CConstaterende datEnkhuizen
Koppel je AI →
Document · PDF

bijlage 1c beestemmingspland Bloemhof 2023 Bijlagen

gemeenteraad 23 april 2024, gemeente EnkhuizenBij agendapunt: Vaststelling Bloemhof 202336.082 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Niet gevonden in dit document.

bestemmingsplan Bloemhof 2023

Bijlagen bij toelichting Bijlage 1

Stedenbouwkundig plan

Bijlage 2

Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.

Bijlage 3

Akoestischonderzoek

Bijlage 4

Verkennend bodemonderzoek

Bijlage 5

Nader bodemonderzoek

Bijlage 6

Oriënterend Onderzoek Ontplofbare Oorlogsresten

Bijlage 7

Quickscan Wet natuurbescherming fase 2

Bijlage 8

Quickscan Wet natuurbescherming fase 3

Bijlage 9

Quickscan Wet natuurbescherming fase 4

Bijlage 10

Nader ecologisch onderzoek fase 3

Bijlage 11

Nader ecologisch onderzoek fase 4

Bijlage 12

Ontheffing Wet natuurbescherming fase 2

Bijlage 13

Berekening stikstofdepositie

Bijlage 14

Overzicht participatie Bloemenbuurt

Bijlagen bij regels Bijlage 1

Lijst van beroepen en bedrijven aan huis

Bijlage 2

Kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten

(vastgesteld)

1

definitief ontwerp stedenbouwkundig plan in opdracht van welwonen

B L O E M E N B U U R T

E N K H U I Z E N

29-08-2019

INHOUD

0

Inleiding

1

Gebiedsanalyse

2

Chronologie van het planproces

3

Plantoelichting

4

Architectuurimpressies

INLEIDING Sinds 2003 is Welwonen bezig met de herstructurering van Plan Noord, een vroeg naoorlogse uitbreiding ten noorden van de binnenstad. Aanpak van de Bloemenbuurt is de laatste fase van deze ingrijpende wijkvernieuwingsopgave. De behoefte aan een toekomstbestendige woningvoorraad vraagt om vervanging van een deel van de kwalitatief slechte woningen in de wijk, naast renovatie- en groot onderhoudsmaatregelen. Hiermee kan en moet worden geanticipeerd op demografische ontwikkelingen. Bekend is bijvoorbeeld dat het aantal kleinere huishoudens zal toenemen de komende jaren. Dit is enerzijds te verklaren door de vergrijzing en anderzijds door individualisering van de samenleving. Verder zien corporaties zich geplaatst voor de taak om meer specifieke doelgroepen te huisvesten. Zo neemt bijvoorbeeld het aantal eenoudergezinnen toe dat aanspraak maakt op een sociale huurwoning. Uit gegevens van het CBS (2017) blijkt ook dat het aandeel eenpersoonshuishoudens in Enkhuizen Noord boven het landelijk gemiddelde ligt. Gemiddeld genomen ontstaat er bij corporaties een overschot aan eengezinswoningen en een tekort aan ‘kleinere’ wooneenheden. In de periode mei 2017 tot april 2018 is een voorlopig stedenbouwkundig plan opgesteld waarbij de gemeente en buurtbewoners op verschillende momenten actief zijn betrokken (zie chronologie planproces in hoofdstuk 2).

In de periode daarna is het plan in overleg met de gemeente en de stedenbouwkundige van de gemeente aangepast en verfijnd, rekening houdend met bewonersreacties op de presentatie van het voorlopig ontwerp in april 2018. Voorliggend rapport geeft inzicht in het definitieve stedenbouwkundig plan en hoe hiertoe is gekomen. Inmiddels heeft op basis van dit stedenbouwkundig plan een architectenselectie plaatsgevonden voor de nieuwbouwwoningen in het plan. Impressies uit de prijswinnende inzending zijn ter kennisgeving bij dit rapport gevoegd.

SACON Zwolle, 29 augustus 2019

de dijk als beeldbepalend groen element

Asterstraatflat

groen omzoomd plangebied met kenmerkend N0Z wegenpatroon

sober en ritmisch vormgegeven bouwblokken in de lengterichting van de weg

1 GEBIEDSANALYSE KARAKTERISTIEK VAN HET PLANGEBIED De Bloemenbuurt maakt deel uit van Plan Noord, de eerste naoorlogse uitbreiding van Enkhuizen. Kenmerkend is de overwegend noord-zuid verlopende wegenstructuur (eenrichtingsverkeer) met wegbegeleidende bouwblokken. Deze bouwblokken zijn overwegend sober en ritmisch vormgegeven. Kenmerkend is een lichte spanning in het wegverloop wat zorgt voor een herkenbare identiteit. Het groen is nooit ver weg. De buurt wordt namelijk omzoomd door groen, met name aan de noordzijde goeddeels gekoppeld aan de beeldbepalende westfriese omringdijk. Voet- en fietspaden in deze dijkzone maken het tot belangrijk recreatief uitloopgebied voor bewoners. In de noordwesthoek van het plangebied, ook tegen de dijk, bevindt zich een grote(re) open ruimte waarin een speeltuin is gerealiseerd (Tulpenplein). Voorts bevinden zich verspreid in de wijk portiek-etagewoningen, waarvan de ‘Asterstraatflat’ in de Bloemenbuurt is gelegen (in de zuidoosthoek). Deze is enige jaren geleden grondig gerenoveerd en gefacelift. Ze wordt over het algemeen hoog gewaardeerd door de buurtbewoners. Stedenbouwkundige en architectonische samenhang wordt gezien als belangrijke cultuurhistorische kwaliteit van het gebied. Het bewaken van de samenhang is een belangrijk uitgangspunt bij de planvorming.

terugkomdag

wijkwandelingen

2 CHRONOLOGIE VAN HET PLANPROCES WIJKWANDELINGEN, 30 mei en 1 juni 2017 Als start van het proces zijn twee wijkwandelingen georganiseerd. Aan deze wandelingen hebben 25 buurtbewoners deelgenomen. Tijdens de wandeling sloten zich nog enkele mensen aan. Op een informele manier is met bewoners gesproken over zowel positieve als negatieve zaken met betrekking tot de wijk en tot de woningen. Ondanks opmerkingen over criminaliteit en vandalisme waren mensen tevreden over de opzet van de wijk (mensen ervaren veel ruimte en groen) en over het buurtgevoel (mensen ervaren specifiek ‘De Bloemenbuurt’ als hun woonomgeving). Belangrijke punten die de bewoners als negatief ervaarden waren de slechte kwaliteit van de woningen (energetisch, geluidstechnisch, bouwtechnisch) en bijkomende vochtproblemen. Verschillende bewoners repten van rioollucht in de woning bij hevige regenval en van wateroverlast in stegen en tuinen. Rijgedrag en parkeersituatie maken de buurt minder veilig voor spelende kinderen. TERUGKOMDAG, 11 juli 2017 Van de mensen die hebben meegewandeld hebben 23 mensen aan de hand van stellingen gediscussieerd over de toekomst van hun buurt. Nagenoeg unaniem waren de aanwezige bewoners over de stelling dat slopen beter is dan renoveren.

Sloop/vervangende nieuwbouw wordt belangrijk gevonden voor de toekomst van de buurt en er is een grote bereidheid om meer huur te betalen als de energielasten omlaag gaan. Eveneens unaniem was men voor handhaving van het huidige (éénrichtings)verkeersregime. Slechts een minderheid toonde zich bereid om een deel van hun (voor)tuin in te leveren voor meer parkeerplaatsen in de buurt. Om de parkeerdruk enigszins te verlichten voelde een meerderheid veel voor het idee om bedrijfsbussen uit de woonstraten te weren en hiervoor een voorziening te realiseren op het (huidige) parkeerplein tussen de Violenstraat en de Piet Smitstraat. ‘INLOOPMARKT’ 9 januari 2018 In een inloopbijeenkomst zijn bewoners geïnformeerd over de voorgenomen sloop van door Welwonen inmiddels aangewezen woningen. Bij verschillende ‘panelen’ is met mensen gesproken over het waarom, over de voorlopige planning en betrokkenheid bij het ontwerpproces, maar ook over persoonlijke consequenties van voorgenomen sloop. Naar aanleiding hiervan (en ook bij verhindering op deze bijeenkomst) konden mensen zich opgeven voor een persoonlijk gesprek met een van de verhuurmedewerkers van Welwonen. De inloopmarkt had een goede belangstelling. Enkele personen hebben gebruik gemaakt van de mogelijkheid van een persoonlijk gesprek.

participatiebijeenkomsten

2 CHRONOLOGIE VAN HET PLANPROCES EERSTE PARTICIPATIEBIJEENKOMST, 6 februari 2018

PLANUITWERKING VO NAAR DO, mei 2018 – januari 2019

Aan de hand van thema-panelen konden bewoners voorkeuren ‘stickeren’ met betrekking tot de toekomst van de buurt. De opkomst op deze bijeenkomst was erg hoog en de sfeer positief. Met betrekking tot duurzaamheid zijn zonne-energie en waterbeheer belangrijk. Bijvoorbeeld groene daken/gevels en ‘deeleconomie’ scoren beduidend minder. Veiligheid is een belangrijk onderwerp bij het (samen)leven in de buurt. Het aantal mensen dat burencontact(en) hoog waardeert en het aantal mensen dat liever ‘op zichzelf’ woont houdt elkaar in evenwicht. Het overgrote deel van de bewoners waardeert de huidige buurtkarakteristiek van (traditionele) woningen in tweelagen met kap, waarbij 2/3 van de bewoners in geval van gestapelde bouw voorkeur heeft voor boven/benedenwoningen en 1/3 voor appartementen. Qua wonen/woonomgeving heeft het grootste deel van de bewoners voorkeur voor een eigen tuin of ‘stoep’. Een kleiner deel voelt wel voor autovrij/autoluw wonen in een groene omgeving. Parkeren is een punt van aandacht. Als mensen mochten kiezen hebben ze het liefst de auto op eigen erf.

In overleg met de gemeente en de stedenbouwkundige van de gemeente is het plan verder verfijnd en aangepast. In maart 2019 is de buurt middels een nieuwsbrief weer ingelicht over het definitieve stedenbouwkundige plan.

TWEEDE PARTICIPATIEBIJEENKOMST, 13 maart 2018 In deze bijeenkomst hebben bewoners in groepjes globaal kennis kunnen maken met (de complexiteit van) het maken van een stedenbouwkundig plan. Vooraf zijn randvoorwaarden meegegeven m.b.t. plangebied, (minimum) aantal woningen, woningdifferentiatie en stedenbouwkundige hoofdstructuur. Er zijn verschillende ‘plannen’ gepresenteerd die -binnen de beschikbare tijd- vanzelfsprekend niet voldragen waren en ook niet overal voldeden aan de meegegeven randvoorwaarden. Belangrijke doelstelling en winst van de avond was dat bewoners werden meegenomen in het planproces en in de keuzes die daarbij moeten worden gemaakt. Bij het uitwerken van het concept stedenbouwkundig plan hebben we ons vooral laten inspireren door verschillende aspecten uit de verschillende plannen. PRESENTATIE VOORLOPIG STEDENBOUWKUNDIG ONTWERP, 10 april 2018 Ruim 90 bewoners waren bij de presentatie van het Voorlopig Stedenbouwkundig Plan, waarbij na afloop ruimte was voor vragen en reacties. Vervolgens is de hele buurt geïnformeerd middels een nieuwsbrief waarin plannen voor sloop/vervangende nieuwbouw werden toegelicht maar ook duurzaam groot onderhoudsmaatregelen zijn benoemd voor de resterende woningen.

ARCHITECTENSELECTIE, april 2019 Op basis van het definitieve stedenbouwkundig plan zijn 3 gerenommeerde architectenbureau’s uitgenodigd om een architectonisch uitwerkingsplan te presenteren binnen de geformuleerde ambitie en binnen de geformuleerde randvoorwaarden. Hieruit is KAW als winnaar uit de bus gekomen.

LEGENDA grondgebonden woningen beneden- bovenwoningen appartementengebouwen

* *

verbijzonderde koppen, met oriëntatie op de nieuwe oostwest verbinding. mee-ontworpen erfgrenzen zorgen voor een wegbegeleidend karakter.

3 PLANTOELICHTING STEDENBOUWKUNDIG PLAN Het stedenbouwkundig plan voorziet in sloop/nieuwbouw van met name het noordelijk deel van de Bloemenbuurt. De hoofdopzet sluit sterk aan bij de huidige situatie waarbij met name in de noordrand ruimte is gecreëerd voor appartementen. Alle nieuwe woningen worden gerealiseerd in de categorie sociale huur. Verkeerskundig is een nieuwe oost-west verbinding toegevoegd, min of meer in het verlengde van het Tulpenplein. Hierdoor kan een deel van de huidige Asterstraat autovrij worden gemaakt, het bestaande éénrichtingsregime blijft daarbij wel gehandhaafd. Langs deze nieuwe weg worden haaks-parkeerplaatsen aangelegd. Deze voorzien voor het grootste deel in de parkeerbehoefte vanuit de aanliggende appartementen. Ten zuiden van de nieuwe oost-west verbinding worden woningen gerealiseerd binnen de karakteristieke bouw-envelop van 2 woonlagen met (langs)kap. Dit geldt ook voor de appartementen tussen Asterstraat en Begoniastraat die daarom het karakter van bovenbenedenwoningen krijgen. De beneden-bovenwoningen zijn zo gesitueerd dat zittende bewoners daarvan geen privacyhinder ondervinden. Onder aan de voet van de dijk zijn twee appartementengebouwen zo gesitueerd dat ze binnen de voorgevelrooilijnen van aanliggende wegen vallen en zich versmallen in de richting van de dijk.

Op de koppen van de woonstraten verbreed de ruimte zich en ontstaat op deze manier een mooie overgang naar de groene dijk-/parkzone. De ondergrondse infrastructuur kan daarbij zoveel mogelijk worden gehandhaafd.

STEDENBOUWKUNDIG CONCEPT De huidige hoofdstructuur van de Bloemenbuurt is samen met architectuurkenmerken uit de wederopbouwperiode richtinggevend voor het stedenbouwkundig plan. In het planconcept zijn drie pijlers te onderscheiden. 1 De bestaande noord-zuid verlopende wegen die eindigen in de groenzone langs de dijk zijn de ‘structuurdragers’ van de buurt. Op deze manier heeft elke straat een relatie met het omringende groen, een belangrijk kenmerk voor de groenbeleving van de Bloemenbuurt. 2 Bebouwing voegt zich overwegend naar de oorspronkelijke karakteristiek waarin wegbegeleidende, relatief sobere bouwblokken van twee lagen met een kap het beeld bepalen. Ook boven-benedenwoningen passen in deze bouwenvelop. 3 Evenals in de rest van Plan Noord waar (portiek) etagewoningen aan de randen van te onderscheiden woonbuurten/-clusters zijn gesitueerd, is hier de (noord)rand gekozen voor het toevoegen van appartementen. Door de groene ruimte vanuit Tulpenplein door te trekken ontstaat, zeker in relatie tot de dijk, een royale plek waarin appartementen zich aan bestaande architectuurkenmerken onttrekken en zich als min of meer eigenwijze objecten kunnen voegen in de omgeving. Zicht op- en wellicht over de dijk is hier een omgevingskwaliteit waarop de gebouwen kunnen anticiperen.

schetsmaquette van het herontwikkelde plangebied

3 PLANTOELICHTING BELANGRIJKE THEMA’S Sloop/nieuwbouw vormt onderdeel van een grotere wijkvernieuwingsoperatie waarbij bestaande (huur)woningen eveneens renovatie/groot onderhoud ondergaan en de woonomgeving wordt aangepakt in samenspraak met de gemeente. Tijdens de bewonersbijeenkomst is in brede zin gesproken over de beoogde wijkvernieuwing. Een aantal belangrijke onderwerpen uit de gesprekken wordt thematisch toegelicht. Tegengaan van wateroverlast De hele wijk wordt voorzien van (ondergrondse) drainage. De kruipruimten van de te renoveren woningen worden gedraineerd waarbij het water via de voortuinen wordt afgevoerd. De gemeente heeft hiervoor al een concept voorstel voor ontwikkeld. Daarnaast wordt in de achterpaden een drainage aangelegd. Rioleringsproblematiek moet nader worden onderzocht in het licht van het woonomgevingsplan. Behoud van sfeer en karakter van de buurt De bestaande sfeer en karakter zijn belangrijk voor de bewoners. Bij de wijkvernieuwing wordt het overwegende laagbouwkarakter goedeels gehandhaafd en vormen bestaande gebiedskenmerken een inspiratie voor (toekomstige) beeldkwaliteit. Veiligheid Achterpaden worden voorzien van verlichting (LED), gevoed vanuit de bergingen. De (verkeers)veiligheid wordt positief beïnvloed door betere inpassing van (meer) parkeerplaatsen en het weren van bedrijfsbusjes. Er is aangedrongen op meer controle en handhaving.

Een buurtpreventie-app vergroot wellicht het gevoel van veiligheid, maar zal vooral moeten ontstaan uit bewonersinitiatieven. Meer ruimte voor groen (en water) Met name de omzetting van grondgebonden woningen naar appartementen zorgt voor meer openbaar toegankelijk groen. Toevoegen van (open) water is geopperd om de wateroverlast in de wijk te verkleinen. Hiervan wordt echter afgezien vanwege de zorg om toestroom van water als gevolg daar van. Door de toestroom van water wordt het evenwicht in grondwaterstromen verstoord en loopt de wijk juist meer kans op water-overlast. Het autovrij/auto-luw maken van een deel van de wijk, ook met het oog op (spelende) kinderen Het noordelijk deel van de buurt wordt autovrij. Hierdoor ontstaat vanuit de woonstraten een mooie overgang naar- en oriëntatie (zicht) op de groen-recreatieve dijkzone.

Gebruik en beheer van de dijkzone Er liggen kansen om de dijkzone te vernieuwen en in te richten als buurtpark. Qua inrichting en beheer moet rekening worden gehouden met een functie als honden-uitlaat gebied. Vanuit de wijk worden mogelijkheden om op de dijk te komen vergroot. In het verlengde van de Goudsbloemstraat wordt bijvoorbeeld voorzien in hellingbanen waardoor de toegankelijkheid en bereikbaarheid ook voor minder mobiele mensen wordt verbeterd. Herinrichting valt onder verantwoordelijkheid van de gemeente. Bewoners worden betrokken bij de (her)inrichtingsplannen. Behoefte aan (kwaliteits)verbetering van alle woningen Bestaande woningen worden vooral energetisch verbeterd. Technische mankementen zoals slechte vloeren e.d. worden verholpen als klachten van bewoners daartoe aanleiding geven. Duurzaamheidsaspecten (met name energie en water) Duurzaamheid is belangrijk bij zowel nieuwbouw als renovatie. Nieuwbouwwoningen voldoen aan de geldende standaard. Bestaande woningen worden vooral goed geïsoleerd en kunnen worden voorzien van zonnepanelen. Door regenwater in eerste instantie op te vangen in een regenton, wordt het gebufferd afgevoerd. Bewoners kunnen het regenwater uit de ton gebruiken voor hun tuin.

Onderzocht wordt of regenwater (ook) ondergronds kan worden opgeslagen en gebruikt voor bijvoorbeeld wc spoeling en/of wassen) Parkeren in de wijk Bedrijfsbusjes en ook (half) op de stoep of op plateau’s geparkeerde auto’s belemmeren eventuele hulpdiensten. Met de herinrichting van de woonomgeving wordt een aanzienlijk aantal parkeerplaatsen toegevoegd. Dit geldt primair voor het gebied waar sloop/vervangende nieuwbouw plaatsvindt. In het renovatiedeel kunnen extra parkeerplaatsen alleen worden gerealiseerd als bewoners bereid zijn een (klein) deel van hun voortuin in te leveren. Bedrijfsbussen leggen relatief veel ruimte beslag op de buurt. Geopperd is de mogelijkheid om voor de stalling van bedrijfsbussen een veilige situatie te creëren op het grote plein achter de Violenstraat. Voorop staat de veiligheid van waardevolle spullen in de busjes.

Inspiratie voor de architectuur van de nieuwbouwwoningen wordt gevonden in de aangrenzende woningen, de hoofdvorm en gevelopbouw, maar deze is eigentijds uitgewerkt.

Een zekere verticale geleding en aandacht voor deuromlijsting. Details kenmerken zich door eenvoud en verfijning, zoals bijvoorbeeld zien in metselwerk- en gootdetails.

3 PLANTOELICHTING GRONDGEBONDEN WONINGEN De 36 nieuwe grondgebonden woningen sluiten aan bij het karakteristieke van de huidige buurt. Deze nieuwe woningen hebben een eenvoudig zadeldak en ook de architectuur is relatief sober, maar wel eigentijds. De koppen van de rijwoningen tegenover de appartementengebouwen dienen op de nieuwe weg te worden georiënteerd. Door deze koppen vormgevend te verbijzonderen worden de bouwstroken zichtbaar beëindigd. Voor ogen staat een wegbegeleidende ‘identiteit’ waarin de ‘zijdelingse’ erfscheidingen zorgvuldig worden mee-ontworpen in het straatbeeld.

De nieuwbouw van de boven-benedenwoningen sluit aan op het architectuurbeeld van de traditionele laagbouwbuurt. Belangrijk daarbij zijn alle voordeuren aan de straat.

het blok krijgt subtiel een accent op de kop, in zichtijn tulpenplein

naast kleine privé terrassen is er een collectieve binnentuin, bergingen zijn onderdeel van het hoofdvolume of zorgvuldig geintegreerd in het tuinontwerp

3 PLANTOELICHTING BOVEN- BENEDENWONINGEN Deze ca. 28 woningen bevinden zich op de kop van de Asterstraat en de Begoniastraat en omvatten voornamelijk 2 kamer appartementen. (50 à 55 m2 GBO) Qua vormgeving zijn de bouwblokken familie van - en sluiten zij aan op - de grondgebonden woningen. Ook hier is sprake van twee lagen met een zadeldak in de lengterichting van de straat. Omdat deze z.g. boven-benedenwoningen iets door de oost-westlijn schuiven, ontstaat er aanleiding voor een beeldkwalitatief moment of architectonische verbijzondering in de (zicht)lijn vanaf het Tulpenplein. Vormgevend is deze verbijzondering verwant aan de koppen van de grondgebonden woningen. Tezamen vormen ze een zichtbare begeleiding van de nieuwe oostwest verbinding. De benedenwoningen hebben de voordeur aan de straatzijde en een (aangebouwde) berging. De voortuinzone wordt voorzien van een uniforme haag of randbeplanting. De overige inrichting van deze zone is collectief of individueel. Het bouwblok wordt bij voorkeur als herkenbaar complex (‘hof’) uitgewerkt. Woningen op de verdieping worden door middel van een galerij aan de achterzijde ontsloten. Bergingen voor de bovenwoningen zijn geclusterd op het terrein gesitueerd en dienen zorgvuldig in samenhang met de woningen te worden ontworpen.

Op deze manier ontstaat er min of meer een omsloten binnenterrein, die als gemeenschappelijke tuin wordt ingericht. Benedenwoningen hebben een terras of ‘stoep’ aan deze binnentuin.

De hoogbouw representeert een geeft mede identiteit aan woonbuurt, sterk architectonisch / uitnodigend beeld , openbaar groen tot aan voet gebouw, gebouwde buitenruimte bij begane grond appartementen

appartementengebouwen zijn alzijdig georiënteerd, hechten zich aan/leggen verbinding met de buurt (aandacht voor ‘menselijke‘ maat en schaal),

Ontsluiting van appartement vanuit ‘hof‘, aan representatief, semi openbaar entreegebied

3 PLANTOELICHTING APPARTEMENTENGEBOUWEN De appartementengebouwen met voornamelijk 3 kamerappartementen (per gebouw ca. 24 van 70 à 75m2 GBO) liggen als bijzondere gebouwen in de groen/dijkzone. De bijzonderheid is vooral ook de gebouwvorm, die smaller wordt aan de kant van de dijk en daar tegelijkertijd in hoogte oploopt. De maximale bouwhoogte aan de dijkzijde omvat 5 bouwlagen. De gebouwen liggen autonoom in het groen waarbij met name de overgang in bouwhoogte zorgt voor een eveneens goede hechting aan de buurt. De appartementen worden vanaf een representatief binnenterrein aan de nieuwe oost-west verbinding ontsloten. Aan de buitenzijde loopt het openbaar groen zo ver mogelijk door tot aan het gebouw. Dit houdt in dat appartementen op de begane grond (ook) geen tuin hebben aan deze zijde, maar een terras dat als buitenruimte is vormgegeven als ‘gebouwd’ onderdeel van het gebouw. De appartementengebouwen zijn alzijdig georiënteerd. Appartementen op de hoeken/uiteinden van het gebouw hebben daarom (tevens) een woonoriëntatie op de weg of op het fiets-/ voetpad. Hoofdoriëntatie van de woningen is oost-west voor een optimale zon- en lichtinval. Zicht op de dijk/groenzone is een belangrijk (ontwerp)thema bij de verdere planuitwerking. Bergingen zijn onderdeel van het hoofdvolume.

Een zekere verticale geleding en aandacht voor deuromlijsting. Details kenmerken zich door eenvoud en verfijning, zoals bijvoorbeeld zien in metselwerk- en gootdetails.

3 PLANTOELICHTING BESTAANDE WONINGEN Naast sloop en vervangende nieuwbouw is verduurzaming van bestaande huurwoningen onderdeel van de integrale wijkvernieuwing. Ook bij renovatie- en groot onderhoudsmaatregelen is het van belang om de bestaande wijk- en buurtkarakteristiek met enigszins sobere architectuur te handhaven. Met name het gebruik van rode baksteen/grijze daken en een zekere ritmiek in de gevelindeling d.m.v. bijzonder metselwerk zijn karakteristieken die bij eventuele gevelvervanging terug moeten komen. Terugliggende of uitspringende ramen/deuren kunnen eveneens bijdragen aan de beoogde gevelritmiek. Dakkapellen aan de straatzijde zijn in dat verband niet gewenst. Zonnepanelen bij de noord-zuid georiënteerde bouwblokken worden bij voorkeur geïntegreerd in het (nieuwe) dakvlak of aan de achtertuinzijde aangebracht.

behoud en herstel van kenmerkend ‘doorgaand’ wegprofiel: rijweg in gebakken klinkers met trottoirs in 30/30 tegels. Geen plateau’s meer als verkeersremmer.

Haaks parkeervakken onderbroken door plantvakken en/of bomen

3 PLANTOELICHTING LEGENDA

ONTSLUITING EN PARKEREN

auto-ontsluiting langzaam verkeer parkeren optioneel parkeren

AUTO Een nieuwe oost-west ontsluiting in het verlengde van het Tulpenplein markeert de overgang tussen de jaren ’50 verkaveling en de bijzondere ‘groene’ zone langs de dijk. Verkeerskundig vervangt deze nieuwe weg een deel van de huidige Asterstraat. Overigens blijft het huidige wegenpatroon met éénrichtingsverkeer in stand. PARKEREN Met name daar waar sloop en vervangende nieuwbouw plaatsvindt, wordt het wegprofiel aangepast en worden extra (algemene) parkeerplaatsen toegevoegd. Een deel van de nieuwe grondgebonden woningen krijgt daarbij een parkeerplaats op eigen erf / in de achtertuin. In het deel van de wijk waar de woningen worden gerenoveerd kunnen extra parkeerplaatsen alleen worden gerealiseerd als bewoners bereid zijn om een stukje van hun voortuin af te staan. Delen van de wijk waar dit zou kunnen zijn in beeld gebracht door middel van een rode markering. Daarnaast zal worden onderzocht of (een deel van) het parkeerplein tussen de Violen- en de Piet Smitstraat kan worden ingericht voor het veilig stallen van bedrijfsbusjes. De ambitie is het om deze zoveel mogelijk uit de woonstraten te weren. LANGZAAM VERKEER Een deel van de Asterstraat wordt afgesloten voor doorgaand autoverkeer. Het huidige ‘smalle’ weggetje wordt gehandhaafd als fietspad, waarbij daarlangs -op de plek van de huidige parkeerhavens- een nieuw voetpad wordt aangelegd.

Aan de zuidrand van de wijk worden goede fietsverbindingen gerealiseerd die aansluiten op het aanwezige fietspaden-netwerk. Bij de uitwerking van de aansluiting met de Asterstraat worden bewoners van de Asterstraat betrokken.

dijkprofiel als sterke beelddrager vraagt om geïntegreerde toevoegingen (bijvoorbeeld trap-opgangen ten behoeve van spelen en zitten/ontmoeten)

overige speel- en ontmoetingsplekken worden zo informeel mogelijk ingepast in het parkontwerp in het gras

3 PLANTOELICHTING GROEN De functie van de dijkzone als buurtpark wordt versterkt. Tussen de appartementengebouwen, op de koppen van de Violen-, Goudsbloem en de Begoniastraat worden openbare groengebieden toegevoegd aan de wijk. Het nieuwe openbaar groen in de groen/dijkzone wordt parkachtig ingericht, passend bij het oorspronkelijke karakter van de wijk met gras, bomen, (bloem) heesters en (heester)groepen. Omdat ter plaatse geen autoverkeer meer plaatsvindt ontstaan relatief veilige verbindingen met de dijkzone en de daar aanwezige voetpaden. Bij de uitwerking wordt er naar gestreefd om speel- en ontmoetingsplekken zoveel mogelijk te integreren in het terreinontwerp.

impressie grondgebonden woningen

impressie boven- benedenwoningen

impressie appartementen

4 ARCHITECTUURIMPRESSIES PRIJSWINNEND ONTWERP Uit een architectenselectie op basis van het stedenbouwkun is bureau KAW naar voren gekomen met het prijswinnende ontwerp. Uit het juryrapport citeren we: bureau, portfolio, overtuigingskracht Een inspirerende en enthousiaste presentatie. Voor de Bloemenbuurt relevante ervaring en referentieprojecten worden getoond. Benadrukt wordt dat de architect gewend is de projectmanagementrol te nemen en de opdrachtgever te ontzorgen. In het gesprek na afloop van de presentatie bleek er een ‘open oor’ en ruimte voor inhoudelijke discussie. Visie op de opgave KAW maakt onderscheid tussen verschillende sferen in de wijk en maakt een plan waarbij de te onderscheiden woonmilieu’s versterkt worden. De ontwerpen hebben elk hun eigenheid, worden passend gemaakt op de plek en zijn tevens in samenhang/als familie vormgegeven. Dit levert een sterk plan op. De programmatische uitwerking en het architectuur beeld zijn zichtbaar bepaald in wisselwerking met (de kwaliteit en behoefte van) de plek. Ontwerpbeslissingen zijn van buiten naar binnen en van binnen naar buiten gezien genomen. Stedenbouwkundig schetsontwerp/woonomgeving/parkeren KAW blijft binnen de door SACON getekende kaders tav positionering en vorm van de bouwblokken en verrijkt het plan door op een aantal plekken bijzondere programma’s toe te voegen.

Zo wordt voorgesteld in het verlengde van de Tulpstraat (de parkeerstraat) op de koppen van de rijwoningen een ander woonprogramma toe te voegen waardoor op deze plek een woonoriëntatie op de verlengde Tulpstraat gemaakt wordt. Getekend zijn MIVA woningen, maar dit kunnen ook boven en benedenwoningen zijn. Aan de overzijde dragen de alzijdig vormgegeven appartementen gebouwen en de entreehof bij aan een levendig straatbeeld. Punt van aandacht in het ontwerp van de appartementen gebouwen is dat de noord-/dijkzijde een dichte en minder aansprekende uitstraling heeft. (in de presentatie werd deze zijde al ‘de achterkant’ genoemd). Op dit punt moet het plan nog versterkt worden. Omdat op de begane grond de positie van de berging gang een verbijzondering/ opener uitstraling van de gevel mogelijk maakt en op de verdieping kansen biedt omdat op deze plek de woonkamers zijn georiënteerd moet het binnen het planconcept mogelijk zijn op deze plek aanpassingen te doen. Ter plekke van de boven en beneden woningen wordt een gemeenschappelijk hof voorgesteld van waaruit een zichtas naar de dijk is. Een mooie manier om de kwaliteit van de plek ook van binnenuit zichtbaar te maken.

Aan de noordzijde van het hof wordt een stedenbouwkundig accent in drie bouwlagen voorgesteld. Deze oplossing vormt een goede beëindiging in de zichtas van de verlengde Tulpstraat en tevens een overgang van het woonbuurtje naar de dijkzone. Punt van onderzoek is of de begane grond woningen op deze plek hun entree vanaf de straat kunnen krijgen. De architect zal in overleg met Welwonen moeten bespreken of er inderdaad behoefte is aan het wonen aan een hof op die plek, maar stedenbouwkundig is deze bebouwing ook uit te werken met privé tuinen. Het gerealiseerde aantal woningen is conform de uitvraag (112) Architectonisch schetsontwerp De verschillende planonderdelen hebben elk hun eigen karakter en zijn door materiaalgebruik, kleuren en details tevens als familie herkenbaar. Het levert een gevarieerd beeld op welke past in het Enkhuizense, maar ook de bijzonder plek aan de dijk markeert met een eigenwijze en eigentijdse gebouwen. De rijwoningen zijn in hun vormgeving detail en materiaalgebruik gebaseerd op de rijwoningen in de omgeving. De gevels ogen geslotener vooral ook omdat een raam boven de entree ontbreekt. De verdiept liggende entree is bijzonder en geeft de woningen een eigen karakter Boven en beneden woningen vormen een mooie overgang van de woonbuurt naar de dijk. De gekozen oplossing heeft geleid tot een bredere beukmaat waardoor een doorzon-type mogelijk is.

Gezien de positie van de bergingen zou een wat uitnodigendere trap naar de woningen op de verdieping vanaf deze zijde mooier zijn. De appartementen gebouwen voegen zich door de gebouwvorm met de knik aan de dijkzijde, door de ronde hoeken en gemetselde balkons, maar ook door de alzijdige oriëntatie mooi op de plek. De entree van de bovenwoningen is uitnodigend vanaf het collectieve hof. Aandacht wordt gevraagd voor de hoogte van de borstweringen.

Burg. Roelenweg 28 8021 EW Zwolle T 038-4221050 info@sacon.nl www.sacon.nl

Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling Project Status Projectnummer Kenmerk Datum Auteur Controle

Bloemenbuurt fase 2, 3 en 4 te Enkhuizen 1.0 22334 22334.AN/MER 6 november 2023 I.M.E. (Ingrid) Hazeleger mr. A. (Anouk) van Dam

Mees Ruimte & Milieu | Postbus 854 | 2700 AW Zoetermeer info@meesruimteenmilieu.nl | www.meesruimteenmilieu.nl | | IBAN NL94ABNA0587770562 | KvK 34237628

COLOFON Mees Ruimte & Milieu | Postbus 854 | 2700 AW Zoetermeer 085 – 744 08 38 Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm, elektronisch op geluidsband of op welke andere wijze ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van Mees Ruimte & Milieu.

Mees Ruimte & Milieu | 22334.AN/MER

Pagina | 2

INHOUDSOPGAVE 1

Inleiding Aanleiding Leeswijzer

4 4 4

2

Vormvrije m.e.r.-beoordeling Algemeen Beoordeling Kenmerken van het project Plaats van het project Kenmerken van het potentiële effect

5 5 6 6 9 10

3

Conclusie en verzoek

14

Mees Ruimte & Milieu | 22334.AN/MER

Pagina | 3

1

INLEIDING AANLEIDING Stichting Woondiensten Enkhuizen (opererend onder de naam en hierna te noemen: Welwonen) is voornemens om de sociale woningvoorraad in het noordelijk deel van de Bloemenbuurt te Enkhuizen te vernieuwen. De wijkvernieuwing wordt gefaseerd - in 4 fasen - tot stand gebracht. Fase 1, bestaande uit 16 eengezinswoningen, is eind 2022 opgeleverd. Voor de ontwikkeling van fase 2, 3 en 4 wordt een bestemmingsplan opgesteld voor een actueel planologisch kader, waarbinnen de opgave verder kan worden uitgewerkt. Het doel is in fase 2 t/m 4 totaal 96 woningen te realiseren. De woningen worden gerealiseerd in de sociale huursector en worden in diverse typologieën vormgegeven. Bij elk besluit of plan dat betrekking heeft op een activiteit die voorkomt op de C- of D-lijst van het Besluit MER dient aandacht besteed te worden aan de m.e.r.-beoordeling. Onderhavig initiatief valt onder de drempelwaarde van een van de activiteiten op de D-lijst, waardoor in beginsel volstaan kan worden met een vormvrije m.e.r.-beoordeling. Het doel van de vormvrije m.e.r.-beoordeling is het toetsen of een plan of besluit voorziet in, of een kader vormt voor, activiteiten die (mogelijk) belangrijke nadelige gevolgen kan hebben voor het milieu. Het bevoegd gezag dient te beoordelen in hoeverre volstaan kan worden met een vormvrije m.e.r.-beoordeling.

Een dergelijk besluit wordt genomen aan de hand van de aanmeldnotitie en vormt een bijlage bij het ruimtelijk besluit. In onderhavig geval wordt, om het initiatief mogelijk te maken, een nieuw bestemmingsplan opgesteld. Deze aanmeldnotitie wordt voorafgaand aan de terinzagelegging / vaststelling van het bestemmingsplan aangeboden bij het bevoegd gezag. In deze aanmeldnotitie wordt de vormvrije m.e.r.-beoordeling doorlopen.

LEESWIJZER In hoofdstuk 2 wordt ingegaan op het wettelijk kader en vindt de vormvrije m.e.r.-beoordeling plaats. De vormvrije m.e.r.-beoordeling in hoofdstuk 2 volgt de indeling van bijlage III van de Europese richtlijn m.e.r.. In hoofdstuk 3 wordt vervolgens afgesloten met een conclusie en een verzoek.

Mees Ruimte & Milieu | 22334.AN/MER

Pagina | 4

2

VORMVRIJE M.E.R.BEOORDELING ALGEMEEN De centrale doelstelling van het instrument milieueffectrapportage is het milieubelang een volwaardige plaats te geven in de besluitvorming over activiteiten met mogelijke belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu. De basis van de milieueffectrapportage wordt gevormd door de EU-richtlijn m.e.r. Deze richtlijn is in Nederland geïmplementeerd in de Wet milieubeheer en het Besluit m.e.r. In het Besluit m.e.r. bestaat een belangrijk onderscheid tussen bijlage C en bijlage D. Voor activiteiten die voldoen aan de diverse criteria uit bijlage C geldt een m.e.r.-plicht. In bijlage D staan de activiteiten benoemd waarvoor een m.e.r.beoordelingsplicht geldt: er moet beoordeeld worden of sprake is van (mogelijke) belangrijke nadelige milieugevolgen. Als deze niet uitgesloten kunnen worden, geldt alsnog een m.e.r.-plicht. In bijlage D worden in kolom 2 drempelwaarden gegeven. Indien een ontwikkeling boven de drempelwaarden uitkomt, geldt een m.e.r.-beoordelingsplicht. Op het moment dat een ontwikkeling genoemd staat in bijlage D, maar onder de drempelwaarden valt, dient te worden beoordeeld of sprake kan zijn van mogelijke belangrijke nadelige milieugevolgen. Deze beoordeling vindt plaats middels de zogeheten ‘vormvrije m.e.r.-beoordeling’.

Indien hieruit blijkt dat belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu niet kunnen worden uitgesloten, geldt alsnog een m.e.r.-beoordelingsplicht. De vorm van een vormvrije m.e.r. is niet bepaald, maar de inhoud waar een m.e.r.-beoordeling aan dient te voldoen is wel bepaald (Bijlage III van de Europese richtlijn 2011/92/EU). In de vormvrije m.e.r. dient de volgende inhoud te zijn vermeld: 1. Kenmerken van de projecten. 2. Plaats van de projecten. 3. Kenmerken van het potentiële effect. Relatie tot ontwikkeling Het doel is in totaal 96 woningen te realiseren. De woningen worden gerealiseerd in de sociale huursector en worden in diverse typologieën vormgegeven. De huidige bebouwing binnen het plangebied bestaat uit 74 eengezinswoningen, die als gevolg van veroudering en wateroverlast door hoge grondwaterstanden, geheel aan vernieuwing toe zijn. Per saldo is sprake van de toevoeging van 22 woningen. Gelet op de aard en omvang van de voorgenomen wijziging, kan de ontwikkeling getypeerd worden als een stedelijk ontwikkelingsproject, zoals vermeld in bijlage D, onderdeel 11.2 van het Besluit m.e.r. (zie ook tabel 1). De ontwikkeling valt echter ruim onder de drempelwaarden, waardoor geen directe m.e.r.-beoordelingsplicht geldt, maar volstaan kan worden met een vormvrije m.e.r.-beoordeling.

Mees Ruimte & Milieu | 22334.AN/MER

Pagina | 5

Tabel 1. Relevant onderdeel D. Activiteiten, plannen en besluiten, ten aanzien waarvan de procedure als bedoeld in de artikelen 7.16 tot en met 7.20 van de wet van toepassing is

D 11.2

Kolom 1

Kolom 2

Kolom 3

Kolom 4

Activiteiten

Gevallen

Plannen

Besluiten

De aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen.

In gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op: 1°. Een oppervlakte van 100 hectare of meer, 2°. Een aaneengesloten gebied en 2000 of meer woningen omvat, of 3°. Een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m2 of meer.

De structuurvisie, bedoeld in de artikelen 2.1, 2.2 en 2.3 van de Wet ruimtelijke ordening, en het plan, bedoeld in artikel 3.1, eerste lid, van die wet.

De vaststelling van het plan, bedoeld in artikel 3.6, eerste lid, onderdelen a en b, van de Wet ruimtelijke ordening dan wel bij het ontbreken daarvan van het plan, bedoeld in artikel 3.1, eerste lid, van die wet.

In de volgende paragraaf wordt achtereenvolgens ingegaan op de kenmerken van het project, de plaats van het project en de kenmerken van het potentiële effect van het project.

BEOORDELING Kenmerken van het project 2.2.1.1 Projectlocatie Het plangebied is gelegen in het noordelijk deel van de wijk Bloemenbuurt te Enkhuizen, en wordt globaal begrensd door:  de Asterstraat aan de noord- en oostzijde met direct aangrenzend de Westfriese Omringdijk;  woonbebouwing van de wijk Bloemenbuurt aan de zuidzijde (waaronder ook de nieuwbouw van fase 1 ten zuidoosten);  Violenstraat / Tulpenplein en speeltuin Piet Smitstraat aan de westzijde. De globale ligging en begrenzing van het plangebied is weergegeven in figuur 1. Figuur 1. Luchtfoto projectlocatie (bron: QGIS, eigen bewerking)

Mees Ruimte & Milieu | 22334.AN/MER

Pagina | 6

2.2.1.2

Beoogde ontwikkeling

Het plan staat ook wel bekend onder de naam 'Bloemhof'. Het doel is in totaal 96 woningen te realiseren. De woningen worden gerealiseerd in de sociale huursector en worden in diverse typologieën vormgegeven. De huidige bebouwing binnen het plangebied bestaat uit 74 eengezinswoningen, die als gevolg van veroudering en wateroverlast door hoge grondwaterstanden, geheel aan vernieuwing toe zijn. De vernieuwing van de bestaande woningen binnen het plangebied vraagt om sloop/nieuwbouw. De mogelijkheden om binnen de bestaande bebouwing te voorzien in de duurzaamheidsopgave waar Welwonen voor staat, zijn te beperkt. Met het slopen en opnieuw opbouwen van de woonbuurt ontstaan kansen, niet alleen ten aanzien van duurzaamheid en klimaatadaptatie, maar ook voor het uitbreiden van de woningvoorraad als reactie op de steeds verder toenemende woningbouwbehoefte en de daaruit volgende krapte op de (sociale) woningmarkt. Het concept van de woonbuurt is met zorg vormgegeven, met aandacht voor de leefbaarheid, de menselijke maat, sociale cohesie, duurzaamheid en klimaatadaptie. De nieuwe woonbuurt 'Bloemhof' sluit daarmee aan op de eigentijdse woonbehoeften (en op die van de toekomst). Figuur 2. Sfeerimpressie totaalplan, bezien vanuit noordzijde plangrens (bron: KAW Architecten)

2.2.1.3

Geldend bestemmingsplan

Het geldende planologische regime binnen het plangebied betreft het bestemmingsplan "Noord / Oude Gouw 2008", vastgesteld door de gemeenteraad van Enkhuizen op 11 april 2008. Daarnaast is door het Rijk twee keer een voorbereidingsbesluit vastgesteld met betrekking tot datacenters, waarmee wordt voorkomen dat ontwikkelingen plaatsvinden die de realisatie van datacenters kunnen bemoeilijken. Aangezien de voorbereidingsbesluiten niet relevant zijn voor het bestemmingsplan en het bestemmingsplan op zijn beurt geen invloed op de mogelijke ontwikkeling van grootschalige datacenters, wordt daar niet verder op ingegaan.

Mees Ruimte & Milieu | 22334.AN/MER

Pagina | 7

Het plangebied kent de volgende bestemmingen:  

de enkelbestemmingen 'Wonen - 2' en 'Verkeer - Verblijfsgebied' de aanduiding 'wijziging t.b.v. herstructurering'.

In aanvulling op het bovenstaande wordt nog stilgestaan bij de aanvullende bestemming in verband met de waterkering (Westfriese Omringdijk). Deze valt op basis van de plankaart behorend bij het huidige bestemmingsplan buiten de grenzen van de wijkvernieuwing van fase 2, 3 en 4. In voorliggend bestemmingsplan is dit - mede op grond van het Barro (zie paragraaf 2.1.3 Barro en Rarro) - anders. Ter bescherming van het doelmatig functionerend houden van de waterkerende functie van de dijk is een beschermingsregeling opgenomen. In paragraaf 2.2.3.4 wordt de waterkering en de invloed ervan op het plangebied, nader besproken. Figuur 3. Uitsnede verbeelding bestemmingsplan "Noord / Ouwe Gouw 2008" ter hoogte van plangebied (bron: Uitsnede plankaart ruimtelijkeplannen.nl)

Relatie tot ontwikkeling Hoewel het plangebied reeds in de huidige situatie de bestemming 'Wonen' (en Verkeer - verblijfsgebied) kent, bieden de bouwmogelijkheden binnen de vigerende bestemming(en) onvoldoende ruimte voor de realisatie van de gewenste aantallen en typologieën. Omdat de ontwikkeling niet passend is binnen de vigerende bebouwingsmogelijkheden, is sprake van strijd met het bestemmingsplan "Noord/ Ouwe Gouw 2008". 2.2.1.4 Gebruik van natuurlijke hulpbronnen Voor de realisatie van het project worden reguliere natuurlijke hulpbronnen gebruikt als bouwmateriaal, zoals beton, hout, staal en grond. Een andere locatie zal niet leiden tot minder gebruik van natuurlijke hulpbronnen. Bij de beoogde ontwikkeling is geen sprake van productieprocessen. 2.2.1.5 Productie en verwerking van afvalstoffen In het plangebied worden woonfuncties voorzien, waarbij enkel sprake is van huishoudelijk gerelateerd afval. Daarnaast is binnen het plangebied reeds een gescheiden rioolstelsel aanwezig waarbij het regenwater en het vuile afvalwater gescheiden afgevoerd worden. Mees Ruimte & Milieu | 22334.AN/MER

Pagina | 8

2.2.1.6 Cumulatie met andere projecten Er zijn geen andere projecten bekend. Er is geen cumulatie met andere projecten.

Plaats van het project In deze paragraaf wordt gekeken naar de omgeving waarin de activiteiten plaatsvinden, alsmede de eventuele kwetsbaarheid van dit gebied voor de voorgenomen activiteiten. Daarbij wordt niet alleen gekeken naar het projectgebied zelf, maar ook naar de aangrenzende gebieden. 2.2.2.1 Overzicht gevoelige gebieden bijlage III EU-Richtlijn In onderstaande tabel is de toetsing opgenomen aan alle typen gebieden zoals genoemd in bijlage III van de EU-Richtlijn. Type gebied Wetlands

Juridisch kader Conventie van Ramsar

Kustgebieden Berggebieden en bosgebieden

(o.a.) Wet natuurbescherming

Reservaten en natuurparken:  Nationale Landschappen  Nationale parken

Nationale Landschappen zijn benoemd in de Nota Ruimte. De Nationale Parken zijn onderdeel van het Natuur Netwerk Nederland (NNN) Wet natuurbescherming

Speciale beschermingszones, door de lidstaten aangewezen krachtens Richtlijn 79/409/EEG (Vogelrichtlijn) en Richtlijn 92/43/EEG (Habitatrichtlijn) Gebieden waarin de bij communautaire wetgeving vastgestelde normen inzake milieukwaliteit reeds worden overschreden Gebieden met een hoge bevolkingsdichtheid Landschappen van:  Historisch belang  Cultureel belang o Beschermd stads- en dorpsgezicht  Archeologisch belang

Relevantie voor voorgenomen ontwikkeling In of in de directe nabijheid van het plangebied zijn geen aangewezen Wetlands aanwezig. Het plangebied is niet gelegen in een kustgebied. De projectlocatie is niet gelegen in een berg- of bosgebied. De projectlocatie is niet in een Nationaal Landschap of Nationaal Park gelegen.

Op circa 700 meter van het plangebied ligt het Natura 2000-gebied “IJsselmeer”. Onder deze tabel wordt hier nader op in gegaan.

Europese milieurichtlijnen (o.a. kaderrichtlijn Luchtkwaliteit en kaderrichtlijn Water)

Het plangebied is niet gelegen in een gebied waar o.b.v. communautaire wetgeving reeds normen worden overschreden.

 

De gemeente Enkhuizen is niet aan te merken als een gebied met een hoge bevolkingsdichtheid (conform cijfers CBS). Het plangebied is niet gelegen in een gebied met een historisch of cultureel belang. Het plangebied is wel gelegen in een gebied met archeologische verwachtingswaarde. Onder deze tabel wordt hier nader op in gegaan.

Verdrag van Valletta Erfgoedwet

Natura 2000-gebied Zoals in de tabel reeds is benoemd, is het plangebied in de nabijheid van een Natura 2000-gebied gelegen. Op circa 700 meter van het plangebied is namelijk het Natura 2000-gebied ‘IJsselmeer‘ gelegen. Het Natura 2000-gebied maakt onderdeel uit van het netwerk van natuurgebieden in de Europese Unie, die worden beschermd op grond van de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn. Deze richtlijnen geven aan welke typen natuur en welke soorten beschermd moeten worden. De lidstaten wijzen daarvoor speciale beschermingszones aan en moeten instandhoudingsmaatregelen nemen om deze gebieden te beschermen. De voorgenomen ontwikkeling kan mogelijk een effect hebben op de in de nabijheid gelegen Natura 2000gebieden. Om die reden wordt in paragraaf 2.2.3.3 nader op het aspect ecologie (gebiedsbescherming) ingegaan.

Mees Ruimte & Milieu | 22334.AN/MER

Pagina | 9

Archeologie Het plangebied is gelegen in een gebied met archeologische verwachtingswaarde. In paragraaf 2.2.3.5 wordt het aspect archeologie verder behandeld. 2.2.2.2 Toetsing overige gevoelige gebieden Naast de gebieden die specifiek zijn genoemd in Bijlage III van de EU-Richtlijn, wordt eveneens getoetst of de projectlocatie gelegen is in gevoelige gebieden op grond van overige nationale of provinciale wet- en regelgeving. Type gebied Natuurnetwerk Nederland

Juridisch kader Provinciale verordening

Weidevogelleefgebied

Provinciale verordening

Stiltegebied Bodembeschermingsgebied

Provinciale verordening Wet milieubeheer Provinciale verordening

Grondwaterbeschermingsgebied

Provinciale verordening

Beschermingszone waterkering

Legger en Keur hoogheemraadschap van Delfland Wet natuurbescherming

Gebied geschikt voor beschermde soorten

Relevantie voor voorgenomen ontwikkeling Het plangebied maakt geen deel uit van het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Het plangebied is niet gelegen in een weidevogelleefgebied. Het plangebied is niet gelegen in een stiltegebied. Het plangebied is niet gelegen in een bodembeschermingsgebied. Het plangebied is niet gelegen in het grondwaterbeschermingsgebied. Het plangebied is in een beschermingszone van een waterkering gelegen. Onder deze tabel wordt hier nader op ingegaan. Het plangebied is mogelijk geschikt voor beschermde soorten. Onder deze tabel wordt hier nader op ingegaan.

Beschermingszone waterkering De projectlocatie is gelegen binnen de beschermingszone van een waterkering. In paragraaf 2.2.3.4 wordt het aspect water behandeld. Beschermde soorten Op de projectlocatie kunnen zich mogelijk beschermde dier- of plantensoorten bevinden. Om die reden wordt in paragraaf 2.2.3.3 nader op het aspect ecologie (soortenbescherming) ingegaan.

Kenmerken van het potentiële effect In deze paragraaf wordt een beeld geschetst van de potentiële effecten van de voorgenomen activiteit, waarbij het gaat om de interactie tussen beide voorgaande hoofdstukken (kenmerken van het project en plaats van het project). Hetgeen beschreven is over de kenmerken van het project en de plaats van het project zijn bepalend voor de milieuaspecten die in dit hoofdstuk nader aan de orde worden gesteld. Van de overige (milieu)aspecten wordt op basis van de beoordeling die heeft plaatsgevonden in de voorgaande hoofdstukken op voorhand verwacht dat deze niet leiden tot betekenisvolle milieueffecten. 2.2.3.1 Verkeersgeneratie en ontsluiting Om het effect van de ontwikkeling op de omliggende weginfrastructuur te bepalen is - net als voor de berekening van de parkeerbehoefte - gebruik gemaakt van de landelijke verkeersgeneratiecijfers van het CROW (publicatieversie 381). In de huidige situatie is sprake van 74 eengezinswoningen (huur, huis, sociale huur). Na herontwikkeling is sprake van 96 woningen, bestaande uit eengezinswoningen (huur, huis, sociale huur) en uit beneden-bovenwoningen en appartementen (huur, appartement, midden/goedkoop (incl. sociale huur)). Voor de berekening van de verkeersgeneratie is de feitelijke situatie bekeken, zodat een reëel beeld ontstaat.

In het parkeerbeleid is namelijk bewust de beleidskeuze gemaakt voor de gehele gemeente de parkeerbehoefte te berekenen op basis van het gemiddelde voor de norm een "matig stedelijk centrumgebied". Echter, oordelend op basis van de werkelijke ligging van de locatie aan de rand van Mees Ruimte & Milieu | 22334.AN/MER

Pagina | 10

Enkhuizen, is sprake van "rest bebouwde kom". Dit is dan ook als uitgangspunt genomen voor de berekening van de verkeersgeneratie, waarmee tevens over een worst-case benadering kan worden gesproken. Figuur 4 en 5 tonen een berekening van de verkeersgeneratie van de huidige en van de toekomstige situatie op basis van bovenstaande uitgangspunten. Figuur 4. Berekening verkeersgeneratie huidige situatie

Figuur 5. Berekening verkeersgeneratie toekomstige situatie

Op basis van de getoonde berekeningen kan geconcludeerd worden dat de verkeersstromen van en naar de locatie per saldo nagenoeg gelijk blijven aan de huidige situatie, dan wel (worst-case) toenemen met ca. 17,8 motorvoertuigbewegingen per etmaal. Een dergelijke toename is, ten opzichte van de totale verkeersgeneratie van het plan alsmede ten aanzien van het heersende verkeersbeeld in de omgeving, verwaarloosbaar. De bestaande (gebieds-)ontsluitingswegen dan wel erftoegangswegen zijn afdoende uitgerust om de verkeersstromen af te wikkelen. In aanvulling op het bovenstaande, geldt dat binnen het plangebied een nieuwe weg wordt aangelegd die de Begoniastraat met de Violenstraat verbindt. De nieuw aan te leggen weg zal zodanig worden vormgegeven dat deze eveneens voldoende is uitgerust om de verkeersstromen van en naar de nieuwe buurt op te kunnen vangen. Er zijn geen negatieve effecten op de verkeersafwikkeling ter plaatse en dit onderdeel geen MER rechtvaardigt. 2.2.3.2 Luchtkwaliteit De voorgenomen ontwikkeling voorziet in de herontwikkeling van de gronden behorende bij de projectlocatie. In onderhavig geval is sprake van de netto toevoeging van 22 woningen.

De ontwikkeling bevindt zich zeer ruim onder de grens van projecten die op grond van de ministeriële regeling ‘niet in betekenende mate’ als ‘NIBM’ worden beschouwd (de ‘grens’ ligt bij een woonbuurt met één ontsluitingsweg op 1.500 woningen). Dit is een belangrijke aanwijzing dat geen sprake is van een betekenisvol negatief milieueffect. Hierbij komt dat de bestaande achtergrondconcentraties erg laag zijn en de grenswaarden voor deze achtergrondconcentraties niet worden overschreden. Hierdoor kan er zonder meer worden aangenomen dat ook na realisatie van het plan de achtergrondconcentraties nog steeds laag zijn en in ieder geval nog steeds

Mees Ruimte & Milieu | 22334.AN/MER

Pagina | 11

ver onder de wettelijke grenswaarden liggen. Wat betreft het aspect ‘luchtkwaliteit’ is dus geen sprake van negatieve milieueffecten die een MER rechtvaardigen. 2.2.3.3

Ecologie

Gebiedsbescherming Zoals in paragraaf 2.2.2.1 en 2.2.2.2 van deze aanmeldnotitie reeds is beschreven, is het plangebied niet gelegen binnen de grenzen of in de directe nabijheid van een gebied dat aangewezen is als Natura 2000. Het meest nabijgelegen Natura 2000-gebied “IJsselmeer”, bevindt zich op circa 700 meter afstand van de onderzoekslocatie. Om aan te tonen in hoeverre het beoogd initiatief significante effecten op beschermde natuurgebieden heeft, is een stikstofdepositieberekening uitgevoerd. Deze is opgenomen als bijlage 12 bij de toelichting van het bestemmingsplan “Bloemhof 2023”. Uit de berekeningen voor zowel de bouwfase als de gebruiksfase blijkt dat er geen rekenresultaten hoger dan 0,00 mol/ha/jaar zijn. Significant negatieve effecten als gevolg van het beoogd initiatief kunnen daardoor worden uitgesloten. Het aspect gebiedsbescherming (stikstofdepositie) vormt geen belemmering en er is geen vergunning voor stikstofdepositie ingevolge de Wet natuurbescherming benodigd. Dit onderdeel rechtvaardigt derhalve geen MER. Soortbescherming In het kader van de beoogde ontwikkeling is een quickscan flora en fauna uitgevoerd ter plaatse van het plangebied (zie bijlage 6 t/m 8 van het bestemmingsplan “Bloemhof 2023”). Uit de quickscan volgt dat het plangebied in potentie geschikt is voor diverse soorten amfibieën en grondgebonden zoogdieren.

Echter, alleen vrijgestelde soorten kunnen verblijvend aanwezig zijn. Daarnaast kan het plangebied incidenteel gebruikt worden door de Sperwer en Ransuil, maar voor deze soorten wordt geen negatief effect verwacht omdat het plangebied slechts een klein deel uitmaakt van een veel groter leefgebied. Bovendien is in de naaste omgeving vergelijkbaar of zelfs beter biotoop aanwezig. Voor de hierbovengenoemde soorten is daarom geen andere toetsing of een ontheffing nodig. Uit de quickscan volgt daarnaast dat nader onderzoek nodig is naar de gierzwaluw, huismus en vleermuis. Uit het nader onderzoek (zie bijlage 9 en 10 van het bestemmingsplan “Bloemhof 2023”) volgt dat het aanvragen van een ontheffing noodzakelijk is voor de huismus. Een dergelijke ontheffing is voor een gedeelte van het plangebied reeds verleend. Voor de gierzwaluw en vleermuis worden geen negatieve effecten verwacht. De noodzaak tot het aanvragen van een ontheffing, rechtvaardigen geen MER. 2.2.3.4 Water De voorgenomen ontwikkeling voorziet in de sloop van bestaande, verouderde, sociale huurwoningen en de nieuwbouw hiervan. Bij de totstandkoming van het project worden uitloogbare materialen, zoals lood, koper en zink niet toegepast, zodat schoon hemelwater hier niet mee in aanraking kan komen. Zo heeft de ontwikkeling geen negatief effect op de (grond)waterkwaliteit ter plaatse.

Daarnaast wordt voorafgaand aan de uitvoering van het project aandacht besteed aan het grondwater. De bestaande bebouwing wordt weggenomen en de nieuwe bebouwing wordt op hetzelfde maaiveldniveau opgericht. Doorgaans zijn er dan geen risico's ten aanzien van opbarsten en omhoogkomend grondwater. In dit plangebied echter, is bekend dat in de bestaande situatie al sprake is van grondwateroverlast. Dat betekent onder meer dat goed moet worden nagedacht over de fundatie va de bestaande bebouwing; die zal in elk geval niet worden getrokken, zodat voorkomen kan worden dat via de gaten die dan ontstaan grondwater omhoog komt. Het plangebied is verder gelegen in de beschermingszones A en B van de primaire waterkering van de Omringdijk. In lijn met de verplichting uit het Barro is voor het gehele plangebied een vrijwaringszone opgenomen in het bestemmingsplan “Bloemhof 2023”. Hierbinnen geldt dat bouwen niet zonder meer is toegestaan en dat hiertoe een nadere afweging van het bevoegd gezag en de beheerder van de dijk

Mees Ruimte & Milieu | 22334.AN/MER

Pagina | 12

noodzakelijk is. In de praktijk zal dit - gezien de huidige bebouwing in het gebied - niet op belemmeringen stuiten. Wel is hiermee een extra waarborg in het plan gebracht waarmee de dijk en het doelmatig functioneren daarvan, voldoende is beschermd. Gelet op voorgaande zijn er op voorhand geen negatieve effecten te verwachten die een MER rechtvaardigen. 2.2.3.5

Archeologie

De gemeenteraad van Enkhuizen heeft op 2 april 2013 de 'Archeologische Beleidsnota gemeente Enkhuizen 2013' vastgesteld en tegelijkertijd de Erfgoedverordening Enkhuizen 2010 daarop aangepast. Een belangrijk onderdeel van deze nota is de Beleidskaart Archeologie. Op deze kaart is aangegeven waar de bekende archeologische vindplaatsen zich bevinden en welke archeologische verwachtingszones er zijn in de categorieën (zeer) hoog, middel en lage verwachting. De verwachting is gecombineerd met een beleidsadvies per archeologische verwachtingszone. De ontwikkeling vindt plaats in twee verschillende zones, te weten:  

Archeologisch Waardevol Gebied 4 (AWG4, oranje): hoge archeologische waarde archeologisch aspect meewegen bij ingrepen groter dan 100 m2 en dieper dan 35 cm; Archeologisch Waardevol Verwachtingsgebied 5 (AWV5, lichtgrijs): onbekende archeologische verwachting – archeologisch aspect meewegen bij ingrepen groter dan 10.000 m2 en dieper dan 35 cm.

Ter bescherming van de archeologische belangen, zijn in de planregels van het bestemmingsplan “Bloemhof 2023” dubbelbestemmingen opgenomen overeenkomstig bovenstaande vrijstellingsgrenzen. Met de opname van de dubbelbestemmingen zijn de mogelijk aanwezige archeologsche waarden in de bodem afdoende beschermd. In het kader van de bouwaanvraag dient te zijner tijd een proefsleuvenonderzoek te worden uitgevoerd. Op voorhand zijn geen negatieve effecten te verwachten die een MER rechtvaardigen.

Mees Ruimte & Milieu | 22334.AN/MER

Pagina | 13

3

CONCLUSIE EN VERZOEK Uit hoofdstuk 2 volgt dat er geen nadelige milieu effecten naar aanleiding van de ontwikkeling verwacht hoeven te worden. Door het uitblijven van belangrijke nadelige gevolgen kan worden geconcludeerd dat er geen volledige milieueffectrapportage hoeft te worden doorlopen en dat er geen milieueffectrapport (MER) nodig is. Middels voorliggende aanmeldnotitie wordt het bevoegd gezag verzocht het besluit te nemen dat, gezien de kenmerken van het potentiële effect, geen nadere m.e.r.-beoordeling nodig is.

Mees Ruimte & Milieu | 22334.AN/MER

Pagina | 14

BLOEMENBUURT ENKHUIZEN Geluidonderzoek wegverkeer

BLOEMENBUURT ENKHUIZEN Geluidonderzoek wegverkeer

Rapportnummer: Status: Datum:

23-09702.R01.V01 Definitief 7 november 2023

In opdracht van:

IDDS b.v. 's Gravendijckseweg 37 2201 CZ Noordwijk Contactpersoon: De heer S. van Helden Telefoon: 071-402 85 86

Uitgevoerd door:

Alcedo B.V. Postbus 140 Ondernemersweg 3 Contactpersoon: Telefoon: Internet: E-mail:

7450 AC Holten 7451 PK Holten Mevrouw ing. H.N.C. ten Hove-Santegeods 085 – 822 99 00 www.alcedo.nl suzanne.tenhove@alcedo.nl

© Alcedo B.V. Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, digitale reproductie, of anderszins zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de opdrachtgever van deze uitgave of Alcedo B.V..

INHOUD SAMENVATTING

3

1

INLEIDING

5

2 2.1 2.2 2.2.1 2.2.2 2.3 2.4

GELUIDNORMEN Wetgeving en beleid Wet geluidhinder Aandachtsgebied Grenswaarden Gemeentelijk geluidbeleid Bouwbesluit 2012

6 6 6 6 6 7 7

3 3.1 3.2 3.3 3.4

GELUID VAN WEGVERKEER Verkeersgegevens Rekenmodel Rekenresultaten en beoordeling Maatregelen

8 8 9 10 12

Bijlagen Bijlage 1 Bijlage 2 Bijlage 3 Bijlage 4

Verkeersgegevens Figuren Invoergegevens rekenmodel Resultaten berekening geluidbelasting

23-09702.R01.V01 / Definitief / 7 november 2023

2

SAMENVATTING Het plan is om in de Bloemenbuurt te Enkhuizen bestaande woningen te slopen en te vervangen door nieuwe woningen. Het betreft appartementen, eengezinswoningen en beneden-/ bovenwoningen. De uitvoering vindt in fases plaats. Bij de realisatie van de woningen wordt de ligging van de Asterstraat aangepast. In de volgende figuur is de ligging van de nieuwe woonbestemmingen weergegeven met de maximale bouwhoogten en is aangegeven hoe de Asterstraat wijzigt.

Huidige ligging Asterstraat

Nieuwe ligging Asterstraat

Figuur 1 Globale ligging planlocatie en omgeving Er zijn al plannen bekend hoe het gebied zal worden ingevuld. Er is echter nog flexibiliteit gewenst in de invulling van de bouwvlakken. In dit onderzoek is uitgegaan van de maximale bouwvlakken met de maximale bouwhoogten. In de omgeving van het plan liggen wegen die ervoor zorgen dat het plan wordt belast met geluid. Het betreft de Piet Smitstraat en Noorderweg. In de omgeving van het plan liggen ook 30 km/uur wegen. Deze wegen hoeven vanuit de Wet geluidhinder niet bij het onderzoek te worden betrokken. Omdat deze wegen wel invloed kunnen hebben op de totale geluidsituatie, zijn deze wegen in het kader van een goede ruimtelijke ordening wel meegenomen in het onderzoek. Het geluid wordt getoetst aan de grenswaarden volgens de Wet geluidhinder. Voor zover bekend beschikt de gemeente Enkhuizen niet over gemeentelijk geluidbeleid waaraan getoetst dient te worden. Uit het onderzoek blijkt dat op de oostelijke grens van het bouwvlak fase 2 de geluidbelasting vanwege de Noorderweg 49 dB bedraagt. Hiermee wordt de voorkeursgrenswaarde van 48 dB met 1 dB overschreden. Vanwege de overige wegen wordt voldaan aan de voorkeursgrenswaarde.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13979998/1