Bijlage - 3 Intentieovereenkomst Regio Flevoland 18-12-2025 (957183).pdf
Tekst van het document
Intentieovereenkomst herziene governance regionale jeugdhulp en regionale Wmo regio Flevoland
Inhoud lntentieovereenkomst
5
overwegende dat...
5
lntentieovereenkomst herziene governance regionale jeugdhulp en regionale Wmo...........................6 Hoofdstuk 1: Algemene bepalingen
6
Artikell: Begripsbepalingen
6
Artikel 2: Doelvan de overeenkomst
6
Artikel 3:
7
Hoogste Principe: Gezamenlijkeverantwoordel'tjkheid
7
Hoofdstuk 2: Leidende principes Artikel 4: Principe 1: Gezamenlijk eigenaarschap.
7
Artikel 5 Principe 2: Sluitende en doorlopende aanpak (dekkend zorglandschap)
7
Artikel 6 Principe 3: Een adaptieve, wendbare, efficiënte en beheersbare organisatie en werkwijze. T Artikel 7 Principe 4: Afgebakende zeggenschap regio/-organisatie.
8
Artikel 8
Principe 5: Eén gemeenschappelijke regeling voor regionale Wmo (zoals nu) en Jeugd 8 (zoals nu en straks verplicht). ....
Artikel 9 Principe 6: De GR voorziet in kapstokbepaling voor samenwerking op aanpalende .'...'...""' 8 beleidsterreinen (groeimodel plustaken). .........'...
Artikel 10 Principe 7: Efficiënte samenwerking met een bestuurlijke organisatie die zo min 9
mogelijk bestuurlijke drukte creëert.
Artikel 11 Principe 8: Stemverhoudingen op basis van een combinatie van gelijkwaardigheid en evenredigheid
9
Artikel 12 Principe 9: Gecategoriseerde besluiten
9
Artikel 13 Principe 1.0: Er is een directeurenoverleg, dat heeft een coördinerende en L0
verbindende functie tussen regio en lokaal
Artikel 14 Principe 11: De besluitvormingsprocedure begint met een opdracht van het bestuur ...................."" 1-0 aan de regiodirecteur en eindigt met een besluit door het bestuur. Artikel 15 Principe 12: Besluiten die op grond van de GR genomen moeten worden door colleges en/of raden of daar zienswijze gevraagd moet worden, worden daar aanhangig
gemaakt. 10 Artikel 16 Principe 13: De regio-organisatie is er voor inkoop en contractbeheer en het voorbereiden, faciliteren en uitvoeren van de processen die daarvoor nodig z'rjn. De regioorganisatie trekt hierin samen op met de gemeentelijke organisaties van de regiogemeenten. 11.
'
Principe 14: De GR bevat afspraken ten aanzien van de institutionele governance. ...........1L
Artikel 18 Principe 15: De regio-organisatie en de regiogemeenten maken procedurele
afspraken. LI Artikel L9 Principe 16: Regio-organisatie en regiogemeenten geven samen vorm aan een
ltuur. Hoofdstuk 3: Overige bepalingen samenwerkingscu
Pagina 2 van 12
mt,,
..............72 ......72
Artikel 20: Uitwerking gemeenschappel'rjke regeling..
Pagina 3 van 12
m).
t2
Intentieovereenkomst De gemeente Almere, te dezen rechtsgeldig vertegenwoordigd door de portefeuillehouder jeugd en
Wmo, mevrouw N.M. Nieuwenhuizen, L8 december 2O25,ter uitvoering van het besluit van het college van burgemeester en wethouders d.d. 16 december 2025, de gemeente Dronten, te dezen rechtsgeldig vertegenwoordigd door de waarnemend portefeuillehouder jeugd en Wmo, de heer P. van Bergen, L8 december 2025, ter uitvoering van het besluit van het college van burgemeester en wethouders d.d. 16 december 2025, de gemeente Lelystad, te dezen rechtsgeldig vertegenwoordigd door de portefeuillehouder jeugd en Wmo, mevrouw A. Messelink-Dijkstra, 18 december 2025, ter uitvoering van het besluit van het college van burgemeester en wethouders L6 december 2025, de gemeente Noordoostpolder, te dezen rechtsgeldig vertegenwoordigd door de portefeuillehouder jeugd, mevrouw L. Verduin, 18 december 2025, ter uitvoering van het besluit van het college van burgemeester en wethouders 16 december 2025, en de gemeente Urk, te dezen rechtsgeldig vertegenwoordigd door de portefeuillehouder jeugd en Wmo, de heer F. Brouwer, 18 december 2025, ter uitvoering van het besluit van het college van
burgemeester en wethouders d.d. L6 december 2025; tezamen verder aan te duiden als regiogemeenten, ieder afzonderlijk als regiogemeente
overwegende dat
l.
ll.
l¡.
de regiogemeenten nu met elkaar samenwerken op basis van een gemeenschappelijke regeling, waarbij de gemeente Almere als centrumgemeente de gezamenlijke taken voor inkoop en contractbeheer van de regionale jeugd-voorzieningen en de regionale Wmo-
voorzieningen u itvoerU de regiogemeenten en de ambtelijke organisatie die met de uitvoering van de gezamenlijke taken voor inkoop en contractbeheer van de regionale jeugd-voorzieningen en de regionale Wmo de huidige governance als te weinig robuust, te weinig effectief en te weinig slagvaardig hebben ervaren; het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport aan de regiogemeenten duidelijk heeft gemaakt dat de huidige governance niet volstaat teneinde een dekkend zorglandschap voor de jeugd te bewerkstelligen;
lV.
de regiogemeenten in de afgelopen periode op bestuurlijk, leidinggevend en ambtelijk niveau een intensief, constructief en innoverend proces zijn doorlopen om te komen tot een
V.
de nieuwe governance prima te combineren is met de huidige regionale ambtelijke organisatie, dat wil zeggen dat de regionale functionarissen hun huidige aanstelling behouden en door de werkgevende organisatie gedetacheerd zullen worden bij de regioorganisatie, waarbij overige faciliteiten - nog steeds - door de gemeente Almere geleverd
nieuwe governance;
zullen worden;
Vl.
De regiogemeenten zich verdiepen in consentbesluitvorming als toevoeging op de huidige maniervan werken, en zullen bezien wat mogelijkerwijs meegenomen kan worden in de
Vll.
de gewijzigde gemeenschappelijke regeling, hiervoor bedoeld, op l januari 2027 in werking moet zijn getreden na positieve besluitvorming door de colleges, met toestemming van de raden en na een daaraan voorafgaande zienswijze door diezelfde raden.
nieuw vorm te geven GR.
Pagina 4 van 12
m],,
komen overeen de volgende:
Intentieovereenkomst herziene governance regionale ieugdhulp en regionale Wmo Hoofdstuk 1:
Algemene bepalingen
Artikel 1:
Begripsbepalingen ln deze overeenkomst wordt verstaan onder:
a. bestuur
het bestuur van de regio, bedoeld in principe 7, dat zijn besluiten neemt overeenkomstig de principes 8 en 9;
b. college
een college van burgemeester en wethouders van een van de regiogemeenten;
c. regio
de bestuurlijke organisatie van de samenwerking tussen de
regiogemeenten, die conform principe 7 een bedrijfsvoeringsorganisatie op basis van de Wet gemeenschappelijke regelingen zal worden;
d. Regio
de infrastructuur van lokale en regionale voorzieningen die overeenkomstig principes 4 en 5 een dekkend zorglandschap
vormen.
e.
regiogemeenten
de gemeenten die deze intentieovereenkomst treffen, te weten de gemeenten Almere, Dronten, Lelystad, Noordoostpolder en Urk;
f.
regio-organ¡satie
de a mbtel'rj ke regiona le u itvoeri ngsorga nisatie, fu nctioneel aangestuurd door de regiodirecteur, die verantwoording aflegt aan en opdrachten aanneemt van het bestuur, en
E.
GR
de gemeenschappelijke regeling op basis van de Wet
gemeenschappelijke regelingen die de colleges van de regiogemeenten met toestemming van de raden willen wijzigen in 2025 en die in werking treedt op uiterlijk 1
januari 2026.
Artikel 2:
Doel van de overeenkomst
Het doel van deze overeenkomst is het leggen van een fundament onder de huidige samenwerking tussen de regiogemeenten en de beoogde doorontwikkeling daarvan te formaliseren. Hierdoor kan vanaf 2026 conform leidende principes worden gewerkt. De leidende principes zullen in 2026 verder worden uitgewerkt en bestendigd in een gemeenschappelijke regeling die de vijf colleges zullen treffen. Hiervoor is na een zienswijzeprocedure bij de raden ook toestemming van de raden vereist.
Artikel3: HoogstePrincipe:Gezamenlijkeverantwoordelijkheid
Pagina 5 van 12
[Ëñffi],.
De regiogemeenten zijn samen verantwoordelijk voor de inkoop en subsidiëring (i) van de diensten
waarvoor de Wet verbetering beschikbaarheid jeugdzorg dit verplicht stelt en (ii) van de regionale diensten voortvloeiend uit de Wet Maatschappelijke Ondersteuning (WMO), en voor daarmee samenhangende administratieve processen. Daarvoor willen de regiogemeenten een robuuste regionale uitvoeringsorganisatie inrichten.
Hoofdstuk 2: Leidende principes Artikel 4:
Principe 1: Gezamenlijk eigenaarschap.
a. De ratio voor de samenwerking is 1-+L=3, dus regionale synergie. Het wettelijk kader is randvoorwaardelij k voor de samenwerking.
b. De regio (inclusief de regio-organisatie) en de regionale voorzieningen samen met de regiogemeenten en hun lokale voorzieningen vormen gezamenlijk de Regio, een infrastructuur van (boven) regionale en lokale voorzieningen'
c. De regio en de regiogemeenten dragen gezamenlijke verantwoordelijkheid voor een infrastructuur uit (boven) regionale en lokale voorzieningen die samen een dekkend zorglandschap vormen.
d. De regio en de regiogemeenten stellen gezamenlijk randvoorwaarden aan lokale infrastructuur, die moet goed aansluiten op de regionale infrastructuur'
e. De regio en de regiogemeenten geven gezamenlijk vorm aan de regionale infrastructuur, daarbij houden zij rekening met lokale behoeften.
f. De regio en de regiogemeenten zorgen gezamenlijk voor samenhang van visie en werkwijze richting partners, zowel regionale-, als lokale partners.
Artikel 5
Princ¡pe 2: Sluitende en doorlopende aanpak (dekkend zorglandschap).
a. De regio en de regiogemeenten zorgen samen ervoor dat inwoners en ketenpartners geen last b.
hebben van verschillen tussen (boven) regionaal en lokaal, en vice-versa. Alhoewel sprake kan zijn van lokale verschillen, zorgen regiogemeenten en regio samen voor
doorlopende zorgpaden, soepele op- en afschaling en werkende zorgcontinuiteit,
Principe 3: Een adaptieve, wendbare, efficiënte en beheersbare organisatie Artikel 6 en werkwijze.
a. De regio en de regiogemeenten zijn lerend en toetsbaar in organisatie en werkwijze, zowel o lokaal, ¡ regionaal, als o in samenhang. b. De regio en de regiogemeenten monitoren, evalueren en analyseren aanpak en resultaten om waar mogelijk en nodig evidence based te werken, zowel
. lokaal, o regionaal, als o in samenhang. Pagina 6 van 12
m].,
Artikel 7
Principe 4: Afgebakende zeggenschap regio/-organisatie.
a, De regio draagt zorg voor de inachtneming van wettel'rjke eisen aan de regio-organisatie, en eisen aan regionale Wmo voorzieningen.
b. Zeggenschap van de regio geldt ten aanzien van de regionale voorzieningen Jeugd en Wmo en aanpalende taken, één en ander zoals benoemd in de GR.
c. Uitvoering van taken door de regio-organisatie voor coolitions of the willing (voor enkelen of voor allen) blijven mogelijk maar mogen nooit ten koste gaan van de gezamenl'rjke taken.
d. De regio-organisatie mag niet afhankelijk worden van de plus-taken. Artikel 8
Principe 5: Eén gemeenschappelijke regeling voor regionale Wmo (zoals nu) en Jeugd (zoals nu en straks verplicht). a. lnkoop en contractbeheer van (verplicht) regionale Jeugdhulp en (huidiee) regionale Wmo voorzieningen komen bij de regio-organisatie.
o Er is hier alleen sprake van de huidige (regionale) Wmo taken. Er komen geen nieuwe taken erbij.
b. Regionale voorzieningen Wmo zijn gezamenlijke verantwoordelijkheid van de vijf regiogemeenten, los van de vraag in welke gemeente een specifieke voorziening is gevestigd.
o De regiogemeenten waarin deze specifieke voorzieningen gelegen z'rjn, hebben (binnen de kaders van de begroting) handelingsruimte vanwege de lokale impact.
c. Geen scheiding tussen Jeugd en Wmo in de governance van de regio en regio-organisatie. o Administratief blijven de budgetten wel gescheiden. o lntegraliteit van opgaven moet meegenomen worden. o Zo uniform mogel'rjk beleid ten aanzien van inkoop, contractbeheer en accountmanagement.
d. Niet-deelnemer en opdrachtgever Zeewolde geeft opdracht aan de regio-organisatie voor Veilig Thuis, Jeugdbescherming en Jeugdreclassering aanpalende taken.
Artikel 9 Principe 6: De GR voorziet in kapstokbepal¡ng voor samenwerking op aanpalende beleidsterreinen (groeimodel plustaken).
a. De bevoegdheid van het bestuur reikt in beginsel niet verder dan de opgedragen taken, zodat het agenderen van aanpalende onderwerpen (geen besluitvorming!) slechts mogelijk is als de GR
daartoe een kapstokbepaling biedt.
b. De GR creëert de mogel'rjkheid om aanpalende taken door de regio op te pakken, nadat op basis van een concreet en afgebakend voorstel een besluit door het bestuur is genomen.
c. Voorbeelden van de aanpalende taken genoemd onder a kunnen zijn: raakvlak wonen/h u isvesting, a rbeidsma rkt.
Artikel 10 Principe 7: Efficiënte samenwerking met een bestuurlijke organisatie die zo min mogelijk bestuurlijke drukte creëert.
a. De regio kent geen geleed bestuur (AB/DB) maar een enkelvoudig bestuur. De regio is een bedr'rjfsvoeringsorganisatie, conform de wet gemeenschappelijke regelingen.
Pagina 7 van 12
Io*:?il,
b. Elk college vaardigt één wethouder af voor het bestuur en wijst daarnaast een plaatsvervanger aan.
c. Er bestaat alt'rjd de mogelijkheid dat de plaatsvervanger aansluit of dat een collega- wethouder aanwezig is tijdens het overleg.
d. De gemeenteraden zijn vertegenwoordigd in een regionaal agendaoverleg raadsleden. e. Toetreding en uittreding vereisen op grond van de Wet gemeenschappelijke regelingen een in de GR genoemde procedure met besluitvorming door de gemeenteraden.
Artikel 11 Principe 8: Stemverhoudingen op basis van een combinatie van gelijkwaardigheid en evenredigheid. Voor de stemverhoudingen gelden de volgende uitgangspunten:
a. Er is slagkracht en effectiviteit: benodigde besluiten moeten genomen kunnen worden b. Er is evenwicht tussen alle regiogemeenten, zowel "groot" en "klein"' c, Er is geen sprake van veto/blokkademacht voor één van de regiogemeenten. d. Er moet geen dominantie zijn van de twee grote regiogemeenten of de drie kleine
!
regiogemeenten (dus de "grote" en de "kleine" gemeenten kunnen niet alleen beslissen)'
e. ln de stemverhouding moet realiteitszin uitgedrukt worden ten aanzien van het verschil in budgetten en inwoners van de gemeenten binnen de regio.
f. De gekozen systematiek en werkwijze van de stemverhouding wordt periodiek geëvalueerd om te beoordelen of in de werking ervan tegemoetkomt aan de gewenste praktijk, zie hiervoor ook artikel L8, onder f.
Artikel 12
Principe 9: Gecategoriseerde besluiten. ln de samenwerking wordt gewerkt met de volgende gecategoriseerde besluiten:
a. Unaniem: . Regiovisie: alle gemeenteraden moeten deze vaststellen. Het bestuur doet alleen een voorstel aan de 5 gemeenteraden'
.
Financieringssystematiek (welke voorzieningen worden bekostigd op trajectbasis en dus per gemeente en welke worden op bekostigd basis van beschikbaarheid en van een
solidariteitspri nci pe).
b. Gekwalificeerde meerderheid van stemmen (50%+xl en regiogemeenten (4): . Begroting,iaarrekening en inkoopstrategie/inkoopdocument. c. Gewone meerderheid van stemmen li0%+tl en regiogemeenten (3): . Overige, waaronder conflicten bij aanbestedingen. d. Daarnaast gelden nog twee aanvullende uitgangspunten: . Bovenstaande categorisatie onder a tot en met c geldt met name voor besluiten op het gebied van jeugd. Het is mogelijk om voor besluiten op het gebied van Wmo een afwijkende indeling te maken, Een nadere categorisatie zal bij de uitwerking in de gemeenschappelijk nog plaats vinden, en
.
erworden zo min mogelÜk besluiten bij unanimiteit genomen.
Pagina 8 van 12
ml,,
Artikel 13
Principe 10: Er is een directeurenoverleg, dat heeft een coördinerende en verbindende functie tussen regio en lokaal. Het directeurenoverleg heeft de volgende opgaven:
a. Organiseren van lokale capaciteit ten behoeve van de regionale en lokale opgaven op Jeugd en Wmo.
b, Het directeurenoverleg fungeert als klankbord voor de regiodirecteur. c. Het directeurenoverleg is een eventuele tussenstap die de directeur kan inzetten tijdens de besluitvormingsprocedure van het bestuur.
Artikel 14
Principe 11: De besluitvormingsprocedure begint met een opdracht van het bestuur aan de regiodirecteur en eindigt met een besluit door het bestuur. Voorbereiding en uitwerking van besluitvorming vindt plaats in co-creatie tussen de regio-organisatie en de gemeentelijke ambtelijke organisatie. Er is een vast gemeentelijk review-moment vóór elk besluit. De regiodirecteur kan voorgenomen besluiten toetsen bij het directeurenoverleg. Het bestuur vraagt ten aanzien van voorgenomen besluiten waar dat, vanwege de impact van het betreffende besluit, voor de hand ligt om een reactie van het regionaal agendaoverleg voor raadsleden.
a. Het bestuur geeft opdracht aan de regiodirecteur; de regiodirecteur geeft opdracht aan opgavegerichte werkgroepen bestaande uit vertegenwoordigers van regio-organisatie en regiogemeenten, die daar waar nodig input ophalen b'rj stakeholders uit de keten.
b. Voordat besluitvorming van het bestuur plaatsvindt is er ruimte voor een mogelijk reviewmoment, waarin de ambteli¡ke organisatie van regiogemeenten reactie kan geven op de uitwerking, en - naar eigen inschatting - ook een bestuurlijk gesprek in het college kan initiëren.
c. De regiodirecteur brengt voorstellen voor besluitvorming in bij het bestuur. Hij kan voorstellen ook, voorafgaand aan het inbrengen in het bestuur, bespreken met het directeurenoverleg om te toetsen op uitvoerbaarheid in termen van mensen en middelen of om te sparren in bredere zin over de voorstellen.
d. Het bestuur vraagt voor besluiten die consequenties hebben voor de bevoegdheden van de gemeenteraden, of voor besluiten die raken aan de door de raden gestelde kaders, reactie aan het regionale agendaoverleg voor raadsleden.
Artikel 15
Principe 12: Besluiten die op grond van de 6R genomen moeten worden door colleges en/of raden of daar zienswijze gevraagd moet worden, worden daar aanhangig gemaakt. Alhoewel vanzelfsprekend, is het goed te benadrukken dat besluiten die op grond van de GR genomen moeten worden door colleges en/of gemeenteraden, of waarvan voorafgaand ziensw'rjze gevraagd moet worden, aanhangig gemaakt bij de colleges en/of de gemeenteraden die het betreffen.
Artikel 16
Principe 13: De regio-organisatie is er voor inkoop en contractbeheer en het voorbereiden, faciliteren en uitvoeren van de processen die daarvoor nodig zijn. De regioorganisatie trekt hierin samen op met de gemeentel¡jke organ¡sat¡es van de regiogemeenten. a. De regio-organisatie heeft een vaste formatie voor haar kerntaken, bedrijfsvoering en bestuursen directieondersteuning. Dit gaat ten laste van de begroting van de regio-organisatie. Pagina 9 van 12
mÌ.
b. De regio-organisatie kan specialisten en experts of project- en procesbegeleiders inzetten die werkzaam z'rjn bij de regiogemeenten. Dit gaat ten laste van de begroting van de regioorganisatie.
c. De regiogemeenten dragen zelÍ zorgvoor beleidscapaciteit ten behoeve van de regionale processen (going concern en opgavegerichte processen). Zij kunnen onderling afspraken maken om zich in specifieke werkgroepen gezamenlijk te laten vertegenwoordigen door een (beleids-
)adviseur. Dit gaat ten laste van de gemeentelijke organisatie van de betreffende regiogemeente(n).
d. De regiogemeenten delen met de regio-organ¡satie en met elkaar best practises, data en informatie die bijdragen aan professionele, rechtmatige, effectieve en efficiënte uitvoering van de regionale processen en het monitoren, analyseren en evalueren daarvan'
'
Princ¡pe 14: De GR bevat afspraken ten aanzien van de ¡nst¡tut¡onele governance. De institutionele afspraken zien in ieder geval op:
a. financiële aspecten en bijdragen; b. taakverdeling en verantwoordelijkheden; c. monitoren en evalueren van resultaten, en d. juridische en administratieve aspecten' Artikel 18
Principe 15: De reg¡o-organisatie en de regiogemeenten maken procedurele
afspraken. De regio-organisatie en de regiogemeenten maken, naast de afspraken in de GR, procedurele
afspraken met elkaar om ambtelijke samenwerking in de Regio procedureel optimaalte laten verlopen op de volgende gebieden:
a. communicatie en informatie-uitwisseling: o rapportage en terugkoPPeling; o transparantie in informatie-uitwisseling; b. afspraken over verantwoordelijkheden en taken: o verdeling van werkzaamheden tussen regio-organisatie en regiogemeenten; o opstellen van Service Level Agreements (SLA's), oftewel kwaliteit bewaken; c. afspraken over aansprakel'tjkheid en risicomanagemenU d. afspraken over escalatie en conflictbeheersing: o opstellenvan escalatieprotocollen; o bemiddeling en interventies; e. afspraken over ondersteuning en capaciteitsopbouw: o behoefte aan ondersteuning, en o afstemmen van capaciteitsinzet. f. De volledige GR tekst en daarmee ook de governance wordt geevalueerd in het midden van het jaar 2028 en vervolgens steeds halverwege de zittingsperiode van de gemeenteraden.
Pagina 10 van 12
@il,.
Artikel 19 Principe 16: Regio-organisatie en regiogemeenten geven samen vorm aan een samenwerkingscultuur. Regio-organisatie en regiogemeenten staan gezamenlijk aan de lat voor een positieve, toekomstgerichte en stimulerende samenwerkingscultuur en handelen hier ook naar, óók richting
stakeholders:
a. Afstemmen van visie en doelen: we gaan voor gezamenlijke visie en doelen. Verschil van mening en inzicht, en in sommige gevallen een 'agreement to disagree' hoort erbij!
b. Afstemming van verwachtingen: we weten wat we aan elkaar hebbenl c. Duidelijke rolverdeling: we weten wie waarvan is! d. Bouwen aan wederzijds vertrouwenr we doen wat we zeggen en zeggen wat we doen! e. Transparantie en eerlijkheid: we spelen open kaart! f. Samen werken (co-creatie) en elkaar versterken: we hebben elkaar nodig! g. Goede werkrelaties: we werken graag met elkaar samen! h. Feedback en reflectie: we spreken elkaar aan en stellen ons aanspreekbaar op! Hoofdstuk 3: Overige bepalingen
Artikel20: Uitwerkinggemeenschappelijkeregeling Deze intentieovereenkomst legt de basis voor de uitwerking van de afspraken in de ontwerpwijziging van de GR, zodat vanaf inwerkingtreding de nieuwe governance geformaliseerd is.
Aldus getekend in vijfuoud op 18 december 2025, te Lelystad
de gemeente Almere,
gemee
Pagina 11 van 12
m),,
euwen huizen,
e heer P. van Bergen,
de gemeente Lelystad, mevrouw A. Messelink-DÛkstra,
de gemeente Noordoostpolder, mevrouw L. Verduin,
de ge
m
Pagina 12van 12
rk, de heer F. B