2024-03-14 COF agendapunt 6 vraag en antwoord CDA en Gemeentebelangen Bestemmingsplan Eekterveld IV
Tekst van het document
V r a a g u i t d e F i n a n c i ë n
c o m m i s s i e
R a a d s c o m m i s s i e A g e n d a p u n t F r a c t i e D a t u m
O m g e v i n g
e n
C O F 6. Bestemmingsplan Eekterveld IV
C D A e n G e m e e n t e b e l a n g e n 1 4 m a a r t 2 0 2 4
Vragen/Toezegging: Mevrouw Hendriks (CDA) vraagt naar de oplossing voor de optie van de geluidwal. In de zienswijzennota is dit erg technisch beschreven. Kan op een simpeler manier worden uitgelegd waarom hier niet voor is gekozen? Wethouder Kerkmans zegt toe dit schriftelijk te beantwoorden. De heer Van Limburg (Gemeentebelangen) vraagt waarom er op het bedrijventerrein Eekterveld horeca mogelijk is en hoe zit dit in relatie tot Eekterveld IV? Wethouder Kerkmans zegt toe hier schriftelijk op terug te komen. De heer Van Limburg (Gemeentebelangen) vraagt naar de samenstelling van de grondwal? Waarom is dit onduidelijk en zou dit niet duidelijk moeten zijn om problemen in de toekomst te voorkomen? Wethouder Kerkmans zegt toe hier schriftelijk op terug te komen.
Antwoorden: Q. Vraag mevrouw Hendriks (CDA): waarom is niet voor een geluidswal gekozen? A. Er is niet voor een geluidswal gekozen, omdat deze niet nodig is. In de toelichting van het ontwerp bestemmingsplan Eekterveld IV is uitgelegd dat er bedrijven kunnen komen met een bepaalde impact op de omgeving. Deze impact is beperkt tot 50m (zie paragraaf 4.6 in de toelichting). Er zijn geen woningen binnen deze afstand, dus zijn er ook geen maatregelen nodig. Een geluidswal – hetgeen overigens een kostbare maatregel is met ook een grote impact op het aanzicht – is dus niet nodig. Daarbij wordt opgemerkt dat de inspreker die in de commissievergadering van 14 maart 2024 om een geluidswal vroeg, spreekt namens een woning op ca. 150m afstand van het dichtstbijzijnde bestemmingsvlak voor bedrijven. Voor de volledigheid is bovenstaande beantwoording ter toetsing aan de Omgevingsdienst voorgelegd. Daar is het volgende antwoord op gekomen: De Omgevingsdienst deelt het standpunt dat met de borging van de richtafstand van minimaal 50 meter tussen de bestemming bedrijventerrein, milieucategorie 3.2 en de bestemming wonen, er geen aanleiding is om een akoestisch onderzoek uit te voeren voor deze fase (bestemmingsplanprocedure) of te concluderen dat er geen sprake zou zijn van een aanvaardbare geluidkwaliteit.
De woningen die het dichtst bij zijn gelegen, liggen op korte afstand van de drukke Eekterweg en daarmee is hier geen sprake van een rustig woongebied en is er terecht gecorrigeerd voor gemengd gebied. De geluidsbelasting bij deze woningen wordt vooral bepaald door wegverkeerslawaai van het doorgaande verkeer over de Eekterweg. De systematiek zoals beschreven in de publicatie Bedrijven en Milieuzonering, 2009, die is toegepast in het bestemmingsplan is naar ons oordeel op een juiste manier toegepast. Ook jurisprudentie onderschrijft dat voor nieuwe situaties (nieuwe bedrijven) nader onderzoek niet nodig is, als aan de richtafstanden kan worden voldaan. Dat geldt dus ook voor de woning op
2
150 meter afstand. Voor bestaande situaties ligt dat anders, maar daarvan is hier geen sprake. Voor de invulling van het bedrijventerrein (dus stel een distributiebedrijf wil zich hier vestigen) zal aan het bestemmingsplan worden getoetst, maar ook aan de geluidsregels in de Bruidsschat. In dat geval geldt in beginsel een LAr,LT van 50 dB(A) etmaalwaarde en LAmax van 70 dB(A) etmaalwaarde ter plaatse van de dichtstbijzijnde woningen. Voor een distributiecentrum moet hier al snel een akoestisch onderzoek worden uitgevoerd en dan is niet uit te sluiten dat er ook maatregelen nodig zijn. Er is echter op voorhand geen reden om aan te nemen dat hier met nieuwbouw niet aan kan worden voldaan of dat er onuitvoerbare maatregelen nodig zijn. Het kan betekenen dat de dockshelters aan een andere kant moeten worden gepositioneerd dan de woningen, maar het plan staat zo’n positionering niet in de weg. Het plan is nu nog onvoldoende concreet om een goed en compleet akoestisch onderzoek uit te (laten) voeren. Dan nog even over de mogelijke gevolgen voor wegverkeerslawaai: pas bij een verkeerstoename van 30%-40% is er mogelijk sprake van een hoorbare geluidtoename. In casu is daarvan geen sprake. Ook hiervoor is een nader onderzoek niet nodig.
Alleen op de ontsluiting van het bestaande deel, de Talhoutweg, zou dit aan de orde kunnen zijn, maar hier zijn in de directe nabijheid geen woningen gelegen. Voor de woning nabij de rotonde zal de bijdrage van deze weg mogelijk wel significant hoger kunnen zijn, maar cumulatief gezien ten opzichte van de Laan van Fasna en Eekterweg zeker niet. Q. Vraag heer Van Limburg (Gemeentebelangen): waarom is er horeca mogelijk? A. De horeca die is toegestaan is ondergeschikt. Dit betekent dat als er een bedrijf is gevestigd, dit bedrijf een klein deel aan horeca (ondergeschikt dus) kan hebben in het pand. Dit is nodig om bijvoorbeeld een kantine te kunnen hebben of bijvoorbeeld een stukje showroom voor voedingsmiddelen te kunnen hebben. Dit zijn dus geen zelfstandige restaurants, maar aan het bedrijf verbonden kleine horeca. Deze regeling is vergelijkbaar met de regeling op andere bedrijventerreinen, zoals Eekterveld. De regeling is zelfs beperkter dan op Eekterveld. Er is namelijk geen ontheffingsmogelijkheid voor zelfstandige horeca, zoals deze wel op Eekterveld aanwezig is. (Deze ontheffingsmogelijkheid is gebruikt voor de horeca gelegen aan Riezebosweg 20 op Eekterveld, en is dus niet aanwezig in Eekterveld IV.) Gezien de behoefte van bedrijven aan zaken als bedrijfskantines is ondergeschikte horeca in Eekterveld IV verantwoord. Q.
Vraag heer Van Limburg (Gemeentebelangen): wat is de samenstelling van de grondwal? A. Er is een redelijke aanname over de samenstelling van de grondwal aan de oostzijde van het plangebied, namelijk dat deze naar verwachting grotendeels bestaat uit de relatief voedselrijke toplaag van de zandgronden. Aan deze grondwal worden geen werkzaamheden verricht. De grondwal is verder geen verdachte locatie wat betreft vervuiling. De grondwal is al begroeid met bomen, en dit wordt in stand gelaten. Omdat er een redelijke aanname is over de samenstelling, de grondwal geen verdachte locatie is en al functioneert zoals in het Beheerplan bedoeld, is er geen verdere noodzaak de samenstelling van de grondwal te onderzoeken bijvoorbeeld in het kader van een wijziging van die samenstelling om een ander vegetatietype te bewerkstelligen. Dat wij niet (precies) weten wat de samenstelling van de grondwal is, is dus geen belemmering voor de verwezenlijking van de bestemming.