CConstaterende datDronten
Koppel je AI →
Document · PDF

Rekenkamerrapport gemeente Dronten - uitvoering van de Wmo__1046327__.pdf

Raadsvergadering 2 juli 2026, gemeente DrontenBij agendapunt: 12: Raadsvoorstel Rekenkameronderzoek naar zicht op de kwaliteit van Wmo in gemeente Dronten11.526 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Niet gevonden in dit document.

Wmo in de gemeente Dronten Rekenkameronderzoek naar het zicht op de kwaliteit van de Wmo in Dronten

1.

Colofon Datum: 26-5-2026 Opdrachtgever: Rekenkamer Dronten Onderzoekers: Nick Woudstra MSc nick@necker.nl Dr. Inge Stortenbeker inge@citisens.nl Tim Kunis MSc tim@necker.nl

2.

Inhoudsopgave 1. Inrichting van het onderzoek

5

1.1 Aanleiding 1.2 Doelstelling en vraagstelling 1.3 Leeswijzer

5 5 6

Kernbevindingen

8

Conclusies en aanbevelingen

11

Reactie van college van B&W

13

Nawoord rekenkamer

16

1. De Wmo in Dronten

18

1.1 Beleidsstructuur 1.2 Gemeentelijke beleidsdoelen 1.3 Inrichting van de organisatie 1.4 Contracten met aanbieders 1.5 Contractmanagement 1.6 Inrichting van het Wmo-toezicht

18 19 21 23 24 26

2. Kosten en vergelijking

28

2.1 Algemeen financieel beeld van de Wmo 2.2 Dronten in vergelijking

28 29

3. Kwaliteit en cliëntbeleving

32

3.1 Formele kwaliteitseisen aan de Wmo-uitvoering 3.2 Kwaliteit van de Wmo volgens gebruikers 3.3 Samenhang en leerpunten

32 33 38

Bijlage 1. Onderzoeksverantwoording

40

Geraadpleegde bronnen Uitvoering van het onderzoek

40 40

3.

Bestuurlijke nota

4.

Inrichting van het onderzoek Aanleiding Op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 zijn gemeenten verantwoordelijk voor het ondersteunen van inwoners die niet op eigen kracht of met hulp van hun omgeving kunnen deelnemen aan de samenleving. Het gaat daarbij onder meer om ondersteuning thuis, zoals huishoudelijke hulp, begeleiding en woningaanpassingen. Het doel van deze ondersteuning is dat inwoners zo lang mogelijk zelfstandig kunnen blijven wonen en kunnen participeren in de samenleving. Sinds de decentralisatie in 2015 hebben gemeenten beleidsvrijheid gekregen om de Wmo naar eigen inzicht in te richten. In de gemeente Dronten is de uitvoering van de Wmo in de afgelopen jaren meerdere keren aangepast, onder meer als gevolg van inhoudelijke beleidsontwikkelingen en organisatorische veranderingen. De Dronter Koers en het strategisch beleidskader sociaal domein 2025–2028 vormen daarbij belangrijke richtinggevende kaders. Tegelijkertijd staat de uitvoering van de Wmo landelijk en lokaal onder druk. De vraag naar ondersteuning neemt toe, onder meer door vergrijzing en complexere ondersteuningsvragen, terwijl gemeenten tegelijkertijd sturen op zelfredzaamheid, samenredzaamheid en het beperken van maatwerkvoorzieningen. Dit leidt tot een spanningsveld tussen beleidsambities, beschikbare middelen en de ervaren kwaliteit van ondersteuning.

Tien jaar na de decentralisatie vormt dit voor de rekenkamer aanleiding om te onderzoeken hoe de kwaliteit van de Wmo-uitvoering in de praktijk wordt vormgegeven en ervaren. Daarbij is specifiek aandacht voor de vraag in hoeverre de uitvoering aansluit bij de beleidsdoelen van de gemeente en bij de behoeften van inwoners die gebruikmaken van ondersteuning. De rekenkamer Dronten heeft daarom onderzoek laten uitvoeren naar het zicht op de kwaliteit van de Wmo in de gemeente Dronten, met specifieke aandacht voor de beleefde kwaliteit vanuit het perspectief van inwoners.

Doelstelling en vraagstelling Het doel van het onderzoek is inzicht te krijgen in de wijze waarop de kwaliteit van de Wmoondersteuning in de gemeente Dronten is ingericht, geborgd en wordt ervaren door inwoners. Daarbij wordt bezien hoe de uitvoering aansluit bij de beleidsdoelen van de gemeente en hoe kosten en kwaliteit zich verhouden tot andere gemeenten. 1. Voldoet de huidige invulling van de Wmo door de gemeente Dronten aan de wensen, behoeften en kwaliteitseisen van inwoners? 2. Hoe verhouden de kosten en kwaliteit van de Wmo in Dronten zich tot andere (vergelijkbare) gemeenten? Om de hoofdvraag te beantwoorden zijn er deelvragen geformuleerd. De deelvragen zijn:

Beleid, inrichting uitvoering en kwaliteitstoezicht 1. Welke doelen heeft de gemeente Dronten gesteld voor de (uitvoering van de) Wmo?

5.

2. Hoe heeft gemeente Dronten de uitvoering van de Wmo naar beleid en uitvoering vertaald en ingericht? 3. Op welke wijze heeft de gemeente Dronten het (formele en informele) toezicht op de kwaliteit van de Wmo ingericht?

Benchmark en vergelijking 4. Met welke totale kosten en kosten per eenheid zorg gaat de inrichting/uitvoering van de Wmo gepaard? 5. Hoe laten deze kosten zich benchmarken met de uitvoering van de Wmo in andere gemeenten (of andere beschikbare benchmarkinformatie)?

Cliëntperspectief en spiegel 6. Hoe wordt de kwaliteit van de verschillende vormen van Wmo-ondersteuning in gemeente Dronten beleefd, voldoet dit aan de kwaliteitseisen van de inwoner? 7. Worden er verschillen gevonden tussen de verschillende vormen van ondersteuning (waaruit lering kan worden getrokken)? 8. Hoe verhoudt zich de beleefde en gewenste kwaliteit tot de juridische kaders van de Wmo? 9. En indien er sprake is van een delta tussen de wet en de beleefde invulling van de Wmo, welke aanpassingen in het beleid en haar uitvoering zijn nodig om het (door inwoners van gemeente Dronten) gewenste niveau van Wmo-ondersteuning te bereiken?

Leeswijzer Het onderzoek is uitgevoerd aan de hand van documentanalyse, interviews met betrokkenen binnen de gemeente en betrokken organisaties, en een cliëntervaringsonderzoek onder inwoners die gebruikmaken van Wmo-ondersteuning. De onderzoeksverantwoording is opgenomen in bijlage 1. De rapportage bestaat uit een bestuurlijke nota en een nota van bevindingen. De nota van bevindingen bevat de feitelijke uitkomsten van het onderzoek. Hierin worden de beleidskaders, de inrichting van de uitvoering, de kosten en de kwaliteit van de Wmo systematisch en navolgbaar beschreven, onderbouwd met documentanalyse, interviews en resultaten uit het cliëntervaringsonderzoek. De bestuurlijke nota bevat de kernbevindingen, conclusies en aanbevelingen. In deze nota worden de belangrijkste inzichten uit het onderzoek samengebracht en geduid in relatie tot de onderzoeksvragen. Ter ondersteuning van de duiding van het cliëntperspectief wordt in de bestuurlijke nota gewerkt met persona’s. Deze persona’s maken zichtbaar hoe de bevindingen uit het onderzoek in de praktijk uitwerken voor verschillende groepen inwoners en dragen bij aan de interpretatie van de kernbevindingen. De hoofdstukken in de nota van bevindingen zijn thematisch opgebouwd. Hoofdstuk 1 beschrijft de beleidsstructuur en de inrichting van de Wmo in de gemeente Dronten.

Hoofdstuk 2 gaat in op de kosten van de Wmo en de vergelijking met andere gemeenten. Hoofdstuk 3 behandelt de kwaliteit van de Wmo-ondersteuning en de ervaringen van cliënten.

6.

“Ik moet zelf de puzzel leggen”

Fatima (58 jaar) Fatima is alleenstaande moeder en combineert werk met de zorg voor haar gezin. Daarnaast heeft zij gezondheidsklachten waardoor zij ondersteuning nodig heeft. Haar situatie is complex: problemen op meerdere leefgebieden spelen tegelijk een rol. Via de gemeente ontvangt zij ondersteuning, maar het voelt voor haar versnipperd. Voor verschillende vragen moet zij bij verschillende loketten zijn. Ze heeft niet het gevoel dat er één plek is waar haar situatie als geheel wordt bekeken. De ondersteuning helpt haar deels, maar sluit niet altijd goed aan op haar totale situatie. Ze moet zelf veel schakelen en uitzoeken, wat extra belastend is naast haar bestaande problemen. Fatima heeft behoefte aan meer samenhang en overzicht. Zij wil minder zelf hoeven organiseren en verwacht dat de gemeente daarin meer regie neemt.

7.

Kernbevindingen Het onderzoek van de rekenkamer heeft verschillende inzichten en bevindingen opgeleverd over de uitvoering van de Wmo in de gemeente Dronten. Hieronder vat de rekenkamer de bevindingen samen door de onderzoeksvragen bondig te beantwoorden. Voor een volledig beeld van de bevindingen en onderzoeksresultaten, verwijst de rekenkamer naar de nota van bevindingen. 1. Welke doelen heeft de gemeente Dronten gesteld voor de (uitvoering van de) Wmo? 2. Hoe heeft gemeente Dronten de uitvoering van de Wmo naar beleid en uitvoering vertaald en ingericht? 3. Op welke wijze heeft de gemeente Dronten het (formele en informele) toezicht op de kwaliteit van de Wmo ingericht? De beleidsvisie op de Wmo in Dronten is vastgelegd in brede strategische kaders voor het sociaal domein. De Wmo maakt daarin onderdeel uit van een integrale beleidsbenadering, maar kent geen afzonderlijk, expliciet uitgewerkt beleidskader. De beleidsdoelen voor de Wmo zijn afgeleid van deze strategische kaders en uitgewerkt in indicatoren en streefwaarden, waarmee de voortgang van de uitvoering wordt gemonitord. De uitvoering van de Wmo is ingericht volgens de Dronter Koers, met wijknetwerken en Wmo-gidsen als centrale schakel in de ondersteuning van inwoners. Deze werkwijze bevordert samenwerking en biedt een vaste structuur voor toegang en uitvoering.

Een volledig integrale toegang tot het sociaal domein, waarin Wmo, jeugd en participatie samenkomen, is echter nog niet gerealiseerd. De relatie tussen de gemeente en aanbieders is vastgelegd in een combinatie van een integrale aanbesteding en afzonderlijke contracten voor specifieke voorzieningen. Deze contracten zijn vooral gericht op beschikbaarheid van ondersteuning en procesafspraken. Omdat een belangrijk deel van de aanbestedingen tot stand is gekomen vóór vaststelling van het huidige strategisch beleidskader, is de koppeling met de recente beleidsambities rond maatschappelijke effecten beperkt expliciet uitgewerkt. Het contractmanagement is actief ingericht en richt zich primair op naleving en voortgang van afspraken; informatie over maatschappelijke effecten speelt daarin een beperkte rol. Het toezicht op de Wmo is belegd bij de GGD Flevoland. Zij toetsen aanbieders op cliëntgerichtheid, veiligheid en professionaliteit. Het interne toezicht binnen de gemeente wordt binnen de wettelijke kaders uitgevoerd door de gemeentelijk toezichthouder, die deze taak op eigen wijze heeft ingevuld. 4. Met welke totale kosten en kosten per eenheid zorg gaat de inrichting/uitvoering van de Wmo gepaard? 5. Hoe laten deze kosten zich benchmarken met de uitvoering van de Wmo in andere gemeenten (of andere beschikbare benchmarkinformatie)? De uitgaven voor de Wmo in Dronten nemen toe.

Deze groei hangt samen met demografische ontwikkelingen, in het bijzonder vergrijzing, en met stijgende kosten in de zorgsector. Hierdoor neemt de structurele financiële druk op de Wmo toe. De uitgaven worden, net als in andere gemeenten, in belangrijke mate bepaald door hulp bij het huishouden, terwijl andere voorzieningen een beperkter

8.

aandeel hebben in de totale kosten. In vergelijking met andere gemeenten is Dronten qua Wmouitgaven gemiddeld. 6. Hoe wordt de kwaliteit van de verschillende vormen van Wmo-ondersteuning in gemeente Dronten beleefd, voldoet dit aan de kwaliteitseisen van de inwoner? 7. Worden er verschillen gevonden tussen de verschillende vormen van ondersteuning (waaruit lering kan worden getrokken)? 8. Hoe verhoudt zich de beleefde en gewenste kwaliteit tot de juridische kaders van de Wmo? 9. En indien er sprake is van een delta tussen de wet en de beleefde invulling van de Wmo, welke aanpassingen in het beleid en haar uitvoering zijn nodig om het (door inwoners van gemeente Dronten) gewenste niveau van Wmo-ondersteuning te bereiken? De kwaliteit van de Wmo-ondersteuning is formeel geborgd via wettelijke eisen, contractuele afspraken en toezicht. De formele kwaliteitsstructuur is compleet ingericht. Tegelijkertijd is de koppeling tussen deze formele borging en de ervaren kwaliteit in de praktijk beperkt zichtbaar. Uit het cliëntervaringsonderzoek blijkt dat cliënten over het algemeen tevreden zijn over de Wmoondersteuning. Zij waarderen de ondersteuning gemiddeld met een 7,6 en twee derde is tevreden over het bereikte resultaat. De uitvoering van de Wmo sluit vooral goed aan bij eerste en relatief lichte ondersteuningsvragen.

Voor inwoners met langdurige of complexere ondersteuning is het effect op zelfredzaamheid en samenredzaamheid minder zichtbaar, waardoor de gemeente beperkt zicht heeft op de mate waarin de ingezette beleidskoers voor deze groep daadwerkelijk werkt.

9.

“Het helpt, maar ik kom niet verder”

Bianca (63 jaar) Bianca heeft al jaren te maken met chronische gezondheidsproblemen. Ze maakt langdurig gebruik van ondersteuning vanuit de Wmo, waaronder begeleiding en hulpmiddelen. Haar netwerk is beperkt en ze is voor een groot deel afhankelijk van professionele ondersteuning. De ondersteuning die ze ontvangt is stabiel en voorspelbaar. Ze weet waar ze aan toe is en is daar op zichzelf tevreden over. Het contact met betrokken professionals verloopt goed en afspraken worden nagekomen. Tegelijkertijd merkt Bianca dat haar situatie niet wezenlijk verbetert. Ze wordt niet zelfstandiger en zijn afhankelijkheid van ondersteuning blijft bestaan. Voor haar is het vooral belangrijk dat de ondersteuning blijft zoals die is. De nadruk op zelfredzaamheid sluit niet goed aan bij zijn situatie. Voor haar gaat het minder om ontwikkeling en meer om het behouden van stabiliteit. Ze is dan ook bij dat de gemeente inmiddels langere contracten afgeeft, dan is er meer zekerheid. 10.

Conclusies en aanbevelingen Op basis van het rapport komt de rekenkamer tot de volgende conclusies: De gemeente Dronten heeft de uitvoering van de Wmo beleidsmatig en organisatorisch op orde. De Wmo is ingebed in een breed strategisch kader voor het sociaal domein en vertaald naar een werkbare uitvoeringspraktijk met wijkgerichte ondersteuning en een duidelijke toegang. Daarmee voldoet de gemeente aan de wettelijke vereisten en is de basis voor de uitvoering solide ingericht. Inwoners van de gemeente Dronten kunnen sinds de decentralisaties van 2015 voor verschillende vormen van zorg terecht bij de gemeente. Steeds meer gemeenten integreren de verschillende wetten (Wmo, jeugdzorg en de Participatiewet) in één centraal loket voor het sociale domein. Dit heeft als voordeel dat inwoners altijd met hun ondersteuningsvraag worden geholpen, en ook multiproblematiek (problematiek verdeeld over verschillende wetten) integraal wordt opgepakt. In Dronten is er, ondanks de adrukkelijk wens beschreven in het coalitieakkoord van 2022, nog geen integrale toegang ingericht. Tegelijkertijd zijn de kaders helder waarvoor zorg kan worden aangevraagd en is er een structuur aan hulp ingericht, zoals wijkteams, om te zorgen dat inwoners geholpen worden bij het toegang krijgen tot adequate zorg. Daarmee voldoet de gemeente Dronten aan de wettelijke vereisten van de Wmo.

De kwaliteit van de Wmo-ondersteuning wordt door inwoners overwegend positief beoordeeld. Cliënten waarderen de ondersteuning gemiddeld met een 7,6 en een meerderheid is tevreden over het bereikte resultaat. Deze positieve beoordeling geldt met name voor oudere inwoners en voor kortdurende ondersteuningstrajecten. Voor jongere inwoners en cliënten met langdurige ondersteuning ligt de waardering lager en is het effect van de ondersteuning minder duidelijk zichtbaar. De gemeente beschikt over een werkende structuur om signalen en klachten op te vangen en bij te sturen. Deze structuur functioneert in de praktijk adequaat, maar is in belangrijke mate afhankelijk van de invulling door individuele functionarissen, met name de interne toezichthouder. Dit maakt de borging van kwaliteit en continuïteit kwetsbaar. Financieel gezien bevindt Dronten zich rond het gemiddelde van vergelijkbare gemeenten. De uitgaven worden, net als elders, in belangrijke mate bepaald door huishoudelijke hulp. De structurele ontwikkeling is echter opwaarts: door vergrijzing en stijgende zorgkosten neemt de druk op het Wmobudget toe. De huidige beleidsinzet om deze kostenontwikkeling te beheersen, met name via het versterken van zelfredzaamheid en het beperken van maatwerkvoorzieningen, levert vooralsnog onvoldoende resultaat op.

De gemeente onderkent zelf dat de huidige aanpak niet toereikend is om de Wmouitgaven op langere termijn financieel houdbaar te houden. Daarmee ontstaat een spanning tussen de beleidsambities en de financiële realiteit.

De rekenkamer Dronten doet n.a.v. de bevindingen de volgende aanbevelingen: 1. Realiseer een integrale toegang tot het sociaal domein Breng de belangrijkste belemmeringen voor één loket in beeld en vertaal deze naar een concreet implementatieplan. Borg daarin zowel de organisatorische inrichting als de samenwerking tussen Wmo, jeugd en participatie.

11.

2. Benut integraliteit expliciet voor betere ondersteuning en kostenbeheersing Ontwikkel de integrale toegang zodanig dat samenhangende problematiek eerder wordt gesignaleerd en opgepakt, met als doel zowel de kwaliteit van ondersteuning te verbeteren als onnodige inzet van maatwerkvoorzieningen te voorkomen. 3. Herijk de aanpak gericht op zelfredzaamheid en beperking van maatwerk Analyseer waarom beleidsuitgangspunten zoals ‘samen meer zelfredzaam’ en het terugdringen van maatwerk beperkt effect sorteren, en vertaal dit naar een concreet uitvoerbare aanpak met realistische doelstellingen. 4. Versterk de koppeling tussen beleid en contractering Veranker beleidsdoelen, zoals het bevorderen van zelfredzaamheid en het beperken van maatwerk, expliciet in aanbestedingen en contracten met aanbieders, inclusief meetbare indicatoren voor maatschappelijke effecten. 5. Stuur actiever op kostenontwikkeling via prikkels in het stelsel Richt het Wmo-systeem zodanig in dat financiële en inhoudelijke prikkels (bijvoorbeeld via KPI’s of bekostigingsvormen) bijdragen aan een beheersbare en houdbare groei van de uitgaven. 6. Stel duidelijke kaders voor het gewenste voorzieningenniveau in relatie tot kosten Bepaal als raad welk niveau van ondersteuning de gemeente wil bieden en welke financiële grenzen daarbij horen, zodat transparantie ontstaat over keuzes en verwachtingen richting de toekomst.

7. Differentieer beleid naar doelgroepen Houd bij beleidsontwikkeling expliciet rekening met verschillen tussen doelgroepen, zoals leeftijd en duur van ondersteuning, en ontwikkel gerichte aanpakken voor groepen waar de effectiviteit en tevredenheid achterblijven. 8. Borg de toezichtsfunctie structureel Leg de taken, verantwoordelijkheden en werkwijze van de interne toezichthouder formeel vast, zodat de kwaliteit van toezicht minder afhankelijk is van individuele invulling.

12.

Jan (74 jaar)

‘‘Ik red me prima zo, maar zonder hulp wordt het lastig”

Jan woont al zijn hele leven in Dronten. Sinds zijn vrouw een paar jaar geleden is overleden, doet hij alles alleen. Dat gaat hem grotendeels goed af, maar het huishouden wordt steeds zwaarder. Vooral stofzuigen en de badkamer schoonmaken kosten hem moeite. Via de gemeente heeft hij huishoudelijke hulp gekregen. Het contact met de Wmo-gids verliep prettig. Ze nam de tijd en luisterde goed naar wat hij nog zelf kon en wat niet meer ging. Sindsdien komt er wekelijks iemand langs. Dat geeft rust. Jan kan daardoor zelfstandig blijven wonen, wat voor hem het belangrijkste is. Hij is tevreden over de ondersteuning: het is duidelijk wat hij krijgt en het sluit aan bij wat hij nodig heeft. Tegelijkertijd verandert er verder weinig in zijn situatie. Hij redt zich zoals het gaat en verwacht ook niet dat dat nog verbetert.

13.

Reactie van college van B&W

14.

15.

16.

Nota van bevindingen

17.

1. De Wmo in Dronten In dit hoofdstuk wordt beschreven hoe de gemeente Dronten haar Wmo-beleid heeft vormgegeven en georganiseerd. Daarbij wordt ingegaan op de beleidsdoelen, de inrichting van de uitvoering en de wijze waarop het toezicht op de kwaliteit is geregeld. In dit hoofdstuk worden onderstaande deelvragen beantwoord: 1. Welke doelen heeft de gemeente Dronten gesteld voor de (uitvoering van de) Wmo? 2. Hoe heeft gemeente Dronten de uitvoering van de Wmo naar beleid en uitvoering vertaald en ingericht? 3. Op welke wijze heeft de gemeente Dronten het (formele en informele) toezicht op de kwaliteit van de Wmo ingericht?

1.1 Beleidsstructuur Kernbevinding: De beleidsvisie op de Wmo in Dronten is vastgelegd in brede strategische kaders voor het sociaal domein. De Wmo maakt daarin onderdeel uit van een integrale beleidsbenadering, maar kent geen afzonderlijk, expliciet uitgewerkt beleidsdocument. De Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) maakt binnen de gemeente Dronten deel uit van de bredere opgave positieve gezondheid1. Deze opgave is één van de pijlers van het collegeprogramma Bouwstenen voor de toekomst (2022–2026) en is uitgewerkt in het strategisch beleidskader sociaal domein 2025–2028 ‘Mensen maken de samenleving’2. Het strategisch beleidskader heeft een richtinggevend karakter. Het beschrijft de maatschappelijke doelen voor het sociaal domein en vertaalt deze naar lokale opgaven voor de uitvoering van de Wmo3. Daarbij ligt de nadruk op het versterken van de sociale basis, het bevorderen van zelfredzaamheid en het bieden van passende ondersteuning. De uitvoering van dit beleid is juridisch vastgelegd in de verordening sociaal domein 20254 en in de nadere regels Wet maatschappelijke ondersteuning gemeente Dronten 20245. De verordening beschrijft de toegang tot ondersteuning in het sociaal domein, de voorwaarden voor toekenning en de verschillende vormen van ondersteuning.

De nadere regels werken deze uitvoering verder uit, bijvoorbeeld over gebruikelijke hulp, maatwerkvoorzieningen en de toepassing van de hardheidsclausule. Bij de vaststelling van de integrale verordening is nadrukkelijk gekozen voor een samenhangende juridische basis voor alle onderdelen van het sociaal domein. Volgens de gesprekspartners sluit dit aan bij de ambitie om minder in afzonderlijke wetten te denken en meer te sturen op brede welvaart6.

1 College van B&W gemeente Dronten (2022, 20 september). Collegeprogramma 2022–2026 – Bouwstenen voor de toekomst.

Gemeente Dronten. 2 Gemeente Dronten (2024, 4 juli). Strategisch beleidskader sociaal domein 2025–2028 – Mensen maken de samenleving. 3 Gemeente Dronten (2024, 4 juli). Strategisch beleidskader sociaal domein 2025–2028 – Mensen maken de samenleving, p. 5–6. 4 Gemeente Dronten (2025, 19 juni). Verordening sociaal domein gemeente Dronten 2025. 5 Gemeente Dronten (2024). Nadere regels Wet maatschappelijke ondersteuning gemeente Dronten 2024. 6 XX

18.

Daarnaast neemt Dronten deel aan de gemeenschappelijke regeling Sociale Recherche IJsselVechtstreek7. Deze regeling borgt het regionale toezicht en de handhaving binnen het sociaal domein. In onderstaand overzicht is de beleidsstructuur weergegeven. Tabel 2.1/1. Overzicht van de relevante beleidskaders

Relevante (beleids)documenten

Datum

Betrokken overheden

Overkoepelende documenten Coalitieakkoord ‘Samen bouwen aan de toekomst’

2022-2026

Gemeente Dronten

Collegeprogramma ‘Bouwstenen voor de toekomst’

2022-2026

Gemeente Dronten

Lokale beleidsvisie Strategische kaders sociaal domein ‘Mensen maken de samenleving’

2025-2028

Gemeente Dronten

Uitwerking lokale visie Verordening sociaal domein

2024

Gemeente Dronten

Gemeenschappelijke regeling Sociale Recherche IJssel-Vechtstreek

2024

Gemeenten Dalfsen, Dronten, Hardenberg, Hattem, Kampen, Ommen, Zwartewaterland en Zwolle

Nadere regels maatschappelijke ondersteuning gemeente Dronten 2025

2025

Gemeente Dronten

1.2 Gemeentelijke beleidsdoelen Kernbevinding: De gemeente Dronten heeft voor de Wmo beleidsdoelen geformuleerd die zijn afgeleid van het strategisch beleidskader sociaal domein en gericht zijn op gezondheid, zelfredzaamheid en toegankelijkheid. Deze doelen zijn uitgewerkt in concrete indicatoren en streefwaarden, onder meer in de programmabegroting, waarmee de voortgang van de Wmo-uitvoering wordt gemonitord. In 2050 wil de gemeente Dronten welzijn en gezondheid erop gericht zijn om mensen ‘autonoom competent en relatiegericht’ de laten zijn en blijven8. Hierbij is positieve gezondheid het uitgangspunt. De overkoepelende beleidsdoelen voor kortere termijn zijn vastgelegd in de strategische beleidskaders.

1.2.1 De overkoepelende beleidsdoelen zijn vastgelegd in de strategische beleidskaders Het allereerste doel van het strategisch beleidskader is om een omslag te maken van themaplannen naar een integraal kader in de werkwijze van de WMO. De gemeente wil ‘gezond samenleven’ versterken door de sociale basis van inwoners op orde te krijgen. Inwoners zijn in eerste instantie hier zelf verantwoordelijk voor, als de gemeente ondersteuning biedt moet dit zo dichtbij en normaal mogelijk. De gemeente wil hiermee zorgen dat inwoners zo veel als mogelijk zelfredzaam zijn, veilig en zelfstandig thuis kunnen wonen en actief onderdeel zijn van de samenleving met passende ondersteuning waar nodig9. Binnen het collegeprogramma worden hier ook extra structurele financiële

7 Gemeenschappelijke regeling Sociale Recherche IJssel-Vechtstreek (2024). 8 Gemeente Dronten (2024, 4 juli). Strategisch beleidskader sociaal domein 2025–2028 – Mensen maken de samenleving, p. 4. 9 Gemeente Dronten (2025, 19 juni). Verordening sociaal domein gemeente Dronten 2025.

19.

middelen voor vrijgemaakt10, deze zijn bedoeld voor de inzet van een extra WMO-gids. In het strategisch kader worden hier indicatoren aangekoppeld. Alle voor dit onderzoek relevante doelen vanuit het strategisch beleidskader en bijbehorende indicatoren zijn opgenomen in de onderstaande tabel. Tabel 2. Doelen en indicatoren uit het strategisch beleidskader11

Overzicht van de doelen

Indicatoren

Inwoners leven in een gezonde leefomgeving

% inwoners dat voldoet aan de beweegrichtlijn % inwoners dat de eigen gezondheid als goed ervaart

Inwoners zetten zich in voor elkaar en hun buurt

% inwoners dat vrijwilligerswerk doet.

Inwoners hebben mensen om zich heen die zij kunnen steunen en/of waarop ze kunnen steunen (netwerken, informele en formele hulp, mantelzorg)

% inwoners dat eenzaam is

Inwoners kunnen zo zelfstandig mogelijk functioneren in een passende woonomgeving

% inwoners dat matig tot veel regie over eigen leven heeft

% inwoners dat actief is geweest om de buurt te verbeteren % inwoners dat mantelzorg verleent

Wachtlijsten voor doelgroepen wonen met zorg Mate waarin een netwerk van informele en formele ondersteuning in de wijk/kern beschikbaar is % inwoners dat gebruik maakt van preventieve en lichte vormen van ondersteuning in relatie tot Inwoners krijgen laagdrempelig en tijdig vanuit het % geïndiceerde voorzieningen gebiedsgerichte teams (loket) samenhangende % inwoners dat zich goed geholpen voelt en/of lichte vormen van ondersteuning aanvullend weer zelfstandig verder kan op eigen mogelijkheden en samenleving Mate waarin professionals en vrijwilligers actief inwoners benaderen om te vragen wat nodig is. Uit gesprekken blijkt dat bij de vaststelling van het strategisch beleidskader bewust gekozen is om te sturen op maatschappelijk effect12. De gemeente wil de impact van beleid zichtbaar maken via de drie pijlers: kansengelijkheid, gezond samenleven en bestaanszekerheid. De uitvoeringsplannen bij het strategisch beleidskader worden jaarlijks geactualiseerd, zodat beter kan worden gestuurd op actuele ontwikkelingen en resultaten.

1.2.2 De gemeente stelt doelen voor de Wmo De programmabegroting 2026 vertaalt de overkoepelende beleidsdoelen uit het strategisch beleidskader naar concrete, meetbare resultaten voor de uitvoering van de Wmo. Deze doelen maken

10 College van B&W gemeente Dronten (2022, 20 september). Collegeprogramma 2022–2026 – Bouwstenen voor de toekomst, p.

20. 11 Gemeente Dronten (2024, 4 juli). Strategisch beleidskader sociaal domein 2025–2028 – Mensen maken de samenleving, bijlage indicatoren sociaal domein. 12 XX

20.

onderdeel uit van het programmaplan Sociaal Domein (programma 6) 13 en worden gebruikt om de voortgang op het gebied van zelfredzaamheid, gezondheid en toegankelijkheid te monitoren. De doelstellingen richten zich vooral op het versterken van de ervaren gezondheid, het verminderen van valangst, het verbeteren van de toegang tot ondersteuning en het vergroten van het aantal inwoners dat zich goed geholpen voelt. De indicatoren worden jaarlijks gemonitord in de gemeentelijke rapportage over de voortgang van het sociaal domein. De gegevens met een * worden zelf uitgevraagd in de cliënttevredenheidsonderzoeken en de gegevens met ** zijn zelf verzameld, gegevens met *** komen uit de Gezondheidsmonitor. Deze gegevens zijn niet direct afkomstig uit de gemeente, maar worden volgens een segmentatiemodel voorspeld op basis van de inwonersamenstelling. Tabel 3. Wmo-doelen uit de programmabegroting 202614

Doelstelling

Streefwaarde

Ouderen die hun gezondheid als goed ervaren***

stijgt van 71% (2024) naar 73% (2028)

Ouderen die bezorgd zijn om te vallen***

daalt van 27% (2024) naar 24% (2028)

Inwoners die zich goed geholpen voelen en/of weer zelfstandig verder kunnen*

stijgt tot meer dan 74% in 2026

Aantal inwoners met een Wmo-maatwerkvoorziening**

daalt van 108 per 1.000 inwoners (2024) naar minder dan 108 in 2026

Inwoners die goed geïnformeerd zijn over toegankelijke voorzieningen en er gebruik van maken*

stijgt van 56% (2024) naar meer dan 59% (2026)

1.3 Inrichting van de organisatie Kernbevinding: De gemeente Dronten werkt binnen de uitvoering van de Wmo volgens de Dronter Koers en een centrale backoffice (voor het sociale domein). Een volledig integrale toegang tot het sociaal domein is echter (nog) niet gerealiseerd waardoor integraliteit vooral afhankelijk is van korte lijntjes, kennis bij individuele medewerkers en contacten tussen medewerkers.

1.3.1 De organisatie werkt volgens de Dronter Koers De gemeente Dronten heeft ‘de Dronter Koers’ ingericht als de centrale werkwijze voor de uitvoering van het sociaal domein. De Dronter Koers is zowel een werkmodel als de organisatorische backoffice van het sociaal domein. Zij staat voor een integrale, vraaggerichte en resultaatgerichte manier van werken15, met als doel dat inwoners passende ondersteuning ontvangen die goed op elkaar is afgestemd, ongeacht waar de hulpvraag binnenkomt. De uitvoering vindt plaats via wijknetwerken, waarin professionals samenwerken met maatschappelijke organisaties in de wijk. De kern van ieder netwerk bestaat uit Wmo-gidsen (consulenten), die als vaste contactpersoon en regisseur optreden. Zij werken volgens het principe ‘één gezin, één plan, één regisseur’ en vormen de schakel tussen inwoners, netwerkpartners en gemeentelijke uitvoering. De wijknetwerken houden wekelijks inloopspreekuren op verschillende locaties16. Het uitgangspunt is dat iedere hulpvraag op dezelfde manier wordt behandeld, ongeacht de ingang.

13 Gemeente Dronten (2025, 9 september). Programmabegroting 2026 – Programma 6 Sociaal Domein, p. 86–95. 14 Gemeente Dronten (2025, 9 september). Programmabegroting 2026 – Programma 6 Sociaal Domein, p. 88. 15 Gemeente Dronten (2024). Nadere regels Wet maatschappelijke ondersteuning gemeente Dronten 2024, p. 2–3. 16 Gemeente Dronten (2025, 19 juni). Verordening sociaal domein gemeente Dronten 2025, art. 1.1–1.3.

21.

De uitvoering van de Wmo is vastgelegd in werkinstructies en procesbeschrijvingen17. De Wmo-gids stelt samen met de inwoner een routeplan op, waarop de aanbieder voortbouwt met een ondersteuningsplan. Voor de uitvoering van de Wmo zijn voor diverse voorzieningen en onderdelen van het proces werkprocessen opgesteld, waaronder voor hulpmiddelen, huishoudelijke hulp en SMI. Hierin zijn de rollen van de gids, administratie en aanbieder vastgelegd18. Inwoners worden gestimuleerd gebruik te maken van voorliggende voorzieningen, zoals de wasservice of maaltijdvoorzieningen. Voor huishoudelijke hulp hanteert de gemeente een normenkader19 waarin de omvang van de ondersteuning wordt vastgesteld aan de hand van objectieve criteria. De volgende figuur laat schematisch zien hoe de Wmo-ondersteuning in de gemeente Dronten is ingericht. De visualisatie maakt zichtbaar hoe een hulpvraag zich ontwikkelt van melding tot uitvoering en evaluatie, en welke rollen en systemen daarbij betrokken zijn.

17 Gemeente Dronten (2020). Proces Wmo Dronten 2020. 18 Gemeente Dronten (2025). PGB uitvoeringsplan Wmo 2025. 19 Gemeente Dronten (2025). Normenkader huishoudelijke ondersteuning gemeente Dronten (2025).

22.

De backoffice Dronter Koers ondersteunt deze wijknetwerken administratief. Zij verzorgt het verzenden van routeplannen, het beheer van behandel- en evaluatieverslagen en het plannen van afspraken20.

1.3.2 Er is (nog) geen integrale toegang voor het sociaal domein in Dronten Hoewel de Dronter Koers samenwerking tussen domeinen bevordert, is er nog geen volledig geïntegreerde toegang tot het sociaal domein. Dit in tegenstelling tot de omslag die meerdere gemeenten in de afgelopen jaren hebben gemaakt. De huidige toegang verloopt via afzonderlijke routes voor Wmo, jeugd en participatie. Inwoners krijgen ondersteuning op hun specifieke hulpvraag, maar er vindt nog niet altijd een brede uitvraag plaats naar andere vormen van ondersteuning21. Wel wordt er bijvoorbeeld bij een keukentafelgesprek binnen de Wmo een brede uitvraag gedaan, ook gericht op andere levensproblematieken. Tevens is er een mogelijkheid om een gezamenlijk keukentafelgesprek te voeren. Zowel de portefeuillehouder als de gidsen geven aan dat de samenwerking tussen domeinen vooral op de werkvloer tot stand komt. De wijkteams zijn formeel nog per wet georganiseerd. Daardoor wordt integraliteit vooral bereikt via persoonlijk contact tussen professionals. De ontwikkeling van een integrale toegang is benoemd als speerpunt in het strategisch beleidskader sociaal domein 2025–202822. Daarin is vastgelegd dat Dronten toewerkt naar één samenhangende toegang voor alle inwoners, waarin Wmo, jeugd en participatie worden verbonden in één werkproces, ondersteund door gebiedsgerichte teams.

De voorbereidingen voor het realiseren van een integrale toegang zijn ambtelijk en bestuurlijk nog niet gestart.

1.4 Contracten met aanbieders Kernbevinding: De Wmo in Dronten is contractueel ingericht via een mix van een integrale aanbesteding en afzonderlijke contracten, waarbij de nadruk ligt op beschikbaarheid en procesafspraken en minder op expliciete sturing op beleidsmatige effecten, mede doordat de aanbestedingen van voor het nieuwe beleid stammen. De relatie tussen gemeente en aanbieders is vastgelegd in verschillende contracten en raamovereenkomsten, die gezamenlijk het juridische en financiële kader vormen voor de uitvoering van de Wmo. Deze contracten bevatten afspraken over toegang, kwaliteit, tarieven, rapportage en toezicht. De wijze van contractering sluit aan bij de bredere inrichting van het sociaal domein, waarin wordt gewerkt met integrale kaders en gezamenlijke aanbestedingen voor meerdere wetten. Zo maakt de gemeente voor maatwerkvoorzieningen gebruik van één integrale aanbesteding voor lokale maatwerkvoorzieningen binnen het sociaal domein. Deze aanbesteding omvat voorzieningen op grond van de Wmo, Jeugdwet en Participatiewet. De gemeente hanteert hiermee één contractueel kader voor meerdere wetten, waarbinnen ondersteuning wordt geleverd op basis van beschikkingen en routeplannen.

Naast deze integrale aanbesteding zijn voor verschillende specifieke onderdelen afzonderlijke contracten afgesloten, waaronder contracten voor Wmo-hulpmiddelen, trapliften, sociaal-medische advisering, Wmovervoer en enkele algemene voorzieningen zoals de wasservice. Deze contracten kennen een eigen scope, 20 Interne beschrijving organisatie sociaal domein gemeente Dronten, backoffice Dronter Koers (2024). 21 Gemeente Dronten (2024, 4 juli). Strategisch beleidskader sociaal domein 2025–2028 – Mensen maken de samenleving, p. 8–10. 22 Gemeente Dronten (2025, 9 september). Programmabegroting 2026 – Programma 6 Sociaal Domein, p. 87–89.

23.

looptijd en verantwoordingssystematiek, waardoor binnen de Wmo verschillende contractvormen naast elkaar bestaan.

1.4.1 De aanbestedingen sluiten niet altijd aan op het strategisch beleidskader De integrale aanbesteding en de meeste afzonderlijke contracten zijn tot stand gekomen vóór de vaststelling van het strategisch beleidskader sociaal domein 2025–2028. De contractuele afspraken sluiten aan bij eerdere beleidskaders en bij de Dronter Koers, maar vinden beperkt aansluiting op de recente beleidsmatige nadruk op maatschappelijke effecten, zelfredzaamheid en samenredzaamheid. De contracten zijn primair ingericht op beschikbaarheid van ondersteuning, naleving van wettelijke en contractuele eisen en beheersing van processen. De vertaling van beleidsdoelen naar concrete, meetbare outcome-eisen is in de contracten beperkt uitgewerkt. Hierdoor is de beleidsmatige ambitie slechts gedeeltelijk verankerd in de contractuele sturing richting aanbieders. Daarnaast wordt op basis van KPI’s van de aanbieders en ontwikkelingen van inzet, de kwaliteit gemonitord, aldus de gemeente.

1.4.2 Sturing en verantwoording In de contracten zijn uitgebreide verplichtingen opgenomen voor aanbieders. Zij zijn gehouden aan naleving van wet- en regelgeving, gemeentelijke verordeningen en beleidskaders. Aanbieders hebben in beginsel een acceptatieplicht binnen de afgesproken capaciteit en dienen hun dienstverlening in de gehele gemeente Dronten te leveren. De gemeente beschikt over ruime bevoegdheden voor toezicht, controle en handhaving. De contractering is ingericht op resultaatgericht werken, waarbij ondersteuning wordt geleverd op basis van afgesproken resultaten in routeplannen en ondersteuningsplannen. De financiering is gebaseerd op all-in tarieven. In de praktijk ligt de nadruk in de contractsturing echter vooral op procesmatige indicatoren, zoals tijdigheid van ondersteuning, wachttijden, klachtenafhandeling en de aanwezigheid van actuele ondersteuningsplannen. Aanbieders zijn verplicht periodiek managementinformatie aan te leveren. Deze rapportages bieden de gemeente inzicht in volumes, naleving en uitvoering van afspraken en vormen een belangrijk instrument binnen het contractmanagement. De informatie biedt echter beperkt zicht op verschillen in effecten tussen doelgroepen en op de mate waarin ondersteuning bijdraagt aan de bredere beleidsdoelen van de gemeente.

1.5 Contractmanagement Kernbevinding: De gemeente Dronten voert actief contractmanagement op basis van gestandaardiseerde rapportages. Het contractmanagement richt zich primair op naleving en voortgang van afspraken; informatie over maatschappelijke effecten speelt daarin een beperkte rol Het contractmanagement binnen de Wmo is belegd bij de afdeling Services van de gemeente Dronten. Twee contractmanagers zijn verantwoordelijk voor de uitvoering van het contractbeheer en de relatie met aanbieders. Zij vormen de schakel tussen beleid, uitvoering en toezicht en moeten zorgen dat de afspraken met aanbieders aansluiten bij de uitgangspunten van de Dronter Koers. Opstellen van afspraken De afspraken met aanbieders zijn vastgelegd in raamovereenkomsten, programma’s van eisen en aanvullende opdrachtbrieven. Deze documenten beschrijven welke resultaten moeten worden bereikt, welke kwaliteitseisen gelden en hoe de rapportage plaatsvindt. De afspraken zijn verschillend voor algemene en maatwerkvoorzieningen.

24.

De afspraken met aanbieders zijn vastgelegd in raamovereenkomsten, programma’s van eisen en aanvullende opdrachtbrieven. Deze documenten beschrijven welke resultaten moeten worden bereikt, welke kwaliteitseisen gelden en hoe de rapportage plaatsvindt. De afspraken zijn verschillend voor algemene en maatwerkvoorzieningen. Voor maatwerkvoorzieningen zoals begeleiding, hulpmiddelen en sociaal-medische advisering, worden eisen gesteld aan professionaliteit, deskundigheid, responstijden en klachtenafhandeling. Aanbieders moeten beschikken over gecertificeerde kwaliteitssystemen, een geldige VOG voor medewerkers en een procedure voor melding en opvolging van incidenten. Bij hulpmiddelen zijn daarnaast prestatieindicatoren vastgelegd over levertermijnen, onderhoud en klanttevredenheid. De algemene voorzieningen worden grotendeels uitgevoerd door De Meerpaal23. Zij biedt laagdrempelige ondersteuning op het gebied van welzijn, ontmoeting en informele zorg. De afspraken met De Meerpaal richten zich op bereikbaarheid, continuïteit en de bijdrage aan preventie en zelfredzaamheid via een algemene subsidie24. Deze voorzieningen zijn vrij toegankelijk voor inwoners en vragen geen individuele beschikking25. Alle aanbieders rapporteren periodiek aan de gemeente over de uitvoering, incidenten en klanttevredenheid.

De contractmanagers vertalen deze informatie naar een totaalbeeld van de kwaliteit van de dienstverlening in Dronten. Monitoren van afspraken De contractmanagers onderhouden regelmatig contact met aanbieders. Tweemaal per jaar vinden voortgangsgesprekken plaats waarin wordt gesproken over kwaliteit, samenwerking en de aansluiting op de gemeentelijke beleidsdoelen. Daarnaast wordt iedere twee weken overleg gevoerd met de Wmogidsen26 om signalen uit de uitvoering te bespreken. Zo ontstaat een voortdurende terugkoppeling tussen uitvoering en contractbeheer. Wanneer signalen of klachten aanleiding geven tot nader onderzoek, volgt overleg met de interne toezichthouder en, waar nodig, met de GGD Flevoland27. Afwijkingen of tekortkomingen leiden tot afspraken over herstel of verbetering. In uitzonderlijke gevallen kan de gemeente via een escalatieprocedure maatregelen nemen, variërend van aanvullende gesprekken tot tijdelijke cliëntenstops. In de afgelopen jaren heeft dit niet of nauwelijks gespeeld in de gemeente Dronten. Evalueren van afspraken Twee maal per jaar worden de contractuele afspraken geëvalueerd. Dit gebeurt op basis van managementrapportages, signalen uit de uitvoering en bevindingen uit toezicht en contractbeheer.

De evaluatie richt zich op naleving van afspraken, de kwaliteit van de dienstverlening en de mate waarin de ondersteuning bijdraagt aan de beleidsdoelen van de gemeente. De cliëntervaringsonderzoeken van de aanbieders worden ook in dit overleg besproken, als daar aanleiding toe is. Bij de evaluaties blijkt dat de contractuele sturing vooral gericht is op naleving en kwaliteitsborging, en minder op meetbare maatschappelijke effecten. De ontwikkeling naar meer resultaatgericht 23 XX 24 Gemeente Dronten (2025, 9 september). Programmabegroting 2026 – Programma 6 Sociaal Domein, p. 87–89. 25 Strategisch beleidskader sociaal domein 2025–2028 – Mensen maken de samenleving, p. 8–10. 26 XX 27 XX

25.

contractmanagement is in gang gezet, onder meer door meer aandacht te geven aan outcomeindicatoren en samenwerking tussen aanbieders.

1.6 Inrichting van het Wmo-toezicht Kernbevinding: Het toezicht op de Wmo is belegd bij de GGD Flevoland. Zij toetsen aanbieders op cliëntgerichtheid, veiligheid en professionaliteit. Het interne toezicht binnen de gemeente wordt uitgevoerd door de gemeentelijk toezichthouder, die beperkt geformaliseerd is.

1.6.1 De GGD voert het formele Wmo-toezicht uit binnen de gemeente Dronten De GGD Flevoland is toezichthouder voor alle gemeenten in de provincie Flevoland, waaronder de gemeente Dronten. De GGD ziet toe op de kwaliteit van de uitvoering van de Wmo en onderscheidt daarbij vier vormen van onderzoek: proactief onderzoek, signaalonderzoek, incidentenonderzoek en themaonderzoek. De onderzoeken worden uitgevoerd op het niveau van een product of locatie en zijn gebaseerd op het landelijk kwaliteitskader Wmo. Dit kader beschrijft drie hoofdcriteria voor toezicht: de kwaliteit van de ondersteuning voor de cliënt, de veiligheid van de dienstverlening en de professionaliteit van de medewerkers. In het kader is onder meer vastgelegd dat medewerkers van aanbieders beschikken over een geldige Verklaring Omtrent het Gedrag en dat aanbieders leren van incidenten. De GGD bepaalt per aanbieder de frequentie van de bezoeken: hoogfrequent (eens per drie à vier jaar), middenfrequent (eens per vijf jaar) of laagfrequent (minder dan eens per vijf jaar). Het toezicht is primair gericht op het verbeteren van de kwaliteit door leren en ontwikkelen. De GGD rapporteert jaarlijks over haar onderzoeken in niet-openbare jaarrapportages. In 2024 werden 21 onderzoeken afgerond. Er is geen wettelijke verplichting om toezichtsrapportages openbaar te maken en in de regio Flevoland gebeurt dit niet.

1.6.2 De gemeentelijk toezichthouder heeft een vrije rol die natuurlijk is gegroeid De gemeentelijk toezichthouder heeft bij de decentralisatie van de Wmo in 2015 zelf invulling gegeven aan de interne toezichtsfunctie. Deze toezichthouder houdt toezicht op de rechtmatigheid van de uitvoering van de Wmo en richt zich daarnaast op het voorkomen van fraude, zowel aan de zijde van aanbieders als van inwoners. De invulling van de rol sluit aan op de wettelijke taken van de gemeente, maar is beperkt geformaliseerd. Zo voert de gemeentelijk toezichthouder ook de toets op PGBvaardigheid van inwoners uit. Deze taak is in andere gemeenten vaker bij consulenten belegd. Beperkte formalisering en natuurlijk ontwikkelde rolinvulling is geen probleem an sich, maar kan bij vervanging leiden tot rolonduidelijkheid. Jaarlijks voert de toezichthouder één of meerdere themaonderzoeken uit, bijvoorbeeld naar de naleving van contractuele afspraken binnen de huishoudelijke hulp of de dagbesteding. Daarbij wordt ook getoetst of aanbieders voldoen aan de gemeentelijke eisen, zoals inschrijving bij de Kamer van Koophandel, een geldige VOG en – waar van toepassing – een BIG-registratie. Dit geldt voor zowel gecontracteerde als niet-gecontracteerde aanbieders. In onderstaande tabel zijn de verantwoordelijkheden voor toezicht en kwaliteitszorg opgenomen.

Actor

Hoofdtaak

Instrumenten

Samenwerking

26.

GGD Flevoland

Kwalitatief toezicht

Themaonderzoeken, signaalonderzoeken, incidentenanalyse

Twee maandelijks overleg met contractmanagers en interne toezichthouders

Gemeentelijke toezichthouder

Rechtmatigheid en fraudepreventie

Dossieronderzoek, thematoezicht, steekproeven

Overlegt met GGD en contractmanagers

Contractmanagement

Operationele opvolging van kwaliteitseisen

Rapportages, verbeterafspraken met aanbieders

Werkt samen met GGD en interne toezichthouder

1.6.3 Regelmatig overleg tussen beide toezichthouders De GGD Flevoland en de gemeentelijk toezichthouder hebben regelmatig overleg over signalen en bevindingen. Zij bespreken dit tweemaandelijks met de contractmanagers van de gemeente. Daarnaast vindt periodiek overleg plaats tussen de interne toezichthouders van de Flevolandse gemeenten, de VNG, de GGD en de zorgkantoren. In dit overleg worden ervaringen gedeeld en signalen over aanbieders en toezichtsthema’s besproken, zodat kwaliteit en rechtmatigheid gezamenlijk worden bewaakt

27.

2. Kosten en vergelijking In dit hoofdstuk wordt onderzocht met welke kosten de uitvoering van de Wmo in Dronten gepaard gaat en hoe deze zich verhouden tot die in andere gemeenten. Daarbij wordt zowel gekeken naar de totale uitgaven als naar de kosten per type voorziening. In dit hoofdstuk worden onderstaande deelvragen beantwoord: 6. Met welke totale kosten en kosten per eenheid zorg gaat de inrichting/uitvoering van de Wmo gepaard? 7. Hoe laten deze kosten zich benchmarken met de uitvoering van de Wmo in andere gemeenten (of andere beschikbare benchmarkinformatie)?

2.1 Algemeen financieel beeld van de Wmo Kernbevinding: De uitgaven voor de Wmo in Dronten stijgen door demografische ontwikkeling en toenemende kwaliteitseisen; het benodigde budget zal de komende jaren verder toenemen.

2.1.1 De kosten van de Wmo nemen toe door groei en complexiteit van de zorgvraag De gemeente Dronten heeft in 2024 binnen het programma Sociaal Domein (programma 6) in totaal 60,7 miljoen euro aan lasten verantwoord. Daarvan had circa 16,8 miljoen euro betrekking op het taakveld Zelfredzaamheid en eigen mogelijkheden (de uitvoering van de Wmo). De baten binnen dit taakveld bedroegen 1,7 miljoen euro, waardoor het saldo van lasten en baten voor de Wmo in 2024 uitkwam op 15,2 miljoen euro negatief28. Ten opzichte van 2023 namen de Wmo-lasten met ongeveer 1,7 miljoen euro toe, terwijl de baten met ruim 1,1 miljoen euro daalden29. Deze stijging hangt samen met hogere volumegroei in de maatwerkvoorzieningen en stijgende loonkosten in de zorgsector. De gemeente geeft aan dat ook de toegenomen complexiteit van ondersteuningsvragen bijdraagt aan de kostenontwikkeling. Binnen het totaal van het sociaal domein vormt de Wmo ruim een kwart van de totale lasten. Daarmee is het één van de grootste uitgavenposten binnen de gemeentelijke begroting, naast de Jeugdwet en de Participatiewet. Hoewel de Wmo-uitgaven in absolute zin stijgen, is het aandeel dat de gemeente zelf financiert binnen de algemene middelen stabiel gebleven. Dit komt mede door de specifieke uitkeringen uit het gemeentefonds, waarmee de rijksoverheid een deel van de groei opvangt.

De jaarrekening laat zien dat de druk op de reserve Zorglandschap Wmo 2020-2026 hierdoor beperkt is gebleven30. De financiële ontwikkeling bevestigt het landelijke beeld dat de kosten van de Wmo structureel toenemen, vooral door de groeiende groep ouderen en hogere kwaliteitseisen aan ondersteuning.

28 Gemeente Dronten (2025, mei). Jaarstukken 2024 – Programma 6 Sociaal Domein, p. 115–116. 29 Gemeente Dronten (2024, juli 4). Jaarstukken 2023 – Programma 6 Sociaal Domein, p. 109–111. 30 Gemeente Dronten (2024, juli 4). Jaarstukken 2023 – Toelichting op de balans, p. 142.

28.

2.1.2 De vergrijzing vergroot de structurele druk op de Wmo-uitgaven De bevolkingssamenstelling van Dronten verandert de komende jaren zichtbaar. Volgens de meest recente prognose van de provincie Flevoland groeit het aantal inwoners naar 47.841 in 2030 en vervolgens naar circa 57.429 in 205031. Binnen die groei neemt het aandeel 65-plussers het meest toe. De dubbele vergrijzing, meer ouderen én hogere leeftijden, leidt tot een toenemende vraag naar ondersteuning via de Wmo. Ouderen doen vaker beroep op huishoudelijke hulp, woningaanpassingen en hulpmiddelen, en de duur van ondersteuning neemt toe. De gemeentelijke jaarstukken bevestigen dat de groei in het aantal maatwerkvoorzieningen vooral zichtbaar is bij 75-plussers. Naast demografische druk spelen ook andere ontwikkelingen een rol. Door personeelstekorten in de zorgsector stijgen de tarieven, en de nadruk op kwaliteit en persoonsgerichte zorg vergroot de uitvoeringslasten. Tegelijkertijd neemt de gemeente via preventieve inzet binnen de Dronter Koers en via algemene voorzieningen (zoals De Meerpaal) maatregelen om de druk op de Wmo te beperken. De verwachting is echter dat deze inzet de stijging van de kosten slechts gedeeltelijk zal dempen32. De financiële druk op de Wmo zal daardoor naar verwachting structureel toenemen.

Bij ongewijzigd beleid zal het beroep op maatwerkvoorzieningen in 2030 aanzienlijk hoger liggen dan in 2024, mede door de groei van de oudere bevolking en de beleidsmatige nadruk op langer zelfstandig wonen. Het Wmo-voorspelmodel van de VNG maakt een inschatting van het aantal cliënten dat ook in de toekomst Wmo zal gebruiken. Prognose Wmo-gebruik in Dronten

Aantal gebruikers

2500 2000

Prognose aantal Wmo gebruikers

1500

Prognose gebruik Hulp bij Huishouden

1000

Prognose gebruik Ondersteuning Thuis

500 0

Prognose gebruik Hulpmiddelen en Diensten

2.2 Dronten in vergelijking Kernbevinding: De Wmo-uitgaven in Dronten worden, net als in andere gemeenten, in belangrijke mate bepaald door hulp bij het huishouden, terwijl andere voorzieningen een beperkter aandeel hebben in de totale kosten.

2.2.1 De gemeente Dronten vergeleken met andere gemeenten Voor de benchmark is Dronten vergeleken met een beperkte set gemeenten die qua schaal en bestuurlijke context vergelijkbaar zijn, maar verschillen in demografische opbouw en beleidsaccenten binnen de Wmo. Het gaat om Dronten, Noordoostpolder, Woerden, Gemert-Bakel en Houten. 31 Provincie Flevoland (2024, juni). Bevolkingsprognose Flevoland 2024–2050. 32 Gemeente Dronten (2025, mei). Jaarstukken 2024 – Programma 6 Sociaal Domein, p. 115–116.

29.

Deze gemeenten verschillen in mate van vergrijzing, bevolkingsomvang en stedelijk karakter. Daarmee vormen zij geen homogeen referentiecluster, maar een vergelijkingskader waarin zichtbaar kan worden hoe demografische kenmerken samenhangen met keuzes in de inrichting en kosten van de Wmo. Gemeente

Aantal inwoners Gemiddelde leeftijd (jaar) % inwoners 65 jaar en ouder

Dronten

ca. 43.500

ca. 40

ca. 21%

Noordoostpolder ca. 47.500

ca. 43

ca. 25%

Woerden

ca. 53.500

ca. 41

ca. 19%

Gemert-Bakel

ca. 31.000

ca. 44

ca. 24%

Houten

ca. 50.000

ca. 40

ca. 18%

Bron: CBS StatLine, bevolking en leeftijdsopbouw gemeenten, peildatum 1-1-2025.

2.2.2 Positie van Dronten in de Wmo-uitgaven per inwoner De Wmo-uitgaven van Dronten zijn vergeleken met die van vier gemeenten met een vergelijkbare schaal. Hiervoor is gebruikgemaakt van de begrote uitgaven voor Wmo-maatwerkvoorzieningen per 1.000 inwoners in 2024. Gemeente

Wmo-uitgaven (in € per 1000 inwoners)

Dronten

160

Noordoostpolder 186 Woerden

139

Gemert-Bakel

212

Houten

146

Dronten is qua uitgaven vrij gemiddeld. De uitgaven liggen hoger dan in Woerden en Houten, en lager dan in Noordoostpolder en Gemert-Bakel.

2.2.3 Huishoudelijke hulp is overal de grootste kostenpost, met leeftijd als belangrijkste variabele De uitgaven binnen de Wmo bestaan grotendeels uit maatwerkvoorzieningen. In 2024 werd hieraan circa 90 procent van de totale lasten besteed. De grootste posten zijn hulp bij het huishouden, begeleiding en hulpmiddelen. De tabel hieronder geeft een samenvattend overzicht van de belangrijkste typen voorzieningen en hun financiële en beleidsmatige kenmerken. Om deze verschillen te duiden, is gekeken naar de belangrijkste afzonderlijke uitgavenposten binnen de Wmo-maatwerkvoorzieningen. Op gemeentelijk niveau publiceert het CBS uitsluitend afzonderlijke uitgavencijfers voor hulp bij het huishouden en hulpmiddelen en diensten. Gemeente

Hulp bij huishouden Hulpmiddelen en diensten (in € per 1000 inwoners) (in € per 1000 inwoners)

Dronten

73

28

Noordoostpolder 80

40

30.

Woerden

98

41

Gemert-Bakel

91

59

Houten

54

38

In alle gemeenten vormt hulp bij het huishouden de grootste afzonderlijke kostenpost. Verschillen in totale Wmo-uitgaven worden in belangrijke mate hierdoor bepaald. Dronten geeft per inwoner minder uit aan huishoudelijke hulp dan Noordoostpolder, Woerden en Gemert-Bakel, maar meer dan Houten. De uitgaven aan hulpmiddelen en diensten liggen in Dronten lager dan in de meeste vergelijkingsgemeenten.

31.

3. Kwaliteit en cliëntbeleving In dit hoofdstuk wordt onderzocht hoe de kwaliteit van de verschillende vormen van Wmoondersteuning in Dronten wordt gewaarborgd en ervaren. Daarbij wordt gekeken naar de formele kwaliteitskaders, signalen uit de uitvoering en de samenhang tussen lokale en regionale voorzieningen. De bevindingen bieden inzicht in de sterke kanten van het huidige stelsel en in de onderdelen die verdere ontwikkeling vragen. In dit hoofdstuk worden onderstaande deelvragen beantwoord: 10. Hoe wordt de kwaliteit van de verschillende vormen van Wmo-ondersteuning in gemeente Dronten beleefd, voldoet dit aan de kwaliteitseisen van de inwoner? 11. Worden er verschillen gevonden tussen de verschillende vormen van ondersteuning (waaruit lering kan worden getrokken)? 12. Hoe verhoudt zich de beleefde en gewenste kwaliteit tot de juridische kaders van de Wmo? 13. En indien er sprake is van een delta tussen de wet en de beleefde invulling van de Wmo, welke aanpassingen in het beleid en haar uitvoering zijn nodig om het (door inwoners van gemeente Dronten) gewenste niveau van Wmo-ondersteuning te bereiken?

3.1 Formele kwaliteitseisen aan de Wmo-uitvoering Kernbevinding: De gemeente Dronten borgt de kwaliteit van de Wmo-ondersteuning via wettelijke eisen, contractuele afspraken en toezicht door de GGD. De formele kwaliteitsstructuur is compleet, maar de aansluiting met de ervaren kwaliteit in de praktijk blijft beperkt.

3.1.1 Kwaliteitseisen zijn vastgelegd in de verordening en nadere regels De kwaliteit van ondersteuning binnen de Wmo wordt in Dronten formeel vastgelegd in verschillende documenten. De Verordening Sociaal Domein 2025 beschrijft de algemene kwaliteitseisen die gelden voor alle aanbieders van Wmo-ondersteuning33. Aanbieders moeten beschikken over deskundig personeel, een actuele VOG voor alle medewerkers, een klachtenregeling en een meldplicht bij calamiteiten. Ook zijn bepalingen opgenomen over continuïteit van zorg, bereikbaarheid en het bevorderen van zelfredzaamheid van inwoners34. De Nadere regels Wmo 2024 vullen deze kwaliteitseisen aan met operationele voorwaarden. Hierin is vastgelegd dat aanbieders periodiek moeten rapporteren over hun dienstverlening en dat de gemeente de kwaliteit toetst aan de hand van vastgestelde prestatie-indicatoren. Deze indicatoren hebben betrekking op cliëntveiligheid, professionaliteit van medewerkers en de cliënttevredenheid over de ondersteuning.

3.1.2 Toezicht en contractmanagement bewaken naleving De formele kwaliteitsborging wordt gecontroleerd door twee toezichthouders. De GGD Flevoland ziet toe op de kwaliteit en veiligheid van de uitvoering. Het toezicht vindt plaats aan de hand van het landelijke kwaliteitskader en bestaat uit themaonderzoeken, signaalonderzoeken en periodieke

33 Gemeente Dronten (2025). Verordening Sociaal Domein 2025, hoofdstuk 4, art. 4.1–4.3. 34 Gemeente Dronten (2024). Nadere regels Wet maatschappelijke ondersteuning gemeente Dronten 2024, art. 6–8.

32.

bezoeken35. De gemeentelijke toezichthouder richt zich op de rechtmatigheid en het voorkomen van fraude. Beide toezichthouders werken samen met de contractmanagers van de gemeente. Contractmanagers volgen de naleving van kwaliteitseisen via gesprekken en rapportages van aanbieders en hebben een rol in het signaleren van knelpunten. Bij afwijkingen worden verbeterafspraken gemaakt, of – in het uiterste geval – maatregelen genomen, zoals een cliëntenstop.

3.1.3 Regionale voorzieningen werken volgens vaste kwaliteitsafspraken Ook de regionale voorzieningen binnen de maatschappelijke opvang, OGGz en verslavingszorg vallen onder deze formele kaders. Zij werken met vaste kwaliteitsafspraken over deskundigheid, veiligheid en samenwerking tussen ketenpartners. De uitvoering ligt bij professionele aanbieders zoals Kwintes, Amethist en het Leger des Heils, onder regie van de GGD36. De kwaliteit binnen deze ketens wordt geborgd via protocollen, structurele evaluaties en registratie van incidenten. Door deze samenwerking is de continuïteit van ondersteuning voor kwetsbare inwoners verzekerd, ook als de zorg gemeentegrenzen overschrijdt.

3.1.4 De koppeling tussen formele en ervaren kwaliteit is nog beperkt De formele borging van kwaliteit in Dronten is goed geregeld. Tegelijkertijd blijkt uit de gesprekken met uitvoerders en contractmanagers dat de kwaliteitseisen vooral procesmatig zijn ingericht. De koppeling tussen formele kwaliteit en de daadwerkelijke beleving van inwoners is nog beperkt. De gemeente werkt daarom aan verdere versterking van de lerende cyclus binnen het sociaal domein, onder meer door structurele evaluaties en terugkoppeling vanuit de uitvoering.

3.2 Kwaliteit van de Wmo volgens gebruikers Kernbevinding: Cliënten zijn over het algemeen (zeer) tevreden met de Wmo-ondersteuning; ze waarderen dit gemiddeld met een 7,6. Twee derde is tevreden over het bereikte resultaat. Effect van ondersteuning op zelf- en samenredzaamheid blijft beperkt. Dit hoofdstuk biedt inzicht in hoe cliënten de kwaliteit van de Wmo ervaren. Het hoofdstuk is ingedeeld in vijf verschillende aspecten van de ervaringen van cliënten, te weten de ervaringen met 1) de toegang tot ondersteuning, 2) contact met de gemeentegids, 3) samenredzaamheid, 4) kwaliteit van ondersteuning en 5) het effect van ondersteuning. De resultaten van het cliëntervaringsonderzoek zijn uitgesplitst naar leeftijd (60 jaar en jonger en ouder dan 61 jaar), aantal maanden ondersteuning (korter of langer dan 12 maanden) en woonplaats (Swifterbant, Biddinghuizen en Dronten). Wanneer er significante verschillen tussen de groepen zijn, vermelden we dit bij de betreffende vraag. De resultaten zijn in grote lijnen representatief, bij enkele uitsplitsingen moeten de resultaten indicatief worden gelezen. Ervaringen van inwoners ophalen via een cliënttevredenheidsonderzoek In het najaar van 2025 is een cliënttevredenheidsonderzoek uitgevoerd onder inwoners van gemeente Dronten die in de afgelopen twaalf maanden ondersteuning, begeleiding of hulpmiddelen ontvingen via de Wmo of de Jeugdwet.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://gemeenteraad.dronten.nl/api/v1/meetings/1406/documents/22026