fb8e4724-adc5-4cba-b673-66fc466cea27.pdf
Tekst van het document
341tic Portefeuille: R. Siepel No. B21.000957 Dronten, 23 maart 2021 Voor technisch inhoudelijke vragen kunt u contact opnemen met:Geanonimiseerd. Wensen en bedenkingen concept beleidsregel 'Uitbreiding bedrijfserven met veehouderij’
Aan de gemeenteraad
VOORSTEL Wij stellen u voor: 1. Geen wensen en bedenkingen kenbaar te maken ten aanzien van de concept beleidsregel ‘Uitbreiding bedrijfserven met veehouderij’.
INHOUD INLEIDING Op 2 september 2020 vond er een raadsconsultatie plaats over het onderwerp reparatie bestemmingsplan buitengebied voor veehouderijen (raadsconsultatiebrief U20.004812). Aan de werkwijze welke toen besproken is, is invulling gegeven: 1. Een bestemmingsplan waarin de bestaande situatie is vastgelegd met beperkte ruimte voor uitbreiding veehouderij middels interne saldering. Gemengde bedrijven kunnen hun akkerbouwtak uitbreiden met een binnenplanse afwijking in het ‘zoekgebied’ (maximaal 2,5 ha); 2. De uitbreidingen van veehouderij anders dan met interne saldering, vallend binnen de kaders (grondgebonden veehouderij binnen 2,5 ha en intensieve veehouderij tot 7.000 m2) regelen met een toetsingskader in een beleidsregel gekoppeld aan een omgevingsvergunning (uitgebreide procedure). Via een raadsinformatiebrief over het bestemmingsplan, bent u geïnformeerd over de inhoud en proces van het voorontwerp bestemmingsplan ‘Reparatie veehouderijen (D4100)’. Zoals hiervoor onder 2 genoemd, gaat de uitbreiding van veehouderij takken, waarbij sprake is van toename van de ammoniakemissies geregeld worden via een beleidsregel. In de beleidsregel worden de voorwaarden voor het verlenen van medewerking benoemd. Medewerking kan dan worden verleend door middel van omgevingsvergunningen (uitgebreide procedure) waarbij de beleidsregel het toetsingskader vormt.
De concept beleidsregel treft u als bijlage bij dit raadsvoorstel aan. Wij nodigen u uit uw eventuele wensen en bedenkingen te zijner tijd bij de ontwerp beleidsregel vast te stellen.
No. B21.000957 Opbrengst raadscommissie 2 september 2020 over werkwijze De inbreng tijdens de raadsconsultatie is betrokken bij het opstellen van zowel het bestemmingsplan als beleidsregel. Het grootste deel heeft betrekking op de beleidsregel. Duurzame veehouderij speelt een rode draad in de beleidsregel. Om hieraan invulling te geven is een koppeling gemaakt met het landelijk bestaand en gangbaar certificeringssysteem Maatlat Duurzame Veehouderij (MDV). De MDV is een certificatiesysteem voor integraal duurzamere veestallen. Een MDV-stal is een veestal met een lagere milieubelasting, met maatregelen voor diergezondheid en dierenwelzijn en draagt daardoor bij aan verduurzaming van de veehouderij. Een MDV-stal voldoet aan strenge duurzaamheidseisen op de thema’s: Ammoniakemissie; Bedrijf & omgeving; Brandveiligheid; Diergezondheid; Dierenwelzijn; Fijn stof en Klimaat. We sluiten hierbij aan op een beproefde methodiek in andere gemeenten, zoals de gemeente Noordoostpolder. Daarnaast heeft de toepassing van deze methodiek instemming van LTO afdeling Oostelijk Flevoland; Het uitgangspunt van dit bestemmingsplan en de beleidsregel is geen negatieve effecten op Natura2000 gebieden. Daarom wordt gestuurd op depositie in plaats van op hoeveelheid dieren.
Op deze manier wordt agrarische ondernemers perspectief geboden en uitgedaagd om vee te houden binnen de huidige regelgeving, zoals de Wet natuurbescherming. Daaraan dragen ontwikkelingen in de techniek (innovatie) en in de agrarische sector, zoals kringlooplandbouw, bij. En naast de eisen van de Wet natuurbescherming worden ook hoge eisen gesteld aan duurzaamheid (zie vorige punt). Zonering wordt in onderhavig vraagstuk achterwege gelaten. De eisen op het gebied van stikstof en duurzaamheid dagen de ondernemers al uit om met passende voorstellen te komen. Zonering gaat vaak ook uit van afstand tot bijvoorbeeld een natuurgebied, met generieke regels in die zone. Juist de eisen van de Wet natuurbescherming regelen enerzijds al dat de natuurgebieden worden beschermd en anderzijds biedt het weglaten van een dergelijke zonering de mogelijkheid aan de ondernemer om maatwerk toe te passen; Er wordt geen onderscheid gemaakt tussen grondgebonden en intensieve veehouderijen. Er is een grote diversiteit aan veehouderijbedrijven met vaak elk een eigen bedrijfsconcept. Verder kunnen er nu en in de toekomst concepten worden ontwikkelt die we nu nog niet kennen. Daarin onderscheid maken is complex en definities doen bijna geen recht aan die grote diversiteit.
Daarnaast worden de ontwikkelingsmogelijkheden van veehouderijen al sterk beperkt door aanpalende wetgevingen, zoals de Wet natuurbeheer en de eisen op het gebied van duurzaamheid. Met het oog daarop is voor de gehele veehouderij voor dit bestemmingsplan en deze beleidsregel uitbreiding van het erf tot maximaal 2,5 ha het uitgangspunt; Landschappelijke inpassing van vergroting van een erf (in het akkerweidegebied) is zowel in het bestemmingsplan als de beleidsregel geborgd. De regeling sluit aan op de regeling in het bestemmingsplan voor de andere (agrarische) erven in het buitengebied. Waarbij maatwerk kan worden toegepast met het oog op een doelmatige bedrijfsvoering, zoals voor ventilerende staltypen of vrije uitloopkippen. Vervolg Na deze stap gaat het college al dan niet met aanpassingen naar aanleiding van eventuele wensen en bedenkingen verder met het opstellen van de ontwerp beleidsregel. In kader van participatie wordt de ontwerp beleidsregel ter visie gelegd met de mogelijkheid tot het geven van een reactie hierop (tezamen met het ontwerp bestemmingsplan). De beleidsregel wordt uiteindelijk – gelijktijdig met het bestemmingsplan – aan de gemeenteraad voorgelegd ter vaststelling. Dit wordt aan u voorgelegd te zijner tijd om invulling te kunnen geven aan soepelere / kortere procedures en minder kosten voor de initiatiefnemer.
De beleidsregel gaat als toetsingskader fungeren voor de uitgebreide omgevingsvergunning (zogenaamd projectafwijkingsbesluit onder het huidige recht). Onderdeel van deze procedure is een verklaring van geen bedenkingen (vvgb) van de gemeenteraad, tenzij hetgeen wat wordt aangevraagd valt onder de aangewezen categorieën waarover de gemeenteraad al eerder heeft besloten dat er geen vvgb nodig is. -2-
No. B21.000957 Wanneer deze beleidsregel door de gemeenteraad wordt vastgesteld, gaat deze beleidsregel onder één van de eerder genoemde categorieën waarvoor geen vvgb nodig is, vallen. In procedure tijd scheelt dit minimaal 2 maanden op een totale proceduretijd van ruim 6 maanden. Door het wegvallen van een procedurestap betekent dit ook lagere leges. In de totstandkoming van zowel het voorontwerp bestemmingsplan als de concept beleidsregel is overleg geweest met LTO Noord, afdeling Oostelijk Flevoland. Zij staan positief tegenover de opzet van beide documenten.
ARGUMENTEN I. Voldoen aan een toezegging tijdens raadscommissievergadering op 2 september 2020. Op 2 september 2020 werd tijdens de raadscommissievergadering de raadsconsultatiebrief over het bijstellen van de planuitgangspunten voor de reparatie van het bestemmingsplan voor de veehouderijen vanwege stikstofproblematiek behandeld. Tijdens de bespreking werd door het college de toezegging gedaan dat in de voorontwerp-fase het college met de raad in gesprek gaat over de concept-beleidsregels. Inmiddels zit het bestemmingsplan in de voorontwerpfase, zoals u eerder kon lezen in de raadsinformatiebrief. Aan de hand van dit voorstel willen we u betrekken bij de concept beleidsregel.
KANTTEKENINGEN Niet van toepassing
Het college
drs. T. van Lenthe Secretaris
drs. J.P. Gebben Burgemeester
-3-