348922 Bijlagen toelichting Bijlage 9 Besluit vormvrije m.e.r.-beoordeling
Tekst van het document
Wet milieubeheer Besluit vormvrije m.e.r.-beoordeling
Beslissing van burgemeester en wethouders van Epe om te beoordelen of bij de voorbereiding van het bestemmingplan ‘voormalig Hoge Weerd school’, als bedoeld in artikel 3.1, lid 1 van de Wet ruimtelijke ordening, vanwege de belangrijke nadelige gevolgen die de activiteiten voor het milieu kunnen hebben, een MER moet worden gemaakt. Het plan betreft een woningbouwproject aan de Hoge Weerd te Epe, kadastraal bekend gemeente Epe en Oene, sectie U, nummer 7569.
Datum beschikking: 22 juni 2021
*MER: milieueffectrapport Zaakdossier: OVIJ2021OAB00055
Besluit 1.
Onderwerp
Burgemeester en wethouders van Epe hebben het voornemen een nieuw bestemmingplan vast te stellen voor het terrein van de voormalige Hoge Weerd school te Epe. In dit plan worden nieuwe ontwikkelingen mogelijk gemaakt die mogelijk nadelige gevolgen hebben voor het milieu. Het plan bestaat uit het realiseren 24 sociale huurwoningen/appartementen en 4 twee-onder-één-kap-woningen. Bij de voorbereiding van dit plan dient een vormvrije m.e.r.-beoordeling te worden uitgevoerd. In dit besluit wordt beoordeeld of voor het plan, vanwege het mogelijk maken van activiteiten met mogelijke belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu, een MER moet worden gemaakt. Het plan betreft een woningbouwproject op de hoek de van de Hoge Weerd en de Tippe te Epe, kadastraal bekend gemeente Epe en Oene, sectie U, nummer 7569.
2.
Verzoek
3.
Procedure
4.
Bevoegd gezag
5.
Besluit
Het verzoek om een besluit te nemen op de vormvrije m.e.r.-beoordeling voorafgaand aan de bestemmingsplanprocedure ‘voormalig Hoge Weerd school’ bestaat uit: - begeleidende e-mail d.d. 9 juni 2021 (verzoek vormvrije m.e.r. beoordelingsbesluit); -Aanmeldnotitie ‘Bestemmingsplannen Hoge Weerd en Ibbeltje te Epe’, d.d. 7 juni 2021 met kenmerk 203902.
De besluitvormingsprocedure is uitgevoerd overeenkomstig het bepaalde in artikel 7.19 Wet milieubeheer juncto artikel 2, lid 5 van het Besluit milieueffectrapportage van de Wet milieubeheer. Burgemeester en wethouders van Epe hebben de bevoegdheid om besluiten op grond van de Wet milieubeheer te nemen overgedragen aan Omgevingsdienst Veluwe IJssel. Hieraan ligt het Mandaatbesluit Omgevingsdienst Veluwe IJssel d.d. 24 juni 2014 ten grondslag. Burgemeesters en wethouders van Epe besluiten dat bij de voorbereiding van het plan ‘voormalig Hoge Weerd school’, als bedoeld in artikel 3.1, lid 1 de Wet ruimtelijke ordening voor het realiseren 24 sociale huurwoningen/appartementen en 4 twee-onder-één-kap-woningen, vanwege het ontbreken van belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu, geen MER hoeft te worden opgesteld. 2
Zaakdossier: OVIJ2021OAB00055
6.
Ondertekening
Het college van burgemeester en wethouders van Epe, namens deze,
mw. A.C.J.M. Obdam - Fransen manager Ontwikkeling Omgevingsdienst Veluwe IJssel
7.
Rechtsmiddelen
Dit besluit wordt aangemerkt als een voorbereidingsbesluit als bedoeld in artikel 6:3 van de Algemene wet bestuursrecht. Dit besluit is niet vatbaar voor bezwaar of beroep, tenzij deze beslissing de belanghebbende los van het voor te bereiden besluit rechtstreeks in zijn belang treft. Wel kan een ieder gebruik maken van het rechtsmiddel dat geboden wordt in het kader van de procedure voor het vaststellen van het plan ingevolge de Wet ruimtelijke ordening. Dit houdt in dat het vaststellen van het plan wel vatbaar is voor bezwaar en beroep.
Dit besluit hoeft niet gepubliceerd te worden.
3 Zaakdossier: OVIJ2021OAB00055
Procedurele overwegingen 8.
Besluit Milieueffectrapportage
De milieueffectrapportage (MER) is wettelijk verankerd in hoofdstuk 7 van de Wet milieubeheer (Wm). Op grond van artikel 7.2 zijn bij algemene maatregel van bestuur activiteiten aangewezen die belangrijke gevolgen voor het milieu hebben (m.e.r.-plichtige activiteiten) en activiteiten aangewezen ten aanzien waarvan het bevoegd gezag moet beoordelen of zij belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kunnen hebben (m.e.r.-beoordelingsplichtige activiteiten). M.e.r.-plichtige activiteiten zijn, met bijbehorende drempelwaarden, opgenomen in onderdeel C van de bijlage bij het Besluit milieueffectrapportage (Besluit mer). M.e.r.-beoordelingsplichtige activiteiten en bijbehorende drempelwaarden zijn benoemd in onderdeel D van de bijlage van het Besluit mer. Een bestemmingsplan kan op drie manieren in aanmerking komen voor een (vormvrije) m.e.r.-beoordeling danwel directe m.e.r. plicht: - Er ontstaat een m.e.r.-plicht indien een passende beoordeling op basis van artikel 2.8, lid 1 van de Wet natuurbescherming nodig is; - Er ontstaat een m.e.r.-plicht voor activiteiten en gevallen benoemd in de onderdelen C en D van de bijlage bij het Besluit mer, in die gevallen waar het bestemmingsplan is genoemd in kolom 3 (plannen) van deze bijlage én er voldaan wordt aan de voorwaarden in kolom 2.
Wanneer niet voldaan wordt aan de voorwaarden in kolom 2 van onderdeel D van het besluit geldt een m.e.r.-beoordelingsplicht; - Er ontstaat een (vormvrije) m.e.r.-beoordelingsplicht voor activiteiten en gevallen benoemd in de onderdelen C en D van de bijlage bij het Besluit mer, in die gevallen waar het bestemmingsplan genoemd is in kolom 4 (besluiten) van deze bijlage. Deze beoordelingsplicht geldt ongeacht of er voldaan is aan de voorwaarden genoemd in kolom 2 van de bijlage. Wanneer een bestemmingsplan genoemd wordt in kolom 3 én kolom 4 in de onderdelen C en D van de bijlage van het Besluit mer, moet worden bepaald of er na vaststelling van het plan nog een besluit nodig is om de activiteiten te kunnen realiseren. Wanneer dit wel het geval is, is sprake van een kaderstellend plan en dus een plan in de zin van kolom 3 van de bijlage van het Besluit mer. Wanneer dit niet het geval is, dan is er sprake van een besluit in de zin van kolom 4 van de bijlage van het Besluit mer.
9.
Voorgenomen activiteiten
Onderhavig plan heeft betrekking op de activiteiten genoemd in de bijlage behorende bij het Besluit m.e.r. onderdeel D categorie 11.2 ‘De aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen’. De in kolom 2 genoemde drempelwaarden worden niet overschreden. Het bestemmingsplan wordt genoemd in zowel kolom 3 4
Zaakdossier: OVIJ2021OAB00055
als kolom 4. Er is een aanvullend besluit nodig is om na vaststelling van het bestemmingsplan de activiteiten te realiseren. Er is daarom sprake van een kaderstellend plan in de zin van kolom 3 van de bijlage.
10.
Procedure
Ingevolge artikel 7.19, eerste lid, van de Wm moet het bevoegd gezag, wanneer het zelf initiatiefnemer is van activiteiten waarvan op grond van artikel 7.2 lid 2 onder b van die wet moet worden beoordeeld of deze activiteiten nadelige gevolgen hebben voor het milieu, in een zo vroeg mogelijk stadium besluiten of voor de activiteit, gelet op de belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu, een milieueffectrapport moet worden opgesteld. Met de wijziging van het Besluit m.e.r. op 7 juli 2017 is de procedure voor de formele m.e.r.-beoordeling en de vormvrije m.e.r.-beoordeling grotendeels gelijkgetrokken. Van het besluit met betrekking tot de vormvrije m.e.r.-beoordeling hoeft echter geen kennisgeving gedaan te worden.
5 Zaakdossier: OVIJ2021OAB00055
Inhoudelijke overwegingen 11.
Toets
11.1
De kenmerken van het project
Wij hebben getoetst of voor het project een milieueffectrapport moet worden gemaakt. Deze toets is overeenkomstig artikel 7.19, lid 1 jo. 7.17 lid 2 t/m 4 van de Wm uitgevoerd op grond van de in bijlage III van de m.e.r.-richtlijn opgenomen criteria. De toetsing is hieronder uitgewerkt
Bij de kenmerken van het project zijn de volgende criteria in ogenschouw genomen: de omvang en het ontwerp van het gehele project; de cumulatie met andere bestaande en/of goedgekeurde projecten; het gebruik van natuurlijke hulpbronnen, met name land, bodem, water en biodiversiteit; de productie van afvalstoffen, verontreiniging en hinder; het risico van ongevallen en/of rampen die relevant zijn voor het project in kwestie, waaronder rampen die worden veroorzaakt door klimaatverandering, in overeenstemming met wetenschappelijke kennis; de risico’s voor de menselijke gezondheid. 11.1.1 Overwegingen Omvang van het project Het totale plangebied is circa 6.102 m² groot. Binnen het plangebied wordt in totaal 4 grondgebonden woningen en een appartementencomplex voor 24 sociale huur appartementen gerealiseerd. Tevens worden er 42 parkeerplaatsen aangelegd. Cumulatie Het plangebied maakt geen deel uit van een grotere ontwikkeling. Wel vindt op het naastgelegen perceel een transformatie plaats van schoolgebouw naar 3 woonappartementen. Er is echter geen sprake van relevante cumulatie met andere plannen of projecten. Gebruik van natuurlijke hulpbronnen Natuurlijke hulpbronnen zijn alle in de natuur aanwezige stoffen die van economisch nut kunnen zijn.
Naast natuurlijke grondstoffen, die in productieprocessen gebruikt worden, maken hulpbronnen (economische) activiteiten mogelijk (deze worden daarbij niet verbruikt). De toetsing blijft beperkt tot het gebruik van natuurlijke hulpbronnen die binnen dan wel in de directe nabijheid van het projectgebied voorkomen. Tijdens de realisatie van de beoogde nieuwbouw wordt tijdelijk gebruik gemaakt van brandstof, elektriciteit, eventueel spoelwater en eventueel grond bij de graafwerkzaamheden. In het geheel legt het project geen bijzonder beslag op natuurlijke hulpbronnen. 6
Zaakdossier: OVIJ2021OAB00055
Productie van afvalstoffen, verontreiniging en hinder Er is als gevolg van de gewenste activiteit niet in het bijzonder sprake van productie van afvalstoffen of verontreiniging en hinder. Er is alleen sprake van huishoudelijke afvalstoffen die gescheiden zullen worden aangeboden. De nieuwe woningen hebben een beperkte verkeer aantrekkende werking. Er zijn om die redenen geen of zeer beperkte mogelijke effecten van geluid en lucht. Risico op rampen, ongevallen, risico’s voor de menselijke gezondheid Het plan vormt in algemene zin geen bijzonder risico voor de omgeving. Het project brengt geen wezenlijke risico’s met zich mee. 11.1.2 Afweging: kenmerken van het project Gelet op vorengaande zijn wij van mening dat er voor wat betreft de kenmerken van het project geen belangrijke nadelige gevolgen zijn te verwachten die noodzaken tot het opstellen van een milieueffectrapport.
11.2
De locatie van het project
Bij de plaats van het project wordt het volgende in overweging genomen: het bestaande grondgebruik; de relatieve rijkdom aan alsmede de kwaliteit en het regeneratievermogen van de natuurlijke hulpbronnen van het gebied; het opnamevermogen van het natuurlijk milieu, met speciale aandacht voor de typen aangewezen in de m.e.r.-richtlijn. 11.2.1 Overwegingen Bestaand grondgebruik Het plangebied ligt binnen de bebouwde kom van Epe. Het betreft een voormalige schoollocatie met een schoolgebouw en buitenspeelterrein. Het schoolgebouw is enkele jaren geleden gesloopt. De grond heeft momenteel geen functie. Relatieve rijkdom van het gebied Het plangebied ligt binnen en betreft bestaand stedelijk gebied. Er is geen sprake van specifieke landschappelijke waarden ter plekke. Het plangebied bestaat uit grasland en enkele bomen. Ten behoeve van de ontwikkeling is een Bomen Effect Analyse uitgevoerd en worden er bomen gekapt om de ontwikkeling mogelijk te maken. Het gebied is niet geschikt voor beschermde flora en fauna. Opnamevermogen van het natuurlijk milieu Het opnamevermogen van het natuurlijke milieu heeft te maken met de gevoeligheid van gebieden voor ontwikkelingen. Er moet getoetst worden aan de volgende gebieden zoals gedefinieerd in bijlage III van de EU-Richtlijn:
7 Zaakdossier: OVIJ2021OAB00055
wetlands kustgebieden berg- en bosgebieden reservaten en natuurparken gebieden die in de wetgeving van lidstaten zijn aangeduid of door die wetgeving worden beschermd; Natura 2000-gebieden aangewezen volgens Richtlijn 2009/147/EG (= Vogelrichtlijn) en Richtlijn 92/43/EEG (=Habitatrichtlijn) gebieden waar de milieukwaliteitsnormen al niet worden nagekomen gebieden met een hoge bevolkingsdichtheid landschappen van historisch, cultureel of archeologisch belang
Het plangebied maakt geen deel uit van een natuur- of groengebied met een beschermde status. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied is de Veluwe, gelegen op 275 meter afstand ten noorden van het plangebied. Het gebied is aangewezen als Natura 2000 gebied. Andere Natura 2000-gebieden liggen op grotere afstand (meer dan 10 km) van het plangebied. Als onderdeel van het bestemmingsplan is een Aerius-berekening aangeleverd. Uit deze berekening blijkt dat er in de gebruiksfase geen sprake is van een toename aan stikstofdepositie van meer dan 0,00 mol N/ha/jr. De effecten op het Natura 2000 gebied is niet van significant aard. Een passende beoordeling, en daarmee een planMER, is hierdoor niet nodig. Voor het bestemmingsplan is een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek en aanvullend een proefsleuvenonderzoek uitgevoerd. Op basis hiervan is het plangebied vrijgeven voor wat betreft archeologie. Er is op de planlocatie geen sprake van een ander gebied zoals hierboven genoemd.
11.2.2 Afweging locatie van het project
Gelet op vorengaande zijn wij van mening dat er voor wat betreft de locatie van het project geen belangrijke nadelige gevolgen zijn te verwachten die noodzaken tot het opstellen van een milieueffectrapport.
11.3 De soort en kenmerken van het potentiële effect
Bij de soort en kenmerken van het potentiële effect moet in aanmerking worden genomen, in samenhang met de onder de punten 1 en 2 uiteengezette criteria en met inachtneming van: de orde van grootte en het ruimtelijk bereik van de effecten; de aard van het effect; het grensoverschrijdend karakter van het effect; de waarschijnlijkheid van het effect; de verwachte aanvang, de duur, de frequentie en de omkeerbaarheid van het effect;
8 Zaakdossier: OVIJ2021OAB00055
-
de cumulatie van effecten van andere bestaande en/of goedgekeurde projecten; de mogelijkheid om de effecten doeltreffend te verminderen.
11.3.1 Overwegingen Ruimtelijk bereik van de effecten Het plan leidt tot een toename van verkeersbewegingen door de toename van woningen in het gebied. Het ruimtelijk bereik is echter zeer beperkt door de goede ontsluiting op het omliggende wegennet. Aard van het effect Het plan kan gezien de verkeer aantrekkende werking leiden tot negatieve effecten op het gebied van de doorstroming en de veiligheid van het verkeer in de directe omgeving. Deze verkeer aantrekkende werking kan ook leiden tot een toename van geluidshinder en een verslechtering van de luchtkwaliteit ter plaatse. Voor het bestemmingsplan is onderzoek gedaan naar de effecten op de geluidsluchtkwaliteit. Er wordt geconcludeerd dat het plan niet leidt tot negatieve milieueffecten op het gebied van zowel de geluids- als de luchtkwaliteit alsmede de verkeersveiligheid. Grensoverschrijdend karakter van het effect Er is geen sprake van een grensoverschrijdend effect. Waarschijnlijkheid van het effect In de onderzoeken voor het bestemmingsplan is van een ‘worst-case scenario’ uitgegaan. De waarschijnlijkheid van het effect zal minder zijn dan uit de onderzoeken naar voren komt. Aanvang, duur, frequentie en omkeerbaarheid van het effect Na realisatie van het plan zullen de bovengenoemde effecten aanvangen. De effecten zullen permanent zijn.
Cumulatie met andere projecten Er is geen sprake van cumulatie met andere projecten. Mogelijkheid tot mitigatie Er zijn geen belangrijke nadelige effecten te verwachten, daarom hoeft dit aspect niet beschreven te worden.
9 Zaakdossier: OVIJ2021OAB00055
11.3.2 Afweging soorten en kenmerken van het potentiële project
Gelet op vorengaande zijn wij van mening dat er voor wat betreft de soort en kenmerken van het project geen belangrijke nadelige gevolgen zijn te verwachten die noodzaken tot het opstellen van een milieueffectrapport.
12.
CONCLUSIE Op basis van bovengenoemde kenmerken en locatie van het project en de kenmerken van de potentiële effect van het project is vastgesteld dat er geen sprake is van belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu enkel beperkte gevolgen. Het opstellen van een MER is niet nodig.
10 Zaakdossier: OVIJ2021OAB00055