359152 Bodemfunctieklassenkaart en bodemkwaliteitskaart-gemeente Epe
Tekst van het document
Bodemfunctieklassenkaart en bodemkwaliteitskaart Gemeenten Apeldoorn, Brummen, Epe en Voorst Opdrachtgever: Omgevingsdienst Veluwe-IJssel Lievense Milieu B.V.
Documentcode:
SOB005100.RAP002 KvK
Telefoon
Versie
30152124
088 - 9102000
1.0
Adres
Internet
Datum
Ringwade 41 3439 LM Nieuwegein
Lievense.com
6 oktober 2020
Colofon Contactpersonen namens de gemeenten Apeldoorn, Brummen, Epe en Voorst Mevr. C. Heins (Omgevingsdienst Veluwe IJssel) Mevr. I. Riegman (Omgevingsdienst Veluwe IJssel) Contactpersonen Lievense Milieu B.V. Dhr. J.S. Spronk Dhr. P.M. Karels
Autorisatie Documentnummer
Versie
Status
SOB005100.RAP002
1.0
Definitief concept
Paraaf
Opgesteld door
Functie
Datum
Jeroen Spronk
Senior adviseur
6 oktober 2020
Collegiale toets door
Functie
Datum
Paul Karels
Adviseur
6 oktober 2020
Documentcode: SOB005100.RAP002
Paraaf
Inhoudsopgave 1
2
Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Doelstelling Bodemfunctieklassenkaart
1 1 2 3
3
Bodemkwaliteitskaart
4
3.1 3.2
4
4
Stap 1: Opstellen programma van eisen Stappen 2 en 4: Onderscheidende gebiedskenmerken en indelen bodembeheergebied in deelgebieden (1/2) 3.3 Stap 3: Gegevensverzameling en gegevensverwerking 3.3.1 Selecteren beschikbare gegevens 3.3.2 Het samenvoegen van punt- en mengmonsters 3.3.3 Het vervangen van waarden beneden de detectielimiet 3.3.4 Het opsporen van uitbijters 3.4 Stappen 2 en 4: Onderscheidende gebiedskenmerken en indelen bodembeheergebied in deelgebieden (2/2) 3.5 Stap 5: Controle indeling van het bodembeheergebied 3.5.1 Aantal en spreiding meetgegevens 3.5.2 Splitsen van deelgebieden 3.6 Stap 6: Verzamelen aanvullende informatie en vaststellen definitieve deelgebieden 3.7 Stap 7: Vaststellen en karakteriseren bodemkwaliteitszones 3.8 Stap 8: Bodemkwaliteitskaart 3.8.1 Inleiding 3.8.2 Kaart met uitgesloten locaties en gebieden 3.8.3 Ontgravingskaart 3.8.4 Toepassingskaart (generiek kader Besluit) 3.9 Bijzondere omstandigheden Samenvatting en conclusies
Bronvermeldingen
Documentcode: SOB005100.RAP002
5 6 6 6 7 7 7 10 10 12 12 13 17 17 17 18 20 23 24 29
Overzicht bijlagen Bijlage 1 – Begrippenlijst Bijlage 2 – Selectie dataset Bijlage 3 – Specificatie uitbijters Bijlage 4 – Statistische parameters bodemkwaliteitszones (waarden standaardbodem) Bijlage 5 – 90-percentielwaarde als kenmerk voor de bodemkwaliteit
Overzicht kaartbijlagen Kaartbijlage 1 ̶ Bodemfunctieklassenkaart Kaartbijlage 2 ̶ Deelgebiedenkaart Kaartbijlage 3 ̶ Bodemkwaliteitszonekaarten Kaartbijlage 4 ̶ Ontgravingskaarten Kaartbijlage 5 ̶ Toepassingskaarten (generiek kader Besluit)
DOCUMENTCODE: SOB005100.RAP002
1 Inleiding 1.1
Aanleiding
De gemeenten Apeldoorn, Brummen, Epe en Voorst (hierna ‘de gemeenten’; zie figuur 1.1) willen om meerdere redenen gezamenlijk beleid opstellen voor het toepassen van grond en gerijpte baggerspecie. Om deze redenen willen de gemeenten de eerder vastgestelde bodemkwaliteitskaarten[1] actualiseren. De gemeenten willen ook de gemeentelijke bodemfunctieklassenkaarten [1] aanpassen. In deze rapportage staat beschreven hoe de bodemfunctieklassenkaarten zijn aangepast, hoe de nieuwe gezamenlijke bodemkwaliteitskaart is opgesteld en wat de resultaten zijn.
Figuur 1.1 De ligging van de gemeenten Apeldoorn, Brummen, Epe en Voorst
Op 8 juli 2019 is een tijdelijk handelingskader in werking getreden voor hergebruik van PFAS 1houdende grond en baggerspecie[2]. De initiatiefnemers van grondverzet moeten de kwaliteit van de grond voor PFAS inzichtelijk maken in te verzetten grond en baggerspecie, die op of in de landbodem of in het oppervlaktewater wordt toegepast. Het tijdelijk handelingskader is op 29 november 2019 en op 2 juli 2020 geactualiseerd. Op 29 november 2019 zijn voorlopige landelijke achtergrondwaarden voor PFAS-gehalten gedefinieerd, evenals voorlopige toepassingswaarden in verschillende toepassingssituaties. Op 2 juli 2020 zijn de voorlopige landelijke achtergrondwaarden aangepast en voor een aantal toepassingssituaties in een oppervlaktewaterlichaam de toepassingswaarden gewijzigd. De gemeenten hebben een
1
Poly- en perfluoralkylverbindingen, PFAS, zijn stoffen die al decennia worden gebruikt in industriële en andere processen en in vele producten. Ze worden toegepast in allerlei alledaagse toepassingen zoals verf, blusschuim, pannen, kleding en cosmetica. Kenmerkend voor deze stoffen is dat ze persistent, mobiel en nauwelijks biologisch afbreekbaar zijn. Bovendien is van verschillende PFAS-verbindingen aangetoond dat ze toxisch zijn.
1 / 29 - Documentcode: SOB005100.RAP002
bodemkwaliteitskaart PFAS-verbindingen[3] opgesteld. De resultaten van deze bodemkwaliteitskaart zijn in de rapportage van deze bodemkwaliteitskaart verwerkt. Een toelichting op de in dit rapport gebruikte begrippen is opgenomen in bijlage 1. 1.2
Doelstelling
Het doel van het aanpassen van de bodemfunctieklassenkaart, is dat op de grondgebieden van de gemeenten de ligging van gebieden met de bodemfuncties 'Industrie' en 'Wonen' beter wordt weergegeven, en nieuwe bestemmingswijzigingen zijn doorgevoerd. Het doel van het opstellen van de nieuwe gezamenlijke bodemkwaliteitskaart is om een actueel en dekkend beeld te krijgen van de te verwachten diffuse chemische bodemkwaliteit van de gemeenten. De achterliggende doelstelling is de wens van de gemeenten om met de bodemkwaliteitskaart gebruik te kunnen blijven maken van de mogelijkheden die het Besluit bodemkwaliteit [4] (hierna ‘het Besluit’) biedt: • als bewijsmiddel voor de chemische kwaliteit van vrijkomende grond en van de ontvangende bodem (hierdoor hoeven minder partijkeuringen en bodemonderzoeken te worden uitgevoerd wat een kosten- en tijdbesparende factor is bij grondverzet); • bij het toepassen en tijdelijk opslaan van grond en baggerspecie op en in de landbodem; • als bewijsmiddel bij kleinschalig grondverzet; • om het gemeentelijke grondstromenbeleid te kunnen blijven uitvoeren.
2 / 29 - Documentcode: SOB005100.RAP002
2 Bodemfunctieklassenkaart Op de bodemfunctieklassenkaart (zie kaartbijlage 1) wordt de ligging van gebieden met de (toekomstige) bodemfuncties 'Industrie', 'Wonen', ‘Overig (landbouw/natuur) – AW2000’ aangegeven. De bodemfunctieklassenkaart wordt gebruikt voor: • het mede bepalen van de kwaliteitseisen waaraan de toe te passen grond moet voldoen (zie ook § 3.8.4 en bijlage 1 onder het kopje ‘Toepassingseis kwaliteit toe te passen grond op of in de bodem’); • het vaststellen van terugsaneerwaarden bij bodemsaneringen in het kader van de Wet bodembescherming[5]. De eerder bestuurlijk vastgestelde bodemfunctieklassenkaarten[1] van de gemeenten zijn aangepast. Met de aanpassingen zijn de gebieden met de bodemfuncties 'Industrie' en 'Wonen' beter weergegeven en enkele bestemmingswijzigingen van de afgelopen jaren doorgevoerd. In tabel 2.1 is de indeling van gebruiksvormen gegeven die in de bodemfunctieklassen ‘Industrie’, ‘Wonen’ en ‘Overig (landbouw/natuur’ vallen. Voor de definitie van onverharde wegbermen wordt hier volstaan met een verwijzing naar de nota bodembeheer. Tabel 2.1 Indeling gebruiksvormen in bodemfunctieklassen Bodemfunctieklasse
Gebruiksvorm • Huidige en toekomstige industrie- en bedrijfsterreinen, inclusief Vliegveld Teuge. • Infrastructuren: rijkswegen, provinciale wegen, spoorwegen en aangewezen
Industrie
gemeentelijke hoofdwegen in het buitengebied (inclusief bermen). • Percelen in het buitengebied met de bestemming 'bedrijven' of 'industrie'. • Huidige en toekomstige woonwijken, lintbebouwing en delen van de bebouwde kom waar gemengd woonfuncties en bedrijven/industrie voorkomen. • (Sport)parken en recreatieterreinen in de bebouwde kom.
Wonen
• Volkstuinen, moestuinen en ander recreatief openbaar groen in de bebouwde kom. • Begraafplaatsen in de bebouwde kom. • Lokale wegen door woonwijken • Percelen in het buitengebied met de bestemming 'wonen'. • Landbouw- en natuurgebieden. • Permanent bewoonde recreatie, bungalowparken en campings in het buitengebied. • (Sport)parken en recreatieterreinen in het buitengebied.
Overig (landbouw/natuur)
• Volkstuinen en moestuin(complex)en. • Begraafplaatsen buiten de bebouwde kom. • Recreatieterreinen in het buitengebied en intensief (gebruikt) groen. • Provinciale beschermingsgebieden zoals Natura2000 en Natuurnetwerk Nederland
3 / 29 - Documentcode: SOB005100.RAP002
3 Bodemkwaliteitskaart De eerder vastgestelde bodemkwaliteitskaarten zijn geactualiseerd volgens de Richtlijn bodemkwaliteitskaarten[6]. Er is gewerkt volgens het in de Richtlijn bodemkwaliteitskaarten opgenomen stappenplan. Hieronder zijn de verschillende stappen weergegeven, die in de hierna volgende paragrafen nader worden toegelicht. In de Richtlijn bodemkwaliteitskaarten is aangegeven dat de stappen niet chronologisch gevolgd hoeven te worden. Wel is het noodzakelijk dat alle stappen terugkomen in de werkwijze bij het vervaardigen van de bodemkwaliteitskaart. Stap 1: Opstellen programma van eisen. Stap 2: Vaststellen onderscheidende gebiedskenmerken. Stap 3: Gegevensverzameling en gegevensbewerking. Stap 4: Indelen bodembeheergebied in deelgebieden. Stap 5: Controle indeling van het bodembeheergebied. Stap 6: Verzamelen aanvullende informatie. Stap 7: Vaststellen bodemkwaliteitszones. Stap 8: Bodemkwaliteitskaart (kaart uitgesloten locaties/gebieden, ontgravingskaart en toepassingskaart). 3.1
Stap 1: Opstellen programma van eisen
Voor deze nieuwe gezamenlijke bodemkwaliteitskaart zijn de volgende definities vastgesteld: • Het beheergebied van de bodemkwaliteitskaart omvat het grondgebied van de gemeenten Apeldoorn, Brummen, Epe en Voorst. • De bodemkwaliteitskaart is opgesteld voor de landbodem van het beheergebied voor de bodemlaag vanaf het maaiveld tot en met 2 meter diepte. • De volgende locaties en gebieden zijn uitgesloten van de bodemkwaliteitskaart: o Defensieterreinen: Koning Willem III-kazerne, Frank van Bijnen-kazerne, AOFC Nieuw Millingen (allen een andere beheerorganisatie dan de gemeenten). o Locaties met, of die verdacht zijn voor, een sterke bodemverontreiniging, inclusief locaties waar vanwege (bedrijfs)activiteiten PFAS-verbindingen in verhoogde gehalten in de bodem kunnen voorkomen (PFAS producerende 2 en verwerkende bedrijven)3, inzet blusschuim4 en secundaire bronnen5)(specifiek voor wat betreft de ontgravingskaart ten aanzien van PFAS-verbindingen). o Voormalige stortplaatsen (alleen voor wat betreft de ontgravingskaart).
2 3
4
5
Zoals bijvoorbeeld productie van o.a. PFOS, PFOA, telomeren en andere PFAS-verbindingen. Zoals bijvoorbeeld productie en verwerking van teflon, galvanische industrie, textielindustrie, papier(verwerkende) industrie, lak- en verfindustrie, fabricage van cosmetica. Brand blussen, brandweeroefenplaatsen (gemeenten), brandpreventie voorzieningen (industrie) met schuimblusinstallaties, militaire brandweeroefenplaatsen en vliegvelden, brandweeroefenplaatsen op vliegvelden (burgerluchtvaart). Zoals bijvoorbeeld stortplaatsen, waterzuiveringsinstallaties, afvalverbrandingsinstallaties, ijzerinzamelbedrijven (inzamelen brandblussers).
4 / 29 - Documentcode: SOB005100.RAP002
o
•
•
•
•
3.2
Waterbodems (ander bevoegd gezag; Rijkswaterstaat of het Waterschap Vallei en Veluwe) met uitzondering van de drogere oevergebieden zoals gedefinieerd in de Waterregeling[7]. o De bodemlaag dieper dan 2 meter onder het maaiveld. o Ook het grondwater is uitgesloten van de bodemkwaliteitskaart. De volgende locaties/gebieden zijn ook uitgesloten van de bodemkwaliteitskaart, maar voor PFAS-verbindingen maken deze locaties wél onderdeel uit van de bodemkwaliteitskaart: o Rijkswegen, provinciale wegen, wegen in beheer bij het waterschap, spoorgebonden gronden inclusief onverharde (spoor)bermen (allen een andere beheerorganisatie dan de gemeenten). o Locaties met, of die verdacht zijn voor sterke bodemverontreiniging, exclusief voor locaties die verdacht zijn voor verhoogde gehalten aan PFAS-verbindingen (alleen voor wat betreft de ontgravingskaart). o Gesaneerde locaties (alleen voor wat betreft de ontgravingskaart). De bodemkwaliteitskaart is opgesteld voor de stoffen barium 6, cadmium, kobalt, koper, kwik, molybdeen, lood, nikkel, zink, minerale olie en de stofgroepen polychloorbifenylen (PCB)7 en polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK). Voor de bodemlaag vanaf het maaiveld tot en met 1,0 meter diepte is de bodemkwaliteitskaart ook voor PFASverbindingen8 (inclusief GenX9) vastgesteld.
De gemeenten willen het huidige beleid voortzetten waarbij de classificatie van de bodemen ontgravingskwaliteit plaatsvindt op basis van de 80- en 90-percentielwaarden, in plaats van op het gemiddelde. De 80-percentielwaarde geeft meer betrouwbaarheid aan de te verwachten ontgravingsklasse in een zone. De gemeente Apeldoorn kiest voor haar bebouwd gebied de 90-percentielwaarde (zie bijlage 5). De reden hiervoor is dat in dit gebied een dermate heterogeniteit van stofgehalten wordt verwacht, dat voor een nog betrouwbaarder statistisch kental is gekozen. De gegevens voor de bodemkwaliteitskaart zijn afkomstig vanuit de bodeminformatiesystemen van de gemeenten. Om meetgegevens te verzamelen voor PFAS-verbindingen en te voldoen aan de minimumeisen uit de Richtlijn is aanvullend bodemonderzoek uitgevoerd10 en zijn de resultaten van enkele reeds uitgevoerde onderzoeken aangeleverd door de omgevingsdienst. Stappen 2 en 4: Onderscheidende gebiedskenmerken en indelen bodembeheergebied in deelgebieden (1/2)
De basis van deze bodemkwaliteitskaart is het identificeren van deelgebieden met onderscheidende gebiedskenmerken. De verwachting is dat de kwaliteit tussen deelgebieden kan verschillen als gevolg van de verschillende gebiedskenmerken. Op basis van de 6
Zie ook bijlage 1 kopje ‘Barium’. Zie ook bijlage 1 kopje ‘PCB’. 8 Het betreft 30 PFAS-verbindingen die zijn opgenomen in de advieslijst van Bodem+ d.d. 12 juli 2019 én GenX: https://www.bodemplus.nl/publish/pages/164708/1907012-pfas_-_advieslijst_tbv_tijdelijk_handelingskader_v4.pdf. 9 GenX: HFPO-DA (2,3,3,3-tetrafluor-2-(heptafluoropropoxy)propaanzuur (FRD903) en het ammoniumzout ammonium 2,3,3,3-tetrafluor-2(heptafluorpropoxy)propanoaat (FRD-902) die vrijkomen bij het GenX proces. Een vervangende technologie als vervanging van PFOA om coatings (fluorpolymeren) te maken. 10 Bodemonderzoek PFAS-verbindingen gemeenten Apeldoorn, Brummen, Epe en Voorst, documentreferentie: SOB005100.RAP003, Lievense Milieu B.V., 2 maart 2020. 7
5 / 29 - Documentcode: SOB005100.RAP002
gebruikshistorie, de ontwikkeling van wijken of gebieden, het huidig gebruik en de verwachte bodemkwaliteit zijn de deelgebieden gedefinieerd. Binnen een deelgebied wordt de bodemkwaliteit homogeen verondersteld (vergelijkbare kwaliteit). In overleg met de Omgevingsdienst Veluwe-IJssel (namens de gemeenten; hierna ‘OVIJ’) is voor de gebiedsindeling uitgegaan van de bodemkwaliteitszones die in de eerder vastgestelde bodemkwaliteitskaart zijn gedefinieerd (zie kaartbijlage 2). Het is de verwachting dat er geen clustering van hogere of lagere PFAS-gehalten voorkomt in de gemeenten. Met deze verwachting worden voor de PFAS-verbindingen in het horizontale vlak de hiervoor benoemde deelgebieden samengevoegd waardoor 1 PFAS-deelgebied ontstaat. In het verticale vlak worden voor de PFAS-verbindingen 2 bodemlagen onderscheiden: (1) vanaf het maaiveld tot 0,5 meter diepte en (2) vanaf 0,5 meter tot 1,0 meter diepte onderscheiden. Deze bodemlagen zijn mogelijk verdacht voor verhoogde gehalten aan PFAS-verbindingen door atmosferische depositie, grondroering en uitspoeling van de bovengrond naar de ondergrond. De bodemlaag dieper dan 1 meter is vooralsnog niet verdacht voor verhoogde gehalten aan PFAS-verbindingen[3]. 3.3
Stap 3: Gegevensverzameling en gegevensverwerking
3.3.1
Selecteren beschikbare gegevens
De gegevens voor deze bodemkwaliteitskaart zijn afkomstig van representatieve bodemonderzoeken uit de bodeminformatiesystemen van de gemeenten Apeldoorn, Brummen, Epe en Voorst. In bijlage 2 staat een overzicht van de selecties die zijn uitgevoerd om tot een representatieve dataset voor deze bodemkwaliteitskaart te komen. Om meetgegevens van PFAS-verbindingen te verkrijgen, hebben de gemeenten een indicatief bodemonderzoek uitgevoerd. Deze gegevens zijn voor deze bodemkwaliteitskaart gebruikt. Ook zijn al uitgevoerde bodemonderzoeken met analyseresultaten van PFAS-verbindingen aan de dataset van de bodemkwaliteitskaart toegevoegd (zie bijlage 2). 3.3.2
Het samenvoegen van punt- en mengmonsters
De dataset voor deze bodemkwaliteitskaart bestaat uit meng- en puntmonsters met meetgegevens. De landelijke IPO Werkgroep Achtergrondgehalten heeft onderzocht wat de invloed is van het meenemen van zowel punt- als mengmonsters op de berekening van percentielwaarden van de meetgegevens[8]. De resultaten laten zien dat percentielwaarden die zijn gebaseerd op een bestand met meetgegevens van zowel punt- als mengmonsters, vrijwel identiek zijn aan percentielwaarden die zijn gebaseerd op een bestand met meetgegevens van alléén mengmonsters. Er bestaan daarom geen praktische bezwaren tegen het berekenen van de bodemkwaliteit uit een bestand met meetgegevens, afkomstig van zowel punt- als mengmonsters. In dit project zijn de meetgegevens van de mengmonsters éénmaal meegenomen.
6 / 29 - Documentcode: SOB005100.RAP002
3.3.3
Het vervangen van waarden beneden de detectielimiet
Bij analyses komt het vaak voor dat een bepaalde stof in het grond(meng)monster aanwezig is in een concentratie beneden de detectiegrens van de gangbare analyseapparatuur. Hoewel de werkelijke waarde onbekend is (de waarde kan variëren van nul tot de detectielimiet) leveren deze monsters wel waardevolle informatie voor de gemiddelde bodemkwaliteit in een gebied. Voor deze analyseresultaten is de methode van de Richtlijn bodemkwaliteitskaarten gehanteerd. Deze methode houdt in dat de gerapporteerde detectielimieten worden vermenigvuldigd met een factor 0,7 om tot een rekenwaarde te komen. De opgegeven detectielimiet van een bepaalde stof verschilt van rapport tot rapport. Verhoogde detectielimieten komen voor bij verstoringen in de grond(meng)monstermatrix. Daarnaast zijn de detectielimieten in de loop der jaren lager geworden doordat nauwkeuriger analyseapparatuur beschikbaar is gekomen. 3.3.4
Het opsporen van uitbijters
Ondanks dat er representatieve meetgegevens zijn geselecteerd, kan er sprake zijn van uitschieters in de dataset: extreem hoge gehalten als gevolg van bijvoorbeeld typefouten tijdens de invoer, onbetrouwbare analyses of lokale verontreinigingen door lokale bronnen die niet als zodanig in het bodeminformatiesysteem zijn aangegeven. Hierbij worden vaak bij meerdere stoffen in hetzelfde monster relatief hoge gehalten aangetroffen. Per deelgebied en per stof zijn met een visuele methode (scatterplots) extreme gehalten gemarkeerd. Voor de uitbijters is nagegaan of deze tot een lokale bron, type- of meetfout zijn te herleiden. In die situaties zijn de analyseresultaten uit de dataset verwijderd of aangepast. In bijlage 3 staat een overzicht van de uiteindelijk verwijderde uitbijters. 3.4
Stappen 2 en 4: Onderscheidende gebiedskenmerken en indelen bodembeheergebied in deelgebieden (2/2)
Op basis van een eerste berekening van de kwaliteit per deelgebied is bepaald of de oorspronkelijke hypothese (onderscheid in bodemkwaliteit per deelgebied op basis van kenmerken van het gebied) juist is. Daarbij is vastgesteld dat de bodemkwaliteit in veel van de oorspronkelijk gedefinieerde gebieden hetzelfde is. De deelgebieden van Brummen, Epe en Voorst zijn daarom samengevoegd tot homogene zones van dezelfde bodemkwaliteit. Vanwege het unieke karakter van enkele gebieden in Apeldoorn is in overleg met de omgevingsdienst besloten voor Apeldoorn de deelgebieden voor de bebouwde kom apart te houden. Ook is besloten de deelgebieden van de gemeentelijke buitengebieden in de bovengrond vooralsnog niet samen te voegen vanwege de verschillen in de stofkarakteristieken. In tabel 3.1 is een overzicht gegeven van de deelgebieden die op basis van kwaliteit zijn gedefinieerd en waarmee de uiteindelijke bodemkwaliteitskaart is opgesteld (zie ook kaartbijlage 3).
7 / 29 - Documentcode: SOB005100.RAP002
Tabel 3.1 Onderscheiden deelgebieden per dieptetraject (berekening o.b.v. 90-percentiel voor de bebouwde kom van Apeldoorn, 80-percentiel voor Brummen, Epe en Voorst en het buitengebied van Apeldoorn) Voorlopige bodemkwaliteitsklasse / Deelgebied
ontgravingsklasse /
(Samengevoegd) deelgebied
(kwaliteitsklasse bepalende stof) Bovengrond (dieptetraject 0-0,5 m-mv) Apeldoorn, Centrum1
Industrie (koper, lood, zink, PAK, minerale olie)
Apeldoorn, Wonen 1 2 (bovengrond)
Industrie (zink, PAK)
Apeldoorn, Wonen 2 3 (bovengrond)
Wonen (kwik, lood, molybdeen, zink, PAK)
Apeldoorn Industrie 1A 4 (bovengrond)
Wonen (zink, PAK, minerale olie)
Apeldoorn Industrie 1B 5 (bovengrond)
Industrie / niet toepasbaar (koper)
B1. Apeldoorn, Centrum1 B2. Apeldoorn, Wonen 1 2 B3. Apeldoorn, Wonen 2 3
B4. Apeldoorn Industrie 1A 4
B5. Apeldoorn Industrie 1B 5
Apeldoorn Industrie 2 6 (bovengrond)
Wonen (kwik, lood, PAK)
B6. Apeldoorn Industrie 2 6
Epe, Wonen < 1911 (bovengrond)
Industrie (zink, PAK)
B7. Epe, Wonen < 1911
Wonen (kwik, lood, zink,
B8. Brummen/Epe/Voorst, Overige oude
PAK)
woongebieden
Brummen Wonen < 1910 Wonen 1945 - 1970 Epe Wonen 1911 - 1963 Voorst Wonen < 1940 Wonen 1940 – 1970 Dumeco Brummen Wonen 1970 - heden Epe Wonen 1963-2000 Voorst Wonen 1970 - heden Brummen Bedrijven 1945-1970 Epe Bedrijven < 1970 Voorst Industrie < 1940 Industrie 1940 - 1970 Brummen Bedrijven 1970 - heden Epe Bedrijven > 1970 Voorst Industrie 1970 - heden Apeldoorn Buitengebied
Wonen (kwik, lood, PAK)
B10. Brummen/Epe/Voorst, Oude
lood, PAK)
bedrijventerreinen
Achtergrondwaarden –
B11Brummen/Epe/Voorst, Jonge
AW2000
bedrijventerreinen
Achtergrondwaarden –
Wonen (kobalt, kwik, lood, zink PAK)
Epe Buitengebied
Achtergrondwaarden – AW2000
Voorst Buitengebied
Achtergrondwaarden – AW2000
8 / 29 - Documentcode: SOB005100.RAP002
woongebieden
Wonen (kwik,
AW2000 Brummen Buitengebied
B9. Brummen/Epe/Voorst, Jonge
B12. Apeldoorn buitengebied
B13. Brummen, buitengebied
B14. Epe, buitengebied
B15. Voorst, buitengebied
Voorlopige bodemkwaliteitsklasse / Deelgebied
ontgravingsklasse /
(Samengevoegd) deelgebied
(kwaliteitsklasse bepalende stof) Tussenlaag (dieptetraject 0,5-1,0 m-mv) Apeldoorn, Centrum1 (tussenlaag) Apeldoorn, Wonen 1 2 (tussenlaag)
Industrie (lood) Achtergrondwaarden – AW2000
Apeldoorn, Wonen 2 3 (tussenlaag)
Achtergrondwaarden – AW2000
Apeldoorn Industrie 1A 4 (tussenlaag)
Industrie (PAK, minerale olie)
Apeldoorn Industrie 1B 5 (tussenlaag) Apeldoorn Industrie 2 6 (tussenlaag)
Industrie (kobalt, koper, olie) Achtergrondwaarden – AW2000
Apeldoorn (tussenlaag) Buitengebied Brummen (tussenlaag) Wonen < 1910 Wonen 1945 - 1970 Wonen 1970 – heden Buitengebied Epe (tussenlaag) Wonen < 1911 Wonen 1911 - 1963 Wonen 1963 - 2000 Bedrijven < 1970 Bedrijven > 1970 Buitengebied Voorst (tussenlaag) Wonen < 1940 Wonen 1940 - 1970 Wonen 1970 - heden Industrie < 1940 Industrie 1940 - 1970 Industrie 1970 - heden Dumeco Buitengebied
Achtergrondwaarden – AW2000
T1. Apeldoorn, Centrum1 T2. Apeldoorn, Wonen 1 2
T3. Apeldoorn, Wonen 2 3
T4. Apeldoorn Industrie 1A 4 T5. Apeldoorn Industrie 1B 5 T6. Apeldoorn Industrie 2 6
T7. Overig gebied
Ondergrond (dieptetraject 1,0-2,0 m-mv) Apeldoorn, Centrum1 (bodemlaag vanaf 1,0 meter diepte tot en met 2,0 meter diepte) Apeldoorn, Wonen 1 2 (ondergrond)
Wonen (kwik, lood, PAK) Achtergrondwaarden – AW2000
Apeldoorn, Wonen 2 3 (ondergrond)
Achtergrondwaarden – AW2000
Apeldoorn Industrie 1A 4 (ondergrond)
Industrie (PAK, minerale olie)
Apeldoorn Industrie 1B 5 (ondergrond) Apeldoorn Industrie 2 6 (ondergrond)
Industrie (kobalt, koper, olie) Achtergrondwaarden – AW2000
9 / 29 - Documentcode: SOB005100.RAP002
O1. Apeldoorn, Centrum1
O2. Apeldoorn, Wonen 1 2
O3. Apeldoorn, Wonen 2 3
O4. Apeldoorn Industrie 1A 4 O5. Apeldoorn Industrie 1B 5 O6. Apeldoorn Industrie 2 6
Voorlopige bodemkwaliteitsklasse / Deelgebied
ontgravingsklasse /
(Samengevoegd) deelgebied
(kwaliteitsklasse
1 2 3 4 5 6
bepalende stof) Apeldoorn (ondergrond) Buitengebied Brummen (ondergrond) Wonen < 1910 Wonen 1945 - 1970 Wonen 1970 – heden Buitengebied Epe (ondergrond) Wonen < 1911 Wonen 1911 - 1963 Wonen 1963 - 2000 Achtergrondwaarden – Bedrijven < 1970 O7. Overig gebied Bedrijven > 1970 AW2000 Buitengebied Voorst (ondergrond) Wonen < 1940 Wonen 1940 - 1970 Wonen 1970 - heden Industrie < 1940 Industrie 1940 - 1970 Industrie 1970 - heden Dumeco Buitengebied Binnenstad, Stationsgebied, Parken, Metaalbuurt, Welgelegen en PWA-zone. Zevenhuizen, Zuid, Kerschoten, Het Loo, Orden, Berg en Bos, Ugchelen, Beekbergen, Loenen, Klarenbeek, Lieren en Wenum. Zuidbroek, Zonnehoeve, De Maten, Woudhuis en Osseveld, Uddel en Hoenderloo. Stadhoudersmolen, Kanaalzone Zuid en Brouwersmolen. De Vlijt. Ecofactorij, Malkenschoten en Apeldoorn-Noord.
3.5
Stap 5: Controle indeling van het bodembeheergebied
3.5.1
Aantal en spreiding meetgegevens
De Richtlijn bodemkwaliteitskaarten stelt de volgende minimale eisen aan het aantal en de spreiding van meetgegevens per deelgebied: • Per deelgebied zijn voor alle stoffen ten minste 20 meetgegevens beschikbaar. • De meetgegevens liggen voldoende verspreid over het deelgebied: o Voor aaneengesloten deelgebieden bij een systematische indeling in 20 vakken zijn in tenminste 10 vakken één of meer meetgegevens beschikbaar. o Voor elk niet-aaneengesloten deel van een deelgebied zijn ten minste 3 meetgegevens beschikbaar. • Voor de PFAS-verbindingen zijn, verspreid over de gemeenten en per bodemlaag, minimaal 30 meetgegevens beschikbaar. Hierbij wordt gebruik gemaakt van de systematiek van de Richtlijn bodemkwaliteitskaarten voor het eventueel uitbreiden van een bodemkwaliteitskaart voor de stoffen kobalt, molybdeen en PCB.
10 / 29 - Documentcode: SOB005100.RAP002
Na het samenstellen van de dataset voor de bodemkwaliteitskaart (§ 3.3.1),de voorbewerkingen (§ 3.3.3 en § 3.3.4), is gebleken dat het aantal gegevens voor een aantal deelgebieden niet voldoet. Het betreft de stoffen barium, kobalt, molybdeen en/of PCB: • B7. Epe, Wonen < 1911 (te weinig meetgegevens voor PCB). • B10. Brummen/Epe/Voorst, Oude bedrijventerreinen (te weinig meetgegevens voor barium kobalt, molybdeen en PCB). • B11. Brummen/Epe/Voorst, Jonge bedrijventerreinen (te weinig meetgegevens voor barium, kobalt, molybdeen en PCB). De Richtlijn bodemkwaliteitskaarten stelt dat in geval van dergelijke tekorten, de meetgegevens van verschillende bodemkwaliteitszones voor deze stoffen mogen worden gecombineerd, mits de stoffen niet bepalend zijn voor de kwaliteitsklasse van de zones; voor PCB geldt dit enkel wanneer ook sprake is van een vergelijkbaar gehalte organisch stof. De verschillende zones in het bebouwd gebied van Brummen, Epe en Voorst voldoen aan deze eis. In overeenstemming met de richtlijn zijn de waarnemingen voor barium, kobalt, molybdeen en PCB daarom gecombineerd voor zones B7 t/m B11. Een aantal niet-aaneengesloten deelgebieden voldoet niet aan de minimumeis van 3 meetgegevens per niet-aaneengesloten deelgebied. Deze gebieden worden niet gezoneerd, en zijn op de ontgravings- en toepassingskaarten (kaartbijlagen 4 en 5) grijs afgebeeld.
Het betreft de volgende niet-aaneengesloten deelgebieden: Gemeente Epe • Bodemkwaliteitszone ‘B7. Epe, Wonen < 1911’ o Emst, deelgebied langs Hoofdweg • Bodemkwaliteitszone ‘B8. Brummen/Epe/Voorst, Overige oude woongebieden’ o Oene, deelgebied Donselaarweg (westzijde) • Bodemkwaliteitszone ‘B9. Brummen/Epe/Voorst, Jonge woongebieden o Oene, deelgebied langs Eperweg Gemeente Voorst • Bodemkwaliteitszone ‘B8. Brummen/Epe/Voorst, Overige oude woongebieden’ o Bussloo (hele kern) o Teuge (hele oude kern) o Wilp-Achterhoek (hele kern) • Bodemkwaliteitszone ‘B9. Brummen/Epe/Voorst, Jonge woongebieden’ o Terwolde, deelgebied Kolkweg/Everwijnstraat e.o. o Wilp, deelgebied Meidoorn e.o o Wilp-Achterhoek • Bodemkwaliteitszone ‘B10. Brummen/Epe/Voorst, Oude bedrijventerreinen’ o Teuge, deelgebied vliegveld Teuge o Terwolde, deelgebied De Smederij o Twello, deelgebied Leigraaf (oostzijde) o Voorst, deelgebied Kleine Enkweg o Wilp-Achterhoek De andere deelgebieden voldoen wel aan de minimumeisen.
11 / 29 - Documentcode: SOB005100.RAP002
3.5.2
Splitsen van deelgebieden
Op stofniveau is bekeken of er een ruimtelijke clustering aanwezig is van hoge of lage gehalten. Op basis van ervaringen van Lievense bij andere bodemkwaliteitskaarten is de ruimtelijke clustering onderzocht wanneer zware metalen, minerale olie en PFAS-verbindingen een variatiecoëfficiënt hoger dan 1,5 hebben en de stofgroepen polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK) en polychloorbifenylen (PCB) een variatiecoëfficiënt hoger dan 2. Een hoge variatiecoëfficiënt is een indicatie van een mogelijke ruimtelijke clustering met hogere of lagere gehalten. Het overzicht van de variatiecoëfficiënten staat in bijlage 4 (kolom ‘VC’). Hieruit blijkt, dat bij een aantal deelgebieden voor PAK sprake is van een hoge variatiecoëfficiënt. Ook is er in de bovengrond (0-0,5 m-mv) en in de ondergrond (0,5-1,0 m-mv) voor PFOS (som en lineair) sprake is van een hoge variatiecoëfficiënt. Deze hoge variatiecoëfficiënten worden veroorzaakt door een beperkt aantal relatief hoge waarden. De locaties waar de relatief hoge waarden zijn vastgesteld vertonen binnen de deelgebieden zelf geen ruimtelijke clustering. De relatief hoge variatiecoëfficiënten geven daarmee geen aanleiding tot het splitsen van deelgebieden. 3.6
Stap 6: Verzamelen aanvullende informatie en vaststellen definitieve deelgebieden
Stap 6 ‘Verzamelen aanvullende informatie’ wordt niet uitgevoerd. Deelgebieden die niet voldoen aan de minimumeisen van de Richtlijn bodemkwaliteitskaarten (zie § 3.5.1) worden niet gezoneerd. De andere (samengevoegde) deelgebieden voldoen aan de minimumeisen. Vanwege mogelijke verschillen in gehalten van PFAS-verbindingen is er een scheiding gemaakt tussen de bovengrond en de ondergrond door een tussenlaag te definiëren. Voor de tussenlaag en de ondergrond (uitgezonderd het deelgebied 1 ‘Apeldoorn, Centrum’) is de kwaliteit voor de stoffen barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, molybdeen, lood, nikkel, zink, PCB en PAK en minerale olie gelijk gesteld. De deelgebieden die zijn benoemd in tabel 3.1 worden daarom definitief vastgesteld. De definitieve deelgebieden worden de bodemkwaliteitszones van de gemeenten. De onderscheiden bodemkwaliteitszones zijn weergegeven in tabel 3.2 en op kaartbijlage 3. Tabel 3.2 Onderscheiden bodemkwaliteitszones, per dieptetraject Onderscheiden bodemkwaliteitszones Bovengrond (dieptetraject 0-0,5 m-mv) B1. Apeldoorn, Centrum1 B2. Apeldoorn, Wonen 1 2 B3. Apeldoorn, Wonen 2 3 B4. Apeldoorn Industrie 1A 4 B5. Apeldoorn Industrie 1B 5 B6. Apeldoorn Industrie 2 6 B7. Epe, Wonen < 1911 *
12 / 29 - Documentcode: SOB005100.RAP002
Onderscheiden bodemkwaliteitszones B8. Brummen/Epe/Voorst, Overige oude woongebieden * B9. Brummen/Epe/Voorst, Jonge woongebieden * B10. Brummen/Epe/Voorst, Oude bedrijventerreinen * B11. Brummen/Epe/Voorst, Jonge bedrijventerreinen B12. Apeldoorn buitengebied B13. Brummen, buitengebied B14. Epe, buitengebied B15. Voorst, buitengebied Tussenlaag (dieptetraject 0,5-1,0 m-mv) T1. Apeldoorn, Centrum1 T2. Apeldoorn, Wonen 1 2 T3. Apeldoorn, Wonen 2 3 T4. Apeldoorn Industrie 1A 4 T5. Apeldoorn Industrie 1B 5 T6. Apeldoorn Industrie 2 6 T7. Overig gebied Ondergrond (dieptetraject 1,0-2,0 m-mv) O1. Apeldoorn, Centrum1 O2. Apeldoorn, Wonen 1 2 O3. Apeldoorn, Wonen 2 3 O4. Apeldoorn Industrie 1A 4 O5. Apeldoorn Industrie 1B 5 O6. Apeldoorn Industrie 2 6 1 2 3 4 5 6 *
O7. Overig gebied Binnenstad, Stationsgebied, Parken, Metaalbuurt, Welgelegen en PWA-zone. Zevenhuizen, Zuid, Kerschoten, Het Loo, Orden, Berg en Bos, Ugchelen, Beekbergen, Loenen, Klarenbeek, Lieren en Wenum. Zuidbroek, Zonnehoeve, De Maten, Woudhuis en Osseveld, Uddel en Hoenderloo. Stadhoudersmolen, Kanaalzone Zuid en Brouwersmolen. De Vlijt. Ecofactorij, Malkenschoten en Apeldoorn-Noord. Een aantal gebieden is uitgesloten van deze bodemkwaliteitszone.
3.7
Stap 7: Vaststellen en karakteriseren bodemkwaliteitszones
De gemeenten willen hun huidige beleid handhaven, waarbij de bodemkwaliteitsklasse niet wordt gebaseerd op het gemiddelde, maar op de 80- en 90-percentielwaarden van de bodemkwaliteitszone (zie bijlage 4, kolom '80P' en ‘90P’) en getoetst aan de toetsingswaarden uit de Regeling bodemkwaliteit[9] (hierna ‘de Regeling’) én de voorlopige toepassingswaarden die zijn benoemd in het ‘tijdelijke handelingskader hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie’. De PFAS-verbindingen zijn voor alle bodemkwaliteitszones getoetst aan de 80percentielwaarden. In de gemeenten is geen clustering van hogere gehalten aan PFASgehalten aangetoond. De bodemkwaliteitszones kunnen vallen in de bodemkwaliteitsklasse Achtergrondwaarden – AW2000, Wonen of Industrie. De toetsingsmethodiek voor het bepalen van de bodemkwaliteitsklasse is opgenomen in bijlage 1 onder het kopje ‘Bodemkwaliteitsklasse’. De
13 / 29 - Documentcode: SOB005100.RAP002
toetsingsmethodiek voor het bepalen van de kwaliteitsklasse ‘Wonen’ is voor de bodemkwaliteitsklasse minder streng dan de toetsingsmethodiek voor het bepalen van de ontgravingsklasse (zie ook § 3.8.3 en bijlage 1 onder het kopje ‘Ontgravingskaart’). Met de minder strenge toets wordt voorkomen dat de bodemkwaliteit van een gebied op basis van één stof wordt ingedeeld in de bodemkwaliteitsklasse ‘Industrie’. Dit zou in de praktijk de ongewenste situatie kunnen opleveren dat ook voor alle overige stoffen minder strenge regels gelden en de concentraties kunnen toenemen tot de maximale waarden voor de functie Industrie. Hierdoor verslechtert de kwaliteit van het gebied. Dit kan zich met name voordoen bij licht verontreinigde industriegebieden. Deze situatie doet zich in de gemeenten niet voor. In tabel 3.4 is aangegeven in welke bodemkwaliteitsklasse iedere bodemkwaliteitszone valt. In bijlage 4 zijn de gespecificeerde beoordelingen weergegeven. De bodemkwaliteitsklasse wordt samen met de bodemfunctieklasse gebruikt voor het bepalen van de toepassingseis (zie § 3.8.4). Op basis van bekende PFAS-gegevens in de gemeenten nemen de gehalten aan PFAS-verbindingen af in de diepere bodemlagen. Gezien dit gegeven is het de verwachting dat de ongeroerde bodemlaag dieper dan 1,0 meter niet verdacht is voor verhoogde gehalten aan PFAS-verbindingen.
Controle saneringscriterium In de Richtlijn bodemkwaliteitskaarten staat vermeld, dat voor elke bodemkwaliteitszone met een 95-percentielwaarde boven de interventiewaarde uit de Wet bodembescherming een controle op het saneringscriterium nodig is. Bij een overschrijding is het niet verantwoord om zonder partijkeuring grondverzet vanuit de betreffende zone te laten plaatsvinden. Deze situatie komt voor bij 2 bodemkwaliteitszones (zie tabel 3.3). Voor PFAS-verbindingen zijn er geen interventiewaarden beschikbaar maar er zijn Indicatieve Niveaus voor Ernstige Verontreiniging (INEV’s) voor PFOS, PFOA en GenX11 [10] vastgesteld. De 95-percentielwaarden liggen zeer ruim onder de INEV’s (factor 75 tot 1.833). Ook zijn de 95-percentielwaarden van de PFAS-verbinding nagenoeg gelijk of liggen ruim onder de toepassingswaarden voor de bodemfuncties Wonen en Industrie (factor 2,01 tot 11,67). Tabel 3.3 Bodemkwaliteitszones waar de 95-percentielwaarde de interventiewaarde overschrijdt Bodemkwaliteitszone
Stof
95-percentielwaarde
Interventiewaarde Wbb
(in mg/kg ds)
(in mg/kg ds)
Bovengrond (dieptetraject 0-0,5 m-mv) B1. Apeldoorn, Centrum1
Lood
616,3
530
B5. Apeldoorn Industrie
Koper
406,6
190
1B 5 * 1 5
11
PCB 1,8366 1 De in deze tabel weergegeven waarden zijn niet de in bijlage 4 gepresenteerde ‘waarden voor standaardbodem’, maar vanwege het gebruik van het rekenprogramma Sanscrit de ‘gemeten waarden’. Binnenstad, Stationsgebied, Parken, Metaalbuurt, Welgelegen en PWA-zone. De Vlijt.
INEV’s: PFOS: 110 µg/kg ds; PFOA: 1.100 µg/kg ds; GenX: 97 µg/kg ds.
14 / 29 - Documentcode: SOB005100.RAP002
B1. Apeldoorn, Centrum Voor deze bodemkwaliteitszone zijn met de eerder vastgestelde Lokale Maximale Waarden voor lood (270 mg/kg ds), zijn al beperkende maatregelen genomen bij het toepassen/hergebruik van grond. Dit beleid blijft gehandhaafd. Een controle op het saneringscriterium wordt daarom niet uitgevoerd. B5. Apeldoorn Industrie 1B (De Vlijt) Bij de karakterisering van de bodemkwaliteit wordt gebruik gemaakt van de 90percentielwaarde. Hierdoor valt de bodemkwaliteitszone in de klasse ‘Niet toepasbaar’. Hierdoor is grondverzet vanuit deze bodemkwaliteitszone zonder partijkeurig niet mogelijk. Een controle op het saneringscriterium voor koper en PCB wordt daarom niet uitgevoerd. Heterogeniteit Naast de percentielwaarden en variatiecoëfficiënt is ook de heterogeniteit van de meetgegevens berekend, volgens de methodiek zoals beschreven onder het kopje ‘Heterogeniteit’ in bijlage 1. In 16 van de 29 de bodemkwaliteitszones is sprake van sterke heterogeniteit voor één of meerdere stoffen (zie tabel 3.4). Een overzicht van de heterogeniteitsindex per stof en per bodemkwaliteitszone staat in bijlage 4 (kolom 'Heterogeniteit'). Wanneer de diffuse bodemkwaliteit in een bodemkwaliteitszone sterk heterogeen is verdeeld, is de betrouwbaarheid van de verwachte kwaliteit in de zone kleiner.
Doordat de gemeenten de bodemkwaliteitszones hebben gekarakteriseerd op hogere percentielwaarden dan het gemiddelde, wordt meer betrouwbaarheid verkregen bij de te verwachten bodemkwaliteit. Daarnaast bevatten de betreffende stoffen in de bodemkwaliteitszones ruim voldoende meetgegevens om de kwaliteitsklasse goed te beschrijven.
15 / 29 - Documentcode: SOB005100.RAP002
Tabel 3.4 Bodemkwaliteitsklasse en heterogeniteit per bodemkwaliteitszone en bodemlaag Bodemkwaliteitsklasse Bodemkwaliteitszone
Sterke
Apeldoorn bebouwd gebied:
Kwaliteitsklasse
heterogeniteit
90-percentiel (m.u.v. PFAS)
bepalende stof
[aantal
Overig gebied: 80-percentiel
meetgegevens]
Bovengrond (dieptetraject 0-0,5 m-mv) #
B1. Apeldoorn, Centrum1
Industrie
B2. Apeldoorn, Wonen 1 2
Industrie
Koper, lood, zink,
Koper [325], lood
PAK, minerale
[370], zink [349],
olie
minerale olie [319]
Zink, PAK
Minerale olie [619]
Kwik, lood, B3. Apeldoorn, Wonen 2
3
Wonen
molybdeen, zink,
-
PAK Zink, PAK,
B4. Apeldoorn Industrie 1A 4
Industrie
B5. Apeldoorn Industrie 1B 5
Niet toepasbaar
Koper
B6. Apeldoorn Industrie 2 6
Wonen
Kwik, lood, PAK
-
B7. Epe, Wonen < 1911 *
Industrie
Zink, PAK
Minerale olie [70]
minerale olie
Minerale olie [128] Koper [119], zink [108], minerale olie [78]
B8. Brummen/Epe/Voorst, Overige oude woongebieden * B9. Brummen/Epe/Voorst,
Wonen
Kwik, lood, zink, PAK
Minerale olie [373]
Wonen
Kwik, lood, PAK
Minerale olie [259]
Wonen
Kwik, lood, PAK
Minerale olie [125]
Achtergrondwaarden – AW2000
-
-
B12. Apeldoorn buitengebied
Achtergrondwaarden – AW2000
-
-
B13. Brummen, buitengebied
Achtergrondwaarden – AW2000
-
B14. Epe, buitengebied
Achtergrondwaarden – AW2000
-
-
B15. Voorst, buitengebied
Achtergrondwaarden – AW2000
-
Minerale olie [396]
Koper, lood, zink,
Koper [103], lood
PAK, minerale
[105], zink [107],
Jonge woongebieden * B10. Brummen/Epe/Voorst, Oude bedrijventerreinen * B11. Brummen/Epe/Voorst, Jonge bedrijventerreinen
Nikkel [226], minerale olie [228]
Tussenlaag (dieptetraject 0,5-1,0 m-mv) #
T1. Apeldoorn, Centrum1
Industrie #
olie
minerale olie [103]
T2. Apeldoorn, Wonen 1 2
Achtergrondwaarden – AW2000 #
-
-
3
Achtergrondwaarden – AW2000 #
-
-
T3. Apeldoorn, Wonen 2
T4. Apeldoorn Industrie 1A 4
Industrie #
T5. Apeldoorn Industrie 1B 5
Industrie
T6. Apeldoorn Industrie 2
6
T7. Overig gebied
16 / 29 - Documentcode: SOB005100.RAP002
PAK, minerale olie
Minerale olie [76]
Kobalt, koper,
Koper [91],
minerale olie
minerale olie [57]
Achtergrondwaarden – AW2000
-
-
Achtergrondwaarden – AW2000
-
-
Bodemkwaliteitsklasse Bodemkwaliteitszone
Sterke
Apeldoorn bebouwd gebied:
Kwaliteitsklasse
heterogeniteit
90-percentiel (m.u.v. PFAS)
bepalende stof
[aantal
Overig gebied: 80-percentiel
meetgegevens]
Ondergrond (dieptetraject 1,0-2,0 m-mv) ## O1. Apeldoorn, Centrum1
Industrie
PAK
Minerale olie [979]
O2. Apeldoorn, Wonen 1 2
Achtergrondwaarden – AW2000
-
-
3
Achtergrondwaarden – AW2000
-
-
O3. Apeldoorn, Wonen 2
O4. Apeldoorn Industrie 1A 4
Industrie
O5. Apeldoorn Industrie 1B 5
Industrie
O6. Apeldoorn Industrie 2
6
Achtergrondwaarden – AW2000
PAK, minerale olie
Minerale olie [76]
Kobalt, koper,
Koper [91],
minerale olie
minerale olie [57]
-
-
O7. Overig gebied Achtergrondwaarden – AW2000 1 Binnenstad, Stationsgebied, Parken, Metaalbuurt, Welgelegen en PWA-zone. 2 Zevenhuizen, Zuid, Kerschoten, Het Loo, Orden, Berg en Bos, Ugchelen, Beekbergen, Loenen, Klarenbeek, Lieren en Wenum. 3 Zuidbroek, Zonnehoeve, De Maten, Woudhuis en Osseveld, Uddel en Hoenderloo. 4 Stadhoudersmolen, Kanaalzone Zuid en Brouwersmolen. 5 De Vlijt. 6 Ecofactorij, Malkenschoten en Apeldoorn-Noord. * Een aantal gebiedjes is uitgesloten van deze bodemkwaliteitszone. # De 80-percentielwaarden van een aantal PFAS-verbindingen zijn lager dan de voorlopige landelijke achtergrondwaarden vastgesteld, maar voor een aantal PFAS-verbindingen liggen deze boven de bepalingsgrens. ## De niet geroerde ondergrond (traject 1,0-2,0 m-mv) is niet verdacht voor PFAS-verbindingen[3].
3.8
Stap 8: Bodemkwaliteitskaart
3.8.1
Inleiding
De bodemkwaliteitskaart bestaat uit drie hoofdkaarten: 1. Een kaart met uitgesloten locaties en gebieden. 2. De ontgravingskaart. 3. De toepassingskaart. In de volgende paragrafen wordt nader ingegaan op de hoofdkaarten. 3.8.2
Kaart met uitgesloten locaties en gebieden
De uitgesloten gebieden zijn niet op een los kaartblad weergegeven, maar toegevoegd aan de ontgravings- en toepassingskaarten (kaartbijlage 4 en 5). Een deel van de uitgesloten gebieden is niet op kaart afgebeeld. Soms vanwege het dynamische karakter van een locatie/gebied en/of het relatief kleine oppervlak. Een volledig overzicht is opgenomen in hoofdstuk 4. Deze bodemkwaliteitskaart mag op de uitgesloten locaties en gebieden niet worden gebruikt als bewijsmiddel voor de grond die wordt ontgraven vanuit deze gebieden. Ook mag deze bodemkwaliteitskaart niet worden gebruikt om de toepassingseis te bepalen als grond op deze locaties/gebieden wordt toegepast. In de nota bodembeheer wordt hier nader op ingegaan.
17 / 29 - Documentcode: SOB005100.RAP002
3.8.3
Ontgravingskaart
De ontgravingskaart geeft de te verwachten kwaliteit aan van de eventueel te ontgraven grond op een voor de bodemkwaliteitskaart niet uitgesloten locatie/gebied. Deze kaart mag onder bepaalde voorwaarden worden gebruikt als bewijsmiddel voor de chemische kwaliteit van de te ontgraven grond, als deze grond elders nuttig wordt toegepast. Voorafgaand aan het grondverzet moet altijd informatie worden achterhaald waaruit blijkt of de locatie is uitgesloten van de bodemkwaliteitskaart. In de nota bodembeheer wordt hier nader op ingegaan. De kaart doet alleen een uitspraak over welke kwaliteit in het algemeen verwacht mag worden. De kwaliteit van een individuele partij kan daarvan afwijken. De ontgravingskwaliteit is net als de bodemkwaliteitsklasse gebaseerd op de 80- en 90percentielwaarde van de bodemkwaliteitszone (zie bijlage 4, kolom ‘80P' en ‘90P’) en getoetst aan de toetsingswaarden uit de Regeling én de voorlopige toepassingswaarden die zijn benoemd in het geactualiseerde ‘tijdelijke handelingskader hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie’. Om het standstill-principe voor de bodemkwaliteit op gebiedsniveau te kunnen waarborgen, is de toetsing voor de kwaliteitsklasse ‘Wonen’ voor het bepalen van de ontgravingskwaliteit strenger dan voor het bepalen van de bodemkwaliteit (zie ook § 3.7).
De toetsingsmethodiek is opgenomen in bijlage 1 onder het kopje ‘Ontgravingskaart’, ter vergelijking zie ook het kopje ‘Bodemkwaliteitsklasse’. In tabel 3.5 is de te verwachten ontgravingsklasse per bodemkwaliteitszone aangegeven. De ontgravingskaart per bodemlaag is opgenomen in de kaartbijlagen 4. De kleuren in tabel 3.5 komen overeen met de gebruikte kleuren op de kaartbijlagen 4.
18 / 29 - Documentcode: SOB005100.RAP002
Tabel 3.5 Verwachte ontgravingsklasse per bodemkwaliteitszone Verwachte ontgravingsklasse Apeldoorn bebouwd gebied:
Bodemkwaliteitszone
90-percentiel (muv PFAS)
Kwaliteitsklasse bepalende stof
Overig gebied: 80-percentiel Bovengrond (dieptetraject 0-0,5 m-mv) # B1. Apeldoorn, Centrum1
Industrie
Lood
B2. Apeldoorn, Wonen 1 2
Industrie
Zink, PAK
Wonen
Kwik, lood, molybdeen, zink, PAK
Industrie
Zink, PAK, minerale olie
Niet toepasbaar
Koper
Wonen
Kwik, lood, PAK
Industrie
Zink, PAK
Wonen
Kwik, lood, zink, PAK
Wonen
Kwik, lood, PAK
Wonen
Kwik, lood, PAK
Achtergrondwaarden – AW2000
-
B12. Apeldoorn buitengebied
Achtergrondwaarden – AW2000
-
B13. Brummen, buitengebied
Achtergrondwaarden – AW2000
-
B14. Epe, buitengebied
Achtergrondwaarden – AW2000
-
B15. Voorst, buitengebied
Achtergrondwaarden – AW2000
-
B3. Apeldoorn, Wonen 2
3
B4. Apeldoorn Industrie 1A
4
B5. Apeldoorn Industrie 1B 5 6
B6. Apeldoorn Industrie 2 B7. Epe, Wonen < 1911 *
B8. Brummen/Epe/Voorst, Overige oude woongebieden * B9. Brummen/Epe/Voorst, Jonge woongebieden * B10. Brummen/Epe/Voorst, Oude bedrijventerreinen * B11. Brummen/Epe/Voorst, Jonge bedrijventerreinen
Tussenlaag (dieptetraject 0,5-1,0 m-mv) # T1. Apeldoorn, Centrum1
Industrie
Lood
T2. Apeldoorn, Wonen 1 2
Achtergrondwaarden – AW2000
-
Achtergrondwaarden – AW2000
-
4
Industrie
PAK, minerale olie
T5. Apeldoorn Industrie 1B 5
Industrie
Kobalt, koper, minerale olie
Achtergrondwaarden – AW2000
-
Achtergrondwaarden – AW2000
-
T3. Apeldoorn, Wonen 2
3
T4. Apeldoorn Industrie 1A
T6. Apeldoorn Industrie 2
6
T7. Overig gebied
19 / 29 - Documentcode: SOB005100.RAP002
Verwachte ontgravingsklasse Apeldoorn bebouwd gebied:
Bodemkwaliteitszone
90-percentiel (muv PFAS)
Kwaliteitsklasse bepalende stof
Overig gebied: 80-percentiel Ondergrond (dieptetraject 1,0-2,0 m-mv) ## O1. Apeldoorn, Centrum1
Industrie
PAK
O2. Apeldoorn, Wonen 1 2
Achtergrondwaarden – AW2000
-
3
Achtergrondwaarden – AW2000
-
O4. Apeldoorn Industrie 1A 4
Industrie
PAK, minerale olie
5
Industrie
Kobalt, koper, minerale olie
Achtergrondwaarden – AW2000
-
O3. Apeldoorn, Wonen 2
O5. Apeldoorn Industrie 1B O6. Apeldoorn Industrie 2
6
O7. Overig gebied Achtergrondwaarden – AW2000 1 Binnenstad, Stationsgebied, Parken, Metaalbuurt, Welgelegen en PWA-zone. 2 Zevenhuizen, Zuid, Kerschoten, Het Loo, Orden, Berg en Bos, Ugchelen, Beekbergen, Loenen, Klarenbeek, Lieren en Wenum. 3 Zuidbroek, Zonnehoeve, De Maten, Woudhuis en Osseveld, Uddel en Hoenderloo. 4 Stadhoudersmolen, Kanaalzone Zuid en Brouwersmolen. 5 De Vlijt. 6 Ecofactorij, Malkenschoten en Apeldoorn-Noord. * Een aantal gebiedjes is uitgesloten van deze bodemkwaliteitszone. # De 80-percentielwaarden van een aantal PFAS-verbindingen zijn lager dan de voorlopige landelijke achtergrondwaarden vastgesteld, maar voor een aantal PFAS-verbindingen boven de bepalingsgrens. ## De niet geroerde ondergrond (traject 1,0-2,0 m-mv) is niet verdacht voor PFAS-verbindingen[3].
3.8.4
Toepassingskaart (generiek kader Besluit)
De toepassingskaart is opgesteld aan de hand van de vastgestelde bodemkwaliteitsklasse en de (toekomstige) functie van de bodem. Op basis van deze dubbele toets, waarbij de strengste toets doorslaggevend is, wordt voor elke bodemkwaliteitszone de toepassingseis vastgesteld (zie bijlage 1 onder het kopje ‘Toepassingseis kwaliteit toe te passen grond op of in de bodem’). Voorafgaand aan het grondverzet moet altijd informatie worden achterhaald waaruit blijkt of de locatie is uitgesloten van de bodemkwaliteitskaart. In de nota bodembeheer wordt hier nader op ingegaan. In tabel 3.6 is de toepassingseis volgens het generieke kader van het Besluit per bodemkwaliteitszone aangegeven. Op de kaartbijlage 5 staat per bodemlaag aangegeven welke toepassingseis er geldt. De kleuren in tabel 3.6 komen overeen met de gebruikte kleuren op kaartbijlage 1 (bodemfunctieklassenkaart) en de kaartbijlagen 5 (toepassingskaarten).
20 / 29 - Documentcode: SOB005100.RAP002
Tabel 3.6 Toepassingseisen per combinatie (meest voorkomende) bodemfunctie- en bodemkwaliteitsklasse conform het generieke kader van het Besluit en het tijdelijk handelingskader hergebruik PFAS-houdende grond en baggerspecie Overwegend Bodemkwaliteitszone
voorkomende bodemfunctie(s)
Bodemkwaliteitsklasse (o.b.v. 80-/90percentiel)
Toepassingseis (generiek kader van het Besluit) @
Bovengrond (dieptetraject 0-0,5 m-mv) # B1. Apeldoorn, Centrum1
Wonen
Industrie
Wonen
B2. Apeldoorn, Wonen 1 2
Wonen
Industrie
Wonen
B3. Apeldoorn, Wonen 2 3
Wonen
Wonen
Wonen
B4. Apeldoorn Industrie 1A 4
Industrie
Industrie
Wonen B5. Apeldoorn Industrie 1B 5 B6. Apeldoorn Industrie 2
6
Industrie Wonen
Industrie Wonen
Industrie
Industrie Wonen
Industrie
Wonen
Wonen
B7. Epe, Wonen < 1911 *
Wonen
Industrie
Wonen
B8. Brummen/Epe/Voorst,
Industrie
Overige oude woongebieden *
Wonen
Wonen
Wonen
B9. Brummen/Epe/Voorst,
Industrie
Jonge woongebieden *
Wonen
Wonen
Wonen
B10. Brummen/Epe/Voorst,
Industrie
Oude bedrijventerreinen *
Wonen
Wonen
Wonen
Achtergrondwaarden –
Achtergrondwaarden –
AW2000
AW2000
Wonen
Achtergrondwaarden –
Achtergrondwaarden –
Overig
AW2000
AW2000
Wonen
Achtergrondwaarden –
Achtergrondwaarden –
Overig
AW2000
AW2000
Wonen
Achtergrondwaarden –
Achtergrondwaarden –
Overig
AW2000
AW2000
Wonen
Achtergrondwaarden –
Achtergrondwaarden –
Overig
AW2000
AW2000
B11. Brummen/Epe/Voorst, Jonge bedrijventerreinen
Industrie Industrie
B12. Apeldoorn, buitengebied
(landbouw/natuur) Industrie B13. Brummen, buitengebied
(landbouw/natuur) Industrie B14. Epe, buitengebied
(landbouw/natuur) Industrie B15. Voorst, buitengebied
(landbouw/natuur)
21 / 29 - Documentcode: SOB005100.RAP002
Overwegend Bodemkwaliteitszone
voorkomende bodemfunctie(s)
Bodemkwaliteitsklasse (o.b.v. 80-/90percentiel)
Toepassingseis (generiek kader van het Besluit) @
Tussenlaag (dieptetraject 0,5-1,0 m-mv) # T1. Apeldoorn, Centrum1 T2. Apeldoorn, Wonen 1 2
T3. Apeldoorn, Wonen 2 3
T4. Apeldoorn Industrie 1A 4
T5. Apeldoorn Industrie 1B 5
T6. Apeldoorn Industrie 2 6
Wonen Wonen
Wonen Industrie Wonen Industrie Wonen
Industrie
Wonen
Achtergrondwaarden –
Achtergrondwaarden –
AW2000
AW2000
Achtergrondwaarden –
Achtergrondwaarden –
AW2000
AW2000
Industrie
Industrie
Industrie Wonen Industrie Wonen
Achtergrondwaarden –
Achtergrondwaarden –
AW2000
AW2000
Wonen
Achtergrondwaarden –
Achtergrondwaarden –
Overig
AW2000
AW2000
Industrie
Wonen
Achtergrondwaarden –
Achtergrondwaarden –
AW2000
AW2000
Achtergrondwaarden –
Achtergrondwaarden –
AW2000
AW2000
Industrie Industrie
T7. Overig gebied
(landbouw/natuur) Ondergrond (dieptetraject 1,0-2,0 m-mv) ## O1. Apeldoorn, Centrum1
Wonen
O2. Apeldoorn, Wonen 1 2
Wonen
O3. Apeldoorn, Wonen 2 3
Wonen
O4. Apeldoorn Industrie 1A 4
O5. Apeldoorn Industrie 1B 5
O6. Apeldoorn Industrie 2 6
Industrie Wonen Industrie Wonen
Industrie
Industrie
Industrie Wonen Industrie Wonen
Achtergrondwaarden –
Achtergrondwaarden –
AW2000
AW2000
Wonen
Achtergrondwaarden –
Achtergrondwaarden –
Overig
AW2000
AW2000
Industrie Industrie
O7. Overig gebied
(landbouw/natuur)
22 / 29 - Documentcode: SOB005100.RAP002
Overwegend Bodemkwaliteitszone
voorkomende bodemfunctie(s)
Bodemkwaliteitsklasse (o.b.v. 80-/90percentiel)
Toepassingseis (generiek kader van het Besluit) @
Bijzondere omstandigheden Industrie Waterwin- en
Wonen
grondwaterbeschermingsgebieden
Overig
1 2 3 4 5 6 * # ## @ @@
3.9
Varieert
Achtergrondwaarden – AW2000 @@
(landbouw/natuur) Binnenstad, Stationsgebied, Parken, Metaalbuurt, Welgelegen en PWA-zone. Zevenhuizen, Zuid, Kerschoten, Het Loo, Orden, Berg en Bos, Ugchelen, Beekbergen, Loenen, Klarenbeek, Lieren en Wenum. Zuidbroek, Zonnehoeve, De Maten, Woudhuis en Osseveld, Uddel en Hoenderloo. Stadhoudersmolen, Kanaalzone Zuid en Brouwersmolen. De Vlijt. Ecofactorij, Malkenschoten en Apeldoorn-Noord. Een aantal gebiedjes is uitgesloten van deze bodemkwaliteitszone. De 80-percentielwaarden van een aantal PFAS-verbindingen zijn lager dan de voorlopige landelijke achtergrondwaarden vastgesteld, maar voor een aantal PFAS-verbindingen boven de bepalingsgrens. De niet geroerde ondergrond (traject 1,0-2,0 m-mv) is niet verdacht voor PFAS-verbindingen[3]. De gehalten aan PFAS-verbindingen moeten voldoen aan de toepassingswaarden in de meest recente versie van het tijdelijk handelingskader hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie. De gehalten aan PFAS-verbindingen moeten voldoen aan de in de meest recente versie van de provinciale omgevingsverordening benoemde toepassingswaarden.
Bijzondere omstandigheden
Deze bodemkwaliteitskaart doet geen uitspraak over de kwaliteit van de bodem ter plaatse van bodemverontreiniging verdachte locaties, locaties met lokale verontreinigingen, gesaneerde locaties of locaties met onvoorziene visuele waarnemingen (bodemvreemde materialen, kleur, geur). Op deze locaties wordt een afwijkende (slechtere) bodemkwaliteit dan in de omgeving verwacht. Daarom moet voorafgaand aan het grondverzet altijd informatie worden achterhaald waaruit blijkt of de locatie onderdeel uitmaakt van de bodemkwaliteitskaart. In de nota bodembeheer wordt hier nader op ingegaan. Ook door de provincie aangewezen beschermingsgebieden vallen onder locaties met bijzondere omstandigheden voor grondverzet. Voorafgaand aan grondverzet moet zowel voor de ontgravingslocatie als op de toepassingslocatie worden nagegaan of er naar aanleiding van de ligging in één of meerdere beschermingsgebieden restricties zijn ten aanzien van het gronden baggerverzet. Voorbeelden hiervan zijn waterwin- en grondwaterbeschermingsgebieden, gebieden met archeologische, cultuurhistorische, of aardkundige waarden, Natura2000-gebieden of gebieden die onderdeel uitmaken van het Natuurnetwerk Nederland (NNN, voormalige EHS): https://www.gelderland.nl/Kaartenencijfers).
23 / 29 - Documentcode: SOB005100.RAP002
4 Samenvatting en conclusies Voor de gemeenten Apeldoorn, Brummen, Epe en Voorst is deze bodemkwaliteitskaart opgesteld. Op de bodemkwaliteitskaart wordt de te verwachten diffuse chemische bodemkwaliteit in de gemeenten weergegeven (ontgravingskwaliteit) als ook de toepassingseis als grond of gerijpte baggerspecie wordt toegepast. De bodemkwaliteitskaart is opgesteld voor de stoffen barium12, cadmium, kobalt, koper, kwik, molybdeen, lood, nikkel, zink, minerale olie en de stofgroepen polychloorbifenylen (PCB)13 en polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK). Voor de bodemlaag vanaf het maaiveld tot en met 1,0 meter diepte is de bodemkwaliteitskaart ook voor PFAS-verbindingen (incl. GenX) opgesteld. Op basis van bekende PFAS-gegevens in de gemeenten nemen de gehalten aan PFAS-verbindingen af in de diepere bodemlagen. Gezien dit gegeven is het de verwachting dat de ongeroerde bodemlaag dieper dan 1,0 meter niet verdacht is voor verhoogde gehalten aan PFAS-verbindingen. In totaal zijn 29 bodemkwaliteitszones onderscheiden (zie tabel 4.1 en de kaartbijlagen 3): • 15 bodemkwaliteitszones in de bovengrond (traject vanaf het maaiveld tot en met 0,5 meter diepte); • 7 bodemkwaliteitszones in de tussenlaag (traject vanaf 0,5 meter diepte tot en met 1,0 meter diepte). • 7 bodemkwaliteitszones in de ondergrond (traject vanaf 1,0 meter diepte tot en met 2,0 meter diepte).
De volgende locaties/gebieden zijn uitgesloten van deze bodemkwaliteitskaart. • Defensieterreinen: Koning Willem III-kazerne, Frank van Bijnen-kazerne, AOFC Nieuw Millingen (allen een andere beheerorganisatie dan de gemeenten). • Locaties met, of die verdacht zijn voor, een sterke bodemverontreiniging, inclusief locaties waar vanwege (bedrijfs)activiteiten PFAS-verbindingen in verhoogde gehalten in de bodem kunnen voorkomen (PFAS producerende14 en verwerkende bedrijven15, inzet blusschuim16 en secundaire bronnen17)(specifiek voor wat betreft de ontgravingskaart ten aanzien van PFAS-verbindingen). • Voormalige stortplaatsen (alleen voor wat betreft de ontgravingskaart).
12 13 14 15
16
17
Zie ook bijlage 1 kopje ‘Barium’. Zie ook bijlage 1 kopje ‘PCB’. Zoals bijvoorbeeld productie van o.a. PFOS, PFOA, telomeren en andere PFAS-verbindingen. Zoals bijvoorbeeld productie en verwerking van teflon, galvanische industrie, textielindustrie, papier(verwerkende) industrie, lak- en verfindustrie, fabricage van cosmetica. Brand blussen, brandweeroefenplaatsen (gemeenten), brandpreventie voorzieningen (industrie) met schuimblusinstallaties, militaire brandweeroefenplaatsen en vliegvelden, brandweeroefenplaatsen op vliegvelden (burgerluchtvaart). Zoals bijvoorbeeld stortplaatsen, waterzuiveringsinstallaties, afvalverbrandingsinstallaties, ijzerinzamelbedrijven (inzamelen brandblussers).
24 / 29 - Documentcode: SOB005100.RAP002
• • •
Waterbodems (ander bevoegd gezag; Rijkswaterstaat of het Waterschap Vallei en Veluwe) met uitzondering van de drogere oevergebieden zoals gedefinieerd in de Waterregeling [7]. De bodemlaag dieper dan 2 meter onder het maaiveld. Grondwater.
De volgende locaties/gebieden zijn ook uitgesloten van de bodemkwaliteitskaart, maar voor PFAS-verbindingen maken deze locaties wél onderdeel uit van de bodemkwaliteitskaart: • Niet gezoneerde gebieden (onvoldoende meetgegevens voor een betrouwbare uitspraak over de bodemkwaliteit): Gemeente Epe • Bodemkwaliteitszone ‘B7. Epe, Wonen < 1911’ o Emst, deelgebied langs Hoofdweg • Bodemkwaliteitszone ‘B8. Brummen/Epe/Voorst, Overige oude woongebieden’ o Oene, deelgebied Donselaarweg (westzijde) • Bodemkwaliteitszone ‘B9. Brummen/Epe/Voorst, Jonge woongebieden o Oene, deelgebied langs Eperweg Gemeente Voorst • Bodemkwaliteitszone ‘B8. Brummen/Epe/Voorst, Overige oude woongebieden’ o Bussloo (hele kern) o Teuge (hele oude kern) o Wilp-Achterhoek (hele kern) • Bodemkwaliteitszone ‘B9. Brummen/Epe/Voorst, Jonge woongebieden o Terwolde, deelgebied Kolkweg/Everwijnstraat e.o. o Wilp, deelgebied Meidoorn e.o o Wilp-Achterhoek • Bodemkwaliteitszone ‘B10. Brummen/Epe/Voorst, Oude bedrijventerreinen’ o Teuge, deelgebied vliegveld Teuge o Terwolde, deelgebied De Smederij o Twello, deelgebied Leigraaf (oostzijde) o Voorst, deelgebied Kleine Enkweg o Wilp-Achterhoek • Rijkswegen, provinciale wegen, wegen in beheer bij het waterschap, spoorgebonden gronden inclusief onverharde (spoor)bermen (allen een andere beheerorganisatie dan de gemeenten).
• Locaties met, of die verdacht zijn voor sterke bodemverontreiniging, exclusief voor locaties die verdacht zijn voor verhoogde gehalten aan PFAS-verbindingen (alleen voor wat betreft de ontgravingskaart). • Gesaneerde locaties (alleen voor wat betreft de ontgravingskaart). Niet alle uitgesloten locaties en gebieden zijn op de kaarten weergegeven vanwege het dynamische karakter en/of het relatief kleine oppervlak. Voorafgaand aan het grondverzet en het gebruik van de ontgravings- en/of toepassingskaart, moet altijd informatie worden achterhaald waaruit blijkt of de locatie onderdeel uitmaakt van de bodemkwaliteitskaart. In de nota bodembeheer wordt hier nader op ingegaan.
25 / 29 - Documentcode: SOB005100.RAP002
In tabel 4.1 staat voor de onderscheiden bodemkwaliteitszones en bodemlagen een totaaloverzicht van de voorkomende bodemfunctieklassen, verwachte ontgravingsklassen en toepassingseisen. De kleuren in tabel 4.1 komen overeen met de gebruikte kleuren op de bodemfunctieklassen, ontgravings- en toepassingskaart (respectievelijk de kaartbijlagen 1, 4 en 5). Tabel 4.1 Toepassingseisen per combinatie meest voorkomende bodemfunctie en verwachte ontgravingsklasse voor de onderscheiden bodemkwaliteitszones en het tijdelijk handelingskader hergebruik PFAS-houdende grond en baggerspecie. Verwachte
Bodemkwaliteitszone
Overwegend
ontgravingsklasse
Toepassingseis
voorkomende
Apeldoorn bebouwd gebied:
(generiek kader van het
bodemfunctie(s)
90-percentiel (muv PFAS)
Besluit) @
Overig gebied: 80-percentiel Bovengrond (dieptetraject 0-0,5 m-mv) # B1. Apeldoorn, Centrum1
Wonen
Industrie
Wonen
B2. Apeldoorn, Wonen 1 2
Wonen
Industrie
Wonen
B3. Apeldoorn, Wonen 2 3
Wonen
Wonen
Wonen
B4. Apeldoorn Industrie 1A 4
B5. Apeldoorn Industrie 1B 5
Industrie Wonen Industrie Wonen
Industrie
Niet toepasbaar
Industrie Wonen Industrie Wonen
B6. Apeldoorn Industrie 2 6
Industrie
Wonen
Wonen
B7. Epe, Wonen < 1911 *
Wonen
Industrie
Wonen
B8. Brummen/Epe/Voorst,
Industrie Wonen
Wonen
Wonen
Wonen
Wonen
Wonen
Achtergrondwaarden –
Achtergrondwaarden –
AW2000
AW2000
Wonen
Achtergrondwaarden –
Achtergrondwaarden –
Overig
AW2000
AW2000
Overige oude woongebieden *
Wonen
B9. Brummen/Epe/Voorst,
Industrie
Jonge woongebieden *
Wonen
B10. Brummen/Epe/Voorst,
Industrie
Oude bedrijventerreinen *
Wonen
B11. Brummen/Epe/Voorst, Jonge bedrijventerreinen
Industrie Industrie