CConstaterende datDronten
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage - 2 Tijdlijn jeugdhulp def__871616__.pdf

Raadsvergadering 30 oktober 2025, gemeente DrontenBij agendapunt: 9: Raadsvoorstel 2e Financiële tussenrapportage3.108 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Niet gevonden in dit document.

Tijdlijn jeugdhulp De afgelopen jaren is de druk op de jeugdhulp in onze gemeente toegenomen. Kinderen, jongeren en gezinnen blijven een beroep doen op passende en tijdige ondersteuning, terwijl de financiële ruimte steeds verder onder spanning is komen te staan. Bij het opstellen van de begroting voor 2026 is duidelijk geworden dat er sinds 2023 een structurele kloof is ontstaan tussen de geraamde en werkelijke uitgaven. Deze kloof is niet het geval van één moment of besluit, maar van een reeks ontwikkelingen en keuzes die in samenhang hebben geleid tot een situatie waarin de begroting niet langer aansluit op de realiteit. Door aanhoudende onzekerheden over kostenontwikkelingen en het uitblijven van duidelijkheid vanuit het Rijk over mogelijke compensatie, is de begroting onvoldoende tijdig en realistisch bijgesteld. De voorgestelde bijstelling van € 4,8 miljoen in de 2e tussentijdse rapportage is dan ook meer dan een technische correctie, maar een noodzakelijke stap om het financiële beeld weer in lijn te brengen met de feitelijke situatie. Om inzicht te bieden in het verloop van deze ontwikkeling, is een tijdlijn opgesteld waarin de belangrijkste momenten en keuzes rondom de jeugdhulp worden weergegeven. Deze tijdlijn biedt een overzicht van factoren die hebben bijgedragen aan de kostenstijging en de besluiten die daarin zijn genomen.

2014-2022 De Visie jeugdhulp 2014-2019 richt zich met name op de implementatie van de jeugdwet en de versterking van voorliggende voorzieningen. Het beleid jeugdhulp in de periode 2019 tot 2022 is gebaseerd op de strategie sociaal domein ‘Samen bouwen aan samen leven’, themaplan Opgroeien en Opvoeden. De strategie richt zich onder andere op efficiënter handelen, met een kritische blik op financiën en een goede poortwachtersfunctie. De nadruk ligt op een andere rolverdeling tussen inwoners, maatschappelijke partners en gemeente. De speerpunten voor jeugdhulp zijn: 1. Minder kinderen maken gebruik van jeugdhulp en/of meer kinderen maken gebruik van een verschuiving van zwaardere naar lichtere hulp; 2. Meer ouders kunnen zelfstandig voor hun kinderen zorgen; 3. Kwetsbare jongeren beter op weg helpen zelfstandig te worden. De begroting wordt vanuit de strategische keuzes vanaf 2019 opgebouwd op basis van de gewenste uitgaven; de rijksbudgetten zijn niet langer leidend voor het bepalen van de lasten.

Tijdlijn jeugdhulp

1

Belangrijke momenten in deze periode: • In 2019 wordt de gemeente Dronten verantwoordelijk voor de jeugdhulp van het AZC. • In 2020 wordt de Verordening Sociaal Domein vastgesteld met de Omgekeerde Toets. • In 2021 volgt een toezegging van het Rijk te compenseren in tekorten (Arbitragecommissie). • In oktober 2021 stelt Triade Vitree de gemeente Dronten op de hoogte dat het zich zorgen maakt over de financiële situatie. Dit leidt tot uitstel van de regionale aanbesteding voor met name verblijfsvoorzieningen voor jeugdhulp. • Eind 2021 wordt de Regiovisie Samen, dichtbij en leren wat werkt vastgesteld. De ambitie is dat alle jeugdigen thuis veilig op kunnen groeien (0-uithuisplaatsingen). • Per 1 januari 2022 wordt het woonplaatsbeginsel vastgesteld. Niet waar de jeugdige woont, maar waar de jeugdige woonde bij de eerste uithuisplaatsing wordt leidend. Dronten verwacht hier een financieel voordeel mee te behalen voor 2023 en verder. Het nieuwe woonplaatsbeginsel leidde voor Dronten in 2022 tot een verlaging met het aantal jeugdigen in verblijf van 49 jeugdigen, waarvan het grootste deel jeugdigen in pleegzorg, de goedkoopste vorm van verblijf. Omgerekend naar PxQ zouden de werkelijke kosten in 2022 1,65 miljoen lager liggen dan in 2021. Jaar

Gezinsgericht wonen (m.n. pleegzorg)

Begeleid Behandeld wonen wonen groep groep

2021

84

24

38

2022

46

19

19

24-uurs maatwerk contract

9

LTA (m.n. jeugdzorg+ )

Totaal unieke BSN

Uitgaven in miljoenen

4

130

4,54 (lump sum)

4

81

2,89 (lump sum)

Tabel 1. Toelichting verwacht effect woonplaatsbeginsel

•

•

Het incidentele geld dat voor de periode van 2022-2024 wordt verkregen van het Rijk wordt in het bestedingsplan jeugd 2022-2024 financieel vertaald. Doelen zijn de GGZ lokaal te versterken, een maatjesproject, regionaal versterking leren en regionale experttafel (landelijke afspraak). De regio voert de versnellingsaanpak in met incidentele middelen 2022 en 2023.

2023 De begroting van 2023 wordt in november 2022 vastgesteld met grote financiële onzekerheden in de jeugdhulp: lopende kostprijsonderzoeken, effecten van het risicodossier en herstelplan, het structureel effect van het woonplaatsbeginsel en het vervallen van incidentele middelen van de themaplannen worden benadrukt. Eind december 2022 wordt middels de ‘RIB Regionale inkoop’ de raad op de hoogte gesteld over de gevolgen van de wijziging van financiering: van lump sum naar PxQ betekent een gemiddelde stijging van tarieven van 29%. De verwachte positieve gevolgen van het woonplaatsbeginsel zouden hiermee teniet worden gedaan. Er wordt gesproken over een incidenteel gevolg voor het jaar 2023 van minimaal € 700.000. Incidenteel omdat in 2023 voor de inkoop vanaf 2024 een nieuw kostprijsonderzoek uitgevoerd zou worden die tot andere resultaten kan leiden. Er worden onderzoeken gestart om de financiële gevolgen nader in beeld te brengen en met een separaat dekkingsvoorstel te komen. Hierbij wordt gericht op de begroting van 2024 en verder. De begroting wordt voor 2024 en verder nog niet bijgesteld. In de collegespecial jeugdhulp (april 2023) wordt de problematiek behandeld. Er wordt onder andere gesproken over scenario’s, mogelijke beleidswijzigingen, taakstellingen en dergelijke.

Tijdlijn jeugdhulp

2

In de Kadernota 2024 worden de grote kostprijsstijgingen en het uitblijven van middelen vanuit het Rijk geduid als een landelijke jeugdhulp tekort en probleem. Het tekort zal voor 2023 ruim 2 miljoen zijn en dit zal naar alle waarschijnlijkheid een structureel karakter hebben. Gemeenten ontvangen voorlopig incidentele gelden vanuit de Hervormingsagenda Jeugd (2,9 miljoen in 2023 aflopend tot 1,6 miljoen in 2028) en die worden verwerkt in de gemeentebegroting, vanuit de aanname dat de begroting jeugdhulp reëel is geraamd. Dat klopte tot en met 2022. Er wordt in de kadernota benoemd dat onze begroting jeugdhulp vanaf 2023 niet langer reëel is. Het ontbreken van een nieuwe regionale aanbesteding wordt opgelost met een overbruggingscontract. Vanuit de impactanalyse van de regio wordt in de begroting 2024 voor 2024 € 1.279.000 bijgeraamd. De verwachting is dat richting 2026 voor € 286.000 inverdiend kan worden. Dit is het beoogde financiële effect van de versnellingsaanpak en onderdeel van het verbeterplan van Triade Vitree (ook wel de RET/TAS). Bij het vaststellen van de begroting 2024 richten we ons op nieuw beleid voor 2025 en verder. Ons doel is om daar de scherpe financiële keuzes voor in de Kadernota 2025 zichtbaar te maken en de raad daar zo goed mogelijk in mee te nemen. We benoemen dat we in 2023 een groot financieel risico lopen.

Er wordt voorgesteld/besloten om te investeren (in navolging van de Hervormingsagenda), zonder daar directe taakstelling tegenover te zetten. Het structurele tekort dat in 2024 wordt verwacht is 1,9 miljoen structureel, aflopend naar 1,4 miljoen vanaf 2027. Grote voorwaarde is dat de genomen maatregelen van het Rijk effect sorteren. Belangrijke momenten in 2023: • In juni 2023 volgt het Rijk met de Hervormingsagenda 2023-2028 n.a.v. het rapport van de arbitragecommissie. • In de Jaarstukken 2022 (besproken juni/juli 2023) worden grote vraagtekens gezet bij de houdbaarheid van de Hervormingsagenda. • In oktober 2023 wordt in een beeldvormende vergadering over de jeugdhulp de raad inzicht gegeven in de kostprijsproblematiek. De beperkte grip op deze lasten vanwege het opgelegde karakter en de open einde regeling wordt daarbij benadrukt. Ook de verschuiving naar duurdere vormen van zorg en de duur van zorg zijn daarbij als aandachtspunten benoemd. De ontwikkelingen in 2023 markeren een kantelpunt in de financiële en inhoudelijke beheersing van de jeugdhulp. De constatering in de Kadernota 2024 dat de begroting jeugdhulp vanaf 2023 niet langer reëel was, had een helder signaal moeten zijn dat eerdere aannames niet meer voldeden. Met de kennis van nu was dit een moment waarop bijstelling had kunnen plaatsvinden, omdat de begroting niet langer aansloot op de werkelijkheid.

2024 In maart 2024 wordt met een RIB de gevolgen van het kostprijsonderzoek toegelicht. De verhoging van de tarieven leidt bij een gelijkblijvend volume van jeugdhulp per 2025 tot een verhoging van de uitgaven. We berekenen een impact van € 731.544. Deze verhoging van de lasten is verwerkt in de begroting 2025. Er wordt aangegeven dat het college stuurt op het beheersen van de kosten. Bij de behandeling van de Jaarstukken van 2023 wordt een overschrijding van 3,1 miljoen aan de lastenkant getoond. In de duiding wordt ingegaan op de elementen die in de beeldvormende vergadering van oktober 2023 zijn behandeld.

Tijdlijn jeugdhulp

3

In de Perspectiefnota van 2025 wordt niet dieper ingegaan op het jeugdhulp tekort. Eén van de redenen daarvoor is dat het nieuwe beleid “Mensen maken de samenleving” als p.m. post is opgenomen. Er wordt benoemd dat 2025 een overgangsjaar zal zijn (in financiële zin af- en opbouw incidentele en structurele verplichtingen) en vanaf 2026 de structurele gevolgen van de keuzes in de begroting worden verwerkt. Daarmee wordt de uitwerking van het jeugdhulp tekort onderdeel van de uitwerking van het nieuwe beleidskader. De begroting 2025 is gestoeld op de beschikbare middelen van de beleidsperiode 20182024. Er wordt aangegeven dat de realisatie in 2022 en voorgaande jaren (aantal en zorgzwaarte) geen aanleiding gaven om de meerjarenbegroting 2024 en verder aan te passen. Medio 2023 bleek dat dat de aantallen jeugdigen met jeugdhulp, de zorgzwaarte en de tarieven aanzienlijk hoger lagen dan in 2022, met als gevolg een uiteindelijke overschrijding van rond de 3 miljoen. Besloten is de begroting 2024 en verder vooralsnog alleen aan te passen op de tarieven (de onvermijdelijke hogere uitgaven) en niet op aantal/zorgzwaarte. Er wordt tijd genomen om te bepalen of 2023 een exces was. Belangrijke momenten in 2024: • In september 2024 wordt de Strategische visie Sociaal Domein (Mensen maken de Samenleving) vastgesteld. De financiële vertaling is hierbij nog niet gereed.

• Eind december 2024 volgt een collegespecial. Boodschap: jeugdhulp is geen structurele oplossing voor de problematiek; de vraag naar jeugdhulp en de uitgaven van jeugdhulp zullen blijven groeien als er geen echte oplossing komt. • In 2024 wordt een compensatie voor niet beoogde jeugdzorgkosten ontvangen voor de periode van 2022-2023 van € 542.000. In 2024 waren er duidelijke signalen – zoals het kostprijsonderzoek, de overschrijding van € 3,1 miljoen en de stijgende zorgzwaarte – die aanleiding hadden moeten zijn voor een bredere en realistische bijstelling van de begroting. In plaats daarvan is gekozen voor een beperkte bijstelling op tarieven, terwijl volume en zorgzwaarte buiten beschouwing zijn gebleven. Terugkijkend wordt zichtbaar dat het gezamenlijk optreden van bestuur en organisatie op dat moment onvoldoende proactief is geweest. Door 2025 als overgangsjaar te beschouwen en het tekort pas in het nieuwe beleidskader te verwerken, is een kans gemist om tijdig bij te sturen.

2025 Begin 2025 volgt een tussentijds rapport van de commissie van Arke (Groeipijn). Dit rapport gaat dieper in op de tekorten van de jeugdhulp. Het Rijk beraadt zich over overname van de bindende adviezen. In de technische themabijeenkomst met de raad in maart 2025 wordt informatie gedeeld over de voortgang binnen jeugdhulp waarin de uitkomsten van dit rapport ook worden besproken. Hierbij worden tevens details gedeeld over de werkelijke lasten van 2023 en 2024 en de ontwikkeling van het jeugdhulp tekort. De werkelijke lasten zijn hierbij niet in vergelijking met de huidige begroting getoond. In de Perspectiefnota van 2026 wordt aandacht besteed aan de plannen van jeugdhulp, zoals die ook in de themabijeenkomst zijn gedeeld. De incidentele middelen voor de ombuigingen in de jeugdhulp zijn hierbij opgenomen zoals ook in de themabijeenkomst gedeeld. In de Jaarstukken van 2024 wordt het tekort op jeugdhulp van € 2,9 miljoen getoond. Het feitelijke tekort lag € 0,5 miljoen hoger. De in 2024 ontvangen compensatie (SPUK) over 2022-2023 (regeling niet geoogde jeugdzorgkosten) heeft het tekort gedempt. De toelichting in 6P gaat in op de financiële afwijkingen van grote verschillen (hogere kosten per cliënt, meer jeugdigen, duurdere zorgvormen). Inhoudelijk wordt toegelicht dat de gewenste terugloop van jeugdhulp van verblijf (nog) niet zichtbaar is.

Er wordt aangegeven dat de overschrijdingen met name een structureel karakter zullen hebben.

Tijdlijn jeugdhulp

4

In de Meicirculaire van 2025 ontvangen wij een structurele demping ten behoeve van het tekort op de lasten van de jeugdhulp. Het Rijk heeft daarvoor het advies Groeipijn deels overgenomen. Besluiten over eventuele compensatie van tekorten voor 2024 en 2025 zullen later door het Rijk worden genomen. Belangrijke momenten in 2025: • Bij de Perspectiefnota 2026 is de financiële vertaling van de uitvoeringskosten voor jeugdhulp niet gereed. Er is wel een financiële uitwerking voor de gewenste ombuigingen, maar geen realistische raming voor de huidige jeugdhulp lasten. Er wordt aan het jeugdhulp tekort in de Perspectiefnota 2026 geen bijzondere aandacht besteed. • Bij de uitwerking van de Jaarstukken 2024 wordt duidelijk dat de indexatie over jaarschijf 2024 onvoldoende is verwerkt. Het lokale deel mist € 0,4 miljoen. Ook voor de Wmo is de € 0,3 miljoen indexatie voor de jaarschijf 2024 niet verwerkt. Beiden hadden budget neutraal verwerkt moeten worden (dekking uit de stelpost loon- en prijsstijgingen). De stelpost heeft echter onvoldoende middelen om beide posten te kunnen dekken, waardoor dit het begrote resultaat in 2025 raakt. De eerste gelegenheid om dit te herstellen is de 2 e Financiële Tussenrapportage.

Voorbereiding 2026 Bij de uitwerking van de begroting 2026 wordt het uitgangspunt van realistisch begroten gebruikt. Ook de lasten van de jeugdhulp komen hierdoor aan bod. Het doorrekenen van de PxQ voor de jeugdhulp maakt een financiële correctie van in totaal € 5,3 miljoen noodzakelijk om de lasten voor 2025 bij te trekken naar een realistisch niveau. Het wordt duidelijk dat er een kloof is ontstaan tussen de begroting en de werkelijke lasten. Dit is namelijk het moment dat het tekort van de jaarrekeningen uit 2023 en 2024 én de effecten van het regiobeleid de berekening van de begroting in lopen. Een deel hiervan, € 0,5 miljoen, kan voor 2025 budgetneutraal worden verwerkt. In totaal komt € 4,8 miljoen ten laste van het begrotingssaldo. Op basis van deze analyse achteraf, kan de totale bijstelling (bij benadering) als volgt worden toegelicht: Begrotingswijziging jeugdhulp lasten

Bedrag in duizenden

Woonplaatsbeginsel en kostprijssystematiek (prijsniveau 2023)

3.000

Gevolgen kostprijsonderzoek 2024 (aanvulling)

1.170

Indexatie jaarschijf 2024 Overige bijstellingen realistisch begroten (PxQ) Subtotaal bijstelling in Financiële Tussenrapportage II Indexatie jaarschijf 2025 (budgetneutraal) Totaal bijstelling in Financiële Tussenrapportage II

400 238 4.808 510 5.318

Tabel 2. Optelling jeugdhulp lasten

De gevolgen van het woonplaatsbeginsel en de verandering van de lump sum in de kostprijssystematiek van 2023 is tot op heden niet in de begroting verwerkt. Voor 2023 is de impact naar schatting € 3,0 miljoen (gebaseerd op het jaarrekening tekort van 2023). Het ontbreken van deze € 3,0 miljoen in de begroting van 2023 heeft er voor gezorgd dat over dit bedrag ook geen verdere kostprijsstijgingen zijn berekend en verwerkt. Dat betekent dat voor 2024 en 2025 op basis van een gemiddelde indexatie van 30% aanvullend € 1,17 miljoen noodzakelijk is. Het doorvoeren van de jaarschijf indexatie voor het lokale deel van de jeugdhulp voor 2024 heeft een impact van € 0,4 miljoen. Met het restant van € 0,2 miljoen wordt per saldo € 4,8 miljoen bijgesteld.

Tijdlijn jeugdhulp

5

Wanneer deze bijstelling niet in 2025 wordt uitgevoerd, zal dit bedrag de verwachte afwijking zijn bij het jaarresultaat van 2025. Om in de begroting 2026 de lasten realistisch te kunnen begroten, is het van belang dat het lastenniveau van 2025 het juiste uitgangspunt vormt. Jaar

Gezinsgericht wonen (m.n. pleegzorg)

Begeleid Behandeld wonen wonen groep groep

2021

84

24

38

2022

46

19

19

2023

38

17

2024

34

25

24-uurs maatwerk contract

LTA (m.n. jeugdzorg+ )

Totaal unieke BSN

Uitgaven in miljoenen

4

130

4,54 (lump sum)

9

4

81

2,89 (lump sum)

30

3

4

78

4,82 (PxQ)

26

5

2

79

4,75 (PxQ)

Tabel 3. Feitelijk effect woonplaatsbeginsel en verzwaring zorgvormen 2021

2022

2023

2024

1.221

1.161

1.206

1.224

Aantal unieke jeugdigen in zorg (obv declaraties aanbieders)

949

926

952

969

Omvang declaraties aanbieders op beschikkingen

11.110.703

10.439.615

13.024.931

14.433.709

Aantal unieke jeugdigen met een beschikking

Tabel 4. Beroep op jeugdhulp Dronten

Naast de doorrekening van PxQ van de feitelijke zorgzwaarte (zowel lokaal als regionaal) zijn ook de effecten van het regiobeleid verwerkt in de realistische raming. Dit betreft Thuis op Maat met als doel jeugdhulp met verblijf te voorkomen / de duur ervan te verkorten.

Incidenteel karakter In de regio Flevoland zien we in de eerste helft van 2025 een aanzienlijke daling van jeugdhulp met verblijf als gevolg van het ingezette regiobeleid. Hoewel ook in Dronten in 2025 uithuisplaatsingen zijn voorkomen, zien we desondanks een toename in jeugdhulp met verblijf met een meerjarig effect. Gezien de opdracht om realistisch te ramen, hebben we in 2026 en verder daarom een kleinere daling van jeugdhulp met verblijf in de begroting verwerkt dan de regioambitie en de Hervormingsagenda. Het verschil beschouwen we als incidenteel. De volgende incidentele componenten zijn nu in de begroting opgenomen: € 1,2 miljoen

Hervormingsagenda jeugd (afname trajectduur, afname verblijf). De begroting 2029 zal met dit bedrag naar beneden worden bijgesteld. Echter, het rijk stelt ook de compensatie met hetzelfde bedrag bij. Het saldo hiervan is dus 0.

€ 0,25 miljoen

De 'Regeling specifieke uitkering niet beoogde kosten jeugdzorg vanwege verblijf in gemeente' is verlengd. Gemeenten kunnen op grond van deze incidentele Regeling met terugwerkende kracht een uitkering krijgen voor niet beoogde kosten na inwerkingtreding van de Wet wijziging woonplaatsbeginsel. De verlengde regeling geldt op dit moment voor kosten uit 2024 en 2025.

€ 0,65 miljoen

Extra regioambitie op jeugdhulp met verblijf bovenop de Hervormingsagenda jeugd.

Van deze incidentele componenten voor een totaal van € 2,1 miljoen is, voorzichtigheidshalve, € 1,7 miljoen als incidenteel verwerkt in de begroting. Dit bedrag zal in de komende jaren inverdiend moeten worden.

Tijdlijn jeugdhulp

6

Conclusie De afgelopen jaren zijn meerdere momenten geweest die wezen op oplopende tekorten en structurele knelpunten in de jeugdhulp. Deze zijn onvoldoende vertaald naar realistische begrotingsbijstellingen. Het college en organisatie zijn jaarlijks geconfronteerd met wisselende onzekerheden en hebben daarop gereageerd, waardoor de focus steeds verschoof naar de meest urgente en complexe vraagstukken van dat moment. Hierdoor is onbedoeld het bredere (financiële) perspectief op langere termijn uit beeld geraakt, met als gevolg dat geraamde en werkelijke uitgaven structureel van elkaar weg zijn gaan lopen. Uitstel van de noodzakelijke correctie op de begroting is niet langer verantwoord. Dit moment vraagt om bestuurlijke scherpte, ambtelijke daadkracht en een gezamenlijke verantwoordelijkheid om te leren van het verleden. Zowel college als organisatie erkent dit en zet in op herstel, transparantie en realistisch begroten richting 2026 en verder. De door het college aan de organisatie gegeven opdracht om inzichtelijk te maken waar extra versterking van de structurele beheersbaarheid, bestuurlijke sturing en samenwerking binnen de gemeentelijke organisatie nodig is, dient hiertoe.

Tijdlijn jeugdhulp

7

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://gemeenteraad.dronten.nl/api/v1/meetings/1244/documents/20294