CConstaterende datEpe
Koppel je AI →
Document · PDF

348922 Bijlagen toelichting Bijlage 8 Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling

Gemeenteraad 9 december 2021, gemeente EpeBij agendapunt: Vaststelling bestemmingsplan Voormalige Hogeweerdschool Epe4.249 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Niet gevonden in dit document.

Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.beoordeling Voormalige Hogeweerdschool Epe

datum projectnummer

7 juni 2021 203902

Aveco de Bondt BV Burgemeester van der Borchstraat 2, 7451 CH Holten Postbus 64, 7450 AB Holten T +31 548 85 33 33 www.avecodebondt.nl

Aanmeldnotitie m.e.r.-beoordeling project projectnummer

Bestemmingsplannen Hoge Weerd en Ibbeltje te Epe 203902

projectleider

Rianne Arendsen

opdrachtgever

Gemeente Epe

status

Definitief

versie

1

auteur

Rianne Arendsen

datum referentie

7 juni 2021 203902_R_RAN03_1939

paraaf gecontroleerd

Juul Osinga

P3

Inhoudsopgave

datum referentie

1 1.1 1.2 1.3

Inleiding Aanleiding Toetsingskader Leeswijzer

5 5 5 5

2 2.1 2.2 2.3

Kenmerken project Projectbeschrijving Huidige situatie Beoogde situatie

6 6 7 8

3 3.1 3.2

Procedurele en inhoudelijke aspecten (vormvrije) m.e.r. beoordeling 9 Wet- en regelgeving 9 Procedure en betrokken partijen 11

4 4.1 4.2 4.3

Vormvrije m.e.r.-beoordeling De plaats en kenmerken van het project Kenmerken van het potentiële effect Samenvatting milieueffecten

12 12 15 18

5 5.1 5.2

Beoordeling van de effecten en conclusies Conclusie t.a.v. mogelijke aanzienlijke milieueffecten Conclusie (vormvrije) m.e.r.-beoordeling

19 19 19

7 juni 2021 203902_R_RAN03_1939

1

Inleiding

1.1 Aanleiding Op de voormalige schoollocatie aan de Hoge Weerd te Epe zijn 24 sociale huurwoningen/appartementen en 4 twee-onder-één-kap-woningen beoogd. De voorgenomen ontwikkeling is op grond van het vigerende bestemmingsplan 'Epe Noord' niet toegestaan. Voor dit plan is momenteel een bestemmingsplan in voorbereiding, wat het juridisch-planologische kader vormt voor de voorgenomen ontwikkeling. In deze notitie is de toetsing aan het Besluit milieueffectrapportage (m.e.r.) opgenomen. Het Besluit m.e.r. is essentieel om te kunnen bepalen of bij de voorbereiding van een plan of een besluit een m.e.r.-procedure moet worden doorlopen. 1.2 Toetsingskader In het Besluit m.e.r. is aangegeven welke activiteiten wanneer m.e.r.-plichtig of m.e.r.beoordelingsplichtig zijn. Deze aanmeldnotitie betreft de m.e.r.-beoordeling op basis waarvan het bevoegd gezag (de gemeente Epe) kan besluiten of het mogelijk maken van de voorgenomen ontwikkeling al dan niet leidt tot belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu die noodzaken tot het doorlopen van een m.e.r.-procedure (waaronder het opstellen van een milieueffectrapportage). Onderhavige rapportage betreft de aanmeldnotitie m.e.r.-beoordeling op basis waarvan het bevoegd gezag dat besluit kan nemen. 1.3 Leeswijzer In hoofdstuk 2 worden de kenmerken van het project beschreven.

In hoofdstuk 3 wordt in gegaan op de huidige wet- en regelgeving omtrent milieueffectrapportages. Vervolgens wordt het beoogde plan getoetst aan deze wetgeving. Hoofdstuk 4 bevat de (vormvrije) m.e.r.beoordeling. In hoofdstuk 5 worden de conclusies van de (vormvrije) m.e.r.-beoordeling verwoord in een advies aan het bevoegd gezag.

datum referentie

7 juni 2021 203902_R_RAN03_1939

P5

2

Kenmerken project

2.1 Projectbeschrijving Het planvoornemen bestaat uit het slopen van de bestaande bebouwing en hiervoor in de plaats een appartementencomplex met 24 sociale huurwoningen en 4 twee-onder-één-kap woningen te realiseren. Het plangebied betreft de voormalige schoollocatie 'De Hogeweerdschool Epe' en is gelegen aan de Hoge Weerd in Epe. Figuur 2.1 toont de ligging en globale begrenzing van het plangebied.

Figuur 2.1 globale begrenzing

datum referentie

7 juni 2021 203902_R_RAN03_1939

P6

2.2 Huidige situatie In de onderstaande figuur is een recente luchtfoto van het plangebied weergegeven.

Figuur 2.2: Luchtfoto plangebied

Het plangebied is gesitueerd in de wijk Hoge Weerd in Epe op de hoek van de Hoge Weerd en de Tippe. Op dit moment betreft het plangebied een braakliggend terrein. Binnen het plangebied was voorheen basisschool De Hoogeweerdschool gevestigd, welke recentelijk is gesloopt. Het plangebied wordt omgeven door woningen en een aantal voorzieningen, waaronder een supermarkt.

datum referentie

7 juni 2021 203902_R_RAN03_1939

P7

2.3 Beoogde situatie De beoogde situatie van het plangebied is weergegeven in figuur 2.3. Het planvoornemen bestaat uit het realiseren van een appartementencomplex met 24 sociale huurwoningen en 4 twee-onder-één-kap woningen. Het appartementencomplex zal worden gerealiseerd aan de zuidwestzijde van het plangebied en bestaat uit drie bouwlagen. De twee-onder-één-kap woningen worden in de noordoostelijke hoek van het plangebied gerealiseerd en bestaan uit twee bouwlagen. Te midden van het appartementencomplex en de woningen wordt parkeerruimte en groen gerealiseerd. Het geheel wordt ontsloten middels een toegangsweg naar de Tippe.

Figuur 2.3: beoogde situatie

datum referentie

7 juni 2021 203902_R_RAN03_1939

P8

3

Procedurele en inhoudelijke aspecten (vormvrije) m.e.r. beoordeling

3.1 Wet- en regelgeving De m.e.r.-procedure is bedoeld om het milieubelang volwaardig en vroegtijdig in plan- en besluitvorming in te brengen, om zo belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu te voorkomen. Een m.e.r. is altijd gekoppeld aan een plan of besluit, bijvoorbeeld een structuurvisie, bestemmingsplan of omgevingsvergunning. De wettelijke eisen ten aanzien van de m.e.r. zijn vastgelegd in de Wet Milieubeheer en in het Besluit m.e.r. Voor plannen en besluiten die belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu (kunnen) hebben wordt de m.e.r.-toets doorlopen. Er zijn drie gradaties in de zwaarte van de m.e.r.-toets. Figuur 3.1 geeft schematisch twee drempelwaarden weer die van belang zijn waarmee wordt beoordeeld of sprake is van: • een directe m.e.r.-plicht of; • een (formele) m.e.r.-beoordelingsplicht of; • een (vormvrije) m.e.r.-beoordelingsplicht.

Figuur 3.1: Schema m.e.r.-toets

Onderstaand zijn deze drie vormen nader toegelicht: • m.e.r-plicht: voor activiteiten die zijn opgenomen op de C-lijst van het Besluit m.e.r. en de drempelwaarde daarvan overschrijden geldt de directe m.e.r.-plicht. Naast de C-lijst zijn ook plannen waarvoor een passende beoordeling opgesteld moet worden m.e.r.-plichtig en kunnen provincies in een provinciale verordening m.e.r.-plichtige activiteiten aanwijzen. Voor deze activiteiten moet een milieueffectrapportage worden opgesteld om de milieugevolgen van de activiteit op de leefomgeving in beeld te brengen zodat het bevoegd gezag in staat wordt gesteld om de milieugevolgen bij haar afwegingen te betrekken. Voor een zorgvuldige afweging bevat het rapport bovendien alternatieve oplossingen met bijbehorende milieueffecten. • m.e.r.-beoordelingsplicht of plan-m.e.r.: voor activiteiten die zijn opgenomen op de D-lijst van het Besluit m.e.r. en de drempelwaarde overschrijden geldt de (formele) m.e.r. beoordelingsplicht. Indien de activiteit waarvan de drempelwaarde op de D-lijst wordt overschreden mogelijk wordt gemaakt door middel van een plan (kolom 3), dan geldt altijd en direct de plan-m.e.r. • vormvrije m.e.r.-beoordeling: voor activiteiten die zijn opgenomen op de D-lijst van het Besluit m.e.r. maar niet de drempelwaarde overschrijden geldt de (vormvrije) m.e.r. beoordelingsplicht.

De procedure en inhoud van de ‘vormvrije’ versie is nagenoeg gelijk aan datum referentie

7 juni 2021 203902_R_RAN03_1939

P9

de (formele) m.e.r.-beoordeling. Dat betekent dat voorafgaand aan de activiteit een besluit genomen moet worden of het doorlopen van een m.e.r.-procedure (opstellen milieueffectrapportage) al dan niet noodzakelijk is. Dit besluit moet worden onderbouwd door middel van een (vormvrije) m.e.r.-beoordeling die aantoont dat de activiteit geen belangrijke nadelige gevolgen kan hebben voor het milieu c.q. leefomgeving. De inhoud van de beoordeling dient te voldoen aan de criteria zoals opgenomen in ‘bijlage III van de Europese MER richtlijn’. Toetsing aan de m.e.r.-verplichtingen Er is bij de voorgenomen ontwikkeling geen sprake van een directe m.e.r.-plicht; de voorgenomen activiteiten zijn niet opgenomen op de C-lijst, er hoeft geen passende beoordeling opgesteld te worden en de provincie heeft geen m.e.r.-plichtige activiteiten aangewezen. Er is geen sprake van een directe m.e.r.-plicht, maar mogelijk wel van een vormvrije of formele m.e.r.-beoordelingsplicht. Hiervoor is de D-lijst van het Besluit m.e.r. het toetsingskader. Toetsing aan D-lijst De voorgenomen ontwikkeling betreft de realisatie van 24 appartementen en 4 grondgebonden woningen. Deze activiteit valt in kolom 1, onderdeel D11.2: De aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen.

In de onderstaande tabel is de volledige tabel behorend bij dit onderdeel uit het Besluit MER overgenomen. Tabel 1: D-lijst, bijlage, besluit Milieueffectrapportage Kolom 1

Kolom 2

Kolom 3

Kolom 4

Activiteiten

Gevallen

Plannen

Besluiten

D11.

De aanleg,

In gevallen waarin de

De structuurvisie,

De vaststelling van het

2

wijziging of

activiteit betrekking heeft op:

bedoeld in de

plan, bedoeld in artikel

uitbreiding van

1°. een oppervlakte van 100

artikelen 2.1, 2.2 en

3.6, eerste lid,

een stedelijk

hectare of meer,

2.3 van de Wet

onderdelen a en b, van

ontwikkelingsproj

2°. een aaneengesloten

ruimtelijke

de Wet ruimtelijke

ect met inbegrip

gebied en 2000 of meer

ordening, en het

ordening dan wel bij het

van de bouw van

woningen omvat, of

plan, bedoeld in

ontbreken daarvan van

winkelcentra of

3°. een

artikel 3.1, eerste

het plan, bedoeld in

parkeerterreinen.

bedrijfsvloeroppervlakte van

lid, van die wet.

artikel 3.1, eerste lid, van

200.000 m2 of meer.

die wet.

Het te nemen besluit (het bestemmingsplan) komt voor in zowel kolom 3 als 4. Omdat ten behoeve van de voorgenomen ontwikkeling na vaststelling van het bestemmingsplan geen andere besluiten meer worden genomen die voorkomen in kolom 4 van de D-lijst, is het bestemmingsplan te beschouwen als een 'besluit' in de zin van het Besluit m.e.r.. De drempelwaarde in kolom 2 wordt niet overschreden. Er is derhalve geen sprake van een formele m.e.r.-beoordeling, maar wel van een vormvrije m.e.r.-beoordeling. Op basis van het voorgaande wordt geconcludeerd dat een aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling moet worden opgesteld.

datum referentie

7 juni 2021 203902_R_RAN03_1939

P 10

3.2

Procedure en betrokken partijen

Bevoegd gezag Bij deze m.e.r.-beoordelingsprocedure is de gemeente Epe aan te merken als bevoegd gezag. De gemeente moet een bestemmingsplan vaststellen om dit plan mogelijk te maken. Procedure De initiatiefnemer deelt aan het bevoegd gezag mede dat zij voornemens is een m.e.r.beoordelingsplichtige activiteit te realiseren. Dit doet de initiatiefnemer in deze aanmeldingsnotitie waarin zij de benodigde informatie opneemt op basis waarvan het bevoegd gezag een besluit kan nemen over de noodzakelijkheid tot het doorlopen van een m.e.r.procedure. Het bevoegd gezag neemt binnen zes weken na ontvangst van deze aanmeldingsnotitie een besluit of er al of niet een m.e.r.-procedure doorlopen moet worden. Het vormvrije m.e.r.- beoordelingsbesluit vormt een bijlage bij het te nemen besluit. Er staat bij een m.e.r.-beoordeling geen direct bezwaar en beroep open. Bezwaar en beroep vindt plaats in het kader van de procedure van het te nemen besluit (in dit geval het bestemmingsplan).

datum referentie

7 juni 2021 203902_R_RAN03_1939

P 11

4

Vormvrije m.e.r.-beoordeling

De vormvrije m.e.r.-beoordeling is een toets van het bevoegd gezag (gemeente Epe) om te bepalen of er bij de voorgenomen activiteit mogelijke belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen optreden. De beoordeling dient te worden uitgevoerd op grond van de criteria uit bijlage III van de Europese Richtlijn Milieueffectrapportage. Hierbij gelden drie thema’s: • de kenmerken van het project; • de plaats van het project; • de kenmerken van de potentiële effecten. 4.1 De plaats en kenmerken van het project Bij het kenmerk van het project moet in het bijzonder in overweging worden genomen: A. de omvang van het project; B. de cumulatie met andere projecten; C. het gebruik van natuurlijke hulpbronnen; D. de productie van afvalstoffen; E. verontreiniging en hinder; F. het risico van zware ongevallen en/of rampen, waaronder rampen door klimaatverandering; G. risico’s voor de menselijke gezondheid (bijvoorbeeld als gevolg van waterverontreiniging of luchtvervuiling). Bij de mate van kwetsbaarheid van het milieu in de gebieden waarop het project van invloed kan zijn moet in het bijzonder in overweging worden genomen: H. het bestaande grondgebruik; I. relatieve rijkdom aan en beschikbaarheid, kwaliteit en regeneratievermogen van de natuurlijke hulpbronnen (met inbegrip van bodem, land, water en biodiversiteit) van het gebied; J.

het opnamevermogen van het natuurlijke milieu, met in het bijzonder aandacht voor de volgende typen gebieden: ▪ wetlands, oeverformaties, riviermondingen; ▪ kustgebieden; ▪ berg- en bosgebieden; ▪ natuurreservaten en -parken; ▪ gebieden die in de nationale wetgeving zijn aangeduid of door die wetgeving worden beschermd; Natura 2000-gebieden die door de lidstaten zijn aangewezen krachtens Richtlijn 92/43/EEG en Richtlijn 2009/147/EG; ▪ gebieden waar de milieukwaliteitsnormen al niet worden nagekomen; ▪ gebieden met een hoge bevolkingsdichtheid; ▪ landschappen van historisch, cultureel of archeologisch belang.

datum referentie

7 juni 2021 203902_R_RAN03_1939

P 12

Ad A. de omvang van het project Zoals omschreven in hoofdstuk 2 voorziet het project in het realiseren van 4 grondgebonden woningen en 24 appartementen. Het perceel heeft een oppervlakte van 6.102 m2. Ad B. cumulatie met andere projecten De realisatie van de 4 grondgebonden woningen en 24 appartementen betreft een op zichzelf staan project en maakt geen onderdeel uit van een grotere ontwikkelingslocatie. Wel wordt de naastgelegen perceel, de voormalige kleuterschool ‘Het Ibbeltje’ getransformeerd naar 3 wooneenheden. Dit betreft in verhouding een zeer kleinschalige ontwikkeling en leidt niet tot een stapeling (cumulatie) van milieueffecten. Ad C. gebruik van natuurlijke hulpbronnen Onder natuurlijke hulpbronnen worden onder andere niet vernieuwbare bronnen, zoals fossiele brandstoffen verstaan, maar ook hernieuwbare bronnen, zoals hout, zon, rubber, drinkwater en zuurstof. Naast de reguliere materialen en hulpbronnen ten behoeve van realisatie van de 4 grondgebonden woningen en 24 appartementen worden geen natuurlijke hulpbronnen gebruikt in het onderhavige plan. De wooneenheden worden bovendien niet meer aangesloten op aardgas (fossiele brandstof) en kennen een hoge energieprestatie. Het gebruik van natuurlijke hulpbronnen geeft geen aanleiding aanzienlijke gevolgen voor het milieu te veronderstellen, zodanig dat daarvoor een milieueffectrapportage dient te worden opgesteld.

Ad D. de productie van afvalstoffen De productie van afvalstoffen is beperkt tot de bouwafvalstoffen tijdens de realisatie van voorgenomen ontwikkeling en toekomstige huishoudelijke afvalstoffen. De productie van afvalstoffen vormen naar aard en omvang geen aanleiding voor het opstellen van een milieueffectrapportage. Ad E. verontreiniging en hinder Voor verontreiniging en hinder kunnen diverse aspecten relevant zijn, te denken aan bodemkwaliteit, luchtkwaliteit, waterkwaliteit, geluidhinder, verkeershinder, hinder in de vorm van verstoring van natuurwaarden door bijvoorbeeld stikstof, geluid en licht, etc. Ten aanzien van bovengenoemde aspecten wordt onder paragraaf 4.2, kenmerken van het mogelijke effect, beschreven wat de mogelijk effecten zijn. Ad F. het risico van zware ongevallen en/of rampen, waaronder rampen door klimaatverandering De realisatie en ingebruikname van de woningen betreffen geen risicovolle inrichting. In de directe omgeving van het plangebied zijn geen externe veiligheid risicobronnen aanwezig. Extreme weersomstandigheden zoals extreme temperaturen en veel neerslag komen steeds vaker voor door de klimaatverandering. Dit geeft aanleiding tot o.a. meer overstromingen op meer verschillende plaatsen, een hoger waterpeil van oppervlaktewateren en aanhoudende periodes van extreme droogte.

In paragraaf 4.2 wordt daar verder op ingegaan als onderdeel van het aspect water. datum referentie

7 juni 2021 203902_R_RAN03_1939

P 13

Ad G. risico’s voor menselijke gezondheid Bij de functie welke mogelijk worden gemaakt bij voorgenomen ontwikkeling (wonen) ontstaat er geen relevante emissie van gevaarlijke/verontreinigende stoffen die schadelijk zijn voor de menselijke gezondheid. Ad H. het bestaande grondgebruik Zoals omschreven in hoofdstuk 2.2 betreft het plangebied een braakliggend terrein. Binnen het plangebied was voorheen basisschool De Hoogeweerdschool gevestigd, welke recentelijk is gesloopt. Het plangebied kent volgens het vigerende bestemmingsplan de bestemming ‘Maatschappelijk’. Ad I. relatieve rijkdom aan en beschikbaarheid, kwaliteit en regeneratievermogen van de natuurlijke hulpbronnen (met inbegrip van bodem, land, water en biodiversiteit) van het gebied Het plangebied bestaat uit grasland en enkele bomen. Ten behoeve van de ontwikkeling is een Bomen Effect Analyse uitgevoerd en worden er bomen gekapt om de ontwikkeling mogelijk te maken. In de huidige situatie is er verder geen sprake van een rijkdom aan kwaliteit en regeneratievermogen van de natuurlijke hulpbronnen van het gebied. Ad J. het opnamevermogen van het natuurlijke milieu Het plangebied maakt geen deel uit van een natuur- of groengebied met een beschermde status. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied is de Veluwe, gelegen op 275 meter afstand ten noorden van het plangebied.

Het gebied is aangewezen als Vogelrichtlijn- en Habitatrichtlijngebied. Andere Natura 2000-gebieden liggen op grotere afstand (> 10 km) van het plangebied. Daarnaast heeft het plangebied ook geen rijkdom aan archeologie en cultuurhistorie. In paragraaf 4.2 wordt verder ingegaan op het aspect archeologie.

datum referentie

7 juni 2021 203902_R_RAN03_1939

P 14

4.2 Kenmerken van het potentiële effect Bij de potentiële aanzienlijke effecten van het project moeten in samenhang met de criteria die besproken zijn onder paragraaf 4.1 (de plaats en kenmerken van het project) in het bijzonder in overweging worden genomen: • de orde van grootte en het ruimtelijk bereik van de effecten; • de aard van het effect; • het grensoverschrijdend karakter van het effect; • de intensiteit en de complexiteit van het effect; • de waarschijnlijkheid van het effect; • de verwachte aanvang, de duur, de frequentie en de omkeerbaarheid van het effect; • de cumulatie van effecten met de effecten van andere projecten; • de mogelijkheid om de effecten doeltreffend te verminderen. De mogelijke milieueffecten worden, indien aan de orde, aan de hand van de verschillende relevante thema’s beschreven. Bij onderhavig project worden de volgende thema’s als relevant beschouwd: Bodem; Geluid; Luchtkwaliteit; Flora en Fauna, Water en Archeologie. Externe veiligheid is niet nader beschouwd, in de direct omgeving van het plangebied zijn geen risicobronnen aanwezig welke de voorgenomen ontwikkeling in de weg staan en de realisatie en ingebruikname van de woningen betreffen geen risicovolle inrichting. Bovengenoemde aspecten worden achtereenvolgens toegelicht. 4.2.1 Bodem Potentiële effecten ten aanzien van bodem zijn niet te verwachten.

Er wordt geen activiteit mogelijk gemaakt die een mogelijk bodemrisico met zich mee brengt. Daarnaast blijkt uit het uitgevoerde verkennend bodemonderzoek1 ter hoogte van het plangebied dat de bodem geschikt is voor de toekomstige functie. 4.2.2 Geluid Met het planvoornemen worden geen functies gerealiseerd die geluid produceren. Wel kent de voorgenomen woonfunctie een verkeersgeneratie. De geluidtoename vanwege het extra verkeer op De Tippe bedraagt ten hoogste 0,7 dB2. Aangezien de geluidtoename minder is dan 1,5 dB kan worden gesteld dat er geen sprake is van een onaanvaardbare geluidtoename. Gelet hierop wordt geconcludeerd dat met de voorgenomen ontwikkeling geen negatieve akoestische consequenties gepaard gaan. 4.2.3 Luchtkwaliteit (excl. stikstofdepositie) Potentiële effecten ten aanzien van luchtkwaliteit zijn met name gerelateerd aan de toename van het aantal verkeersbewegingen die het plan met zich mee brengt. Gelet op het ‘Besluit niet in betekenende mate’ kan geconcludeerd worden dat met voorgenomen ontwikkeling er geen significante verslechtering van de luchtkwaliteit plaatsvindt. De luchtkwaliteit in de huidige situatie voldoet ruimschoots aan de geldende normen.

1 Verkennend bodem- en asbestbodemonderzoek, Aveco de Bondt, d.d. 12 november 2020 2 Akoestisch onderzoek, Aveco de Bondt, d.d. 11 februari 2021

datum referentie

7 juni 2021 203902_R_RAN03_1939

P 15

4.2.4 Flora en Fauna (incl. stikstofdepositie) Potentiële effecten ten aanzien van flora en fauna zijn met name gerelateerd aan soortenbescherming binnen en direct rondom het plangebied en gebiedsbescherming van natuurgebieden. Effecten ontwikkeling op soortenbescherming Uit ecologisch onderzoek3 is gebleken dat het plangebied geen groeiplaatsen, verblijfplaatsen, jaarrond beschermde vogelnesten, essentieel foerageergebied of essentiële vliegroutes van niet-vrijgestelde beschermde soorten flora en fauna bevat. Nader veldonderzoek of het aanvragen van een ontheffing op grond van de Wet natuurbescherming is wat dat betreft niet aan de orde. Er is geen sprake van negatieve effecten op beschermede soorten als gevolg van de ontwikkeling. Effecten ontwikkeling op gebiedsbescherming Het plangebied maakt geen deel uit van het Gelders Natuurnetwerp of een Natura 2000-gebied. De voorgenomen ingreep leidt niet tot een overtreding van de verbodsbepalingen uit de vigerende Omgevingsverordening van de provincie Gelderland ten aanzien van het Gelders Natuurnetwerk. Verdere toetsing in de vorm van een "Nee, tenzij-toets" is niet aan de orde. Het plangebied ligt niet in een Natura 2000-gebied. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied is de Veluwe, gelegen op 275 meter afstand ten noorden van het plangebied. Het gebied is aangewezen als Vogelrichtlijn- en Habitatrichtlijngebied.

Andere Natura 2000-gebieden liggen op grotere afstand (> 10 km) van het plangebied. De voorgenomen herontwikkeling leidt – los van het aspect stikstofdepositie – niet tot een overtreding van de verbodsbepalingen uit de Wet natuurbescherming ten aanzien van Natura 2000. Nadere toetsing in de vorm van een passende beoordeling of het aanvragen van een vergunning op grond van de Wet natuurbescherming is niet aan de orde. De stikstofdepositie als gevolg van de toevoeging van de woningen en de daarmee toenemende verkeersgeneratie is in beeld gebracht. Uit deze AERIUS-calculatie4, blijkt dat: • De gebruiksfase ten opzichte van de referentiesituatie niet leidt tot stikstofdepositie op omliggende Natura 2000-gebieden (niet hoger dan 0,00 mol/ha/jaar). • Uit de berekeningen is gebleken dat als gevolg van de realisatiefase een stikstofdepositie van maximaal 0,08 mol/ha/j op het Natura 2000-gebied Veluwe optreedt. Rijk en provincies hebben een beleidslijn afgesproken dat project met tijdelijke stikstofdeposities van transport en mobiele werktuigen in de aanlegfase kleiner of gelijk aan 0,05 mol/ha/jaar gedurende maximaal 2 jaar (of een equivalent hiervan, bijvoorbeeld maximaal 1 jaar 0,1 mol/ha/j) niet vergunningsplichtig zijn voor de Wet natuurbescherming. Kleine en tijdelijke deposities leiden op voorhand niet tot significant negatieve effecten.

De provincie Gelderland heeft aangegeven deze beleidslijn te hanteren. Op basis van deze beleidslijn is dit project niet vergunningsplichtig voor de Wet natuurbescherming op het gebied van stikstof.

3 Verkennend natuuronderzoek, Tuitert Natuuronderzoek, d.d. 7 oktober 2020 4 AERIUS-calculatie, Aveco de Bondt, d.d. 12 februari 2021

datum referentie

7 juni 2021 203902_R_RAN03_1939

P 16

Conclusie Geconcludeerd wordt dat ten aanzien van flora en fauna geen belangrijke nadelige gevolgen zijn te verwachten voor het milieu. 4.2.5 Archeologie Binnen het plangebied is een bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek5 en aanvullend een proefsleuvenonderzoek6 uitgevoerd. Aangezien er slechts één twijfelachtig archeologisch spoor is aangetroffen, en gezien de afwezigheid van archeologische indicatoren, is er geen sprake van een archeologische vindplaats. Op basis hiervan is het plangebied vrijgeven voor wat betreft archeologie. 4.2.6 Water Extreme weersomstandigheden zoals extreme temperaturen en veel neerslag komen steeds vaker voor door de klimaatverandering. Dit geeft aanleiding tot o.a. meer overstromingen op meer verschillende plaatsen, een hoger waterpeil van oppervlaktewateren en aanhoudende periodes van extreme droogte. Het hemelwater en vuilwater wordt gescheiden aangeboden op de hoofdaansluiting van de gemeente. Er is een bergingseis van 25 mm. Hoe het hemelwater op eigen terrein geborgen gaat worden wordt in een later stadium verder uitgewerkt. Hierbij kan gedacht worden aan halfverharding, berging onder de parkeervoorziening en in de tuinen. De overstort van het hemelwater vindt plaats op de IT-riool. Door het hemelwater op het eigen terrein te bergen wordt overbelasting van het rioolstelsel en afstroming naar de omgeving tijdens piekbuien voorkomen.

Geconcludeerd wordt dat ten aanzien van water geen belangrijke nadelige gevolgen zijn voor het milieu.

5 Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek, Laagland Archeologie, d.d. november 2020 6 Inventariserend veldonderzoek – proefsleuven, Laagland Archeologie, d.d. december 2020

datum referentie

7 juni 2021 203902_R_RAN03_1939

P 17

4.3 Samenvatting milieueffecten In tabel 4.1 zijn de conclusies van de beoordeling van de potentiële effecten van de ontwikkeling samengevat en is aangegeven of het doorlopen van een m.e.r.-procedure noodzakelijk is. tabel 4.1: Samenvatting milieueffecten (milieu)thema

Conclusie beoordeling potentiële effecten

Doorlopen m.e.r.procedure noodzakelijk?

Bodem

Geconcludeerd wordt dat ten aanzien van bodem geen

Nee

belangrijke nadelige gevolgen zijn te verwachten voor het milieu. Geluid

Geconcludeerd wordt dat ten aanzien van geluid geen

Nee

belangrijke nadelige gevolgen zijn te verwachten voor het milieu. Luchtkwaliteit

Geconcludeerd wordt dat ten aanzien van

Nee

luchtkwaliteit geen belangrijke nadelige gevolgen zijn te verwachten voor het milieu. Flora en fauna

Geconcludeerd wordt dat ten aanzien van flora en

Nee

fauna geen belangrijke nadelige gevolgen zijn te verwachten voor het milieu. Archeologie

Geconcludeerd wordt dat ten aanzien van archeologie

Nee

geen belangrijke nadelige gevolgen zijn te verwachten voor het milieu. Water

Geconcludeerd wordt dat ten aanzien van water geen

Nee

belangrijke nadelige gevolgen zijn te verwachten voor het milieu.

datum referentie

7 juni 2021 203902_R_RAN03_1939

P 18

5

Beoordeling van de effecten en conclusies

5.1 Conclusie t.a.v. mogelijke aanzienlijke milieueffecten Het voornemen om 4 grondgebonden woningen en 24 appartementen te realiseren leidt in beperkte mate tot effecten voor het milieu en de omgeving. Voor alle onderzochte aspecten geldt dat er geen belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu zijn te verwachten. Wanneer er geen ‘belangrijke nadelige gevolgen’ zijn voor het milieu is het conform de wetgeving en de vigerende praktijk niet noodzakelijk om een volledige m.e.r.-procedure te doorlopen. 5.2 Conclusie (vormvrije) m.e.r.-beoordeling Op basis van de huidige kennis en uitgangspunten ten tijde van het uitvoeren van deze m.e.r.beoordeling, kan voor alle aspecten worden uitgesloten dat onderhavig plan belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu oplevert. Geadviseerd wordt om de gemeente Epe op basis van deze aanmeldnotitie te laten besluiten dat geen milieueffectrapportage nodig is.

datum referentie

7 juni 2021 203902_R_RAN03_1939

P 19

datum referentie

7 juni 2021 203902_R_RAN03_1939

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10660407/1