CConstaterende datEpe
Koppel je AI →
Document · PDF

1017977 Jaarstukken VNOG 2023 incl Prkrt v 27jun24

Gemeenteraad 19 september 2024, gemeente EpeBij agendapunt: Vaststelling Lijst ingekomen stukken d.d. 19 september 202434.178 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

1 alinea's met “opening”: 566

Deze rechtma gheidsverantwoording hee betrekking op het in de waarderingsgrondslagen opgenomen en door het algemeen bestuur vastgestelde normenkader. Deze normen zijn uitgewerkt in een toetsingskader en getoetst aan het begro ngs- en voorwaardencriterium. Het misbruik en oneigenlijk gebruik criterium hee betrekking op het verstrekken van subsidies en of uitkeringen of het innen van heffingen van derden. Daar dit geen ac viteiten voor VNOG zijn, is dit toetsingscriterium over niet van toepassing. De geconstateerde individuele afwijkingen zijn allen lager dan de rapporteringsgrens van € 250.000, zijnde 10% van de verantwoordingsgrens. Vanuit het oogpunt van transparantie wordt gewezen op de in hoofdstuk “Overzicht af te sluiten en over te hevelen kredieten” genoemde overschrijding van de investeringskredieten. Daarnaast zijn over ten aanzien van de naleving van de aanbestedingswet- en regelgeving enkele afwijkingen geconstateerd. De oorzaken hiervan zijn enerzijds het gevolg van opera onele noodzaak of doelma gheid en anderzijds het gevolg van beperkte capaciteit. Op dit moment maakt VNOG 2 Baseline Informatiebeveiliging Overheid en Algemene verordening gegevensbescherming

Pagina 53 van 117

bij Europese aanbestedingen indien mogelijk gebruik van een extern bureau ter ondersteuning van de inkoopafdeling om de gevolgen van de beperkte capaciteit zo veel mogelijk te beperken. Bij inkopen onder de Europese aanbestedingsgrens hee VNOG, met inachtneming van de propor onaliteit, aandacht voor het volgen van de juiste procedure. Het aanscherpen van de maatregelen in het inkoopproces kan echter leiden tot betere naleving en documenta e in het kader van de Gids Propor onaliteit. Innova e Innovatie is een belangrijk onderwerp voor VNOG, waar op allerlei manieren invulling aan wordt gegeven. Het gaat daarbij zowel om technische innovaties, nieuwe werkwijzen, nieuwe samenwerkingsvormen en onderwerpen rondom informatievoorziening. Bij de programma’s in hoofdstuk 3 wordt nader op initiatieven ingegaan. Ter illustratie worden een paar voorbeelden genoemd:  VNOG loopt met haar innovatieve werkwijze rondom risicocommunicatie gekoppeld aan gedragswetenschap voorop in den lande en zet deze werkwijze voort.  Met partners wordt gewerkt aan het VICC (Veiligheids Informatie en Coördinatie Centrum), een samenwerkingsplatform waar verschillende (datastromen) van partners samen komen, waarmee in één oogopslag de geduide situatie ten aanzien van de risico’s uit ons risicoprofiel, zowel in de koude, lauwe en warme fase zichtbaar wordt.

 Met het project R!SQ komt er een toekomstgericht informatieplatform, waarmee VNOG risicogericht kan informeren, adviseren en oefenen op brandrisico’s in woningen en woongebouwen.  De samenwerking met Duitsland is verder uitgebouwd door het opnemen van Duitse voertuigen in onze kazernevolgordetabel en wordt komende jd nog verder versterkt, onder andere via het project CrossFire, het onderzoek naar een gezamenlijke brandweerkazerne voor de brandweer van het Duitse Suderwick en het Nederlandse Dinxperlo. Dit project krijgt interna onale erkenning en hee al diverse (Europese) prijzen gewonnen.  Er wordt gewerkt aan een wi e informa ebron Oost- , ter verbetering van de informa eposi e in de koude, lauwe en warme situa e.  De nieuwe meldkamer MKON is gestart; de grootste meldkamer van Nederland. De toegepaste oplossingen zijn een voorbeeld voor anderen en de manier waarop de vijf veiligheidsregio’s hun samenwerking hebben beschreven en vastgelegd, wordt door andere regio’s als voorbeeld gebruikt. Duurzaamheid In december 2021 heeft het algemeen bestuur een duurzaamheidsvisie voor VNOG vastgesteld die in 2022 is uitgewerkt in een duurzaamheidstrategie per thema/afdeling. Daarnaast heeft het algemeen bestuur middelen ter beschikking gesteld in de vorm van een duurzaamheidsreserve. Met behulp van externe expertise is de strategie in uitvoering genomen.

Er zijn inmiddels diverse concrete resultaten bereikt, hoewel dit kleine stappen zijn. In zeker zin staat duurzaamheid nog in de kinderschoenen, al heeft het wel de aandacht.  Op het vakbekwaamheidsplein in Loenen is een test uitgevoerd hoe, na afloop van oefeningen waarbij gestookt wordt, metalen restvoorwerpen (bijv. de spijkers uit de verbrande kratten) uit de asresten kunnen worden verwijderd. Dit is gedaan met een sterke magneet. De ijzerproducten worden afgevoerd als oud ijzer.  De temperatuur op de werklocaties gaat omlaag. Eerst is als proef op post Apeldoorn-Zuid de temperatuur verlaagd naar 20 graden; dit is nu als standaard ingesteld.  De kantoorartikelen zijn alleen nog maar duurzaam/circulair.  Op alle werklocaties zijn zogenaamde recycle eilanden geplaatst.  In enkele locaties wordt met innovatieve en duurzame vloeibare zeep/verpakkingsmateriaal, restafval en logistiek de CO2 uitstoot tot een minimum beperkt.  Bij nieuw- en verbouwtrajecten (die overigens primair onder de gebouweigenaren (de gemeenten) vallen), worden duurzaamheidsmogelijkheden in nauw overleg met de gemeenten Pagina 54 van 117

opgepakt. Zo is de blauwdruk van VNOG voor nieuwe kazernes, gebaseerd op circulaire bouw en duurzaamheid, gedeeld met de gemeenten die nieuw gaan bouwen en participeert VNOG in de trajecten. Het jaar 2023 stond in het teken van het verder verzamelen van informatie en het delen hiervan. De CO2 -voetafdruk is bepaald, met als meetpunt 2022. Op basis hiervan is een concept klimaatplan opgesteld met potentiële acties binnen de thema’s inkoop, vastgoed, facilitair, mobiliteit en VNOG specifieke activiteiten. In zeven klimaatsessies is het plan voorgelegd aan de medewerkers met het verzoek tot feedback. Op basis hiervan is eind 2023 het nieuwe klimaatplan met concrete acties en doorrekeningen gepresenteerd. De uitdaging ligt in het reduceren van de CO2. De belangrijkste thema’s waarop de meeste winst te behalen valt, zijn ‘vastgoed’ en ‘mobiliteit’. Een groot deel van de uitstoot komt van het vastgoed. Dit is in bezit van de gemeenten. In 2024 zal besloten worden met welke acties VNOG verder aan de slag gaat, een en ander altijd in nauwe afstemming met de gemeenten, want duurzaamheidsmaatregelen in het vastgoed kunnen alleen gezamenlijk worden opgepakt. De diverse nieuwbouw- en verbouwtrajecten komende jaren bieden daarbij een kans om stappen te zetten. De uitdaging voor reductie op het thema ‘mobiliteit’ ligt bij VNOG zelf. Het gaat dan o.a.

om de elektrificatie van het wagenpark, met voor nu focus op de dienstauto’s en -bussen, omdat een betaalbaar en voor onze omstandigheden bruikbaar elektrisch alternatief voor de grotere brandweervoertuigen momenteel in de markt nog niet/onvoldoende voor handen is. In 2023 zijn er ook per gemeente afspraken geweest om afstemming te zoeken over de duurzaamheidsopdracht van VNOG en die van de gemeenten. Dit waren zeer zinvolle bijeenkomsten waarbij de gezamenlijke mening is dat er veel moet gebeuren en mogelijk is. Het jaar 2024 wordt hiermee een belangrijk jaar, omdat er keuzes voor de toekomst gemaakt moeten worden. Huisves ng Demarca e Per 2023 voert VNOG bepaalde facilitaire taken in de kazernes uit, zoals vastgelegd in de ‘Regeling Demarcatie’ die is afgesloten tussen de colleges en het AB. De Demarcatie geeft aan welke partij (gemeente of VNOG) voor welke facilitaire c.q. huisvestingstaak in de kazernes verantwoordelijk is. De gemeente is (en blijft) de gebouweigenaar, terwijl VNOG de opstal gebruikt. Als gevolg van de Regeling Demarcatie moesten bepaalde werkzaamheden en bijbehorende contracten (waar nodig) worden overgedragen van gemeenten naar VNOG. Dit is in 2023 in nauw overleg met de gemeenten geregeld. Daarbij is rekening gehouden met lopende afspraken met leveranciers. Per gemeente is de overdracht van de hierna genoemde activiteiten besproken.

Onderwerp Afvalinzameling Schoonmaak Internet / telefonie Televisie Sanitaire middelen Warme dranken Alarmopvolging Alarmcentrale Terreinonderhoud Strooidiensten Legionella bemonstering

Afspraak Van gemeente naar VNOG Van gemeente naar VNOG VNOG VNOG Van gemeente naar VNOG Van gemeente naar VNOG Van gemeente naar VNOG Van gemeente naar VNOG Van gemeente naar VNOG Van gemeente naar VNOG Van gemeente naar VNOG (m.u.v. herstellen, vervangen en aanpassingen)

Pagina 55 van 117

Plaagdieren EHBO-koffers AED Afvalstoffenheffing Waterschapsbelasting OZB gebruikersdeel Compressor Hoge drukreiniger Toegangsbeheer Inbraakinstallatie Gas, Water, Electra Meubilair AV Kantoorartikelen

Van gemeente naar VNOG VNOG VNOG Van gemeente naar VNOG Van gemeente naar VNOG Van gemeente naar VNOG VNOG VNOG Van gemeente naar VNOG Van gemeente naar VNOG Naar gemeente VNOG VNOG VNOG

In afstemming met de gemeenten heeft VNOG in 2023 de schoonmaak, sanitaire middelen, afvalvoorzieningen en koffievoorzieningen (deels) overgenomen. De datum van overgang is steeds met elke gemeente afgestemd. Voor het merendeel van de gemeenten is dit met ingang van 1 juli 2023 gerealiseerd. Voor een paar gemeenten is de overname in het derde kwartaal van 2023 afgerond. De overige onderwerpen worden in de loop van 2024 opgepakt; zo zal alarmopvolging, alarmcentrale en het toegangsbeheer grotendeels in 2024 worden overgenomen door VNOG. Voor de werklocaties is het toegangsbeheer al wel grotendeels uitgerold, met uitzondering van Zutphen en Doetinchem. De kosten van de Demarcatie voor VNOG worden via twee verschillende financiële werkwijzen met de gemeenten verrekend: een deel van de kosten (van specifiek gemarkeerde taken) wordt bij de 22 gemeenten gezamenlijk in rekening gebracht via het reguliere verdeelmodel. Deze kosten komen tot uiting in programma 6 ‘Bedrijfsvoering’ van de begroting. Het andere deel van de kosten (de facilitaire kosten) wordt vier jaar (2023 t/m 2026) per individuele gemeente afgerekend, waarbij de eindafrekening plaatsvindt op basis van de werkelijke kosten. Deze individuele verrekening heeft dan geen effect op de andere gemeenten. Deze verrekening komt tot uiting in programma 8 van de begroting.

Omdat de raming van de facilitaire kosten door VNOG als voorschot in rekening was gebracht bij de gemeenten, was afgesproken dat de kosten die de gemeente maakte op lopende contracten in rekening gebracht kunnen worden bij VNOG, tot het moment dat een contract overgaat naar VNOG. Zo zijn dubbele kosten voorkomen. VNOG heeft met name bij de implementatie van de contracten van de sanitaire middelen en warme dranken te maken gehad met aanloopkosten voor vervanging van materialen (zeepdispenser, wc-rolhouders e.d. en aansluiten nieuwe koffiemachines). De Regeling Demarcatie bevat naast de taakverdeling ook werkafspraken, afspraken over de periodieke afstemming tussen gebouwbeheerders van gemeenten en VNOG, alsook de afspraak dat de gemeenten de panden uiterlijk 1 januari 2025 op orde brengen qua Arbo-vereisten en voorzieningen, waarbij wel rekening wordt gehouden met beschikbare faciliteiten in de buurt van de kazernes en eventuele al lopende/geplande nieuw- of verbouwtrajecten. Tenslotte is er conform de Regeling Demarcatie in 2023 een periodiek overleg met de gebouwbeheerders geweest om zaken af te stemmen over de algehele stand, de samenwerking, lopende kwesties, komend onderhoud, nieuw- en verbouw en duurzaamheidsmogelijkheden. In 2023 heeft VNOG de gemeente Lochem ondersteund bij de nieuwbouw van de kazerne Almen. Deze nieuwe kazerne is in 2023 in gebruik genomen.

Diverse andere nieuwbouwtrajecten zijn in 2023 opgestart, oplevering volgt in 2024 e.v.

Pagina 56 van 117

Verhuizing Europaweg en 1-post Apeldoorn Per 1 december 2023 verliet VNOG grotendeels haar twee gehuurde verdiepingen op het kantoor aan de Europaweg 79 te Apeldoorn, dat in bezit is van de politie. De politie heeft zelf de ruimte nodig. De Europaweg fungeerde vele jaren als hoofdzetel van VNOG waar diverse ondersteunende afdelingen zoals ICT, HRM, Archief en Financiën gehuisvest waren, alsook GHOR, Crisisbeheersing, ondersteunende teams van de Brandweer en het multi-actiecentrum dat actief wordt bij rampen en crises. Het actiecentrum blijft voorlopig beschikbaar. Voor de andere medewerkers en functies is besloten om deze tijdelijk te verdelen onder de zeven bestaande werklocaties van VNOG. De voorbereiding en uitvoering van deze verhuizing was een grote operatie. Om de tijdelijke huisvesting mogelijk te maken zijn in 2023 alle werklocaties geschikt gemaakt voor de toename van de gebruiksintensiteit en het flexwerken. Daarnaast zijn uitwijkmogelijkheden hier bovenop, zoals de kazernes en externe vergader/werk-mogelijkheden, van de juiste faciliteiten voorzien. De verspreiding over meerdere locaties is een niet-ideale tijdelijke werkwijze, in afwachting op de oplevering van de nieuwe 1-brandweerpost van de gemeente Apeldoorn, waar dan ook diverse VNOG-functies een plaats gaan krijgen.

Afgelopen jaar is intensief, in nauw overleg met de gemeente Apeldoorn, gewerkt aan de vele voorbereidende werkzaamheden van deze nieuwbouw. Oplevering is naar verwachting in 2027. FMIS VNOG heeft momenteel twee Facility Management Informatie Systemen (FMIS) in gebruik, te weten Axxerion (voornamelijk voor voertuigbeheer, -onderhoud en materialen) en TOPdesk (voornamelijk voor reserveringen ruimtes, kantoorartikelen en service- en (ICT-)helpdesk). Omdat de contracttermijn van beide systemen verlopen is en een besparing gewenst is, is er na een aanbesteding één nieuw FMIS-systeem gekozen, te weten Facilitor. In 2023 is gestart met de implementatie, in het eerste kwartaal van 2024 zal Facilitor live gaan.

Pagina 57 van 117

4.7. Paragraaf Verbonden partijen Inleiding Een Verbonden Partij is een privaat- of publiekrechtelijke organisatie waarin VNOG een financieel én een bestuurlijk belang heeft. Er is sprake van een financieel belang als VNOG aansprakelijk is bij het niet nakomen van de verplichtingen door de rechtspersoon. Er is sprake van een bestuurlijk belang als VNOG vertegenwoordigd is in het bestuur of zeggenschap daarin kan uitoefenen. Gelet op deze kwalificaties was alleen de ‘gemeenschappelijke regeling Meldkamer Oost Nederland’ (MON) in 2023 voor VNOG een verbonden partij. De MON is in 2023 geliquideerd met de totstandkoming van de nieuwe meldkamer (zie ook programma 4 in hoofdstuk 3). Hiernaast heeft VNOG bestuurlijke of financiële belangen in de Werkgeversvereniging Samenwerkende Veiligheidsregio’s (WVSV), de Stichting Risicobeheer Veiligheidsregio’s, het Nederland Instituut Publieke Veiligheid (NIPV), de Stichting Brandweeropleidingen Gelderland Overijssel (BOGO), het Veluws Bosbrandweer Comité (VBC) en de Samenwerkingsregeling Incidentbestrijding IJsselmeergebied (SAMIJ). Meldkamer Oost Nederland (MON) Twee leden van het algemeen bestuur VNOG namen deel in het algemeen bestuur van de MON. Tot 1 januari 2020 bestond de financiële bijdrage uit een voorschot dat tweemaal per jaar werd voldaan.

De financiële middelen die beschikbaar werden gesteld waren niet verhaalbaar in het geval de MON haar financiële verplichtingen niet zou nakomen. VNOG zorgde samen met de Veiligheidsregio IJsselland, de districten NOG en IJsselland binnen de politie-eenheid Oost en de vergunninghouders ambulancezorg in de regio’s NOG en IJsselland voor de financiering van de MON. Relatie met doelstelling Volgens de Wet veiligheidsregio’s is het bestuur van de Veiligheidsregio verantwoordelijk voor het instellen en in standhouden van een gemeenschappelijke meldkamer. Beleidsvoornemens / ontwikkelingen De invoering van de nieuwe meldkamer (onder de overkoepelende Landelijke Meldkamer Samenwerking (LMS) met tien locaties in Nederland, waaronder Apeldoorn) zorgde voor een grote impact. Voor de MON betekende dit dat het beheer en de bedrijfsvoering van de meldkamer per 1 januari 2020 werd ondergebracht bij het verbijzonderde deel van de politieorganisatie LMS. Dit hield ook in dat de beide betrokken veiligheidsregio’s (IJsselland en VNOG) ingaande 1 januari 2020 hiervoor geen bijdrage meer aan de MON verschuldigd waren. Het positief resultaat over 2019 groot € 411.141 werd, in tegenstelling tot voorgaande jaren, niet terugbetaald aan de deelnemers, maar werd toegevoegd aan de algemene reserve van de MON.

Dit om (on)verwachte kosten tussen 1 januari 2020 en het moment van opening van de nieuwe meldkamer voor Oost-5 (de vijf veiligheidsregio’s in het oosten van het land, in het eerste kwartaal 2023) te kunnen dekken. In lijn hiermee heeft VNOG over 2023 dus geen bijdrage aan de MON betaald. Met de start van de nieuwe meldkamer in maart 2023 is de gemeenschappelijke regeling MON opgeheven en is het saldo van de per liquidatiedatum nog aanwezige algemene reserve aan de deelnemers in de gemeenschappelijke regeling uitgekeerd. Het bestuurlijk belang J.N. Rozendaal DB lid MON en A.J.M. Heerts DB lid MON. Het financieel belang Bijdrage 2023: € nihil Pagina 58 van 117

Omvang Eigen- Vreemd vermogen MON Eigen vermogen: 1-1-2023: € 357.157,- 31-03-2023: € 331.133,Vreemd vermogen: 1-1-2023: € 0,31-03-2023: € 0,De omvang van het nadelig resultaat over 2023 voor de MON bedraagt € 26.024. Dit nadelig saldo is gedekt uit de aanwezige algemene reserve MON. Werkgeversvereniging Samenwerkende Veiligheidsregio’s (WVSV) De WVSV is een vereniging van de 25 veiligheidsregio’s. De voorzitters van de veiligheidsregio’s vormen de ledenvergadering. Het bestuur van de WVSV kent vijf zetels en bestaat uit bestuurders uit veiligheidsregio’s. Het bestuur vormt tevens de onderhandelingsdelegatie, ondersteund door een vertegenwoordiging vanuit de Raad Commandanten en Directeuren Veiligheidsregio (RCDV), onder anderen de directeur van VNOG en de ambtelijke secretaris. De WVSV wordt op het gebied van bedrijfsvoeringtaken ondersteund door het Nederlands Instituut Publieke Veiligheid, NIPV. De WVSV voert sinds januari 2022 namens de besturen van de veiligheidsregio’s de onderhandelingen met de werknemersorganisaties over de arbeidsvoorwaarden voor het personeel van de veiligheidsregio’s. De WVSV heeft hiermee het werk van de brandweerkamer van de VNG overgenomen. De vereniging is verantwoordelijk voor de arbeidsvoorwaarden van ca. 28.000 medewerkers, waaronder beroeps en vrijwillig brandweerpersoneel.

Stichting Risicobeheer Veiligheidsregio’s en Stichting Waarborgfonds Veiligheidsregio’s De samenwerking tussen de veiligheidsregio’s op het gebied van verzekeren hee vorm gekregen in twee s ch ngen: de S ch ng Risicobeheer Veiligheidsregio’s (opgericht in oktober ) en de S chng Waarborgfonds Veiligheidsregio’s (opgericht juli ). De Stichting Risicobeheer is een gezamenlijk expertisebureau waarmee de veiligheidsregio’s collectief een ongevallenverzekering kunnen inkopen en deze schades kunnen afwikkelen. De Stichting Waarborgfonds is bedoeld voor het in gezamenlijkheid dragen van niet-verzekerbare risico’s. De stichtingen zijn met name van belang voor het meedenken in de complexe zaken, het uniformeren van alle aanspraken binnen alle veiligheidsregio’s, begeleiden van aanbestedingen en het afdekken van risico’s welke we niet willen of kunnen verzekeren. Nederlands Instituut Publieke Veiligheid (NIPV) Het NIPV is een bij wet opgericht zelfstandig bestuursorgaan (ZBO). Een ZBO is een bestuursorgaan van de centrale overheid dat bij de wet, krachtens de wet bij algemene maatregel van bestuur of krachtens de wet bij ministeriële regeling met openbaar gezag is bekleed, en dat niet hiërarchisch ondergeschikt is aan een minister. De positie van het NIPV is vastgelegd in de Wet veiligheidsregio's.

De 25 voorzitters van de veiligheidsregio's vormen samen het algemeen bestuur van het NIPV. Het bestuur is verantwoordelijk voor alle taken en werkzaamheden die het NIPV uitvoert in het kader van de Wet veiligheidsregio’s. Het bestuur stelt jaarlijks de begroting met bijbehorend jaarplan, de jaarrekening en het jaarverslag vast en eens per vier jaar een meerjarenbeleidsplan. Hiermee bepaalt het bestuur de ambitie van het NIPV. Ook is het bestuur verantwoordelijk voor concrete zaken als het certificeren van aanbieders van brandweeropleidingen. In de kaderwet ZBO’s wordt geregeld dat het besluit tot vaststelling van de begroting de goedkeuring behoeft van de Minister. Eveneens wordt geregeld dat het besluit tot vaststelling van de jaarrekening de goedkeuring van de Minister behoeft. Indien gedurende het jaar aanmerkelijke verschillen ontstaan of dreigen te ontstaan tussen de werkelijke en de begrote baten en lasten dan wel inkomsten en uitgaven, doet een ZBO daarvan onverwijld mededeling aan de Minister.

Pagina 59 van 117

Stichting Brandweeropleidingen Gelderland Overijssel (BOGO) De BOGO ontwikkelt en verzorgt brandweeropleidingen in opdracht van zes veiligheidsregio’s. Het algemeen bestuur bestaat uit drie burgemeesters en de zes regionaal commandanten/directeuren van de aangesloten veiligheidsregio’s. In principe is de stichting zelf aansprakelijk voor de schulden die worden gemaakt. De bijdrage aan de BOGO is direct gekoppeld aan het soort en aantal afgenomen opleidingen. Veluws Bosbrandweer Comité (VBC) De stichting het Veluws Brandweer Comité (VBC) is opgericht in 1951. Het VBC is een samenwerkingsverband van 20 gemeenten op de Veluwe met als doelstellingen:  Het voorkomen en beperken van bos- en natuurbranden op de Veluwe;  Het verrichten van alle verdere werkzaamheden die met het vorenstaande in de ruimste zin verband houden of daartoe bevorderlijk kunnen zijn. De stichting tracht haar doel onder meer te verwezenlijken door het organiseren en coördineren van een systeem van detectie (onder meer via vliegtuigen, drones en meetapparatuur) van bos- en natuurbranden. De deelnemende gemeente in het VBC behoren tot het werkgebied van Veiligheidsen Gezondheidsregio Gelderland Midden (VGGM) en VNOG.

De deelnemende gemeenten zijn: Apeldoorn, Arnhem, Barneveld, Brummen, Ede, Elburg, Epe, Ermelo, Harderwijk, Hattem, Heerde, Nunspeet, Oldebroek, Putten, Renkum, Rheden, Rozendaal, Scherpenzeel, Voorst en Wageningen. Samenwerkingsregeling Incidentbestrijding IJsselmeergebied (SAMIJ) SAMIJ staat voor Samenwerkingsregeling Incidentbestrijding IJsselmeergebied. De SAMIJ is een netwerk-samenwerking. Het doel van dit netwerk is het borgen van een adequaat functionerende incidentbestrijding in het IJsselmeergebied als samenhangend risicowatersysteem. In dit netwerk zijn veel partijen actief en betrokken. Partijen met elk een eigen rol en taak in de incidentbestrijding. Daarom zijn er samenwerkingsafspraken gemaakt tussen de veiligheidsregio’s en waterschappen rondom het IJsselmeergebied en Rijkswaterstaat, de KNRM, Reddingsbrigade Nederland, de Kustwacht en de Nationale Politie. Het IJsselmeergebied bestaat uit het IJsselmeer en het Markermeer, IJmeer, de Gouwzee en de Randmeren, inclusief het Zwartemeer. De SAMIJ richt zich hierbij op de bovenregionale bestuurlijke- en operationele afstemming om een effectieve en efficiënte samenwerking te borgen voor incidentbestrijding in het IJsselmeergebied.

Pagina 60 van 117

4.8. Openbaarheidsparagraaf Op 1 mei 2022 is de Wet open overheid (Woo) in werking getreden. Een belangrijk onderdeel van deze wet is de verplichting tot actieve openbaarmaking van, op termijn, 17 informatiecategorieën. Het is de bedoeling dat openbare overheidsinformatie landelijk op één plek te vinden is en toegankelijk is voor allen die belanghebbend dan wel geïnteresseerd zijn. Hiertoe wordt landelijk gebruik gemaakt van een verwijsindex, de Woo-index. De Woo-index biedt een centraal overzicht aan van internetlocaties met gepubliceerde Woo-documenten per overheidsorganisatie. VNOG kan dus de te openbaren informatie op de eigen VNOG-website plaatsen, waar de index vervolgens naar linkt. De officiële bekendmakingen zullen geplaatst blijven worden op de website officiëlebekendmakingen.nl via het systeem DROP. Daarnaast is er nog het landelijke GR-register (voor gemeenschappelijke regelingen) en het landelijke Register van Overheidsorganisaties. Uitvoering Woo in 2023 door VNOG Voor de actieve openbaarmaking wordt de wettelijke fasering van de Woo gevolgd. Voor elke fase worden de documenten uit de betreffende categorie vanaf de wettelijk verplichte datum actief openbaar gemaakt. In 2023 gold voor één categorie een verplichte openbaarmaking op grond van de Woo. Het ging daarbij om de categorie van de ‘organisatiegegevens’. VNOG heeft dit gerealiseerd.

Ook in andere categorieën publiceert VNOG inmiddels al actief. 

  

De VNOG publiceert (nu al) actief op haar website de volgende stukken:  Vergaderstukken AB (incl. ingekomen stukken)  Besluitenlijsten DB  Jaarverslagen en begrotingen  Regionale plannen Voor wat betreft de Regelingen verwijst VNOG naar de landelijke website ‘officiële bekendmakingen’. Op de VNOG-website plaatst VNOG spoedig nog een link naar het GR-Register en ook naar het Register voor Overheidsorganisaties. In de begeleidende tekst op de website meldt VNOG welke informatie in deze registers is te vinden. Voor wat betreft de Woo-verzoeken heeft VNOG op haar website duidelijk vermeld hoe een Woo-verzoek ingediend kan worden. De uitkomsten/resultaten van Woo-verzoeken zullen ook op de website worden gepubliceerd. VNOG moet daarbij nog wel bepalen op welke manier de beslissingen op Woo-verzoeken gepubliceerd zullen worden. Conform landelijk advies worden Woo-/Wob-verzoeken van voorgaande jaren niet meer actief op de website gepubliceerd.

Stand van zaken informatiehuishouding De Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) heeft een meerjarenplan gepubliceerd voor de realisatie van meer grip op informatie. Het doel hiervan is dat gemeenten en intergemeentelijke organen meer grip krijgen op hun informatievoorziening en het stimuleert organisaties om de Woo te implementeren. In het meerjarenplan is een aantal eisen opgenomen om de informatiehuishouding op orde te krijgen. VNOG is in 2023 bezig geweest om aan deze eisen te voldoen:   

Aansluiten op een e-depotvoorziening. VNOG volgt hiervoor de ontwikkelingen bij de gemeente Apeldoorn, die in de GR voor VNOG is aangewezen als archiefbewaarplaats. Binnen iedere applicatie is de selectielijst geïmplementeerd. Bij de aanbesteding van nieuwe applicaties wordt deze eis in het Programma van Eisen opgenomen. Beheer organiseren op e-mailarchivering. VNOG is aangesloten bij het initiatief van de VNG: de selectielijst e-mailbewaring. Pagina 61 van 117

   

Beheer organiseren op tekstberichten. VNOG wacht de ontwikkelingen bij het bedrijf af dat nu de website van VNOG en een aantal accounts van sociale media archiveert. Beschikken over een informatiebeheerplan (minimaal: inzicht in werkprocessen, proceseigenaar, in welke applicaties welke data/documenten staat, hoe het beheer is geregeld). VNOG heeft nog geen informatiebeheerplan opgesteld; dit volgt nog. Een kwaliteitssysteem hanteren voor het informatiebeheer, zoals vastgelegd in artikel 16 van de Archiefregeling. De mogelijkheden van een systeem zijn in onderzoek genomen. Een metagegevensschema vaststellen en aan elk blijvend te bewaren informatieobject metagegevens koppelen. Een metagegevensschema is nog niet vastgelegd; dit volgt nog.

Vijf jaar na het van kracht worden van de Woo (dus in 2027) moet aan deze eisen voldaan worden.

Pagina 62 van 117

4.9. Toekomstparagraaf Op 15 januari 2020 heeft het AB de Toekomstvisie voor VNOG vastgesteld, inclusief bijbehorende Opdrachten om deze Toekomstvisie te realiseren. De Opdrachten moeten in de periode 2020-2026 worden uitgevoerd. In het voortraject van de totstandkoming van de Toekomstvisie zijn de raden nauw betrokken geweest. De Toekomstvisie vormt de basis van het regionaal beleidsplan en van de begrotingen. De uit te voeren Opdrachten zijn in de begroting verwerkt (de Opdrachten zijn daarin opgenomen bij de betreffende programma’s), alsook de financiële effecten van de Toekomstvisie. De Toekomstvisie vormt het antwoord van VNOG op de twee vragen die de samenleving aan VNOG stelt:  Ik heb hulp nodig (bij brand, ongevallen, rampen, crises).  Leer mij gevaar te voorkomen (veilig wonen, werken en recreëren). Burgers, bedrijven, instellingen en overheden stellen deze vragen. VNOG moet, op grond van haar wettelijke taken en verantwoordelijkheden uit de Wet veiligheidsregio’s, deze vragen beantwoorden. De Toekomstvisie beoogt, in antwoord op de vragen, op hoofdlijnen het volgende te realiseren:  VNOG is dé organisatie in de regio voor samenwerking aan veiligheid. Het is een operationele organisatie, die bij een crisissituatie of ramp nu en in de toekomst garant staat voor professionele hulpverlening aan inwoners en bezoekers van de regio.

 VNOG is een regio waar veilig en gezond gewoond, gewerkt en gerecreëerd kan worden. VNOG speelt in op demografische en maatschappelijke ontwikkelingen die van invloed zijn op hedendaagse en toekomstige veiligheidsrisico’s. VNOG is een toekomstbestendige veiligheidsregio.  VNOG richt zich op:  Het voorkomen, beperken en bestrijden van incidenten, rampen en crises (maatschappelijke opdracht) (Opgave 0);  Zelfredzaam en risicobewust (Opgave 1);  Vakbekwaam en deskundig (Opgave 2);  Sterke informatiepositie (Opgave 3);  Een gezonde financiële basis en betrokken medewerkers (randvoorwaarde) (Opgave 4). Dit zijn de Opgaven van VNOG. De Opgaven komen als rode draad in de opgavegerichte begrotingen steeds weer terug. De doelstellingen op de programma’s in de programmabegroting zijn gerelateerd aan de Opgaven en in de begroting zijn ook indicatoren opgenomen, waarmee de prestaties op de Opgaven/doelstellingen lopende het jaar periodiek worden gemeten.  VNOG werkt met compacte en slagvaardige posten, in een fijnmazig netwerk, met goed getrainde vrijwilligers vanuit een sterkte informatiepositie.  Dit alles moet leiden tot een solide veiligheidsregio voor de lange termijn.  De missie van VNOG is: Samen werken aan veiligheid. De kernwaarden zijn: Daadkrachtig – Deskundig – Gepassioneerd. Uit de Toekomstvisie volgen intensiveringen op bepaalde beleidsterreinen (bijv.

beter geoefend personeel), maar er zijn ook structurele besparingen (bijv. ‘minder rubber en metaal’). Aan het einde van de looptijd van de Toekomstvisie, in 2026, wordt er per saldo structureel ruim 5 ton bezuinigd ten opzichte van de gerepareerde begroting 2019. Daarnáást zijn begin 2020 aanvullende efficiencymogelijkheden gezocht en gevonden. De besparingen zijn verwerkt in de meerjarenbegroting. De komende jaren kunnen externe autonome ontwikkelingen en nieuw beleid (bijvoorbeeld als gevolg van gewenste aanvullende dienstverlening vanuit de gemeenten, het Rijk of het VNOG-bestuur) leiden tot kostenstijgingen, die een stijging van de gemeentelijke bijdragen tot gevolg kunnen hebben. Als dit soort ontwikkelingen zich voordoen, zullen die, als gebruikelijk, éérst in de Kadernota’s worden geschetst, zodat daar dan besluitvorming over kan plaatsvinden. Pagina 63 van 117

Uitvoering Toekomstvisie-Opdrachten in 2023 Het document Toekomstvisie-Opdrachten bestaat uit 58 punten. De punten 1 t/m 20 bevatten de Toekomstvisie, de punten 21 t/m 58 zijn de Opdrachten. Sommige Opdrachten kennen een subnummer; daardoor zijn er in totaal 41 Opdrachten. Eén Opdracht betreft een constatering, zodat er 40 Opdrachten zijn om uit te voeren. De Opdrachten uit de Toekomstvisie moeten in de periode 20202026 worden uitgevoerd. VNOG heeft een planning gemaakt voor de uitvoering van de Opdrachten. De meeste Opdrachten kennen een geleidelijke opbouw en meerjarige looptijd. In 2023 zijn 8 Opdrachten afgerond, zodat het totaal aantal afgeronde Opdrachten nu op 30 uitkomt. Er resteren nog 10 Opdrachten om uit te voeren, waarna de volledige Toekomstvisie is geïmplementeerd. De ontstane vertragingen (met name door COVID-19) zijn weer verder ingelopen. Kenden bij de vorige rapportage (bij de Halfjaarrapportage 2023) nog 3 Opdrachten een vertraging, nu zijn dat er nog maar 2 en de vertragingen worden komende tijd nog verder ingelopen. Het aantal Opdrachten dat op schema ligt is 8. 30 1 8 2 0 41

KLAAR Constatering Op schema Vertraging Verstoord Totaal

Opdrachten afgerond. Opdracht is dus feitelijk geen opdracht. Opdrachten gestart, afronding is volgens planning later en loopt op schema. Opdrachten gestart, afronding is volgens planning later, maar heeft achterstand opgelopen. Opdrachten waren gepland om af te ronden, maar dat is niet gelukt.

Vooral COVID-19 is er de oorzaak van dat er afgelopen jaren vertragingen zijn ontstaan, maar ook andere externe ontwikkelingen hebben effect gehad op de uitvoering. Zo zorgt de Oekraïne-crisis, het wereldwijde tekort aan grondstoffen en computerchips voor vertraging in de uitlevering van materieel/materialen c.q. de nog lopende aanbestedingstrajecten. Doordat onze leveranciers niet, of pas later kunnen leveren, is ook onze planning aangepast. Bovendien stijgen prijzen en stijgt de rente. In bijlage 2 is een gedetailleerd overzicht opgenomen van de stand van alle Opdrachten, waarin per Opdracht zaken worden toegelicht. Er wordt op hoofdlijnen zowel ingegaan op planning, proces en inhoud. Vervolg Het vierjarige Regionaal Beleidsplan van VNOG loopt eind 2024 af. Er moet bij wet een nieuw Beleidsplan komen voor de periode 2025-2028. De voorbereidende werkzaamheden voor het nieuwe Beleidsplan zijn in 2023 verder opgepakt. Zo heeft VNOG in diverse interne sessies een analyse gemaakt van de omgeving en van de belangrijkste (komende) ontwikkelingen, zowel fysieke, maatschappelijke als interne. Er is oog geweest voor wat er (inter)nationaal speelt, maar ook wat specifiek voor onze regio geldt, het ontwikkelingsstadium van VNOG, etc. Dit is vervolgens besproken in de AB-tweedaagse op 13/14 september 2023.

Op basis hiervan zijn er ook een paar onderwerpen benoemd die gelet op hun omvang, belang en impact de komende jaren extra aandacht behoeven (speerpunten), dan wel punten waarop VNOG wil uitblinken vanwege onze opgebouwde kennis en ervaringen. We willen hierop toonaangevend zijn en onze expertise met andere partners delen (excelleren). Daarnaast verwerkt VNOG ook de uitkomsten uit de actualisatie van het Regionaal Risicoprofiel in het Beleidsplan. Ook het profiel loopt namelijk eind 2024 af. Op basis van alle verzamelde inzichten zal het nieuwe Beleidsplan worden opgesteld. Daarbij zullen wij ook diverse stakeholders gaan betrekken. Naar verwachting wordt het nieuwe Beleidsplan een evolutie van het huidige. Zo blijven de vijf Opgaven van VNOG, zoals die bij de Toekomstvisie in 2020 zijn geformuleerd, de basis vormen. Deze vijf Opgaven hebben nog niets van hun relevantie ingeboet en zij blijven de rode draad in al het handelen van VNOG; ze komen steeds herkenbaar terug, bijvoorbeeld ook als het fundament van de begroting. Pagina 64 van 117

Bij wet moeten het profiel en beleidsplan ter consultatie aan de raden worden voorgelegd. Dat zal in de loop van 2024 gaan gebeuren. De definitieve vaststelling van het Beleidsplan door het AB is voorzien in december 2024. De Toekomstvisie en het Beleidsplan lopen qua tijd niet helemaal synchroon. Het Beleidsplan loopt tot en met 2024, de Toekomstvisie tot en met 2026. Dit gaan we nu gelijktrekken. Met de komst van het nieuwe Beleidsplan 2025-2028 sluiten we het document “Toekomstvisie-Opdrachten 2020-2026” af. De nog openstaande zaken uit de “Toekomstvisie-Opdrachten” nemen we over in het nieuwe Beleidsplan. Vervolgens is er daarna nog maar één meerjarig plan als richtsnoer voor VNOG: het nieuwe Beleidsplan 2025-2028.

Pagina 65 van 117

II. Jaarrekening

Pagina 66 van 117

5. Balans per 31 december 2023 ACTIVA

Ultimo 2023

Ultimo 2022

VASTE ACTIVA Materiële vaste activa Investeringen met een economisch nut

34.720.865

44.913.851

Totaal materiële vaste activa

34.720.865

44.913.851

340.229

1.386.085

1.299.478

3.210.334

-

-

Overige vorderingen

3.730.959

441.411

Totaal Uitzettingen < 1 jaar

5.370.665

5.037.829

374.501

14.016

VLOTTENDE ACTIVA Uitzettingen < 1 jaar Vorderingen op openbare lichamen Uitzettingen in 's Rijks schatkist < 1 jaar Rekening courant verhouding met Rijk

Liquide middelen Overlopende activa Nog te ontvangen bijdrage Rijk

96.894

-

Overige nog te ontvangen bedragen

2.362.339

1.638.283

Vooruitbetaalde bedragen

2.372.392

1.285.969

Totaal Overlopende activa

4.831.625

2.924.252

TOTAAL VLOTTENDE ACTIVA

10.576.791

7.976.097

45.297.655

52.889.948

TOTAAL ACTIVA

Pagina 67 van 117

PASSIVA

Ultimo 2023

Ultimo 2022

VASTE PASSIVA Eigen Vermogen Het gerealiseerde resultaat volgend uit het overzicht van baten en lasten in de jaarrekening Algemene reserve

2.831.788

2.509.728

1.135.114

1.135.114

Bestemmingsreserves

15.907.159

13.679.071

Totaal Eigen Vermogen

19.874.060

17.323.913

1.157.692

1.426.560

13.491.667

21.313.154

1.078.469

2.138.702

Totaal Vaste schulden > 1 jaar

14.570.136

23.451.856

TOTAAL VASTE PASSIVA

35.601.888

42.202.329

-

1.344.882

Voorzieningen Vaste schulden > 1 jaar Onderhandse lening binnenlandse banken en overige financiële instellingen Onderhandse lening van openbare lichamen

VLOTTENDE PASSIVA Netto vlottende schulden < 1 jaar Banksaldi Overige schulden

4.155.008

4.219.251

Totaal Netto vlottende schulden < 1 jaar

4.155.008

5.564.133

Overlopende passiva - verplichtingen

4.099.885

4.173.009

Overlopende passiva - voorschotten bijdrage Rijk

1.247.374

884.687

193.500

65.789

Totaal Overlopende passiva

5.540.759

5.123.486

TOTAAL VLOTTENDE PASSIVA

9.695.767

10.687.619

45.297.655

52.889.948

Overlopende passiva

Overlopende passiva - Overige vooruit ontvangen bedragen

TOTAAL PASSIVA

Pagina 68 van 117

6. Overzicht van baten en lasten

Pagina 69 van 117

6.1. Verklaring resultaat 2023 op hoofdkostensoorten Het positief jaarresultaat 2023 bedraagt € 2.832.000. Hieronder worden de grootste verschillen tussen de begroting 2023 (na wijzigingen) en de realisatie toegelicht. Deze is zoals gebruikelijk opgesteld voor een aantal hoofdkostensoorten: personeel (inclusief inhuur en verhuur), vrijwilligers, exploitatie kapitaallasten en renteresultaat. De uitkomsten komen grotendeels overeen met de prognose bij de Halfjaarrapportage 2023. Toen werd een saldo van € 3.315.000 voorzien. Het verschil wordt grotendeels veroorzaakt door de overheveling van budgetten naar het volgende kalenderjaar. Onderstaande tabel vergelijkt de uitkomsten over 2023 met de drie voorgaande jaren. Verklaring resultaat op hoofdlijnen

2020

2021

2022

2023

Versc hil

Versc hil

Verschil

Verschil

Personeel

998.000

627.000

313.000

1.105.000

Vrijwilligers

1.950.000

1.303.000

402.000

338.000

Exploitatie (exc l. COVID-19 uitgaven)

2.430.000

3.158.000

1.539.000

980.000

COVID-19 uitgaven (voor rekening VNOG)

-617.000

-32.000

0

0

Kapitaallasten

0

0

0

0

Renteresultaat

168.000

200.000

256.000

409.000

4.929.000

5.256.000

2.510.000

2.832.000

Totaal

Personeel De hoofdcomponent personeel kan uitgesplitst worden naar de drie componenten salarissen & sociale lasten, inhuurkosten en detachering. Onderstaande tabel geeft inzicht in deze drie componenten. Personeel

Verschil

Salarissen + soc iale lasten

1.763.000

Inhuurkosten (exc lusief Oekraine)

-744.000

Detachering Totaal

86.000 1.105.000

De component salarissen & sociale lasten wordt deels beïnvloed door de aanwezige vacatureruimte. In de huidige arbeidsmarkt duurt het langer voordat vacatures ingevuld zijn. Om hiernaast flexibiliteit in de organisatie te houden, is het invullen van vacatures geen automatisme. Daarmee kunnen bovendien uitgaven voor noodzakelijke inhuur worden gedekt (zie hieronder). Door samenwerking met gemeente(n) en andere Veiligheidsregio's wordt gezocht naar een stabiele invulling van enkele kwetsbare functies, zoals de jurist en de privacy officier. Tevens is in het kader van ‘De Expeditie’ doorstroming van personeel mogelijk gemaakt door tijdelijk een dubbele bezetting op enkele functies te accepteren middels een ‘dakpanconstructie’ van twee à drie jaar. In de financiële dekking hiervoor is voorzien door een begrotingswijziging bij de Halfjaarrapportage 2023. De kosten voor inhuur hebben betrekking op de uitvoering van reguliere taken waarvoor op dat moment door een vacature, ziekte of project geen interne capaciteit beschikbaar was.

De belangrijkste posten binnen deze component zijn:  Interim teamleider(s) deels gedekt uit reserve  Projectleider nieuwe provider verbindingen (GT-vast en GT-mobiel)  Systeembeheer wegens langdurige ziekte en project vervanging hardware  Medewerker financiën wegens vacature  Adviseur(s) externe en industriële veiligheid  Projectondersteuning Meldkamer (MKON - nieuw) (kosten gedeeld in Oost-5) Pagina 70 van 117

 

Ondersteuning BOR Meldkamer (MKON - nieuw) (kosten gedeeld met Oost-5) Vervanging roosterplanner wegens langdurige ziekte

Er zijn kosten in rekening gebracht aan aanverwante organisaties voor uitvoering van werkzaamheden en projecten door aan hen gedetacheerde medewerkers. Dit betreft onder andere enkele medewerkers die een aanstelling boven de sterkte hebben. Vrijwilligersvergoedingen Het budget voor vrijwilligersvergoedingen wordt extracomptabel onderverdeeld in diverse deelbudgetten ten behoeve van een optimale sturing. Het deelbudget voor inzetten (uitrukken) is in 2023 onderschreden. Conform beleid is deze onderschrijding (€ 2.046.000 – € 1.898.000 = € 148.000) ten gunste gebracht van de egalisatiereserve ‘uitrukken’, omdat dit onderdeel niet voorspelbaar is. Hieronder een overzicht op deelniveau van het vrijwilligersbudget 2023: Budget exclusief werkgeverslasten 2023

Realisatie exclusief werkgeverslasten 2023

vaste vergoeding

1.306.000

1.305.793

inzeturen

2.046.000

1.897.547

kazernering

1.415.000

1.315.834

vakbekwaam blijven

1.943.000

1.847.280

vakbekwaam worden

529.000

503.419

ondersteuning vakbekwaamheid

461.000

335.682

PPMO

136.000

113.844

keuringen

13.000

4.696

brandveilig leven

20.000

5.095

vergaderen

52.000

43.358

onderhoud

166.000

144.886

declaraties

130.000

174.379

overig

116.000

153.942

8.333.000

7.845.755

549.600

550.617

8.882.600

8.396.372

resultaat

486.228

onderwerp

totaal exclusief werkgeverslasten diversen w.o. werkgeverlasten en inhuur totaal uitgaven vrijwilligersvergoedingen

Toevoeging aan egalisatiereserve "uitrukken"

148.000 338.228

Bij de Halfjaarrapportage 2023 werd een onderschrijding van € 200.000 verwacht op het totale budget voor vrijwilligersvergoedingen. Met de toevoeging aan de egalisatiereserve ‘uitrukken’ komt het resultaat uit op € 338.000 positief.

Pagina 71 van 117

Exploitatie Navolgende tabel geeft het verschil in exploitatiekosten per programma weer. In paragraaf 6.2 is een uitgebreidere toelichting per programma opgenomen.

De totale onderschrijding op exploitatiekosten ligt wat lager in vergelijking met de Halfjaarrapportage 2023, toen een resultaat van € 1.060.000 werd verwacht. In 2023 waren er geen directe kosten voor COVID-19 meer (anders dan de beperkte facilitaire kosten als werkgever). Kapitaallasten (rente en afschrijving) In de begroting 2023 is een budget van € 6.061.265 opgenomen voor kapitaallasten (rente en afschrijving exclusief kazernes en meldkamer) en een toevoeging aan de egalisatiereserve afschrijvingen van € 77.550. De werkelijke kapitaallast is € 5.159.623 en is daarmee € 901.642 lager dan begroot. De oorzaak hiervoor ligt met name in (in de afgelopen jaren) uitgestelde investeringen in brandweermateriaal/- materieel. Het verschil is na aftrek van de reeds begrote toevoeging aan de egalisatiereserve afschrijvingen toegevoegd. Hiernaast is ook de opbrengst van de verkopen materieel (€ 239.222) conform staand beleid toegevoegd aan de egalisatiereserve afschrijvingen. Programma Risico- en Crisisbeheersing

Werkelijk 2022

Begroting 2023

Werkelijk 2023

Restant 2023

32.616

86.000

76.766

9.234

4.203.957

4.919.555

4.432.442

487.113

GHOR

-

14.000

-

14.000

Directie & Control

-

-

-

-

754.839

1.041.710

650.415

391.295

4.991.412

6.061.265

5.159.623

901.642

Brandweerzorg

Bedrijfsvoering Algemene Dekkingsmiddelen

-

-

Kazernes in eigendom en overgangsrecht

682.220

-

-

Bijdragen van de individuele gemeenten

-682.220

-

-

0

0

0

0

COVID-19-uitgaven Voor een toelichting op COVID-19-uitgaven (uit voorgaande jaren) wordt verwezen naar paragraaf 4.4.

Pagina 72 van 117

6.2. Specificatie per programma In deze paragraaf wordt per programma een tabel met de realisatie per product en een tabel met een toelichting op overschrijdingen en minder-uitgaven vanaf € 25.000 gepresenteerd. Programma 1. Risico- en Crisisbeheersing Product

01. PERSONELE KOSTEN-Personele kosten

28. REGIONAAL BRANDMELDSYSTEEM-Regionaal Brandmeldsysteem

90. OVERIG-Overig

95. RENTE EN AFSCHRIJVING-Rente en afschrijving

99. MUTATIE(S) RESERVE(S)-Mutatie(s) reserve(s)

L/B

Begroting 2023

Begroting na wijziging 2023 260.000

Baten

Realisatie 2023

Verschil 2023

297.830

37.830

Lasten

5.991.100

7.509.900

7.285.881

224.019

Saldo

-5.991.100

-7.249.900

-6.988.051

-261.849

Baten

0

0

197.973

197.973

Lasten

0

30.000

248.071

-218.071

Saldo

0

-30.000

-50.099

20.099

Baten

0

1.000.000

911.823

-88.177

Lasten

1.043.807

2.678.935

2.491.430

187.505

Saldo

-1.043.807

-1.678.935

-1.579.607

-99.328

Baten Lasten

41.000

86.000

76.767

9.233

Saldo

-41.000

-86.000

-76.767

-9.233

-7.075.907

-9.044.835

-8.694.523

-350.312

nadeel

nadeel

nadeel

voordeel

668.607

485.035

570.035

85.000

110.000

119.233

-9.233

668.607

375.035

450.801

-75.766

668.607

375.035

450.801

-75.766

voordeel

voordeel

voordeel

voordeel

-6.407.300

-8.669.800

-8.243.722

-426.078

nadeel

nadeel

nadeel

voordeel

Baten Lasten Saldo

Totaal saldo baten en lasten

Mutaties reserves 1.0 Risico- en crisisbeheersing

Baten Lasten Saldo

Saldo reserves

Resultaat

Toelichting op Voordeel (V)/Nadeel (N) vanaf € 25.000 01. Personele kosten Saldo op salarissen, inhuur en detachering personeel wordt op totalen verantwoord en toegelicht in § 6.1. V

261.849

28. Regionaal Brandmeldsysteem De omzetting van de aansluitingen van RBS naar externe marktpartijen heeft in voorgaande jaren vertraging opgelopen. Als gevolg van de vertraging hebben in 2023 de laatste activiteiten voor het volledig afstoten van het regionaal brandmeldsysteem plaatsgevonden. Als gevolg van de vertraging is het brandmeldsysteem langer operationeel gebleven en hierdoor waren de kosten hoger dan begroot. Door het langer operationeel blijven van het brandmeldsysteem heeft de VNOG ook langer inkomsten ontvangen van de aangesloten partijen. N

-20.099 20.099

90. Overig - In 2023 is veel aandacht besteed aan een zorgvuldige positionering van de programma-activiteiten Risicobewust & Zelfredzaam in de lijnorganisatie. Er is bewust gekozen het aantal publiekscampagnes in 2023 niet uit te breiden. Hierdoor is één campagne niet gestart in 2023. - Overige verschillen < € 25.000

+106.000 -6.672 V

99.328

V

+9.233 9.233 350.312

95. Rente en afschrijving Totale afwijking < € 25.000 Resultaat voor bestemming (V) 3

3 Het resultaat voor bestemming is inclusief de toevoeging aan de egalisatiereserve noodfonds crisesbeheersing (BDuR). De toevoeging is

verwerkt onder de lasten en niet via mutaties reserves.

Pagina 73 van 117

Mutaties reserves Tijdelijke reserve incidentele veranderkosten Toevoeging onbenut opleidingsbudget 2023 € 60.000 Onttrekking veranderkosten 2023 € 32.000 Reserve zelfredzaamheid en risicobewust Onttrekking voor projecten zelfredzaamheid en risicobewustwording € 218.035 Bestemmingsreserve frictiekosten RBS Onttrekking afwikkeling regionaal brandmeldsysteem € 200.000

+85.000

Reserve frictiekosten risicobeheersing Onttrekking salarissen frictiekosten € 120.000 Tijdelijke reserve (jaarovergang) Toevoeging Start-up in Residence € 50.000 Egalisatiereserve afschrijvingen Toevoeging onderschrijding rente en afschrijving € 9.233 V Resultaat na bestemming (V)

Pagina 74 van 117

-9.233 75.766 426.078

Programma 2. Brandweerzorg Product

01. PERSONELE KOSTEN-Brandweerzorg

02. VRIJWILLIGERS VERGOEDINGEN-Brandweerzorg

08. VRIJWILLIGERS OVERIG-Brandweerzorg

20. OPERATIONELE VOORBEREIDING-Brandweerzorg

21. MATERIEEL EN LOGISTIEK-Brandweerzorg

24. VAKBEKWAAM WORDEN EN BLIJVEN-Brandweerzorg

90. OVERIG-Brandweerzorg

95. RENTE EN AFSCHRIJVING-Brandweerzorg

99. MUTATIE(S) RESERVE(S)-Mutatie(s) reserve(s)

L/B

Begroting 2023

Begroting na wijziging 2023

Realisatie 2023

Baten

Verschil 2023

6.633

6.633

Lasten

9.451.700

11.411.410

11.095.756

315.654

Saldo

-9.451.700

-11.411.410

-11.089.122

-322.288

Baten

6.695

6.695

Lasten

7.822.000

8.882.600

8.403.067

479.533

Saldo

-7.822.000

-8.882.600

-8.396.372

-486.228

Baten Lasten

192.560

230.000

246.788

-16.788

Saldo

-192.560

-230.000

-246.788

16.788

Baten Lasten

30.000

30.000

11.185

18.815

Saldo

-30.000

-30.000

-11.185

-18.815

72.000

243.337

171.337

Lasten

2.792.020

2.873.905

3.054.341

-180.436

Saldo

-2.792.020

-2.801.905

-2.811.003

9.098

Baten

Baten Lasten

3.222.280

2.881.960

2.898.541

-16.581

Saldo

-3.222.280

-2.881.960

-2.898.541

16.581

Baten

14.000

14.000

9.840

-4.160

Lasten

140.500

112.040

60.763

51.277

Saldo

-126.500

-98.040

-50.923

-47.117

Baten Lasten

4.806.000

4.919.555

4.432.442

487.113

Saldo

-4.806.000

-4.919.555

-4.432.442

-487.113

-28.443.060

-31.255.470

-29.936.376

-1.319.094

nadeel

nadeel

nadeel

voordeel

Baten Lasten Saldo

Totaal saldo baten en lasten

Mutaties reserves 2.0 Brandweerzorg

Baten

47.400

270.490

223.090

Lasten

300.000

1.238.145

-938.145

Saldo

-252.600

-967.655

715.055

-252.600

-967.655

715.055

nadeel

nadeel

nadeel

-28.443.060

-31.508.070

-30.904.032

-604.038

nadeel

nadeel

nadeel

voordeel

Saldo reserves

Resultaat

Toelichting op Voordeel (V)/Nadeel (N) vanaf € 25.000 01.Personele kosten De loonkosten worden toegelicht in § 6.1. Voor brandweerzorg gaat het om een onderschrijding van € 344.000. In verband met roosterproblematiek is er repressief personeel ingehuurd in de eerste helft van 2023 naast de geraamde inhuur voor het op de voertuigen aanbrengen van de nieuwe bepakking € 30.000. Personeelsontwikkeling (onderschrijding van € 28.000) i.v.m. de activiteiten m.b.t. de Expeditie en het leiderschapstraject. Hierdoor is er minder opleidingsbehoefte. Er is een overschrijding op de post zorg voor personeel, maar deze wordt goedgemaakt door een budget dat hiervoor nog onder overig staat (- € 20.000). V 02. Vrijwilligersvergoedingen Voor een toelichting zie § 6.1; toevoeging aan egalisatiereserve uitruk staat onder nr. 99. V 08. Vrijwilligers overig Totale afwijking < € 25.000

Pagina 75 van 117

322.288

486.228

N

-16.788

V

18.815

20. Operationele voorbereiding Totale afwijking < € 25.000 21. Materieel en logistiek Totale afwijking < € 25.000 Onderdeel van deze budgetten is de vervanging van het operationeel uniform. Hiervoor is in de afgelopen jaren vanuit het exploitatiebudget geld gestort in een egalisatiereserve. Dit jaar is voor dit doel € 160.000 aan deze reserve onttrokken. N 24. Vakbekwaam worden en blijven Totale afwijking < € 25.000 N 90. Overig Onderschrijding op representatie en een budget voor zorg voor personeel dat bij product personele kosten thuishoort € 42.000 Verder afwijkingen < € 25.000 V 95. Rente en afschrijving Voor een toelichting zie § 6.1. V Resultaat voor bestemming (V) 99. Mutaties reserves Egalisatiereserve afschrijvingen: Toevoeging opbrengst verkoop materieel en materiaal € 239.222 Toevoeging onderschrijding rente en afschrijving € 487.113 Egalisatiereserve nieuw operationeel uniform Onttrekking € 159.280 Egalisatiereserve uitrukken Toevoeging € 148.000 N Resultaat na bestemming (V)

Pagina 76 van 117

-9.098

-16.581

47.117

487.113 1.329.094

-715.055 604.038

Programma 3. GHOR Product

01. PERSONELE KOSTEN-GHOR

90. OVERIG-GHOR

95. RENTE EN AFSCHRIJVING-GHOR

99. MUTATIE(S) RESERVE(S)-Mutatie(s) reserve(s)

L/B

Begroting 2023

Begroting na wijziging 2023

Realisatie 2023

Verschil 2023

Baten Lasten

1.169.000

1.351.300

1.141.400

209.900

Saldo

-1.169.000

-1.351.300

-1.141.400

-209.900 -18.198

Baten

48.000

48.000

29.802

Lasten

699.000

781.000

720.805

60.195

Saldo

-651.000

-733.000

-691.003

-41.997

Baten Lasten

0

14.000

14.000

Saldo

0

-14.000

-14.000

-1.820.000

-2.098.300

-1.832.403

-265.897

nadeel

nadeel

nadeel

voordeel

Baten Lasten Saldo

Totaal saldo baten en lasten

Mutaties reserves 3.0 GHOR

Baten Lasten

14.000

-14.000

Saldo

-14.000

14.000

-14.000

14.000

nadeel

nadeel

Saldo reserves

Resultaat

-1.820.000

-2.098.300

-1.846.403

-251.897

nadeel

nadeel

nadeel

voordeel

Toelichting op Voordeel (V)/Nadeel (N) vanaf € 25.000 01. Personele kosten - Saldo op salarissen, inhuur en detachering personeel wordt op totalen verantwoord en toegelicht in § 6.1. V 90. Overig Onderschrijding van € 53.000 inzake transitieplan bouwstenen 3 en 5. Voor de ontwikkeling van bouwsteen 3. GHOR Informatievoorziening (informatiepositie binnen witte kolom) is besloten om samen te werken op het Oost 5-niveau. De aanlooptijd voor deze samenwerking heeft langer geduurd dan initieel gepland, waardoor pas eind 2023 een projectleider is aangesteld. Als gevolg van de vertraging zijn de werkelijke kosten in 2023 lager dan begroot. Bouwsteen 5. GHOR Operationele organisatie (geneeskundige crisisorganisatie) bestaat uit een formatie van 0,3 fte en €31.000 voor exploitatielasten. Gedurende 2023 is de formatie vacant geworden, waardoor er beperkt aanspraak is gemaakt op het beschikbare exploitatiebudget voor 2023.

209.900

Verder afwijkingen < € 25.000

-11.003

+53.000

V

41.997

V

+14.000 14.000

Resultaat voor bestemming (V) 4

265.897

95. Rente en afschrijving Totale afwijking < € 25.000

99. Mutaties reserves Egalisatiereserve afschrijvingen Toevoeging onderschrijding rente en afschrijving € 14.000

-14.000 N

14.000

Resultaat na bestemming (V)

251.897

4 Het resultaat voor bestemming is inclusief de toevoeging aan de egalisatiereserve noodfonds crisesbeheersing (BDuR). De toevoeging is

verwerkt onder de lasten en niet via mutaties reserves.

Pagina 77 van 117

Programma 4. MON Product

L/B

01. PERSONELE KOSTEN-MON

90. OVERIG-MON

95. RENTE EN AFSCHRIJVING-MON

Begroting 2023

Begroting na wijziging 2023

Baten

705.000

238.000

Lasten

1.687.350

Saldo

-982.350

Verschil 2023

Verschil 2023

238.651

-651

453.450

454.738

-1.288

-215.450

-216.087

637

Baten Lasten

89.650

95.823

41.346

54.477

Saldo

-89.650

-95.823

-41.346

-54.477

-1.072.000

-311.273

-257.433

-53.840

nadeel

nadeel

nadeel

voordeel

-1.072.000

-311.273

-257.433

-53.840

nadeel

nadeel

nadeel

voordeel

Begroting na wijziging 2023

Verschil 2023

Verschil 2023

Baten Lasten Saldo

99. MUTATIE(S) RESERVE(S)-Mutatie(s) reserve(s)

Baten Lasten Saldo

Totaal saldo baten en lasten

Mutaties reserves 4.0 MON

Baten Lasten Saldo

Saldo reserves

Resultaat

Programma 4. MKON Product

01. PERSONELE KOSTEN-MKON

90. OVERIG-MKON

95. RENTE EN AFSCHRIJVING-MKON

99. MUTATIE(S) RESERVE(S)-Mutatie(s) reserve(s)

L/B

Begroting 2023

Baten Lasten

0

3.591.600

3.221.986

369.614

Saldo

0

-3.591.600

-3.221.986

-369.614

Baten

0

2.730.173

2.733.243

-3.070

Lasten

0

41.700

52.241

-10.541

Saldo

0

2.688.473

2.681.002

7.471

Baten Lasten

0

28.600

17.332

11.268

Saldo

0

-28.600

-17.332

-11.268

Baten Lasten Saldo

Totaal saldo baten en lasten

0

0

0

0

0

-931.727

-558.316

-373.411

nadeel

nadeel

voordeel

373.411

-373.411

0

0

-373.411

373.411

0

0

-373.411

373.411

nadeel

nadeel

-931.727

-931.727

0

nadeel

nadeel

Mutaties reserves 4.0 MKON

Baten Lasten Saldo

Saldo reserves

Resultaat

0

Pagina 78 van 117

Toelichting op Voordeel (V)/Nadeel (N) vanaf € 25.000 (MKON) 01. Personele kosten Saldo op salarissen, inhuur en detachering personeel toont een onderschrijding van € 392.750. De nieuwe meldkamer per 1 april 2023 operationeel gegaan. Het betreft kosten over negen maanden. Omdat de kosten van de nieuwe meldkamer gedragen worden door vijf veiligheidsregio’s IJsselland, Twente, Gelderland - Midden en – Zuid en VNOG worden deze apart verantwoord. En lopen niet mee in de overige personeelskosten van VNOG. In verband met de overgang naar de nieuwe meldkamer is er veel aandacht geschonken aan zorg voor personeel. Eenmalig heeft dit tot een overschrijding geleid. V 90. Overig Dit voordeel is ontstaan doordat het opleidingsbudget in 2023 voor een deel niet is aangewend. 95. Rente en afschrijving V Resultaat voor bestemming (V) 99. Mutaties reserves Conform afspraak wordt het resultaat van de MKON gestort dan wel onttrokken in de reserve MKON. Resultaat na bestemming (V)

392.750 -23.136 369.614 -7.741 11.268 373.411 -373.411 0

De kosten van de eerst drie maanden van de “oude” meldkamer (MON) zijn afgewikkeld. Incidenteel heeft dit geleid tot een voordelig saldo van € 53.800.

Pagina 79 van 117

Toelichting op Voordeel (V)/Nadeel (N) vanaf € 25.000 01. Personele kosten Saldo op salarissen, inhuur en detachering personeel wordt op totalen verantwoord en toegelicht in § 6.1. Diverse verschillen kleiner dan 25.000. V 51. Bestuur Diverse verschillen kleiner dan 25.000. V 52. Directie Overig Projectkosten landelijke meldkamer en BOR MKON. In 2023 liepen de kosten gemaakt voor het project landelijke meldkamer en de BOR-meldkamer Oost- Nederland door tot het tweede kwartaal 2023. Per 1 april 2023 is de nieuwe meldkamer operationeel gegaan. Naast door VNOG werden deze kosten gedragen door veiligheidsregio’s IJsselland, Twente, Gelderland - Midden en Zuid. Per regio was de bijdrage afgerond € 25.000. Advieskosten algemeen Onder advieskosten staan de kosten voor de programmamanager 1-Post Apeldoorn. Een deel van deze kosten wordt doorbelast. Een deel hiervan betreft extra kosten die vanaf 2021 zijn gemaakt. Diverse verschillen < € 25.000. V 53. Control Accountantskosten Naast de kosten van 2023 staan hier ook de kosten van 2022 verantwoord. Dit heeft tot een overschrijding geleid. N Resultaat voor bestemming (V) 99. Mutaties reserves Resultaat na bestemming (V)

Pagina 80 van 117

45.291 13.666 58.957 20.704

-24.965 140.897 2.447 118.379

-24.825 173.216 173.216

Programma 6. Bedrijfsvoering Product

L/B

01. PERSONELE KOSTEN-Bedrijfsvoering

Baten

22. FACILITAIR-Bedrijfsvoering

23. HUISVESTING-Bedrijfsvoering

61. COMMUNICATIE-Bedrijfsvoering

62. MIDDELEN-Bedrijfsvoering

63. VERZEKERINGEN-Bedrijfsvoering

64. PERSONEELSZAKEN-Bedrijfsvoering

65. INFORMATIE-Bedrijfsvoering

66. ARBO-Arbo

89. OVERIG-Bedrijfsvoering

95. RENTE EN AFSCHRIJVING-Bedrijfsvoering

99. MUTATIE(S) RESERVE(S)-Mutatie(s) reserve(s)

Begroting 2023

Begroting na wijziging 2023 29.000 176.500

Realisatie 2023

Verschil 2023

224.305

47.805

Lasten

7.332.900

9.427.800

9.366.353

61.447

Saldo

-7.303.900

-9.251.300

-9.142.048

-109.252

Baten Lasten

266.500

256.500

157.228

99.272

Saldo

-266.500

-256.500

-157.228

-99.272

Baten

140.000

140.000

61.556

-78.444

Lasten

1.434.500

2.332.000

2.134.297

197.703

Saldo

-1.294.500

-2.192.000

-2.072.740

-119.260

Lasten

59.500

89.500

99.422

-9.922

Saldo

-59.500

-89.500

-99.422

9.922

Baten

Baten Lasten

50.000

80.000

72.567

7.433

Saldo

-50.000

-80.000

-72.567

-7.433

Baten Lasten

762.000

762.000

752.330

9.670

Saldo

-762.000

-762.000

-752.330

-9.670

Baten Lasten

1.152.468

881.660

610.677

270.983

Saldo

-1.152.468

-881.660

-610.677

-270.983

Lasten

2.465.270

2.626.270

2.696.230

-69.960

Saldo

-2.465.270

-2.626.270

-2.696.230

69.960

Baten

Baten Lasten

154.500

154.500

87.595

66.905

Saldo

-154.500

-154.500

-87.595

-66.905

7.000

7.000

Lasten

649.000

722.700

480.364

242.336

Saldo

-649.000

-722.700

-473.364

-249.336

Baten

Baten Lasten

892.700

1.041.710

650.415

391.295

Saldo

-892.700

-1.041.710

-650.415

-391.295

Baten Lasten Saldo

Totaal saldo baten en lasten

-15.050.338 -18.058.140 -16.814.616 -1.243.524

nadeel

nadeel

nadeel

voordeel

745.968

1.376.060

1.118.954

-257.106

346.000

737.824

-391.824

745.968

1.030.060

381.130

648.930

745.968

1.030.060

381.130

648.930

voordeel

voordeel

voordeel

nadeel

-14.304.370 -17.028.080 -16.433.486

-594.594

Mutaties reserves 6.0 Bedrijfsvoering

Baten Lasten Saldo

Saldo reserves

Resultaat

nadeel

Pagina 81 van 117

nadeel

nadeel

voordeel

Toelichting op Voordeel (V)/Nadeel (N) vanaf € 25.000 01. Personele kosten - Saldo op salarissen, inhuur en detachering personeel wordt op totalen toegelicht in § 6.1. Diverse verschillen kleiner dan 25.000 V 22. Facilitair Met ingang van 2023 is de demarcatieregeling van kracht gegaan. Als gevolg hiervan worden facilitaire kosten begroot en verantwoord onder programma 8. Enkele van deze kosten werden voorheen verantwoord binnen Bedrijfsvoering/Facilitair. Dit is deels de oorzaak van de onderschrijding: licentiekosten (Buma) aanschaf (niet) duurzame goederen schoonmaakkosten en afvalkosten. Daarentegen staat een deel van deze kosten verantwoord onder Huisvesting bij de oefenpleinen waarvoor geen bedrag begroot staat. Dranken en versnapering (zakelijk karakter) Diverse verschillen kleiner dan 25.000. V 23. Huisvesting Oefenlocaties Onder andere facilitaire kosten oefenlocaties Loenen, Groenlo, ASK, PPMO baan Ruurlo (zie ook onder Facilitair). Kosten verhuizing/tijdelijke huisvesting De exploitatielasten zijn lager dan aanvankelijk begroot. Wel zijn er meer investeringen gedaan. Deze kosten staan onder de kredieten verantwoord. De exploitatielasten worden gedekt uit de reserve bedrijfsvoering. Bijkomende kosten kazernes Aanschaf (niet) duurzame goederen. De uitputting van dit budget zal per jaar verschillen. Afhankelijk van wat er nodig is op een kazerne.

Diverse verschillen kleiner dan 25.000. V 64. Personeelszaken - HRM advies. Daar waar noodzakelijk wordt voor complexe personeelsdossiers expertise ingekocht bij een juridisch adviesbureau. Het aantal dossiers wisselt per jaar. Verder is expertise op het gebied van FLO ingehuurd. De expertise op gebied van FLO wordt met 2 jaar verlengd. Expertise voor de toetsing van het onderhoud van het functiegebouw van de VNOG is ingehuurd. Assessment vrijwilligers en beroeps. Het aantal assessments wisselt per jaar. Tweede loopbaanbeleid. Hiervan wordt nog weinig gebruikgemaakt. Mede i.v.m. het meerjarig landelijk onderzoek naar duurzaam inzetbaarheid, de mentale en fysiek belasting. - Mobiliteit: personeelsontwikkeling. Naast het centraal opleidingsbudget hebben de afdelingen een eigen opleidingsbudget. De expeditie/veranderkosten: Leiderschapsprogramma, Professionele vaardigheden, Ontwikkel- en loopbaanadvies, duurzaam inzetbaarheid en Mobiliteit: minder uitgegeven dan begroot (blijft in reserve organisatieontwikkeling). Voor toelichting zie paragraaf Bedrijfsvoering (4.6.). - Diverse verschillen elk voor zich kleiner dan 25.000. V 65. Informatie Ontwikkeling Documentaire Informatievoorziening. De heroriëntatie op het zaaksysteem van de VNOG (JOIN) is in het 2e halfjaar van 2023 gestart. Dit is later dan gepland.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14401320/1