Proces en effecten verplichtend karakter VRF 2026 en 2027.pdf
Tekst van het document
Antwoord op de technische vraag vanuit het Presidium over het proces en het financieel effect van het inzetten van de reserves ter dekking van het verplichtend karakter. Proces: Opstellen PGB 2026 doorliep ander proces dan andere jaren, vanwege fin. uitdagingen en bestuurlijke stuurgroep. Er is daardoor geen Kadernota opgesteld. Ontwerp-PGB 2026 is in april 2025 naar raden gestuurd voor zienswijzen. In augustus 2025 ontvangt VRF zienswijzen van Urk en Almere met verzoek om reserves (alg. Reserve en egalisatiereserve kapitaallasten) in te zetten ter dekking van verplichtend karakter in 2026 en 2027. Overige gemeenteraden waren akkoord met de voorliggende PGB 2026 (waarin de kosten voor verplichtend karakter incidenteel werden gedekt door gemeentelijke bijdrage). Omdat het voorstel van Urk en Almere een majeure wijziging betreft met aanzienlijke effecten op de financiële positie van de veiligheidsregio is besloten om de PGB 2026 ongewijzigd vast te stellen (dus verplichtend karakter wordt gedekt door toename gemeentelijke bijdrage), met daarbij de aankondiging dat het verzoek van Urk en Almere middels een begrotingswijziging aan de andere gemeenteraden wordt voorgelegd, zodat zij hun zienswijze hierop kunnen delen. Omdat het voorstel van Urk en Almere zowel 2026 als 2027 betreft, is gekozen om de zienswijzen op beide begrotingsjaren in één keer op te halen.
Effect in 2026 en 2027: In totaal wordt de gemeentelijke bijdrage in 2026 en 2027 incidenteel verlaagd met € 8.415.777. Waarvan € 3.858.054 in 2026 en € 4.557.723 in 2027. In onderstaande tabel is het verschil tussen de vastgestelde PGB 2026 en de nu voorliggende begrotingswijziging 2026 weergegeven. De bijstelling van de gemeentelijke bijdrage van € 3.8 miljoen leidt voor Gemeente Dronten tot een voordeel van ruim € 400k in 2026. In 2027 zal het incidentele voordeel nog iets groter zijn.
De bovengenoemde incidentele voordelen voor de gemeenten in 2026 en 2027 zijn aanvullend op de bezuinigingen die VRF reeds in de PGB 2026 had opgenomen. € 450k structureel op crisisbeheersing en bedrijfsvoering en € 1.3 miljoen incidenteel als gevolg van temporisering van de implementatie van verplichtend karakter. Het voorstel van Urk en Almere heeft als gevolg dat de toename van de gemeentelijke bijdrage in 2026 en 2027 maximaal wordt beperkt, maar dat de rekening doorschuift naar 2028.
Effect in 2028: Vanaf 2028 moet opnieuw dekking worden gevonden voor verplichtend karakter (zo lang het Rijk niet besluit tot financieren). Aanvullend moeten gemeenten een structurele bijdrage leveren ter dekking van de kapitaallasten. De egalisatiereserve die deze kosten zou dekken, wordt immers leeggehaald in 2026 en 2027. Het leeghalen van de egalisatiereserve kapitaallasten en de algemene reserve heeft ook gevolgen voor de liquiditeitspositie van VRF. Er moet een lening worden afgesloten om aan de verplichtingen te kunnen voldoen. Ook de rentelasten zullen moeten worden gedekt vanaf 2028.