Bijlage_Was en wordt-lijst (529945).pdf
Tekst van het document
WAS
WORDT
Algemene toelichting: Overwegingen De voorliggende wijziging van de gemeenschappelijke regeling komt allereerst voort uit de wijziging van de Wet gemeenschappelijke regelingen van 1 juli 2022. Dit maakt aanpassingen van de gemeenschappelijke regeling noodzakelijk. Het gaat hier in het bijzonder om het verbeteren van de democratische legitimering door een sterkere rol van de gemeenteraden. Daarnaast wordt er rekening gehouden met het feit dat GGD Flevoland en Veiligheidsregio Flevoland ambtelijk intensief met elkaar samenwerken. Ten behoeve van deze samenwerking wordt er in het huidige proces van wijzigen van de gemeenschappelijke regelingen gelijk met elkaar opgetrokken. Ten behoeve van de leesbaarheid voor de colleges en gemeenteraden van de deelnemende gemeenten zal de volgorde van artikelen en de verplichte wijzigingen voortkomend uit de Wet gemeenschappelijke regelingen in beide gemeenschappelijke regelingen van GGD Flevoland en van Veiligheidsregio Flevoland op elkaar afgestemd worden. Hierdoor is de volgorde van de verschillende artikelen op een aantal plaatsen in de aangepaste regeling anders dan in de bestaande regeling. Hier en daar zijn de bestaande teksten ‘opgepakt’ en op een andere plek ‘neergezet’ zodat de beide regelingen dezelfde tekstvolgorde hebben. De wijzigingen worden toegelicht, tenzij de wijziging alleen tekstueel is of voor zich spreekt.
Uitleg kleurgebruik In deze was/wordt-lijst zijn de wijzigingen die voortkomen uit de wijziging van de Wet gemeenschappelijke regelingen blauw gekleurd. De wijzigingen die voortkomen uit het afstemmen van de volgorde van de gemeenschappelijke regelingen van GGD Flevoland en Veiligheidsregio Flevoland en uit het actualiseren van de regeling zijn rood gekleurd. Intitulé
Intitulé
De colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten Almere, Dronten, Lelystad, Noordoostpolder, Urk en Zeewolde,
De colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten Almere, Dronten, Lelystad, Noordoostpolder, Urk en Zeewolde,
1
overwegende dat:
overwegende dat:
-
ingevolge artikel 14 van de Wet publieke gezondheid de colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten van de Veiligheidsregio Flevoland zorgen voor de instelling en instandhouding van een regionale gemeentelijke gezondheidsdienst in die regio;
-
ingevolge artikel 14 van de Wet publieke gezondheid de colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten van de Veiligheidsregio Flevoland zorgen voor de instelling en instandhouding van een regionale gemeentelijke gezondheidsdienst in die regio;
-
het voor een optimale behartiging van de taken zoals genoemd in de Wet publieke gezondheid noodzakelijk is dat zij samenwerken;
-
het voor een optimale behartiging van de taken zoals genoemd in de Wet publieke gezondheid noodzakelijk is dat zij samenwerken;
-
zij daartoe een openbaar lichaam instellen met de aanduiding “gemeentelijke gezondheidsdienst”;
-
zij daartoe een openbaar lichaam instellen met de aanduiding “gemeentelijke gezondheidsdienst”;
zij aan dat openbaar lichaam de behartiging van de in deze regeling aan te geven belangen willen opdragen;
-
zij aan dat openbaar lichaam de behartiging van de in deze regeling aan te geven belangen willen opdragen;
-
zij taken willen overdragen voor een adequate uitvoering van die taken die op grond van de Wet publieke gezondheid binnen een gemeentelijke gezondheidsdienst moeten worden uitgevoerd en daarvoor middelen ter beschikking willen stellen;
het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur daarbij het beleid van de Gemeentelijke Gezondheidsdienst Flevoland gestalte geven en de uitvoering ervan controleren;
-
het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur daarbij het beleid van de Gemeentelijke Gezondheidsdienst Flevoland gestalte geven en de uitvoering ervan controleren;
de risico's voor de gemeenten door een adequate bedrijfsvoering daarbij zo laag mogelijk moeten blijven; gezien de toestemming van de gemeenteraden van de betreffende gemeenten;
-
de risico's voor de gemeenten door een adequate bedrijfsvoering daarbij zo laag mogelijk moeten blijven;
-
de gemeenschappelijke regeling dient te worden gewijzigd naar aanleiding van de op 1 juli 2022 gewijzigde Wet
-
-
-
-
zij taken willen overdragen voor een adequate uitvoering van die taken die op grond van de Wet publieke gezondheid binnen een gemeentelijke gezondheidsdienst moeten worden uitgevoerd en daarvoor middelen ter beschikking willen stellen;
gelet op de Wet publieke gezondheid;
2
gelet op de Wet gemeenschappelijke regelingen en de Gemeentewet;
gemeenschappelijke regelingen;
BESLUITEN
-
de gemeenschappelijke regeling “Gemeenschappelijke Gezondheidsdienst Flevoland 2008“ te wijzigen door vaststelling van de navolgende integrale tekst,
de Gemeentelijke Gezondheidsdienst Flevoland en Veiligheidsregio Flevoland hun samenwerking willen versterken en daartoe hun gemeenschappelijke regelingen op structuur willen harmoniseren;
gezien de toestemming van de gemeenteraden van de betreffende gemeenten; gelet op de Wet publieke gezondheid; gelet op de Wet gemeenschappelijke regelingen en de Gemeentewet;
BESLUITEN de “Gemeenschappelijke regeling Gemeentelijke Gezondheidsdienst Flevoland“ te wijzigen in “Gemeenschappelijke regeling Gemeentelijke Gezondheidsdienst Flevoland 2023”, waardoor deze als volgt komt te luiden: HOOFDSTUK 1 ALGEMENE BEPALINGEN
HOOFDSTUK 1 ALGEMENE BEPALINGEN
Artikel 1 Begripsbepalingen
Artikel 1
1.
In deze regeling wordt verstaan onder: a.
wet: Wet gemeenschappelijke regelingen;
1.
Begripsbepalingen
In deze regeling wordt verstaan onder: a.
DPG: Directeur Publieke Gezondheid genoemd in artikel 14, derde lid, van de Wet publieke gezondheid;
3
b.
Wet publieke gezondheid: Wet publieke gezondheid;
b.
regeling: Gemeenschappelijke regeling Gemeentelijke Gezondheidsdienst Flevoland;
c.
dPG: directeur Publieke Gezondheid zoals bedoeld in artikel 14, lid 3 Wet publieke gezondheid;
c.
gemeenten: aan de regeling deelnemende gemeenten, te weten Almere, Dronten, Lelystad, Noordoostpolder, Urk en Zeewolde;
d.
college: college van burgemeester en wethouders van een deelnemende gemeente;
e.
raad: raad van een deelnemende gemeente;
d.
regeling: Gemeenschappelijke Gezondheidsdienst Flevoland;
e.
gemeenten: aan de regeling deelnemende gemeenten, te weten Almere, Dronten, Lelystad, Noordoostpolder, Urk en Zeewolde;
Gemeentelijke
f.
college: college van burgemeester en wethouders van een deelnemende gemeente;
f.
werkgebied: grondgebied van de aan deze regeling deelnemende gemeenten;
g.
raad: raad van een deelnemende gemeente;
g.
gedeputeerde staten: het college van gedeputeerde staten van Flevoland;
h.
werkgebied: grondgebied van de aan deze regeling deelnemende gemeenten;
h.
GGD Flevoland: Flevoland;
gedeputeerde staten: het college van gedeputeerde staten van Flevoland;
i.
geneeskundige hulpverlening: geneeskundige hulpverlening, genoemd in artikel 1 van de Wet veiligheidsregio’s.
j.
RAV: Regionale Ambulancevoorziening zoals bedoeld in de Wet ambulancezorgvoorzieningen.
i.
j.
GGD Flevoland: Flevoland;
k.
geneeskundige hulpverlening: geneeskundige hulpverlening zoals bedoeld in artikel 1 van de Wet veiligheidsregio’s.
l.
2.
regeling
Gemeentelijke
Gezondheidsdienst
RAV: Regionale Ambulancevoorziening zoals bedoeld in de Tijdelijke wet ambulancezorg.
2.
Gemeentelijke
Gezondheidsdienst
Waar in de regeling artikelen van de Gemeentewet of van enige andere wettelijke regeling van overeenkomstige toepassing worden verklaard, wordt in die artikelen in plaats van de gemeente, de (gemeente) raad, het college van burgemeester en wethouders en de burgemeester respectievelijk gelezen:
Waar in de regeling artikelen van de Gemeentewet of van 4
enige andere wettelijke regeling van overeenkomstige toepassing worden verklaard, wordt in die artikelen in plaats van “de gemeente”, “de (gemeente) raad”, “het college van burgemeester en wethouders” en “de burgemeester” respectievelijk gelezen: “de GGD Flevoland”, “het algemeen bestuur”, “het dagelijks bestuur” en “de voorzitter”. Artikel 2 Het openbaar lichaam
GGD Flevoland, het algemeen bestuur, het dagelijks bestuur en de voorzitter.
Artikel 2
Het openbaar lichaam
1. Er is een openbaar lichaam, genaamd Gemeentelijke Gezondheidsdienst Flevoland, dat is gevestigd te Lelystad en als zodanig optreedt als rechtspersoon.
Er is een openbaar lichaam, genaamd Gemeentelijke Gezondheidsdienst Flevoland.
2.
Het openbaar lichaam heeft rechtspersoonlijkheid en is gevestigd in Lelystad.
Artikel 3 Algemene doelstelling
Artikel 4
Algemene doelstelling
Artikel 4 Taken
Artikel 5
Taken
1.
De colleges dragen aan de GGD Flevoland de uitvoering op van
1.
De colleges dragen aan GGD Flevoland de uitvoering op van:
-
de wettelijk verplichte taken die worden genoemd in de Wet publieke gezondheid en die op grond van die wet binnen een gemeentelijke gezondheidsdienst moeten worden uitgevoerd;
-
de wettelijk verplichte taken die worden genoemd in de Wet publieke gezondheid en die op grond van die wet binnen een gemeentelijke gezondheidsdienst moeten worden uitgevoerd;
-
de wettelijke taken in het kader van de Wet op de lijkbezorging voor wat betreft lijkschouwingen.
-
de wettelijke taken in het kader van de Wet op de lijkbezorging voor wat betreft lijkschouwingen.
2.
De in lid 1 genoemde taken van de GGD Flevoland zijn ondergebracht in het basistakenpakket. Het basistakenpakket vormt een verplicht af te nemen pakket
2.
De in het eerste lid genoemde taken van GGD Flevoland zijn ondergebracht in het basistakenpakket. Het basistakenpakket vormt een verplicht af te nemen pakket voor de gemeenten.
3.
Het algemeen bestuur stelt de inhoud van het basistakenpakket 5
voor de gemeenten. 3.
4.
jaarlijks vast bij de vaststelling van de begroting.
Het algemeen bestuur stelt de inhoud van het basistakenpakket jaarlijks vast bij de vaststelling van de begroting. De gemeenten betalen voor het basistakenpakket inwonersbijdrage zoals beschreven in artikel 23.
4.
De gemeenten betalen voor het basistakenpakket een inwonersbijdrage zoals beschreven in artikel 27.
5.
Op verzoek van colleges of derden kan GGD Flevoland plustaken verrichten.
6.
De in het vijfde lid genoemde plustaken zijn andere taken dan taken die zijn opgenomen in het basistakenpakket en worden niet bekostigd uit de inwonersbijdrage.
7.
Elke gemeente afzonderlijk bepaalt of hij plustaken opdraagt aan GGD Flevoland.
8.
De plustaken worden door GGD Flevoland geaccepteerd na bekrachtiging door het algemeen bestuur. GGD Flevoland kan voorwaarden verbinden aan de acceptatie van de opdracht.
9.
GGD Flevoland voert plustaken uit voor rekening van de gemeente of de derde die opdracht geeft totuitvoering van de plustaak. Het financiële saldo voor plustaken wordt verrekend overeenkomstig het bepaalde in artikel 27.
10.
GGD Flevoland draagt zorg voor het ambulancevervoer in het werkgebied uitgevoerd door de RAV, bedoeld in de Wet ambulancezorgvoorzieningen.
11.
GGD Flevoland draagt eveneens zorg voor het instellen en in stand houden van de Meldkamer Ambulancezorg ressorterend onder de RAV als onderdeel van de Gemeenschappelijke Meldkamer.
12.
GGD Flevoland adviseert gemeenten, met inachtneming van
een
5.
Op verzoek van colleges of derden kan de GGD Flevoland plustaken verrichten.
6.
De in lid 5 genoemde plustaken zijn andere taken dan taken die zijn opgenomen in het basistakenpakket en worden niet bekostigd uit de inwonersbijdrage.
7.
Elke gemeente afzonderlijk bepaalt of hij plustaken opdraagt aan de GGD Flevoland.
8.
De plustaken worden door de GGD Flevoland geaccepteerd na bekrachtiging door het algemeen bestuur.De GGD Flevoland kan voorwaarden verbinden aan de acceptatie van de opdracht.
9.
De GGD Flevoland voert plustaken uit voor rekening van de gemeente of de derde die opdracht geeft totuitvoering van de plustaak. Het financiële saldo voor plustaken wordt verrekend overeenkomstig het bepaalde in artikel 23.
10.
De GGD Flevoland draagt zorg voor het ambulancevervoer in het werkgebied uitgevoerd door de RAV zoals bedoeld in de Tijdelijke wet ambulancezorg.
11.
De GGD Flevoland draagt eveneens zorg voor het instellen
6
en in stand houden van de Meldkamer Ambulancezorg ressorterend onder de RAV als onderdeel van de Gemeenschappelijke Meldkamer. 12.
Alle taken die de GGD Flevoland uitvoert vallen onder de verantwoordelijkheid van het algemeen bestuur.
Artikel 5 Samenstelling bestuur 1. Het bestuur van de GGD Flevoland bestaat uit een algemeen bestuur, een dagelijks bestuur en een voorzitter.
hetgeen hierover bepaald is in de Omgevingswet, bij vergunningverleningen, omgevingsplannen en gebiedsgerichte- of omgevingsprogramma’s. 13.
Alle taken die GGD Flevoland uitvoert, vallen onder de verantwoordelijkheid van het algemeen bestuur.
Artikel 3 1.
Bestuursorganen
GGD Flevoland kent de volgende bestuursorganen: a.
het algemeen bestuur;
b.
het dagelijks bestuur;
c.
de voorzitter.
2. Het algemeen bestuur staat aan het hoofd van de GGD Flevoland. 3. De voorzitter is voorzitter van het algemeen bestuur en van het dagelijks bestuur. 2. HOOFDSTUK 3 DE BESTUURSORGANEN - SAMENSTELLING
(…)
HOOFDSTUK 3 HET ALGEMEEN BESTUUR Artikel 12
dagelijks bestuur
Artikel 7 Samenstelling, benoeming en ontslag van het dagelijks bestuur 1. Het algemeen bestuur wijst bij het begin van elke zittingsperiode van de colleges uit zijn midden de leden aan van het dagelijks bestuur.
Samenstelling, benoeming en ontslag van het
1.
Het dagelijks bestuur bestaat uit de voorzitter van het algemeen bestuur en twee leden.
2.
Het algemeen bestuur wijst bij het begin van elke zittingsperiode van de colleges uit zijn midden de leden aan van het dagelijks
7
2. Het dagelijks bestuur bestaat uit twee of drie leden, de voorzitter daaronder begrepen.
bestuur. 3.
Een lid dat ophoudt lid te zijn van het algemeen bestuur, houdt ook op lid te zijn van het dagelijks bestuur.
4.
Als tussentijds een plaats in het dagelijks bestuur beschikbaar komt, kiest het algemeen bestuur zo spoedig mogelijk een nieuw lid.
5.
Het algemeen bestuur kan het dagelijks bestuur of een of meer leden daarvan ontslag verlenen als deze(n) het vertrouwen van het algemeen bestuur niet meer bezit of bezitten, nadat dit lid zich heeft kunnen verantwoorden. De artikelen 49 en 50 van de Gemeentewet zijn dan van overeenkomstige toepassing.
6.
Het dagelijks bestuur kan zich laten bijstaan door een of meer adviseurs.
3. Hij die ophoudt lid van het algemeen bestuur te zijn, houdt ook op lid van het dagelijks bestuur te zijn. 4. Als tussentijds een plaats in het dagelijks bestuur beschikbaar komt, kiest het algemeen bestuur zo spoedig mogelijk een nieuw lid. 5. Het algemeen bestuur kan het dagelijks bestuur of een of meer leden daarvan ontslag verlenen als deze(n) het vertrouwen van het algemeen bestuur niet meer bezit of bezitten, nadat dit lid zich heeft kunnen verantwoorden. De artikelen 49 en 50 van de Gemeentewetzijn dan overeenkomstig van toepassing. 6. Het dagelijks bestuur kan zich laten bijstaan door een of meer adviseurs. Artikel 8 Aanwijzing voorzitter en plaatsvervangend voorzitter 1. Het algemeen bestuur wijst de voorzitter en plaatsvervangend voorzitter uit zijn midden aan. 2. De voorzitter vertegenwoordigt de GGD Flevoland in en buiten rechte. Hij kan deze vertegenwoordiging opdragen aan de directeur Publieke Gezondheid. 3. De voorzitter en de ambtelijk secretaris, zoals genoemd in artikel 15 van deze regeling, ondertekenen de stukken die namens het algemeen bestuur van het openbaar lichaam uitgaan.
Artikel 16
Aanwijzing
voorzitter
en
plaatsvervangend
voorzitter Het algemeen bestuur wijst de voorzitter en plaatsvervangend voorzitter uit zijn midden aan.
Artikel 17 1.
Taken en bevoegdheden voorzitter
De voorzitter vertegenwoordigt GGD Flevoland in en buiten rechte. De voorzitter kan deze vertegenwoordiging opdragen aan de Directeur Publieke Gezondheid.
8
2.
De voorzitter en de ambtelijk secretaris, genoemd in artikel 19 van deze regeling, ondertekenen de stukken die namens het algemeen bestuur van het openbaar lichaam uitgaan.
HOOFDSTUK 4 DE BESTUURSORGANEN - BEVOEGDHEDEN Artikel 9 Algemene bevoegdheidstoedeling
Artikel 7
Bevoegdheden algemeen bestuur
1. Het algemeen bestuur kan bevoegdheden overdragen aan het dagelijks bestuur als dat in voorkomende gevallen noodzakelijk is om slagvaardig op te kunnen treden.
1.
Het algemeen bestuur kan bevoegdheden overdragen aan het dagelijks bestuur als dat in voorkomendegevallen noodzakelijk is om slagvaardig op te kunnen treden.
2. Het dagelijks bestuur kan de uitoefening van zijn bevoegdheden voor zover als mogelijk in mandaat verlenen aan de dPG.
2.
Het algemeen bestuur besluit tot de oprichting van en de deelneming in stichtingen, maatschappen, vennootschappen, verenigingen, coöperaties en onderlinge waarborgmaatschappijen, indien dat in het bijzonder aangewezen moet worden geacht voor de behartiging van het daarmee te dienen openbaar belang. Het besluit wordt niet genomen dan nadat de raden van de gemeenten een ontwerp besluit is toegezonden en in de gelegenheid zijn gesteld hun wensen en bedenkingen ter kennis van het algemeenbestuur te brengen.
3. In de door het dagelijks bestuur vast te stellen organisatieverordening, zoals bedoeld in artikel 17,worden de taken beschreven van de dPG en de wijze waarop het dagelijks bestuur toeziet op de uitvoering daarvan. 4. Het algemeen bestuur besluit tot de oprichting van en de deelneming in stichtingen, maatschappen, vennootschappen, verenigingen, coöperaties en onderlinge waarborgmaatschappijen, indien dat in het bijzonder aangewezen moet worden geacht voor de behartiging vanhet daarmee te dienen openbaarbelang. Het besluit wordt niet genomen dan nadat de raden van de gemeenten een ontwerp-besluit is toegezonden en in de gelegenheid zijn gesteld hun wensen en bedenkingen ter kennis van het algemeen bestuur te brengen.
(…)
Artikel 13
Taken en bevoegdheden dagelijks bestuur
1.
Het dagelijks bestuur vervult niet meer dan de wettelijke taken die rechtstreeks uit wetgeving aan het dagelijks bestuur worden opgedragen, tenzij het algemeen bestuur anders beslist.
2.
Het dagelijks bestuur kan de uitoefening van zijn bevoegdheden 9
voor zover als mogelijk in mandaat verlenen aan de Directeur Publieke Gezondheid. 3.
In de door het dagelijks bestuur vast te stellen organisatieverordening, genoemd in artikel 21, worden de taken beschreven van de Directeur Publieke Gezondheid.
Toelichting: Door het dagelijks bestuur niet meer dan de wettelijke taken uit te laten voeren, wordt het dagelijks bestuur minimaal belast en blijft elk andere bevoegdheid en verantwoordelijkheid bij het algemeen bestuur. Door alleen te vergaderen wanneer dit noodzakelijk is, wordt er minimaal veranderd aan de huidige werkwijze. Hierdoor wordt er, voor de inrichting en werkwijze van het dagelijks bestuur, een tussenweg gezocht tussen de juridische eisen en de praktische uitwerking waar de GGD Flevoland mee van doen heeft. Voor het vaststellen en wijzigen van de begroting en het vaststellen van de jaarrekening geldt het systeem van gewogen stemmen. De verantwoordelijkheid van vaststelling is belegd bij het algemeen bestuur. Wanneer het dagelijks bestuur geen van deze taken uitvoert en het proces met betrekking tot begroting en jaarrekening slechts voorbereidt, komt deze situatie ook niet juridische in de knel (m.b.t. de meerderheid van het algemeen bestuur). Het is niet wettelijk verplicht dat deze taken wél door het dagelijks bestuur uitgevoerd worden, dus kan er voor worden gekozen dit bij het algemeen bestuur te laten.
HOOFDSTUK 5 VERANTWOORDING EN INLICHTINGEN
HOOFDSTUK 6 INLICHTINGEN EN VERANTWOORDING
Artikel 10 Verantwoording- en inlichtingenplicht
Artikel 18
1. Het algemeen bestuur is verplicht de gemeentebesturen desgevraagd en in ieder geval binnen zes weken te informeren en inlichtingen te verschaffen over al hetgeen deze regeling en de uitvoering daarvan betreft.
Verantwoording- en inlichtingenplicht
1.
Het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur geven aan de raden uit eigen beweging of op hun verzoek alle inlichtingen die de raden nodig hebben voor de uitoefening van hun taken en geven de door een of meer leden van die raden gevraagde inlichtingen.
2.
Een lid van het algemeen bestuur verschaft de raad van de 10
2. Het algemeen bestuur is bevoegd om, gevraagd of ongevraagd, aan een of meer gemeentebesturen advies te geven of voorstellen te doen, die hij in verband met deze regeling nodigacht.
eigen gemeente alle inlichtingen die door die raad of door één of meer leden van die raad worden verlangd. 3.
3. Elk lid van het algemeen bestuur is verplicht de door een of meer leden van de raad van zijn gemeentegevraagde inlichtingen te verstrekken. Hij verstrekt de gevraagde inlichtingen zo spoedig mogelijk nadat hem daarom is gevraagd.
Een lid van het algemeen bestuur kan door de raad van de eigen gemeente ter verantwoording geroepen worden voor het door hem in dat bestuur gevoerde beleid.
4.
4. Elk lid van het algemeen bestuur is verantwoording verschuldigd voor het door hem gevoerde beleid aan de raad van zijn gemeente. Hij legt deze verantwoording zo spoedig mogelijk af nadat hem daarom gevraagd is.
Het verstrekken van inlichtingen en het ter verantwoording roepen als bedoeld in dit artikel geschiedt zo spoedig mogelijk en op de wijze zoals vastgesteld in het reglement van orde, genoemd in artikel 8, eerste lid, en artikel 14, eerste lid.
5.
De leden van het dagelijks bestuur zijn gezamenlijk en ieder afzonderlijk verantwoording schuldig aan het algemeen bestuur voor het door het dagelijks bestuur gevoerde bestuur en geven hierover periodiek en tussentijds alle door het algemeen bestuur verlangde inlichtingen, voor zover dit niet strijdig is met het openbaar belang en in ieder geval binnen zes weken.
5. De leden van het dagelijks bestuur zijn gezamenlijk en ieder afzonderlijk verantwoordingschuldig aan het algemeen bestuur voor het door het dagelijks bestuur gevoerde bestuur en geven hierover periodiek en tussentijds alle door het algemeen bestuur verlangde inlichtingen, voor zover dit niet strijdig is met het openbaar belang en in ieder geval binnen zes weken.
Artikel 7
Bevoegdheden algemeen bestuur
(…) 3.
Het algemeen bestuur is bevoegd om, gevraagd of ongevraagd, aan een of meer gemeentebesturen advies te geven of voorstellen te doen, die hij in verband met deze regeling nodig acht.
Toelichting artikel 18: De gewijzigde Wet gemeenschappelijke regelingen schrijft voor dat het bestuur van een gemeenschappelijke regeling een actieve informatieplicht heeft omtrent hetgeen in een regeling speelt. Daarmee is deze bepaling vergelijkbaar met de actieve informatieplicht van het college aan de 11
gemeenteraad, zoals is vastgelegd in de Gemeentewet. Deze verplichting richt zich niet alleen op informatie over te nemen besluiten, maar betreft alles wat de raad behoort te weten om zijn taak goed te kunnen vervullen. In gemeenschappelijke regelingen moeten afspraken worden gemaakt over de wijze waarop deze informatie wordt aangeleverd. Een actieve informatieplicht aan de raden bestaat op gemeentelijk niveau al voor de colleges. Het doortrekken van deze plicht naar het bestuur van een gemeenschappelijke regeling is geen grote ingreep. Daarbij kan de wijze waarop e.e.a. in de Gemeentewet is geregeld als voorbeeld dienen. De Gemeentewet kent in artikel 60 en 169 een open formulering. Het college: -
is verplicht zijn besluitenlijst openbaar te maken,
-
geeft de raad alle inlichtingen die de raad voor de uitoefening van zijn taak nodig heeft,
-
geeft de raad vooraf inlichtingen over de uitoefening van bepaalde collegebevoegdheden (bij besluiten met zwaarwegend politieke betekenis of ingrijpende gevolgen).
Het is aan het algemeen bestuur om hierin een eigen handelingskader te bepalen. Bij gemeenten wordt dat door colleges gedaan in de vorm van een protocol of handvest. Deze lijn volgend kan het algemeen bestuur ook een dergelijk protocol met de colleges en de raden overeenkomen. Er is gekozen dit niet in de gemeenschappelijke regeling, maar in het reglement van orde op te nemen. Kortheidshalve wordt in de gemeenschappelijke regeling wel opgenomen dat het algemeen bestuur dit, na overeenstemming met de colleges en de raden, opneemt in het reglement van orde. Overigens zullen bepaalde elementen uit de bestaande praktijk in het reglement van orde worden opgenomen, want het is uiteraard niet zo dat een actieve informatieplicht een geheel onontgonnen terrein is. HOOFDSTUK 6 DE BESTUURSORGANEN - WERKWIJZE Artikel 11 Vergaderingen van het algemeen bestuur 1. De artikelen 16, 17, 20, 22, 26 en 28 tot en met 33 van de Gemeentewet zijn van overeenkomstige toepassing op het houden en de orde van de vergaderingen van het algemeen bestuur, voor zover daarvan bij wet niet is afgeweken.
Artikel 8
Werkwijze algemeen bestuur
1.
Het algemeen bestuur stelt voor zijn vergaderingen en andere werkzaamheden een reglement van orde vast.
2.
Het algemeen bestuur vergadert jaarlijks ten minste zesmaal en
12
2. Het algemeen bestuur vergadert jaarlijks tenminste zesmaal en verder zo dikwijls als de voorzitter of het dagelijks bestuur dit nodig vindt of tenminste twee leden dit schriftelijk verzoeken, onder opgave van de te behandelen onderwerpen.
verder zo dikwijls als de voorzitter of het dagelijks bestuur dit nodig vindt of tenminste twee leden dit schriftelijk verzoeken, onder opgave van de te behandelen onderwerpen. 3.
De artikelen 16, 17, 20, 22, 26 en 28 tot en met 33 van de Gemeentewet zijn van overeenkomstige toepassing op het houden en de orde van de vergaderingen van het algemeen bestuur, voor zover daarvan bij wet niet is afgeweken.
4.
Artikel 19 van de Gemeentewet is van overeenkomstige toepassing, waarbij de voorzitter de openbare kennisgeving verzorgt.
5.
De vergaderingen van het algemeen bestuur zijn openbaar. De deuren worden gesloten wanneer ten minste twee van de aanwezige leden daarom verzoeken of de voorzitter het nodig oordeelt.
6.
In een besloten vergadering kan niet worden beraadslaagd of besloten over:
3. Artikel 19 van de Gemeentewet is van overeenkomstige toepassing, waarbij de voorzitter de openbare kennisgeving verzorgt. 4. Elk lid heeft in de vergaderingen van het algemeen bestuur één stem. 5. Het algemeen bestuur besluit bij meerderheid van stemmen. 6. In afwijking van het bepaalde in het vierde en vijfde lid geldt voor het vaststellenen wijzigen van de begroting en het vaststellen van de jaarrekening het systeem van gewogen stemmen, inhoudende: a. minimaal drie gemeenten stemmen in met het besluit en b. een besluit wordt genomen met meerderheid van stemmen en
a.
het vaststellen of wijzigen van de begroting;
c. voor het nemen van een besluit wordt de volgende stemverdeling toegepast:
b.
het vaststellen van de jaarrekening.
Almere:9 stemmen, Dronten:2 stemmen, Lelystad:5 stemmen, Noordoostpolder:2 stemmen, Urk:1stem en Zeewolde:1 stem.
Artikel 9
Besluitvorming algemeen bestuur
1.
De leden van het algemeen bestuur hebben in de vergadering van het algemeen bestuur ieder één stem.
2.
Het algemeen bestuur besluit bij meerderheid van stemmen.
13
7. Het algemeen bestuur stelt een reglement van orde vast voor zijn vergaderingen en andere werkzaamheden en regelt hoe de ambtelijke bijstand wordt verleend aan het bestuur.
3.
In afwijking van het bepaalde in het eerste en tweede lid geldt voor het vaststellen en wijzigen van de begroting en het vaststellen van de jaarrekening het systeem van gewogen stemmen, inhoudende: a.
minimaal drie gemeenten stemmen in met het besluit, en
b.
een besluit wordt genomen met meerderheid van stemmen, en
c.
voor het nemen van een besluit wordt de volgende stemverdeling toegepast: Almere: 9 stemmen; Dronten: 2 stemmen; Lelystad: 5 stemmen; Noordoostpolder: 2 stemmen; Urk: 1 stem; Zeewolde:1 stem.
Artikel 12 Openbaarheid 1. De vergaderingen van het algemeen bestuur zijn openbaar. De deuren worden gesloten wanneer tenminste twee van de aanwezige leden daarom verzoeken of de voorzitter het nodig oordeelt.
Artikel 8
Werkwijze algemeen bestuur
(…) 5.
De vergaderingen van het algemeen bestuur zijn openbaar. De deuren worden gesloten wanneer tenminste twee van de aanwezige leden daarom verzoeken of de voorzitter het nodig oordeelt.
14
2. In een besloten vergadering kan niet worden beraadslaagd of besloten over:
6.
In een besloten vergadering kan niet worden beraadslaagd of besloten over:
a. het vaststellen of wijzigen van de begroting;
a. het vaststellen of wijzigen van de begroting;
b. het vaststellen van de jaarrekening.
b. het vaststellen van de jaarrekening. Artikel 10
Zienswijze
Anders dan besluiten waarover bij of krachtens de wet de gemeenteraden een zienswijze naar voren kunnen brengen, zijn er, tenzij door het algemeen bestuur anders bepaald, geen besluiten van het algemeen bestuur waarvoor aan de raden vooraf een zienswijze dient te worden gevraagd als bedoeld in artikel 10, vijfde lid, van de Wet gemeenschappelijke regelingen. Toelichting: In een gemeenschappelijke regeling moet worden opgenomen of, en zo ja voor welke door het bestuur te nemen besluiten een zienswijze aan de raden wordt gevraagd. Oogmerk is dat gemeenteraden dan hun opvatting kenbaar kunnen maken voordat een bepaald besluit is genomen. De gewijzigde Wet gemeenschappelijke regelingen schrijft hierin niets voor. De wet bedoelt slechts om een bewuste afweging door de deelnemers in de gemeenschappelijke regeling te bevorderen. Het kan dus ook een bewuste afweging zijn om géén zienswijzen in de gemeenschappelijke regeling op te nemen. Het is hier belangrijk om te benadrukken dat op basis van de Wet publieke gezondheid bij de belangrijkste besluiten en het opstellen van de belangrijkste documenten reeds invloedsmogelijkheden van de raden bestaan. Te weten: -
Begroting: de gemeenteraden hebben de mogelijkheid tot zienswijze op de ontwerpbegroting als bedoeld in artikel 35 van de Wet gemeenschappelijke regelingen.
15
-
Gemeentelijke nota gezondheidsbeleid: op basis van de landelijke nota gezondheidsbeleid stelt de gemeenteraad binnen twee jaar na openbaarmaking van de landelijke nota gezondheidsbeleid, een gemeentelijk nota gezondheidsbeleid vast, waarin de raad in ieder geval aangeeft: •
wat de gemeentelijke doelstellingen zijn ter uitvoering van de in de artikelen 2, 5, 5a en 6 van de Wet publieke gezondheid genoemde taken;
•
welke acties in de bestreken periode worden ondernomen ter realisering van deze doelstellingen;
•
welke resultaten de gemeente in die periode wenst te behalen;
•
hoe het college van burgemeester en wethouders uitvoering geeft aan de in artikel 16 van de Wet publieke gezondheid genoemde verplichting om advies te vragen aan de gemeentelijke gezondheidsdienst voordat besluiten worden genomen die belangrijke gevolgen kunnen hebben voor de publieke gezondheidszorg.
-
Deze mogelijkheden komen naast de reguliere controlerende bevoegdheden van de gemeenteraden naar de burgemeesters en wethouders.
De begroting, de gemeentelijke nota gezondheidsbeleid en de controlerende bevoegdheden van de gemeenteraden definiëren samen de taken van de GGD en bepalen hoe deze taken moeten worden uitgevoerd. Door de invloedsmogelijkheden van de gemeenteraden op deze documenten, wordt de invloed van de gemeenteraden op de GGD en hoe de GGD zijn taken uitvoert geacht reeds voldoende wettelijk te zijn geborgd.
Artikel 11
Participatie
Onverminderd de Gemeentewet en de Wet publieke gezondheid kan, in samenwerking met de gemeente(raden)n, aan ingezetenen en belanghebbenden gelegenheid worden geboden betrokken te worden bij de voorbereiding, de uitvoering en de evaluatie van beleid, overeenkomstig de wijze als beschreven in de participatieverordening
16
van GGD Flevoland.
Toelichting: De Wet gemeenschappelijke regelingen beoogt ingezetenen en belanghebbenden bij de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van beleid van de GGD te betrekken. Het gaat dan om alle fasen van de beleidscyclus, een uitwerking hiervan wordt te gedetailleerd voor de gemeenschappelijke regeling. De GGD heeft een wettelijke opdracht en wettelijke taken die zij voor eenieder op gelijk niveau moet uitvoeren en aanbieden. Hierbij worden reeds, landelijk en lokaal, belanghebbenden en partners betrokken, zoals in de toelichting van artikel 10 besproken. Een formeel systeem waarin burgers en belanghebbenden bij overige besluiten worden betrokken bestaat bij de GGD momenteel niet. Om deze reden is in dit artikel opgenomen dat de GGD burgerparticipatie, of het betrekken van belanghebbenden gebruikt, als dat is voorgeschreven bij of krachtens de wet of wanneer dit door het bestuur van de GGD wordt bepaald. Hiermee is de gemeenschappelijke regeling conform de Wet gemeenschappelijke regelingen en wordt de mogelijkheid opengehouden voor het bestuur om, in specifieke situaties waar dit noodzakelijk wordt geacht, gebruik te maken van burgerparticipatie. Het algemeen bestuur kan verdere verkenning doen naar de mogelijkheden waarop burgerparticipatie een bijdrage kan leveren aan het versterken van de uitvoering van de taken van de GGD.
Het algemeen bestuur kan deze mogelijkheden in een participatieverordening beschrijven. Artikel 13 De werkwijze van het dagelijks bestuur 1. Het dagelijks bestuur vergadert tenminste zesmaal per jaar en verder zo dikwijls als de voorzitter dit nodig oordeelt of tenminste twee leden van het dagelijks bestuur dit schriftelijk verzoeken, onder opgave van de te behandelen onderwerpen, in welk geval de vergadering binnen veertien dagen plaatsvindt.
Artikel 14
Werkwijze dagelijks bestuur
1.
(…)
2.
Het dagelijks bestuur vergadert zo dikwijls als de voorzitter dit nodig oordeelt of ten minste twee leden van het dagelijks bestuur dit schriftelijk verzoeken, onder opgave van de te behandelen onderwerpen, in welk geval de vergadering binnen veertien dagen plaatsvindt
3.
De vergaderingen van het dagelijks bestuur zijn niet openbaar.
2. Artikel 56 van de Gemeentewet is overeenkomstig van toepassing.
17
3. Elk lid heeft in de vergadering van het dagelijks bestuur één stem.
4.
Het dagelijks bestuur kan een of meer leden van het dagelijks bestuur machtigen tot uitoefening van een of meer van zijn bevoegdheden, tenzij de regeling waarop de bevoegdheid steunt zich daartegen verzet. Deze machtiging wordt opgenomen in het in het eerste lid bedoelde reglement van orde.
5.
Artikel 56 van de Gemeentewet is van overeenkomstige toepassing.
4. De stemming in het dagelijks bestuur geschiedt mondeling, tenzij de voorzitter of één der leden verzoekt om schriftelijke stemming. 5. Het dagelijks bestuur stelt een reglement van orde vast voor zijn vergaderingen en andere werkzaamheden.
Artikel 15
Besluitvorming dagelijks bestuur
1.
Elk lid heeft in de vergadering van het dagelijks bestuur één stem.
2.
Het dagelijks bestuur besluit bij meerderheid van stemmen.
3.
De stemming in het dagelijks bestuur geschiedt mondeling, tenzij de voorzitter of één der leden verzoekt om schriftelijke stemming.
Toelichting: Gewijzigd t.b.v eensluidendheid met de overeenkomstige bepalingen van het algemeen bestuur. Artikel 14 Commissies
Artikel 3
Het algemeen bestuur kan commissies van advies en commissies ter behartiging van bepaalde belangen instellen nadat de raden van de gemeenten zijn geïnformeerd en in de gelegenheid zijn gesteld om wensen en bedenkingen ter kennis van het algemeen bestuur te brengen.
1.
(…)
2.
Het algemeen bestuur kan overeenkomstig het bepaalde in de artikelen 24 en 25 van de Wet gemeenschappelijke regelingen commissies instellen nadat de raden van de gemeenten zijn
Bestuursorganen
18
De ambtelijk secretaris, zoals bedoeld in artikel15 van de regeling, heeft in deze commissies een adviserende stem.
geïnformeerd en in de gelegenheid zijn gesteld om wensen en bedenkingen ter kennis van het algemeen bestuur te brengen. De ambtelijk secretaris, genoemd in artikel 19, heeft in deze commissies een adviserende stem.
Toelichting lid 2: Artikel 24 van de Wet gemeenschappelijke regelingen bepaalt dat het algemeen bestuur vaste commissies van advies kan instellen. Dit kunnen ook commissies van advies aan het dagelijks bestuur of aan de voorzitter zijn. In dat geval geschiedt de instelling en de regeling van de bevoegdheden en de samenstelling door het algemeen bestuur maar op voorstel van het dagelijks bestuur, onderscheidenlijk de voorzitter. Naast vaste commissies van advies zijn ook andere commissies van advies aan het dagelijks bestuur of aan de voorzitter mogelijk, deze worden door het dagelijks bestuur onderscheidenlijk de voorzitter ingesteld. Artikel 25 van de Wet gemeenschappelijke regelingen bepaalt dat het algemeen bestuur commissies kan instellen met het oog op de behartiging van bepaalde belangen. Dat kan evenwel alleen als de gemeenschappelijke regeling in deze mogelijkheid voorziet. De Wet gemeenschappelijke regelingen stelt voorwaarden en beperkingen aan het instellen van dergelijke commissies. HOOFDSTUK 7 PERSONEEL EN ORGANISATIE Artikel 15 De directeur Publieke Gezondheid
Artikel 19
Directeur Publieke Gezondheid
1. De dPG wordt benoemd, geschorst en/of ontslagen door het algemeen bestuur in overeenstemming met het algemeen bestuur van de veiligheidsregio.
1.
De DPG wordt benoemd, geschorst en/of ontslagen door het algemeen bestuur in overeenstemming met het algemeen bestuur van de veiligheidsregio.
2. De dPG is belast met de dagelijkse leiding en het beheer van de dienst.
2.
De DPG is belast met de dagelijkse leiding en het beheer van de dienst.
3. De dPG is ambtelijk secretaris van het algemeen en dagelijks bestuur. De artikelen102 tot en met 106van de Gemeentewet zijn van overeenkomstige toepassing.
3.
De DPG is ambtelijk secretaris van het algemeen en dagelijks bestuur. De artikelen 102 tot en met 106 van de Gemeentewet zijn van overeenkomstige toepassing.
19
4. De ambtelijk secretaris woont de vergaderingen bij van het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur en heeft daarin een adviserende stem.
4.
De DPG woont als ambtelijk secretaris de vergaderingen bij van het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur en heeft daarin een adviserende stem.
5. De dPG is bestuurder in de zin van de Wet op de ondernemingsraden.
5.
De DPG is bestuurder in de zin van de Wet op de ondernemingsraden.
Artikel 16 Rechtspositieregeling
Artikel 20
Personeel
1. Het algemeen bestuur stelt de rechtspositieregeling vast voor het personeel ressorterend onder deze gemeenschappelijk regeling
1. Het algemeen bestuur stelt de rechtspositieregeling vast voor het personeel ressorterend onder deze gemeenschappelijk regeling
2. Het dagelijks bestuur is bevoegd om ambtenaren te benoemen, te schorsen en/of te ontslaan met uitzondering van de dPG.
2. Het dagelijks bestuur is bevoegd om met ambtenaren arbeidsovereenkomsten te sluiten, deze te beëindigen en ambtenaren te schorsen, met uitzondering van de DPG.
Toelichting: Gewijzigd na invoering van de Wet normalisering rechtspositie ambtenaren. Artikel 17 Organisatieverordening
Artikel 21
Organisatieverordening
HOOFDSTUK 9 ADMINISTRATIEVE BEPALINGEN Artikel 18 Archief 1. Het dagelijks bestuur draagt zorg voor de archiefbescheiden van de GGD Flevoland conform de Archiefverordening van de gemeente Lelystad.
Artikel 29
Archief
1.
Het dagelijks bestuur draagt zorg voor de archiefbescheiden van GGD Flevoland conform de Archiefverordening van gemeente Lelystad.
2.
De DPG is belast met het beheer van de archiefbescheiden voor zover deze archiefbescheiden niet zijn overgebracht naar de
20
2. De dPG is belast met het beheer van de archiefbescheiden. 3. Bij opheffing van de regeling gaan de archiefbescheiden naar de in de Archiefverordening van de gemeente Lelystad genoemde archiefbewaarplaats.
archiefbewaarplaats van de gemeente Lelystad. 3.
Na opheffing van de gemeenschappelijke regeling worden de onder het eerste lid bedoelde archiefbescheiden met inachtneming van artikel 8 van het Archiefbesluit voor zover mogelijk vervreemd aan de taakopvolger. De overbrenging van de archiefbescheiden in goede, geordende en toegankelijke staat naar de archiefbewaarplaats van de gemeente Lelystad geschiedt als had geen opheffing plaatsgevonden. Als er geen taakopvolger is, geschiedt de genoemde overbrenging direct.
4.
De gemeentearchivaris van gemeente Lelystad oefent de inspectie uit op het beheer van de archiefbescheiden, als bedoeld in artikel 32, lid 2, van de Archiefwet.
4. De gemeentearchivaris van de gemeente Lelystad oefent de inspectie uit op het beheer van de archiefbescheiden, als bedoeld in artikel 32, lid 2, van de Archiefwet.
HOOFDSTUK 8 FINANCIËLE BEPALINGEN Artikel 19 Middelenbeheer 1. Het algemeen bestuur stelt bij of krachtens een verordening regels vast voor het beheer van de geldmiddelen en de boekhouding. 2. Voor de controles op het geldelijk beheer en de boekhouding zijn de artikelen 186tot en met 213 van deGemeentewet van overeenkomstige toepassing.
HOOFDSTUK 8 FINANCIËLE BEPALINGEN Artikel 22
Middelenbeheer
1.
Het algemeen bestuur stelt bij of krachtens een verordening regels vast voor het beheer van de geldmiddelen en de boekhouding.
2.
Voor de controles op het geldelijk beheer en de boekhouding zijn de artikelen 186 tot en met 213 van de Gemeentewet van overeenkomstige toepassing.
Artikel 20 Dienstjaar
Artikel 23
Het dienstjaar loopt van 1 januari tot en met 31 december.
Het dienstjaar loopt van 1 januari tot en met 31 december.
Dienstjaar
21
Artikel 24
Aanwijzing accountant
Het algemeen bestuur wijst, op voorstel van de DPG, een accountant aan die conform het bepaalde in artikel 213 van de Gemeentewet wordt belast met de toetsing van de jaarrekening inclusief de rechtmatigheidsverantwoording van het dagelijks bestuur en het afgeven van een getrouwheidsoordeel aan het algemeen bestuur.
Toelichting: Het algemeen bestuur wijst, op voorstel van de DPG, een accountant aan die conform het bepaalde in artikel 213 derde en vierde lid van de Gemeentewet wordt belast met de toetsing van de jaarrekening inclusief de rechtmatigheidsverantwoording van het dagelijks bestuur en het afgeven van een getrouwheidsoordeel aan het algemeen bestuur. Artikel 21 De begroting 1. Het dagelijks bestuur maakt elk jaar op voorstel van de dPG een ontwerp begroting voor het komend dienstjaar en een meerjarenraming, met een toelichting en specificaties conform de daarvoor geldende wettelijk richtlijnen. 2. Uiterlijk 15 april van het jaar voorafgaande aan dat waarvoor de begroting dient, stuurt het dagelijks bestuur de ontwerpbegroting, de meerjarenraming, een raming van de door elke gemeente verschuldigde inwonersbijdrage alsmede de algemene financiële en beleidsmatige kaders toe aan de raden van de deelnemende gemeenten. 3. De besturen van de gemeenten leggen de ontwerpbegroting voor een ieder ter inzage en stellen deze algemeen verkrijgbaar tegen betaling van de kosten.
Artikel 25
Begroting
1.
Het algemeen bestuur stelt met inachtneming van de artikelen 34 en 35 van de Wet gemeenschappelijke regelingen en het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten de begroting vast in het jaar voorafgaand aan dat waarvoor zij dient.
2.
Het dagelijks bestuur zendt vóór 30 april van het jaar voorafgaande aan dat waarvoor de begroting dient, een raming van de door elke gemeente verschuldigde inwonersbijdrage alsmede de algemene financiële en beleidsmatige kaders aan de raden van de deelnemende gemeenten.
3.
Het dagelijks bestuur zendt de ontwerpbegroting voor het komende kalenderjaar twaalf weken voordat zij aan het algemeen bestuur wordt aangeboden, toe aan de raden van de
22
4. De inwonersbijdragen, bedoeld in lid 2 van dit artikel, voor de activiteiten bedoeldonder artikel 4, lid 4worden vastgesteld op basis van het aantal inwoners per 1 januari van het jaar voorafgaande aan het betreffende dienstjaar, zoals vastgesteld door het Centraal Bureau voor de Statistiek. 5. De toegestane kosten voor plustaken van de gemeenten en die van derden worden bepaaldop grond van de tarieven zoals het algemeen bestuur die heeft vastgesteld in de begroting van het betreffendedienstjaar. 6. De raden van de gemeenten kunnen binnen acht weken na toezending van de ontwerp begroting bij het dagelijks bestuur schriftelijk hun zienswijze over de ontwerpbegroting kenbaar maken. 7. Het dagelijks bestuur voegt deze zienswijzen bij de ontwerpbegroting zoals hij deze aanbiedt aan het algemeen bestuur. Daarna stelt het algemeen bestuur de begroting vast en stelt het dagelijks bestuur de raden in kennis hoe de zienswijzen zijn verwerkt.
deelnemende gemeenten. 4.
De besturen van de gemeenten leggen de ontwerpbegroting voor eenieder ter inzage en stellen deze algemeen verkrijgbaar tegen betaling van de kosten.
5.
De inwonersbijdragen, bedoeld in het tweede lid van dit artikel, voor de activiteiten bedoeld in artikel 5, vierde lid, worden vastgesteld op basis van het aantal inwoners per 1 januari van het jaar voorafgaande aan het betreffende dienstjaar, zoals vastgesteld door het Centraal Bureau voor de Statistiek.
6.
De toegestane kosten voor plustaken van de gemeenten en die van derden worden bepaald op grond van de tarieven zoals het algemeen bestuur die heeft vastgesteld in de begroting van het betreffende dienstjaar.
7.
De raden van de gemeenten kunnen binnen twaalf weken na toezending van de ontwerpbegroting bij het dagelijks bestuur schriftelijk hun zienswijze hierover kenbaar maken.
8.
Het dagelijks bestuur voegt deze zienswijzen bij de ontwerpbegroting, zoals deze aan het algemeen bestuur wordt aangeboden. Het dagelijks bestuur stelt de raden voorafgaande aan het vaststellen van de begroting schriftelijk en gemotiveerd in kennis van zijn oordeel over de zienswijzen, alsmede van de eventuele conclusies die het daaraan verbindt. Daarna stelt het algemeen bestuur de begroting vast.
9.
Het dagelijks bestuur zendt de vastgestelde begroting binnen twee weken na vaststelling, doch in ieder geval vóór 15 september van het jaar voorafgaande aan dat waarvoor de
8. Het dagelijks bestuur zendt de vastgestelde begroting binnen twee weken na vaststelling, doch in ieder geval vóór 1 augustus van het jaar voorafgaande aan dat waarvoor de begroting dient, toe aan gedeputeerde staten. 9. Nadat deze is vastgesteld, zendt het algemeen bestuur zo nodig de begroting aan de raden van de gemeenten, die ter zake bij gedeputeerde staten hun zienswijze naar vorenkunnen brengen. Als deze begroting niet afwijkt van de ontwerpbegroting kan het
23
algemeen bestuur volstaan met een schriftelijke mededeling over dit gegeven.
begroting dient, toe aan gedeputeerde staten. 10.
Nadat deze is vastgesteld, zendt het algemeen bestuur zo nodig de begroting aan de raden van de gemeenten, die ter zake bij gedeputeerde staten hun zienswijze naar voren kunnen brengen. Als deze begroting niet afwijkt van de ontwerpbegroting kan het algemeen bestuur volstaan met een schriftelijkemededeling over dit gegeven.
11.
Indien de raden schriftelijk bij gedeputeerde staten hun zienswijze naar voren hebben gebracht, sturen zij hiervan een afschrift aan het dagelijks bestuur.
12. Op een wijziging van de begroting zijn de bepalingen van dit artikel van overeenkomstige toepassing, voor zover die wijziging leidt tot een verandering van de inwonersbijdragen voor de taken van artikel 4, lid4. Andere begrotingswijzigingen kan het algemeen bestuur vaststellen zonder toepassing van de leden 5en 6.
12.
Als de begroting en de begrotingswijzigingen de goedkeuring behoeven van gedeputeerde staten, moet onder het achtste lid gelezen worden dat de begroting ter goedkeuring aan gedeputeerde staten wordt toegezonden. Artikel 208 van de Gemeentewet is van overeenkomstige toepassing.
13. De gemeenten zorgen ervoor dat de GGD Flevoland altijd over voldoende middelen beschikt om aan al zijn verplichtingen tegenover derden te kunnen voldoen, onder voorwaarde dat het algemeen bestuur tijdig op de hoogte is gesteld van een latent risico in de liquiditeit.
13.
Op een wijziging van de begroting zijn de bepalingen van dit artikel van overeenkomstige toepassing, voor zover die wijziging leidt tot een verandering van de inwonersbijdragen voor de taken van artikel 5, vierde lid. Andere begrotingswijzigingen kan het algemeen bestuur vaststellen zonder toepassing van het zevende en achtste lid.
14.
De gemeenten zorgen ervoor dat GGD Flevoland altijd over voldoende middelen beschikt om aan al zijn verplichtingen tegenover derden te kunnen voldoen, onder voorwaarde dat het algemeen bestuur tijdig op de hoogte is gesteld van een latent risico in de liquiditeit.
15.
Als blijkt dat een gemeente weigert de uitgaven, bedoeld in het
10. Indien de raden schriftelijk bij gedeputeerde staten hun zienswijze naar voren hebben gebracht, sturen zij hiervan een afschrift aan het dagelijks bestuur. 11. Als de begroting en de begrotingswijzigingen de goedkeuring behoeven van gedeputeerde staten, moet onder het zevende lid gelezen worden dat de begroting ter goedkeuring aan gedeputeerde staten wordt toegezonden. Artikel 208 van de Gemeentewet is van overeenkomstige toepassing.
14. Als blijkt dat een gemeente weigert de uitgaven als bedoeld in lid 11 op de begroting te zetten, verzoekt het algemeen bestuur onverwijld aan gedeputeerde staten om over te gaan tot toepassing van de artikelen 194 en 195 van de Gemeentewet.
24
twaalfde lid, op de begroting te zetten, verzoekt het algemeen bestuur onverwijld aan gedeputeerde staten om over te gaan tot toepassing van de artikelen 194 en 195 van de Gemeentewet. Toelichting: De gewijzigde Wet gemeenschappelijke regelingen voorziet in een verruiming van de uiterste termijnen voor de indiening van de kadernota, ontwerpbegroting en begroting in de begrotingscyclus. Per regeling kan gekozen worden voor kortere termijnen, maar niet voor latere data. Het oogmerk is de gemeenteraden een sterkere positie te geven in de begrotingscyclus. De begrotingscyclus van gemeenschappelijke regelingen sluit daardoor beter aan op die van gemeenten, waardoor het voor gemeenteraden makkelijker wordt te overzien wat de gevolgen zijn van uitgaven aan regelingen voor de eigen gemeente. Ook krijgen gemeenteraden langer de tijd om een zienswijze op de conceptbegroting van een regeling te geven en ontvangen zij de kadernota later. -
de kadernota moet voor 30 april naar de gemeenteraden worden gestuurd in plaats van voor 15 april;
-
de ontwerpbegroting moet aan de gemeenteraden worden gezonden 12 weken voordat zij aan het algemeen bestuur wordt aangeboden, dat was voorheen acht weken;
-
de begroting van een regeling moet uiterlijk 15 september naar gedeputeerde staten worden gestuurd in plaats van 1 augustus.
Artikel 22 De jaarrekening
Artikel 26
Jaarrekening
1. Het dagelijks bestuur van de GGD Flevoland zendt vóór 15 april van het jaar voorafgaande aan dat waarvoor de begroting dient, de voorlopige-jaarrekening van het voorgaande boekjaar aan de raden van de deelnemende gemeenten.
1.
Het dagelijks bestuur van GGD Flevoland zendt vóór 30 april van het jaar voorafgaande aan dat waarvoor de begroting dient, de voorlopige jaarrekening van het voorgaande boekjaar aan de raden van de deelnemende gemeenten.
2. De voorlopige jaarrekening bevat de door elke gemeente werkelijk verschuldigde gemeentelijke inwonersbijdrage voor het basistakenpakket.
2.
De voorlopige jaarrekening bevat de door elke gemeente werkelijk verschuldigde gemeentelijke inwonersbijdrage voor het basistakenpakket.
3.
Het algemeen bestuur stelt de jaarrekening en de bestemming van het resultaat vast op of vóór 1 juli en het dagelijks bestuur
25
3. Het algemeen bestuur stelt de jaarrekening en de bestemming van het resultaat vast op of vóór 1 juli en het dagelijks bestuur zendt deze vóór 15 juli aan gedeputeerde staten.
zendt deze binnen twee weken na vaststelling, doch in ieder geval vóór 15 juli van het jaar volgende op het jaar waarop de jaarrekening betrekking heeft, aan gedeputeerde staten.
4. Het dagelijks bestuur stelt de gemeenteraden in kennis van de vaststelling van de jaarrekening.
4.
Het dagelijks bestuur stelt de gemeenteraden in kennis van de vaststelling van de jaarrekening.
5. De vaststelling van de jaarrekening ontlast de leden van het dagelijks bestuur om zich te verantwoorden ten aanzien van het verantwoorde en gevoerde financieel beheer, behoudens later in rechte gebleken onregelmatigheden.
5.
De vaststelling van de jaarrekening ontlast de leden van het dagelijks bestuur van de verantwoording ten aanzien van het verantwoorde en gevoerde financieel beheer, behoudens later in rechte gebleken onregelmatigheden.
6.
Het algemeen bestuur stelt jaarlijks uiterlijk 31 december voorafgaande aan het lopende jaar het normenkader rechtmatigheid vast.
Artikel 23 Bijdragen gemeenten en derden
Artikel 27
Bijdragen gemeenten en derden
Artikel 24 Reservevorming
Artikel 28
Reservevorming
HOOFDSTUK OPHEFFING
9
TOETREDING,
UITTREDING,
WIJZIGING,
HOOFDSTUK 10 TOETREDING, WIJZIGING EN OPHEFFING
UITTREDING,
Artikel 25 Toetreding
Artikel 30 1.
De toetreding van een gemeente behoeft een besluit van het college van die gemeente en de toestemming van de desbetreffende raad. Die toetreding behoeft de toestemming van de colleges en de raden van de deelnemende gemeenten en het algemeen bestuur.
1.
Toetreding en uittreding
Toetreding tot de gemeenschappelijke regeling of uittreding uit de gemeenschappelijke regeling is niet mogelijk, tenzij op grond van artikel 14, eerste lid, van de Wet publieke gezondheid en artikel 8 van de Wet veiligheidsregio’s een algemene maatregel van bestuur noopt tot toetreding of uittreding van een of meer bestuursorganen.
26
2.
Aan de toetreding kan het algemeen bestuur voorwaarden verbinden. Artikel 9 Wet gemeenschappelijke regelingen is daarbij van overeenkomstige toepassing.
3.
Het gemeentebestuur als genoemd in artikel 28 lid 3 geeft van elk bericht van toetreding kennis aan de colleges en de raden van de deelnemende gemeenten en aan Gedeputeerde Staten.
2.
De colleges van de deelnemende gemeenten en die van de toe- of uittredende gemeente(n) regelen in onderling overleg de gevolgen van de toetreding of de uittreding voor het vermogen van de gemeenschappelijke regeling en de deelnemende gemeenten. Daartoe maken zij afspraken over ten minste: personeel, contracten, huisvesting en investeringen. Artikel 1 van de Wet gemeenschappelijke regelingen is van overeenkomstige toepassing.
3.
Indien geen overeenstemming wordt bereikt over de gevolgen van uittreding en daarmee de uittreding zelf, kan op verzoek van elk van de colleges toepassing worden gegeven aan artikel 33 van deze regeling.
Artikel 26 Uittreding 1.
Elk college kan, na toestemming van de raad van haar gemeente, bij besluit de deel name aan deze regeling opzeggen met ingang van twee kalenderjaren na het jaar waarin dit besluit is genomen. Het desbetreffende college brengt een dergelijk besluit terstond ter kennis van het dagelijks bestuur en de uittreding behoeft de toestemming van de colleges en de raden van de deelnemende gemeenten.
2.
Het algemeen bestuur regelt de financiële verplichtingen en de overige gevolgen van de uittreding. Artikel9 Wet gemeenschappelijke regelingen is daarbij van overeenkomstige toepassing.
3.
Als het algemeen bestuur bij meerderheid van tenminste twee derde van het aantal uitgebrachte stemmen daartoe besluit, kan het een kortere termijn toestaan dan dein lid 1 genoemde termijn.
4.
Het gemeentebestuur als genoemd in artikel 28 lid 3 geeft van elk besluit van uittredingkennis aan de colleges en de raden van de deelnemende gemeenten en aan Gedeputeerde Staten.
27
Toelichting: Een besluit tot uittreding wordt niet genomen door de uittredende gemeente zelf maar volgt hetzij uit een wijziging van de indeling in regio’s zoals opgenomen in de bijlage bij de Wet veiligheidsregio's, dan wel uit een gemeentelijke herindeling. Dit betekent dat een verzoek tot uittreding van de uittredende gemeente aan het algemeen bestuur niet aan de orde is. Het gaat om een melding waar het algemeen bestuur kennis van neemt. Een gemeenschappelijke regeling van een gemeentelijke gezondheidsdienst is een regeling van colleges van burgemeester en wethouders, hierdoor zijn alle colleges partij. Zij dienen dus te overleggen over de gevolgen van de uittreding. Kijkend naar artikel 1 van de Wet gemeenschappelijke regelingen lijkt het om redenen van democratische legitimering aantrekkelijk dat alle colleges hun voornemen tot besluitvorming over die gevolgen ter kennis brengen aan de eigen raad en deze om een eventuele zienswijze vragen. Als alle colleges, gedekt door de raden, het eens zijn over de gevolgen van de uittreding is de zaak afgedaan en kan tot afwikkeling worden overgegaan. Wanneer geen overeenstemming kan worden bereikt, doet zich de vraag voor hoe tot besluitvorming kan worden gekomen, om een patstelling te voorkomen. Het algemeen bestuur heeft hierin geen rol waarin hij een knoop door kan hakken.
Bovendien: de uittredende gemeente delft dan altijd het onderspit. Hetzelfde euvel doet zich voor als je de colleges in meerderheid laat beslissen. Om een oplossing te bieden in die gevallen waarin over de toepassing van de gemeenschappelijke regeling een aanhoudend verschil van opvatting bestaat, is in artikel 33 van deze regeling voorzien in een geschillenregeling. Een verschil van mening over de gevolgen van de uittreding is logischerwijs misschien wel aan te merken als een geschil over de toepassing van de gemeenschappelijke regeling in de ruimste zin. Maar om onduidelijkheid te voorkomen wordt dit expliciet genoemd en verwezen naar artikel 33 van deze regeling. Artikel 27 Wijziging en opheffing 1.
De colleges gaan deze regeling aan voor onbepaalde tijd.
2.
Wijziging of opheffing van de regeling vindt plaats bij eensluidende besluiten van de colleges, na toestemming van de desbetreffende raden, van tenminste twee derde van de gemeenten, die samen twee derde van het aantal inwoners van het werkgebied omvatten.
Artikel 35
Duur van de regeling
De colleges gaan deze regeling aan voor onbepaalde tijd.
Artikel 31 1.
Wijziging
Wijziging van de regeling vindt plaats bij eensluidende besluiten van de colleges, na toestemming van de desbetreffende raden,
28
Een voorstel daartoe kan worden gedaan door het algemeen bestuur of door de colleges van ten minste drie gemeenten. 3.
4.
Als een voorstel als bedoeld in het vorige lid uitgaat van colleges, dienen zij dit in bij het algemeen bestuur. Het algemeen bestuur legt het voorstel ter beslissing voor aan de colleges die hun raad om toestemming vragen. Bij opheffing van de regeling stelt het algemeen bestuur, gehoord de colleges ende raden van de deelnemende gemeenten, een procedure vast voor de gevolgen van de opheffing. Deze procedure voorziet in de verplichting van de gemeenten om alle rechten en verplichtingen van de GGD Flevoland te verdelen op een in de procedure nader te bepalen wijze. Artikel 9 van de Wet gemeenschappelijke regelingen is daarbij van overeenkomstige toepassing.
van ten minste twee derde van de gemeenten, die samen twee derde van het aantal inwoners van het werkgebied omvatten. Een voorstel daartoe kan worden gedaan door het algemeen bestuur of door de colleges van ten minste drie gemeenten. 2.
Als een voorstel als bedoeld in het vorige lid uitgaat van colleges, dienen zij dit in bij het algemeen bestuur. Het algemeen bestuur legt het voorstel ter beslissing voor aan de colleges die hun raad omtoestemming vragen.
3.
Het gemeentebestuur, genoemd in artikel 36, eerste lid, geeft van elk besluit van wijziging kennis aan de colleges en de raden van de deelnemende gemeenten en aan gedeputeerde staten.
Artikel 32 5.
De bestuursorganen blijven voortbestaan voor zover dit voor de vereffening van het vermogen nodig is.
6.
Het gemeentebestuur als genoemd in artikel 28 lid 3 geeft van elk besluit van wijziging of opheffingkennis aan de colleges en de raden van de deelnemende gemeenten en aan Gedeputeerde Staten.
Opheffing
1.
Deze gemeenschappelijke regeling kan alleen worden opgeheven indien in plaats hiervan een nieuwe regeling in werking treedt die voldoet aan de eisen uit de Wet publieke gezondheid dan wel als de verplichting tot instandhouding van een gemeenschappelijke regeling uit de Wet publieke gezondheid niet langer bestaat.
2.
Bij opheffing van de regeling stelt het algemeen bestuur, gehoord de colleges en de raden van de deelnemende gemeenten, een liquidatieplan vast voor de gevolgen van de opheffing. Hierbij kan van de bepalingen uit deze gemeenschappelijke regeling worden afgeweken.
3.
Dit liquidatieplan voorziet in de verplichting van de gemeenten om alle rechten en verplichtingen van GGD Flevoland te verdelen op een in het liquidatieplan nader te bepalen wijze. 29
Artikel 9 van de Wet gemeenschappelijke regelingen is daarbij van overeenkomstige toepassing. 4.