1326842 Concept Tarieventabel 2026 Epe (wijziging toeristenbelasting)
Tekst van het document
Artikel 13 Onderhoud situaties vóór 2016 In afwijking van artikel 12 wordt voor graven of urnennissen waarvoor het uitsluitend recht is verleend of verlengd vóór 1 januari 2016 een jaarlijks onderhoudsrecht geheven, per graf of urnennis van € 87,40.
18
Gemeenteblad
NaN ?
Artikel 14 Afkoop onderhoud Het recht bedoeld in artikel 13 kan worden afgekocht: voor onbepaalde tijd door voldoening van een som ineens van € 8.738,00. 1. voor bepaalde tijd door voldoening van een afkoopsom. Afkoop kan alleen plaatsvinden voor de 2. volledige duur van de resterende periode waarvoor het grafrecht loopt. De afkoopsom bedraagt het product van het jaarlijkse belastingbedrag, genoemd in artikel 13 en het aantal maanden waarvoor wordt afgekocht gedeeld door 12. Voor deze berekening telt een gedeelte van een maand niet mee.
Hoofdstuk 5 Lijkschouwing Artikel 15 Schouwen van een lijk Voor het op verzoek schouwen van een lijk door een gemeentelijk lijkschouwer wordt geheven € 491,00.
Hoofdstuk 6 Opgraven, ruimen en verstrooien Artikel 16 Opgraven 1. 2. 3. 4.
Voor het opgraven van een lijk of de overblijfselen van een lijk wordt geheven € 2.042,00. Voor het na opgraven weer begraven, worden de in hoofdstuk 2 bedoelde rechten geheven. Voor het opgraven van een asbus wordt geheven € 808,00. Voor het weer terugplaatsen van de asbus worden de in hoofdstuk 3 bedoelde rechten geheven.
Artikel 17 Ruimen 1. 2.
Voor het ruimen of schudden van een graf op verzoek van de rechthebbende wordt geheven € 1.285,00. Voor de toepassing van dit artikel wordt onder rechthebbende mede verstaan de persoon die heeft verzocht om rechthebbende te worden.
Artikel 18 Verstrooien Voor het verstrooien van as op een begraafplaats wordt per asbus geheven € 219,00.
Hoofdstuk 7 Overige heffingen Artikel 19 Aula 1. 2.
Voor het gebruik van de aula op de begraafplaats Norelbos wordt voor het eerste uur geheven € 265,00. Het tarief bedoeld in het eerste lid wordt per half uur extra gebruik verhoogd met € 133,00.
Artikel 20 Gedenkplaat Het tarief bedraagt voor het beschikbaar stellen van een bronzen gedenkplaat en voor het daarop aanbrengen van een opschrift/inscriptie € 284,00.
Tarieven reinigingsheffingen Omzetbelasting De tarieven reinigingsheffingen zijn exclusief omzetbelasting.
Hoofdstuk 1 Maatstaven en tarieven afvalstoffenheffing Artikel 1 Algemene bepaling De belasting wordt per perceel berekend naar een vast tarief, verhoogd met één of meer variabele tarieven.
Artikel 2 Vast tarief per perceel 1. 2.
19
Het vaste tarief bedraagt per perceel per belastingjaar € 271,32. Het vaste tarief wordt vermeerderd met, voor het in bruikleen hebben van een extra minicontainer bestemd voor restafval, per minicontainer per jaar € 199,44.
Gemeenteblad
NaN ?
Artikel 3 Variabele tarieven containers Onverminderd artikel 2 bedraagt het variabele belastingtarief: per aanbieding ter lediging van een minicontainer van 140 liter, bestemd voor restafval €10,71; a. per aanbieding ter lediging van een minicontainer van 240 liter, bestemd voor restafval € 18,34; b. voor de ontgrendeling van de kleine inworpopening van een (ondergrondse) container voor resc. tafval € 1,72; voor de ontgrendeling van de grote inworpopening van een (ondergrondse) container voor resd. tafval of voor de ontgrendeling van de inworpopening van een (ondergrondse) container voor restafval, die over één inworpopening beschikt € 3,45.
Artikel 4 Variabele tarieven recycleplein Onverminderd het bepaalde in de voorgaande artikelen bedraagt het tarief voor het op het recycleplein achterlaten van: restafval, asbest en bouw- en sloopafval per 10 kg € 2,60; a. schoon puin per 10 kg € 1,30. b.
Artikel 5 Maximumbedrag kwijtschelding variabele tarieven Het maximumbedrag bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel b, onder 2. van de Regeling kwijtschelding gemeentelijke belastingen 2019 bedraagt € 91,68 per jaar.
Hoofdstuk 2 Maatstaven en tarieven reinigingsrechten Artikel 6 Algemene bepaling De rechten worden per perceel berekend naar een vast tarief, verhoogd met één of meer variabele tarieven.
Artikel 7 Vast tarief per perceel 1. 2.
Het vaste tarief bedraagt per perceel per belastingjaar € 271,32. Het vaste tarief wordt vermeerderd met, voor het in bruikleen hebben van een extra minicontainer bestemd voor restafval, per minicontainer per jaar € 199,44.
Artikel 8 Variabele tarieven containers Onverminderd artikel 7 bedraagt het variabele belastingtarief: per aanbieding ter lediging van een minicontainer van 140 liter, bestemd voor restafval €10,71; a. per aanbieding ter lediging van een minicontainer van 240 liter, bestemd voor restafval € 18,34; b. voor de ontgrendeling van de kleine inworpopening van een (ondergrondse) container voor resc. tafval € 1,72; voor de ontgrendeling van de grote inworpopening van een (ondergrondse) container voor resd. tafval of voor de ontgrendeling van de inworpopening van een (ondergrondse) container voor restafval, die over één inworpopening beschikt € 3,45.
Bijdrage medisch afval Epe Bijdrage medisch afval De bijdrage bedoeld in artikel 4, derde lid van de Verordening Financiële bijdrage medisch afval Epe 2023 bedraagt € 156,00 per toegekende aanvraag per jaar.
Tarieven onroerende-zaakbelastingen Artikel 1 Algemene bepaling Het tarief van de belasting bedraagt een percentage van de heffingsmaatstaf.
Artikel 2 Gebruikersbelasting Het percentage bedraagt voor de gebruikersbelasting 0,1213%.
Artikel 3 Eigenarenbelasting Het percentage bedraagt voor de eigenarenbelasting: voor onroerende zaken die in hoofdzaak tot woning dienen: 0,0722%; a.
20
Gemeenteblad
NaN ?
b.
voor onroerende zaken die niet in hoofdzaak tot woning dienen: 0,1786%.
Artikel 4 Geen invordering onder € 10 Voor belastingbedragen tot € 10,00 vindt geen invordering plaats. Voor de toepassing van de vorige volzin wordt het totaal van op een aanslagbiljet verschuldigde bedragen aangemerkt als één belastingbedrag.
Tarieven precariobelasting Artikel 1 Terrassen 2
Het tarief bedraagt voor voorwerpen onder, op of boven een terras per m ingenomen afgebakende grond: per dag € 1,89; a. per jaar € 84,. b.
Artikel 2 Uitstallingen Het tarief bedraagt voor kledingrekken, plantenbakken, reclamebakken, reclamepoppen en andere uit2
stallingen per m per jaar € 43,16.
Artikel 3 Standplaatsen Het tarief bedraagt voor het innemen van een: vaste standplaats als bedoeld in artikel 7.23 van de Verordening fysieke leefomgeving gemeente a. 2
b. c. d.
Epe 2024, per 10 m per dagdeel € 6,60; vaste standplaats als bedoeld in artikel 7.14 van de Verordening fysieke leefomgeving gemeente Epe 2024, per strekkende meter per kwartaal € 35,64; dagplaats als bedoeld in artikel 7.14 van de Verordening fysieke leefomgeving gemeente Epe 2024, per strekkende meter per dag €4,46; standwerkersplaats als bedoeld in artikel 7.14 van de Verordening fysieke leefomgeving gemeente Epe 2024, per plaats per dag € 19,58.
Tarieven rioolaanleggeld Rioolaanleggeld Het recht bedraagt voor het aanleggen van een uitlegger als de doorsnede van de uitlegger: minder dan 160 mm is € 3.495,00; a. 160 mm of meer, maar minder dan 200 mm is € 3.524,00; b. 200 mm of meer is € 3.595,00. c.
Tarieven rioolheffing Artikel 1 Eigenarendeel Het tarief voor het eigenarendeel bedraagt € 133,00.
Artikel 2 Gebruikersdeel Het tarief voor het gebruikersdeel bedraagt bij een hoeveelheid water van: 3 a. 0 tot en met 100 m € 37,92; b.
meer dan 100 tot en met 300 m € 103,20;
c.
meer dan 300 tot en met 600 m € 247,80;
d.
meer dan 600 tot en met 1.200 m € 542,16;
e.
meer dan 1.200 tot en met 2.400 m € 1.050,24;
f.
meer dan 2.400 tot en met 4.800 m €2.229,60;
g.
meer dan 4.800 tot en met 9.600 m € 4.648,08;
h.
3
3
3
3
3 3
3
3
meer dan 9.600 m € 4.648,08 vermeerderd met € 3.089,64 voor elke eenheid van 4.800 m of ge3
deelte daarvan boven 9.600 m .
21
Gemeenteblad
NaN ?
Tarieven toeristenbelasting Artikel 1 Algemeen tarief Het tarief bedraagt per persoon per overnachting € 1,50.
Artikel 2 Tarief eigen kampeermiddel In afwijking van artikel 1 bedraagt het tarief bij overnachten in een eigen kampeermiddel per persoon per overnachting € 1,00.
Artikel 3 Tarief eigen kampeermiddel op vaste standplaats In afwijking van artikel 2 bedraagt het tarief ten aanzien van eigen kampeermiddelen op vaste standplaatsen, gebruikt door dezelfde perso(o)n(en): voor een vaste standplaats van 1 tot en met 2 maanden per standplaats € 46,00; a. voor een vaste standplaats van 2 tot en met 3 maanden per standplaats € 66,00; b. voor een vaste standplaats van 3 tot en met 4 maanden per standplaats € 86,00; c. voor een vaste standplaats van 4 tot en met 5 maanden per standplaats € 105,00; d. voor een vaste standplaats van 5 tot en met 6 maanden per standplaats € 124,00; e. voor een vaste standplaats van 6 tot en met 9 maanden per standplaats € 150,00; f. voor een vaste standplaats van 9 tot en met 12 maanden per standplaats € 175,00. g.
Tarieven forensenbelasting Forensenbelasting De belasting bedraagt 0,364% van de heffingsmaatstaf, met dien verstande dat het bedrag van de aanslag tenminste € 207,00 en ten hoogste € 1.695,00 bedraagt.
Overgangsbepalingen en citeertitel 1. 2.
3.
De datum van inwerkingtreding van deze tarieventabel is 1 januari 2026. De Tarieventabel gemeente Epe voor belastingen, heffingen en rechten 2025 wordt ingetrokken met ingang van 1 januari 2026, met dien verstande dat deze van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan. Deze tarieventabel wordt aangehaald als: Tarieventabel gemeente Epe voor belastingen, heffingen en rechten 2026.
Epe, 13 november 2025 De raad voornoemd, de voorzitter,
dhr. dr. T.C.M. Horn de griffier,
mw. J. van Zwam
22
Gemeenteblad
NaN ?
Toelichting op de Tarieventabel gemeente Epe voor belastingen, heffingen en rechten 2026 Leges 1 Algemeen Waar mogelijk wordt (anders dan in het VNG-model) gebruik gemaakt van verwijzingen naar wettelijke tarieven of maxima, zodat wijzigingen in hogere regelgeving automatisch doorwerken in deze tarieventabel. Grotendeels is aangesloten bij het VNG-model. Niet alle opties uit dat model worden in Epe toegepast. Daarom staat diverse keren (bij) een artikel(lid): “gereserveerd”. Zo blijft de structuur en volgorde van de verordening in Epe zoveel mogelijk gelijk aan die van het VNG-model. Dat vergemakkelijkt het bijwerken in de toekomst. In deze toelichting zijn vooral de afwijkingen en bijzonderheden ten opzichte van het VNG-model toegelicht. De toelichting op het VNG-model bevat een nadere uiteenzetting die - tenzij in Epe voor een afwijking is gekozen - ook voor Epe van toepassing is. 2 Toelichting op de hoofdstukken Hoofdstuk 1 Algemene dienstverlening Algemeen Dit hoofdstuk is ‘algemene dienstverlening’ genoemd ter onderscheiding van de twee andere hoofdstukken. Binnen dit hoofdstuk bestaat beleidsruimte om kruissubsidiëring of het profijtbeginsel toe te passen, ook met diensten buiten hoofdstuk 1. Zie HR 13 februari 2015, ECLI:NL:HR:2015:282. Wel moet rekening worden gehouden met diensten die onder Europese Dienstenrichtlijn vallen.
Zie de toelichting op artikel 5 van de Legesverordening. Kosteloze voltrekking huwelijk, registratie partnerschap en omzetting In artikel 4 van de Wet rechten burgerlijke stand is geregeld dat gemeenten gelegenheid moeten geven tot een kosteloze huwelijksvoltrekking, registratie van een partnerschap of omzetting van een geregistreerd partnerschap in een huwelijk. De ambtenaar van de burgerlijke stand bepaalt de daarvoor bestemde dagen en uren. Sinds 1 maart 2009 is het niet meer mogelijk een huwelijk om te zetten in een geregistreerd partnerschap (Wet bevordering voortgezet ouderschap en zorgvuldige scheiding; Stb. 2008, 500). Voor het kosteloos voltrekken van een huwelijk, registreren van een partnerschap of omzetten van een geregistreerd partnerschap is het voldoende als gelegenheid wordt gegeven tot het kosteloos voltrekken van een huwelijk, registreren van een partnerschap of omzetting van een geregistreerd partnerschap in het gemeentehuis. Er bestaat geen wettelijke verplichting tot het kosteloos voltrekken van een huwelijk, registreren van een partnerschap of omzetten van een geregistreerd partnerschap in een bijzonder huis.
Artikel 1.3 Huwelijksvoltrekking, registratie of omzetting partnerschap zonder ceremonie In het Reglement burgerlijke stand is geregeld wat onder huwelijkssluitig zonder ceremonie wordt verstaan en onder welke voorwaarden en tijdstippen dit mogelijk is. Artikel 1.4 Gereserveerd (Aanwijzing huwelijkslocatie) In artikel 9 van het Reglement burgerlijke stand zijn in principe alle locaties met een adres binnen de gemeente Epe als (tijdelijke) trouwlocatie aangewezen. Daardoor is het niet langer nodig om besluiten te nemen om huwelijkslocaties op verzoek aan te wijzen. De VNG-modelbepaling is daardoor overbodig geworden. Artikel 1.5 Gereserveerd (Aanwijzing buitengewoon ambtenaar van de burgerlijke stand voor één dag) Het VNG-model heeft een bepaling voor de gevallen waarin partners vragen om voor hun huwelijksvoltrekking of registratie van het partnerschap een bepaalde, vaak hen bekende persoon als buitengewoon ambtenaar van de burgerlijke stand aan te wijzen (zie artikel 16, tweede en derde lid, Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek (BW)). In Epe bestaat die mogelijkheid op grond van artikel 2 van het Reglement Burgerlijke stand. Buiten de leden van het college van burgemeester en wethouders gaat het om personen die in een andere gemeente een aanwijzing tot (B)ABS hebben en daar recentelijk een huwelijk hebben voltrokken.
Het maken van een aanwijzingsbesluit en het instrueren/overleggen met zo’n BABS leidt tot extra kosten voor de gemeente. Deze worden echter niet afzonderlijk doorbelast, omdat zo’n BABS geen vergoeding ontvangt van de gemeente. Die kosten bespaart de gemeente dus. Deze financiële voor- en nadelen worden tegen elkaar weggestreept. BABS’en worden uitsluitend ingezet voor ceremoniële huwelijksvoltrekkingen, partnerregistraties en omzettingen, zodat daarvoor de reguliere tarieven gelden conform artikel 1.1 en 1.2. Het is een efficiënte omgang met dergelijke situaties, waarvoor geen afzonderlijke tarieven zijn opgenomen en geen kortingen vanwege het wegvallen van kosten bij de ceremoniële voltrekking. Artikel 1.6 Beschikbaar stellen getuige door gemeente Op grond van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek is het verplicht om ten minste twee getuigen te hebben bij de huwelijksvoltrekking of registratie van het partnerschap (artikel 63, eerste lid, en artikel 80a, vijfde lid, Boek 1 BW). Het komt voor dat toekomstige partners aan de gemeente vragen om getuigen beschikbaar te stellen. Hiervoor is een tarief opgenomen. Artikel 1.7 Gereserveerd (Annuleren of wijzigen datum) Het VNG-model voorziet in het berekenen van leges als een geplande huwelijksvoltrekking of partnerschapsregistratie wordt geannuleerd of de datum daarvan wordt gewijzigd.
Dit komt in de praktijk niet veel voor en is voor betrokkenen al vervelend genoeg. Het doorberekenen van kosten in die situaties zal naar verwachting op weerstand en onbegrip stuiten en weegt niet op tegen de moeite.
23
Gemeenteblad
NaN ?
Artikel 1.8 Trouwboekje of partnerschapsboekje In artikel 1.8 van de tarieventabel is een tarief opgenomen voor het verstrekken van een trouwboekje of partnerschapsboekje. De leges genoemd in artikel 1.8 worden geheven naast de leges die ingevolge de artikelen 1.1 t/m 1.7 geheven worden. Ook in het geval van een kosteloos huwelijk of registreren van een partnerschap is legesheffing voor het verstrekken van een trouwboekje of partnerschapsboekje toegestaan. Het betreft hier een dienst van de gemeente die wordt verleend naast het voltrekken van het huwelijk of de registratie van een partnerschap zelf. Een verplichting tot het verstrekken van een trouwboekje of partnerschapsboekje bestaat immers niet. Wij merken hierbij nog op dat dit dienstverlening waarvoor de gemeente btwplichtig is. Het tarief is dus inclusief btw (artikel 38 Wet op de omzetbelasting 1968). Verrichtingen ambtenaren van de burgerlijke stand De mogelijkheden tot het heffen van leges voor verrichtingen van ambtenaren van de burgerlijke stand zijn geregeld in de Wet rechten burgerlijke stand (Stb. 1879, 72). In artikel 2 van die wet is geregeld voor welke verrichtingen leges geheven kunnen worden. De hoogte van die leges is vastgesteld in het Legesbesluit akten burgerlijke stand. De gemeente kan deze leges rechtstreeks heffen op basis van dat Legesbesluit.
Artikel 3, tweede lid, van die wet bepaalt dat de ambtenaar van de burgerlijke stand de leges heft en invordert. Dat is dus een afwijking van de belastingbepalingen in de Gemeentewet. Zo heeft Hof ’s-Hertogenbosch geoordeeld dat het Legesbesluit akten burgerlijke stand geen belastingwet is in de zin van de AWR, dat de vergoeding geen gemeentelijke belasting is en dat de AWR niet van toepassing is (Hof 's-Hertogenbosch 27 mei 2016, nr. 15/00138 (Roermond), ECLI:NL:GHSHE:2016:2100, VNG-nummer: 6601). Voor de rechtsbescherming zijn de bepalingen over bezwaar en beroep in de Awb van toepassing. In overeenstemming met het VNG-model zijn de tarieven niet opgenomen in de legesverordening. Artikel 1.9 Paspoorten, andere reisdocumenten en Nederlandse identiteitskaart en Artikel 1.11 Modaliteiten Epe hanteert de wettelijke maximumtarieven, naar beneden afgerond op een veelvoud van € 0,05. De redactie is in afwijking van het VNG model zo vormgegeven dat wijzigingen in de rijksregelingen direct doorwerken in de tarieventabel van Epe, zonder dat deze hoeft te worden aangepast. Artikel 1.10 Gereserveerd (Nederlandse identiteitskaart) Het tarief voor de Nederlandse identiteitskaart is opgenomen in artikel 1.9. Artikel 1.12 Rijbewijzen en Artikel 1.13 Modaliteiten Epe hanteert de wettelijke maximumtarieven, naar beneden afgerond op een veelvoud van € 0,05.
De redactie is in afwijking van het VNG model zo vormgegeven dat wijzigingen in de rijksregelingen direct doorwerken in de tarieventabel van Epe, zonder dat deze hoeft te worden aangepast. Voor het verstrekken van een gezondheidsverklaring kent het VNG-model geen tarief, terwijl Epe dat wel hanteert. Artikel 1.15 Verstrekking van gegevens uit de basisregistratie personen Epe kent geen tarief voor abonnementen omdat deze in de praktijk niet voorkomen. Aanvullend ten opzichte van het VNG-model is een tarief opgenomen voor een BRP-uittreksel. Hieronder valt ook het bewijs van in leven zijn. Dit betreft niet de attestatie de vita, die valt onder uittreksels burgerlijke stand. Artikel 1.18 Op aanvraag doornemen basisregistratie personen De in artikel 1.18 opgenomen regeling is bedoeld voor gevallen waarin aan de gemeente wordt verzocht de basisregistratie personen, inclusief de aangehaakte gegevens, door te nemen voor het verkrijgen van bepaalde inlichtingen. Deze bepaling geeft de mogelijkheid leges te heffen naar rato van de tijd die met het doornemen is gemoeid, ongeacht of dit leidt tot het daadwerkelijk verschaffen van de gevraagde inlichtingen. Naast een bedrag voor het doornemen van de basisregistratie is de aanvrager eventueel een bedrag verschuldigd ingevolge de artikelen 1.15, 1.16 of 1.17 als vervolgens persoonsgegevens worden verstrekt.
Dit vloeit voort uit het feit dat het bepaalde in artikel 1.18 een afzonderlijk belastbaar feit vormt. Zie ook de toelichting op artikel 1.26 voor wat betreft het niet toepassen van de begrotingsconstructie. Artikel 1.19 Gereserveerd (Afschriften van bestuursstukken) en Artikel 1.20 Gereserveerd (Abonnement op bestuursstukken) Hiervoor zijn geen tarieven opgenomen. Openbare bestuurlijke stukken zijn via de website van Epe beschikbaar. Als wordt verzocht om een verstrekking, zijn de tarieven van artikel 1.34 van toepassing. Artikel 1.21 Gereserveerd (Plan- of kaartinformatie) De tarieven hiervoor zijn opgenomen in artikel 1.34. Artikel 1.23 Gereserveerd (Informatie uit adressenbestanden) Hiervoor zijn geen tarieven opgenomen. Als verzocht wordt om een verstrekking zijn de tarieven uit artikel 1.34 van toepassing. Artikel 1.24 Gereserveerd (Gemeentegarantie) Hiervoor zijn geen tarieven opgenomen, omdat Epe volgens het financieel beleid in principe geen (nieuwe) garanties afgeeft. Artikel 1.26 Naspeuringen in het gemeentearchief In aanvulling op het VNG-model is duidelijk gemaakt dat ook naspeuringen in digitale bestanden hieronder vallen. Conform de bestaande praktijk is als tijdseenheid 5 minuten gehanteerd in plaats van een
24
Gemeenteblad
NaN ?
kwartier uit het model. Het VNG-model gaat uit van een begrotingsconstructie. De tijdsbesteding van naspeuringen is op voorhand echter doorgaans niet goed in te schatten. Dat heeft te maken met het karakter van naspeuringen. Soms zal al vrij snel duidelijk zijn welke zoektermen gehanteerd moeten worden, maar vaak is dat een kwestie van meerdere zoektermen en -ingangen uitproberen, dwarsverbanden leggen, navragen en zo tot een resultaat komen. Wij zetten erop in om vooraf met de klant een maximum tijd af te spreken die de ambtenaar zal besteden aan het doen van naspeuringen. Zo voorkomen we verrassingen, maar wordt ook recht gedaan aan de feitelijke tijdsbesteding en daarmee gepaard gaande kosten. Artikel 1.27 Gereserveerd (Afschrift of uittreksel uit het gemeentearchief) Hiervoor zijn geen tarieven opgenomen. Als verzocht wordt om een verstrekking zijn de tarieven uit artikel 1.34 van toepassing. Artikel 1.28 Gereserveerd (Uitlenen archiefbescheiden) Hiervoor zijn geen tarieven opgenomen. De Regeling tarieven rijksarchiefbescheiden voorziet evenmin in een tarief voor het uitlenen van archiefbescheiden. Artikel 1.32 Telecommunicatiewet Het VNG-model voorziet in een veelheid aan bepalingen. Gekozen is voor een tarief dat aansluit bij de gemiddelde tijdsbesteding zoals deze in regionaal stedendriehoekverband is onderzocht bij de introductie van deze bepaling.
Artikel 1.33 Wegenverkeerswetgeving Voor gehandicapten is een lager tarief opgenomen voor het aanvragen van ontheffing van het Reglement Verkeersregels en Verkeerstekens. Dit is gemeentelijke beleid. Het VNG-model kent hiervoor geen bepaling. Aanvullend ten opzichte van het VNG-model is onder d. een bepaling opgenomen voor het op verzoek aanwijzen van een gehandicaptenparkeerplaats op kenteken. Dat is een besluit op grond van het Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer (Babw) en betreft een besluit van algemene strekking. Het betreft echter wel een besluit dat wordt genomen op aanvraag van een belanghebbende. Artikel 29 van het BABW voorziet in kostenverhaal van het plaatsen van het bord. In dezelfde lijn is het logisch dat de aanvrager c.q. de persoon voor wie het bord wordt geplaatst de kosten van het nemen van het besluit betaalt. Daarvoor is dit tarief opgenomen. Het gaat om een gemiddelde tijdsbesteding van anderhalf uur. Artikel 1.34 Gewaarmerkte afschriften, kopieën, stukken of uittreksels In afwijking van het VNG-model is onder d geen tarief voor digitale verstrekking meer opgenomen. Op grond van het Besluit maximumtarieven open overheid mogen voor dergelijke stukken alleen de kosten van de gegevensdrager (bijvoorbeeld USB-stick) in rekening worden gebracht.
Digitale bestanden worden niet op een gegevensdrager verstrekt, maar online of door digitale toezending. Artikel 1.35 Gereserveerd (Diverse vergunningen of beschikkingen) Hiervoor zijn geen afzonderlijke tarieven opgenomen. Het VNG-model is op dit punt facultatief. HOOFDSTUK 2 DIENSTVERLENING EN BESLUITEN IN HET KADER VAN DE OMGEVINGSWET De gemaakte keuzes met betrekking tot de legesheffing in dit hoofdstuk sluiten aan op eerdere besluiten van de raad over hoe de gemeente Epe vorm en inhoud geeft aan de Omgevingswet. Per 1 januari 2026 wordt een tarief ingevoerd voor het beoordelen van principe-uitspraken door het college. Een dergelijke bepaling was voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet ook opgneomen. Gebleken is dat de behoefte aan een tarief hiervoor in de praktijk bestaat. Het verwerken van een aanvraag voor een principe-uitspraak door het college kost nu eenmaal tijd en geld. Met deze bepaling worden de kosten daarvoor doorberekend aan de aanvrager. Artikel 2.61 Minimumbedrag voor teruggaaf Dit bedrag is in 2025 opgenomen. Abusievelijk is toen in de koptekst 'gereserveerd' blijven staan. Dat is bij deze hersteld.
HOOFDSTUK 3 DIENSTVERLENING WAAROP DE DIENSTENRICHTLIJN VAN TOEPASSING IS Artikel 3.1 Exploitatie openbare inrichting en Artikel 3.2 Uitoefenen horeca- of slijtersbedrijf Voor plaatselijke non-profitinstellingen wordt een maatschappelijk tarief gehanteerd voor aanvragen om een alcohol- of horeca-exploitatievergunning. De gemeente ondersteunt gewenste activiteiten van verenigingen onder meer door middel van subsidie. In het kader van minder regels is ervoor gekozen om een laag tarief te hanteren in plaats van het verstrekken van een afzonderlijke subsidie in verband met de vergunningaanvraag. Verenigingen worden draaiend gehouden door de inzet van vrijwilligers. Voor het schenken van alcohol in een clubgebouw is een vergunning nodig, evenals een horeca-exploitatievergunning. Dit beleid is ingevoerd in 2009 (besluitnummer 2009-61632). Artikel 3.3 Vergunning seksbedrijfen A rtikel 3.4 Wijzigen vergunning seksbedrijf Deze bepalingen zijn tot op heden nooit toegepast, maar zijn opgenomen voor het geval dat. Daarbij is gebruik gemaakt van vereenvoudigde bepalingen ten opzichte van het VNG-model. Artikel 3.6 Organiseren evenement
25
Gemeenteblad
NaN ?
In afwijking van het VNG-model is er conform het beleid in Epe onderscheid in eenmalige en meerjarig vergunde evenementen. Artikel 3.8 Marktstandplaatsvergunningen en andere vergunningen op markt In Epe bestaat één soort standplaatsvergunning voor de markt, zodat de differentiatie uit het VNGmodel niet gehanteerd wordt. Er zijn geen teruggaafbepalingen opgenomen voor selectie of loting, omdat die wijze van vergunningverlening niet in afdeling 7.5 van de Verordening fysieke leefomgeving gemeente Epe 2024 is geregeld. Artikel 3.9 Overige administratieve dienstverlening markt In Epe zijn alleen tarieven voor inschrijving op en verlening van de wachtlijst van toepassing. Eventuele andere vergunningen/ontheffingen e.d. die niet benoemd zijn, maar die zich toch mochten voordoen, vallen onder artikel 3.17 Artikel 3.10 Losse standplaatsen Het gaat hier om standplaatsen buiten de weekmarkt om. Artikel 3.16 Toeristische verhuur In de Huisvestingsverordening van Epe is niet voorzien in de mogelijkheid tot het verlenen van een ontheffing voor toeristische verhuur, zodat deze bepaling niet van toepassing is. Artikel 3.17 Gereserveerd (Verhuurvergunning opkoopbescherming) De mogelijkheid om het in gebruik geven van woonruimte in een opkoopbeschermingsgebied zonder vergunning te verbieden, bestaat sinds 1 januari 2022.
Toen is hoofdstuk 7, Tijdelijke regeling inzake opkoopbescherming, van de Huisvestingswet 2014 in werking getreden. Gemeenten kunnen een regeling opkoopbescherming opnemen in de Huisvestingsverordening. De opkoopbescherming maakt het mogelijk dat de gemeente in aangewezen gebieden een verbod kan instellen op het in gebruik geven (het verhuren) van nieuw aangekochte woningen in het goedkope en middeldure segment zonder vergunning van het college van burgemeester en wethouders, gedurende een periode van vier jaar na de leveringsdatum (verhuurvergunning opkoopbescherming). Een stelsel van opkoopbescherming mag alleen worden ingevoerd als daarvoor een dringende reden is. Aan de VNG Model Huisvestingsverordening is een facultatief hoofdstuk 3B toegevoegd waarmee gemeenten de opkoopbescherming kunnen invoeren. Zie Lbr. 22/003 – Wijziging VNG Model Huisvestingsverordening; toevoeging regels opkoopbescherming (12 januari 2022) en de Handreiking opkoopbescherming. In Epe is er vooralsnog niet voor gekozen om opkoopbescherming te regelen in de Huisvestingsverordening, waardoor er ook geen tarief is opgenomen. Artikel 3.18 Gereserveerd (Verhuurvergunning woon- of verblijfsruimte) Op 1 juli 2023 is de Wet goed verhuurderschap (Stb. 2023, 103) in werking getreden.
De wet beoogt het tegengaan van ongewenste verhuurpraktijken ter bescherming van woningzoekenden, huurders en arbeidsmigranten, en de leefbaarheid. De wet richt zich daartoe op verhuurders van reguliere woonruimte, verhuurders van verblijfsruimte voor arbeidsmigranten en verhuurbemiddelaars. De wet introduceert verschillende instrumenten, waaronder de mogelijkheid om twee soorten verhuurvergunningen in een verhuurverordening op te nemen: een algemene verhuurvergunning voor woonruimten in een in die verordening aangewezen gebied en een verhuurvergunning voor verblijfsruimten voor de huisvesting van arbeidsmigranten. De vergunningplicht geldt niet voor woningcorporaties en verhuurbemiddelaars. Zie voor meer informatie over de wet de Handreiking Goed verhuurderschap en Lbr. 23/018 - Invoering wet goed verhuurderschap (15 mei 2023). Het vergunningstelsel heeft betrekking op dienstverrichters, zodat de Dienstenrichtlijn van toepassing is. Omdat het over huisvesting gaat, hebben wij de tariefbepalingen aan dit hoofdstuk toegevoegd. Voor de toepassing van artikel 13, tweede lid, van de Dienstenrichtlijn kunnen zij met de vergunningen op grond van de Huisvestingswet 2014 als een met elkaar samenhangend stelsel van vergunningen worden beschouwd. Alleen als gemeenten een verhuurverordening hebben vastgesteld, kunnen ze onderdeel 3.4.8 opnemen.
In Epe is geen verhuurverordening vastgesteld. Artikel 3.19 Collecteren Het VNG-model heeft geen tarief opgenomen voor collecteren. In Epe wordt de bestaande praktijk van legesheffing voortgezet met dit artikel. Lijkbezorgingsrechten Hoofdstuk 1 Verlenen van rechten In de Beheersverordening is bepaald dat om de wettelijke grafrust te waarborgen het grafrecht verplicht moet worden verlengd bij een nieuwe inlage. Daarvoor zijn tarieven opgenomen voor perioden van 1 tot en met 9 jaar. Bij het verlengen van rechten moet de begraafplaatsbeheerder ten minste 1 jaar voor afloop van het grafrecht de rechthebbende hiervan berichten. (art. 28, tweede lid Wet op de lijkbezorging). Als de rechthebbende daar snel op reageert, ontvangt hij mogelijk al enkele maanden voor het verstrijken van het grafrecht een brief dat zijn recht wordt verlengd. Het belastbare feit doet zich voor op het moment van het ingaan van de nieuwe termijn van het grafrecht en niet op het moment van aanvraag of het moment waarop de brief vanuit de gemeente wordt verzonden. Dat kan betekenen dat bij het versturen van de brief waarin de rechthebbende wordt geïnformeerd over de aanstaande vervaldatum van zijn grafrecht, de tarieven voor het jaar waarin hij belastingplichtig is nog niet bekend zijn. Hoofdstuk 4 Onderhoud
26
Gemeenteblad
NaN ?
Het onderhoud van de begraafplaats moet in alle gevallen worden betaald, dus zowel bij algemene als particuliere graven alsmede bij particuliere urnennissen. Het onderhoud moet via een eenmalige aanslag worden betaald voor de duur van het recht en bij algemene graven voor een vast bedrag. Bestaande situaties die vóór 2016 gekozen hebben voor een jaarlijkse aanslag voor onderhoud worden voortgezet totdat de periode waarvoor het uitsluitend recht is verleend afloopt. Als de rechthebbende kiest voor verlenging van het grafrecht, moet voor de periode van de verlenging het onderhoud ineens betaald worden. Het moment waarop de nieuwe termijn van het grafrecht begint te lopen, is het moment waarop de belastingplicht ontstaat. Voor nieuw uit te geven graven worden de kosten voor onderhoud in één keer in rekening gebracht. Die kosten zijn overigens over de gehele looptijd lager dan bij een jaarlijkse aanslag. Omdat er wel een grotere financiële last ineens ontstaat, bestaat de mogelijkheid van gespreide betaling via automatische incasso. Voor situaties waarin er een verplichte verlenging plaatsvindt om de wettelijke grafrust te waarborgen, wordt het bedrag voor onderhoud bepaald op overeenkomstige wijze als voor de afkoop van graven in situaties vóór 2016.
Hoofdstuk 6 Opgraven, ruimen en verstrooien In de Beheersverordening staat in artikel 22 onder B: De rechthebbende van een particulier graf kan na de verplichte grafrust, de termijn van 10 jaar, bij de gemeente een aanvraag indienen om het graf te laten schudden c.q. ruimen. Dit verzoek tot schudden of ruimen van het graf wordt slechts éénmaal toegestaan. De menselijke resten blijven bij schudden achter in het graf. Bij het ruimen van een graf worden de menselijke resten herbegraven in een verzamelgraf. Ruimen en schudden op verzoek van de rechthebbende is alleen mogelijk als er nog grafrechten rusten op het graf. Het komt in de praktijk voor dat mensen verzoeken om te mogen begraven op een specifieke plek op de begraafplaats, bijvoorbeeld omdat het naastgelegen graf van een ander familielid is. Het college kan aan zo'n verzoek tegemoet komen en daarmee af te wijken van de volgorde van begraven. Als op zo'n plek stoffelijke resten liggen, zal het graf eerst geruimd moeten worden. Dat ruimen vindt dan zijn oorsprong in het verzoek om op die specifieke plek te mogen begraven. Het verzoek wordt echter - in de regel- niet gedaan door de rechthebbende op dat graf, want dat graf heeft geen rechthebbende meer. Anders zou er niet aan het verzoek tegemoet gekomen kunnen worden. De gemeente maakt voor het ruimen/schudden van dat graf wel extra kosten.
Die kosten moet de verzoeker betalen. Om daarover geen misverstand te laten bestaan is opgenomen dat onder 'rechthebbende' tevens wordt verstaan de persoon die verzocht heeft om rechthebbende op dat graf te worden. Het bevordert een efficiënte en klantgerichte werkwijze. Zonder deze bepaling zou iemand eerst rechthebbende van het graf moeten worden. Om vervolgens een verzoek te moeten doen tot ruimen/schudden van dat graf. Pas daarna zou in dat graf begraven kunnen worden. Na een overlijden ontbreekt voor zo'n procedure de tijd, bovendien is het niet klantgericht. Hoofdstuk 7 Overige rechten De tariefstelling voor het gebruik van de aula sluit aan bij de Beheersverordening. Daarin is bepaald dat de aula standaard één uur ter beschikking staat, met de mogelijkheid om dit per half uur te verlengen. Reinigingsheffingen Sinds 2021 hanteert Epe diftar. Het wegbrengen van afval naar een (ondergrondse) container wordt gestimuleerd door daarvoor een relatief lager tarief te hanteren. Uitgebreide motivering van de keuzes omtrent diftar zijn opgenomen bij het voorstel om diftar in te voeren (zaaknummer 204265). De tarieven reinigingsrechten zijn exclusief BTW opgenomen. Dat voorkomt dat bij een wijziging van het BTW tarief de tarieventabel van Epe moet worden aangepast.
Dit probleem speelde voor sommige gemeenten bij de recente tijdelijke verlaging van het BTW tarief op energie bij de doorbelasting in de marktgelden. Hoewel er geen aanwijzingen zijn dat het reguliere BTW tarief wordt gewijzigd, is deze werkwijze toekomstbestendiger. Op het aanslagbiljet werd en wordt de BTW afzonderlijk vermeld, omdat dit een wettelijke plicht is. Bijdrage medisch afval De financiële bijdrage voor medisch afval is opgenomen in deze tarieventabel. Hoewel de bijdrage geen belastingmaatregel betreft, ligt de reden daarvan wel in de belastingsfeer. Tegen die achtergrond vinden wij het passen om het bedrag van de bijdrage in deze tarieventabel op te nemen. Jaarlijks indexeren we dit bedrag met de indexatie waarmee de belastingen in de begroting worden geïndexeerd. Door vastlegging in de tarieventabel is duidelijk wat de bijdrage voor het betreffende (belasting)jaar is. Er is een jaarbedrag vastgesteld. OZB De gemeente Epe heft, net zoals de meeste andere gemeenten, alle 3 de mogelijke OZB heffingen. De wet bied vrijwel geen beleidsvrijheid. De bepaling om aanslagen onder de € 10 niet op te leggen is een efficiencybepaling. Deze geldt op biljetniveau. Precariobelasting In Epe is een beperkt aantal tarieven opgenomen, zonder vangnetbepaling. Dat is gedaan in verband met de uitvoerbaarheid.
De voorwerpen die belast worden zijn al in beeld, kunnen niet (eenvoudig) worden weggenomen of komen in beeld in verband met een vergunningaanvraag. De tarieven voor luifels en vlaggen vervallen met ingang van 2026. Het gaat om verwaarloosbare bedragen. De verhouding tussen opbrengst en kosten voor heffing is niet in balans.
27
Gemeenteblad
NaN ?
Voor standplaatsen geldt een evenredig tarief. Tot 2016 was sprake van een degressief tarief naar oppervlakte en naar tijdsduur met een maximum. Hof Den Bosch heeft geoordeeld dat de raad bij het wijzigen van dat tarief destijds onvoldoende de belangen heeft gewogen. Daarom besteden wij hier in deze toelichting aandacht aan. Met een evenredig tarief worden alle standplaatshouders op gelijke wijze in de heffing betrokken. Met het degressieve, gemaximeerde tarief was het tarief per dagdeel voor een standplaatshouder die de hele week een standplaats innam veel lager dan voor een standplaatshouder die slechts één dagdeel per week een standplaats innam. In de Beleidsnotitie standplaatsen gemeente Epe 2013 (hierna ook: standplaatsenbeleid) is het aantal en de locatie van de standplaatsen vastgelegd. Het gaat om een beperkt aantal standplaatsen. Op grond van artikel 12, lid 2 van dat standplaatsenbeleid is het de bedoeling de standplaats daadwerkelijk in te nemen op de vergunde momenten. Met de degressieve tariefstelling voorheen was het voor bepaalde ondernemers - met name die seizoensgebonden producten aanbieden - financieel aantrekkelijk om een vergunning voor de hele week aan te vragen. Afhankelijk van bijvoorbeeld de weersomstandigheden - en de daarmee te verwachten klandizie - werd de standplaats ingenomen. Die praktijk is onwenselijk in het licht van het standplaatsenbeleid.
Met een evenredige tariefstelling is er een financiële prikkel om de standplaats wel gedurende de vergunde periode in te nemen en is daarmee ondersteunend aan het standplaatsenbeleid. Daarbij speelt mee dat de tijd dat een ondernemer geen gebruik maakt van de standplaats, maar deze wel de beschikking heeft over een vergunning, andere ondernemers van die standplaats dan ook geen gebruik kunnen maken, omdat ze daar geen vergunning voor kunnen krijgen. Gezien de schaarste van de standplaatsen, is het wenselijk dat de standplaatsen zoveel als mogelijk worden ingenomen. Een evenredige tariefstelling ondersteunt dat. Deze belasting wordt geheven van ondernemers. Van ondernemers mag worden verwacht dat zij hun bedrijfsvoering inrichten naar de mogelijkheden die er zijn, waaronder de tarieven die betaald moeten worden voor het innemen van een standplaats. Zo kan een ondernemer met een standplaatsvergunning ervoor kiezen om de aanvraag te wijzigen (art. 8 standplaatsenbeleid). Dan kan hij de feitelijke inname en de vergunde situatie (meer) met elkaar in overeenstemming trachten te brengen. Ook bestaat de mogelijkheid om de standplaatsvergunning te beëindigen (art. 11 standplaatsenbeleid). Het is uiteindelijk aan de ondernemer om de afweging te maken of hij in de gemeente Epe tegen de hier geldende tarieven een standplaats wil innemen of niet.
Dat geldt ook voor ondernemers die hier al jaren gebruik maken van een standplaats en ook voor ondernemers die producten aanbieden waarbij niet beïnvloedbare omstandigheden zoals het weer een rol spelen bij de rendanbiliteit van de standplaats. Het is niet zo dat de gemeente Epe als enige standplaatsen aanbiedt aan ondernemers. De ondernemer kan desgewenst een vergelijking maken met andere mogelijkheden voor het innemen van standplaatsen in andere gemeenten, op particuliere grond of om op een andere wijze zijn waren trachten te verkopen, om tot een keuze te komen. Tegen deze achtergrond wegen wij de belangen van het gelijkelijk belasten - en daarmee de prikkel om de standplaats gedurende de vergunde periode daadwerkelijk in te nemen - van een standplaats groter dan het individuele belang van ondernemers (met seizoenplaatsen) die meer van niet-beïnvloedbare omstandigheden afhankelijk zijn. Deze tariefstelling doet daarmee recht aan het gelijkheidsbeginsel. Het belastbare feit is namelijk het innemen van een standplaats. Niet relevant voor het belastbare feit is door wie de standplaats wordt ingenomen of welke producten daar te koop worden aangeboden. Met eventuele te behalen winst of inkomen uit de verkoop vanaf de standplaats mag in de tariefstelling op grond van artikel 219, lid 2 Gemeentewet geen rekening worden gehouden.
De daarmee samenhangende belangen mogen dan ook geen rol spelen in de afweging. In Epe wordt geen marktgeld geheven, maar precariobelasting. Dat voorkomt kostentoerekeningsvraagstukken. Rioolaanleggeld Het gaat hier om nieuwe aansluitingen op het riool. In een enkel geval komt het voor dat er duur drukriool moet worden aangelegd. Op begrotingsbasis is moeilijk in te schatten wanneer zich dat zal voordoen. Vanwege maximaal 100% kostendekking is ervoor gekozen om de tarieven te baseren op de kosten van vrijvervalriolering. Daarbij geldt dat een grotere diameter hogere kosten met zich meebrengt. Rioolheffing Sinds de invoering van de rioolrechten in Epe (in 2000) is er onderscheid in tarieven voor eigenaren en gebruikers en zijn de tarieven voor gebruikers opgedeeld in klassen naar gelang het waterverbruik. Voor de motivering van dit onderscheid wordt kortheidshalve verwezen naar de invoering (99-0005090 en 99-0003570), de evaluatie van die invoering (2002-05969) en de invoering van de rioolheffing als voortzetting van de rioolrechten (2009-53307). Toeristenbelasting In 2020 heeft onderzoek plaatsgevonden naar de systematiek van de toeristenbelasting. 27 mei 2021 heeft de raad hierover een besluit genomen (zaaknummer 272165). Uit het onderzoek bleek dat de meeste (potentiële) belastingplichtigen onderscheid in tarief willen.
Voor het overnachten in een eigen kampeermiddel geldt een lager tarief dan voor andere overnachtingen. Verder is daarin besloten om vaste tarieven te hanteren voor vaste standplaatsen. De vaste tarieven zijn op verzoek van de ondernemers verder verfijnd met perioden van 1 maand tot een half jaar. Deze tarieven verlopen degressief als gekeken wordt naar het omgerekende tarief per overnachting. Daarmee
28
Gemeenteblad
NaN ?
wordt uitdrukking gegeven aan de verwachting dat hoe langer de standplaats per jaar wordt ingenomen des te lager het aantal overnachtingen per maand zal zijn. De tarieven zullen in de loop der jaren geleidelijk uiteen gaan lopen, waarbij het tarief voor eigen kampeermiddelen op € 1,00 wordt gehouden totdat het reguliere tarief € 1,50 bedraagt. Daarna wordt opnieuw bezien hoe de tarieven zich verder ontwikkelen. Forensenbelasting Conform het belastingbeleid in het coalitieakkoord 2022-2026 stijgen de tarieven geïndexeerd. Het tarief als percentage van de heffingsmaatstaf wordt gecorrigeerd voor de waardeontwikkeling als gevolg van de WOZ-herwaardering. Er is een minimumtarief dat zijn oorsprong vindt in de koppeling die voorheen bestond met de het jaarplaatstarief bij de toeristenbelasting. Bij de correctie van de waardeontwikkeling is uitgegaan van 53 objecten die onder het minimumtarief van € 207 vallen. Voor de WOZwaarde ontwikkeling is onderscheid gemaakt tussen recreatiewoningen en gewone woningen. De recreatiewoningen stijgen namelijk naar verwachting gemiddeld 20% in waarde, de reguliere woningen naar verwachting 10%. Er zijn momenteel 537 recreatiewoningen die onder de forensenbelasting vallen. En 44 gewone woningen. 36 objecten vallen in het maximumtarief van € 1.695.
Grenzen aan het tarief? Het staat de gemeenteraad vrij tarieven vast te stellen binnen de grenzen van artikel 219 van de Gemeentewet. De wetgever heeft geen limiet gesteld aan de hoogte van de forensenbelasting. Het vaststellen van de tarieven mag echter niet tot strijd met enig algemeen rechtsbeginsel of leiden tot een onredelijke of willekeurige belastingheffing waarop de wetgever niet het oog kan hebben gehad. Als iemand beroep instelt tegen een belastingaanslag kan/zal de rechter toetsen of hiervan sprake is, de zogenaamde exceptieve toetsing. Als dat aan de orde is, kan de rechter de verordening onverbindend verklaren. In de rechtspraak is een aantal malen (o.a. ECLI:NL:GHSHE:2016:1999 en ECLI:NL:GHARN:2008:BG4929) - in meerdere of mindere mate expliciet - een oordeel uitgesproken over tariefsbepalingen bij de forensenbelasting. De norm ‘onredelijk’ is daarbij niet nader ingekleurd, behalve in een conclusie van de advocaat-generaal (ECLI:NL:PHR:2007:AX0678) bij een arrest van de Hoge Raad (ECLI:NL:HR:2007:AX0678), waarin deze een maximumtarief van € 3.480 niet in strijd met enig algemeen rechtsbeginsel heeft geoordeeld. De Hoge Raad heeft de benadering van de AG echter niet besproken of overgenomen in zijn uitspraak. De Hoge Raad heeft in navolging van andere hoogste rechtscolleges de lijn van de exceptieve toetsing gewijzigd en verruimd.
Na deze uitspraak heeft de Hoge Raad uitspraak (ECLI:NL:HR:2021:648) gedaan in een casus over forensenbelasting, waarbij de Hoge Raad oordeelt dat voor onverbindendverklaring van een regeling slechts plaats is als de gekozen heffingsmaatstaf dan wel tariefstelling tot een uitkomst voert die in strijd is met de wet of enig algemeen rechtsbeginsel zoals het gelijkheidsbeginsel. De termen ‘onredelijk’ of ‘willekeurig’ komen daarin niet voor. De drempel waarover een regeling zou kunnen struikelen ligt blijkens die uitspraak bij een ‘individuele en buitensporige last’ in de zin van artikel 1 Eerste Protocol bij het Europese Verdrag voor de Rechten van de Mens en de Fundamentele Vrijheden. De aangedragen feiten gaven de Hoge Raad geen aanleiding om dat laten onderzoeken door een feitelijke rechter (Gerechtshof). De Hoge Raad (ECLI:NL:HR:2016:1129) heeft in navolging van Hof Den Haag (ECLI:NL:GHDHA:2014:2861) geoordeeld dat een belasting van 1,2 percent over de waarde van de bezittingen voor belanghebbende geen individuele, buitensporige last vormt. Daarbij overwoog het Hof dat het niet uitmaakt dat de woning niet wordt verhuurd en dat de woning geen liquide middelen oplevert. Het ging daarbij om de vermogensrendementsheffing uit box 3 en niet over de forensenbelasting.
Naar analogie kan geredeneerd worden dat een tarief forensenbelasting van minder dan de helft van 1,2% evenmin een individuele en buitensporige last vormt. Overigens kan volgens de Hoge Raad (ECLI:NL:HR:2017:442) van een individuele en buitensporige last alleen sprake zijn als en voor zover deze last zich in een concreet geval sterker laat voelen dan in het algemeen. De tarieven forensenbelasting gelden voor alle belastingplichtigen op dezelfde wijze. Het maakt met andere woorden niet uit wie de belastingplichtige is. Een individuele en buitensporige last is tegen die achtergrond moeilijk voor te stellen bij de forensenbelasting. Verder is van belang dat - bij een lastenverzwaring - een zichtbare belangenafweging plaatsvindt. In dit geval is de raad van oordeel dat er geen sprake is van een reële lastenverzwaring. Het tarief wordt geïndexeerd verhoogd vanwege de inflatie en vervolgens gecorrigeerd voor de waardeontwikkeling. In individuele gevallen kan dat leiden tot een lastenverzwaring, maar dat hangt samen met de gekozen heffingsmaatstaf: de (WOZ-)waarde. Als die in een individueel geval meer dan gemiddeld stijgt, zal ook de aanslag forensenbelasting meer dan de inflatie hoger uitvallen dan in 2025. Bij het vaststellen van de tarieven zijn de grondslagen nog niet bekend, zodat niet bekend is in hoeverre deze situaties zich zullen voordoen.
Omdat er sprake is van een maximumtarief is er in elk geval een plafond aan de stijging. Voor zover het al gaat om een lastenverzwaring is de raad van oordeel dat deze gelegitimeerd is doordat de lasten voor de gemeente eveneens stijgen. De tarieven forensenbelasting stijgen met hetzelfde percentage als waarmee de OZB en de andere echte belastingen stijgen. De extra bijdrage die van belastingplichtigen wordt verlangd is daarmee gelijkwaardig. Een extra lastenverzwaring voor forensen is daarmee niet aan de orde.
29
Gemeenteblad
NaN ?
De raad realiseert zich ook dat deze belasting - net als de toeristenbelasting uiteindelijk - drukt op nietinwoners. Die mensen hebben geen stemnrecht en kunnen dus zo niet (indirect) meebeslissen over de belasting die zij moeten betalen. Voor hen bestaat wel de mogelijheid om in te spreken tijdens commissievergaderingen. Hoewel die mogelijkheid al sinds jaar en dag bestaat en er forensenbelastingplichtigen zijn die het principeel niet eens zijn met de heffing, hebben zij daar tot op heden geen gebruik van gemaakt. Dat mensen het niet eens zijn met de heffing om principiële redenen is bekend vanuit informatie die daarover bij Tribuut beschikbaar is. Een en leidt tot de conclusie dat de tarieven (en de verhoging daarvan) forensenbelasting een exceptieve toets door de rechter vooralsnog lijken te kunnen doorstaan. Om te voorkomen dat in absolute zin hele hoge bedragen worden geheven is er een maximumtarief dat we overeenkomstig het bestaande beleid niet verhogen. Door dit consequent vol te houden wordt het verschil tussen minimum- en maximumtarief geleidelijk kleiner.
30
Gemeenteblad
NaN ?