrument dat geschikt is om de naleving af te dwingen, méér dan een bestuurlijke waarschuwing. Bij deze afweging gaat het om de beoordeling van de aard van het gedrag en de gevolgen van de overtreding. Dit vindt plaats per casus (handhavingszaak) en is bepalend voor de wijze waarop een bestuurlijke interventie wordt gepleegd bij een overtreding.
Afwegingskader (mogelijke) gevolgen van een overtreding •
Is sprake van gevolgen verlies aan fysieke veiligheid (kans op letsel en gevoelens van onveiligheid)?
•
Wordt de omgevingskwaliteit aangetast (ontwrichting van de openbare ruimte)?
•
Treedt schade aan natuurschoon op (verlies van openbaar belang bij flora en fauna)?
•
Raakt het de (volks)gezondheid (afname fysiek, geestelijk, sociaal welbevinden)?
•
Ontstaat onevenredige financieel-economische maatschappelijke schade?
•
Is er potentieel kans op één of meer van de bovenstaande situaties?
25
Indien er aanleiding bestaat voor een bestuurlijke sanctie, beoordeelt het college voor de concrete casus (handhavingszaak) wat de passende sanctie is, afhankelijk van de omstandigheden van het geval en van het wettelijk kader. Voor belanghebbenden is het daarbij mogelijk om feiten en belangen kenbaar te maken aan het college, schriftelijk of in gesprek met de portefeuillehouder handhaving, tot het moment dat de aankondiging van de sanctie is verzonden. Vanaf dan gelden de procedurele bepalingen uit de Algemene wet bestuursrecht, met het oog op bezwaar en beroep. Voor de interventie met een sanctie heeft het college de volgende instrumenten tot zijn beschikking (hier vermeld zonder rangorde of voorkeursvolgorde, omdat de concrete keuze voor één van deze sancties afhangt van de situatie). 1. Last onder dwangsom De overtreder krijgt de opdracht om een overtreding te beëindigen en de gevolgen van die overtreding te herstellen, onder dreiging van een dwangsom als de overtreder passief blijft. 2. Last onder bestuursdwang De overtreder krijgt de opdracht herstelmaatregelen te treffen vanwege de overtreding, met de mogelijkheid dat de gemeente dit feitelijk uitvoert als de overtreder passief blijft of wanneer met spoed moet worden opgetreden, zo mogelijk met verhaal van de kosten op de overtreder. 3.
Intrekking van de vergunning of ontheffing De vergunning of ontheffing van de overtreder kan geheel of gedeeltelijk worden ingetrokken als niet wordt gehandeld in overeenstemming met die vergunning of ontheffing, of wanneer sprake blijkt te zijn van een aanvraag van die vergunning of ontheffing die onjuist of onvolledig is. 4. Bestuurlijke boete De overtreder krijgt een boete, bij wijze van bestraffende sanctie, en is daardoor onvoorwaardelijk verplicht tot betaling van een geldsom. 5. Bestuurlijke waarschuwing? Het bestuur maakt schriftelijk aan de overtreder kenbaar dat sprake is van een overtreding die niet had mogen plaatsvinden en geeft de overtreder een standje dat die de eigen verantwoordelijkheid schendt en de overtreding niet heeft vermeden. Bij de selectie van één van deze sancties wordt uitgegaan van uniforme criteria om de geschikte interventie te bepalen: •
De ernst van de overtreding;
•
de kans dat de overtreder de naleving zelf zal herstellen;
•
Reëel uitzicht op herstel van de situatie of niet;
•
Aanleiding voor vergoeding van schade;
26
•
Aanleiding om economisch voordeel door de overtreding weg te nemen.
Tegen een sanctie staat rechtsbescherming open, door middel van bezwaar en daarna beroep. Het instellen van bezwaar of beroep leidt in de gemeente Epe in beginsel niet tot een opschorting van de uitvoering van de sanctie. De uitvoering van de sanctie heeft prioriteit, gelet op de beginselplicht tot handhaving en gelet op de belangen van derden en van de samenleving als geheel bij het herstel van de rechtsorde door de afgedwongen naleving.
Het staat de belanghebbende (overtreder) vrij om een verzoek te doen bij de voorzieningenrechter tot schorsing van de sanctie.
Onder omstandigheden kan het college de uitvoering van de sanctie uit eigen beweging opschorten, in afwachting van de behandeling van een bezwaar- of beroepschrift, als dat evenredig is in relatie tot de belangen die bij de handhavingszaak zijn betrokken. Dit geldt in ieder geval niet voor sancties die gericht zijn op beëindiging van overtredingen die een gevaar opleveren voor de veiligheid of gezondheid.
5.5
Gedoogstrategie In bijzondere omstandigheden kan worden afgezien van de inzet van een handhavingsinstrument, ondanks dat dit wel zou moeten plaatsvinden op basis van de beginselplicht tot handhaving. In die uitzonderlijke gevallen is sprake van gedogen. •
Het afzien van handhaving met een handhavingsinstrument (sanctie) mag niet op willekeurige basis geschieden, maar moet worden gebaseerd op basis van een vastgestelde gedoogstrategie.
•
Wanneer in Epe aanleiding is tot gedogen, dan wordt dit expliciet besloten door het college met een gedoogbeschikking. Daarbij wordt het landelijk kader voor gedogen toegepast, zoals opgenomen in de nota ‘Gedogen in Nederland’.
•
In de volgende situaties kan gedogen gerechtvaardigd zijn: o
concreet zicht op legalisatie;
o
overgangs- of overmachtssituatie;
o
handhaving zou leiden tot aperte onbillijkheden;
o
het achterliggende belang is evident beter gediend met gedogen;
o
een zwaarder wegend belang rechtvaardigt het gedogen.
Als sprake is van recidiverend of calculerend gedrag bij de aanvrager wordt er niet gedoogd. Ook geldt dat niemand op voorhand aanspraak kan maken op gedogen. Wanneer een situatie wordt gedoogd, dan geeft dat nooit een precedent voor een ander.
27
BIJLAGE 1 PRIORITAIRE ONDERWERPEN HANDHAVING IN EPE Bijlage zoals bedoelt in paragraaf 4.3 van dit beleidskader. Onderwerp
Prioriteit
Bouwen en ruimtelijke ordening
Constructieve veiligheid en brandveiligheid Duurzaamheid (straks kwaliteitsborger) Recreatie Gebruik in strijd bestemmingsplan (omgevingsplan)
APV en bijzondere wetten
Naleving coronaregels Toezicht buitengebied en bos Houtopstanden kappen Evenementen/horeca Afval Verkeer/parkeren
Brandweerzorg
Wonen boven winkels Kinderdagverblijven Risicovolle (milieu) locaties Woongebouwen ouderen
Milieu (OVIJ)
Energiebesparende maatregelen Zeer zorgwerkende stoffen Circulariteit Afvalverwerking LAP-3
Nieuwe prioriteiten
(APV) drugshandel en drugsgebruik (APV) illegale prostitutie Ondermijning (samenwerkingsvraag OVIJ)
28