CConstaterende datDronten
Koppel je AI →
Document · PDF

IPSE2504_Factsheet-Jeugdhulp-2023 algemeen.pdf

Raadsvergadering 30 oktober 2025, gemeente DrontenBij agendapunt: 9: Raadsvoorstel 2e Financiële tussenrapportage4.391 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Niet gevonden in dit document.

Sprong over het Ravijn Hoe doelmatigheidswinst de jeugdzorg kan redden Factsheet 1 | Kostendoelmatigheid jeugdhulp 2023

Jos Blank en Alex van Heezik Stichting Instituut Publieke Sector Efficiëntie Studies Delft, september 2025

Samenvatting Achtergrond en doel van het onderzoek De uitgaven binnen het sociaal domein, en met name voor jeugdhulp, drukken steeds zwaarder op de gemeentelijke begrotingen. Met het ravijnjaar in zicht, waarin de rijksbijdragen aanzienlijk zullen dalen, wordt de noodzaak tot efficiencyverbetering urgenter dan ooit. Een essentiële eerste stap hierbij is het verkrijgen van helder inzicht in de doelmatigheid van de geleverde diensten. Met dat oogmerk is de kostendoelmatigheid van de jeugdhulpverlening geanalyseerd in 338 van de 342 gemeenten in 2023. Doelmatigheid betekent hier: de mate waarin een gemeente kosten kan verlagen zonder dat het niveau van hulpverlening afneemt. Het gaat dus niet om besparingen via strengere cliëntselectie. Resultaten De (totale) kostendoelmatigheid van de jeugdhulpverlening varieert sterk per gemeente, met scores die uiteenlopen van ca. 40 procent voor de minst doelmatige gemeente tot 100 procent voor de meest efficiënte gemeente (‘best practice’). Er zijn drie categorieën te onderscheiden: •

•

•

Categorie ‘laag’: voor ruim een kwart (26%) van de gemeenten geldt dat de doelmatigheid van de jeugdhulpverlening in vergelijking met de meest doelmatige gemeente matig tot slecht is (doelmatigheidsscores van circa 40 tot 60%). Voor deze gemeenten, met als grootste gemeenten Groningen, Almere en Enschede, zijn forse kostenbesparingen mogelijk. Categorie ‘middelmatig’: de meeste gemeenten (56%) scoren middelmatig ten opzichte van de best practice (doelmatigheidsscores tussen 60% en 80%). Ook voor deze gemeenten, waaronder de drie grootste gemeenten van ons land (Amsterdam, Rotterdam en Den Haag) lijken er aanzienlijke mogelijkheden tot verlaging van de kosten van jeugdhulp. Categorie ‘hoog’: een vrij kleine groep gemeenten (18%) behaalt scores die meer in de buurt liggen van de best practice (hoger dan 80%) en zijn dus al relatief doelmatig. Tot de drie grootste gemeenten van deze categorie behoren Dordrecht, Alphen aan den Rijn en Velsen.

Mogelijke verklarende factoren Uit de analyse blijkt dat ondoelmatigheden deels zijn te verklaren uit de mate van herhaaltrajecten en relatief hoge gemeentelijke apparaatskosten per traject. Of trajecten volgens plan verlopen of dat gemeenten de jeugdhulp voor anderen gemeenten uitvoeren, heeft geen significante invloed op de doelmatigheid. Een groot deel blijft onverklaard, vermoedelijk door prijsafspraakverschillen tussen gemeenten en dienstverleners. Conclusie en aanbeveling Er zijn grote verschillen in de kostendoelmatigheid van de jeugdhulpverlening tussen gemeenten. Bij het grootste deel van de gemeenten bestaat substantiële ruimte om de jeugdhulp efficiënter te organiseren, zonder concessies te doen aan het niveau van de dienstverlening. In een ideale situatie, waarin bij elke gemeente alle ondoelmatigheden zijn weggewerkt, levert dit tot 1,8 miljard euro aan besparingen op. Ook in een realistischer scenario moet een forse kostenbesparing haalbaar zijn. Daarmee kan de impact van het ‘ravijnjaar’ aanzienlijk worden verlicht. Inzicht in de kosten, prestaties en doelmatigheid van vergelijkbare gemeenten (‘peers’) kan gemeenten helpen beter te sturen op de kostendoelmatigheid van de jeugdhulpverlening. Een benchmarkrapport met deze gegevens kan op verzoek worden aangevraagd.

Sprong over het Ravijn — Factsheet 1 | Kostendoelmatigheid jeugdhulp 2023 | IPSE Studies

2

1

Inleiding

Achtergrond en doel van het onderzoek De voortdurend stijgende uitgaven binnen het sociaal domein brengen veel gemeenten in financiële moeilijkheden. Deze problemen zullen waarschijnlijk nog sterk toenemen in het zogenoemde ravijnjaar in 2028, het jaar waarin gemeenten minder inkomsten van het Rijk zullen ontvangen. Vooral voor voorzieningen op het sociaal domein, met name de jeugdzorg zal minder geld beschikbaar worden gesteld. Zonder ingrijpende maatregelen dreigen veel gemeenten dan met (verder oplopende) tekorten geconfronteerd te worden. Een kritische blik op de kostendoelmatigheid van de dienstverlening is daarbij essentieel. Worden de diensten geleverd tegen de laagst mogelijke kosten of zijn er nog besparingen mogelijk zonder kwaliteitsverlies? Inzicht hierin kan gemeenten helpen de uitgaven beter te beheersen, waardoor een val in het ravijn vermeden kan worden. IPSE Studies heeft de afgelopen periode diverse analyses uitgevoerd naar de kostendoelmatigheid van gemeentelijke dienstverlening binnen het sociaal domein. De bevindingen zijn gepresenteerd in meerdere publicaties (zie bijlage). Zo zijn begin dit jaar en in 2024 vier factsheets verschenen over de kostendoelmatigheid van de Wmo-dienstverlening. Eerder verscheen een uitgebreid rapport over de kostendoelmatigheid van de gemeentelijke dienstverlening op het gebied van de jeugdzorg in 2021.

Omdat inmiddels ook jeugdzorggegevens uit 2023 beschikbaar zijn hebben we een nieuwe analyse uitgevoerd naar de kostendoelmatigheid van de jeugdzorg. Daarbij maken we nu onderscheid tussen de jeugdhulp en de jeugdbescherming en -reclassering. Dit factsheet presenteert de resultaten van de analyse van de kostendoelmatigheid van de jeugdhulpverlening van 338 gemeenten in 2023.

Wat is kostendoelmatigheid en hoe bepalen we dat? Kostendoelmatigheid geeft aan in welke mate een organisatie, zoals een gemeente, kosten kan verlagen zonder dat het niveau van de dienstverlening afneemt. Het gaat hier dus niet om mogelijke kostenbesparingen via een strengere selectie van cliënten. De kostendoelmatigheid drukken we uit in een percentage, waarbij 100 procent staat voor de laagste kosten per eenheid dienstverlening (‘best practice’) en lagere scores wijzen op ruimte voor kostenverlaging. Een gemeente met bijvoorbeeld een score van 60 procent kan dezelfde diensten leveren tegen 40 procent lagere kosten. De kostendoelmatigheid van de dienstverlening bepalen we met een econometrisch model (zie bijlage). Dit model beschrijft de relatie tussen de kosten van jeugdhulp enerzijds en de geleverde prestaties, omgevingskenmerken en doelmatigheid beïnvloedende factoren anderzijds. Op basis hiervan kunnen we de best practice afleiden die als referentie dient voor de andere gemeenten. Een best practice gemeente krijgt dus een score van 100 procent. In het model zijn twee omgevingsfactoren opgenomen: de misdrijvenratio en gebruiksratio. De misdrijvenratio is de verhouding tussen het aantal geregistreerde misdrijven en het aantal inwoners van een gemeente.

Het aantal misdrijven reflecteert voor een deel de sociale problematiek in een gemeente, die waarschijnlijk ook zijn impact heeft op het sociale welzijn van mensen en de intensiteit van het gebruik van sociale voorzieningen, zoals de jeugdhulp. De gebruiksratio is het aantal trajecten

Sprong over het Ravijn — Factsheet 1 | Kostendoelmatigheid jeugdhulp 2023 | IPSE Studies

3

per hoofd van de bevolking tot en met 18 jaar. Het weerspiegelt de criteria om te worden toegelaten tot de jeugdhulp. Dit is vooral een politieke keuze en zien wij niet als een sturingsinstrument voor verbetering van de kostendoelmatigheid. Een deel van de kosten(on)doelmatigheid kunnen we direct koppelen aan vier determinanten: de mate waarin herhaaltrajecten voorkomen, trajecten volgens plan worden afgerond, gemeenten apparaatskosten per traject maken en taken namens andere gemeenten uitvoeren. We zeggen dan ook iets over de oorzaak van de ondoelmatigheid. Dit noemen we de observeerbare kostendoelmatigheid. Daarnaast kennen we ook nog de niet-observeerbare kostendoelmatigheid. Dat is het verschil in kosten per eenheid hulpverlening die niet aan een of andere determinant is toe te kennen. Dit geeft voor gemeenten wel houvast om te kijken of er verbeteringen mogelijk zijn. Gemeenten met een lage score kunnen bij gemeenten met een hoge score te rade gaan hoe verbeteringen te realiseren zijn. Potentiële kandidaten hiervoor zijn uit een benchmark af te leiden. Tot slot is er nog de totale kostendoelmatigheid, waarbij de observeerbare en niet-observeerbare doelmatigheid in één cijfer worden samengevat.

Resultaten Observeerbare doelmatigheid Uit de analyse blijkt dat de ondoelmatigheden deels zijn te verklaren uit de mate waarin cliënten een herhaaltraject krijgen en de relatief hoge gemeentelijke apparaatskosten per traject. Of trajecten volgens plan worden uitgevoerd of dat gemeenten optreden als uitvoerder voor andere gemeenten hebben geen significante invloed op de doelmatigheid. Daarnaast blijft er nog een groot deel ‘onverklaard’ over: de niet-observeerbare (on)doelmatigheid. Dit zal vooral te maken hebben met de wijze waarop gemeenten onderhandelen over de prijs van de dienstverlening. Figuur 1 toont de scores van de observeerbare doelmatigheid van de jeugdhulpverlening. Figuur 1 Scores observeerbare kostendoelmatigheid gemeenten bij jeugdhulpverlening in 2023 (N = 338) 100% 90% 80% 70% 60% 50% 40% 30% 20% 10% 0%

Sprong over het Ravijn — Factsheet 1 | Kostendoelmatigheid jeugdhulp 2023 | IPSE Studies

4

Uit figuur 1 blijkt dat de observeerbare kostendoelmatigheidsscores van de jeugdhulp in 338 gemeenten variëren van ongeveer 72 tot 100 procent. Dit betekent dat sommige gemeenten dezelfde prestaties leveren als de meest doelmatige gemeente (met een score van 100%), maar daarvoor tot wel 28 procent meer middelen inzetten. De gemiddelde doelmatigheidsscore is 88 procent. Dit suggereert dat gemeenten gemiddeld genomen dezelfde prestaties zouden kunnen leveren tegen 12 procent lagere kosten, als ze net zo doelmatig zouden werken als de best presterende gemeenten. Dit is te realiseren door het aantal herhaaltrajecten en de uitvoeringskosten te verminderen. De ruimte voor doelmatigheidsverbetering kan nog beter in beeld worden gebracht door de scores van de gemeenten te groeperen naar drie categorieën: gemeenten met een lage, middelmatige en hoge doelmatigheidsscore. Figuur 2 geeft deze indeling weer. Figuur 2 Verdeling observeerbare kostendoelmatigheidsscores jeugdhulp van 338 gemeenten in drie categorieën, 2023

180 160 140 120 100 80 60 40 20

0

Frequentie

Categorie laag < 80%

Categorie middelmatig > 80% < 90%

Categorie hoog > 90%

25

191

122

De figuur laat zien dat 25 gemeenten deel uitmaken van de categorie ‘laag’, met scores onder 80 procent. Voor deze gemeenten is de meeste doelmatigheidswinst te behalen. Ook voor gemeenten in de categorie ‘middelmatig’ met scores tussen 80% en 90% lijkt er nog ruimte voor verbetering. Van de 338 gemeenten bevinden er zich 122 (36%) in de categorie ‘hoog’, met doelmatigheidsscores van meer dan 90 procent. De jeugdhulpverlening van deze gemeenten wordt in vergelijking met de andere gemeenten behoorlijk doelmatig uitgevoerd. Toch zal het voor sommige gemeenten nog wel mogelijk zijn enige winst te behalen. Niet-observeerbare doelmatigheid De scores van de niet-observeerbare kostendoelmatigheid zijn weergegeven in figuur 3.

Sprong over het Ravijn — Factsheet 1 | Kostendoelmatigheid jeugdhulp 2023 | IPSE Studies

5

Figuur 3 Scores niet-observeerbare kostendoelmatigheidsscores jeugdhulp van 338 gemeenten, 2023

100% 90% 80% 70% 60% 50% 40% 30%

20% 10% 0%

Figuur 3 laat zien dat de verschillen in niet-observeerbare kostendoelmatigheid groter zijn dan bij de observeerbare doelmatigheid. De laagste score is hier 47 procent. Dat betekent dat de kosten van deze gemeenten met 53 procent kunnen dalen. Gemiddeld scoren gemeenten 78 procent op de niet-observeerbare doelmatigheid. Gemeenten kunnen dus gemiddeld genomen dezelfde prestaties leveren tegen 22 procent lagere kosten, als ze net zo doelmatig zouden werken als de best presterende gemeenten. Figuur 4 toont de scores van de niet-observeerbare kostendoelmatigheid van gemeenten verdeeld in de categorieën ‘laag’, ‘middelmatig’ en ‘hoog’. Figuur 4 Verdeling niet-observeerbare kostendoelmatigheidsscores jeugdhulp van 338 gemeenten in drie categorieën, 2023

180

160 140 120 100 80 60 40 20 0

Frequentie

Categorie laag < 60%

Categorie middelmatig > 60% < 80%

Categorie hoog > 80 %

26

179

133

Sprong over het Ravijn — Factsheet 1 | Kostendoelmatigheid jeugdhulp 2023 | IPSE Studies

6

Figuur 4 laat zien dat 26 gemeenten scores hebben van minder dan 60 procent. Deze groep gemeenten zou dezelfde prestaties kunnen leveren met aanzienlijk minder middelen. Ook binnen de categorie ‘middelmatig’, met scores tussen 60 en 80 procent, is nog veel ruimte voor verbetering. Een aanzienlijk deel van de gemeenten (39% van de 338) scoort meer dan 80 procent. De jeugdhulpverlening van deze categorie gemeenten is al relatief doelmatig. Niettemin zal bij een deel hiervan nog wel verdere optimalisatie mogelijk zijn.

Totale kostendoelmatigheid Figuur 5 brengt de gemeentelijke scores van de totale kostendoelmatigheid van de jeugdhulpverlening in beeld. Figuur 5 Scores totale kostendoelmatigheid gemeenten bij jeugdhulpverlening in 2023 (N = 338) 100% 90% 80% 70% 60% 50% 40% 30% 20% 10% 0%

Uit figuur 5 blijkt dat de totale doelmatigheidsscores van de jeugdhulp in 338 gemeenten het sterkst uiteenlopen: van ongeveer 40 tot 100 procent. Dit betekent dat sommige gemeenten dezelfde prestaties leveren als de meest doelmatige gemeente (met een score van 100 procent), maar daarvoor tot wel 60 procent meer middelen inzetten. Gemiddeld genomen ligt de doelmatigheid net onder de 69 procent. Dit betekent dat er potentieel is om met bijna een derde minder kosten dezelfde prestaties te leveren. Opvallend is dat een aanzienlijk deel van de gemeenten onder dit gemiddelde scoort. Dit wijst op een brede ruimte voor doelmatigheidsverbetering van de jeugdhulpverlening. Gegroepeerd in de categorieën ‘laag’, ‘middelmatig’ en ‘hoog’ ontstaat het beeld zoals gepresenteerd in figuur 6. In de figuur zijn tevens de drie grootste gemeenten per categorie weergegeven.

Sprong over het Ravijn — Factsheet 1 | Kostendoelmatigheid jeugdhulp 2023 | IPSE Studies

7

Figuur 6 Verdeling totale kostendoelmatigheidsscores jeugdhulp van 338 gemeenten in drie categorieën, 2023

180

160 140 120

Amsterdam Rotterdam Den Haag

100 80 60 40

Groningen Almere Enschede

Dordrecht Alphen a/d Rijn Velsen

20 0

Frequentie

Categorie laag > 40% < 60%

Categorie middelmatig > 60% < 80%

Categorie hoog > 80 %

88

189

61

De figuur laat zien dat ruim een kwart van de gemeenten (88 gemeenten van de 338) deel uitmaakt van de categorie ‘laag’, met scores onder 60 procent. Voor deze groep gemeenten, waarin Groningen, Almere en Enschede tot de grootste behoren, is de meeste doelmatigheidswinst te behalen. Voor gemeenten in de categorie ‘middelmatig’ (scores tussen 60% en 80%), met als grootste drie Amsterdam, Rotterdam en Den Haag, is er eveneens nog veel ruimte voor verbetering. Omdat het bovendien om een hele omvangrijke groep gaat (189 gemeenten, 56% van de 338) zal het totaal aan kostenbesparingen ook zeer aanzienlijk zijn. Slechts een beperkt aantal gemeenten (61, 18% van de 338) scoort boven de 80 procent en behoort daarmee tot de meest doelmatige groep. Hoewel deze gemeenten, waaronder de drie grootste in deze categorie (Dordrecht, Alphen aan den Rijn en Velsen), al relatief efficiënt opereren, zullen ook hier nog kostenbesparingen te realiseren zijn. Wanneer we uitgaan van een ideale situatie waarin gemeenten alle ondoelmatigheden wegnemen, laat de analyse van de totale doelmatigheidsscores zien dat er naar schatting ongeveer 1,8 miljard euro bespaard kan worden op de kosten van jeugdhulp, zonder dat het niveau van hulpverlening afneemt.

Conclusie De analyse van 338 gemeenten laat zien dat de kostendoelmatigheid van jeugdhulpverlening sterk varieert. Vooral de totale doelmatigheid laat grote verschillen zien, met scores tussen 40 en 100 procent. Zo scoort een gemeente als Dordrecht beduidend beter dan bijvoorbeeld Groningen. Bij meer dan 277 gemeenten bestaat substantiële ruimte om de jeugdhulp efficiënter te organiseren. Door te leren van best practices kunnen veel gemeenten de kosten van de jeugdhulpverlening omlaag brengen, zonder concessies te doen aan het niveau van de hulpverlening. Het verminderen van het aantal herhaaltrajecten en de gemeentelijke apparaatskosten per traject zijn enkele belangrijke aangrijpingspunten. Het realiseren van deze kostenverlagingen kan in een ideale situatie een besparing opleveren tot 1,8 miljard euro. Ook in een realistischer scenario zou een forse kostenbesparing haalbaar moeten zijn die sterk kan bijdragen aan het overbruggen van het ravijnjaar.

Sprong over het Ravijn — Factsheet 1 | Kostendoelmatigheid jeugdhulp 2023 | IPSE Studies

8

Aanbeveling: leer van vergelijkbare gemeenten Inzicht in de kosten, prestaties en doelmatigheid van vergelijkbare gemeenten (‘peers’) kan gemeenten helpen beter te sturen op de kostendoelmatigheid van de jeugdhulpverlening. Op basis van de resultaten van deze analyse kunnen we per gemeente een benchmarkrapportage jeugdhulp samenstellen. Deze rapportage vergelijkt de kosten en prestaties van de jeugdhulpverlening met die van 20 vergelijkbare gemeenten. Naast cijfers over kosten, aantallen trajecten, omgevingskenmerken en doelmatigheidsdeterminanten laat de benchmark zien hoe kostendoelmatig de jeugdhulpverlening is in vergelijking met andere gemeenten. Deze informatie biedt gemeenten concrete aanknopingspunten voor intervisie, waarna gerichte acties kunnen volgen om de doelmatigheid van de jeugdhulp te verbeteren. De benchmark kan op aanvraag worden opgesteld. Een voorbeeld van de inhoud van de benchmark is beschikbaar op de website van IPSE Studies.

Disclaimer Zoals ieder gegevensbestand bevat ook ons databestand meetfouten. Deze hebben we zoveel mogelijk gecontroleerd en gecorrigeerd. Voor algemene analyses zijn deze fouten beperkt van invloed, maar bij benchmarks op gemeentelijk niveau kunnen ze sterk doorwerken. Omdat gemeenten hun gegevens zelf aanleveren en deze door externe partijen zoals het CBS worden verwerkt, kunnen wij geen verantwoordelijkheid nemen voor fouten in registratie, definities of afrondingen. Gemeenten dienen zelf te beoordelen of dergelijke afwijkingen van invloed zijn op de uitkomsten. Voor meer informatie hierover verwijzen we naar de bijlage.

Sprong over het Ravijn — Factsheet 1 | Kostendoelmatigheid jeugdhulp 2023 | IPSE Studies

9

2

Bijlage

Methodologie Gegevens Tabel B1 bevat een statistische beschrijving van de gegevens zoals gebruikt in de analyse. Deze gegevens hebben betrekking op het verslagjaar 2023 en zijn afkomstig van het CBS en het dataplatform Waarstaatjegemeente. Nadat gemeenten met ontbrekende waarden zijn uitgefilterd blijven er van de 342 gemeenten in 2023 uiteindelijk 338 over waarmee een verantwoorde analyse mogelijk is. Hierbij moet in acht worden genomen dat voor de afzonderlijke variabelen soms meer waarnemingen beschikbaar zijn. Tabel B1 Statistische beschrijving van de gehanteerde variabelen in het model (N=338)

Variabele

Gemiddelde

Standaardafwijking

Minimum

Maximum

Kosten (x € 1000)

1.6471,3

25.631,1

338

277.579

Zonder verblijf

1.963,0

2.828,5

95

32.005

Met verblijf

154,4

238,7

5

2.590

Misdaadratio

0,03

0,01

0,02

0,09

Gebruiksratio

0,21

0,05

0,10

0,48

Ratio herhaaltrajecten

0,26

0,05

0,12

0,41

Ratio volgens plan

0,62

0,07

0,40

0,80

Ratio gem. apparaatskosten

0,05

0,06

0,01

0,30

Ratio baten-lasten

0,01

0,04

0,00

0,50

Toelichting: •

Ratio herhaaltrajecten: de verhouding tussen het aantal trajecten waarbij cliënten opnieuw een beroep doen op jeugdhulp en het totaal aantal trajecten.

•

Ratio volgens plan: de verhouding tussen het aantal trajecten dat geheel volgens plan is afgerond en het totaal aantal trajecten.

•

Ratio gemeentelijke apparaatskosten: de verhouding tussen de gemeentelijke apparaatskosten - de interne kosten die gemeenten maken voor de uitvoering van jeugdhulp - en de totale kosten van de jeugdhulpverlening.

•

Ratio baten-lasten: de verhouding tussen baten en lasten, waarmee de mate waarin gemeenten optreden als uitvoerende instantie voor andere gemeenten tot uitdrukking komt.

Mogelijke meetfouten Belangrijk is om op te merken dat de door ons gebruikte gegevens mogelijk beïnvloed kunnen zijn door meetfouten. Dit komt bij elk omvangrijk gegevensbestand voor. Dat kan allerlei oorzaken hebben. Wij voeren daar uitgebreide controles op uit en voeren ook correcties door. Als de afwijkingen evident zijn zonder dat we in staat zijn deze op een redelijke manier te corrigeren dan verwijderen we de hele

Sprong over het Ravijn — Factsheet 1 | Kostendoelmatigheid jeugdhulp 2023 | IPSE Studies

10

observatie-eenheid (lees gemeente) uit het bestand, in dit geval de gemeenten Rozendaal, Schiermonnikoog, Vijfheerenlanden en Vlieland. Voor onze algemene analyses zijn datafouten niet zo ernstig. Door de vele waarnemingen worden de fouten eruit gemiddeld. Door allerlei statistische toetsen toe te passen, kunnen we ook aangeven hoe betrouwbaar bepaalde resultaten en dus conclusies zijn. In het geval van een benchmark waarbij we individuele gemeenten tegen het licht houden, is er van deze uitmiddeling geen sprake. Fouten in de registratie komen daar veel nadrukkelijker naar voren. Omdat gemeenten de gegevens zelf aanleveren en deze door instellingen als het CBS worden verwerkt kunnen we daar geen verantwoordelijkheid voor nemen. Dat betekent dat gemeenten ook nadrukkelijk moeten kijken of afwijkingen in hun registratie of afbakeningen van begrippen hier een rol kunnen spelen. Een zo’n bijzondere afwijking is het gevolg van het CBS beleid om aantallen op veelvouden van vijf af te ronden. Meestal heeft dat geringe consequenties als het niet om te kleine aantallen gaat. Dat is hier echter wel het geval. Er zijn gemeenten waar soms maar enkele cliënten onder een bepaalde zorgvorm vallen. De onzekerheid die hierdoor ontstaat hebben wij in een apart getal weergegeven, de zogenoemde CBSfoutmarge, uitgedrukt in procenten.

Deze foutmarge heeft betrekking op de gerapporteerde productie-aantallen en de door ons berekende doelmatigheid Een CBSfoutmarge van 10 procent impliceert dat een gerapporteerde doelmatigheid van 50 procent in feite ligt tussen de 45 en 55 procent. Dit laat onverlet dat er ook nog andere onzekerheden in de cijfers zitten. Model en schattingsresultaten Voor het berekenen van de doelmatigheidsscores maken we gebruik van het volgende kostenmodel: (1)

ln(𝑐) = 𝑎0 + 𝑏1 ∗ 𝑙𝑛𝑦 + 𝑏11 ln2 𝑦 + ∑𝑚 𝑏𝑚 ln(𝑦𝑚 ) + ∑𝑘 𝑑𝑘 ln (𝑧𝑘 ) + 𝑒𝑓𝑓 + 𝑒𝑟𝑟 Waarbij: 𝑐 𝑦

= kosten (gecorrigeerd voor prijzen); = productie-index van diensten;

𝑧𝑘 𝑒𝑓𝑓

= omgevingsfactoren; = percentage extra kosten door ondoelmatigheid;

𝑒𝑟𝑟

= foutterm, inclusief niet-observeerbare ondoelmatigheid

De productie is een meetkundig gewogen som van verschillende diensten. Hieraan is een homogeniteitsrestrictie opgelegd van de graad 1 en algebraïsch omgewerkt tot de volgende vergelijking: 𝑦

𝑙𝑛𝑦 = 𝑙𝑛𝑦1 + ∑𝑚=2 𝑏𝑚 ln ( 𝑦𝑚) 1

(2)

Verder stellen we de kostendoelmatigheid gelijk aan een functie van (doelmatigheids)kenmerken van de gemeentelijke jeugdzorg: 𝑒𝑓𝑓 = exp [− ∑𝑙 𝜃𝑙 ln (𝑢𝑙 )]

(3)

Waarbij: 𝑢𝑙 = doelmatigheidskenmerk l van een gemeente; 𝜃𝑙 te schatten parameters

Sprong over het Ravijn — Factsheet 1 | Kostendoelmatigheid jeugdhulp 2023 | IPSE Studies

11

We substitueren vergelijking (2) en (3) in (1) en schatten het kostenmodel in één ronde. Deze aanpak staat bekend als efficiëntiemeting met gebruik van de scaling property (Blank, 2020; Niaounakis & Blank, 2017). De niet-geobserveerde ondoelmatigheid (= 𝑢𝑛𝑜𝑏𝑠𝑒𝑓𝑓) behandelen we als een deel van de foutterm. We hanteren hierbij het 9de deciel van de foutterm als de best practice waar we alle overige gemeenten aan spiegelen. Gemeenten die beter scoren dan deze benchmark krijgen ook een score van 1. De onderlinge vergelijking wordt hiermee minder gevoelig voor mogelijke uitschieters, die vooral door datafouten zouden worden veroorzaakt. 𝑢𝑛𝑜𝑏𝑠𝑒𝑓𝑓 =

exp (−𝑒𝑟𝑟) 𝑝90

, waarbij p90 het 9de deciel is van de term exp (−𝑒𝑟𝑟).

Het model wordt geschat met weighted nonlinear least squares met Stata. Bij het schatten worden kleine gemeenten minder zwaar gewogen vanwege minder betrouwbare gegevens als gevolg van een afrondingsregel die het CBS toepast. De schattingsresultaten staan weergegeven in tabel B2. Tabel B2 Schattingsresultaten kostenmodel jeugdhulp, 2023

Variabele

Schatting

Standaardafwijking

T-waarde

Constante

-1,21

0,10

-11,70

Schaal

1,02

0,02

51,49

2

Schaal

-0,01

0,02

-0,57

Geen verblijf

0,54

0,03

17,43

Met verblijf

0,46

0,03

15,05

Misdrijven ratio

0,10

0,05

2,14

Gebruiksratio

-0,23

0,06

-3,73

Herhalingsratio

0,69

0,18

3,87

Planningsratio

-0,03

0,14

-0,19

Uitvoeringskostenratio

0,55

0,16

3,44

Baten-lastenratio

-0,24

0,26

-0,90

Sprong over het Ravijn — Factsheet 1 | Kostendoelmatigheid jeugdhulp 2023 | IPSE Studies

12

Eerdere publicaties van doelmatigheidsanalyses op sociaal domein Kostendoelmatigheid Wmo Blank, J. L. T. & van Heezik, A. A. S. (2024). Kostendoelmatigheid Wmo | Factsheet 1 | Hulp bij het huishouden. Delft: IPSE Studies.

Blank, J. L.T. & van Heezik, A. A. S. (2024). Kostendoelmatigheid Wmo | Factsheet 2 | Ondersteuning thuis. Delft: IPSE Studies. Blank, J. L. T. & van Heezik, A. A. S. (2024). Kostendoelmatigheid Wmo Factsheet 3 | Verblijf en opvang. Delft: IPSE Studies. Blank, J. L. T. & van Heezik, A. A. S. (2025). Kostendoelmatigheid Wmo Factsheet 4 | Hulpmiddelen en diensten. Delft: IPSE Studies.

Kostendoelmatigheid jeugdzorg Blank, J. L. T., Heezik, A. A. S. van, & Valdmanis, V. G. (2023). Jongleren in de jeugdzorg. Empirisch onderzoek naar de relatie tussen inkoop en kostendoelmatigheid van de jeugdzorg in Nederlandse gemeenten. Delft: IPSE Studies. Blank, J. L. T., & Heezik, A. A. S. van (2024). Purchase efficiency in Dutch youth care: locally least squaresfrontier method applied to municipality data. International Transactions in Operational Research, 0 (2024) 1–19.

Sprong over het Ravijn — Factsheet 1 | Kostendoelmatigheid jeugdhulp 2023 | IPSE Studies

13

Gemeenten opgenomen in uiteindelijke analyse Aa en Hunze

Borsele

Elburg

Hilvarenbeek

Aalsmeer

Boxtel

Emmen

Hilversum

Aalten

Breda

Enkhuizen

Hoeksche Waard

Achtkarspelen

Bronckhorst

Enschede

Hof van Twente

Alblasserdam

Brummen

Epe

Hollands Kroon

Albrandswaard

Brunssum

Ermelo

Hoogeveen

Alkmaar

Bunnik

Etten-Leur

Hoorn

Almelo

Bunschoten

Geertruidenberg

Horst aan de Maas

Almere

Buren

Geldrop-Mierlo

Houten

Alphen aan den Rijn

Capelle aan den IJssel Gemert-Bakel

Huizen

Alphen-Chaam

Castricum

Gennep

Hulst

Altena

Coevorden

Gilze en Rijen

IJsselstein

Ameland

Cranendonck

Goeree-Overflakkee

Kaag en Braassem

Amersfoort

Culemborg

Goes

Kampen

Amstelveen

Dalfsen

Goirle

Kapelle

Amsterdam

Dantumadiel

Gooise Meren

Katwijk

Apeldoorn

De Bilt

Gorinchem

Kerkrade

Arnhem

De Fryske Marren

Gouda

Koggenland

Assen

De Ronde Venen

Groningen

Krimpen aan den IJssel

Asten

De Wolden

Gulpen-Wittem

Krimpenerwaard

Baarle-Nassau

Delft

Haaksbergen

Laarbeek

Baarn

Den Helder

Haarlem

Land van Cuijk

Barendrecht

Deurne

Haarlemmermeer

Landgraaf

Barneveld

Deventer

Halderberge

Landsmeer

Beek

Diemen

Hardenberg

Lansingerland

Beekdaelen

Dijk en Waard

Harderwijk

Laren

Beesel

Dinkelland

Hardinxveld-Giessendam Leeuwarden

Berg en Dal

Doesburg

Harlingen

Leiden

Bergeijk

Doetinchem

Hattem

Leiderdorp

Bergen L

Dongen

Heemskerk

Leidschendam-Voorburg

Bergen NH

Dordrecht

Heemstede

Lelystad

Bergen op Zoom

Drechterland

Heerde

Leudal

Berkelland

Drimmelen

Heerenveen

Leusden

Bernheze

Dronten

Heerlen

Lingewaard

Best

Druten

Heeze-Leende

Lisse

Beuningen

Duiven

Heiloo

Lochem

Beverwijk

Echt-Susteren

Hellendoorn

Loon op Zand

Bladel

Edam-Volendam

Helmond

Lopik

Blaricum

Ede

Hendrik-Ido-Ambacht

Losser

Bloemendaal

Eemnes

Hengelo

Maasdriel

Bodegraven-Reeuwijk Eemsdelta

Het Hogeland

Maasgouw

Boekel

Eersel

Heumen

Maashorst

Borger-Odoorn

Eijsden-Margraten

Heusden

Maassluis

Borne

Eindhoven

Hillegom

Maastricht

Sprong over het Ravijn — Factsheet 1 | Kostendoelmatigheid jeugdhulp 2023 | IPSE Studies

14

Medemblik

Oudewater

Stichtse Vecht

West Maas en Waal

Meerssen

Overbetuwe

Súdwest-Fryslân

Westerkwartier

Meierijstad

Papendrecht

Terneuzen

Westerveld

Meppel

Peel en Maas

Terschelling

Westervoort

Middelburg

Pekela

Texel

Westerwolde

Midden-Delfland

Pijnacker-Nootdorp

Teylingen

Westland

Midden-Drenthe

Purmerend

Tholen

Weststellingwerf

Midden-Groningen

Putten

Tiel

Wierden

Moerdijk

Raalte

Tilburg

Wijchen

Molenlanden

Reimerswaal

Tubbergen

Wijdemeren

Montferland

Renkum

Twenterand

Wijk bij Duurstede

Montfoort

Renswoude

Tynaarlo

Winterswijk

Mook en Middelaar

Reusel-De Mierden

Tytsjerksteradiel

Woensdrecht

Neder-Betuwe

Rheden

Uitgeest

Woerden

Nederweert

Rhenen

Uithoorn

Wormerland

Nieuwegein

Ridderkerk

Urk

Woudenberg

Nieuwkoop

Rijssen-Holten

Utrecht

Zaanstad

Nijkerk

Rijswijk

Utrechtse Heuvelrug

Zaltbommel

Nijmegen

Roerdalen

Vaals

Zandvoort

Nissewaard

Roermond

Valkenburg aan de Geul Zeewolde

Noardeast-Fryslân

Roosendaal

Valkenswaard

Zeist

Noord-Beveland

Rotterdam

Veendam

Zevenaar

Noordenveld

Rucphen

Veenendaal

Zoetermeer

Noordoostpolder

Schagen

Veere

Zoeterwoude

Noordwijk

Scherpenzeel

Veldhoven

Zuidplas

Velsen

Zundert

Nunspeet

Schouwen-Duiveland Venlo

Zutphen

Oegstgeest

's-Gravenhage

Venray

Zwartewaterland

Oirschot

's-Hertogenbosch

Vlaardingen

Zwijndrecht

Oisterwijk

Simpelveld

Vlissingen

Zwolle

Oldambt

Sint-Michielsgestel

Voerendaal

Oldebroek

Sittard-Geleen

Voorne aan Zee

Oldenzaal

Sliedrecht

Voorschoten

Olst-Wijhe

Sluis

Voorst

Ommen

Smallingerland

Vught

Oost Gelre

Soest

Waadhoeke

Oosterhout

Someren

Waalre

Ooststellingwerf

Son en Breugel

Waalwijk

Oostzaan

Stadskanaal

Waddinxveen

Opmeer

Staphorst

Wageningen

Opsterland

Stede Broec

Wassenaar

Oss

Steenbergen

Waterland

Oude IJsselstreek

Steenwijkerland

Weert

Ouder-Amstel

Stein

West Betuwe

Nuenen, Gerwen en Nederwetten Schiedam

Gemeenten niet in uiteindelijke analyse opgenomen Voor de volgende vier gemeenten waren onvoldoende gegevens beschikbaar om ze in de uiteindelijke analyse mee te nemen: Rozendaal, Schiermonnikoog, Vijfheerenlanden en Vlieland.

Sprong over het Ravijn — Factsheet 1 | Kostendoelmatigheid jeugdhulp 2023 | IPSE Studies

15

3

Colofon

Uitgave Stichting IPSE Studies Delft, september 2025 ISBN 978-90-835037-2-1 IPSE Studies E: info@ipsestudies.nl W: www.ipsestudies.nl

© 2025 Stichting Instituut Publieke Sector Efficiëntie Studies. Alle rechten voorbehouden. Citeren uit deze publicatie is toegestaan onder vermelding van de bron. Bestanden mogen op een server geplaatst worden mits het digitale bestand (rapport) intact blijft en de bron wordt vermeld.

Sprong over het Ravijn — Factsheet 1 | Kostendoelmatigheid jeugdhulp 2023 | IPSE Studies

16

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://gemeenteraad.dronten.nl/api/v1/meetings/1244/documents/20416