2023-11-30 COF agendapunt 6 vragen antwoorden en toezeggingen SGP-CU Nieuwelijn Belastingtarieven 2024
Tekst van het document
V r a a g u i t d e F i n a n c i ë n
c o m m i s s i e
R a a d s c o m m i s s i e A g e n d a p u n t F r a c t i e D a t u m
O m g e v i n g
e n
C O F Belastingtarieven 2024
S G P / C U , N i e u w e L i j n 3 0 n o v e m b e r 2 0 2 3
Vragen/Toezegging: 1. De heer Boon (SGP/CU) heeft een vraag over p.7, artikel 2.5. Er worden leges geheven voor de bouwactiviteit bouwtechnische deel en er wordt ook gesproken over de bouwactiviteit ruimtelijk deel (2.6). Moeten hier beiden de bedragen voor worden betaald? Is het of/of? Of en/en? Wethouder Heere zegt toe deze vraag schriftelijk te beantwoorden. 2. De heer Boon (SGP/CU) vraagt over artikel 2.6 wanneer het tarief onder a moeten worden betaald en wanneer het tarief onder b? Wethouder Heere zegt toe deze vraag schriftelijk te beantwoorden. 3. De heer Vos (Nieuwe Lijn) geeft aan dat de WOZ waarde is gestegen ten opzichte van voorgaande jaren. Hoeveel meer gaat dit opleveren? Wethouder Heere zegt toe de vraag schriftelijk te beantwoorden.
Antwoorden: 1. Dat is afhankelijk van het soort aanvraag. Als een bouwactiviteit valt onder gevolgklasse 1 van de Wet Kwaliteitsborging kan men volstaan met een omgevingsvergunning voor het ruimtelijk deel. Dan geldt 1 tarief (artikel 2.6). De bouwactiviteit moet dan alleen gemeld worden bij de gemeente (gratis). De technische toets valt dan onder de kwaliteitsborger. Als een bouwactiviteit valt onder gevolgklasse 2 en 3 van de Wet Kwaliteitsborging moet er een omgevingsvergunning worden aangevraagd voor het ruimtelijk deel en het bouwtechnisch deel. Dan gelden beide tarieven artikel 2.5 en 2.6. 2. De kosten onder a zijn percentages van de bouwsom die gelden voor een Omgevingsplanactiviteit. De kosten onder b zijn een verhoging van kosten van artikel 2.6 onder a op het moment dat afgeweken wordt middels een wijzigingsbevoegdheid of uitwerkingsplicht in het tijdelijke omgevingsplan, en daardoor alsnog medewerking kan worden verleend aan het initiatief. 3. De WOZ-waarde is de grondslag voor de onroerendezaakbelasting (OZB) en (in Epe) de forensenbelasting. In het coalitieakkoord is (ook voor deze bestuursperiode weer) bepaald dat een tariefstijging of -daling bij de OZB en de forensenbelasting de jaarlijkse waardeontwikkeling als gevolg van de WOZherwaardering compenseert. Het effect hiervan is dat (op begrotingsbasis) de totale opbrengst van de OZB en
2
de forensenbelasting niet toeneemt (afgezien van het effect van de reguliere indexatie van de tarieven). De verwachte waardestijging wordt namelijk gecompenseerd door een evenredige OZB-tariefsverlaging.