348922 Ontwerp bestemmingsplan Voormalige Hogeweerdschool Epe
Tekst van het document
Hemelwater en vuilwater het hemelwater en vuilwater wordt gescheiden aangeboden op de hoofdaansluiting van de gemeente. Er is een berginseis van 25 mm. Hoe het hemelwater op eigen terrein geborgen gaat worden wordt in een later stadium verder uitgewerkt. Hierbij kan gedacht worden aan halfvervarding, berging onder de parkeervoorziening en in de tuinen. De overstort van het hemelwater vindt plaats op de IT-riool. Grondwater In het ontwerp wordt er rekening gehouden met de grondwaterstanden door de gebouwen op een juiste hoogte te situeren.
4.5
Ecologie
Op 1 januari 2017 is de 'Wet natuurbescherming' in werking getreden. De 'Boswet', de 'Flora en faunawet' en de 'Natuurbeschermingswet 1998' zijn per die datum ingetrokken. De Wet natuurbescherming vormt het voornaamste beleidsmatige toetsingskader op het gebied van de soortenbescherming en gebiedsbescherming. 4.5.1
Gebiedsbescherming
Ten aanzien van gebiedsbescherming zijn in het kader van de Europese richtlijnen in Nederland speciale beschermingszones aangewezen die een hoge wettelijke bescherming kennen. Hiervoor zijn Natura 2000 en gebieden onderdeel uitmakend van het Natuurnetwerk Nederland (NNN) aangewezen. Situatie plangebied Natura 2000 en Gelders Natuurnetwerk Het plangebied ligt niet in een Natura 2000-gebied. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied is de Veluwe, gelegen op 275 meter afstand ten noorden van het plangebied. Het gebied is aangewezen als Vogelrichtlijn- en Habitatrichtlijngebied. Andere Natura 2000-gebieden liggen op grotere afstand (> 10 km) van het plangebied.
planstatus ontwerp
referentie EPE038Hogeweerd
pagina 28 van 65
Om de mogelijke effecten op het Natura 2000-gebied in het kader van de Wet natuurbescherming en beschermde gebieden behorend tot het Gelders Natuurnetwerk in beeld te brengen, is een verkennend natuuronderzoek uitgevoerd (zie bijlage 5). Hieruit kan het volgende worden geconcludeerd: De voorgenomen ingreep leidt niet tot een overtreding van de verbodsbepalingen uit de vigerende Omgevingsverordening van de provincie Gelderland ten aanzien van het Gelders Natuurnetwerk. Verdere toetsing in de vorm van een "Nee, tenzij-toets" is niet aan de orde. De voorgenomen herontwikkeling leidt – los van het aspect stikstofdepositie – niet tot een overtreding van de verbodsbepalingen uit de Wet natuurbescherming ten aanzien van Natura 2000. Nadere toetsing in de vorm van een passende beoordeling of het aanvragen van een vergunning op grond van de Wet natuurbescherming is niet aan de orde. Ten aanzien van stikstofdepositie geldt dat aan de hand van een stikstofberekening moet worden vastgesteld of sprake is van een toename aan stikstofdepositie op omliggende Natura 2000-gebieden en of dit kan leiden tot significante gevolgen voor deze Natura 2000-gebieden. Indien dit het geval is, dan is mogelijk een vergunning op grond van de Wet natuurbescherming noodzakelijk. De stikstofdepositie als gevolg van de toevoeging van de woningen en de daarmee toenemende verkeersgeneratie is in beeld gebracht.
Uit deze AERIUS-calculatie, welke te vinden is in bijlage 6 blijkt dat:
De gebruiksfase ten opzichte van de referentiesituatie niet leidt tot stikstofdepositie op omliggende Natura 2000-gebieden (niet hoger dan 0,00 mol/ha/jaar). Uit de berekeningen is gebleken dat als gevolg van de realisatiefase een stikstofdepositie van maximaal 0,08 mol/ha/j op het Natura 2000-gebied Veluwe optreedt. Rijk en provincies hebben een beleidslijn afgesproken dat project met tijdelijke stikstofdeposities van transport en mobiele werktuigen in de aanlegfase kleiner of gelijk aan 0,05 mol/ha/jaar gedurende maximaal 2 jaar (of een equivalent hiervan, bijvoorbeeld maximaal 1 jaar 0,1 mol/ha/j) niet vergunningsplichtig zijn voor de Wet natuurbescherming. Kleine en tijdelijke deposities leiden op voorhand niet tot significant negatieve effecten. De provincie Gelderland heeft aangegeven deze beleidslijn te hanteren. Op basis van deze beleidslijn is dit project niet vergunningsplichtig voor de Wet natuurbescherming op het gebied van stikstof.
4.5.2
Soortenbescherming
Soortenbescherming is onder de Wet natuurbescherming geregeld op basis van een drietal verschillende beschermingsregimes, namelijk voor vogelrichtlijnsoorten, habitatrichtlijnsoorten en overige soorten. Voor al deze soorten geldt dat het verboden is ze opzettelijk te doden, te vangen of te verstoren, om eventuele eieren opzettelijk te vernielen, om de vaste voortplantings- of rustplaatsen te beschadigen en om beschermde plantensoorten opzettelijk te ontwortelen of te vernielen. Hiervan kan onder andere sprake zijn bij het kappen van bomen, het slopen van gebouwen of het storten en afgraven van gronden. Situatie plangebied Om de mogelijke effecten op beschermde soorten flora en fauna in het kader van de Wet natuurbescherming in beeld te brengen, is een verkennend natuuronderzoek uitgevoerd (zie bijlage 5). Hieruit kan het volgende worden geconcludeerd: Het onderzoeksgebied bevat geen groeiplaatsen, verblijfplaatsen, jaarrond beschermde vogelnesten, essentieel foerageergebied of essentiële vliegroutes van niet-vrijgestelde beschermde soorten flora en fauna. Nader veldonderzoek of het aanvragen van een ontheffing op grond van de Wet natuurbescherming is wat dat betreft niet aan de orde. Wel dient rekening gehouden te worden met aanwezigheid van broedvogels waarvan het nest niet jaarrond is beschermd. Dergelijke broedende vogels mogen niet verstoord worden tijdens het broeden.
planstatus ontwerp
referentie EPE038Hogeweerd
pagina 29 van 65
4.5.3
Bomen Effect Analyse
Er is een Bomen Effect Analyse (BEA) uitgevoerd om te bepalen wat de gevolgen van de ontwikkeling is voor de duurzame instandhouding van de bomen (bijlage 7). Bij de inventarisatie zijn binnen het plangebied alle bomen opgenomen die binnen de invloedsfeer van de ontwikkelingen staan. Tevens een aantal bomen die dicht bij het plangebied staan en mogelijk invloed ondervinden van de ontwikkelingen. De uitkomst van het BEA is als volgt:
Bij 10 bomen hoeven er geen maatregelen getroffen te worden; Bij 4 bomen dienen er beperkte maatregelen getroffen te worden: instellen beschermd boomgebied en uitvlakken terrein; Bij 6 bomen zijn er specifieke maatregelen noodzakelijk: instellen beschermd boomgebied, aanbrengen stambekisting, aanleggen/aanpassen verharding; 6 bomen zijn niet te behouden, tenzij een aantal ingrijpende maatregelen worden uitgevoerd; 13 bomen zijn niet te behouden, waarvan één boom geadviseerd wordt om te verplanten binnen het plangebied.
4.6
Verkeer en parkeren
De ontwikkeling dient een goede verkeersafwikkeling te hebben en voldoende parkeerruimte te bevatten zodat een goede leefbaarheid in de buurt gehandhaafd blijft. Verkeer De verkeersafwikkeling vanuit de wijk zal in geringe mate toenemen wegens de ontwikkeling. Het plangebied wordt met een toegangsweg ontsloten op de Tippe ten zuiden van het plangebied. Er is sprake van een twee-richtingsontsluiting over De Tippe naar de buurontsluitingsweg Hoge Weerd. Daarbij loopt de toegang naar het plangebied rechtdoor terwijl de oorspronkelijke weg De Tippe schuin afbuigt in meer zuidoostelijke richting. De eenrichtingswegen De Tippe en Zaailand worden met deze gewijzigde ontsluiting niet belast met het verkeer van en naar het appartementengebouw Als gevolg van het plan treden geen significant negatieve gevolgen op voor de verkeersafwikkeling in de wijk. Parkeren Op het plangebied is het Parapluplan Parkeren (vastgesteld 8-11-2018) van toepassing. Hierin is voorgeschreven dat bij bouwplannen de parkeernormen dienen te worden gevolgd uit de Nota Parkeernormen 2018 van de gemeente Epe. Uit deze nota blijkt dat het plangebied is gelegen in de 'rest bebouwde kom'. Hiervoor geldt het volgende:
Een twee-onder-een-kap-woning in een weinig stedelijke omgeving heeft een parkeernorm van 2,2 per woning. Er worden vier twee-onder-een-kap-woningen gerealiseerd, hetgeen betekent dat er 8.8 parkeerplaatsen gerealiseerd dienen te worden. Hiervan worden er 5,2 op eigen terrein gerealiseerd (4 x 1,3), waardoor er 4 parkeerplaatsen in de openbare ruimte moeten worden gerealiseerd. Een huurappartement in de sociale sector in een weinig stedelijke omgeving heeft een parkeernorm van 1,4 per woning. Er worden 24 appartementen gerealiseerd, hetgeen betekent dat er 34 parkeerplaatsen in de openbare ruimte moeten worden gerealiseerd.
In totaal dienen er 38 parkeerplaatsen in de openbare ruimte gerealiseerd te worden. In de voorgenomen ontwikkeling worden er 42 parkeerplaatsen in de openbare ruimte gerealiseerd. De extra 4 parkeerplaatsen zijn ten behoeve van de naastgelegen ontwikkeling, de transformatie van kleuterschool Het Ibbeltje naar 3 woningen. Er worden derhalve voldoende parkeerplaatsen gerealiseerd om te voldoen aan de gemeentelijke parkeernorm.
planstatus ontwerp
referentie EPE038Hogeweerd
pagina 30 van 65
4.7
Kabels en leidingen
Kabels en (buis)leidingen in de grond in of nabij het plangebied kunnen van belang zijn voor een ruimtelijke ontwikkeling en dienen derhalve planologisch geregeld te worden. Het gaat dan om kabels en leidingen met een veiligheidsrisico of een belangrijke maatschappelijke functie, zoals (ondergrondse) hoogspanningskabels, gasleidingen of buisleidingen voor brandbare en vergiftigde stoffen. In en rondom het plangebied liggen geen belangrijke kabels of leidingen die moeten worden voorzien van een planologische regeling.
4.8
Besluit milieueffectrapportage
4.8.1
Wettelijk kader
De milieueffectrapportage is een wettelijk instrument met als doel het aspect milieu een volwaardige plaats in deze integrale afweging te geven. Een bestemmingsplan kan op drie manieren met milieueffectrapportage in aanraking komen:
Op basis van artikel 7.2a, lid 1 Wm (als wettelijk plan); Er ontstaat een m.e.r.-plicht wanneer er een passende beoordeling op basis van art. 2.8, lid 1 Wet natuurbescherming nodig is. Op basis van Besluit milieueffectrapportage (bestemmingsplan in kolom 3); Er ontstaat een m.e.r.-plicht voor die activiteiten en gevallen uit de onderdelen C en D van de bijlage van dit besluit waar het bestemmingsplan genoemd is in kolom 3 (plannen). Op basis van Besluit milieueffectrapportage (bestemmingsplan in kolom 4); Er ontstaat een m.e.r.-(beoordelings)plicht voor die activiteiten en gevallen uit de onderdelen C en D van de bijlage van dit besluit waar het bestemmingsplan genoemd is in kolom 4 (besluiten).
Een belangrijk element in het Besluit m.e.r. is het indicatief maken van de gevalsdefinities (de drempelwaarden in kolom 2 in de D-lijst). Dit betekent dat het bevoegd gezag meer moet doen dan onder de oude regelgeving. Kon vroeger worden volstaan met de mededeling in het besluit dat de omvang van de activiteit onder de drempelwaarde lag en dus geen m.e.r. (beoordeling) noodzakelijk was, onder de nu geldende regeling moet een motivering worden gegeven. Voor deze toets wordt de term vormvrije m.e.r.-beoordeling gehanteerd.
planstatus ontwerp
referentie EPE038Hogeweerd
pagina 31 van 65
4.8.2
Situatie plangebied
Dit bestemmingsplan voorziet in principe in directe eindbestemmingen voor de binnen de planonderdelen aanwezige activiteiten. Dit betekent dat dit bestemmingsplan m.e.r.-(beoordelings)plichtig is indien activiteiten worden mogelijk gemaakt die genoemd worden in onderdeel C of D van het Besluit m.e.r. en de daarin opgenomen drempelwaarden overschrijden. De voorgenomen ontwikkeling maakt een toevoeging van 28 wooneenheden binnen de bebouwde kom mogelijk. Dat betekent, dat het bestemmingsplan een activiteit mogelijk maakt, zoals dat is bedoeld in categorie D.11.2 van onderdeel D van de bijlage van het Besluit milieueffectrapportage. Deze activiteit betreft de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen. Een stedelijk project valt onder een m.e.r.-beoordelingsplicht in gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op:
een oppervlakte van 100 hectare of meer, een aaneengesloten gebied en 2.000 of meer woningen omvat, of een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m 2 of meer.
Aangezien deze drempelwaarden niet worden overschreden geeft het Besluit milieueffectrapportage aanleiding om een vormvrije m.e.r.-beoordeling uit te voeren. Bij de vormvrije m.e.r.-beoordeling wordt nagegaan of er sprake kan zijn van belangrijke nadelige milieueffecten. 4.8.3
Vormvrije m.e.r.-beoordeling
Voor voorgenomen ontwikkeling is een aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling (zie bijlage 8) opgesteld. Gelet op de kenmerken van het project, de plaats van het project en de kenmerken van de potentiële effecten, zullen geen belangrijke negatieve milieugevolgen optreden. Wanneer er geen 'belangrijke nadelige gevolgen' zijn voor het milieu is het conform de wetgeving en de vigerende praktijk niet noodzakelijk om een volledige m.e.r.-procedure te doorlopen. Het voorstel is om de gemeente Epe op basis van deze notitie te laten besluiten dat geen MER nodig is. Omgevingsdienst Veluwe IJssel heeft namens Burgemeester en Wethouders van Epe hierover op 22 juni een besluit genomen (zie bijlage 9). Burgemeesters en wethouders van Epe besluiten dat bij de voorbereiding van het plan ‘Voormalige Hogeweerdschool’, als bedoeld in artikel 3.1, lid 1 de Wet ruimtelijke ordening voor het realiseren 24 sociale huurwoningen/appartementen en 4 twee-onder-één-kap-woningen, vanwege het ontbreken van belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu, geen MER hoeft te worden opgesteld.
planstatus ontwerp
referentie EPE038Hogeweerd
pagina 32 van 65
Hoofdstuk 5 Uitvoerbaarheid Conform artikel 3.1.6 van het Bro dient bij het opstellen van een bestemmingsplan onderzoek te worden ingesteld naar de uitvoerbaarheid van het plan. Bij de uitvoering van een plan kan in zijn algemeenheid onderscheid worden gemaakt tussen de maatschappelijk uitvoerbaarheid en de economische uitvoerbaarheid. Bij het eerste gaat het er om hoe de verwezenlijking door de maatschappij (overheid en burgers samen) wordt gedragen. Bij het tweede gaat het om de kosten en andere economische aspecten die met de verwezenlijking van het plan samenhangen. Tevens is in de Wet ruimtelijke ordening (Wro) geregeld dat in het kader van een bestemmingsplan voor bepaalde bouwplannen de grondexploitatieregeling van toepassing is.
5.1
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
Het bestemmingsplan zal overeenkomstig de Algemene wet bestuursrecht (afdeling 3.4) gedurende zes weken ter inzage liggen en worden toegestuurd aan overleginstanties. Tijdens deze periode wordt de mogelijkheid geboden voor het indienen van zienswijzen. Verder komt ten aanzien van de omgevingsaspecten, de uitvoerbaarheid van het plan niet in het geding. Voor de direct omwonenden van het plangebied is op woensdagavond 16 september 2020 een informatiebijeenkomst (met aanmelding) georganiseerd om de plannen toe te lichten. In 7 verschillende kleine groepjes/rondes met maximaal 5 omwonenden hebben 33 mensen een toelichting op de plannen gekregen en konden reacties worden gegeven en vragen worden gesteld. Daarnaast hebben enkele omwonenden telefonisch informatie verstrekt gekregen of een (aanvullende) reactie telefonisch of per mail/brief op de plannen gegeven. Behalve aanpassingen in de planvorming naar aanleiding van de reacties door omwonenden, is het plan op sommige punten intussen nader uitgewerkt. Het verslag van de inloopbijeenkomst is als bijlage 10 toegevoegd. Hierin zijn enkele aanpassingen weergegeven, welke worden doorgevoerd.
5.2
Economische uitvoerbaarheid
5.2.1
Grondexploitatiewet
Doel van de grondexploitatieregeling is het inzichtelijk maken van de financiële haalbaarheid en het bieden van meerdere mogelijkheden voor het kostenverhaal waardoor er meer sturingsmogelijkheden zijn. Er wordt onderscheid gemaakt tussen de publiekrechtelijke weg via een exploitatieplan en de privaatrechtelijke weg in de vorm van overeenkomsten. In het geval van een exploitatieplan kan de gemeente eisen en regels stellen voor de desbetreffende gronden. Het bouwplan is aan te merken als bouwplan in de zin van artikel 6.2.1 van het Besluit omgevingsrecht. Met de initiatiefnemer wordt een anterieure overeenkomst afgesloten waarin kostenverhaal plaatsvindt. Hierdoor zijn de kosten anderszins verzekerd en kan worden afgezien van een exploitatieplan.
planstatus ontwerp
referentie EPE038Hogeweerd
pagina 33 van 65
Hoofdstuk 6 Juridische regeling In dit hoofdstuk worden, voor zover dit nodig en wenselijk wordt geacht, de van het bestemmingsplan deel uitmakende planregels van een nadere toelichting voorzien. Qua vormgeving en planregels is voor zover mogelijk aangesloten bij de SVBP2012 en de binnen de gemeente Epe gehanteerde bestemmingsplanregels en begripsbepalingen.
6.1
Inleiding
Het bestemmingsplan 'Voormalige Hogeweerdschool Epe’ dient te voldoen aan de Wet ruimtelijke ordening (Wro) die op 1 juli 2008 in werking is getreden. Daarnaast dient het bestemmingsplan te voldoen aan de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen 2012 (SVBP2012). Deze ministeriële regeling heeft met name invloed op de vorm van het bestemmingsplan. Zo zijn in deze ministeriële regeling hoofdgroepen van bestemmingen opgenomen en worden er standaard regels voor de begrippen en de wijze van meten gegeven. In dit hoofdstuk worden de van het bestemmingsplan deel uitmakende voorschriften van een nadere toelichting voorzien. De bij dit plan behorende voorschriften zijn onderverdeeld in vier hoofdstukken, te weten: 1. 2. 3. 4.
Inleidende regels. Bestemmingsregels. Algemene regels. Overgangs- en slotregels
In hoofdstuk 1 worden in de regels gehanteerde begrippen nader verklaard, zodat interpretatieproblemen zoveel mogelijk worden voorkomen. Daarnaast wordt aangegeven op welke wijze bepaalde afmetingen dienen te worden gemeten. In hoofdstuk 2 worden de op de plankaart aangegeven gedetailleerde bestemmingen omschreven en worden per bestemming de bouwregels vermeld. Hoofdstuk 3 bevat de algemene regels die gelden voor het gehele bestemmingsplan. Hoofdstuk 4 bevat de overgangs- en slotregels.
6.2
Plansystematiek
6.2.1
Verbeelding
Op de verbeelding zijn de bestemmingen van de in het plan begrepen gronden aangewezen en begrensd. De bestemming is een beschrijving van de functies waarvoor de grond mag worden gebruikt. Op de verbeelding zijn tevens aanduidingen opgenomen met het oog op het aanwijzen van gebieden waarop een specifieke regeling binnen de regels van toepassing is. Deze aanduidingen krijgen in de regels een juridische betekenis.
planstatus ontwerp
referentie EPE038Hogeweerd
pagina 34 van 65
6.2.2
Regels
6.2.2.1 Inleidende regels Het opnemen van begripsbepalingen is beperkt tot die begrippen, waarbij sprake is van een (mogelijke) afwijkende betekenis in het algemeen spraakgebruik en/of technische begrippen, waarbij een vereenvoudigde omschrijving de leesbaarheid bevordert. Begrippen die zijn voorgeschreven in de SVBP2012 worden ook conform de SVBP2012 overgenomen. 6.2.2.2 Wijze van meten Met het oog op het kunnen bepalen van de in de regels aangegeven oppervlakte, goot- en bouwhoogten en inhoud van bouwwerken is aangegeven waar en hoe deze worden gemeten. Tevens is aangegeven welke onderdelen van gebouwen buiten beschouwing blijven bij het toepassen van de regels. Dit betreft onder meer het in geringe mate mogen overschrijden van bouw- en bestemmingsgrenzen met erkers, luifels en dergelijke. In de SVBP2012 zijn standaarden beschreven waaraan deze regels moeten voldoen. Indien van toepassing worden deze één op één overgenomen. 6.2.2.3 Bestemmingsregels Per bestemming zijn, voor zover noodzakelijk, de volgende onderdelen onderscheiden:
bestemmingsomschrijving; bouwregels; nadere eisen; specifieke gebruiksregels.
Bestemmingsomschrijving: De bestemmingsomschrijving omvat een opsomming van de functies/gebruiksmogelijkheden binnen de gegeven bestemming en eventueel daaraan verbonden voorwaarden. Deze opsomming is van wezenlijk belang, aangezien deze de basis vormt voor de overige regels die opgenomen zijn binnen die bestemming. Niet hier genoemd gebruik is strijdig met de bestemming. Bouwregels: In de bouwregels zijn objectieve regels gesteld met betrekking tot de plaats en afmetingen van de gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde. Bij het afwijken van de bouwregels kan onder voorwaarden worden afgeweken van hetgeen is geregeld. Bijvoorbeeld in het toestaan van een grotere hoogte of het uitbreiden van het bouwvlak. Specifieke gebruiksregels: In de specifieke gebruiksregels staat in aanvulling op de bestemmingsomschrijving expliciet beschreven wat wel of niet wordt toegestaan. Het gaat dan vaak om functies of activiteiten waarover onduidelijkheid kan bestaan. Ook hier kan onder voorwaarden van af worden geweken.
planstatus ontwerp
referentie EPE038Hogeweerd
pagina 35 van 65
6.3
Bestemmingen
In het bestemmingsplan 'Voormalige Hogeweerdschool Epe' komen de volgende bestemmingen voor: 6.3.1
Groen
In de bestemming ‘Groen’ zijn paden voor langzaam verkeer (fiets- en voetpaden) toegestaan. Uitgangspunt is dat enkel openbaar groen (dwz geen particulier eigendom) als ‘Groen’ wordt bestemd. 6.3.2
Verkeer - Verblijfsgebied
De straten en parkeerplaats hebben de bestemming ‘Verkeer - Verblijfsgebied' gekregen. Binnen de bestemming vallen fietspaden, voetgangersgebieden, pleinen, parkeerterreinen, wegen, alsmede groenvoorzieningen, bermen en water. 6.3.3
Wonen
De realiseren gestapelde en twee-aaneen gebouwde woningen hebben de bestemming 'Wonen' gekregen. De woningen mogen uitsluitend binnen het bouwvlak worden gerealiseerd. De maximale bouw- en goothoogte is de op de verbeelding aangegeven.
planstatus ontwerp
referentie EPE038Hogeweerd
pagina 36 van 65
Hoofdstuk 7 Inspraak Het ontwerpbestemmingsplan heeft met ingang van ................ gedurende zes weken ter inzage gelegen. Gedurende deze termijn is een ieder in de gelegenheid gesteld zienswijzen kenbaar te maken aan de gemeenteraad.
planstatus ontwerp
referentie EPE038Hogeweerd
pagina 37 van 65
Bijlagen toelichting
planstatus ontwerp
referentie EPE038Hogeweerd
pagina 38 van 65
Bijlage 1
planstatus ontwerp
Bureau en inventariserend veldonderzoek
referentie EPE038Hogeweerd
pagina 39 van 65
Bijlage 2
planstatus ontwerp
Inventariserend veldonderzoek - proefsleuven
referentie EPE038Hogeweerd
pagina 40 van 65
Bijlage 3
planstatus ontwerp
Bodem- en asbestonderzoek
referentie EPE038Hogeweerd
pagina 41 van 65
Bijlage 4
planstatus ontwerp
Akoestisch onderzoek
referentie EPE038Hogeweerd
pagina 42 van 65
Bijlage 5
planstatus ontwerp
Verkennend natuuronderzoek
referentie EPE038Hogeweerd
pagina 43 van 65
Bijlage 6
planstatus ontwerp
AERIUS-calculatie
referentie EPE038Hogeweerd
pagina 44 van 65
Bijlage 7
planstatus ontwerp
Bomen Effect Analyse
referentie EPE038Hogeweerd
pagina 45 van 65
Bijlage 8
planstatus ontwerp
Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling
referentie EPE038Hogeweerd
pagina 46 van 65
Bijlage 9
planstatus ontwerp
Besluit vormvrije m.e.r.-beoordeling
referentie EPE038Hogeweerd
pagina 47 van 65
Bijlage 10
planstatus ontwerp
Verslag inloopbijeenkomst
referentie EPE038Hogeweerd
pagina 48 van 65
Regels
planstatus ontwerp
referentie EPE038Hogeweerd
pagina 49 van 65
Hoofdstuk 1 Inleidende regels
Artikel 1 1.1
Begrippen
plan:
het bestemmingsplan Voormalige Hogeweerdschool Epe van de gemeente Epe; 1.2
bestemmingsplan:
de geometrisch bepaalde planobjecten als vervat in het GML-bestand NL.IMRO.0232.EPE038Hogeweerd-OBP1 met de bijbehorende regels en eventuele bijlagen. 1.3
aanduiding:
een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden; 1.4
aanduidingsgrens:
de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft; 1.5
aan-huis-gebonden beroep
een dienstverlenend beroep, dat in of bij een woning wordt uitgeoefend, waarbij de woning in overwegende mate de woonfunctie behoudt en dat een ruimtelijke uitwerking of uitstraling heeft die met de woonfunctie in overeenstemming is. 1.6
bebouwing:
één of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde; 1.7
bestemmingsgrens:
de grens van een bestemmingsvlak; 1.8
bestemmingsvlak:
een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming; 1.9
bouwen:
het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk, 1.10
bouwgrens:
de grens van een bouwvlak;
planstatus ontwerp
referentie EPE038Hogeweerd
pagina 50 van 65
1.11
bouwlaag:
een doorlopend gedeelte van een gebouw dat door op gelijke of bij benadering gelijke hoogte liggende vloeren (of horizontale balklagen) is begrensd en waarvan de lagen een nagenoeg gelijk omvang hebben, zulks met inbegrip van de begane grond en met uitsluiting van onderbouw, dakopbouw en/of zolder; 1.12
bouwperceel:
een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten; 1.13
bouwperceelgrens:
een grens van een bouwperceel; 1.14
bouwvlak:
een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten; 1.15
bouwwerk:
elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct hetzij indirect met de grond is verbonden, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond; 1.16
bijbehorend bouwwerk:
de uitbreiding van een hoofdgebouw dan wel functioneel met een zich op hetzelfde perceel bevindend hoofdgebouw verbonden, daar al dan niet tegen aangebouwd en met de aarde verbonden bouwwerk met een dak. 1.17
gebouw:
elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt; 1.18
gestapelde woning:
een woning in een gebouw, dat meerdere geheel of gedeeltelijk boven elkaar gelegen woningen omvat. 1.19
hoofdgebouw:
een gebouw, dat op een bouwperceel door zijn constructie, afmetingen of functie als belangrijkste bouwwerk valt aan te merken en waarin de hoofdfunctie ingevolge de bestemming is of wordt ondergebracht; 1.20
huishouden:
een alleenstaande, dan wel twee of meer personen, die een duurzame gemeenschappelijke huishouding voeren.
planstatus ontwerp
referentie EPE038Hogeweerd
pagina 51 van 65
1.21
overkapping:
een bouwwerk, geen gebouw zijnde, voorzien van een dak. 1.22
seksinrichting:
het bedrijfsmatig - of in een omvang of frequentie die daarmee overeenkomt - gelegenheid bieden tot het ter plaatse, in een gebouw of in een vaartuig, verrichten van seksuele handelingen of het vertonen van erotisch-pornografische aard. Onder een seksinrichting worden in ieder geval verstaan: een prostitutiebedrijf, waaronder begrepen een massagesalon, een seksbioscoop, seksautomatenhal, sekstheater of een parenclub, al dan niet in combinatie met elkaar, alsmede thuisprostitutie met een uitstraling naar buiten. 1.23
twee-aaneen gebouwde woning:
een woning die onderdeel uitmaakt van een bouwmassa bestaande uit twee hoofdgebouwen; 1.24
voorgevel:
de gevel van het hoofdgebouw die door zijn aard, functie, constructie of uitstraling als belangrijkste gevel kan worden aangemerkt. 1.25
woning:
een complex van ruimten, uitsluitend bedoeld voor de huisvesting van één afzonderlijk huishouden.
planstatus ontwerp
referentie EPE038Hogeweerd
pagina 52 van 65
Artikel 2 2.1
Wijze van meten
de bouwhoogte van een bouwwerk:
vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen; 2.2
de goothoogte van een bouwwerk:
vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel; 2.3
de hoogte van een dakopbouw:
vanaf de afdekking van de bovenste bouwlaag tot aan het hoogste punt van de dakopbouw; 2.4
de hoogte van een kap:
vanaf de bovenkant goot, boeibord of daarmee gelijk te stellen constructiedeel tot aan het hoogste punt van de kap; 2.5
de inhoud van een bouwwerk:
tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen; 2.6
de oppervlakte van een bouwwerk:
tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk; 2.7
het bebouwd oppervlak van een bouwperceel:
de oppervlakte van alle op een bouwperceel gelegen bouwwerken tezamen; 2.8
ondergeschikte bouwdelen
bij het meten worden ondergeschikte bouwdelen, als plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, schoorstenen, gevel- en kroonlijsten, luifels, balkons en overstekende daken buiten beschouwing gelaten, mits de overschrijding van bouwvlak- dan wel bestemmingsgrenzen niet meer dan 1 m bedraagt. 2.9 a. b.
peil: voor een gebouw, waarvan de hoofdtoegang grenst aan de weg: de hoogte van de kruin van de weg; voor andere gebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde: de gemiddelde hoogte van het afgewerkte terrein ter plaatse van de bouw.
planstatus ontwerp
referentie EPE038Hogeweerd
pagina 53 van 65
Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels
Artikel 3 3.1
Groen
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Groen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c. d. e.
groenvoorzieningen en beplantingen; wandel- en fietspaden; parkeer-, speel en nutsvoorzieningen; waterhuishoudkundige voorzieningen; ontsluiting van (woon)percelen.
met daarbij behorende gebouwen, bouwwerken, geen gebouwen zijnde. 3.2
Bouwregels
3.2.1
Gebouwen
Voor een gebouw gelden de volgende regels: a.
nutsvoorzieningen mogen worden gebouwd met een maximale goot- en nokhoogte van 3 m.
3.2.2
Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
Voor een bouwwerk, geen gebouw zijnde, gelden de volgende regels: a. b. 3.3
bij speelvoorzieningen maximaal 4 m; bij overige bouwwerken bij maximaal 2 m; Nadere eisen
Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de plaats en de afmetingen van de bebouwing ten behoeve van: a. b. c. d. e. f. g.
het straat- en bebouwingsbeeld; een goede woonsituatie; de verkeersveiligheid; de milieusituatie; de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden; de sociale veiligheid; de externe veiligheid.
planstatus ontwerp
referentie EPE038Hogeweerd
pagina 54 van 65
Artikel 4 4.1
Verkeer - Verblijfsgebied
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Verkeer' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. b. c. d. e.
wegen en straten, met een functie voornamelijk gericht op de afwikkeling van bestemmingsverkeer; wandel- en fietspaden; parkeer-, groen-, speel en nutsvoorzieningen; waterhuishoudkundige voorzieningen; ontsluiting van (woon)percelen.
met daarbij behorende gebouwen, bouwwerken, geen gebouwen zijnde. 4.2
Bouwregels
4.2.1
Gebouwen
Voor een gebouw gelden de volgende regels: a.
nutsvoorzieningen mogen worden gebouwd met een maximale goot- en nokhoogte van 3 m.
4.2.2
Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
Voor een bouwwerk, geen gebouw zijnde, gelden de volgende regels: a. b. c. 4.3
bij speelvoorzieningen maximaal 4 m; bij lichtmasten bij maximaal 6 m; bij overige bouwwerken bij maximaal 2 m; Nadere eisen
Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de plaats en de afmetingen van de bebouwing ten behoeve van: a. b. c. d. e. f. g.
het straat- en bebouwingsbeeld; een goede woonsituatie; de verkeersveiligheid; de milieusituatie; de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden; de sociale veiligheid; de externe veiligheid.
planstatus ontwerp
referentie EPE038Hogeweerd
pagina 55 van 65
Artikel 5 5.1
Wonen
Bestemmingsomschrijving
De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a.
wonen, al dan niet in combinatie met ruimte voor een aan-huis-gebonden beroep;
met daarbij behorende: b. c. d.
gebouwen; bouwwerken, geen gebouwen zijnde; werken, geen bouwwerken zijnde, en werkzaamheden, tuinen, erven, paden, water, groen- en parkeervoorzieningen.
5.2
Bouwregels
5.2.1
Hoofdgebouwen
Binnen deze bestemming mogen hoofdgebouwen ten dienste van deze bestemming worden gebouwd met inachtneming van de volgende regels: a. b. c. d. e. f.
een hoofdgebouw dient binnen een bouwvlak te worden gebouwd; ter plaatse van de aanduiding 'twee-aaneen' zijn uitsluitend twee-aaneen gebouwde woningen woningen toegestaan; ter plaatse van de aanduiding 'gestapeld' zijn uitsluitend gestapelde woningen toegestaan; de bouwhoogte mag niet meer bedragen dan is aangegeven ter plaatse van de aanduiding 'maximum bouwhoogte (m)'. de goothoogte mag niet meer bedragen dan is aangegeven ter plaatse van de aanduiding 'maximum goothoogte (m)'. het aantal wooneenheden mag niet meer bedragen dan ter plaatse van de aanduiding 'maximum aantal wooneenheden' is aangegeven.
5.2.2
Bijbehorende bouwwerken
Bijbehorende bouwwerken in de vorm van aan- en uitbouwen, erkers en bijgebouwen mogen binnen en buiten het bouwvlak worden gebouwd en voldoen aan de volgende kenmerken: a.
b.
c. d. e.
de gezamenlijke oppervlakte van bijbehorende bouwwerken mag niet meer bedragen dan 60 m2 met inachtneming van de volgende regels: 1. de gezamenlijke oppervlakte mag niet meer bedragen dan 50% van de oppervlakte van het achter de voorgevel van het woonhuis en in het verlengde daarvan gelegen bouwperceel; 2. in afwijking van vorenstaande mag de gezamenlijke oppervlakte van de aanbouwen, uitbouwen en bijgebouwen meer bedragen dan 50%, mits de gezamenlijke oppervlakte niet meer bedraagt dan 15 m2; 3. bij de berekening van de gezamenlijke oppervlakte wordt de oppervlakte van de bijbehorende bouwwerken voor zover gelegen binnen het bouwvlak tussen het verlengde van de zijgevels van het hoofdgebouw niet meegerekend; de bouwhoogte van een aangebouwd bouwwerk mag niet meer dan 3 m bedragen met dien verstande dat de bouwhoogte mag worden verhoogd tot ten hoogste 0,25 m boven de vloer van de eerste verdieping van het hoofdgebouw; de goot- en bouwhoogte van een vrijstaand bijbehorend bouwwerk mag niet meer dan respectievelijk 3 m en 5 m bedragen; de afstand van een bijbehorend bouwwerk tot de voorgevel van het hoofdgebouw en het verlengde daarvan mag niet minder dan 3 m bedragen; de afstand tot de zijdelingse perceelgrens mag niet minder dan 1 m bedragen, tenzij in de perceelgrens wordt gebouwd;
planstatus ontwerp
referentie EPE038Hogeweerd
pagina 56 van 65
f.
g.
uitsluitend uitbouwen in de vorm van erkers bij de hoofdgebouwen van de op de aangrenzende gronden gelegen woningen mogen worden gebouwd, mits: 1. de horizontale diepte maximaal 1,5 m bedraagt; 2. de diepte van de overblijvende, niet met gebouwen gronden minimaal 2,5 m bedraagt; 3. voor zover de erker wordt gebouwd tegen een gevel van het hoofdgebouw de breedte maximaal 2/3 van de breedte van die gevel bedraagt; 4. de bouwhoogte maximaal 3 m bedraagt dan wel niet meer dan de hoogte van de eerste bouwlaag van het hoofdgebouw + 0,25 m; ter plaatse van de aanduiding 'gestapeld' geldt in afwijking van het bepaalde onder a dat bijgebouwen buiten het bouwvlak mogen worden gebouwd tot een gezamenlijke maximale oppervlakte van 250 m2 en met een bouwhoogte van niet meer dan 3 m.
5.2.3
Bouwwerken, geen gebouwen zijnde
Voor een bouwwerk, geen gebouw zijnde, gelden de volgende regels: a. b.
de bouwhoogte van een overkapping mag niet meer dan 3 m bedragen; in overige gevallen mag de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde niet meer dan 2 m bedragen.
5.3
Nadere eisen
Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de plaats en de afmetingen van de bebouwing ten behoeve van: a. b. c. d. e. f. g.
het straat- en bebouwingsbeeld; een goede woonsituatie; de verkeersveiligheid; de milieusituatie; de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden; de sociale veiligheid. de externe veiligheid;
5.4
Specifieke gebruiksregels
5.4.1
Aan-huis-gebonden beroep
Een aan-huis-gebonden beroep is toegestaan, met dien verstande dat: a.
b. c. d. e.
ten hoogste 40% van de oppervlakte van de woning mag worden gebruikt ten behoeve van het aan-huis-verbonden beroep, met dien verstande dat nimmer meer dan 50 m² mag worden gebruikt ten behoeve van een aan-huis-verbonden beroep; de uitstraling als woning intact blijft; het gebruik geen nadelige gevolgen heeft voor het woon- en leefmilieu; het gebruik geen nadelige gevolgen heeft op de normale ontwikkeling van het verkeer en geen nadelige toename van de parkeerbehoefte veroorzaakt; geen detailhandel is toegestaan.
planstatus ontwerp
referentie EPE038Hogeweerd
pagina 57 van 65
Hoofdstuk 3 Algemene regels
Artikel 6
Anti-dubbeltelregel
Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
planstatus ontwerp
referentie EPE038Hogeweerd
pagina 58 van 65
Artikel 7 7.1
Algemene gebruiksregels
Strijdig gebruik
Onder een gebruik strijdig met alle bestemmingen wordt in ieder geval verstaan: a. b.
het gebruiken of het laten gebruiken van gebouwen ten behoeve van een seksinrichting; het gebruik van gronden voor de opslag van onbruikbare of althans aan hun oorspronkelijk gebruik onttrokken voertuigen, schroot, afbraak- en bouwmaterialen, vuil- en afvalstoffen, behoudens de opslag die geschiedt in het kader van het normale gebruik.
planstatus ontwerp
referentie EPE038Hogeweerd
pagina 59 van 65
Artikel 8 8.1
Algemene afwijkingsregels
Afwijkingsbevoegdheid
Het bevoegd gezag kan - tenzij op grond van hoofdstuk 2 reeds afwijking mogelijk is - bij een omgevingsvergunning afwijken van de regels voor: a.
b.
c.
d. e.
f.
g.
8.2
de bij recht in de regels gegeven maten, afmetingen, percentages tot niet meer dan 10% van die maten, afmetingen en percentages, met dien verstande dat dit niet geldt voor de bouwhoogte; de bestemmingsregels en worden toegestaan dat het beloop of het profiel van wegen of de aansluiting van wegen onderling in geringe mate wordt aangepast, indien de verkeersveiligheid en/of -intensiteit daartoe aanleiding geven; de bestemmingsregels met het oog op de aanpassing aan de werkelijke afmetingen van het terrein mits de structuur van het plan niet wordt aangetast en de afwijking gewenst en noodzakelijk wordt geacht voor de juiste verwezenlijking van het plan; de bestemmingsregels ten aanzien van de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde en toestaan dat de bouwhoogte wordt vergroot tot niet meer dan 10 m; de bestemmingsregels ten aanzien van de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde en toestaan dat de bouwhoogte van kunstwerken en van zend-, ontvang- en/of sirenemasten wordt vergroot tot niet meer dan 40 m; de bestemmingsregels en worden toegestaan dat de grenzen van het bouwvlak naar de buitenzijde worden overschreden door: 1. plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen en schoorstenen; 2. gevel- en kroonlijsten en overstekende daken; 3.
(hoek)erkers over maximaal de halve gevelbreedte, ingangspartijen, luifels, balkons en galerijen, mits de bouwvlakgrens met niet meer dan 1,50 m wordt overschreden; 4. het bepaalde over de afstand van uitbouwen tot aan de voorgevel en het verlengde daarvan voor het bouwen van (hoek)erkers, mits de diepte van de (hoek-)erker, gemeten uit de zijgevel, niet meer bedraagt dan 1,50 m; het bepaalde ten aanzien van de maximum bouwhoogte van gebouwen en worden toegestaan dat de bouwhoogte van de gebouwen wordt vergroot ten behoeve van plaatselijke verhogingen, zoals schoorstenen, luchtkokers, liftkokers en lichtkappen. Afwegingskader
Een in lid 8.1 genoemde omgevingsvergunning kan worden verleend indien geen onevenredige aantasting plaatsvindt van: a. b. c. d. e. f. g.
het straat- en bebouwingsbeeld; een goede woonsituatie; de verkeersveiligheid; de milieusituatie; de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden; de sociale veiligheid; de externe veiligheid.
planstatus ontwerp
referentie EPE038Hogeweerd
pagina 60 van 65
Artikel 9 9.1
Algemene procedureregels
Nadere eisen
Voor een besluit tot het stellen van een nadere eis geldt de volgende voorbereidingsprocedure: a. b. c. d.
een ontwerpbesluit ligt, met bijhorende stukken, gedurende twee weken ter inzage; de terinzagelegging wordt vooraf bekend gemaakt in één of meer dag-, nieuws of huis-aan-huisbladen of op een andere geschikte wijze; de bekendmaking houdt mededeling in van de bevoegdheid voor belanghebbenden tot het naar voren brengen van zienswijzen gedurende de onder a genoemde termijn; burgemeester en wethouders delen aan hen die zienswijzen naar voren hebben gebracht de beslissing daaromtrent mede.
planstatus ontwerp
referentie EPE038Hogeweerd
pagina 61 van 65
Artikel 10 10.1
Overige regels
Werking wettelijke regelingen
De wettelijke regelingen waarnaar in de regels van dit plan wordt verwezen, gelden zoals deze luiden op het moment van vaststelling van het plan. 10.2
Parkeernormen
10.2.1
Parkeernormen
a.
b.
Een omgevingsvergunning voor het bouwen en / of een omgevingsvergunning voor een wijziging van het gebruik kan pas worden verleend als is verzekerd dat op eigen terrein wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid voor motorvoertuigen. De parkeerbehoefte wordt berekend op basis van de parkeernormen en berekeningsmethode, nota parkeernormen 2018 gemeente Epe. indien gedurende de planperiode een nieuwe versie van de onder 10.2.1 a. bedoelde Nota parkeernormen wordt vastgesteld, wordt deze nieuwe versie in acht genomen.
Het aanleggen en / of instandhouden van voornoemde parkeergelegenheid geldt als een voorwaardelijke verplichting in de zin van de Wet ruimtelijke ordening. 10.2.2
Laden en lossen
Indien de bestemming van een bouwwerk of een terrein aanleiding geeft tot een te verwachten behoefte aan ruimte voor het laden of lossen van goederen met bijbehorende voorzieningen, moet, bij het verlenen van een omgevingsvergunning voor het bouwen en/of een omgevingsvergunning voor een wijziging van het gebruik, zijn verzekerd dat op eigen terrein wordt voorzien in voldoende ruimte voor het laden en lossen met bijbehorende voorzieningen. Het aanleggen en / of instandhouden van voornoemde ruimte, met bijhorende voorzieningen, geldt als een voorwaardelijke verplichting in de zin van de Wet ruimtelijke ordening. 10.2.3
Afwijken
Burgemeester en wethouders kunnen met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 10.2.1 en artikel 10.2.2 indien: a.
b.
het voldoen aan die bepalingen gezien het gebruik en/of het bouwplan van het betreffende plangebied, mede gezien de omgeving, niet noodzakelijk is en/of op overwegende bezwaren stuit, en / of; op andere wijze of op een andere locatie wordt voorzien in de parkeerbehoefte.
10.2.4
Nadere eisen
Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aanvullend aan het bepaalde in artikel 10.2.1 en 10.2.2 ten behoeve van het verhogen van de parkeernormen en / of het aanleggen van voorzieningen voor het laden en lossen indien dat nodig is gelet op het gebruik en / of het bouwplan waarbij het (functioneren van) de omgeving mede betrokken wordt. Het besluit tot het stellen van de nadere eis moet worden voorzien van een motivering waaruit in ieder blijkt dat de eis noodzakelijk is om de ruimtelijke kwaliteit te borgen. Een nadere eis kan tevens gesteld worden bij die (bouw)plannen waarvan de functie niet genoemd wordt in de tabel met parkeernormen zoals opgenomen in het geldende gemeentelijke parkeerbeleid.
planstatus ontwerp
referentie EPE038Hogeweerd
pagina 62 van 65
Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels
Artikel 11 11.1
Overgangsrecht
Bouwwerken
Voor bouwwerken luidt het overgangsrecht als volgt: a.
b.
c.
11.2
een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot: 1. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; 2. na het tenietgaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is tenietgegaan; het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van dit lid onder a een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in dit lid onder a met maximaal 10%; dit lid onder a is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan Gebruik
Voor gebruik luidt het overgangsrecht als volgt: a. b.
c.
d.
het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet; het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in dit lid onder a, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind; indien het gebruik, bedoeld in dit lid onder a, na het tijdstip van de inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten; dit lid onder a is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan.
planstatus ontwerp
referentie EPE038Hogeweerd
pagina 63 van 65
Artikel 12
Slotregel
Deze regels worden aangehaald als: Regels van het bestemmingsplan 'Voormalige Hogeweerdschool Epe'.
planstatus ontwerp
referentie EPE038Hogeweerd
pagina 64 van 65
Verbeelding
planstatus ontwerp
referentie EPE038Hogeweerd
pagina 65 van 65
9 7 5 3 1
6600
47
6601
45
6602 8596
6603 6604
5770
5764
Legenda
5652 5653 5654 5655 5656 5657 5658
8614 56595660 5661 5662 5663
39 41 43 45 47 49 51 53
55 57 59 61 63
5651
44
Plangebied
Hoge Hagt
Enkelbestemmingen
43 8862
39
52
50
7401
54
56
5925
35
5924
5923
20-34 12 7402
7563
7564
7567
7363
7568
5926
27
5927
25
W 4
[tae]
6
G
890
25 5962 5965 5963
23
11
21
11
Verkeer - Verblijfsgebied
W
Wonen
5564
Bouwvlakken
5575 5566
bouwvlak
5567
Bouwaanduidingen
21
5930
19
5931
17
40
15
38
5583
36
5584
13
34
5585
11
32
5586
9
30
5587
5932
5933 5961
Groen
V-VB
42
Scherpe Egtel 5582
7569
[gs]
5568
5565
5929
V-VB
W
5960
8891
5563
44
3,5
7403 7404
42-52
50
46
23
5928
48/G01 48/G02 48/G03
5562
48
7566
7565
50T
52
Zaailand
6688
8737
54
54
62
60
58
8861
37
0-40 5955
G
5561
41
5934
24
19
gestapeld
[tae]
twee-aaneen
5589
Maatvoeringen 5596
24 3,5
28
5935
[gs]
17
8
5588
maximum aantal wooneenheden maximum goothoogte (m) maximum bouwhoogte (m)
5964
3
22/II 12
pe
14
5754
16
18
5756
/I
20
22
5757 5118
49
22
47
7298
4312
7133
7183
6239
26
19
5718
5117
10
5758
16
6351
8
5116
6
8382 8383 8384
4898
26
25 5720
23
8385 5721
19
Voormalige Hogeweerdschool Epe
17
5724 5725
Gemeente Epe
13
43
7246
Of
fic ie
4632
10
8
11
5727
6135
9
6133
7
Datum:
MGS
23-02-2021
Formaat:
Schaal:
A3
1:1000
NL.IMRO.0232.EPE038Hogeweerd-OBP1
5726
12
Get.:
Tekeningnummer:
15
7008
5714
14
4987
Bestemmingsplan:
21
5723
7134
24
27
5719
5722
28 Bloemstraat
6238
20 18 16 14
5717
12
21 4310
24
20 18
4311
24 22
6184
6121
22
6185
rg
10
5716
26
Tip
an d
5966
de
Za ail
8
6122
5938
Status: ontwerp
Noordpijl