Bijlage - 6 Quick scan omgevingsveiligheid.pdf
Tekst van het document
Quick scan omgevingsveiligheid aan:
Sonneborgh Midden B.V.
van:
SAB adviseurs
projectnummer: 240225 datum:
9 maart 2026
betreft:
Woonzorgcomplex aan de Ecu te Dronten
Inleiding In Dronten bestaat het voornemen om een woonzorgcomplex met maximaal 45 woonzorgappartementen voor ouderen waarbij mogelijk sprake is van 24-uurszorg. Ten behoeve van het project dient te worden aangetoond dat de ontwikkeling in overeenstemming is met een ‘evenwichtige toedeling van functies aan locaties’ en dient deze getoetst te worden aan het aspect omgevingsveiligheid. De voorgenomen ontwikkeling voorziet niet in risicovolle activiteiten die van invloed kunnen zijn op het aspect omgevingsveiligheid. Wel wordt er met dit plan een nieuw kwetsbare gebouwen toegevoegd en dient gekeken te worden of dit eventueel van invloed is op nabijgelegen risicovolle activiteiten. Deze memo gaat in op het aspect omgevingsveiligheid met betrekking tot de voorgenomen ontwikkeling. Navolgende afbeelding toont begrenzing van het besluitgebied.
1 / 30
Ligging projectgebied in de directe omgeving (bron: PDOK Viewer).
Wettelijk kader Algemeen In paragraaf 5.1.2.1 van het Bkl zijn de algemene bepalingen met betrekking tot het waarborgen van de veiligheid opgenomen. Hieruit volgt dat in een omgevingsplan voor risico’s van branden, rampen en crises, rekening wordt gehouden met het voorkomen, beperken en bestrijden daarvan, de mogelijkheden voor personen om zich daarbij in veiligheid te brengen en de geneeskundige hulpverlening. De Omgevingswet en het gemoderniseerde omgevingsveiligheidsbeleid bieden ruimte voor het bevoegd gezag om binnen kaders eigen afwegingen te maken over de kwaliteit en bescherming van de fysieke leefomgeving. Centraal hierin staat het doel om een evenwichtige toedeling van functies aan locaties te bewerkstelligen. Het omgevingsveiligheidsbeleid is gericht op de beperking en/of beheersing van de risico's voor de omgeving vanwege gevaarlijke stoffen binnen inrichtingen en het transport van gevaarlijke stoffen over weg, water, spoor of buisleidingen. Het uitgangspunt van het beleid is dat burgers voor de veiligheid van hun omgeving mogen rekenen op een minimaal beschermingsniveau (plaatsgebonden risico). Daarnaast moet de kans op een groot ongeluk met meerdere slachtoffers 2 / 30
(groepsrisico) worden afgewogen en afgewogen bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen binnen het aandachtsgebied van een risicobron.
Gevoelige gebouwen en locaties Paragraaf 5.1.2.1 van het Bkl is onder artikel 5.3 het toepassingsbereik opgenomen. De wetgever maakt in het kader van omgevingsveiligheid onderscheid tussen zogenaamde (beperkt/zeer) kwetsbare gebouwen en (beperkt) kwetsbare locaties. Deze functies zijn opgenomen in Paragraaf 5.1.2.1 van het Bkl is onder artikel 5.3 het toepassingsbereik opgenomen. De wetgever maakt in het kader van omgevingsveiligheid onderscheid tussen zogenaamde (beperkt/zeer) kwetsbare gebouwen en (beperkt) kwetsbare locaties. Deze functies zijn opgenomen in bijlage VI van het Bkl. Op locaties waar zeer kwetsbare gebouwen worden toegelaten in het omgevingsplan, dient de gemeente het brand- en explosieaandachtsgebied aan te wijzen in het omgevingsplan als voorschriftengebied. Binnen deze voorschriften gebieden gelden extra bouwvoorschriften conform het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) artikel 4.90 t/m 4.96. Een woonfunctie voor 24-uurszorg is conform deze bijlage aan te merken als zeer kwetsbaar gebouw. Echter, het betreft hier een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanacitviteit.
Veiligheid rond milieubelastende activiteiten In het Bkl zijn de instructieregels met betrekking tot veiligheid rond opslag, productie, gebruik en vervoer van gevaarlijke stoffen en windturbines vastgelegd. Deze activiteiten zijn terug te vinden in Bijlage VII van het Bkl en zijn hieronder samengevat. Risicovolle activiteiten Bedrijven kunnen risicovolle activiteiten uitvoeren op hun terrein. Deze activiteiten zijn aangewezen in hoofdstuk 3 van het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal). Voorbeelden hiervan zijn koelinstallaties met gevaarlijke stoffen, opslag van gevaarlijke gassen, vloeistoffen of stoffen in verpakking. Het Bal is voor bevoegd gezag het wettelijk kader voor vergunningverlening en overige besluiten voor een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Doel is daarbij te voorkomen dat mens of milieu gevaarlopen door de gevaarlijke stoffen. Aanvullend zijn voor 3 / 30
opslag van vuurwerk, LPG, ontplofbare stoffen voor civiel en militair gebruik, veiligheidsafstanden genoemd die rond minder risicovolle activiteiten moeten worden aangehouden. Transport van gevaarlijke stoffen Buisleiding
Bij het transport van gevaarlijke stoffen door buisleidingen gaat het in de meeste situaties om het transport van gas door hogedruk aardgasleidingen. Andere stoffen, zoals bijvoorbeeld waterstof, zijn in aanzienlijk mindere hoeveelheid verspreid in Nederland. Het voor buisleidingen geldende toetsingskader is opgenomen in het Bkl (artikel 5.18 en 5.19 en bijlage VII D.2). Het brandaandachtsgebied wordt bepaald door de situatie die de grootste afstand geeft tot de 10 kW/m2-contour. Dit is afhankelijk van het type gas, de diameter van de buisleiding en de werkdrug van het gas in de buisleiding. Weg, water en spoor
Het toetsingskader voor de omgeving van de transportassen over weg, water en spoor is vastgelegd in het Bkl (Bijlage VII C). Hierin zijn normen opgenomen en in combinatie met de Regeling Basisnet vormt dit het kader voor de routes die gebruikt mogen worden voor transport van gevaarlijke stoffen door Nederland. Ook zijn de brand- en explosieaandachtsgebieden hierin vastgelegd. Luchtvaart Voor de omgevingsveiligheid van luchthavens is de Wet luchtvaart het toetsingskader. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen militaire luchthavens, Schiphol en overige burgerluchthavens. Voor militaire luchthavens geldt het Besluit militaire luchthavens, voor Schiphol is het Luchthavenindelingsbesluit en het luchthavenverkeersbesluit het geldende toetsingskader en voor overige burgerluchthavens geldt het Besluit Burgerluchthavens. Windturbines De regelgeving voor windturbines is vooralsnog beperkt, in het Bal zijn kaders opgenomen voor het in werking hebben van een windturbine met betrekking tot onderhoud en reparaties, daarnaast is een grenswaarde voor het plaatsgebonden risico opgenomen. Het toetsingskader is in het Bkl (Bijlage VII D.1 en E.1) opgenomen. De afweging van het groepsrisico wordt primair uitgevoerd door middel van het Handboek Risicozonering Windturbines waarin informatie over bijvoorbeeld mastbreuk of afbreken van een turbineblad of gondel is opgenomen. 4 / 30
Risicoaspecten Voor zowel de handelingen met gevaarlijke stoffen bij bedrijven als het transport van gevaarlijke stoffen zijn drie aspecten van belang, het plaatsgebonden risico (PR), aandachtsgebieden en het groepsrisico (GR). Plaatsgebonden Risico (PR) Het plaatsgebonden risico (PR) geeft de kans, op een bepaalde plaats, om te overlijden ten gevolge van een ongeval bij een risicovolle activiteit. De kans heeft betrekking op een fictief persoon die de hele tijd op die plaats aanwezig is. Bij het beoordelen van gevaarlijke locaties wordt uitgegaan van een basisnorm: het risico om te overlijden aan een ongeluk met een gevaarlijke stof mag voor omwonenden niet hoger zijn dan 1 op de miljoen per jaar. Het PR kan op de kaart van het gebied worden weergeven met zogeheten risicocontouren: lijnen die punten verbinden met eenzelfde PR. Navolgende figuur geeft de PR-contouren schematisch weer.
Schematische weergave risicobron met plaatsgebonden risicocontour.
Binnen de 10-6/jaar contour (welke als wettelijk harde norm fungeert) mogen geen nieuwe kwetsbare gebouwen en locaties en zeer kwetsbare gebouwen geprojecteerd worden. Voor beperkt kwetsbare gebouwen en locaties geldt de 106
/jaar contour niet als grenswaarde, maar als een richtwaarde.
Aandachtsgebieden Aandachtsgebieden zijn er voor brand (warmtestraling), explosie (overdruk) en gifwolk (concentratie giftige stoffen in de lucht). Navolgende figuur geeft de aandachtsgebieden en hun reikwijdte schematisch weer.
5 / 30
Schematische weergave aandachtsgebieden en hun reikwijdte.
Afhankelijk van het type activiteit met gevaarlijke stoffen zijn er voor het aandachtsgebied in de regelgeving vaste afstanden aangewezen of zijn deze afstanden te berekenen. De drie aandachtsgebieden worden in de navolgende paragrafen toegelicht. − In een brandaandachtsgebied is de berekende warmtestraling, als gevolg van een brand met gevaarlijke stoffen groter dan of gelijk aan 10 kW/m 2 (Bkl artikel 5.12, lid 1). In de geldende regelgeving zijn er voor het brandaandachtsgebied vaste afstanden vastgesteld of zijn deze afstanden specifiek te berekenen. − In het explosieaandachtsgebied is de berekende overdruk, als gevolg van een explosie van gevaarlijke stoffen, gelijk aan of hoger dan 10 kPa (0,1 bar). In de geldende regelgeving zijn er voor het explosieaandachtsgebied vaste afstanden vastgesteld of zijn deze afstanden specifiek te berekenen. − Een gifwolkaandachtsgebied is het gebied waarbinnen de concentratie giftige stoffen binnenshuis groter is dan de Levensbedreigende Waarde bij 30 minuten blootstelling (LBW3). Bij ruimtelijke ontwikkelingen, niet zijnde vergunningen ten behoeve van milieubelastende activiteiten, geldt een beleidsmatige afkapgrens
6 / 30
van 1,5 kilometer. Binnen dit gebied dient rekening gehouden te worden met het groepsrisico als gevolg van een gifwolk (Bkl artikel 5.12, lid 4). Voorschriftengebieden Op basis van artikel 5.14 Bkl besluit de gemeente of een (deel van het) brand- of explosieaandachtsgebied in het omgevingsplan wordt aangewezen als brand- of explosievoorschriftengebied. Binnen voorschriftengebieden gelden aanvullende brand- of explosiewerende bouweisen (of daaraan gelijkwaardige maatregelen) voor nieuw te bouwen (zeer kwetsbare) gebouwen. Dit geldt ook wanneer het aandachtsgebied in een risicogebied ligt. De aanvullende bouweisen die toegepast moeten worden bij nieuwbouw binnen het voorschriftengebied zijn opgenomen in de artikelen 4.90 tot en met 4.96 van het Bbl. Voor gifwolken gelden generieke eisen die onafhankelijk van een aandachtsgebied voor nieuw te bouwen gebouwen. Groepsrisico (GR) In artikel 5.15 van het Bkl zijn de instructieregels voor externe veiligheidsrisico’s binnen aandachtsgebieden opgenomen. Dit betreft het groepsrisico.
In een omgevingsplan wordt voor beperkt kwetsbare, kwetsbare en zeer kwetsbare gebouwen en beperkt kwetsbare en kwetsbare locaties binnen een brandaandachtsgebied, een explosieaandachtsgebied en een gifwolkaandachtsgebied rekening gehouden met de kans op het overlijden van een groep van tien of meer personen per jaar als rechtstreeks gevolg van een ongewoon voorval veroorzaakt door een activiteit. Hieraan wordt in ieder geval voldaan als binnen een aandachtsgebied geen (beperkt/zeer) kwetsbare gebouwen of (beperkt) kwetsbare locaties worden toegelaten of waar deze wel worden toegelaten binnen een aandachtsgebied er maatregelen zijn getroffen ter bescherming van personen in die gebouwen en op die locaties of dat het aantal doorgaans aanwezige personen of de tijd dat die aanwezig zijn in die gebouwen en op die locaties beperkt is. Risicogebied externe veiligheid Artikelen 5.16 en 5.17 van het Bkl bieden de mogelijkheid om in een omgevingsplan een risicogebied externe veiligheid aan te wijzen rondom een chemisch cluster. Daardoor wordt het gehele chemisch cluster benaderd alsof het één risicovolle activiteit is met ook één PR 10-6-contour. De PR 10-6-contour is hierbij gelegen op de begrenzing van het risicogebied.
7 / 30
Afweging inrichting fysieke leefomgeving Uit het eerste lid van artikel 5.15 Bkl volgt dat in een omgevingsplan voor (beperkt/zeer) kwetsbare gebouwen en (beperkt) kwetsbare locatie binnen een brand-, explosie- of gifwolkaandachtsgebied ‘rekening moet worden gehouden met’ de kans op overlijden van een groep van 10 of meer personen per jaar als een rechtstreeks gevolg van een ongewoon voorval veroorzaakt door een activiteit met externe veiligheidsrisico’s. Bevoegd gezag kan de volgende stappen nemen om het groepsrisico te verantwoorden: 1. Afstand houden van het aandachtsgebied. Nieuwe bebouwing en locaties worden niet binnen een aandachtsgebied van bestaande of beoogde risicovolle activiteiten toegestaan. Indien hiervoor wordt gekozen zijn geen verdere beschermingsmaatregelen noodzakelijk. 2. Waarderen van bestaande bescherming. Het uitgangspunt van het Bkl is dat de basisvoorzieningen op orde zijn. Voorbeelden hiervan zijn veiligheidsnormen voor infrastructuur, materiaal en organisatie, het plaatsgebonden risico en de organisatie van hulpdiensten en risicocommunicatie. 3. Overwegen van aanvullende maatregelen. De volgende aanvullende maatregelen kunnen worden overwogen: afstand houden binnen het aandachtsgebied, aanvullende risicocommunicatie, beperken personendichtheden, vlucht- en schuilmogelijkheden, omgevingsmaatregelen en aanvullende bouwmaatregelen.
8 / 30
Aanwijzen onderzoeksgebied Uitgaande van de voorgaande wettelijke kaders is de beleidsmatige afkapgrens van 1,5 kilometer voor het gifwolkaandachtsgebied van stationaire risicobronnen bij ruimtelijke ontwikkelingen de maximale zone waarbinnen risicobronnen dienen te worden meegenomen in de omgeving van een ontwikkellocatie. In dit onderzoek wordt derhalve stilgestaan bij alle risicobronnen in een straal van 1,5 kilometer vanaf de ontwikkellocatie. De navolgende afbeelding bevat een fragment van de digitale risicokaart. De globale ligging van de ontwikkellocatie is globaal groen aangeduid, de 1,5 kilometer grens is in donkerblauw aangeduid. De afstand is gemeten vanuit het centrum van de ontwikkellocatie.
[11]
[4]
[6]
[2] [3],[10] [1]
[5]
[7]
[8] Ontwikkellocatie [9]
Uitsnede digitale risicokaart met aanduiding ontwikkellocatie (blauwe cirkel) bron: Atlas Leefomgeving
9 / 30
[1]
Transportroute risicovolle stoffen, spoorroute 40 (Zwolle-Weesp);
[2]
Hogedruk aardgastransportleiding A-570-01;
[3]
Risicovolle activiteit, gas regel- en meetstation;
[4]
Risicovolle activiteit, SEVESO Broekhof vuurwerk;
[5]
Risicovolle activiteit, LPG-tankstation BP station De Noord;
[6]
Risicovolle activiteit, LPG-tankstation Supertank (De Noord);
[7]
Risicovolle activiteit, opslagtank propaan/propeen, FlevoTrade Grading & Packaging;
[8]
Risicovolle activiteit, opslagtank propaan/propeen, Bol Handelsonderneming;
[9]
Risicovolle activiteit, LPG-tankstation Avenu Volkswagen
[10]
Hogedruk aardgastransportleiding A-570-05;
[11]
transportroute risicovolle stoffen, provinciale weg N307.
Risicovolle inrichtingen In de omgeving van het project zijn verschillende locaties waar risicovolle activiteiten plaatsvinden aanwezig. Navolgende tabel geeft de kenmerken weer. Risicovolle inrichtingen op basis van de risicokaart
Inrichting
Installatie
Plaatsgebonden
Aandachtsgebied
risico PR10-6
Afstand tot dichtstbijzijnd punt ontwikkellocatie
[3] Gas regel- en
Opslagtanks Propaan
geen
geen
± 35 meter
60 m (brand)
meetstation [5] BP station De
Vulpunt
Noord
400 meter
160 m (explosie) LPG-reservoir
± 25 meter
60 m (brand)
745 meter
160 m (explosie) LPG-afleverinstallatie
± 15 meter
n.v.t.
[4] Broekhof
Opslagtanks
± 20 meter
Eigen inrichting
vuurwerk
onbekende stof
[6] Supertank (De
Vulpunt
± 35 meter
60 m (brand)
Noord)
160 m (explosie)
10 / 30
545 meter
960 meter
Inrichting
Installatie
Plaatsgebonden
Aandachtsgebied
risico PR10-6
Afstand tot dichtstbijzijnd punt ontwikkellocatie
LPG-reservoir
± 25 meter
60 m (brand) 160 m (explosie)
[7] FlevoTrade
LPG-afleverinstallatie
± 15 meter
n.v.t.
Propaan/propeentank
n.v.t.
20 m (brand)
Grading & Packaging [8] Bol
30 m (explosie) Propaan/propeentank
n.v.t.
Handelsonderneming
20 m (brand)
1.200 meter
600 meter
50 m (explosie)
Tevens is op de risicokaart Avenu Volkswagen aangegeven voor het tanken van LPG. Echter, er zijn geen bronnen, plaatsgebonden risicocontour of aandachtsgebieden aanwezig. Ook als hier in de toekomst wel een LPG-tankstation komt te liggen, bevindt de ontwikkellocatie zich op 810 meter van Avenu Volkswagen. Daarmee ligt de ontwikkellocatie ruim buiten een eventueel explosieaandachtsgebied van een LPG-tankstation Deze risicobron vormt daarmee geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling. De analyse laat zien dat ontwikkellocatie kennelijk buiten het plaatsgebonden risico en aandachtsgebied ligt van alle omliggende risicovolle inrichtingen. Nadere beschouwing ten aanzien van deze risicocategorie is derhalve niet benodigd. Buisleidingen In de nabijheid van de ontwikkellocatie bevindt zich één buisleiding. Navolgende tabel geeft de kenmerken van deze buisleiding weer.
11 / 30
Hogedruk aardgastransportleidingen Gasleiding
Uitwendige
Werkdruk
diameter
Brandaandachtsgebied
Ontwikkellocatie binnen
1%-letaliteitszone
aandachtsgebied
[2] A-570-01
12,96 inch
66,20 bar
170 meter
270 meter
[10] A-570-
4,48 inch
66,20 bar
60 meter
370 meter
05
Geconcludeerd wordt dat de beschouwde buisleiding geen overlap kent met de ontwikkellocatie. Derhalve vormt dit type risicobron geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling. Vaarroutes Er zijn geen vaarroutes bekend in de omgeving van de ontwikkellocatie. Nadere beschouwing is niet benodigd. Van belemmering is er geen sprake. Transport over spoor Op circa 80 meter van het besluitgebied ligt spoorroute 40 (Zwolle Weesp) waarover mogelijk transport van gevaarlijke stoffen plaatsvindt. Uit raadpleging van Basisnet spoor, de jaarcijfers van ProRail en Atlastleefomgeving blijkt dat er gevaarlijke stoffen over route 40 worden getransporteerd. Aandachtsgebied per stofcategorie voor de modaliteit spoor (bron: Rekenvoorschrift Omgevingsveiligheid: Module III).
Stofcategorie
Aandachtsgebied (meter)
Ontwikkellocatie binnen aandachtsgebied (ca. 80m)
A
30 (brand), 200 (explosie)
Ja
B2
300 (gifwolk)
Ja
B3
300 (gifwolk)
Ja
C3
30 (brand)
Nee
D3
30 (brand), 300 (gifwolk)
Ja
D4
300 (gifwolk)
Ja
12 / 30
Uit bovenstaande verkenning van transportroute 40 blijkt dat de ontwikkellocatie in het explosie- en gifwolkaandachtsgebied ligt van het relevante spoor. Er wordt een afweging van het groepsrisico en de inrichting van de fysieke leefomgeving opgesteld. Transport over weg Aan de hand van de Regeling Basisnet Weg en de risicokaart zijn de omliggende wegen verkend. Hierbij zijn tevens de Lijst wegvakken datatellingen & basisnet (2018/07) en de Module III van het Rekenvoorschrift Omgevingsveiligheid (zie navolgende tabel) gebruikt om aan de hand van de aanwezige stofcategorieën te kunnen bepalen wat het aandachtsgebied van iedere weg is. Aandachtsgebied per stofcategorie voor de modaliteit weg (bron: Rekenvoorschrift Omgevingsveiligheid: Module III).
Stofcategorie
Aandachtsgebied (meter)
LF1
30 (brand)
LF2
30 (brand)
LT1
30 (brand), 300 (gifwolk)
LT2
30 (brand),300 (gifwolk)
LT3
300 (gifwolk)
LT4
n.v.t.
GF1
30 (brand)
GF2
30 (brand), 200 (explosie)
GF3
30 (brand), 200 (explosie)
GT2
300 (gifwolk)
GT3
300 (gifwolk)
GT4
300 (gifwolk)
GT5
300 (gifwolk)
Volgens de quick scan externe veiligheid provinciale weg N3071 (Dronterringweg) vindt er transport van gevaarlijke stoffen over weg plaats op de N307. 1
Anteagroup (2015), Quickscan externe veiligheid N307 Passage Dronten, 265270, 23 januari 2015
13 / 30
Volgens de quickscan worden de volgende stofcategorieën over dit wegvak vervoerd: Aanwezige
Aandachtsgebied (meter)
stofcategorieën
Ontwikkeling binnen aandachtsgebied (ca. 960m)
LF1
30 (brand)
Nee
LF2
30 (brand)
Nee
GF3
30 (brand), 200 (explosie)
Nee
Geconcludeerd wordt de ontwikkellocatie ruim buiten de brand- en explosie- en gifwolkaandachtsgebied ligt. Daarmee is nadere beschouwing van dit type risicobron niet noodzakelijk. Luchtvaart In de nabijheid van de ontwikkellocatie bevindt zich geen relevante luchthaven. Een nader onderzoek is derhalve niet noodzakelijk. Windturbines In de nabijheid van de ontwikkellocatie bevindt zich geen relevante windturbine. Een nader onderzoek is derhalve niet noodzakelijk.
14 / 30
Samenvatting risicoanalyse In voorliggend rapportdeel worden de potentiële risicobronnen beschouwd voor wat betreft het aspect omgevingsveiligheid. Uit de inventarisatie van nabije risicobronnen blijkt het volgende: − De ontwikkellocatie bevindt zich niet binnen een PR 10 -6-contour of het brand/explosie/gifwolkaandachtsgebied van risicovolle activiteiten, buisleidingen, watertrajecten, wegvakken, luchtvaart en windturbines; − De ontwikkellocatie bevindt zich in het explosie- en gifwolkaandachtsgebied van spoorroute 40 (Zwolle-Weesp). Hierbinnen moet conform Besluit kwaliteit leefomgeving artikel 5.15 rekening worden gehouden met de kans op het overlijden van een groep van tien of meer personen per jaar als rechtstreeks gevolg van een ongewoon voorval veroorzaakt door een activiteit; De navolgende hoofdstukken voorzien in de afweging van de activiteiten in de fysieke leefomgeving wat het wegvak betreft.
15 / 30
Fysieke leefomgeving en groepsrisico In Dronten bestaat het voornemen om een wooncomplex met beperkte zorgfunctie te realiseren. De beoogde ontwikkeling is toegelicht en in het kader van omgevingsveiligheid onderzocht. Er kan worden volstaan met een afweging van de inrichting van de fysieke leefomgeving en het groepsrisico. Deze afweging dient gelezen te worden in combinatie met de vigerende veiligheidsplannen van de gemeente Dronten en de daarin gemaakte keuzes.
Wettelijk kader Algemeen Onder artikel 5.1 van het Bkl zijn de instructieregels met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties met betrekking tot het waarborgen van de veiligheid opgenomen: 1. In een omgevingsplan wordt voor risico’s van branden, rampen en crises rekening gehouden met het belang van: a. het voorkomen, beperken en bestrijden daarvan; en b. de mogelijkheden voor personen om zich daarbij in veiligheid te brengen; en c. de geneeskundige hulpverlening. Aandachtsgebieden en brand- en explosievoorschriftengebieden 1. Een brandvoorschriftengebied en een explosievoorschriftengebied zijn de locaties: a. die in een omgevingsplan kunnen worden aangewezen als op die locaties een brandaandachtsgebied, respectievelijk een explosieaandachtsgebied is toegelaten; en b. waar voor een bouwwerk de eis van artikel 4.90, eerste lid, van het Besluit bouwwerken leefomgeving geldt. 2. In een omgevingsplan wordt: a. een brandaandachtsgebied aangewezen als brandvoorschriftengebied; en b. een explosieaandachtsgebied aangewezen als explosievoorschriftengebied. 3. In afwijking van het tweede lid kan in een omgevingsplan worden afgezien van aanwijzing van een brand- of explosievoorschriftengebied of kan een kleiner brand- of explosievoorschriftengebied worden aangewezen. Dit 16 / 30
geldt niet voor een locatie in een brand- of een explosieaandachtsgebied waar een zeer kwetsbaar gebouw is toegelaten. 4. In een omgevingsplan wordt de geometrische begrenzing vastgelegd van een brandvoorschriftengebied en van een explosievoorschriftengebied. 5. Het tweede lid, aanhef en onder a, derde en vierde lid zijn niet van toepassing als het gaat om een activiteit als bedoeld in bijlage VII, onder C, waarvoor een locatie bij ministeriële regeling als brandvoorschriftengebied is aangewezen. Aandachtsgebieden voor externe veiligheidsrisico’s: groepsrisico 1. In een omgevingsplan wordt voor beperkt kwetsbare, kwetsbare en zeer kwetsbare gebouwen en beperkt kwetsbare en kwetsbare locaties binnen een brandaandachtsgebied, een explosieaandachtsgebied en een gifwolkaandachtsgebied rekening gehouden met de kans op het overlijden van een groep van tien of meer personen per jaar als rechtstreeks gevolg van een ongewoon voorval veroorzaakt door een activiteit. 2. Aan het eerste lid wordt in ieder geval voldaan als een omgevingsplan binnen een aandachtsgebied: a. geen beperkt kwetsbare, kwetsbare en zeer kwetsbare gebouwen en beperkt kwetsbare en kwetsbare locaties toelaat; of b. waar het omgevingsplan beperkt kwetsbare, kwetsbare en zeer kwetsbare gebouwen en beperkt kwetsbare en kwetsbare locaties toelaat, waarborgt: 1°.
dat maatregelen zijn getroffen ter bescherming van personen in die gebouwen en op die locaties; of 2°. dat het aantal doorgaans aanwezige personen of de tijd dat die aanwezig zijn in die gebouwen en op die locaties beperkt is.
Scenario’s In het navolgende worden de calamiteitenscenario’s beschreven die, gezien de afstand tot de ontwikkellocatie het meest relevant zijn. Overige scenario’s kunnen voor transport van gevaarlijke stoffen eveneens van belang zijn, maar zijn slechts in mindere mate relevant voor de beoogde ontwikkeling.
17 / 30
Warme BLEVE Een warme BLEVE wordt veroorzaakt doordat een aanwezige brand de druk in de ketel doet oplopen. Hierdoor verzwakt en bezwijkt de ketel. LPG komt vrij en ontsteekt. Er ontstaat een vuurbal en een drukgolf.
Scenario warme BLEVE (Bron: https://scenarioboeken.nipv.nl/)
Koude BLEVE Een koude BLEVE wordt veroorzaakt door een externe beschadiging, bijvoorbeeld een botsing. Hierdoor scheurt de ketel open. LPG komt vrij en ontsteekt direct. Er ontstaat een vuurbal en een drukgolf.
Scenario koude BLEVE (Bron: https://scenarioboeken.nipv.nl/)
18 / 30
Giftige wolk Door een ongeval op het spoor breekt bij een ketelwagen gevuld met giftig gas de aansluiting van de afsluiter af. Er ontstaat een gat waardoor in korte tijd een groot deel van de stof vrijkomt. Alle vrijgekomen stof verdampt direct en er ontstaat een giftige wolk die zich snel met de wind mee verspreidt.
Scenario giftige wolk (Bron: https://scenarioboeken.nipv.nl/)
Aandachtsgebieden en brand- en explosievoorschriftengebied Ten aanzien van het explosieaandachtsgebied is het conform artikel 5.14 lid 3 van het Bkl verplicht om hier een explosievoorschriftengebied aan te wijzen. Het gaat hier om een zorgfunctie met bedgebied en minder zelfredzame aanwezigen. Er is sprake vaneen woonfunctie met 24-uurszorg. In dit geval wordt in ieder geval aangeraden om de gevel parallel aan het spoor uit te voeren met scherfvrij glas. Dit scherfvrij glas voldoet aan de eisen van artikel 4.96 Bbl: in een explosievoorschriftengebied gelegen beglazing is zodanig dat bij een explosie letsel door scherfwerking wordt voorkomen. Ook dienen er voldoende (nood)uitgangen van de risicobron af te zijn. Gifwolkaandachtsgebieden kunnen niet worden aangewezen als voorschriftengebied en hiervoor gelden dan ook geen aanvullende bouweisen. Voor gifwolken gelden generieke eisen die onafhankelijk van een aandachtsgebied voor nieuw te bouwen gebouwen gelden.
19 / 30
Afstand houden van het aandachtsgebied Bescherming bieden is het best te realiseren door, waar het mogelijk is, gebouwen en locaties waar mensen zich kunnen bevinden buiten aandachtsgebieden te plaatsen en door rekening te houden met onderlinge beïnvloeding of dominoeffecten als gevolg van het plaatsen van activiteiten in elkaars aandachtsgebieden. Gezien de ontwikkellocatie en aangelegen perceel volledig binnen het explosie- en gifwolkaandachtsgebied liggen, is afstand houden tot het aandachtsgebied niet mogelijk. Waarderen al bestaande bescherming De bestuurlijke afwegingen in het kader van artikel 5.15 Bkl maken altijd onderdeel uit van het bredere perspectief van de Omgevingswet en het Bkl. Het spoor ligt op een verhoogd talud, er zijn geen schermen of andere vormen van afscherming aanwezig. Ook andere vormen van bescherming zijn, voor zover bekend, niet aanwezig. Overwegen aanvullende bescherming Het bevoegde gezag heeft binnen het stelsel van de Omgevingswet diverse maatregelen tot haar beschikking om mensen te beschermen die binnen aandachtsgebieden verblijven. Deze zogenoemde gereedschapskist kan worden gebruikt om te komen tot een combinatie van maatregelen die zorgen dat de veiligheid voldoende is gewaarborgd en milieu en gezondheid voldoende zijn beschermd.
De gereedschapskist bestaat uit de volgende maatregelen: • afstand houden tot de risicobron binnen het aandachtsgebied; • aanvullende risicocommunicatie; • beperken personendichtheden in de omgeving van de risicobron; • vlucht- en schuilmogelijkheden; • omgevingsmaatregelen; • aanvullende bouwmaatregelen. Afstand houden binnen het aandachtsgebied Er zou meer afstand gehouden kunnen worden van het spoor door het gebouw te draaien. Echter, het beoogde perceel laat dit momenteel niet toe. Bovendien zal het oppervlak dat dan parallel aan het spoor ligt toenemen waardoor deze maatregel mogelijk een averechts effect heeft.
20 / 30
Aanvullende risicocommunicatie Bij een calamiteit, waarbij toxische stoffen (kunnen) vrijkomen en/of er een explosie plaatsvindt, is het belangrijk dat de aanwezigen in het besluitgebied worden geïnformeerd hoe te handelen bij dat incident. Hiervoor wordt gebruik gemaakt van de zogenaamde waarschuwings- en alarmeringspalen (WAS-palen) of NL-alert. De standaard risicocommunicatie (artikel 46 Wet veiligheidsregio's) biedt mensen in een aandachtsgebied onvoldoende bescherming tegen de gevaren van gifwolk. Daarom is het nodig dat binnen aandachtsgebieden aanvullende risico- en crisiscommunicatie wordt georganiseerd. Er moet daarbij zowel aandacht zijn voor communicatie voorafgaand aan een mogelijk ongeval (risicocommunicatie), alsook voor communicatie tijdens een ongeval (crisiscommunicatie). In de verdere planinvulling wordt dit geborgd. Beperken personendichtheden Het is verstandig om ruimtes waar veel mensen samenkomen zoveel mogelijk aan de zuidzijde van het gebouw te realiseren. Zo zullen er minder mensen blootgesteld worden aan de risico’s van een ongeval waarbij een explosie of gifwolk optreedt. Desondanks zal dit niet het risico volledig wegnemen aangezien de ontwikkellocatie volledig binnen het aandachtsgebied ligt.
Zelfredzaamheid Zelfredzaamheid is het zichzelf kunnen onttrekken aan een dreigend gevaar, zonder daadwerkelijke hulp van hulpverleningsdiensten. De mogelijkheden voor zelfredzaamheid bestaan globaal uit schuilen en ontvluchting. Het zelfredzame vermogen van personen in de buurt van een risicovolle bron is een belangrijke voorwaarde om grote effecten bij een incident te voorkomen. Navolgende figuren geven het handelingsperspectief weer bij de maatgevende scenario’s.
21 / 30
Handelingsperspectief giftige wolk (Bron: https://scenarioboeken.nipv.nl/)
Handelingsperspectief BLEVE (Bron: https://scenarioboeken.nipv.nl/)
Vlucht- en schuilmogelijkheden Vanwege de ligging van de beoogde ontwikkeling binnen het gifwolk- en brandaandachtsgebied worden in het navolgende de factor die de zelfredzaamheid beïnvloeden besproken. Het betreffen de mogelijkheden tot schuilen, vluchten en het zelfredzame vermogen van de aanwezigen binnen het besluitgebied. Bij schuilen is er een onderscheid tussen schuilen op een langdurig veilige plaats (safe haven) of het snel kunnen schuilen/dekking zoeken op een tijdelijke veilige plaats (shelter in place). Schuilen Bij het genoemde toxische incidentscenario is het advies om te schuilen in een gebouw en de ramen, deuren en ventilatieopeningen te sluiten. Hiertoe dient het 22 / 30
ventilatiesysteem handmatig uit te schakelen en af te sluiten te zijn. Schuilen binnen de afgesloten bebouwing zal in beginsel de beste manier zijn om de calamiteit te overleven. Schuilen binnen de locatie is mogelijk binnen de nieuwbouw, zeker gezien het feit dat de bebouwing als gevolg van de hedendaagse energieprestatie-eisen goed geïsoleerd is en derhalve voldoet aan de nodige veiligheidseisen. Bovendien bestaat er tegen calamiteiten zoals een gifwolk basisbescherming vanuit het Bbl. Ten aanzien van het explosiescenario is schuilen niet het beste handelingsperspectief. Dit komt door het risico op (secundaire) branden of instortingsgevaar.
Vluchten Bij vluchten is er een onderscheid tussen vluchten, ontruimen en evacueren. In alle gevallen is van belang dat er voldoende, bereikbare vluchtwegen zijn om er gebruik van te kunnen maken. Onder deze begrippen wordt het volgende verstaan: • Vluchten: aanwezige mensen kunnen op eigen initiatief een veilige plek bereiken; die veilige plek kan ook een schuilplaats zijn in het getroffen (aandachts)gebied. Dit advies is ook van toepassing op het brandbare scenario. • Ontruimen: aanwezige mensen verlaten (zelfstandig) het gebied via veilige vluchtwegen na een advies van de parate diensten (vaak brandweer of politie). • Evacueren: aanwezige mensen verlaten (al dan niet gedwongen en meestal onder begeleiding) het gebied via veilige vluchtwegen op last van de overheid. Mocht vluchten noodzakelijk zijn, dan is het besluitgebied naar meerdere zijden te ontvluchten. Momenteel zijn er nog geen (vlucht)wegen aanwezig die direct van de risicobron wegleiden. Mogelijk dat er ruimte is om in zuidelijke richting langs het volkstuincomplex vluchtroutes te realiseren. Dit dient met het bevoegd gezag te worden afgestemd. Aangezien de beoogde bewoners mogelijk minder goed ter been zijn dienen vluchtroutes daarop te worden ingericht en dienen er ook voldoende (nood)uitgangen aan de zuidzijde van het gebouw te zijn.
23 / 30
Globaal advies zelfredzaamheid Bij de ingebruikname dient een ontruimingsplan, afgestemd op de bewoners en interne organisatie, te zijn opgesteld. Hierin dient ook een hoofdstuk te worden opgenomen voor een calamiteit van buitenaf (incident op het spoor). Advies is om het ontruimingsplan met de brandweer af te stemmen. De genoemde maatregelen dienen in de omgevingsvergunning te worden geborgd. Omgevingsmaatregelen Het realiseren van vlucht- en of schuilmogelijkheden kan onder meer door omgevingsmaatregelen. Het afschermen van het spoor om het effect van een explosie te beperken wordt niet haalbaar geacht vanwege de ligging op het talud, de beperkte ruimte die beschikbaar is daarop en de financiële gevolgen die dit heeft voor een ontwikkeling van beperkte grootte. Bovendien kunnen brokstukken van afscherming juist ook een risico vormen wanneer dit niet juist is vormgegeven. Ten aanzien van het gifwolkscenario zijn afschermende maatregelen niet mogelijk. Wel is het van belang om geen doodlopende wegen te realiseren die als vluchtroute fungeren en moeten alle wegen voldoen aan de vereisten om de bereikbaarheid voor de hulpdiensten te borgen. Aanvullende bouweisen Zoals gezegd wordt het noodzakelijk geacht om een voorschriftengebied aan te wijzen voor het explosieaandachtsgebied. Hier wordt scherfvrijglas geadviseerd.
Dit scherfvrij glas voldoet aan de eisen van artikel 4.96 Bbl: in een explosievoorschriftengebied gelegen beglazing is zodanig dat bij een explosie letsel door scherfwerking wordt voorkomen.
Beheersbaarheid/ bestrijdbaarheid Allereerst is het voor de bestrijdbaarheid van een ramp of zwaar ongeval van belang om de aanrijdtijden van de brandweer voor het besluitgebied te inventariseren. Vanuit de brandweerkazerne Dronten is de locatie binnen 3 minuten te bereiken, vanuit brandweerkazerne Swifterbant binnen 10 minuten. Geconcludeerd wordt dat het besluitgebied en diens directe omgeving goed bereikbaar is voor de brandweer. Echter, gezien de ligging van brandweerkazerne Dronten op korte afstand van het spoor en aan de andere zijde van het spoor is het mogelijk dat de aanrijdtijd bij een calamiteit langer is door directe effecten daarvan op de kazerne.
24 / 30
Het is wel benodigd om artikelen 22.14 en 22.15 van het omgevingsplan na te leven over opstelplaatsen en bereikbaarheid voor de brandweer. Eventuele slagbomen of paaltjes dienen snel te kunnen worden geopend (al dan niet automatisch door de brandweer). Bij een calamiteit, waarbij toxische stoffen (kunnen) vrijkomen, zal de brandweer inzetten op het beperken of voorkomen van effecten. Deze inzet zal voornamelijk plaatsvinden bij de bron, door te proberen de toxische wolk neer te slaan. De brandweer richt zich dan niet direct op het bestrijden van effecten in of nabij het besluitgebied. De mogelijkheden voor bestrijdbaarheid bij het toxische scenario worden daarom niet verder in beschouwing genomen. Voor een calamiteit waarbij een explosie plaatsvindt, zal eveneens de inzet voornamelijk bij de bron plaatsvinden.
Verloop bij grootschalig brandweer optreden (Bron: https://scenarioboeken.nipv.nl/)
Bluswatervoorzieningen Wel is het van belang dat zich in het besluitgebied voldoende bluswatervoorzieningen bevinden. Ten tijde van de projectinvulling moet contact worden opgenomen met de veiligheidsregio om dit te waarborgen. Momenteel is het onbekend of er bluswatervoorzieningen aanwezig zijn. Artikel 22.13 van het tijdelijk omgevingsplan schrijft voor welke eisen gekoppeld zijn aan blusvoorzieningen. Bedrijfshulpverleners De realisatie van een woonzorginstelling betekent dat er voldoende opgeleide bhv’ers aanwezig moeten zijn die (zeer kwetsbare) mensen helpen bij een
25 / 30
calamiteit. De risicoscenario’s, handelingsperspectief en vluchtroutes regelmatig moeten worden gecommuniceerd en geoefend.
Conclusie Uit de risicoanalyse blijkt dat de ontwikkellocatie binnen het explosie- en gifwolkaandachtsgebied van spoorroute 40 ligt. Aangezien de ontwikkeling een zeer kwetsbaar gebouw betreft met mogelijk minder zelfredzame aanwezigen dient het besluitgebied te worden aangewezen als explosievoorschriftengebied. Hierbinnen gelden bouwkundige voorschriften ter bescherming van de veiligheid van aanwezigen conform artikel 4.96 of gelijkwaardige maatregelen. Verder dienen er voldoende (nood)uitgangen en vluchtroutes van de risicobron af te zijn, voldoende bluswatervoorzieningen aanwezig te zijn en moeten er voldoende Bhv’ers zijn. Bij de ingebruikname dient een ontruimingsplan, afgestemd op de bewoners en interne organisatie, te zijn opgesteld. Hierin dient ook een hoofdstuk te worden opgenomen voor een calamiteit van buitenaf (incident op het spoor). Advies is om het ontruimingsplan met de brandweer af te stemmen. Blusvoorzieningen en bereikbaarheid voor de brandweer dienen te voldoen aan artikelen 22.13, 22.14 en 22.15 van het omgevingsplan. De genoemde maatregelen dienen in de omgevingsvergunning te worden geborgd. Er zijn bouwkundige maatregelen nodig om letsel door scherfwerking als gevolg van een explosie in geval van een exploderende spoorwegwagon te voorkomen.
Een deskundig adviesbureau heeft onderzoek gedaan naar de gevolgen van de drukbelasting op de beglazing van het gebouw. Dit advies wordt bij de omgevingsvergunning bouwactiviteit afgestemd met de brandweer/veiligheidsregie. Mits dit gebeurt bestaat vanuit extern veiligheidsoogpunt geen bezwaar tegen de gewenste ontwikkeling.
Advies Veiligheidsregio Er is overleg gevoerd met de veiligheidsregio. Op 23 januari 2026 heeft de veiligheidsregio Flevoland een advies uitgebracht. Er is in deze quickscan rekening gehouden met het voornoemde advies. Er wordt bij de oriëntatie van het gebouw 26 / 30
en de inrichting rekening gehouden met de omgevingsveiligheid bij het ontwerp van de gebouwen. Dit wordt nader uitgewerkt bij het indienen van de vergunning voor bouwactiviteit.
27 / 30
Bijlage I: gevoelige gebouwen en locaties Hieronder worden de verschillende categorieën van gevoelige gebouwen en locaties toegelicht. A. Beperkt kwetsbare gebouwen Een gebouw met een van de volgende gebruiksfuncties, alleen voor zover het gaat om die gebruiksfunctie: a een woonfunctie, met uitzondering van een woonfunctie in een woongebouw en een woonfunctie voor 24-uurszorg, als het gaat om een woonfunctie: 1 op een locatie met een dichtheid van ten hoogste twee woningen, woonschepen of woonwagens per ha; 2 om te worden gebruikt in het kader van de uitoefening van een beroep of bedrijf; of 3 die onderdeel is van lintbebouwing die loodrecht of nagenoeg loodrecht is gelegen op een buisleiding als bedoeld in artikel 3.101, eerste lid, onder a tot en met d, van het Besluit activiteiten leefomgeving, voor zover het gaat om het risico op een ongewoon voorval veroorzaakt door die activiteit; b een bijeenkomstfunctie, met uitzondering van een bijeenkomstfunctie: 1 voor kinderopvang; 2 voor dagverblijf van personen met een lichamelijke of geestelijke beperking; 3 waarin doorgaans een groot aantal personen gedurende een groot gedeelte van de dag aanwezig is; of 4 die een nevengebruiksfunctie is van een gebruiksfunctie als bedoeld onder E; c een industriefunctie als bedoeld in bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving, met uitzondering van gebouwen waarin doorgaans een groot
aantal personen gedurende een groot gedeelte van de dag aanwezig is; d een kantoorfunctie met een bruto-vloeroppervlakte van ten hoogste 1.500 m2; e een logiesfunctie als bedoeld in bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving: 1 op een locatie met een dichtheid van ten hoogste twee logiesfuncties per ha, en met ten hoogste 5 logiesverblijven als bedoeld in bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving per gebouw; of 2 met een bruto-vloeroppervlakte van ten hoogste 1.500 m2;
28 / 30
f
feen onderwijsfunctie voor volwassenenonderwijs, met uitzondering van een onderwijsfunctie waarin doorgaans een groot aantal personen gedurende een groot gedeelte van de dag aanwezig is;
g een sportfunctie als bedoeld in bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving, met uitzondering van een sportfunctie: 1 waarin doorgaans een groot aantal personen gedurende een groot gedeelte van de dag aanwezig is; of 2 die een nevengebruiksfunctie is van een gebruiksfunctie als bedoeld onder E; of h een winkelfunctie als bedoeld in bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving, met uitzondering van een winkelfunctie in een gebouw waarin een supermarkt of warenhuis is gevestigd, als het gaat om een winkelfunctie: 1 met meer dan vijf winkels en met een totale bruto-vloeroppervlakte van meer dan 1.000 m2; of 2 met een winkel met een bruto-vloeroppervlakte van meer dan 2.000 m2. B. Beperkt kwetsbare locaties Een locatie voor: a recreatief nachtverblijf voor ten hoogste 50 personen; b sport, spel of recreatief dagverblijf, met uitzondering van locaties waar doorgaans een groot aantal personen gedurende een groot gedeelte van de dag aanwezig is; of c evenementen in de openlucht voor minder dan 5.000 personen. C.
Kwetsbare gebouwen Een gebouw met een van de volgende gebruiksfuncties, alleen voor zover het gaat om die gebruiksfunctie en voor zover het niet gaat om een beperkt kwetsbaar gebouw of een zeer kwetsbaar gebouw: a een woonfunctie; b een bijeenkomstfunctie; c een industriefunctie als bedoeld in bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving; d een gezondheidszorgfunctie; e een kantoorfunctie; f
een logiesfunctie als bedoeld in bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving;
g een onderwijsfunctie; h een sportfunctie als bedoeld in bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving; of 29 / 30
i
een winkelfunctie als bedoeld in bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving.
D. Kwetsbare locaties Een locatie voor: a recreatief nachtverblijf voor meer dan 50 personen; b sport, spel of recreatief dagverblijf, waar doorgaans een groot aantal personen gedurende een groot gedeelte van de dag aanwezig is; of c evenementen in de openlucht voor ten minste 5.000 personen. E. Zeer kwetsbare gebouwen Een gebouw met een van de volgende gebruiksfuncties, alleen voor zover het gaat om die gebruiksfunctie en nevengebruiksfuncties daarvan: a een woonfunctie voor 24-uurszorg; b een bijeenkomstfunctie: 1 voor kinderopvang; of 2 voor dagverblijf van personen met een lichamelijke of geestelijke beperking; c een celfunctie als bedoeld in bijlage I bij het Besluit bouwwerken leefomgeving; d een gezondheidszorgfunctie met bedgebied; of e een onderwijsfunctie: 1 voor basisschoolonderwijs; of 2 voor onderwijs aan minderjarigen met een lichamelijke of geestelijke beperking.
30 / 30