CConstaterende datEpe
Koppel je AI →
Document · PDF

320148 Tarieventabel 2022

Commissie Omgeving en Financiën 28 oktober 2021, gemeente EpeBij agendapunt: Belastingtarieven 202212.006 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

6 alinea's met “opening”: 62 64 68 765 799 803

Voor nieuw uit te geven graven worden de kosten voor onderhoud in één keer in rekening gebracht. Die kosten zijn overigens over de gehele looptijd lager dan bij een jaarlijkse aanslag. Omdat er wel een grotere financiële last ineens ontstaat, bestaat de mogelijkheid van gespreide betaling via automatische incasso. Voor situaties waarin er een verplichte verlenging plaatsvindt om de wettelijke grafrust te

16

Gemeenteblad 2021 nr. 341749

19 november 2021

waarborgen, wordt het bedrag voor onderhoud bepaald op overeenkomstige wijze als voor de afkoop van graven in situaties vóór 2016. Hoofdstuk 6 Opgraven, ruimen en verstrooien In de Beheersverordening gemeentelijke begraafplaatsen gemeente Epe 2014 staat in artikel 22 onder B: De rechthebbende van een particulier graf kan na de verplichte grafrust, de termijn van 10 jaar, bij de gemeente een aanvraag indienen om het graf te laten schudden c.q. ruimen. Dit verzoek tot schudden of ruimen van het graf wordt slechts éénmaal toegestaan. De menselijke resten blijven bij schudden achter in het graf. Bij het ruimen van een graf worden de menselijke resten herbegraven in een verzamelgraf. Ruimen en schudden op verzoek van de rechthebbende is alleen mogelijk als er nog grafrechten rusten op het graf. Het komt in de praktijk voor dat mensen verzoeken om te mogen begraven op een specifieke plek op de begraafplaats, bijvoorbeeld omdat het naastgelegen graf van een ander familielid is. Het college kan aan zo'n verzoek tegemoet komen en daarmee af te wijken van de volgorde van begraven. Als op zo'n plek stoffelijke resten liggen, zal het graf eerst geruimd moeten worden. Dat ruimen vindt dan zijn oorsprong in het verzoek om op die specifieke plek te mogen begraven.

Het verzoek wordt echter - in de regel- niet gedaan door de rechthebbende op dat graf, want dat graf heeft geen rechthebbende meer. Anders zou er niet aan het verzoek tegemoet gekomen kunnen worden. De gemeente maakt voor het ruimen/schudden van dat graf wel extra kosten. Die kosten moet de verzoeker betalen. Om daarover geen misverstand te laten bestaan is opgenomen dat onder 'rechthebbende' tevens wordt verstaan degene die verzocht heeft om rechthebbende op dat graf te worden. Het bevordert een efficiënte en klantgerichte werkwijze. Zonder deze bepaling zou iemand eerst rechthebbende van het graf moeten worden. Om vervolgens een verzoek te moeten doen tot ruimen/schudden van dat graf. Pas daarna zou in dat graf begraven kunnen worden. Na een overlijden ontbreekt voor zo'n procedure de tijd, bovendien is het niet klantgericht. Hoofdstuk 7 Overige rechten De tariefstelling voor het gebruik van de aula sluit aan bij de Beheersverordening. Daarin is bepaald dat de aula standaard één uur ter beschikking staat, met de mogelijkheid om dit per half uur te verlengen. Afvalstoffenheffing Sinds 2021 hanteert Epe diftar. Het wegbrengen van afval naar een (ondergrondse) container wordt gestimuleerd door daarvoor een relatief lager tarief te hanteren. Uitgebreide motivering van de keuzes omtrent diftar zijn opgenomen bij het voorstel om diftar in te voeren (zaaknummer 204265).

OZB De gemeente Epe heft, net zoals de meeste andere gemeenten, alle 3 de mogelijke OZB heffingen. De wet bied vrijwel geen beleidsvrijheid. De bepaling om aanslagen onder de € 10 niet op te leggen is een efficiencybepaling. Deze geldt op biljetniveau. Precariobelasting De tarieven voor terrassen zijn in 2020 en 2021 met terugwerkende kracht tot € 0 verlaagd, in verband met coronamaatregelen. Bij het opstellen van deze tarieven is uitgegaan van de reguliere (vergunde) situatie. In Epe is een bepaald aantal tarieven opgenomen, zonder vangnetbepaling. Dat is gedaan in verband met de uitvoerbaarheid. De voorwerpen die belast worden zijn al in beeld, kunnen niet (eenvoudig) worden weggenomen of komen in beeld in verband met vergunningaanvraag. De bepaling voor kabels en leidingen is niet meer opgenomen, omdat hier wettelijk niet meer voor geheven kan worden. In Epe wordt geen marktgeld geheven, maar precariobelasting. Dat voorkomt kostentoerekeningsvraagstukken. Rioolaanleggeld Het gaat hier om nieuwe huisaansluitingen. In een enkel geval komt het voor dat er duur drukriool moet worden aangelegd. Op begrotingsbasis is moeilijk in te schatten wanneer zich dat zal voordoen. Vanwege maximaal 100% kostendekking is ervoor gekozen om de tarieven te baseren op de kosten van vrijvervalriolering. Daarbij geldt dat een grotere diameter hogere kosten met zich meebrengt.

Verder liggen de kosten voor aanleg in gesloten bestrating hoger. Die worden doorbelast. Rioolheffing Sinds de invoering van de rioolrechten in Epe (in 2000) is er onderscheid in tarieven voor eigenaren en gebruikers en zijn de tarieven voor gebruikers opgedeeld in klassen naar gelang het waterverbruik. Voor de motivering van dit onderscheid wordt kortheidshalve verwezen naar de invoering (99-0005090 en 99-0003570), de evaluatie van die invoering (2002-05969) en de invoering van de rioolheffing als voortzetting van de rioolrechten (2009-53307). Toeristenbelasting

17

Gemeenteblad 2021 nr. 341749

19 november 2021

In 2020 heeft onderzoek plaatsgevonden naar de systematiek van de toeristenbelasting. 27 mei 2021 heeft de raad hierover een besluit genomen (zaaknummer 272165). Uit het onderzoek bleek dat de meeste (potentiële) belastingplichtigen onderscheid in tarief willen. Voor het overnachten in een eigen kampeermiddel geldt een lager tarief dan voor andere overnachtingen. Het aandeel van de toeristenbelasting in de overnachtingsprijs is bij hotels e.d. nu veel lager dan bij campings. Door de tarieven te differentiëren wordt dat verschil verkleind. Verder is daarin besloten om te werken met vaste tarieven voor vaste standplaatsen. Daarmee is afscheid genomen van de forfaits die in de vorige verordening werden gebruikt. Onderkend is dat een systeemwijziging niet voor iedereen gelijk uitpakt. Er waren voorheen situaties - zoals het Hemelvaart-Pinksterenarrangement - waarin minder betaald hoefde te worden dan voor de kortste vaste periode in de huidige verordening. Daar staat tegenover dat in andere gevallen het nieuwe vaste tarief voordeliger uitpakt dan het forfait in de vorige verordening. De vaste tarieven zijn op verzoek van de ondernemers verder verfijnd met perioden van 1 maand tot een half jaar. Deze tarieven verlopen degressief als gekeken wordt naar het omgerekende tarief per overnachting.

Daarmee wordt uitdrukking gegeven aan de verwachting dat hoe langer de standplaats per jaar wordt ingenomen des te lager het aantal overnachtingen per maand zal zijn. De exacte wijziging op niveau van de individuele belastingplichtige kan niet worden becijferd, omdat deze mede afhankelijk is van wat ondernemers eventueel zelf gaan veranderen in hun aanbod en gegevens over verhuur conform de nieuwe situatie niet voorhanden zijn. Eenzelfde totaalopbrengst op gemeenteniveau is nagestreefd. Verder zullen de overige overnachtingen duurder worden ten opzichte van de oude verordening. Dat is onlosmakelijk verbonden met de keuze om te differentiëren en om de totaalopbrengst gelijk te houden. De tarieven zullen in de komende jaren geleidelijk uiteen gaan lopen, waarbij het tarief voor eigen kampeermiddelen op € 1,00 wordt gehouden totdat het reguliere tarief € 1,50 bedraagt. Daarna wordt opnieuw bezien hoe de tarieven zich verder ontwikkelen. Hierna is een vergelijking opgenomen met tarieven in de omringende gemeenten. Daarbij is uitgegaan van de tarieven voor 2022 voor zover die bekend zijn en anders van de tarieven voor 2021. Vanwege de verschillende tariefdifferentiaties is een vergelijking niet altijd goed mogelijk. Daar is een ‘–‘ geplaatst. Gemeente

Eigen kampeer Kampeermidmiddel del

Vakantieonder- Hotel/ komen pension 2 ster

Hotel/ pension 3 ster+

Hotel/ B&B

Groep <18 Overig jaar

Apeldoorn

0,58

0,58

1,16

1,95

2,62

-

-

0,58

Elburg

1,55

1,55

1,55

1,55

1,55

1,55

1,55

1,55

Epe

1,00

1,15

1,15

1,15

1,15

1,15

-

1,15

Ermelo

1,50

1,50

1,50

2,00

2,00

2,00

0,75

1,50

Heerde

1,50

1,50

1,50

1,50

1,50

1,50

1,50

1,50

Harderwijk

1,53

1,53

1,53

1,53

1,53

1,53

1,53

1,53

Hattem

1,95

1,95

1,95

1,95

1,95

1,95

1,95

1,95

Nunspeet

1,15

1,15

1,15

1,15

1,15

1,15

1,15

1,15

Oldebroek

1,53

1,53

1,53

1,53

1,53

1,53

1,53

1,53

Voorst

0,92

0,92

1,31

1,92

1,92

-

-

1,31

Gemiddeld

1,32

1,34

1,43

1,62

1,69

1,55

1,42

1,38

Forensen belasting Het minimumtarief was tot 2022 gelijk aan het tarief voor een jaarplaats bij de toeristenbelasting. Stacaravans en chalets die een vaste standplaats zijn op een kampeerterrein vallen onder de toeristenbelasting en zijn daarmee niet gelijk te stellen aan gemeubileerde woningen. Vanwege de systeemwijziging bij de toeristenbelasting is die koppeling in tarief losgelaten. Conform het belastingbeleid in het collegeprogramma 2018-2022 worden tarieven geïndexeerd verhoogd. Bij de vaste standplaatsen voor de toeristenbelasting zal de komende jaren geen verhoging worden doorgevoerd. Als de koppeling wel in stand zou worden gehouden, zou het minimumtarief bij de forensenbelasting ook op dat niveau blijven. Dat komt in strijd met het genoemde uitgangspunt. Het tarief als percentage van de heffingsmaatstaf stijgt geïndexeerd, gecorrigeerd voor de waardeontwikkeling als gevolg van de WOZ-herwaardering. Het maximumtarief wordt overeenkomstig het bestaande beleid niet verhoogd. Grenzen aan het tarief?

18

Gemeenteblad 2021 nr. 341749

19 november 2021

1

Het staat de gemeenteraad vrij tarieven vast te stellen binnen de grenzen van de wet . De wetgever 2

heeft geen limiet gesteld aan de hoogte van de forensenbelasting . Het vaststellen van de tarieven mag echter niet tot strijd met enig algemeen rechtsbeginsel of leiden tot een onredelijke of willekeurige belastingheffing waarop de wetgever niet het oog kan hebben gehad. Als iemand beroep instelt tegen een belastingaanslag kan/zal de rechter toetsen of hiervan sprake is, de zogenaamde exceptieve toetsing. Als dat aan de orde is, kan de rechter de verordening onverbindend verklaren. 3 4

In de rechtspraak is een aantal malen , - in meerdere of mindere mate expliciet - een oordeel uitgesproken over tariefsbepalingen bij de forensenbelasting. De norm ‘onredelijk’ is daarbij niet nader ingekleurd, 5

behalve in een conclusie van de advocaat-generaal (AG) bij een Hoge Raad uitspraak, waarin deze een 6

maximumtarief van € 3.480 niet in strijd met enig algemeen rechtsbeginsel heeft geoordeeld. De Hoge Raad heeft de benadering van de AG echter niet besproken of overgenomen in zijn uitspraak. Recent heeft de Hoge Raad de lijn van de exceptieve toetsing gewijzigd en verruimd. Na deze uitspraak 7

heeft de Hoge Raad uitspraak gedaan in een casus over forensenbelasting, waarbij de Hoge Raad oordeelt dat voor onverbindendverklaring van een regeling slechts plaats is indien de gekozen heffingsmaatstaf dan wel tariefstelling tot een uitkomst voert die in strijd is met de wet of enig algemeen rechtsbeginsel zoals het gelijkheidsbeginsel. De termen ‘onredelijk’ of ‘willekeurig’ komen daarin niet voor. De drempel waarover een regeling zou kunnen struikelen ligt blijkens die uitspraak bij een ‘individuele en buitensporige last’ in de zin van artikel 1 Eerste Protocol bij het Europese Verdrag voor de Rechten van de Mens en de Fundamentele Vrijheden. De aangedragen feiten gaven de Hoge Raad geen aanleiding om dat laten onderzoeken door een feitelijke rechter (Gerechtshof). 8

9

De Hoge Raad heeft in navolging van Hof Den Haag geoordeeld dat een belasting van 1,2 percent over de waarde van de bezittingen voor belanghebbende geen individuele, buitensporige last vormt. Daarbij overwoog het Hof dat het niet uitmaakt dat de woning niet wordt verhuurd en dat de woning geen liquide middelen oplevert. Het ging daarbij om de vermogensrendementsheffing uit box 3 en niet over de forensenbelasting. Naar analogie kan geredeneerd worden dat een tarief forensenbelasting van minder dan de helft van 1,2% evenmin een individuele en buitensporige last vormt. Overigens kan 10

volgens de Hoge Raad van een individuele en buitensporige last alleen sprake zijn indien en voor zover deze last zich in een concreet geval sterker laat voelen dan in het algemeen. De tarieven forensenbelasting gelden voor alle belastingplichtigen op dezelfde wijze. Het maakt met andere woorden niet uit wie de belastingplichtige is. Een individuele en buitensporige last is tegen die achtergrond moeilijk voor te stellen bij de forensenbelasting. Dat leidt tot de conclusie dat de tarieven forensenbelasting een exceptieve toets door de rechter vooralsnog lijken te kunnen weerstaan.

1) Gemeentewet artikel 219 2) Gemeentewet artikel 223 3) ECLI:NL:GHSHE:2016:1999 4) ECLI:NL:GHARN:2008:BG4929 5) ECLI:NL:PHR:2007:AX0678 6) ECLI:NL:HR:2007:AX0678 7) ECLI:NL:HR:2021:648 8) ECLI:NL:HR:2016:1129 9) ECLI:NL:GHDHA:2014:2861 10) ECLI:NL:HR:2017:442

19

Gemeenteblad 2021 nr. 341749

19 november 2021

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10660380/1