CConstaterende datEpe
Koppel je AI →
Document · PDF

348922 Bijlagen toelichting Bijlage 2 Inventariserend veldonderzoek - proefsleuven

Gemeenteraad 9 december 2021, gemeente EpeBij agendapunt: Vaststelling bestemmingsplan Voormalige Hogeweerdschool Epe3.472 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Niet gevonden in dit document.

Laagland Archeologie Rapport 544

Inventariserend veldonderzoek proefsleuven

Hoge Weerd, Epe gemeente Epe (GD).

December 2020 Versie 2 (definitief) In opdracht van: Aveco de Bondt

Colofon Laagland Archeologie Rapport 544

Inventariserend veldonderzoek - proefsleuven Hoge Weerd te Epe, gemeente Epe (GD) 7 Auteur: J. de Gruil en J.A.M. Oude Rengerink

In opdracht van: Aveco de Bondt

Foto’s en tekeningen: Laagland Archeologie Status rapport: definitief

Controle: J.A.M. Oude Rengerink

Autorisatie: J.A.M. Oude Rengerink

ISSN 2468-4759 Laagland Archeologie BV Virulyweg 21F-G 7602 RG Almelo Tel 06 - 49 88 34 03 E-mail: info@laaglandarcheologie.nl KvK-Nummer: 75251876 © Laagland Archeologie BV, Almelo, december 2020

Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar gemaakt worden door middel van druk, fotokopie of op welke wijze dan ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgevers. Laagland Archeologie BV aanvaardt geen aansprakelijkheid voor eventuele schade voortvloeiend uit de toepassing van de adviezen of het gebruik van de resultaten van dit onderzoek.

v1.3

Samenvatting Laagland Archeologie heeft op 16 december 2020 een proefsleuvenonderzoek uitgevoerd aan de Hoge Weerd te Epe, gemeente Epe (GD). Op het terrein is eerder archeologisch onderzoek uitgevoerd. Op basis van dat onderzoek is geconcludeerd dat voor een deel van het plangebied een hoge archeologische verwachting geldt, vanwege de aanwezigheid van een plaggendek met mogelijk beschermende werking op onderliggende archeologisch relevante bodemlagen, alsmede een nagenoeg geheel intacte bodem. Op basis hiervan is geadviseerd om een deel van het plangebied vrij te geven, en een deel van het plangebied nader te onderzoeken middels een proefsleuvenonderzoek. Dit advies is overgenomen door de Gemeente Epe. Tijdens het proefsleuvenonderzoek, conform KNA-protocol 4003 en het opgestelde Programma van Eisen, zijn vier putten ontgraven. Hierbij is slechts één greppelvormig spoor aangetroffen, met een mogelijk natuurlijke oorsprong. Vondstmateriaal is tijdens het onderzoek niet aangetroffen. De bodemopbouw bestaat globaal uit een C-horizont in grindrijk matig fijn tot matig grof zand, met een enigszins wisselende samenstelling qua hoeveelheid grind en textuur. Boven de C-horizont tekende zich in de meeste profielen nog een restant BC-horizont af. Hierop is in de putten 1 en 2 een restant van een plaggendek van circa 10-20 cm dik aanwezig.

In de putten 3 en 4 is dit plaggendek, vanwege diepe verstoringen, niet aangetroffen. Het plaggendek, waar aangetroffen, is afgedekt met een pakket (sub)recente verstoringen, van gemiddeld 70 tot 100 cm dik. Dit pakket bestaat uit een sterk geroerd plaggendek, en/of recente ophogingslagen. Aangezien er slechts één twijfelachtig archeologisch spoor is aangetroffen, en gezien de afwezigheid van archeologische indicatoren, is er geen sprake van een archeologische vindplaats. Geadviseerd wordt dan ook om het middels proefsleuven onderzochte gebied vrij te geven voor wat betreft het aspect archeologie. De implementatie van dit advies is in handen van de gemeente Epe, hierin vertegenwoordigd door de archeologisch adviseur van de gemeente, meneer H.G. Pape-Luijten. De gemeente Epe onderschrijft dit advies en het plangebied kan worden vrijgegeven voor wat betreft archeologie. Mochten bij graafwerkzaamheden onverhoopt toch archeologische resten worden aangetroffen, dan geldt conform de Erfgoedwet (art. 5.10) een meldingsplicht. Dit kan bij Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (033 421 74 56) of via de website: www.cultureelerfgoed.nl/contact.

Samenvatting ____________________________________________ 3 1 Inleiding ______________________________________________ 5 1.1 1.2 1.3

2

Voorgaand onderzoek en verwachting ______________________ 7 2.1 2.2 2.3

3

Resultaten voorgaand onderzoek ___________________________________ 7 Archeologische verwachting _______________________________________ 8 Selectiebesluit __________________________________________________ 8

Doel van het onderzoek __________________________________ 9 3.1 3.2

4

Aanleiding onderzoek ____________________________________________ 5 Afbakening onderzoeksgebied ______________________________________ 5 Administratieve gegevens _________________________________________ 6

Doel van het onderzoek en motivatie ________________________________ 9 Onderzoeksvragen uit het PvE ______________________________________ 9

Methoden ____________________________________________ 10 4.1 4.2

Onderzoeksmethodiek ___________________________________________ 10 Afwijkingen puttenplan PvE _______________________________________ 11

5 Landschap en bodem ___________________________________ 12 5.1 5.2

Velddocumentatie ______________________________________________ 12 Resultaten ____________________________________________________ 13

6 Archeologie __________________________________________ 14 6.1 6.2 6.3

Sporen en structuren ____________________________________________ 14 Vondsten _____________________________________________________ 14 Synthese _____________________________________________________ 14

7 Onderzoeksvragen en conclusie ___________________________ 15 8 Waardering ___________________________________________ 16 9 Selectieadvies ________________________________________ 17 Literatuur en bronnen ____________________________________ 18 BIJLAGE 1 AMZ-Cyclus ___________________________________ 19 BIJLAGE 2 Archeologische perioden ________________________ 20 BIJLAGE 3 Sporenlijst ___________________________________ 21 BIJLAGE 4 Vondstenlijst __________________________________ 22 BIJLAGE 5 Alle Sporen Kaart ______________________________ 23 BIJLAGE 6 Profieltekeningen ______________________________ 25

HOOFDSTUK

1I

NLEIDING

1.1 AANLEIDING ONDERZOEK De aanleiding tot het proefsleuvenonderzoek vormt de geplande bouw van 24 appartementen, 4 twee-onder-een-kapwoningen en de transformatie van een voormalige basisschool tot drie woningen aan de Hoge Weerd/Zaailand te Epe, Provincie Gelderland (Afbeelding 1). Met de toekomstige bouwtransformatie van de school en de geplande nieuwbouw wordt grondverzet uitgevoerd. Hierdoor kunnen eventueel in de bodem aanwezige archeologische resten worden aangetast. In een eerder stadium is een inventariserend veldonderzoek – verkennende fase uitgevoerd. Dit onderzoek heeft uitgewezen dat de bodem in delen van het bouwterrein nog intact is en dat archeologische resten zijn te verwachten. Op basis van dit voorgaand onderzoek is een deel van het plangebied voorgesteld voor een aanvullend proefsleuvenonderzoek, dit deel van het plangebied is momenteel onbebouwd.

Afbeelding 1. Ligging van het plangebied (rood kader) en het deel van het plangebied waarbinnen vervolgonderzoek is geadviseerd en uitgevoerd (blauw kader).

1.2 AFBAKENING ONDERZOEKSGEBIED Het plangebied betreft de Hoge Weerd/Zaailand in Epe, gemeente Epe (GD). Het terrein waar vervolgonderzoek middels proefsleuven is geadviseerd en uitgevoerd, is momenteel braakliggend en ingezaaid met gras, en heeft een omvang van circa 3775 m².

1.3 ADMINISTRATIEVE GEGEVENS ADMINISTRATIEVE GEGEVENS Provincie

Gelderland

Gemeente

Epe

Plaats

Epe

Toponiem

Hoge Weerd/Zaailand

Kadastrale perceelnummer(s) Laagland Archeologie projectnummer Uitvoeringsperiode per deelproces

EPE00 - U - 7569

Datum conceptrapportage Datum definitief rapport XY-coördinaten

EPZA202 1. Voorbereiding: <16 december 2020 2. Uitvoering: 16 december 2020 3. Uitwerking: 17 december 2020 4. Deponering: na oplevering eindrapport 21 december 2020 23 december 2020 195676/485346 (NW) 195766/485368 (NO) 195768/485255 (ZO) 195676/485291 (ZW)

Kaartblad

27D

Oppervlakte plangebied Datering

3775 m² (deelgebied proefsleuvenonderzoek)

Complextype

n.v.t.

Onderzoeksmeldingsnr

4929615100

AMK-terrein

n.v.t.

Vondstmeldingsnr.

n.v.t.

Type onderzoek

Inventariserend veldonderzoek proefsleuven Aveco de Bondt

Opdrachtgever

n.v.t.

Contactpersoon: D. Stevelink Bevoegde overheid

Gemeente Epe

Goedkeuring bevoegde overheid Adviseur namens bevoegde overheid Beheer documentatie

22 december 2020

Uitvoerder

Projectleider

Tabel 1. Administratieve gegevens.

Regio-archeoloog Stedendriehoek H.G. PapeLuijten E-depot voor de Nederlandse Archeologie Archief Laagland archeologie BV Provinciaal Depot voor Bodemvondsten van Gelderland Laagland Archeologie BV Virulyweg 21F-G 7602 RG Almelo 06 - 49 88 34 03 Hans Oude Rengerink hans.ouderengerink@laaglandarcheologie.nl

HOOFDSTUK

2V

OORGAAND ONDERZOEK

EN VERWACHTING

2.1 RESULTATEN VOORGAAND ONDERZOEK Voor het plangebied is in 2020 reeds een bureauonderzoek en een inventariserend veldonderzoek door middel van verkennende boringen uitgevoerd en gerapporteerd1. Hieronder worden beknopt de resultaten van dit onderzoek overgenomen. Bodem en geomorfologie Het plangebied ligt in het Gelders zandgebied. Dit landschap is gevormd tijdens de voorlaatste ijstijd (Saalien 238 – 126 duizend jaar geleden) en de laatste ijstijd (Weichselien, 116 – 12,6 duizend jaar geleden). Kenmerkend voor dit gebied is het dekzandlandschap, met dekzandvlakten, -welvingen en –ruggen. Beken doorsnijden dit landschap en her en der komen grotere en kleine stuwwallen voor. Gedurende het Saalien was dit deel van Nederland geheel met landijs bedekt, dat een dikte van honderden meters kon bereiken. De stuwwallen ontstonden langs de flanken en het front van de voortkruiende, dikke ijsmassa’s. Ze bestaan uit oudere afzettingen van de voorloper van de Rijn (klei, zand, grind), die door de gletsjers zijn weggedrukt. De glaciale afzettingen afkomstig van de ijskap, fluvioglaciale afzettingen en glaciale meersedimenten op en rond de stuwwallen worden gerekend tot de Formatie van Drenthe. Tijdens de laatste fasen van het Weichselien werd het keileem afgedekt door dekzand (Formatie van Boxtel, Laagpakket van Wierden).

Op de geomorfologische en de bodemkundige kaart ligt het plangebied in een nietgekarteerde zone vanwege de ligging binnen de bebouwde kom van Epe. In de omgeving van het plan- en onderzoeksgebied komen meerdere geomorfologische en bodemkundige eenheden voor. De voorkomende geomorfologische eenheden betreffen: stuwwalglooiing, glooiing van sneeuwsmeltwaterafzettingen, trechtervormig droogdalen en droogdalen. Het is aannemelijk dat de ondergrond van het plangebied uit een of meerdere van deze eenheden is gevormd. In de directe omgeving van het plan- en onderzoeksgebied komen geen gekarteerde bodemtypes voor. In de omgeving, maar buiten het onderzoeksgebied, komen holtpodzolgronden, enkeerdgronden, laarpodzolgen en beekeerdgronden voor. Archeologie Binnen het onderzoeksgebied zijn resten bekend uit de periode Late-MiddeleeuwenNieuwe tijd. Enerzijds wordt over een lage verwachting voor de Late-IJzertijd tot en met de Middeleeuwen gesproken op een bepaalde locatie. Op een andere locatie is sprake van een plaggendek. Omdat locaties met een plaggendek gesitueerd zijn op plekken met een bepaalde natuurlijke bodemvruchtbaarheid, waren deze vaak al vanaf het MiddenNeolithicum in gebruik en bewoond. Algemeen kan uit de verschillende onderzoeken een hoge archeologische verwachting worden afgeleid voor alle perioden.

1

de Raad/Wijnen 2020.

2.2 ARCHEOLOGISCHE VERWACHTING Op basis van het voorgaande onderzoek is er in het Programma van Eisen2 een gespecificeerde archeologische verwachting opgesteld. Deze verwachting is hieronder beknopt weergegeven. Datering Vooralsnog wordt rekening gehouden met een brede archeologische verwachting vanaf het Laat-Paleolithicum tot en met de Nieuwe tijd. Dat betekent dat er vindplaatsen aanwezig kunnen zijn uit alle archeologische perioden en in principe een groot aantal archeologische complextypen uit de perioden van de Steentijd tot en met de Nieuwe tijd. Complextype In principe een groot aantal archeologische complextypen, niet nader gespecificeerd. Omvang Niet nader gespecificeerd. Diepteligging Te verwachten is dat archeologische sporen en resten aanwezig zijn onder de aanwezige cultuurlaag op de top van het onderliggende ongeroerde dekzand. Dit zal op een diepte zijn die varieert van circa 0,7 tot 1,4 m onder het huidige maaiveld. Gaafheid en conservering De gaafheid van eventuele vindplaatsen kan variëren als gevolg van de wisselende diepten van de bodemverstoringen. In geval van vindplaatsen uit de Late-Prehistorie ligt de archeologische waarde in de mate waarin grondsporen nog grotendeels intact zijn en in het horizontale vlak nog samenhang vertonen.

Indien in de resterende B-, BC- of Chorizonten nog sporen leesbaar zijn, mogen dergelijke vindplaatsen nog als ‘gaaf’ beschouwd worden. Meestal is alleen in oude, opgevulde laagten en in diepe sporen zoals waterputten vanwege de natte condities sprake van redelijke conservatieomstandigheden. Mogelijk zijn in het onderzoeksgebied nog waterputten of –kuilen aanwezig, al dan niet met houten putconstructies (kistwerk, vlechtwerk of holle boomstammen). Locatie Een vindplaats kan zich binnen het gehele plangebied bevinden of zich daar buiten nog uitstrekken. Uiterlijke kenmerken Te verwachte structuren en sporen zijn in dit stadium van algemene aard. Artefacten kunnen bestaan uit (bewerkt) vuursteen, natuursteen, aardewerkfragmenten, verbrande leem, baksteen, glas en metaal. Mogelijke verstoringen Niet nader gespecificeerd.

2.3 SELECTIEBESLUIT Op basis van het bureau- en verkennend booronderzoek heeft het bevoegd gezag besloten dat er een aanvullend onderzoek in de vorm van een inventariserend veldonderzoek - proefsleuven dient te worden uitgevoerd.3

2 3

De Raad 2020. Selectiebesluit opgesteld door regio-archeoloog H.G. Pape-Luijten, 27-10-2020.

HOOFDSTUK

3D

OEL VAN HET ONDERZOEK

3.1 DOEL VAN HET ONDERZOEK EN MOTIVATIE Het doel van dit onderzoek is het verkrijgen van gegevens om de archeologische verwachting te toetsen en eventueel aanwezige vindplaatsen op te sporen en te waarderen. Op basis van de waardering kan de behoudenswaardigheid van de vindplaats binnen het plangebied worden vastgesteld. Het doel van de opdrachtgever is te voldoen aan de eisen en randvoorwaarden ten aanzien van het aspect archeologie, die gesteld worden in het bestemmingsplan/de verstrekte omgevingsvergunning. De opdrachtgever heeft geen aanvullende wensen kenbaar gemaakt.

3.2 ONDERZOEKSVRAGEN UIT HET PVE Conform het Programma van Eisen diende het proefsleuvenonderzoek antwoord te geven op de volgende onderzoeksvragen: 1. Zijn er in het onderzoeksgebied vindplaatsen met archeologische sporen en resten aanwezig? 2. Wat is de aard (complextype), omvang en fysieke kwaliteit daarvan? 3. Uit welke periode dateren deze? 4. Waar bevinden deze resten zich (horizontaal en verticaal)? 5. Wat is de bodemkundige opbouw en hoe intact is deze? 6. Wat is de waardestelling middels de KNA-waarderingscriteria? Is de vindplaats behoudenswaardig?

HOOFDSTUK

4M

ETHODEN

4.1 ONDERZOEKSMETHODIEK Het onderzoek is uitgevoerd conform het Programma van Eisen op 16 december 2020. Vanwege een aantal bomen is er wat geschoven met de ligging en/of lengte van de proefsleuven (Afbeelding 2). Deze wijzigingen zijn, eveneens conform het Programma van Eisen, doorgevoerd na (telefonisch) overleg met de regio-archeoloog H.G. Pape-Luijten. Het veldwerk is uitgevoerd door senior KNA-archeoloog en projectleider Hans Oude Rengerink, KNA-archeoloog Ba Justus de Gruil en veldmedewerker Colin van den Herik. Het grondverzet is uitgevoerd door Pim van grondverzetbedrijf Lokhorst. De proefsleuven zijn aangelegd en onderzocht conform de KNA-leidraad Veldhandleiding Archeologie en overige veldwerkspecificaties volgens het vigerende KNA-protocol IVO-P (protocol 4003).

Afbeelding 2. Puttenplan volgens het PvE (groene kaders) en de putten zoals ontgraven.

4.2 AFWIJKINGEN PUTTENPLAN PVE Vanwege een dikke kastanjeboom en verharding nabij de bebouwing kon de meest noordwestelijke sleuf praktisch gezien niet worden aangelegd. In een telefonisch overleg met de regio-archeoloog is besproken dat in plaats daarvan put 2 in westelijke richting werd doorgetrokken en er ter plaatse van de voormalige school nog een kleine put zou worden gegraven (put 4). De reden om deze put daar aan te leggen, werd ingegeven door het feit dat bij de aanleg van de eerdere putten het idee is ontstaan dat de bodem daar niet dieper geroerd zou zijn dan in de overige putten.

HOOFDSTUK

5L

ANDSCHAP EN BODEM

5.1 VELDDOCUMENTATIE Omdat al veel bekend is over de geologie van dit gebied is het aardwetenschappelijk onderzoek beperkt. Van elke put zijn van de meest representatieve putwanden een tweetal kolomopnames gemaakt en beschreven. In put 2 is er een derde profiel beschreven gezien de grotere lengte van de put, in put 4 is slechts één profiel beschreven gezien de geringe lengte van de put (Afbeelding 3). De profieltekeningen zijn opgenomen als bijlage.

Afbeelding 3. Overzicht van de gedocumenteerde profielen.

5.2 RESULTATEN Op basis van de gedocumenteerde profielen kan de bodemkundige situatie als volgt beknopt worden weergegeven: de C-horizont bestaat uit grindrijk matig grof zand, met een enigszins wisselende samenstelling qua hoeveelheid grind (sterk grindig tot zwak grindig) en textuur (fijn tot matig grof zand). Boven de C-horizont tekende zich in de meeste profielen nog een restant BC-horizont af. Hierop is in de profielen van put 1 en 2 een restant van een plaggendek van circa 10-20 cm dik waargenomen, bestaande uit donkergrijs, zwak humeus matig fijn zand. In de putten 3 en 4 is dit plaggendek, vanwege diepe verstoringen, niet aangetroffen. Het restant van het plaggendek (daar waar aangetroffen) is afgedekt met een pakket (sub)recente verstoringen, van gemiddeld 70 tot 100 cm dik. Dit pakket bestaat uit een sterk geroerd plaggendek, en/of recente ophogingslagen. Onderstaande foto’s (Afbeelding 4) geven het algemene beeld weer van de bodemkundige situatie, daar waar geen sprake is van verstoring tot in de (B)C-horizont.

Recente ophoging Recente ophoging

Sterk geroerd pakket, vergraven plaggendek

Sterk geroerd pakket, vergraven plaggendek

Plaggendek B/C-horizont C-horizont

Plaggendek B/C-horizont C-horizont

Afbeelding 4. Profiel 102, foto 3 en profiel 201, foto 5.

HOOFDSTUK

6A

RCHEOLOGIE

6.1 SPOREN EN STRUCTUREN Het leesbare sporenvlak is aangelegd in de top van C-horizont en indien aanwezig, de BChorizont, op een hoogte van circa 14,30 tot 15,00 meter +NAP, afhankelijk van het natuurlijk reliëf en de verstoringsdiepte. Behoudens een aantal recente verstoringen is slechts één greppelrestant aangetroffen. Deze greppel is aangetroffen in put 2 en gedocumenteerd in profiel 203 (Afbeelding 5), zijnde een ondiepe greppel afgedekt door het plaggendek. De greppel bestaat uit donkerbruingrijs, geelgrijs gevlekt zwak humeus en enigszins grindig matig fijn zand, met een resterende diepte van circa 10 cm.

Afbeelding 5. De greppel in het vlak en profiel 203. Deze greppel zou nog een relict kunnen vormen van een verkaveling die voor het ontstaan van het plaggendek is ontstaan.

6.2 VONDSTEN Vondstmateriaal is niet aangetroffen.

6.3 SYNTHESE Gezien de zeer beperkte resultaten is er geen sprake van een archeologische vindplaats.

HOOFDSTUK

7O

NDERZOEKSVRAGEN EN

CONCLUSIE Hieronder wordt antwoord gegeven op de gestelde onderzoeksvragen. 1. Zijn er in het onderzoeksgebied vindplaatsen met archeologische sporen en resten aanwezig? Nee, er is geen sprake van een archeologische vindplaats. Er is slechts één ondiepe greppel aangetroffen. Deze greppel kan als los spoor worden beschouwd, mogelijk met een natuurlijke oorsprong maar kan ook een relict zijn van een verkaveling die aanwezig was voor het ontstaan van het plaggendek. 2. Wat is de aard (complextype), omvang en fysieke kwaliteit daarvan? Niet van toepassing. 3. Uit welke periode dateren deze? Niet van toepassing. 4. Waar bevinden deze resten zich (horizontaal en verticaal)? Niet van toepassing. 5. Wat is de bodemkundige opbouw en hoe intact is deze? De bodem bestaat globaal uit een (B)C-horizont die is afgedekt met een plaggendek, die nog een resterende dikte heeft van circa 10-20 cm. Het plaggendek is in de putten 1 en 2 nog waargenomen, in de overige putten is de bodem verstoord of omgewerkt tot in de (B)C-horizont. 6. Wat is de waardestelling middels de KNA-waarderingscriteria? Is de vindplaats behoudenswaardig? Er is geen sprake van een vindplaats, derhalve is een waardestelling niet van toepassing. Geconcludeerd kan worden dat er binnen het plangebied geen archeologische vindplaats aanwezig is, en dat het plangebied met name aan de oostkant tot in de (B)C-horizont verstoord is.

HOOFDSTUK

8W

AARDERING

Van een archeologische vindplaats is geen sprake, een waardering is dan ook niet van toepassing.

HOOFDSTUK

9S

ELECTIEADVIES

Selectieadvies Het proefsleuvenonderzoek heeft slechts één mogelijk archeologisch spoor opgeleverd, een ondiepe greppel die echter ook een natuurlijke oorsprong kan hebben. Vondstmateriaal is niet aangetroffen tijdens het onderzoek. Van een archeologische vindplaats is dan ook geen sprake. Voorgesteld wordt om het terrein vrij te geven voor wat betreft verder archeologisch onderzoek. Selectiebesluit Het advies is overgenomen door de gemeente Epe.4 Het plangebied kan worden vrijgegeven voor wat betreft archeologie. Het archeologisch proces is afgerond en er hoeven geen (verdere) eisen ten behoeve van archeologie te worden opgenomen in de omgevingsvergunning. Mochten er onverhoopt toch nog archeologische resten worden aangetroffen of vermoed tijdens de geplande civiele werkzaamheden, dan geldt conform de Erfgoedwet de formele plicht deze resten te melden.

4

Selectiebesluit, opgesteld door regio-archeoloog Stedendriehoek H.G. Pape-Luijten, 22-12-2020.

Literatuur en bronnen

Raad, J. de, 2020: Programma van Eisen Inventariserend veldonderzoek - proefsleuven, Hoge Weerd te Epe, gemeente Epe, Almelo. Raad, J. de/J. Wijnen, 2020: Bureauonderzoek en Inventariserend veldonderzoek verkennende fase Hoge Weerd te Epe, gemeente Epe (GD), Almelo. Laagland Archeologie Rapport 510. Afbeeldingenlijst Afbeelding 1. Ligging van het plangebied (rood kader) en het deel van het plangebied waarbinnen vervolgonderzoek is geadviseerd en uitgevoerd (blauw kader). 5 Afbeelding 2. Puttenplan volgens het PvE (groene kaders) en de putten zoals ontgraven. 10 Afbeelding 3. Overzicht van de gedocumenteerde profielen. 12 Afbeelding 4. Profiel 102, foto 3 en profiel 201, foto 5. 13 Afbeelding 5. De greppel in het vlak en profiel 203. 14

BIJLAGE 1 AMZ-CYCLUS

BIJLAGE 2 ARCHEOLOGISCHE PERIODEN

OPMERKING

GE

GR

GR

-

-

h1

0 g2

-

-

1

102 1001

0 Zs1

DBRGR

-

LG

LGO

RECENT

RECENT

h1

0 g2

-

1

102 1010

0 Zs1

DBRGR

GEGR

LG

LGO

RECENT

RECENT

h1

0 g1

-

recente ophoging sterk verrommeld/gemengd plaggendek

1

102 1020

0 Zs1

DGR

-

LG

LGO

-

-

h1

0 g1

-

restant plaggendek

1

102 1040

0 Zs1

BR

GE

LG

LGN

-

-

-

0 g2

FE1

BC-horizont

1

102 1050

0 Zs1

GE

-

LG

LGN

-

-

-

0 g2

-

C-horizont

2

101 2001

0 Zs1

DBRGR

-

LG

LGO

RECENT

RECENT

h1

0 g2

-

2

101 2010

0 Zs1

DBRGR

GEGR

LG

LGO

RECENT

RECENT

h1

0 g1

-

recente ophoging sterk verrommeld/gemengd plaggendek

2

101 2020

0 Zs1

DGR

-

LG

LGO

-

-

h1

0 g1

-

restant plaggendek

2

101 2040

0 Zs1

BR

GE

LG

LGN

-

-

h1

0 g2

FE1

BC-horizont

2

101 2050

0 Zs1

GE

-

LG

LGN

-

-

-

0 g2

-

C-horizont

3

102 3001

0 Zs1

DBRGR

-

LG

LGO

RECENT

RECENT

h1

0 g2

-

recente ophoging

3

102 3002

0 Zs1

DGRZW

-

LG

LGO

RECENT

RECENT

h1

0 g1

-

-

3

102 3003

0 Zs1

GE

-

LG

LGO

RECENT

RECENT

-

0 g1

-

recente ophoging

3

102 3050

0 Zs1

GE

-

LG

LGN

-

-

-

0 g2

-

C-horizont

4

101 4001

0 Zs1

DBRGR

-

LG

LGO

RECENT

RECENT

h1

0 g2

-

recente ophoging

4

101 4002

0 Zs1

DGRZW

-

LG

LGO

RECENT

RECENT

h1

0 g1

-

-

4

101 4003

0 Zs1

GE

-

LG

LGO

RECENT

RECENT

-

0 g1

-

recente ophoging

4

101 4004

0 Zs1

GR

LGR

LG

LGO

RECENT

RECENT

-

1 g2

-

recente ophoging

4

101 4040

0 Zs1

BR

GE

LG

LGN

-

-

-

0 g2

FE1

BC-horizont

4

101 4050

0 Zs1

GE

-

LG

LGN

-

-

-

0 g2

-

C-horizont

FEMN

GRIND

PUIN

DBRGR

KLEUR

HUMUS

EINDPER

0 Zs1

BEGINPER

VULLING

1

INTPRSPEC

SPOOR

1

INTPRALG

VLAK

2

GEVLEKT

PUT

TEXTUUR

BIJLAGE 3 SPORENLIJST

BIJLAGE 4 VONDSTENLIJST Niet van toepassing. Er zijn geen vondsten gedaan

BIJLAGE 5 ALLE SPOREN KAART

BIJLAGE 6 PROFIELTEKENINGEN

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10660408/1